JVC GR D360E User Manual LYT1540 003A DU

User Manual: JVC GR-D360E GR-D360E Nederlands,

Open the PDF directly: View PDF PDF.
Page Count: 56

DownloadJVC GR-D360E User Manual LYT1540-003A-DU
Open PDF In BrowserView PDF
Beste klant,
Dank u voor de aanschaf van deze digitale
videocamera. Om een veilig gebruik van
dit product te verzekeren, dient u vóór het
gebruik de veiligheidsinformatie en de
voorzorgsmaatregelen op blz. 2 – 5 te
lezen.

NEDERLANDS

DIGITAL VIDEOCAMERA

GR-D360E

8

AAN DE SLAG

VIDEOBEELDEN OPNEMEN
EN WEERGEVEN
19
Voor accessoires:

http://www.jvc.co.jp/english/accessory/

DIGITALE STILBEELDCAMERA
(D.S.C.) OPNEMEN EN
26
WEERGEVEN

GEAVANCEERDE
FUNCTIES

31

VERWIJZINGEN

47

TERMEN

Achterzijde

Stel “DEMO” in op “UIT” om de
demonstratie te stoppen.
(墌 blz. 31, 34)

GEBRUIKSAANWIJZING
LYT1540-003A

DU

2 NE
LEES DIT EERST!
● Maak een proefopname voordat u een
belangrijke video opneemt.
Speel de proefopname af om te controleren of het
beeld en het geluid juist zijn opgenomen.
● U kunt het beste de videokoppen reinigen
voordat u de camcorder gebruikt.
Als u de camcorder enige tijd
niet hebt gebruikt, kunnen de
koppen vuil zijn. U kunt het
beste de videokoppen
regelmatig reinigen met een
reinigingscassette
(optioneel).
● Bewaar uw cassettebanden en de camcorder
in de juiste omgeving.
De kans is groter dat uw videokoppen vuil worden
als u uw cassettebanden en camcorder op een
stoffige plek bewaart. Verwijder de
cassettebanden uit de camcorder en bewaar
deze in cassettedoosjes.
Bewaar de camcorder in een tas of een andere
verpakking.
● Gebruik de stand SP (Standard) voor
belangrijke video-opnamen.
In de stand LP (Long Play) kunt u 50% meer
video opnemen dan in de stand SP (Standard),
maar het is mogelijk dat er, afhankelijk van de
bandeigenschappen en de gebruiksomgeving,
een mozaïekachtige storing optreedt tijdens de
weergave.
U kunt voor belangrijke opnamen daarom het
beste de stand SP gebruiken.
● Voor veiligheid en betrouwbaarheid.
U kunt het beste alleen JVC-batterijen en accessoires gebruiken voor de camcorder.
● Dit product bevat gepatenteerde en andere
eigen technologie en werkt alleen met JVCbatterijen. Gebruik de JVC BNVF707U/
VF714U/VF733U accu's. Als u niet-JVCbatterijen gebruikt kan dit schade
veroorzaken aan het interne oplaadsysteem.
● Gebruik alleen cassettes met de Mini DVmarkering
.
● U moet er zeker van zijn dat u alleen
geheugenkaartjes gebruikt met het merkteken
of
.
Deze camcorder is uitsluitend ontworpen voor
gebruik met een digitale videocassette, SDgeheugenkaart of MultiMediaCard. Alleen
cassettes met het merkteken “
” en
geheugenkaartjes met het merkteken “
” of
“
” kunnen in dit toestel gebruikt
worden.

● Deze camcorder is alleen bedoeld voor privégebruik.
Commercieel gebruik zonder de vereiste
toestemming is verboden. (Het wordt tevens
aanbevolen dat u vooraf toestemming verkrijgt
voor het opnemen van een show, uitvoering of
expositie voor persoonlijk gebruik).
● Laat het apparaat niet achter
- op plaatsen waar het warmer dan 50°C is
(122°F)
- op plaatsen waar de vochtigheid zeer laag
(minder dan 35%) of zeer hoog (80%) is.
- in direct zonlicht.
- in een afgesloten auto in de zomer.
- in de buurt van een verwarmingstoestel.
● Het LCD-scherm is vervaardigd met
precisietechnologie. Er kunnen echter permanent
zwarte puntjes of heldere puntjes (rood, groen of
blauw) zichtbaar zijn op het LCD-scherm. Deze
puntjes worden niet opgenomen op de band. Dit
duidt niet op een defect van het apparaat.
(Effectieve punten: meer dan 99,99%).
● Koppel de accu los als de camcorder niet wordt
gebruikt en controleer regelmatig of het apparaat
werkt of niet.

NE

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
WAARSCHUWING: STEL DIT TOESTEL NIET
BLOOT AAN REGEN OF VOCHT TER
VOORKOMING VAN BRAND EN
ELEKTRISCHE SCHOKKEN.
VOORZORGSMAATREGELEN:
● Om elektrische schokken te vermijden, mag u
de ombouw niet openen. In het toestel
bevinden zich geen door de gebruiker te
repareren onderdelen. Laat onderhoud over
aan de vakman.
● Trek de stekker van het netsnoer bij voorkeur
uit het stopcontact wanneer u de netadapter
voor langere tijd niet gaat gebruiken.
LET OP:
Voorkom een
elektrische schok of
beschadiging vanhet
toestel en steek de
kleine stekker van
het netsnoer in de
netadapter zodat
deze goed vast zit.
Steek vervolgens de grotere stekker van het
netsnoer in een stopcontact.
VOORZORGSMAATREGELEN:
● De camcorder is gemaakt voor gebruik met
kleurentelevisiesignalen van het PAL type. Het
toestel kan niet gebruikt worden met een
televisie gebaseerd op een ander systeem.
Opname en weergave met de LCD-monitor/
zoeker is echter overal mogelijk.
● Dit product bevat gepatenteerde en andere
gelicentieerde technologie en werkt alleen met
JVC-Batterijstatus. Gebruik de JVC
BN-VF707U/VF714U/VF733U accu’s en laad
deze op met de meegeleverde multi-voltage
netadapter of gebruik de netstroomadapter om
de camcorder van stroom te voorzien. (Een
stekkeradapter kan eventueel noodzakelijk zijn
voor aanpassing aan afwijkende
stopcontactontwerpen in verschillende landen.)
OPMERKINGEN:
● Het spanningslabel (serienummer) en
waarschuwingen voor de veiligheid zijn op het
onder- en/of achterpaneel van het hoofdtoestel
aangegeven.
● De informatie betreffende de stroomvoorziening
en de veiligheidswaarschuwing voor de
netadapter bevinden zich op de boven- en
onderkant daarvan.

Gebruikte batterijen
Niet weggooien, maar
inleveren als KCA.

Voorzichtig bij het vervangen van de lithium
batterij
Bij verkeerd gebruik van de in dit toestel
gebruikte lithiumbatterij kan gevaar van brand of
chemische verbranding ontstaan.
Derhalve mag u de batterij nooit herladen,
uiteennemen, verhitten boven 100°C of
verbranden.
Vervang de batterij door een Panasonic
(Matsushita Electric), Sanyo, Sony of Maxell
CR2025 batterij.
Er bestaat explosie- of brandgevaar als de
batterij niet op de juiste manier vervangen wordt.
● Gooi een gebruikte batterij onmiddellijk weg
(liefst op een milieuvriendelijke wijze,
bijvoorbeeld in een batterijbak of door hem
terug te brengen naar de foto- of
elektriciteitshandelaar).
● Houd de batterij buiten het bereik van
kinderen.
● Neem de batterij niet uiteen en gooi hem niet in
een open vuur.
Wanneer het toestel in een kast of op een plank
wordt gezet, moet u er op letten dat er voldoende
ventilatieruimte aan alle kanten van het toestel
overblijft (10 cm of meer aan beide zijkanten, aan
de bovenkant en aan de achterkant).
Blokkeer de ventilatie-openingen niet.
(Als de ventilatie-openingen geblokkeerd worden
door een krant, een kleedje of iets dergelijks, is
het mogelijk dat de warmte niet uit het toestel kan
ontsnappen.)
Zet geen open vuur, zoals een brandende kaars,
op het toestel.
Denk aan het milieu wanneer u batterijen
weggooit en volg de lokale regelgeving
aangaande het wegwerpen van deze batterijen
strikt op.
Het toestel mag niet worden blootgesteld aan
druppelend of spattend water.
Gebruik dit toestel niet in een badkamer of
andere plek waar water voorhanden is.
Zet ook geen voorwerpen met water of andere
vloeistoffen erin op het toestel (zoals cosmetica,
medicijnen, bloemenvazen, potplanten, kopjes
enz.).
(Als water of een andere vloeistof in het toestel
terecht komt, kan dit leiden tot brand of een
elektrische schok.)

3

4 NE
Richt de lens of de zoeker niet direct naar de zon.
Dit zou namelijk uw ogen kunnen beschadigen of
problemen in de werking van het interne circuit
kunnen veroorzaken met mogelijk brand of een
elektrische schok tot gevolg.
LET OP!
De volgende opmerkingen zijn uitermate
belangrijk en dienen beschadiging van het toestel
en letsel te voorkomen.
Bevestig de meegeleverde draagriem stevig en
gebruik deze altijd om de camera te dragen.
Draag de camcorder niet door deze aan de
zoeker en/of de LCD-monitor vast te houden. De
camcorder zou anders kunnen vallen of op een
andere manier worden beschadigd.
Let op dat uw vingers niet in de cassettehouder
vast komen te zitten. Let vooral op kinderen. De
camcorder is geen speelgoed.
Gebruik geen statief op een instabiel of scheef
oppervlak. Het statief zou anders om kunnen
vallen met ernstige beschadiging van de
camcorder tot gevolg.
LET OP!
Verbind geen kabels (audio/video, S-Video, enz.)
met de camcorder wanneer deze op de tv is
geplaatst en laat de camcorder niet op de tv
liggen. Lemand zou namelijk over de kabels
kunnen struikelen of er op gaan staan waardoor
de camcorder van de tv valt met beschadiging tot
gevolg.

Informatie voor gebruikers over de verwijdering van oude apparaten
[Europese Unie]
Dit symbool geeft aan dat elektrische en elektronische apparaten niet als huishoudelijk afval
mogen worden behandeld. Het product moet echter naar een plaats worden gebracht waar
elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled zodat het op de juiste manier kan
worden verwerkt, herwonnen en gerecycled in overeenstemming met de geldende wetgeving.

Waarschuwing:
dit symbool is
alleen gelig in
de Europese
Unie.

Als dit product op de correcte manier wordt verwijderd, draagt u bij tot het vrijwaren van
natuurlijke bronnen en voorkomt u voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden
kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer informatie over
verzamelplaatsen en het recyclen van dit product kunt u contact opnemen met de
gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval
of de winkel waar u het product hebt gekocht.
Er kunnen wellicht boetes worden gegeven voor onjuiste verwijdering van dit afval. Deze
boetes worden bepaald aan de hand van de geldende wetgeving.
(Bedrijven)
Als u dit product wilt verwijderen, bezoekt u onze webpagina www.jvc-europe.com voor meer
informatie over het retourneren van het product.
[Andere landen buiten de Europese Unie]
Als u dit product wilt verwijderen, moet u dit doen in overeenstemming met de geldende
wetgeving of andere regels in uw land voor de verwerking van oude elektrische en
elektronische apparaten.

NE

Voordat u deze camcorder gaat gebruiken
Gebruik uitsluitend cassettes voorzien van de
Mini DV-Markering
.
U moet er zeker van zijn dat u alleen
geheugenkaartjes gebruikt met het merkteken
of
.
Deze camcorder is uitsluitend ontworpen voor
gebruik met een digitale videocassette, SDgeheugenkaart of MultiMediaCard. Alleen cassettes
met het merkteken “
” en geheugenkaartjes
met het merkteken “
” of “
”
kunnen in dit toestel gebruikt worden.
Onthoud dat deze camcorder niet uitwisselbaar
met andere digitale videoformaten is.
Vergeet niet dat deze camcorder voor privégebruik is ontworpen.
Commercieel gebruik zonder de vereiste
toestemming is verboden. (Het wordt tevens
aanbevolen dat u vooraf toestemming heeft
gekregen voor het opnemen van bijvoorbeeld een
show, uitvoering, expositie of toneelstuk voor
persoonlijk gebruik.)
Maak altijd eerst een proefopname voordat u
een belangrijke opname wilt gaan maken.
Speel de proefopname af om na te gaan of het
beeld en geluid correct zijn opgenomen.
We raden u aan de videokoppen van uw
camcorder voor gebruik te reinigen.
Als u uw camcorder een tijd niet hebt gebruikt, is het
mogelijk dat de koppen vuil zijn.
We raden u aan de videokoppen regelmatig met
een los verkrijgbare reinigingscassette te reinigen.
Sla uw cassettebanden en de camcorder in de
juiste omgeving op.
De kans is groter dat uw videokoppen vuil worden
als u uw cassettebanden en camcorder op een
stoffige plek bewaart. Verwijder de cassettebanden
uit de camcorder en bewaar ze in cassettedoosjes.
Bewaar de camcorder in bijvoorbeeld een tas.
Gebruik de stand SP (Standard) voor belangrijke
video-opnamen.
In de stand LP (Long Play) kunt u 50% meer video
opnemen dan in de stand SP (Standard), maar het
is mogelijk dat u, afhankelijk van de
bandeigenschappen en de gebruiksomgeving, een
geblokt, gestoord beeld te zien krijgt tijdens de
weergave.
We raden u dan ook aan voor belangrijke opnamen
de stand SP te gebruiken.

5

Het is raadzaam cassettebanden van het merk
JVC te gebruiken.
Uw camcorder is compatibel met alle merken in de
handel verkrijgbare cassettebanden die aan de
MiniDV-norm voldoen, maar cassettebanden van
het merk JVC zijn ontworpen en geoptimaliseerd
voor de best mogelijke prestaties van uw
camcorder.
Lees ook “VOORZORGSMAATREGELEN” op
pagina 52 – 54.
● Microsoft® en Windows® zijn geregistreerde
handelsmerken of handelsmerken van Microsoft
Corporation in de Verenigde Staten en/of andere
landen.
● Macintosh is een gedeponeerd handelsmerk van
Apple Computer, Inc.
● QuickTime is een gedeponeerd handelsmerk van
Apple Computer, Inc.

6 NE
Belangrijkste kenmerken van deze camcorder
Wipe-/fade-effecten

Achtergrondlicht compenseren

Met de wipe-/fade-effecten kunt u
professionele scèneovergangen maken.
(墌 blz. 41)

Als u op de knop BACKLIGHT drukt, wordt
het donkere beeld met achtergrondlicht
langer belicht. (墌 blz. 40)
● U kunt ook een spotmeetgebied selecteren
om een nauwkeurigere
belichtingscompensatie uit te voeren.
(墌 blz. 40, Spotbelichtingsregeling)

Infaden

Uitfaden

Program AE, effecten en sluitereffecten
In de stand “SPORT” kunt u snel bewegende
beelden beeld voor beeld opnemen, voor
levendige, stabiele slowmotion. (墌 blz. 42)

Batterijstatus
U kunt de batterijstatus controleren door op
de knop DATA te drukken. (墌 blz. 14)
ACCUCONDITIE

100%

MAX TIJD
LCD
min

50%
ZOEKER

min

0%

Vertraagde opnamen
LED lamp
U kunt een onderwerp in het donker
verlichten met de LED-lamp. (墌 blz. 36)

U kunt kostbare of moeilijk zichtbare
momenten op vertraagde snelheid opnemen
en afspelen. Het geluid wordt op normale
snelheid opgenomen en afgespeeld.
(墌 blz. 36)

AUTO knop
U kunt de opnamestand schakelen tussen de
handmatige instelling en de
standaardinstelling van de camcorder met de
AUTO knop. (墌 blz. 15)

M

INHOUD

AAN DE SLAG

8 GEAVANCEERDE FUNCTIES

Merkteken ......................................................... 8
Meegeleverde accessoires ............................. 11
Stroomvoorziening.......................................... 13
Gebruiksstand................................................. 14
Datum/tijd instellen ......................................... 16
De handgreep verstellen................................. 16
De zoeker verstellen ....................................... 16
De helderheid van het LCD-scherm aanpassen... 17
Bevestigen op een statief ............................... 17
Plaatsen/verwijderen van een cassette .......... 17
Plaatsen/verwijderen van een geheugenkaart.... 18

VIDEOBEELDEN OPNEMEN EN WEERGEVEN 19
VIDEOBEELDEN OPNEMEN ................................. 19
Standaardopnames maken............................. 19
Resterende bandduur................................. 19
LCD-scherm en zoeker............................... 19
Zoomfunctie................................................ 20
Journalistenopnames ................................. 20
Interface-opname ....................................... 20
Tijdcode ...................................................... 21
Snelle controle............................................ 21
Opname midden op een band .................... 21

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN.............................. 21
Normale weergave.......................................... 21
Stilbeelden weergeven ............................... 22
Snelzoeken................................................. 22
Blanco gedeelten zoeken ........................... 22
Verbindingen met een tv of videorecorder...... 23
Weergeven met behulp van de
afstandsbediening ...................................... 24

DIGITALE STILBEELDCAMERA (D.S.C.)
OPNEMEN EN WEERGEVEN

26

D.S.C.-WEERGAVE............................................. 26
Basisopnames (D.S.C.-momentopname) ....... 26
Normale weergave van stilbeelden................. 26
Automatische weergave van beelden............. 27
Indexweergave van bestanden....................... 27
Weergave van aanduidingen op het scherm
verwijderen ................................................. 27

EXTRA FUNCTIES VOOR D.S.C............................ 27
De bestandsnaam opnieuw instellen .............. 27
Bestanden beveiligen ..................................... 28
Bestanden verwijderen ................................... 28
Afdrukinformatie instellen (instelling
AFDRUKINFO) ........................................... 29
Een geheugenkaart initialiseren ..................... 30

NE

7

31

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN ...31
De menu-instellingen wijzigen ........................ 31
Opnamemenu’s .............................................. 32
Weergavemenu’s............................................ 35

OPNAMEFUNCTIES ............................................ 36
LED lamp ........................................................ 36
Vertraagde opnamen ...................................... 36
Wide Mode (Breedbeeldstand) ....................... 37
Night-Scope .................................................... 37
Momentopnames (Stilstaand beeld opnemen op
band) .......................................................... 38
Handmatig scherpstellen ................................ 38
De belichting instellen..................................... 39
Diafragmablokkering....................................... 39
Achtergrondlicht compenseren ....................... 40
Spotbelichtingsregeling................................... 40
De witbalans aanpassen................................. 40
De witbalans handmatig aanpassen............... 41
Wipe- of fade-effecten .................................... 41
Program AE, effecten en sluitereffecten ......... 42

MONTEREN....................................................... 43
Naar een videorecorder dubben ..................... 43
Kopiëren naar of vanaf een videoapparaat dat is
voorzien van een DV-aansluiting
(digitaalkopiëren) ........................................ 44
Aansluiting op een pc ..................................... 45
Audiodubben................................................... 46
Invoegmontage ............................................... 46

VERWIJZINGEN

47

PROBLEMEN OPLOSSEN .................................... 47
ONDERHOUD DOOR DE GEBRUIKER ................... 51
VOORZORGSMAATREGELEN.............................. 52
SPECIFICATIES................................................... 55

TERMEN

Achterzijde

8 NE

AAN DE SLAG

Merkteken

16:9

NE

Knoppen

Aanduidingen

A Terugspoelknop [3] (墌 blz. 21)

X Lampje POWER/CHARGE (墌 blz. 13, 19)

Knop links [ ]
Knop voor snelle controle [QUICK REVIEW]
(墌 blz. 21)
B Instelknop [SET] (墌 blz. 15)
Batterijstatusknop [DATA] (墌 blz. 14)
C Stopknop [8] (墌 blz. 21)
Knop voor achtergrondlichtcompensatie
[BACKLIGHT] (墌 blz. 40)
Knop omlaag [ ]
D VIDEO/MEMORY Schakelaar (墌 blz. 15)
E Weergave-/pauzeknop [4/9] (墌 blz. 21)
Handmatige scherpstelknop [FOCUS]
(墌 blz. 38)
Knop omhoog [ ]
F 16:9-Breedbeeldknop [16:9] (墌 blz. 37)
Knop voor zoeken naar leeg gedeelte
[BLANK] (墌 blz. 22)
G Menuknop [MENU] (墌 blz. 31)
H Doorspoelknop [5] (墌 blz. 21)
Knop rechter [ ]
Nachtknop [NIGHT] (墌 blz. 37)
I Indexknop [INDEX] (墌 blz. 27)
Knop voor LED-lamp [LIGHT] (墌 blz. 36)
J Dioptrie-regelknop (墌 blz. 16)
K Knop voor automatisch [AUTO] (墌 blz. 15)
L Momentopnameknop [SNAPSHOT]
(墌 blz. 38)
Vertraagde opnamen (墌 blz. 36)
M Motorzoomhendel [T/W] (墌 blz. 20)
Volumeknop luidspreker [VOL. +, –] (墌 blz. 21)
N Accuvergrendelingsknop [PUSH BATT.]
(墌 blz. 13)
O Start-/stopknop voor opnemen (墌 blz. 19)
P Aan/uit-knop [REC, OFF, PLAY] (墌 blz. 14)
Q Blokkeerknop (墌 blz. 14)
R Schakelaar voor openen/uitwerpen cassette
[OPEN/EJECT] (墌 blz. 17)

Overige onderdelen

Aansluitingen
De aansluitingen bevinden zich achter de
klepjes.
S Audio-/Video-uitgangsaansluiting [AV]
(墌 blz. 23, 43)
T S-Video-Uitgang [S] (墌 blz. 23, 43)
U DC-ingangsaansluiting [DC] (墌 blz. 13)
V USB-aansluiting (Universal Serial Bus)
(墌 blz. 45)
W Digital Video-aansluiting [DV OUT] (i.Link*)
(墌 blz. 44, 45)
* i.LINK heeft betrekking op de IEEE1394-1995branchespecificatie en uitbreidingen daarvan. Het
logo geeft aan dat de producten geschikt zijn
voor i.LINK.

9

Y LCD-scherm (墌 blz. 19)
Z Zoeker (墌 blz. 16)
a Kaartsleufklepje [
] (墌 blz. 17)
b Accuhouder (墌 blz. 14)
c Schouderriemoogje (墌 blz. 12)
d Handgreepriem (墌 blz. 16)
e Luidspreker (墌 blz. 21)
f Lens
g LED lamp (墌 blz. 36)
h Camerasensor
(Zorg dat u dit gebied niet afdekt, aangezien
het een sensor bevat die nodig is om op te
nemen.)
i Stereomicrofoon
j Geleidepengat (墌 blz. 17)
k Statiefaansluiting (墌 blz. 17)
l Deksel van de cassettehouder (墌 blz. 17)
m Geheugenkaartsleuf (墌 blz. 18)

Aanduidingen op het LCD-scherm of
in de zoeker
Tijdens video-opnames
1 23

4
– – –min

LP

0

GELUID 12 B I T

9

15:55

8

PAUZ

5

WH

6

11 : 13 AM
DEC. 6 . 2006

7

a Aanduiding voor het lopen van de band
(墌 blz. 19)

B Aanduiding voor vertraagde opnamen
(墌 blz. 36)

C Opnamesnelheid (SP/LP) (墌 blz. 32)
D Resterende bandduur (墌 blz. 19)
E OPN: (Verschijnt tijdens het opnemen.)
(墌 blz. 19)
PAUZ: (Verschijnt in de stand Opnamestandby.) (墌 blz. 19)
SLOW: (Verschijnt tijdens het gebruik van
Vertraagde opnamen.) (墌 blz. 36)
VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

AAN DE SLAG

AAN DE SLAG

10 NE

AAN DE SLAG

F Aanduiding voor geselecteerd wipe-/fade-

H Aanduiding voor Programma AE-stand

effect (墌 blz. 41)
G Datum/Tijd (墌 blz. 34)
H Tijdcode (墌 blz. 34)
I Digitale beeldstabilisatiefunctie (“STABIEL”)
(墌 blz. 32)
J GELUID 12BIT/16BIT: Aanduiding van de
geluidsstand (墌 blz. 32)
(Verschijnt ongeveer vijf seconden lang nadat
u de camcorder hebt aangezet.)

Alleen tijdens D.S.C.-opnames
3

2

1
640

15

a Beeldgrootte: 640 (640 x 480) (墌 blz. 26)
B Beeldkwaliteit:
(FIJN) en
(STANDAARD) (in volgorde van kwaliteit)
(墌 blz. 34)
C Resterend aantal opnames (墌 blz. 26)
(Toont het geschatte aantal resterende
beelden dat nog kan worden opgeslagen
tijdens D.S.C.-opnamen.)

1
2
3
4
5
6
7
8

M

Wide (16:9)
mode
Indicator

qw

0

: Verschijnt tijdens het opnemen.
: Knippert (wit) wanneer geen
geheugenkaart is geladen.
: Knippert (geel) als de camcorder de
gegevens in de geheugenkaart leest.
M PHOTO: (Verschijnt wanneer u een
momentopname maakt.) (墌 blz. 38)
N
: Aanduiding voor spotbelichtingsregeling
(墌 blz. 40)
: Aanduiding voor
achtergrondlichtcompensatie (墌 blz. 40)
: Vergrendelingsaanduiding voor iris
(墌 blz. 39)
±: Aanduiding voor belichtingsinstelling
(墌 blz. 39)
O Aanduiding voor windruisvermindering
(墌 blz. 33)
P Datum (墌 blz. 16)
Q Aanduiding voor handmatig scherpstellen
(墌 blz. 38)

Tijdens 16:9-opnames

Zowel tijdens video- als D.S.C.-opnames
9

(墌 blz. 42)

I Zoomwaarde bij benadering (墌 blz. 20)
J Zoomaanduiding (墌 blz. 20)
K Opnamepictogram (墌 blz. 26)
L Kaartpictogram (墌 blz. 27)

16:9

10 x
PHOTO
3

e
r
t

D C. 6 . 2006

u

y

a Indicator batterijspanning
B Gebruiksstand
A : Automatische stand
M : Handmatige stand
C LED lampaanduiding (墌 blz. 36)
D
: Night-Scope-aanduiding (墌 blz. 37)
: Stand Gain Up (墌 blz. 33)
E Sluitertijd (墌 blz. 42)
F Witbalansaanduiding (墌 blz. 41)
G Aanduiding voor effectstand (墌 blz. 42)

25x

PHOTO
120min

Het onderste gedeelte van het scherm wordt
donker wanneer “16:9” wordt geselecteerd in
Wide Mode (墌 blz. 37). Sommige aanduidingen
worden in het gedeelte weergegeven.

AAN DE SLAG

Tijdens videoweergave
1

2

11

Tijdens D.S.C.-weergave
3

45

1

25min

100-0013

12BIT
HELDERHEID
–5

BLANCO ZOEKEN
ANNULEREN =
STOP INDRUKKEN

3

VOLUME

1:15 PM
1.1.2006

15:29:03

8

7

6

2

a Map-/bestandsnummer (墌 blz. 27)
B Aanduiding van gebruiksstand (墌 blz. 27)
C Aanduiding voor helderheidsinstelling
(LCD-scherm/zoeker) (墌 blz. 17)

a Indicator batterijspanning (墌 blz. 49)
B Aanduiding voor zoeken naar lege gedeelten

Meegeleverde accessoires

(墌 blz. 22)

C Bandsnelheid (SP/LP) (墌 blz. 35)
(Alleen de LP-aanduiding wordt
weergegeven)
D De Indicator van de cassette
E 4: Afspelen
5: Doorspoelen/snelzoeken
3: Terugspoelen/snelzoeken
9: Pauze
9 4: Voorwaartse beeld-voor-beeldweergave/slowmotion
Y 9: Achterwaartse beeld-voor-beeldweergave/slowmotion
D: Audiodubben
9D: Audiodubpauze
F Datum/tijd (墌 blz. 34)
G VOLUME: Aanduiding voor volumeniveau
(墌 blz. 21)
HELDERHEID: Aanduiding
helderheidsinstelling
(LCD-scherm/zoeker) (墌 blz. 17)
H Tijdcode (墌 blz. 35)
I Aanduiding van de geluidsstand (墌 blz. 35)

OF

a
b
c
d
e
f
g
h
i

OF

Netadapter AP-V17E, AP-V19E of AP-V14E
Netsnoer (alleen voor de AP-V14E)
Accu BN-VF707U
Audio-/videokabel (ø3,5 mini-stekker naar
RCA-stekker)
USB-kabel
Kernfilter (te bevestigen aan de USB-kabel,
墌 blz. 12 voor het bevestigen)
Cd-rom
Afstandsbediening RM-V720U
Lithiumbatterij CR2025* (voor afstandsbediening)

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

AAN DE SLAG

9

NE

12 NE

AAN DE SLAG

j Schouderriem (voor het bevestigen, zie de

3 Schuif de riemgeleider volledig naar het

rechter kolom)
k Lensdop (voor het bevestigen, zie de rechter
kolom)

oogje toe.

* Een lithiumbatterij (met isolatiefilm) werd in de
fabriek vooraf in de afstandsbediening
geïnstalleerd. Verwijder het isolatievelletje als u
de afstandsbediening wilt gebruiken.

Gesp
Riemgeleider

2
2

OPMERKINGEN:

● Om de optimale prestaties van uw camcorder te
waarborgen, kunt u de meegeleverde kabels
voorzien van een of meer kernfilters. Als een kabel
slechts voorzien is van één kernfilter, dient u het
uiteinde van de kabel dat het dichtst bij het
kernfilter zit op de camcorder aan te sluiten.
● Zorg dat u de aansluitingen tot stand brengt met de
meegeleverde kabels. Gebruik geen andere kabels.

De lensdop bevestigen
U kunt de lens beschermen
door de meegeleverde
lensdop op de in de
illustratie getoonde wijze
aan de camcorder te
bevestigen.

3

1
Oogje

Bevestigen van het kernfilter
Zet de kernfilters op de kabels vast. Kernfilters
verminderen de interferentie.

1 Maak de klemmetjes aan beide uiteinden van
het kernfilter los.

OPMERKING:
De lensdop is goed op de
camcorder geplaatst als de
dop rondom tegen de
camcorder aan drukt.

Klem

2 Leid de kabel door het kernfilter en laat
ongeveer 3 cm kabel over tussen de stekker en
het kernfilter.
Draai de kabel eenmaal om de buitenkant het
kernfilter heen, zoals staat aangegeven in de
afbeelding.
Hier plaatsen
tijdens opnemen.

3 cm

Kernfilter

Bevestigen van de schouderriem
Volg de illustraties.

1 Haal de riem door het oogje.
2 Buig de riem naar achteren en haal het
uiteinde ervan door de riemgeleider en de gesp.

Eenmaal opdraaien.

3 Sluit het kernfilter tot het dichtklikt.

● Om de lengte van de riem af te stellen, maakt u
hem eerst los en dan trekt u hem strak in de gesp.

OPMERKINGEN:

● Zorg dat u de kabel niet beschadigt.
● Wanneer u kabels aansluit, dient u het uiteinde
met het kernfilter op de camcorder aan te sluiten.

AAN DE SLAG

13

De accu losmaken

Stroomvoorziening
Met het dubbele stroomtoevoersysteem van
deze camcorder kunt u zelf de meest geschikte
stroombron kiezen. Gebruik de meegeleverde
stroomtoevoerapparaten niet voor andere
apparatuur.

De accu opladen

Schuif de batterij omhoog terwijl u op PUSH
BATT. drukt om deze te ontkoppelen.
Accu
BN-VF707U*
BN-VF714U
BN-VF733U

Oplaadtijd
Ong. 1 uur 30 min.
Ong. 2 uur 40 min.
Ong. 5 uur 40 min.

* Meegeleverd

PUSH
BATT.
Accu

Lampje
POWER/
CHARGE

Pijl

Naar
stopcontact

Aan/uit-knop

Netadapter (ex. AP-V17E)

1 Zet de aan/uit-knop op “OFF”.
2 Zorg dat de pijl op de accu naar beneden
wijst en druk de accu voorzichtig tegen de
accuhouder a.

3 Schuif de accu omlaag tot deze vastklikt b.
4 Sluit de netadapter aan op de camcorder.
5 Sluit het netsnoer aan op de netadapter.

(alleen AP-V14E)

6 Steek het uiteinde van het netsnoer in een
stopcontact. Het lampje POWER/CHARGE op
de camcorder gaat knipperen om aan te geven
dat het laden is begonnen.

● Dit product bevat gepatenteerde en andere
gelicentieerde technologie en werkt alleen met
JVC-Batterijstatus. Gebruik de JVC
BN-VF707U/VF714U/VF733U accu’s. Als u nietJVC-batterijen gebruikt, kan er schade aan het
interne oplaadsysteem ontstaan.
● Verwijder indien nodig eerst de beschermdop van
de accu.
● De camcorder kan tijdens het opladen niet worden
gebruikt.
● Het opladen is niet mogelijk bij gebruik van een
verkeerde accu.
● Het lampje POWER/CHARGE gaat mogelijk niet
branden wanneer u de accu voor het eerst
gebruikt of nadat u de accu lang niet heeft
gebruikt. U moet de accu in dat geval even van de
camcorder verwijderen en dan weer terug
plaatsen en opnieuw proberen te laden.
● Wanneer de gebruiksduur heel kort blijkt te zijn
hoewel de accu volledig opgeladen was, is de
accu versleten en zult u deze dienen te
vervangen. Koop in dat geval een nieuwe.
● Aangezien binnen in de netadapter elektriciteit
wordt verwerkt, wordt de adapter warm tijdens het
gebruik. Zorg dan ook dat u de adapter altijd in
een goed geventileerde ruimte gebruikt.
● Als u de optionele acculader AA-VF7 gebruikt,
kunt u de accu BN-VF707U/VF714U/VF733U
laden zonder de camcorder.
● Als er in de stand Opnamestand-by 5 minuten
verstrijken terwijl de cassette is geplaatst en er
geen bewerking wordt uitgevoerd (de “PAUZ”
aanduiding wordt niet weergegeven), wordt de
stroomtoevoer van de netspanningsadapter
automatisch uitgeschakeld. In dit geval begint het
opladen van de accu als de accu is aangesloten
op de camcorder.

7 Wanneer het lampje POWER/CHARGE
dooft, is het opladen voltooid. Trek de stekker
van de netadapter uit het stopcontact. Koppel de
netadapter van de camcorder los.
VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

AAN DE SLAG

OPMERKINGEN:

Accuhouder

Naar DCaansluiting

NE

14 NE

AAN DE SLAG

De accu gebruiken

Informatie over accu’s

Voer de stappen 2 – 3 van “De accu opladen” uit.

GEVAAR! Probeer de accu’s niet uit elkaar te
halen en stel ze niet bloot aan vlammen of
extreme hitte, want dit kan leiden tot brand of
een ontploffing.
WAARSCHUWING! Laat de accu of de
aansluitingen van de accu niet in contact komen
met metalen, want dit kan resulteren in
kortsluiting en kan mogelijk brand veroorzaken.
De accuspanningsindicatie weer terug zetten
op de juiste instelling
Wanneer de accuspanningsindicatie niet
overeenkomt met de juiste accuspanning, dient u
de accu volledig op te laden en weer te ontladen.
Het is echter mogelijk dat u deze functie niet meer
op de juiste instelling kunt terugzetten als de accu
lange tijd onder extreem hoge/lage temperaturen
is gebruikt of te vaak is opgeladen.

Maximale continue opnametijd
Accu
BN-VF707U*
BN-VF714U
BN-VF733U

LCD-scherm
Zoeker
ingeschakeld
ingeschakeld
1 uur 45 min. 2 uur
3 uur 35 min. 4 uur
8 uur 25 min. 9 uur 25 min.

* Meegeleverd

OPMERKINGEN:

● De opnametijd zal onder de volgende
omstandigheden aanzienlijk korter uitvallen:
• Als u de zoomstand of de stand Opnamestandby regelmatig inschakelt.
• Als het LCD-scherm vaak wordt gebruikt.
• Als u regelmatig de weergavestand inschakelt.
• Als de LED lamp wordt gebruikt.
● Voordat u een langere periode met de camcorder
gaat opnemen, is het raadzaam genoeg accu’s bij
de hand te hebben voor ongeveer 3 maal de
geplande opnameduur.

LET OP:
Zorg voordat u de stroombron loskoppelt dat de
spanning van de camcorder is uitgeschakeld. Dit
nalaten kan een onjuist functioneren veroorzaken.

Batterijstatussysteem
U kunt de resterende batterijspanning en de
resterende opnametijd controleren.
1) Controleer of de batterij is geplaatst en of de
aan/uit-knop op “OFF” staat.
2) Open de LCD-scherm volledig.
3) Druk op DATA. Het batterijstatusscherm
verschijnt.
● U kunt dit op de zoeker weergeven wanneer
het LCD-scherm is gesloten.
● Het wordt 3 seconden weergegeven als u op
de knop drukt en deze meteen loslaat, en 15
seconden als u de knop enkele seconden
ingedrukt houdt.
● Wanneer “COMMUNICATIEFOUT” verschijnt
in plaats van de batterijstatus, zelfs als u een
aantal keren op DATA hebt gedrukt, kan er een
probleem zijn met de batterij. Neem in dat
geval contact op met de dichtstbijzijnde JVCleverancier.

Netstroom gebruiken
Voer de stappen 4 – 5 van “De accu opladen” uit.

OPMERKING:
De bijgeleverde netadapter kiest automatisch het
voltage binnen het bereik van 110 V t/m 240 V
wisselstroom.

Gebruiksstand
U zet de camcorder aan door de aan/uit-knop op
een van de gebruiksstanden te zetten (niet op
“OFF”) terwijl u de blokkeerknop op de aan/uitknop ingedrukt houdt.
Lampje
Blokkeerknop POWER/
CHARGE
VIDEO/
MEMORY AUTOMENU

Aan/uit-knop

Kies de gewenste gebruiksstand met de aan/uitknop en de schakelaar VIDEO/MEMORY.
Stand aan/uit-knop
REC:
● Hiermee kunt u opnemen op de band.
● Hiermee kunt u verschillende
opnamefuncties instellen met de menu's.
(墌 blz. 31)
OFF:
Hiermee zet u de camcorder uit.

AAN DE SLAG

Stand van de schakelaar VIDEO/MEMORY
VIDEO:
Hiermee kunt u beelden op een band
opnemen of een band afspelen. Als
“OPNEMEN OP” is ingesteld op “
/
”
(墌 blz. 34), worden stilbeelden zowel op de
band als op de geheugenkaart opgenomen.
MEMORY:
Hiermee kunt u opnemen op een
geheugenkaart of toegang krijgen tot
gegevens die op een geheugenkaart zijn
opgeslagen.

Automatische/Handmatige Stand
Druk herhaaldelijk op de AUTO knop om te
schakelen tussen de automatische of
handmatige opnamestand. Als de handmatige
modus is geselecteerd, wordt de aanduiding “M”
weergegeven op het LCD-scherm.
Automatische stand: A
U kunt opnemen zonder speciale effecten of
handmatige aanpassingen.
Handmatige stand: M
Handmatige opname is mogelijk als u
verschillende functies instelt.

M

15

Aan-/uitzetten
Als de aan/uit-knop is ingesteld op “REC”, kunt u
de camcorder ook aan-/uitzetten door het LCDscherm te openen/sluiten of door de zoeker uit
te trekken/in te duwen.
INFORMATIE:
In de hiernavolgende beschrijvingen wordt
aangenomen dat u de LCD-scherm gebruikt
tijdens de bedieningen. Als u de zoeker wilt
gebruiken, vouw dan de LCD-scherm dicht en
trek de zoeker volledig naar buiten.

Taalinstellingen
U kunt de taal op de display wijzigen. (墌 blz. 34)

1 Houd de blokkeerknop
op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/
uit-knop op "REC".
2 Open de LCD-scherm
volledig. (墌 blz. 19) Zet
de opnamestand op “M”.
(墌 blz. 15)

LANGUAGE

0001

DEMO

3 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
4 Druk op , , of om
“DISPLAY” (CAMERAWEERGAVE) te
selecteren. Druk op SET. Het menu DISPLAY
(CAMERAWEERGAVE) verschijnt.

5 Druk op , , of om “LANGUAGE” te
selecteren. Druk op SET.
6 Druk op

of
om de gewenste taal te
selecteren en druk op SET of .
● Druk op
als u wilt
annuleren of wilt
terugkeren naar het vorige
menuscherm.

7 Druk op MENU. Het
menuscherm wordt
gesloten.

AAN DE SLAG

PLAY:
● Hiermee kunt u de op band opgenomen
beelden afspelen.
● Hiermee kunt u een op een geheugenkaart
opgeslagen stilbeeld weergeven of
overbrengen naar een computer.
● Hiermee kunt u via de menu’s verschillende
opnamefuncties instellen. (墌 blz. 31)

NE

16 NE

AAN DE SLAG

Datum/tijd instellen

De handgreep verstellen

De datum en tijd worden automatisch altijd op
de band opgenomen. U kunt tijdens de
weergave kiezen of u de datum al dan niet wilt
weergeven. (墌 blz. 31, 34)

1 Voer de stappen 1 – 4 in “Taalinstellingen” in
de linkerkolom uit.

2 Druk op

, ,
of
om “KLOK INST”, te
selecteren en druk op SET. De datumnotatie
wordt gemarkeerd.

3 Druk op of om de
gewenste datumnotatie te
selecteren en druk op SET
of . Kies uit
“MONTH.DATE.YEAR”,
“DATE.MONTH.YEAR” en
“YEAR.MONTH.DATE”.

KLOK INST

DATE . M ONTH . YEAR

1 Pas de klittenbandstrip
aan.

2 Plaats uw rechterhand
door de lus en houd de
greep vast.

3 Plaats uw duim en uw
vingers zo door de
handgreep dat u de start-/
stopknop voor opnemen,
de aan/uit-knop en de
motorzoomhendel eenvoudig kunt bedienen.
Stel de klittenbandstrip naar wens in.

2 4h

01. 0 1 . 2 006
0 0 : 00

4 Druk op

of
om de gewenste tijdsnotatie
te selecteren en druk op SET of . Kies uit
"24h" en "12h".

5 Stel het jaar, de maand, de dag, het uur en
de minuten in. Druk op
of
om de waarde te
selecteren en druk op SET of . Herhaal deze
stap tot u alle instellingen hebt opgegeven.

De zoeker verstellen
1 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en draai de aan/uit-knop naar “REC”.

2 Controleer of het LCD-scherm gesloten en
vergrendeld is. Trek de zoeker helemaal uit en
stel deze met de hand optimaal in.

3 Draai aan de dioptrie-regelknop totdat de
aanduidingen in de zoeker scherp zijn.
Voorbeeld:

OPMERKING:
Druk op
instelling.

om terug te keren naar de vorige

6 Druk op MENU. Het menuscherm wordt
gesloten.

Dioptrie-regelknop

LET OP:
Let op dat u uw vingers niet bezeert wanneer u de
zoeker uittrekt.

AAN DE SLAG

De helderheid van het LCD-scherm
aanpassen
1 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en draai de aan/uit-knop naar “REC”
of “PLAY”.
Als u de opnamestand
hebt ingeschakeld, stelt u
de opnamestand in op
“M”.

NE

17

Plaatsen/verwijderen van een
cassette
Om een cassette te kunnen plaatsen of
verwijderen, moet u de camcorder eerst aanzetten.
OPEN/EJECT
PUSH

Deksel van de
cassettehouder

● Als u de helderheid van de
zoeker wilt aanpassen,
trekt u de zoeker volledig
naar buiten en stelt u
“VOORRANG” in op
“ZOEKER” (墌 blz. 31, 33).

AAN DE SLAG

2 Open de LCD-scherm
volledig. (墌 blz. 19)
MENU

HELDERHEID
3 Druk op MENU. Het
menuscherm verschijnt.
Als de weergavestand is geactiveerd, gaat u
verder met stap 5.

4 Druk op

, ,
of
om “DISPLAY”
(CAMERAWEERGAVE) te selecteren en druk
op SET. Het menu DISPLAY
(CAMERAWEERGAVE) verschijnt.

5 Druk op

of
om “HELDERHEID” te
selecteren en druk op SET of . Het
menuscherm wordt gesloten en het menu voor
de helderheid wordt weergegeven.

6 Druk op of tot de gewenste helderheid
is bereikt en druk op SET of .
7 Druk op MENU om de helderheidsaanduiding
vanaf het display te wissen.

Bevestigen op een statief
Als u de camcorder op
een statief wilt plaatsen,
plaatst u de geleidepen
en de schroef op de
juiste positie precies voor
de statiefaansluiting en
het geleidepengat van de
camcorder. Draai de
schroef vervolgens met
de klok mee vast.
● Sommige statieven zijn niet voorzien van
geleidepennen.

Wisbeveiligin
Cassettehouder
gsknopje
Zorg dat de vensterkant naar
buiten is gericht.

1 Verschuif OPEN/EJECT en houd deze in de
richting van de pijl gedrukt. Trek vervolgens het
deksel van de cassettehouder open tot het
vastklikt. De houder wordt automatisch geopend.
● Raak de interne onderdelen niet aan.

2 Plaats of verwijder een cassette en druk op
“PUSH” (druk hier) om de cassettehouder te
sluiten.

● U mag alleen op het met “PUSH” aangeduide deel
drukken om de cassettehouder te sluiten; als u
andere onderdelen aanraakt, kan uw vinger klem
komen te zitten in de cassettehouder, hetgeen
kan leiden tot letsel of tot schade aan het toestel.
● Wanneer de cassettehouder eenmaal is gesloten,
wordt deze automatisch verder in het
mechanisme getrokken. Wacht totdat de houder
geheel in het mechanisme is getrokken alvorens
het deksel van de cassettehouder te sluiten.
● Als de accu bijna leeg is, kan het zijn dat u het
deksel van de cassettehouder niet kunt sluiten.
Forceer de houder niet. Vervang de accu door een
volledig opgeladen accu of sluit de camcorder aan
op het lichtnet voordat u verdergaat.

3 Doe het deksel van de cassettehouder goed
dicht totdat deze op zijn plaats vastklikt.

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

18 NE

AAN DE SLAG

U beschermt uw opnamen als volgt
Schuif het wisbeveiligingsknopje aan de
achterkant van de cassette in de richting van
“SAVE”. Hierdoor kan er niet meer over een
reeds bestaande opname op de cassette
worden opgenomen. Als u op deze cassette wilt
opnemen, moet u het knopje terugschuiven in
de richting van “REC” voordat u de cassette in
het toestel plaatst.

Plaatsen/verwijderen van een
geheugenkaart
Kaartsleufklepje (

)
Etiket

OPMERKINGEN:

● Wij adviseren u JVC digitale videocassettes te
gebruiken om verzekerd te kunnen zijn van
optimale prestaties met uw JVC digitale
videocamera.
● Wanneer u een paar seconden wacht en de
cassettehouder niet opengaat, moet u het deksel
van de cassettehouder eerst even sluiten en het
dan nogmaals proberen. Als de cassettehouder
dan nog niet opengaat, zet u de camcorder uit,
wacht u even en zet u de camcorder weer aan.
● Als de cassette niet correct wordt geladen, opent
u het deksel van de cassettehouder volledig en
verwijdert u de cassette. Probeer de cassette na
een paar minuten opnieuw te plaatsen.
● Wanneer u de camcorder plotseling van een
koude plaats naar een warme ruimte verplaatst,
moet u even wachten met het openen van het
deksel van de cassettehouder.

Geheugenkaart
(optioneel)
Wis-/schrijfbeveiligingsknopje

Schuine rand

1 Zorg dat de camcorder uit staat.
2 Open het kaartsleufklepje ( ).
3 U plaatst een geheugenkaart door deze
stevig in de sleuf te drukken met de schuine
rand eerst.
U verwijdert een geheugenkaart door er
eenmaal op te drukken. Wanneer de
geheugenkaart dan uit de sleuf komt, trekt u de
kaart er helemaal uit.
● Raak het contactpunt aan de achterzijde van de
etiketkant niet aan.

4 Sluit het kaartsleufklepje.
Waardevolle bestanden beveiligen (alleen
beschikbaar voor SD-geheugenkaart)
Schuif het wis-/schrijfbeveiligingsknopje aan de
zijkant van de geheugenkaart naar de tekst
“LOCK” toe. Hierdoor voorkomt u dat over de op
de geheugenkaart aanwezige bestanden kan
worden opgenomen. Als u op deze geheugenkaart
wilt opnemen, schuift u de knop weg van de tekst
“LOCK” voordat u de kaart in het toestel plaatst.

OPMERKINGEN:

● Sommige merken geheugenkaart kunnen niet in
deze camcorder worden gebruikt. Raadpleeg de
fabrikant of de dealer voor u een geheugenkaart
aanschaft.
● Voor u een nieuwe geheugenkaart kunt gebruiken,
moet u deze eerst formatteren. (墌 blz. 30)

LET OP:
Plaats of verwijder de geheugenkaart niet terwijl de
camcorder aan staat. Hierdoor kunnen de op de
geheugenkaart opgeslagen gegevens onleesbaar
worden of kan de camcorder mogelijk niet meer
herkennen of er al dan niet een kaart in het toestel
aanwezig is.

VIDEOBEELDEN OPNEMEN

OPMERKING:
Voer voordat u verdergaat de onderstaande
procedures uit:
● Stroomvoorziening (墌 blz. 13)
● Een cassette plaatsen (墌 blz. 17)
VIDEO/MEMORY
Motorzoomhendel

Lampje POWER/CHARGE
Blokkeerknop
Start-/stopknop voor
opnemen

1 Verwijder de lensdop. (墌 blz. 12)
2 Open het LCD-scherm volledig.
3 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“VIDEO”.
4 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en draai de aan/uit-knop naar “REC”.

● Het lampje POWER/CHARGE gaat aan en de
camcorder wordt in de opnamewachtstand gezet.
De tekst “PAUZ” verschijnt.
● Als u wilt opnemen met de opnamesnelheid LP
(Long Play), 墌 blz. 32.

5 U begint met opnemen door de start/stop-knop
voor opnemen in te drukken. Terwijl de opname
bezig is, wordt “T OPN” op het display getoond.
6 Het opnemen wordt stopgezet als u
nogmaals op de start/stop-knop voor opnemen
drukt. De camcorder wordt nu weer in de stand
Opnamestand-by geplaatst.
Opnametijd bij benadering
Opnamesnelheid

Band
30 min.

SP
30 min.

LP
45 min.

60 min.

60 min.

90 min.

80 min.

80 min.

120 min.

OPMERKINGEN:

● Wanneer de stand Opnamestand-by 5 minuten
ononderbroken ingeschakeld blijft en er geen
bewerking wordt uitgevoerd (de “T PAUZ”
aanduiding wordt wellicht niet weergegeven),
wordt de camcorder automatisch uitgeschakeld.
Als u de camcorder weer wilt inschakelen, drukt u
de zoeker in en trekt u deze uit of sluit en opent u
het LCD-scherm.

19

Resterende bandduur
Op het LCD-scherm staat
62 min
aangegeven hoeveel tijd er
nog ongeveer op de band
over is. “---min” betekent dat
de resterende duur op dat
moment wordt berekend. Als de resterende
bandduur 2 minuten bereikt, beginnen de cijfers
op het scherm te knipperen.

● De tijd die nodig is om de resterende bandduur te
berekenen en weer te geven evenals de
nauwkeurigheid van de berekening kunnen
variëren naar gelang het gebruikte bandtype.

LCD-scherm en zoeker
Opnemen met het LCD-scherm:
Controleer of de zoeker helemaal ingedrukt is.
Trek aan het uiteinde
van het LCD-scherm en
open het scherm volledig. Het LCD-scherm kan
270° draaien (90° naar beneden, 180° naar
boven).
Opnemen met de zoeker:
Controleer of het LCD-scherm gesloten en
vergrendeld is. Trek de zoeker helemaal uit.
180˚

90˚

OPMERKINGEN:

● Het beeld wordt nooit tegelijkertijd op het LCDscherm en in de zoeker weergegeven. Als u de
zoeker uittrekt terwijl het LCD-scherm geopend is,
kunt u kiezen welke van de twee u wilt gebruiken.
Stel “VOORRANG” via het menu SYSTEEM op de
gewenste stand in. (墌 blz. 31, 33)
● Overal op het LCD-scherm of in de zoeker kunnen
fel gekleurde punten verschijnen. Dit is normaal
en duidt niet op een defect. (墌 blz. 48)

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VIDEOBEELDEN OPNEMEN EN WEERGEVEN

Standaardopnames maken

NE

● De tijdcode wordt onderbroken en er worden
mogelijk fouten bij het monteren gemaakt als er
een leeg gedeelte tussen opgenomen scènes op
de band voorkomt. Zie “Opname midden op een
band” (墌 blz. 21) als u dit wilt vermijden.
● Om de pieptoon uit te schakelen, 墌 blz. 31, 33.

20 NE

VIDEOBEELDEN OPNEMEN

Zoomfunctie

Journalistenopnames

In- en uitzoomen of het direct vergroten of
verkleinen van een beeld.

In sommige situaties
kunnen andere
opnamehoeken meer
spectaculaire resultaten
opleveren dan bij
normale opnames. Houd
de camcorder in de
gewenste stand en draai
het LCD-scherm in de
juiste richting. Het LCDscherm kan 270° draaien
(90° naar beneden, 180°
naar boven).

Inzoomen
Verschuif de motorzoomhendel naar “T”.
Uitzoomen
Verschuif de motorzoomhendel naar “W”.

● Het zoomen wordt sneller uitgevoerd naarmate u
de motorzoomhendel verder weg drukt.
Inzoomen (T: Telephoto (teleopname))
1x
10x
20x
40x

Interface-opname
Uitzoomen (W: Wide angle
(breedhoekopname))
10 x

Digitaal zoombereik
32X (optisch) zoombereik
Zoomwaarde bij
benadering

OPMERKINGEN:

● Scherpstellen is soms niet eenvoudig tijdens het
in-/uitzoomen. U kunt dan de zoomwaarde
instellen terwijl de camcorder in de stand
Opnamestand-by staat, de scherpstelling
(墌 blz. 38) handmatig vastzetten en vervolgens
in- of uitzoomen in de opnamestand.
● U kunt tot 800X inzoomen of overschakelen naar
een optische vergroting van maximaal 32X.
(墌 blz. 33)
● Inzoomen met een sterkere vergroting dan 32X
gebeurt op digitale wijze en wordt om die reden
digitaal inzoomen genoemd.
● Bij het digitaal inzoomen kan de beeldkwaliteit
nadelig worden beïnvloed.
● U kunt niet digitaal inzoomen als de schakelaar
VIDEO/MEMORY op “MEMORY” staat.
● Macro-opnamen (tot ongeveer 5 cm vanaf het
onderwerp) zijn mogelijk wanneer de
motorzoomhendel helemaal op “W” is ingesteld. Zie
ook “MACRO” in het menu FUNCTION op bladzijde
32.
● Als u een onderwerp filmt dat zich dicht bij de lens
bevindt, moet u eerst uitzoomen. Als in de
autofocusstand is ingezoomd, is het mogelijk dat
automatisch wordt uitgezoomd als de afstand
tussen camcorder en onderwerp dit vereist. Dit
gebeurt niet als “MACRO” is ingesteld op “AAN”.
(墌 blz. 32)

De persoon die u opneemt, kan zichzelf bekijken
in het LCD-scherm en u kunt ook uzelf opnemen
terwijl u uw eigen beeld bekijkt in het LCDscherm.
1) Open het LCD-scherm en kantel het scherm
180° naar boven zodat het LCD-scherm naar
buiten wijst. Schuif vervolgens de zoeker
volledig uit.
2) Richt de lens op het onderwerp (op uzelf als u
een zelfopname maakt) en start de opname.

● Tijdens de interfaceopname wordt het beeld
op het scherm
omgekeerd
weergegeven, net zoals
in een spiegel. Het beeld
wordt echter niet
omgekeerd opgenomen.
● Als Snelle controle
(墌 blz. 21) wordt
uitgevoerd tijdens de
interface-opname, wordt
het LCD-scherm
uitgeschakeld.
● Controleer in dat het geval het weergegeven beeld
in de zoeker. Als u het weergegeven beeld in

het LCD-scherm wilt controleren, sluit u de
zoeker.

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN

NE

21

Tijdcode

Snelle controle

Tijdens het opnemen wordt een tijdcode op de
band aangebracht. Met deze code kunt u de
plaats van een opgenomen scène op de band
tijdens de weergave controleren.

Hiermee kunt u het einde van de laatste opname
controleren.
1) Druk tijdens de opname-standbymodus op
QUICK REVIEW.
2) De tape wordt enkele seconden
teruggespoeld en automatisch afgespeeld, en
wordt vervolgens in de opname-standbymodus
gepauzeerd voor de volgende opname.

Minuten
Seconden

12 : 34 : 24

Beelden*
(25 beelden =
1 seconde)

* Beeldnummers worden tijdens de opname niet
getoond.

Indien u de opname vanaf een blanco gedeelte
start, begint de tijdcode te lopen vanaf “00:00:00”
(minuten:seconden:frame). Indien u vanaf een
reeds opgenomen gedeelte start, zal de tijdcode
vanaf het laatste tijdcodenummer verder lopen.
De tijdcode wordt onderbroken wanneer er
tijdens het opnemen halverwege de cassette een
blanco gedeelte op de band wordt gelaten. Bij het
hervatten van de opname begint de tijdcode weer
te lopen bij “00:00:00”. Er zullen in dat geval
mogelijk dezelfde tijdcodes worden aangebracht
als bij eerder opgenomen scènes. U kunt dit
voorkomen door “Opname midden op een band”
(墌 blz. 21) in de volgende gevallen uit te voeren:
● Als u na weergave van een opgenomen cassette
de opname op deze cassette wilt vervolgen.
● Als tijdens het opnemen de stroomtoevoer wordt
onderbroken.
● Als u tijdens het opnemen de cassette verwijdert
en weer terugplaatst.
● Als u op een gedeeltelijk opgenomen cassette wilt
opnemen.
● Als u op een leeg gedeelte tussen opnamen op de
cassette wilt opnemen.
● Als u na opname van een scène het opnemen
hervat en vervolgens het deksel van de
cassettehouder opent en weer sluit.

OPMERKINGEN:

● De tijdcode kan niet op nul worden gezet.
● Tijdens het snel door- en terugspoelen zal de
weergave van de tijdcode mogelijk niet soepel
lopen.
● De tijdcode wordt alleen weergegeven als
“TIJDCODE” is ingesteld op “AAN”. (墌 blz. 34)

● Bij het begin van het afspelen kan vervorming
optreden. Dit is normaal.

Opname midden op een band
1) Speel de band af of gebruik de functie voor
het zoeken naar blanco gedeelten (墌 blz. 22)
om het punt op te zoeken waarvandaan u de
opname wilt laten beginnen en schakel
vervolgens de stilbeeldweergavestand in. (Zie
de rechter kolom.)(墌 blz. 22)
2) Zet de aan/uit-knop op “REC” terwijl u de
blokkeerknop op de aan/uit-knop ingedrukt
houdt en begin vervolgens op te nemen.

Normale weergave
5
4/9
3

VOL. +/–
Blokkeerknop

Luidspreker
VIDEO/
MEMORY

Aan/uit-knop

8

1 Plaats een cassette. (墌 blz. 17)
2 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“VIDEO”.

3 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “PLAY”.
4 Druk op 4/9 om de weergave te starten.
5 Druk op 8 om de weergave te stoppen.

● Druk in de stopstand op 3 om de band terug te
spoelen of op 5 om de band snel door te
spoelen.

Het volume van de luidspreker regelen
Verschuif de motorzoomhendel (VOL. +/–) naar
“+” om het volume te verhogen of naar “–” om
het te verlagen.
VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VIDEOBEELDEN OPNEMEN EN WEERGEVEN

Display

22 NE

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN

OPMERKINGEN:

● U kunt het weergegeven beeld op het LCDscherm, in de zoeker of op een aangesloten tv
bekijken. (墌 blz. 23)
● Als de stopstand 5 minuten lang ingeschakeld
blijft wanneer een accu de stroombron is, wordt de
camcorder automatisch uitgezet. Om de
camcorder weer aan te zetten, dient u de aan/uitknop eerst naar “OFF” en vervolgens naar “PLAY”
te draaien.
● Wanneer een kabel is aangesloten op de S/AVaansluiting, wordt via de luidspreker geen geluid
weergegeven.

Stilbeelden weergeven
Deze functie onderbreekt de weergave van
videobeelden.
1) Druk tijdens de weergave op 4/9.
2) Druk nogmaals op 4/9 om de weergave te
hervatten.
● Als een stilbeeld langer dan 3 minuten wordt
weergegeven, wordt de stopstand van de
camcorder automatisch ingeschakeld.

Snelzoeken
Deze functie laat u tijdens de weergave van
videobeelden met hoge snelheid in voor- of
achterwaartse richting zoeken.
1) Druk op 5 voor voorwaarts zoeken of op
3 voor achterwaarts zoeken.
2) Druk op 4/9 om de normale weergave te
hervatten.

● Houd tijdens de weergave 5 of 3 ingedrukt.
Het zoeken zal doorgaan zo lang u de toets
ingedrukt houdt. De normale weergave start weer
zodra u de toets loslaat.
● Tijdens het snelzoeken met hoge snelheid krijgt
het beeld mogelijk een mozaïekachtig effect. Dit is
normaal en duidt niet op een defect.

LET OP:
Tijdens het snelzoeken zijn
delen van het beeld mogelijk
niet duidelijk zichtbaar, met
name aan de linkerzijde van
het scherm.

Blanco gedeelten zoeken
Deze functie helpt u een plek in het midden van
de band te vinden waar u een nieuwe opname
kunt beginnen zonder tijdcodes te verstoren.
(墌 blz. 21)

1 Plaats een cassette. (墌 blz. 17)
2 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“VIDEO”.

3 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “PLAY”.

4 Druk op BLANK. Het menuscherm
verschijnt.

● De aanduiding “BLANCO ZOEKEN” verschijnt en
de camcorder gaat automatisch voor- of
achterwaarts zoeken en stopt bij een punt op de
band dat zich ongeveer 3 seconden vóór het
gevonden blanco gedeelte bevindt.
● Als u het zoeken naar een blanco gedeelte
halverwege wilt annuleren, drukt u op 8 of
BLANK.

OPMERKINGEN:

● Voordat wordt gezocht naar blanco gedeelten, als
de huidige positie een blanco gedeelte is, zoekt
de camcorder in achterwaartse richting. Als de
huidige positie een opgenomen gedeelte is, zoekt
de camcorder in voorwaartse richting.
● Als tijdens het zoeken naar een blanco gedeelte
het begin of het einde van de band wordt bereikt,
stopt de camcorder automatisch.
● Het is mogelijk dat blanco gedeelten van minder
dan 5 seconden niet worden teruggevonden.
● Het gevonden blanco gedeelte kan tussen twee
reeds opgenomen scènes liggen. Voor u begint
met opnemen moet u daarom controleren of er
zich na het gevonden blanco gedeelte geen ander
materiaal bevindt.

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN

NE

23

1 Zorg dat alle apparaten zijn uitgeschakeld.
2 Sluit de camcorder op een tv of videorecorder

Verbindingen met een tv of
videorecorder

aan zoals in de afbeelding wordt getoond.
Als u een videorecorder gebruikt, gaat u naar
stap 3.
Anders, gaat u naar stap 4.

Naar S-aansluiting

3 Verbind de videorecorderuitgang met de tvingang (zie de gebruiksaanwijzing van uw
videorecorder).
4 Zet de camcorder, videorecorder en tv aan.
5 Zet de videorecorder in de AUX-invoerstand

Naar AVaansluiting

en de tv in de videostand.

Audio-/
videokabel
(bijgeleverd)

1

S-kabel
(optioneel)

2

Videorecorder

3

Instellen of de volgende aanduidingen al dan
niet op de aangesloten tv moeten worden
weergegeven

4

TV

A Geel naar VIDEO IN (aansluiten wanneer uw
tv/videorecorder alleen A/Vingangsaansluitingen heeft.)
B Rood naar AUDIO R IN*
C Wit naar AUDIO L IN*
D Zwart naar S-VIDEO IN (aansluiten wanneer
uw tv/videorecorder een S-VIDEO IN- en een
A/V-ingangsaansluiting heeft. In dit geval is
het niet nodig om de gele videokabel aan te
sluiten.)
* Niet vereist als u alleen stilbeelden wilt
weergeven.

OPMERKING:
De S-videokabel is optioneel. Gebruik de
YTU94146A S-videokabel. Neem voor meer
informatie over de beschikbaarheid van deze kabel
contact op met het JVC Service Centre dat wordt
beschreven op het vel dat in de verpakking is
bijgeleverd. Sluit het uiteinde met het kernfilter aan
op de camera. Het kernfilter vermindert storing.

● Datum/tijd
Stel “DATUM/TIJD” in op “AAN” of op “UIT”.
(墌 blz. 31, 35)
Of druk op DISPLAY op de afstandsbediening om
de datumaanduiding in of uit te schakelen.
● Tijdcode
Stel “TIJDCODE” in op “AAN” of op “UIT”.
(墌 blz. 31, 35)
● Andere aanduidingen dan datum/tijd en tijdcode
Stel “OP SCHERM” in op “UIT”, “LCD” of op “LCD/
TV”. (墌 blz. 31, 35)

OPMERKINGEN:

● Gebruik bij voorkeur de netadapter als
spanningsbron in plaats van de accu.
(墌 blz. 14)
● Om de beelden en het geluid van de camcorder te
kunnen volgen zonder een cassette of
geheugenkaart in het toestel te doen, zet u de
aan/uit-knop op “REC” en zet u vervolgens uw tv
in de juiste stand.
● Zorg dat het volume van de tv zo laag mogelijk
staat om te voorkomen dat er plotseling veel
lawaai klinkt wanneer u de camcorder aanzet.

VIDEOBEELDEN OPNEMEN EN WEERGEVEN

6 Begin met afspelen op de camcorder.
(墌 blz. 21)

24 NE

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN

Weergeven met behulp van de
afstandsbediening
U kunt de afstandsbediening met volledige
functionaliteit gebruiken om de camcorder op
afstand te bedienen en om basishandelingen
van de videorecorder (weergave, stoppen,
pauze, doorspoelen, terugspoelen) uit te voeren.
Bovendien zijn er aanvullende weergavefuncties
mee mogelijk. (墌 blz. 25)

Installeren van de batterij
De afstandsbediening
gebruikt één lithiumbatterij
(CR2025).

1 Trek de batterijhouder

2

● Hiervandaan wordt het infraroodsignaal verzonden.

De volgende knoppen zijn alleen beschikbaar
als de aan/uit-knop van de camcorder is
ingesteld op “PLAY”.
B PAUSE knop
● Hiermee onderbreekt u de weergave
(墌 blz. 25)

Omhoogknop (墌 blz. 25)

C Terugspoelknop (SLOW) (墌 blz. 25)
D REW knop

● Snel achterwaarts zoeken/snel voorwaarts
zoeken op een band (墌 blz. 22)
● Hiermee geeft u het vorige bestand op de
geheugenkaart weer (墌 blz. 26)

Linker knop (墌 blz. 25)

1

naar buiten door op de
3
vergrendelknop te
1
drukken.
2 Plaats de batterij in de Vergrendelknop
houder zodanig dat het “+” teken zichtbaar is.
3 Schuif de houder weer in de sleuf totdat u
een klik hoort.

Effectief bereik van de signalen (gebruik
binnenshuis)
Wanneer u de
afstandsbediening gebruikt,
dient u deze op de
afstandsbedieningssensor
te richten. Het geschatte
effectieve bereik van de
Sensor voor
signalen voor gebruik
afstandsbediening
binnenshuis is 5 m.

OPMERKING:
Het verzonden signaal is mogelijk minder effectief of
kan leiden tot onjuiste handelingen als de sensor
direct wordt blootgesteld aan zonlicht of een
krachtige lichtbron.

Knoppen en functies

A Infraroodzendvenster

E INSERT knop (墌 blz. 46)
F SHIFT knop (墌 blz. 25)
G DISPLAY knop (墌 blz. 23, 43)
H Vooruitspoelknop (SLOW) (墌 blz. 25)
I PLAY knop

● Hiermee start u de weergave van een band
(墌 blz. 21)
● Hiermee start u de automatische weergave van
beelden die zich op een geheugenkaart
bevinden (墌 blz. 27)

J FF knop

● Doorspoelen van/snelzoeken op een band
(墌 blz. 22)
● Hiermee geeft u het volgende bestand op een
geheugenkaart weer (墌 blz. 26)

Rechter knop (墌 blz. 25)

K A. DUB knop (墌 blz. 46)
L STOP knop

● Hiermee stopt u de band (墌 blz. 21)
● Hiermee stopt u de automatische weergave
(墌 blz. 27)

Omlaagknop (墌 blz. 25)

M EFFECT knop (墌 blz. 25)
N EFFECT ON/OFF knop (墌 blz. 25)
De volgende knoppen zijn alleen beschikbaar
als de aan/uit-knop van de camcorder is
ingesteld op “REC”.
o Zoomknoppen (T/W)
In-/uitzoomen (墌 blz. 20, 25)
(Ook beschikbaar als de aan/uit-knop op
“PLAY” staat)
p START/STOP knop
Werkt hetzelfde als de start/stop-knop voor
opnemen op de camcorder.
q S.SHOT knop (Momentopname)
Werkt hetzelfde als SNAPSHOT op de
camcorder.
(Ook beschikbaar als de aan/uit-knop op
“PLAY” staat)

VIDEOBEELDEN WEERGEVEN
In-/
uitzoomen
(T/W)

PAUSE of
(Omhoog)

SLOW (YI)

SLOW (IU)

PLAY
(Rechts)
(Links)

STOP of
(Omlaag)

SHIFT

Weergave in slowmotion
Druk tijdens normale weergave van
videobeelden langer dan twee seconden op
SLOW (YI of IU).
● Na ongeveer 10 minuten wordt verder gegaan met
normaal afspelen.
● Als u de slowmotionweergave wilt onderbreken,
drukt u op PAUSE (9).
● Als u de slowmotionweergave wilt stopzetten,
drukt u op PLAY (U).

OPMERKINGEN:

● Het is ook mogelijk om slowmotionweergave in te
schakelen vanuit de stilbeeldweergave door meer
dan twee seconden op SLOW (YI of IU) te drukken.
● Tijdens de slowmotionweergave kan het beeld
een mozaïekachtig uiterlijk krijgen. Dit komt door
de digitale beeldverwerking.
● Als u SLOW (YI of IU) indrukt en vasthoudt, is het
mogelijk dat het stilbeeld een paar seconden lang
wordt weergegeven, gevolgd door een paar
seconden lang een blauw scherm. Dit is normaal
en duidt niet op een defect.
● Tijdens de slowmotionweergave zijn er storingen
in de video en het beeld lijkt soms onstabiel,
vooral bij stilstaande beelden. Dit is normaal en
duidt niet op een defect.

Beeld-voor-beeld-weergave
Druk tijdens normale weergave of
stilbeeldweergave herhaaldelijk op SLOW (IU)
om voorwaarts te gaan of op SLOW (YI) om
achterwaarts te gaan. Elke keer dat u op SLOW
(YI of IU) drukt, wordt het beeld weergegeven.

Inzoomen tijdens weergave
Deze functie stelt u in staat om tijdens de
weergave van videobeelden en tijdens D.S.C.weergave het opgenomen beeld maximaal 25X
uit te vergroten.
1) Druk op PLAY (U) om de
videoweergave te starten. Of
speel de beelden op de normale
wijze af.

NE

25

2) Druk op het punt waarop u wilt
inzoomen op de zoomknop (T).
● Als u wilt uitzoomen, drukt u op
de zoomknop (W).

3) Het is mogelijk om het beeld
op het scherm te verplaatsen om
zo een bepaald gedeelte van het
beeld te vinden. Houd SHIFT
ingedrukt en druk op
(links),
(rechts),
(omhoog) en
(omlaag).
● Als u wilt stoppen met in-/uitzoomen, houdt u W
ingedrukt tot de uitvergroting weer normaal is. Of
druk op STOP (8) en vervolgens op PLAY (U)
tijdens de weergave van videobeelden.
● Als u het in-/uitzoomen tijdens de D.S.C-weergave
wilt annuleren, drukt u op PLAY (U).

OPMERKINGEN:

● U kunt de zoomfunctie ook gebruiken tijdens
slowmotion- en stilbeeldweergave.
● Vanwege de digitale beeldverwerking kan de
beeldkwaliteit nadelig worden beïnvloed.

Speciale weergave-effecten
Met deze functie kunt u creatieve beeldeffecten
aan het weergegeven videobeeld toevoegen.
SEPIA: Opgenomen beelden krijgen een
bruine schijn, net als oude foto’s.
ZWARTWIT: Net als bij de zwartwitfilms uit
vroeger tijden worden uw beelden in zwartwit
opgenomen.
ANTKE FILM: Hierdoor krijgen
opgenomen beelden een stroboscoopeffect.
BLDEN LOS: De opname ziet er uit als
een reeks opeenvolgende foto’s.
1) Druk op
PLAY (U) om EFFECT ON/OFF
EFFECT
de weergave
te starten.
2) Druk op
EFFECT. Het
selectiemenu WEERGAVE-EFFECT verschijnt.
3) Druk herhaaldelijk op EFFECT om de
selectiebalk naar het gewenste effect te
verplaatsen.

● De geselecteerde functie wordt ingeschakeld en
het menu verdwijnt na twee seconden.
● Druk op EFFECT ON/OFF om het geselecteerde
effect uit te schakelen. Druk nogmaals op
EFFECT ON/OFF om het geselecteerde effect
weer in te schakelen.
● Als u het geselecteerde effect wilt wijzigen,
herhaalt u de procedure vanaf stap 2 hierboven.

VIDEOBEELDEN OPNEMEN EN WEERGEVEN

.

26 NE

D.S.C.-WEERGAVE

Basisopnames (D.S.C.momentopname)
U kunt uw camcorder als digitale
stilbeeldcamera gebruiken voor het maken van
momentopnames. Stilbeelden worden op de
geheugenkaart van de camcorder opgeslagen.

OPMERKING:
Voer voordat u verdergaat de onderstaande
procedures uit:
● Stroomvoorziening (墌 blz. 13)
● Een geheugenkaart plaatsen (墌 blz. 18)
VIDEO/MEMORY
SNAPSHOT

Blokkeerknop

Aan/uit-knop

1 Verwijder de lensdop.
2 Open het LCD-scherm volledig. (墌 blz. 19)
3 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op

Aantal beelden dat bij benadering kan
worden opgeslagen

● Het aantal neemt toe of af al naar gelang de
instellingen voor beeldkwaliteit/-grootte,
enzovoort.
Beeldgrootte/
beeldkwaliteit
640 x 480/FIJN

47

95

205

425

640 x 480/STANDAARD

160

295

625

1285

Beeldgrootte/
beeldkwaliteit

● Als u de beeldgrootte en/of beeldkwaliteit wilt
wijzigen. (墌 blz. 31, 34)

5 Druk op SNAPSHOT. De aanduiding “PHOTO”
wordt weergegeven terwijl u de momentopname
maakt.

MultiMediaCard*
8 MB

16 MB 32 MB

640 x 480/FIJN

57

105

215

640 x 480/STANDAARD

191

320

645

*

Los verkrijgbaar

Normale weergave van stilbeelden
De met de camcorder gemaakte stilbeelden
worden automatisch genummerd en in
numerieke volgorde op de geheugenkaart
opgeslagen. U kunt de opgeslagen beelden één
voor één bekijken, alsof u door een fotoalbum
bladert.

“MEMORY”.

4 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en draai de aan/uit-knop naar “REC”.

SD-geheugenkaart*
8 MB 16 MB 32 MB 64 MB

4/9

VOL. +/–
Blokkeerknop

Luidspreker
VIDEO/
MEMORY

MENU

8

● Stilbeelden worden in de momentopnamestand
zonder kader vastgelegd.
● Zie “Bestanden verwijderen” (墌 blz. 28) als u
ongewenste momentopnamen wilt verwijderen.
● Als u het geluid van de sluiter niet wilt horen, stelt
u “MELODIE” in op “UIT”. (墌 blz. 31, 33)

1 Plaats een geheugenkaart. (墌 blz. 18)
2 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op

OPMERKING:

ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “PLAY”.

Als gedurende ongeveer 5 minuten geen opnames
worden gemaakt terwijl de aan/uit-knop op “REC”
staat en de stroom wordt geleverd door de accu, wordt
de camcorder automatisch uitgeschakeld om energie
te sparen. U kunt in dat geval weer momentopnames
maken als u de zoeker indrukt en weer uittrekt of het
LCD-scherm sluit en weer opent.

“MEMORY”.

3 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
● Een opgeslagen beeld wordt op het display
getoond.

4 Druk op

om het vorige bestand weer te
geven. Druk op
om het volgende bestand
weer te geven.

EXTRA FUNCTIES VOOR D.S.C.

OPMERKING:
Beelden die zijn opgenomen en op de kaart zijn
opgeslagen met een ander apparaat, dat andere
resoluties biedt dan “640 x 480”, worden alleen als
miniatuurbeelden weergegeven. Deze
miniatuurbeelden kunnen niet naar een pc worden
overgebracht.

NE

27

Weergave van aanduidingen op
het scherm verwijderen
1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale
weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

Inzoomen tijdens weergave

2 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
3 Druk op , , of om “OP SCHERM” te

Uitsluitend instelbaar met de afstandsbediening.
(墌 blz. 25)

selecteren en druk op SET. Het OP SCHERM
Menu wordt weergegeven.

Automatische weergave van
beelden
Het is mogelijk om automatisch alle op een
geheugenkaart opgeslagen beelden één voor
één weer te geven.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale

4 Druk op of om “UIT” te selecteren en
druk op SET of , en vervolgens op MENU. De
aanduiding van de gebruikersstand, het
bestands-/mapnummer en de aanduiding voor
resterende batterijduur verdwijnen.

● Als u de aanduidingen weer wilt laten weergeven,
selecteert u “AAN”.
Map-/bestandsnummer
OP SCHERM
UIT
AAN

weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

2 Druk op 4/9 om de automatische weergave
te starten.

● Als u tijdens de automatische weergave op
drukt, worden de bestanden in aflopende volgorde
weergegeven.
● Als u tijdens de automatische weergave op
drukt, worden de bestanden in oplopende
volgorde weergegeven.

3 Als u de automatische weergave wilt
beëindigen, drukt u op 8.

Indexweergave van bestanden
Het is mogelijk om meerdere op de
geheugenkaart opgeslagen bestanden tegelijk
weer te geven. Dankzij deze mogelijkheid is het
eenvoudiger om specifieke bestanden terug te
vinden.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale
weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

2 Druk op INDEX.
Het index-scherm
verschijnt.
3 Druk op

, ,
of
om het selectiekader
naar het gewenste
bestand te verplaatsen.

Geselecteerde
bestand
1

2

3

4

5

6

7

8

9

4 Druk op SET. Het
geselecteerde bestand
wordt weergegeven.

Indexnummer

Gebruiksstandaanduiding

De bestandsnaam opnieuw
instellen
Als u de bestandsnaam opnieuw instelt, wordt een
nieuwe map gemaakt. De nieuwe bestanden die u
maakt, worden in deze nieuwe map opgeslagen.
Het is handig om de nieuwe bestanden van eerder
gemaakte bestanden te scheiden.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale
weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

2 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
3 Druk op , , of om “HERSTART
NUMMERING” te selecteren. Druk op SET. Het
scherm HERSTART NUMMERING verschijnt.

4 Druk op of om “UITVOEREN” te
selecteren. Druk op SET. De nieuwe map (b.v.
“101JVCGR”) wordt gemaakt en de
bestandsnaam van de volgende opname begint
vanaf DVC00001.
OPMERKING:
Wanneer de bestandsnaam DVC09999 bereikt,
wordt een nieuwe map (bijvoorbeeld “101JVCGR”)
gemaakt en de bestandsnaamnummering begint in
die map opnieuw bij DVC00001.

DIGITALE STILBEELDCAMERA (D.S.C.) OPNEMEN EN WEERGEVEN

D.S.C.-WEERGAVE

28 NE

EXTRA FUNCTIES VOOR D.S.C.

De beveiliging opheffen

Bestanden beveiligen
De beveiligingsstand helpt te voorkomen dat
bestanden ongewenst worden gewist.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale
weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

2 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
3 Druk op , , of om “BEVEILIGEN” te
selecteren. Druk op SET. Het BEVEILIGEN
verschijnt.
Het weergegeven bestand beveiligen

4 Druk op

of
om
“HUIDIGE” te selecteren.
Druk op SET of . Het
scherm BEVEILIGEN
verschijnt.

BEVEILIGEN
HUIDIGE
ALLES BEVN
CANC. ALLES

5 Druk op of om
het gewenste bestand te
selecteren.
6 Druk op of om
“UITVOEREN” te
selecteren. Druk op SET.

BEVEILIGEN

● Als u de beveiliging wilt
BEVEILIGD
opheffen, selecteert u
TERUG
“TERUG”.
● Herhaal stap 5 en 6 voor
alle bestanden die u wilt beveiligen.

Alle op de geheugenkaart opgeslagen
bestanden beveiligen

4 Druk op

Voer voordat u de onderstaande procedure
volgt, stap 1 – 3 bij “Bestanden beveiligen” uit.
De beveiliging van het weergegeven bestand
opheffen
4 Druk op of om
BEVEILIGEN
“HUIDIGE” te selecteren.
Druk op SET of . Het
BEVEILIGD
scherm BEVEILIGEN
verschijnt.

5 Druk op

of
om het
gewenste bestand te
selecteren.

6 Druk op

of

UITVOEREN
TERUG

om “UITVOEREN” te selecteren.

Druk op SET.

● Als u de selectie wilt annuleren, selecteert u
“TERUG”.
● Herhaal stap 5 en 6 voor alle bestanden waarvan
u de beveiliging wilt opheffen.

De beveiliging opheffen van alle op de
geheugenkaart opgeslagen bestanden
4 Druk op of om “CANC.ALLES” te
selecteren. Druk op SET of . Het scherm
BEVEILIGEN verschijnt.

5 Druk op

of

om “UITVOEREN” te selecteren.

Druk op SET.

● Als u de selectie wilt annuleren, selecteert u “TERUG”.

Bestanden verwijderen
Reeds opgeslagen bestanden kunt u stuk voor
stuk of allemaal tegelijk verwijderen.

of
om “ALLES BEVN” te
selecteren. Druk op SET of . Het scherm
BEVEILIGEN verschijnt.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale weergave
van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

5 Druk op of om “UITVOEREN” te
selecteren. Druk op SET.

2 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
3 Druk op , , of om “VERWIJDER” te

● Als u de beveiliging wilt opheffen, selecteert u
“TERUG”.

OPMERKINGEN:

● Als de markering “
” verschijnt, is het
weergegeven bestand beveiligd.
● Als de geheugenkaart wordt geïnitialiseerd of
beschadigd raakt, worden ook beveiligde
bestanden gewist. Als u belangrijke bestanden
zeker niet wilt kwijtraken, moet u ze naar een pc
overbrengen en daar opslaan.

selecteren. Druk op SET. Het submenu verschijnt.
Het weergegeven bestand verwijderen
4 Druk op of om
VERWIJDER
“HUIDIGE” te selecteren.
HUIDIGE
ALLES
Druk op SET of . Het
scherm VERWIJDEREN
verschijnt.

5 Druk op

of
om het
gewenste bestand te
selecteren.

EXTRA FUNCTIES VOOR D.S.C.

● Als u het verwijderen wilt
annuleren, selecteert u
“TERUG”.
● Herhaal stap 5 en 6 voor alle
bestanden die u wilt verwijderen.

VERWIJDEREN
VERWIJDEREN?

UITVOEREN
TERUG

OPMERKING:
Als u de markering “
” ziet, is het geselecteerde
bestand beveiligd en kan het niet worden verwijderd.

Alle op de geheugenkaart opgeslagen
bestanden verwijderen

4 Druk op of om “ALLES” te selecteren.
Druk op SET of . Het scherm VERWIJDEREN
verschijnt.
5 Druk op

of
om “UITVOEREN” te
selecteren. Druk op SET.

● Als u het verwijderen wilt annuleren, selecteert u
“TERUG”.

OPMERKINGEN:

● Beveiligde bestanden (墌 blz. 28) kunnen niet
worden verwijderd. U kunt deze alleen verwijderen
als u eerst de beveiliging opheft.
● Wanneer bestanden eenmaal zijn verwijderd, kunt u
deze niet meer terughalen. Controleer voordat u
bestanden verwijdert of u ze wel echt wilt verwijderen.

LET OP:
Verwijder de geheugenkaart niet en voer ook geen
andere handelingen uit (zet bijvoorbeeld de camcorder
niet uit) terwijl u bestanden verwijdert. Zorg ook dat u
de meegeleverde netadapter gebruikt, aangezien de
gegevens op de geheugenkaart beschadigd kunnen
raken als de accu tijdens het verwijderen leegraakt. Als
de gegevens op de geheugenkaart beschadigd raken,
initialiseert u de kaart. (墌 blz. 30)

29

Afdrukinformatie instellen
(instelling AFDRUKINFO)
Deze camcorder is compatibel met de standaard
AFDRUKINFO (Digital Print Order Format) om
ondersteuning te kunnen bieden voor
toekomstige systemen, zoals automatisch
afdrukken. U kunt een van de twee
afdrukinformatie-instellingen selecteren voor
beelden die op de geheugenkaart zijn
opgeslagen: “Alle stilbeelden afdrukken (één
afdruk per stilbeeld)” of “Afdrukken door
stilbeelden en het aantal afdrukken te selecteren”.

OPMERKING:
Als u een geheugenkaart plaatst die al op de
hieronder getoonde wijze is ingesteld met een
printer die compatibel is met AFDRUKINFO, worden
automatisch afdrukken gemaakt van de
geselecteerde stilbeelden.

Alle stilbeelden afdrukken (één afdruk per
stilbeeld)

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Normale
weergave van stilbeelden” (墌 blz. 26) uit.

2 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
3 Druk op , , of
AFDRUKINFO
om “AFDRUKINFO” te
selecteren. Druk op SET.
Het AFDRUKINFO (DPOF)
Menu wordt weergegeven.

HUIDIGE
ALLES 1
HERSTARTEN

4 Druk op of om
“ALLES 1” te selecteren.
Druk op SET of . Het scherm AFDRUKINFO
(DPOF) verschijnt.
5 Druk op

of
om
“UITVOEREN” te selecteren.
Druk op SET. Het normale
weergavescherm verschijnt.

● Als u de selectie wilt
annuleren, selecteert u
“TERUG”.

AFDRUKINFO (DPOF)

ALLES 1?

UITVOEREN
TERUG

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

DIGITALE STILBEELDCAMERA (D.S.C.) OPNEMEN EN WEERGEVEN

6 Druk op of om
“UITVOEREN” te selecteren.
Druk op SET.

NE

30 NE

EXTRA FUNCTIES VOOR D.S.C.

Afdrukken door stilbeelden en het aantal
afdrukken te selecteren

Het aantal afdrukken weer op nul instellen

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Alle stilbeelden

afdrukken (één afdruk per stilbeeld)” uit.

afdrukken (één afdruk per stilbeeld)” uit.
(墌 blz. 29)

2 Druk op of om
“HUIDIGE” te selecteren.
Druk op SET of . Het
scherm AFDRUKINFO
(DPOF) verschijnt.
3 Druk op

of
om het
gewenste bestand te
selecteren.

AFDRUKINFO (DPOF)
BLADEN
00
TERUG

of
om de nummeraanduiding
(00) te selecteren en druk op SET.

of
om
“TERUG” te selecteren.
Druk op SET. De tekst
“BEWAREN?” verschijnt.

● Als u in stap 3 tot en met 5
geen instellingen had
gewijzigd, verschijnt het
menuscherm weer.

of
om “HERSTARTEN” te
selecteren. Druk op SET of . Het scherm
AFDRUKINFO (DPOF) verschijnt.

3 Druk op

of
om “UITVOEREN” te
selecteren. Druk op SET. Het normale
weergavescherm verschijnt.

● Als u de selectie wilt annuleren, selecteert u “TERUG”.
● Het aantal afdrukken wordt voor alle stilbeelden
op nul ingesteld.
Terwijl u de bovenstaande procedure uitvoert, mag
u de stroomtoevoer nooit onderbreken, aangezien
de geheugenkaart hierdoor beschadigd kan raken.

AFDRUKINFO (DPOF)
BLADEN

F

Een geheugenkaart initialiseren

05

● Herhaal stap 3 tot en met
5 voor het gewenste aantal afdrukken.
● Het maximumaantal afdrukken dat u kunt
instellen, is 15.
● Als u het aantal afdrukken wilt wijzigen, selecteert
u het beeld nogmaals en past u het aantal aan.

6 Druk op

2 Druk op

LET OP:

4 Druk op

5 Selecteer het aantal
afdrukken door op
te
drukken om het aantal te
verhogen of op
om het
aantal te verlagen. Druk
vervolgens op SET.

1 Voer de stappen 1 – 3 van “Alle stilbeelden

AFDRUKINFO (DPOF)
BEWAREN?

UITVOEREN
ANNULEREN

7 Druk op of om “UITVOEREN” te
selecteren en de instelling op te slaan die u net
hebt opgegeven. Druk vervolgens op SET.
● Als u de selectie wilt annuleren, selecteert u
“ANNULEREN”.

U kunt geheugenkaarten op elk gewenst
moment initialiseren.
Wanneer u een geheugenkaart initialiseert,
worden alle daarop opgeslagen bestanden en
gegevens gewist, ook als ze beveiligd zijn.

1 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“MEMORY”.

2 Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “PLAY”.

3 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
FORMATTEREN
4 Druk op , , of
om “FORMATTEREN”
te selecteren. Druk op
SET. Het scherm
FORMATTEREN
verschijnt.

ALLE BEST
GEGEVENS WISSEN?

UITVOEREN
TERUG

5 Druk op

of
om
“UITVOEREN” te selecteren. Druk op SET. De
geheugenkaart wordt geïnitialiseerd.

● Wanneer de initialisatie klaar is, verschijnt “GEEN
BEELDEN OPGESLAGEN”.
● Als u de initialisatie wilt annuleren, selecteert u
“TERUG”.

LET OP:
Voer tijdens de initialisatie geen andere
handelingen uit (zet de camcorder bijvoorbeeld niet
uit). Zorg ook dat u de meegeleverde netadapter
gebruikt, aangezien de geheugenkaart beschadigd
kan raken als de accu tijdens de initialisatie
leegraakt. Als de gegevens op de geheugenkaart
beschadigd raken, initialiseert u de kaart.

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN

De menu-instellingen wijzigen
Deze camcorder is voorzien van een
gebruiksvriendelijk menusysteem dat op het
scherm wordt weergegeven. Via dit
menusysteem kunt u een groot aantal
gedetailleerde camcorderinstellingen
eenvoudiger opgeven. (墌 blz. 31 – 35)
Blokkeerknop

MENU

NE

31

OPMERKINGEN:

● U kunt tijdens het opnemen het menuscherm niet
openen.
● Bepaalde functies kunnen niet worden ingesteld in
de menu's voor video- en D.S.C.-opnames. Deze
pictogrammen worden grijs/wit weergegeven.

Menu’s voor video- en D.S.C.-opnames
FUNCTIE (墌 blz. 32) Geselecteerde
instelling
INSTELLING
(墌 blz. 32)
SYSTEEM (墌 blz. 33)
WIPE/FADE
CAMERAWEEGAVE
(墌 blz. 34)
EF
DSC-STILBEELDEN
(墌 blz. 34)
WB
1) Druk op , ,
of
de gewenste optie te
selecteren en druk op
SET.

VIDEO/
MEMORY

1 Menu’s voor video- en D.S.C.-opnames:

● Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op “VIDEO”
of “MEMORY”.
● Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “REC”.
● Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)

Menu’s voor videoweergave:

● Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op “VIDEO”.
● Houd de blokkeerknop op de aan/uit-knop
ingedrukt en zet de aan/uit-knop op “PLAY”.
● Meer informatie over D.S.C.-weergavemenu’s
vindt u bij “D.S.C.-WEERGAVE” (墌 blz. 26).

2 Open het LCD-scherm volledig. (墌 blz. 19)
3 Druk op MENU. Het menuscherm verschijnt.
4 Druk op , , of om de gewenste

● Voorbeeld: WIPE/FADE Menu
● Druk op “ ” om terug te keren naar het
hoofdmenu

2) Druk op
of . Selecteer de gewenste
parameter en druk op SET of . De selectie is
voltooid.
● Met de “4” aanduiding wordt de instelling die
is opgeslagen in het geheugen van de
camcorder, weergegeven.
● Druk op
als u wilt annuleren of wilt terugkeren
naar het vorige menuscherm.

3) Druk op MENU. Het menuscherm wordt gesloten.

OPMERKING:
Herhaal de procedure voor eventuele andere
functiemenu’s die u wilt instellen.

functie te selecteren en druk op SET. Het
geselecteerde functiemenu verschijnt.
Menuscherm voor
video-opname en
D.S.C.-opname

Menuscherm voor
videoweergave

OPNAME
FUNCTIE
SP
LP

TV

5 De hieronder beschreven
instellingsprocedure hangt af van de
geselecteerde functie.

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

GEAVANCEERDE FUNCTIES

SET

32 NE

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN

Menu’s voor videoweergave
OPNAME (墌 blz. 35) Geselecteerde
instelling
GELUIDTYPE
(墌 blz. 35)
INGESPR
OPNAME
(墌 blz. 35)
HELDERHEID
(墌 blz. 35)
DATUM/TIJD
TV
(墌 blz. 35)
OP SCHERM
(墌 blz. 35)
TIJDCODE
“4” Aanduiding
(墌 blz. 35)
TV 16:9 (墌 blz. 35)
OPNAME
Voorbeeld: OPNAME
Menu
1) Druk op
of
om
de gewenste functie te
selecteren en druk op
SET of . Het submenu verschijnt.
SP
LP

BELICHTING
(墌 blz. 39), “Belichtingsinstelling”
WITBALANS
(墌 blz. 40), “Witbalans aanpassen”
MACRO

SP
LP

[UIT]: Hiermee schakelt u de functie uit.
AAN: Wanneer de afstand tot het onderwerp
kleiner is dan 1 m (3.3ft), stelt u “MACRO” in op
“AAN”. U kunt een onderwerp zo groot mogelijk
opnemen op een afstand van ongeveer 40 cm.
Afhankelijk van de zoompositie kan het beeld
onscherp worden.

SP

INSTELLING

LP

● Herhaal de procedure voor eventuele andere
functiemenu’s die u wilt instellen.
● Met de “4” aanduiding wordt de instelling die is
opgeslagen in het geheugen van de camcorder,
weergegeven.
● Druk op
als u wilt annuleren of wilt terugkeren
naar het vorige menuscherm.

2) Druk op MENU. Het menuscherm wordt
gesloten.

Opnamemenu’s
FUNCTIE
De menu-instellingen kunnen alleen worden
gewijzigd als de aan/uit-knop op “REC” staat.
[ ] = fabrieksinstelling
WIPE/FADE
(墌 blz. 41), “Wipe- of fade-effecten”
EF

EFFECT

(墌 blz. 42), “Programma AE, effecten en
sluitereffecten”
PROGRAM AE
(墌 blz. 42), “Programma AE, effecten en
sluitereffecten”
SLUITER
(墌 blz. 42), “Programma AE, effecten en
sluitereffecten”

De menu-instellingen kunnen alleen worden
gewijzigd als de aan/uit-knop op “REC” staat.
[ ] = fabrieksinstelling
SP
LP

OPNAME

[SP*]: Om op te nemen met de SP-functie
(standaard speelduur)
LP: Long Play (lange weergave) is
economischer, omdat u beschikt over 1,5 keer
de normale opnametijd van een band.
*

SP-aanduiding wordt niet op het scherm
weergegeven

OPMERKINGEN:

● Als de opnamefunctie wordt veranderd, zal het
weergavebeeld bij het omschakelpunt onscherp
zijn.
● Speel bij voorkeur cassettes die met de LP
snelheid zijn opgenomen met deze camcorder af.
● Tijdens de weergave van een band die met een
andere camcorder is opgenomen, verschijnen er
mogelijk ruisblokken in beeld of valt het geluid
soms weg.

GELUID
[12-BITS]: In deze stand is video-opname van
stereogeluid mogelijk op vier aparte kanalen.
(gelijkwaardig aan de 32 kHz stand van vorige
modellen)
16-BITS: In deze stand is video-opname van
stereogeluid op twee aparte kanalen mogelijk.
(gelijkwaardig aan de 48 kHz stand van vorige
modellen.)
STABIEL*
OFF: Hiermee schakelt u de functie uit.
[ON
]: Deze functie kunt u gebruiken om
onstabiele beelden te compenseren die het
gevolg zijn van bewegingen van de camera, met
name bij sterk inzoomen.

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN

NE

33

OPMERKINGEN:

Terwijl de sluitertijd automatisch wordt
aangepast, wordt “
” weergegeven.

● Het lampje “
” knippert of dooft als de
stabilisatiefunctie niet kan worden gebruikt.
● Schakel deze stand uit als u opneemt terwijl de
camcorder op een statief staat.modellen)

[UIT]: Hiermee schakelt u de functie uit.
AAN
: Helpt om de ruis te verminderen die
door wind wordt veroorzaakt. De aanduiding
“
” verschijnt. Bij gebruik van deze functie
verandert de geluidskwaliteit. Dit is normaal.

*

Alleen beschikbaar als de schakelaar
VIDEO/MEMORY is ingesteld op “VIDEO”.

STIL/LANGZ
[STIL]: Snapshot-stand
LANGZAAM: Live Slow-stand
Zie “Live Slow” en “Snapshot (Stilbeeld
vastleggen op band)” (墌 blz. 36, 38) voor meer
informatie.
*

Alleen beschikbaar als de schakelaar
VIDEO/MEMORY is ingesteld op “VIDEO”.

ZOOMEN*
[32X]: Wanneer u “32X” instelt terwijl u gebruik
maakt van de digitale zoomfunctie, wordt de
zoomvergroting teruggebracht naar 32X,
aangezien het digitale inzoomen in dat geval
wordt uitgeschakeld.
64X*: Hierbij kunt u wel gebruik maken van de
digitale zoomfunctie. Doordat beelden digitaal
worden verwerkt en uitvergroot, zijn
zoomwaarden mogelijk van 32X (de limiet voor
optisch zoomen) tot een maximum van 64X
digitale uitvergroting.
800X: Hierbij kunt u wel gebruik maken van de
digitale zoomfunctie. Doordat beelden digitaal
worden verwerkt en uitvergroot, zijn
zoomwaarden mogelijk van 32X (de limiet voor
optisch zoomen) tot een maximum van 800X
digitale uitvergroting.
*

Alleen beschikbaar als de schakelaar VIDEO/
MEMORY is ingesteld op “VIDEO”.
AGC

OPHELDEREN

UIT: Met deze functie kunt u in het donker
opnamen maken zonder dat de helderheid van
het beeld achteruit gaat.
[KORR HELD]: Het beeld is mogelijk korrelig,
maar het beeld is wel helder.
AUTOM
: De sluitertijd wordt automatisch
aangepast. Het met een lange sluitertijd filmen
van een voorwerp in een donkere omgeving
zorgt voor een helderder beeld dan in de stand
KORR HELD, maar de bewegingen van het
gefilmde voorwerp zijn niet vloeiend en
natuurlijk. Het beeld kan nogal korrelig zijn.

WINDFILTER

TV

16:9

Als u beelden in de 16:9-stand wilt weergeven
op de tv, moet u het juiste formaat op de tv
instellen
[4:3TV]: voor een tv met een breedte/hoogteverhouding van 4:3
16:9TV: voor een tv met een breedte/hoogteverhouding van 16:9

SYSTEEM
De “SYSTEEM”-functies die u instelt wanneer de
aan/uit-knop op “REC” staat, worden ook
doorgevoerd als u de aan/uit-knop op “PLAY”
zet.
[ ] = fabrieksinstelling
MELODIE
UIT:zelfs als u het niet hoort tijdens het
opnemen, wordt het sluitergeluid opgenomen op
de band.
[AAN]: er wordt een geluid weergegeven als
een bewerking wordt uitgevoerd. Dit activeert
ook het sluitergeluidseffect. (墌 blz. 38)
CAM RESET
[TERUG]: Alle instellingen worden niet
teruggezet naar de in de fabriek opgegeven
waarde.
UITVOEREN: Alle instellingen worden
teruggezet naar de in de fabriek opgegeven
waarde.
VOORRANG
[LCD]: Het beeld wordt op het LCD-scherm
weergegeven wanneer de zoeker wordt
uitgetrokken terwijl het LCD-scherm is geopend.
ZOEKER: Het beeld wordt in de zoeker
weergegeven wanneer de zoeker wordt
uitgetrokken terwijl het LCD-scherm is geopend.
AFSTANDSBD
UIT: Hiermee schakelt u de werking van de
afstandsbediening uit.
[AAN]: Hiermee schakelt u de werking van de
afstandsbediening in.
VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

GEAVANCEERDE FUNCTIES

● Nauwkeurige stabilisatie is niet mogelijk als uw
handen te veel trillen, of bij sommige
opnameomstandigheden.

34 NE

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN
CAMERAWEEGAVE

● De menu-instellingen kunnen alleen worden
gewijzigd als de aan/uit-knop op “REC” staat.
● De CAMERAWEEGAVE instellingen zijn alleen
van toepassing op opnemen. Dit geldt niet
voor “HELDERHEID” en “LANGUAGE”.
[ ] = fabrieksinstelling.
HELDERHEID
墌 blz. 17, “De helderheid van het LCD-scherm
aanpassen” .
KLOK INST
墌 blz. 16, “Datum/tijd instellen” .
LANGUAGE
[ENGLISH] / FRANÇAIS / DEUTSCH /
ESPAÑOL / ITALIANO / NEDERLANDS /
PORTUGUÊS / РУССКИЙ / POLSKI /
ČEŠTINA
U kunt de taalinstelling wijzigen. (墌 blz. 15)
DATUM/TIJD
[UIT]: De datum/tijd wordt niet weergegeven.
AAN: De datum/tijd wordt altijd weergegeven.
OP SCHERM
LCD: Hiermee voorkomt u dat de aanduidingen
van de camcorder (met uitzondering van datum,
tijd en tijdcode) op het eventueel aangesloten tvscherm worden weergegeven.
[LCD/TV]: Hiermee zorgt u dat de aanduidingen
van de camcorder op het tv-scherm worden
gegeven wanneer de camcorder op een tv is
aangesloten.
TIJDCODE
[UIT]: De tijdcode wordt niet weergegeven.
AAN: De tijdcode wordt weergegeven op de
camcorder en de aangesloten tv. Beeldnummers
worden tijdens het opnemen niet weergegeven.
(墌 blz. 21)
DEMO

DEMO

UIT: Er vindt geen automatische demonstratie
plaats.
[AAN]: Hiermee worden bepaalde functies zoals
overloop/fader en effecten, enzovoort
aangegeven en hiermee kunt u bevestigen hoe
bepaalde functies werken. In de volgende
gevallen wordt de demonstratie gestart:
● Wanneer het menuscherm is gesloten nadat u
“DEMO” hebt ingesteld op “AAN”.

● Als “DEMO” is ingesteld op “AAN” en de
camcorder ongeveer 3 minuten lang niet bediend
wordt nadat de aan/uit-knop is ingesteld op
“REC”.
● De demonstratie wordt onderbroken als u tijdens
de demonstratie een handeling met het toestel
uitvoert. Als u vervolgens tenminste 3 minuten
geen handelingen meer uitvoert, wordt de
demonstratie hervat.

OPMERKINGEN:

● Als zich een cassette in de camcorder bevindt,
kan de demonstratie niet worden ingeschakeld.
● De “DEMO” blijft ook op “AAN” staan wanneer u de
stroomtoevoer naar de camcorder onderbreekt.

DSC-STILBEELDEN
[ ] = fabrieksinstelling
KWALITEIT
[FIJN] / STANDAARD
U kunt de beeldkwaliteit naar uw eigen
voorkeuren instellen. Dit toestel beschikt over
twee instellingen voor de beeldkwaliteit: FIJN
(
) en STANDAARD (
) (in volgorde van
kwaliteit).

OPMERKING:
Het aantal beelden dat kan worden opgeslagen,
hangt af van de gekozen beeldkwaliteit, maar ook
van de beeldcompositie en het soort geheugenkaart
dat u gebruikt. (墌 blz. 26)

OPNEMEN OP
[
(BAND)]: Als u momentopnames maakt
terwijl de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“VIDEO” staat, worden de stilbeelden alleen op
band opgenomen.
/
(BAND/KRT): Als u
momentopnames maakt terwijl de schakelaar
VIDEO/MEMORY op “VIDEO” staat, worden de
stilbeelden niet alleen op band opgenomen
maar ook op de geheugenkaart (640 x 480
pixels).

MENU’S VOOR GEDETAILLEERDE AANPASSINGEN

[ ] = fabrieksinstelling
GELUIDTYPE en INGESPR
Terwijl de videoband wordt afgespeeld, wordt
automatisch nagegaan in welke geluidsstand de
opname is gemaakt en wordt het geluid
weergegeven. Selecteer het type geluid dat u bij
de beeldweergave wilt gebruiken.

35

INGESPR
[UIT]: Het oorspronkelijke geluid wordt via beide
“L”- en “R”-kanalen in stereo weergegeven.
AAN: Het gedubde geluid wordt via beide “L”- en
“R”-kanalen in stereo weergegeven.
GEMENGD: De oorspronkelijke en gedubde
geluiden worden gecombineerd en in stereo via
zowel het “L”- als het “R”-kanaal weergegeven.
HELDERHEID

Volg de menutoegangsprocedure op bladzijde
32, selecteer “GELUID” of “INGESPR” in het
menuscherm en selecteer de gewenste
instelling.

墌 blz. 17, “De helderheid van het LCD-scherm
aanpassen” .

De volgende instellingen zijn alleen van
toepassing voor videoweergave, met
uitzondering van “HELDERHEID”, “16:9”- en
“OPNAME”. De parameters (behalve “UIT” bij de
OP SCHERM, GELUIDTYPE en GELUIDTYPEinstellingen) komen overeen met de beschrijving
op: (墌 blz. 32, 34)

[UIT]: de datum en tijd worden niet
weergegeven.
AAN: de datum en tijd worden altijd
weergegeven.

SP
LP

OPNAME

[SP*] / LP

Hiermee kunt u de gewenste opnamesnelheid
(SP of LP) instellen.
* SP-aanduiding wordt niet op het scherm
weergegeven.

GELUIDTYPE
[STEREO
]: Het geluid wordt via beide “L”- en
“R”-kanalen in stereo weergegeven.
MONO LI : Het geluid wordt via het “L”-kanaal
weergegeven.
MONO RE : Het geluid wordt via het “R”kanaal weergegeven.

DATUM/TIJD

OP SCHERM

UIT / [LCD] / LCD/TV

Als deze optie is ingesteld op “UIT”, verdwijnt de
beeldweergave van de camcorder.
TIJDCODE

[UIT] / AAN

墌 blz. 21, “Tijdcode”
TV

16:9

Als u beelden in de 16:9-stand wilt weergeven
op de tv, moet u het juiste formaat op de tv
instellen
[4:3TV]: voor een tv met een breedte/hoogteverhouding van 4:3
16:9TV: voor een tv met een breedte/hoogteverhouding van 16:9

GEAVANCEERDE FUNCTIES

Weergavemenu’s

NE

36 NE

OPNAMEFUNCTIES

LED lamp

Vertraagde opnamen

De LED lamp kan worden
gebruikt om een onderwerp in
een donkere plaats te verlichten
tijdens video-opname of D.S.C.opname.

Deze functie is nuttig voor het opnemen of
afspelen van kostbare of moeilijk zichtbare
momenten op een vertraagde snelheid. Het
geluid wordt op de normale snelheid
opgenomen en afgespeeld.

1 Druk herhaalde malen op
LED Lamp
LIGHT om de instelling te
wijzigen.
UIT: De lamp is uitgezet.
AAN: De lamp brandt altijd. (
verschijnt.)
AUTOM: De lamp gaat automatisch aan
wanneer het donker is. (
verschijnt.)

1 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op

2 Druk op de start-/stopknop voor het starten
van een video-opname, of druk op SNAPSHOT
om een stilbeeld op te nemen.
OPMERKINGEN:

● Pas op dat u de LED lamp niet direct op de ogen
richt.
● Als het licht van de lamp het onderwerp niet bereikt
wanneer de LED lamp is ingesteld op “AAN”, zal de
nachtfunctie worden geactiveerd zodat het
onderwerp helderder kan worden opgenomen.
● Het door de LED lamp verlichte middengedeelte
van de opgenomen beelden zal helderder zijn dan
de omgevende gedeelten (die donkerder zullen
zijn).
● Wanneer de LED lamp ingesteld is op “AAN”,
worden de onderwerpen opgenomen met een
kleinere sluitersnelheid zodat de beelden ietwat
onscherp zullen zijn.

“VIDEO”.

2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Selecteer “ ” en stel “STIL/LANGZ” in op
“LANGZAAM”. (墌 blz. 31, 33) De Live Slowaanduiding “ ” wordt weergegeven.

4 Druk tijdens de opname of weergave op
SNAPSHOT (LANGZAAM).
● De bewegende beelden worden over vier
frames verdeeld. Ze worden 1,5 seconde
opgenomen en afgespeeld, en vervolgens
wordt verder gegaan met normaal opnemen of
afspelen.
● Deze functie is van kracht wanneer de
opnamestand is ingesteld op “A” of “M”.

OPMERKING:
Alleen beschikbaar als de schakelaar VIDEO/
MEMORY is ingesteld op “VIDEO”.

OPNAMEFUNCTIES

Met deze camcorder kunt u kiezen welk type
indeling u wilt gebruiken voor de beelduitvoer
van opnamen.
[ ] = fabrieksinstelling

1 Zet de aan/uit-knop in de stand “REC”.
2 Druk herhaaldelijk op 16:9 om een keuze te
maken.

Night-Scope
In deze stand worden donkere voorwerpen of
gebieden nog lichter gemaakt dan ze al bij
goede, natuurlijk belichting zouden zijn. Het
beeld krijgt mogelijk een stroboscoopeffect
vanwege de lange sluitertijd.

1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Druk op NIGHT. Hierdoor verschijnt de NightScope-aanduiding “

4:3

16 : 9

[4:3]: Er wordt opgenomen zonder een wijziging
in de schermverhouding. Voor weergave op een
tv met een normale schermverhouding.
Raadpleeg de gebruiksaanwijzing van de tv als
u deze functie op een tv met een normale
schermverhouding gebruikt.
16:9: Voor weergave op tv’s met een

schermverhouding van 16:9. Het beeld wordt
natuurlijk opgerekt om te zorgen dat het zonder
vervorming precies binnen het scherm past. De
aanduiding 16:9 verschijnt. Raadpleeg de
handleiding van uw breedbeeld-tv als u deze
stand gebruikt. Tijdens het weergeven/opnemen
op 4:3 tv's/LCD-scherm/zoeker selecteert u
“4:3TV” bij “16:9” (墌 blz. 33, 35) om verticaal
uitgerekte beelden te voorkomen.

OPMERKINGEN:

● Alleen beschikbaar als de schakelaar VIDEO/
MEMORY is ingesteld op “VIDEO”.
● Stilbeelden worden opgenomen in de 4:3-stand.
Ze kunnen niet worden opgenomen in de 16:9stand.

37

”.

● De sluitertijd wordt automatisch aangepast, waardoor
een 25 maal hogere gevoeligheid wordt bereikt.
● “ ” verschijnt naast “
” terwijl de sluitertijd
automatisch wordt aangepast.

Night-Scope uitschakelen
Druk nogmaals op NIGHT. Hierdoor verdwijnt de
Night-Scope-aanduiding.

OPMERKINGEN:

● Tijdens Night-Scope kunt u “OPHELDEREN” of
“STABIEL” in het menu INSTELLING
(墌 blz. 32, 33) niet inschakelen.
● U kunt Night-Scope niet tegelijkertijd met
“SNEEUW” of “SPORT” of “PROGRAM AE” of alle
functies van “SLUITER” inschakelen. (墌 blz. 42)
● In de stand Night-Scope kan het lastig zijn om de
camcorder scherp te stellen. U kunt dit vermijden
door een statief te gebruiken.

GEAVANCEERDE FUNCTIES

Wide Mode (Breedbeeldstand)

NE

38 NE

OPNAMEFUNCTIES

Momentopnames (Stilstaand beeld
opnemen op band)
Deze functie biedt u de mogelijkheid op band
stilbeelden vast te leggen die lijken op foto’s.

Handmatig scherpstellen
Dankzij het Full Range AF-systeem kunt u
continu opnames maken gaande van close-up
(minimale afstand slechts 5 cm tot het
onderwerp) tot oneindig.
Of de camera echter ook goed scherpstelt, is
afhankelijk van de opnamesituatie. Gebruik in dit
geval de handmatige scherpstelling.

1 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op “VIDEO”.
2 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
3 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
1 Zet de aan/uit-knop op
4 Selecteer “ ” en stel “STIL/LANGZ” in op “STIL”. “REC”.
(墌 blz. 31, 33) De Live Slow-aanduiding “ ” wordt
2 Zet de opnamestand
weergegeven.
op “M”. (墌 blz. 15)
5 Druk op SNAPSHOT.
3 Druk op FOCUS. De
● U hoort het geluid van een sluiter.
● De aanduiding “PHOTO” verschijnt en er wordt
gedurende zes seconden een stilbeeld
opgenomen. Vervolgens wordt de camera weer in
de stand Opnamestand-by geplaatst.
● Het is ook mogelijk om tijdens het opnemen
momentopnames te maken. Gedurende ongeveer
5 seconden wordt de momentopname gemaakt,
waarna de normale opname wordt hervat.
● Snapshot is van kracht wanneer de opnamestand
is ingesteld op “A” of “M”.
● Momentopnames kunnen niet worden gebruikt
wanneer de 16:9-breedbeeldstand
(16:9-aanduiding) is geselecteerd.

aanduiding voor
handmatig scherpstellen
verschijnt.

Motordrivestand

● Als twee onderwerpen elkaar binnen hetzelfde
beeld overlappen.
● Als er te weinig licht is.*
● Als het onderwerp te weinig contrast heeft
(verschil tussen licht en donker), bijvoorbeeld een
vlakke, effen muur of een helderblauwe lucht.*
● Als een donker voorwerp nauwelijks zichtbaar is
op het LCD-scherm of in de zoeker.*
● Als een beeld hele kleine patronen of identieke,
zich herhalende patronen bevat.
● Als het beeld blootstaat aan zonnestralen of licht
dat weerkaatst via een grote hoeveelheid water.
● Als u een beeld met een contrastrijke achtergrond
filmt.
* De volgende waarschuwingen voor te laag
contrast knipperen: , , en .

Als u in stap 5 SNAPSHOT ingedrukt houdt,
krijgt u hetzelfde effect als wanneer u foto’s zou
nemen met een motordrive. (Interval tussen
stilbeelden: ongeveer 1 seconde)

● De motordrivestand wordt uitgeschakeld wanneer
u “OPNEMEN OP” instelt op “
/
”.
(墌 blz. 34)

4 Druk op

Aanduiding
handmatig
scherpstellen

of
om op
een onderwerp scherp te stellen.

● Als u niet verder of dichterbij kunt scherpstellen,
gaat “ ” of “ ” knipperen.

5 Druk op SET. Het scherpstellen is voltooid.
Teruggaan naar automatisch scherpstellen
Druk tweemaal op FOCUS.
In de hieronder beschreven situaties wordt
aanbevolen handmatig scherp te stellen.

OPNAMEFUNCTIES

Diafragmablokkering

In de volgende situaties is het raadzaam
handmatig de belichting in te stellen:

● Als u filmt met omgekeerde belichting of als de
achtergrond te licht is.
● Als u filmt met een reflecterende natuurlijke
achtergrond, bijvoorbeeld het strand of een
besneeuwde berg.
● Als de achtergrond erg donker is of als het
onderwerp licht is.

1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Stel “BELICHTING” in op “HANDMATIG” in
het menu FUNCTIE (墌 blz. 32).

● Het menu voor de belichtingsinstelling wordt
weergegeven.

4 Als u het beeld lichter wilt maken, drukt u op
. Als u het beeld donkerder wilt maken, drukt u
op . (maximaal ±6)

● De instelling +3 heeft hetzelfde effect als
achtergrondlichtcompensatie. (墌 blz. 40)
● De instelling –3 heeft hetzelfde effect als het
instellen van “PROGRAM AE” op “SPOTLICHT”.
(墌 blz. 42)
Gebruiksstand
Belichtingsniveau

VIDEO
±0
±1
±2
±3
±4
±5
±6

MEMORY
±0EV
±0.3EV
±0.7EV
±1.0EV
±1.3EV
±1.7EV
±2.0EV

5 Druk op SET op . Het instellen van de
belichting is voltooid.
De automatische belichting herstellen
Selecteer “AUTOM” in stap 3.

OPMERKINGEN:

39

● Het is niet mogelijk om handmatig de belichting in
te stellen als tegelijk ook “PROGRAM AE” is
ingesteld op “SPOTLICHT” of “SNEEUW”
(墌 blz. 42), of als de
achtergrondlichtcompensatie is ingeschakeld.
● Als de aanpassing geen zichtbare
helderheidswijzigingen teweeg brengt, stelt u
“OPHELDEREN” in op “AUTOM”. (墌 blz. 31, 33)

Net als de pupil van het menselijk oog, trekt het
diafragma in een goedverlichte omgeving samen
om te voorkomen dat er te veel licht binnenvalt.
In een donkere omgeving verwijdt het diafragma
zich om meer licht binnen te laten.
Gebruik deze functie in de volgende situaties:
● Als u een bewegend onderwerp filmt.
● Als de afstand tot het onderwerp verandert
(waardoor de grootte ervan op het LCD-scherm of
in de zoeker verandert), bijvoorbeeld als het
onderwerp zich van u verwijdert.
● Als u filmt met een reflecterende natuurlijke
achtergrond, bijvoorbeeld het strand of een
besneeuwde berg.
● Als u onderwerpen onder een spot filmt.
● Bij het inzoomen.

1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Stel “BELICHTING” in op “HANDMATIG” in
het menu FUNCTIE. (墌 blz. 32)

● De aanduiding voor de belichtingsinstelling
verschijnt.

4 Zoom in of uit totdat het onderwerp het LCDscherm of de zoeker vult. Druk vervolgens SET
of
meer dan twee seconden in. De
belichtingsinstellingsaanduiding en de
aanduiding “ ” verschijnen.
5 Druk op SET of . De iris wordt vergrendeld.
6 Druk op MENU. Het menuscherm wordt
gesloten. De “
weergegeven.

” aanduiding wordt

De automatische diafragmaregeling
herstellen
Selecteer “AUTOM” in stap 3.

● De belichtingsinstellingsaanduiding en “
verdwijnen.

”

De belichtingsinstelling en het diafragma
blokkeren
Na stap 3, past u de belichting aan door op
of
te drukken. Vervolgens blokkeert u het
diafragma in stap 4 en 6. Selecteer “AUTOM” in
stap 3 voor automatisch vergrendelen. De
belichting en het diafragma worden automatisch
geregeld.

GEAVANCEERDE FUNCTIES

De belichting instellen

NE

40 NE

OPNAMEFUNCTIES

Achtergrondlicht compenseren
Bij achtergrondlichtcompensatie wordt het
onderwerp snel lichter gemaakt.
Via een eenvoudige bediening kunt u de
achtergrondlichtcompensatiefunctie
inschakelen. Hiermee wordt het donkere
gedeelte van het onderwerp helderder gemaakt
door dit langer te belichten.

1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Druk op BACKLIGHT zodat de indicator voor
achtergrondlichtcompensatie “

” verschijnt.

Achtergrondlichtcompensatie opheffen
Druk tweemaal op BACKLIGHT, zodat de
indicator “ ” verdwijnt.

OPMERKING:
Als u de achtergrondlicht compenseren gebruikt, is
het mogelijk dat het licht rondom het onderwerp te
fel wordt en het onderwerp zelf te wit.

Spotbelichtingsregeling
Door een spotmeetgebied te selecteren is een
nauwkeurige belichtingscompensatie mogelijk.
U kunt op de LCD-scherm/in de zoeker drie
meetgebieden selecteren.

1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Druk tweemaal op BACKLIGHT zodat de
aanduiding voor spotbelichtingsregeling “ ”
verschijnt.
● Er verschijnt een frame voor het
spotmeetgebied in het midden van de LCDmonitor/de zoeker.

4 Druk op of om het gewenste frame voor
het spotmeetgebied te selecteren.
5 Druk op SET.
● De spotbelichtingsregeling is ingeschakeld.
● De belichting wordt aangepast om het
geselecteerde gebied zo helder mogelijk te
maken.

Het diafragma blokkeren
Druk na stap 4 op SET en houd deze knop
langer dan 2 seconden ingedrukt. De indicator
“ ” verschijnt en het diafragma wordt
geblokkeerd.
Spotbelichtingsregeling opheffen
Druk eenmaal op BACKLIGHT, zodat de
indicator “ ” verdwijnt.

OPMERKINGEN:

● U kunt de spotbelichtingsregeling niet tegelijkertijd
met de volgende functies gebruiken:
• “16:9” in “BREEDBEELD” (墌 blz. 37)
• “BLDEN LOS” in “EFFECT” (墌 blz. 42)
• Digitale zoomfunctie (墌 blz. 20)
• Handmatige belichtingsregeling
● Het resultaat is niet altijd optimaal, afhankelijk van
de opnamelocatie en -omstandigheden.

De witbalans aanpassen
De witbalans die betrekking heeft op de juistheid
van kleurreproductie bij verschillende
belichtingsomstandigheden. Als de witbalans
correct is, worden alle overige kleuren
nauwkeurig gereproduceerd.
De witbalans wordt doorgaans automatisch
aangepast. Als u echter een ervaren
camcordergebruiker bent, kunt u deze functie
handmatig bedienen om een meer professionele
kleur-/tintreproductie te bewerkstelligen.
Om de instelling te veranderen
Stel “WITBALANS” in op de gewenste stand.
● De aanduiding van de geselecteerde stand
verschijnt, behalve van de stand “AUTOM”.

[AUTOM]: De witbalans wordt automatisch
aangepast.
HANDM WB: U kunt de witbalans
handmatig aanpassen wanneer u bij
verschillende soorten belichting filmt. (墌 “De
witbalans handmatig aanpassen” blz. 41)
ZONNIG: Buiten op een zonnige dag.
BEWOLKT: Buiten op een bewolkte dag.
[ ] = fabrieksinstelling
Teruggaan naar automatische
witbalansregeling
Stel “WITBALANS” in op “AUTOM”.
(墌 blz. 31, 32).

OPNAMEFUNCTIES

De witbalans handmatig aanpassen

Wit papier

2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Houd een vel wit papier voor het onderwerp.
Pas de zoominstelling aan of stel u zo op dat het
witte papier het hele scherm vult.

4 Selecteer het menu FUNCTIE. (墌 blz. 32)
5 Selecteer “HANDM WB” in het menu
“WITBALANS”. (墌 blz. 32). Houd vervolgens

ingedrukt tot

gaat knipperen.

● Als de instelling is voltooid, houdt
knipperen.

6 Druk op SET of

op met

om de instelling vast te

leggen.

7 Druk op MENU. Het menuscherm wordt
gesloten en de aanduiding voor de handmatige
witbalansinstelling
wordt weergegeven.

OPMERKINGEN:

Wipe- of fade-effecten
Met behulp van deze effecten kunt u
professioneel ogende beeldovergangen maken.
Gebruik deze effecten om de overgang van
scène naar scène wat meer pit te geven.
U kunt een wipe- of fade-effect toepassen
wanneer u een video-opname start of beëindigt.

1 Zet de aan/uit-knop
op “REC”.

SET of

41

● In stap 3 is het mogelijk moeilijk om scherp te
stellen op wit papier. Stel in dat geval handmatig
scherp. (墌 blz. 38)
● U kunt een onderwerp binnen onder allerlei
belichtingsomstandigheden filmen (natuurlijk licht,
tl-lamp, kaarslicht, enzovoort). Aangezien de
kleurtemperatuur verschilt naar gelang de lichtbron,
verschilt ook de tint van het onderwerp naar gelang
de witbalansinstelling. Gebruik de functie om een
meer natuurlijk resultaat te bewerkstelligen.
● Wanneer u de witbalans handmatig hebt
aangepast, blijft de instelling behouden, ook als de
stroomtoevoer onderbroken of de accu verwijderd
wordt.

1 Zet de schakelaar VIDEO/MEMORY op
“VIDEO”.
2 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
3 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
4 Stel “WIPE/FADE” in op de gewenste stand.
(墌 blz. 32)

● Het menu WIPE/FADE verdwijnt en het effect is
opgeslagen.
● De aanduiding van het geselecteerde effect
verschijnt.

5 Druk op de start-/stopknop voor opnemen om
Fade-in/out of Wipe-in/out te activeren.
Het geselecteerde effect uitschakelen
Selecteer “UIT” in stap 4. De effectaanduiding
verdwijnt.

OPMERKING:
U kunt de lengte van een wipe of fade vergroten
door de start/stop-knop voor opnemen in te drukken
en ingedrukt te houden.

WIPE/FADE
UIT: Hiermee schakelt u de functie uit.
(fabrieksinstelling)
FADE WIT
scherm.
FADE ZWART
zwart scherm.

: Fade-in of fade-out met een wit
: Fade-in of fade-out met een

WIPE SLIDE
: Wipe-in van rechts naar links
of wipe-out van links naar rechts.
WIPE SCRL
: Wipe-in van de scène vanaf
de onderkant naar de bovenkant van een zwart
scherm of een wipe-out van boven naar onder,
waardoor een zwart scherm ontstaat.

GEAVANCEERDE FUNCTIES

U kunt de witbalans
handmatig aanpassen
wanneer u bij
verschillende soorten
belichting filmt.

NE

42 NE

OPNAMEFUNCTIES

Program AE, effecten en
sluitereffecten
1 Zet de aan/uit-knop op “REC”.
2 Zet de opnamestand op “M”. (墌 blz. 15)
3 Stel “EFFECT”, “PROGRAM AE” of “SLUITER”
in het menu FUNCTIE in (墌 blz. 32)
● Het menu EFFECT, PROGRAM AE of SLUITER
verdwijnt en het geselecteerde effect wordt
toegepast.
● De aanduiding van het geselecteerde effect verschijnt.
Het geselecteerde effect uitschakelen
Selecteer “UIT” in stap 3. De effectaanduiding
verdwijnt.

OPMERKINGEN:

● Program AE, effecten en speciale effecten kunnen
worden gewijzigd in de stand Opname-standby.
● Bepaalde functies van Programma AE en
sluitereffecten kunnen niet worden gebruikt tijdens
Night-Scope.
● Wanneer een onderwerp te helder of reflecterend
is, kan een verticale streep verschijnen (vegen).
Vegen verschijnen meestal wanneer u de modus
“SPORT” of een andere modus met “SLUITER
1/500 – 1/4000” selecteert.
EF

EFFECT

UIT: Hiermee schakelt u de functie uit.
(fabrieksinstelling)
SEPIA
: Opgenomen beelden krijgen een
bruine schijn, net als oude foto’s.
ZWARTWIT
: Net als bij de zwartwitfilms uit
vroeger tijden worden uw beelden in zwartwit
opgenomen.
ANTKE FILM
*: Hierdoor krijgen
opgenomen beelden een stroboscoopeffect.
BLDEN LOS
*: De opname ziet er uit als
een reeks opeenvolgende foto’s.
*

Niet beschikbaar voor het opnemen van
stilbeelden.

PROGRAM AE
UIT: Hiermee schakelt u de functie uit.
(fabrieksinstelling)
SPORT
(Variabele sluitertijd: 1/250 – 1/4000):
Als u deze instelling selecteert, kunt u snel
bewegende beelden beeld voor beeld
vastleggen en zo een levendige, stabiele
slowmotionweergave bewerkstelligen. Hoe
korter de sluitertijd, hoe donkerder het beeld
wordt. Gebruik de sluiterfunctie dus alleen als u
voldoende licht hebt.
SNEEUW
: Deze instelling compenseert
onderwerpen die anders mogelijk te donker
worden als u opnames maakt in een zeer lichte
omgeving, bijvoorbeeld een sneeuwlandschap.
SPOTLICHT
: Met deze instelling
compenseert u onderwerpen die anders te licht
zouden zijn als ze bij zeer sterke directe
belichting worden opgenomen, bijvoorbeeld
onder spots.
SCHEMER: Hierdoor zien avondscènes er
natuurlijker uit. De witbalans (墌 blz. 40) wordt
automatisch ingesteld op “ ”, maar kan
worden aangepast aan uw wensen. Als u
schemerlicht selecteert, wordt de camcorder bij
een afstand van 10 m tot oneindig automatisch
scherpgesteld. Als de afstand minder dan 10 m
bedraagt, dient u de scherpstelling handmatig
uit te voeren.

SLUITER
UIT: Hiermee schakelt u de functie uit.
(fabrieksinstelling)
SLUITER 1/50: De sluitertijd is vastgesteld
op 1/50 seconde. De zwarte stroken die meestal
verschijnen wanneer u een foto maakt van een
tv-scherm worden smaller.
SLUITER 1/120: De sluitertijd is
vastgesteld op 1/120 seconde. De flikkering die
zich voordoet wanneer u opnames maakt onder
een tl-buis of kwiklamp wordt verminderd.
SLUITER 1/500 / SLUITER 1/4000: Met deze
instellingen kunt u snel bewegende beelden
beeld voor beeld opnemen, voor helder, stabiel
afspelen in slowmotion, door de
sluitertijdvariabelen vast te zetten. Gebruik deze
instellingen wanneer een automatische
afstelling niet goed werkt, in de stand SPORT.
Hoe korter de sluitertijd, hoe donkerder het
beeld wordt. Gebruik de sluiterfunctie dus alleen
als u voldoende licht hebt.

MONTEREN

Naar een videorecorder dubben

NE

43

1 Volg de illustraties bij het aansluiten van de
camcorder en de ingangen van de videorecorder.
2 Begin met afspelen op de camcorder. (墌 blz. 21)
3 Op het punt waar u wilt beginnen met dubben,

Naar S-aansluiting

start u met opnemen op de videorecorder.
(Raadpleeg de handleiding van de videorecorder.)

4 Wanneer u wilt stoppen met dubben, stopt u
met opnemen op de videorecorder en
vervolgens met afspelen op de camcorder.
OPMERKINGEN:

Naar AVaansluiting

S-kabel
(optioneel)

Audio-/
videokabel
(bijgeleverd)

1

2

3

4

● Gebruik bij voorkeur de netadapter als
spanningsbron in plaats van de accu. (墌 blz. 14)
● Instellen of de volgende aanduidingen al dan niet op
de aangesloten tv moeten worden weergegeven
• Datum/tijd
Stel “DATUM/TIJD” in op “AAN” of op “UIT”.
(墌 blz. 31, 35) Of druk op DISPLAY op de
afstandsbediening om de datumaanduiding in of
uit te schakelen.
• Tijdcode
Stel “TIJDCODE” in op “UIT” of “AAN”.
(墌 blz. 31, 35)
• Andere aanduidingen dan datum/tijd en tijdcode
Stel “OP SCHERM” in op “UIT”, “LCD” of op
“LCD/TV”. (墌 blz. 31, 35)

TV

A Geel naar VIDEO IN (aansluiten wanneer uw
tv/videorecorder alleen A/Vingangsaansluitingen heeft.)
B Rood naar AUDIO R IN*
C Wit naar AUDIO L IN*
D Zwart naar S-VIDEO IN (aansluiten wanneer
uw tv/videorecorder een S-VIDEO IN- en een
A/V-ingangsaansluiting heeft. In dit geval is
het niet nodig om de gele videokabel aan te
sluiten.)
* Niet vereist als u alleen stilbeelden wilt
weergeven.

OPMERKING:
De S-videokabel is optioneel. Gebruik de
YTU94146A S-videokabel. Neem voor meer
informatie over de beschikbaarheid van deze kabel
contact op met het JVC Service Centre dat wordt
beschreven op het vel dat in de verpakking is
bijgeleverd. Sluit het uiteinde met het kernfilter aan
op de camera. Het kernfilter vermindert storing

GEAVANCEERDE FUNCTIES

Videorecorder

44 NE

MONTEREN

Kopiëren naar een videoapparaat
dat is voorzien van een DVaansluiting (digitaalkopiëren)
Het is ook mogelijk om opgenomen beelden van
de camcorder over te brengen naar een ander
videoapparaat dat van een DV-aansluiting is
voorzien. Aangezien hierbij een digitaal signaal
wordt overgebracht, is er vrijwel, geen verlies,
aan beeld-en geluidskwaliteit.

Naar DV OUT

Kernfilter

DV-kabel (los
verkrijgbaar)

Naar DV OUT

Videoapparaat dat is uitgerust met
DV-aansluiting

Deze camcorder als weergaveapparaat gebruiken

1 Zorg dat alle apparaten zijn uitgeschakeld.
2 Sluit deze camcorder op de in de illustratie
getoonde wijze met een DV-kabel aan op een
videoapparaat dat is voorzien van een DVingangsaansluiting.

3 Begin met afspelen op de camcorder. (墌 blz. 21)
4 Start op het punt waar u met dubben wilt
beginnen, met opnemen op de videorecorder.
(Raadpleeg de handleiding van de videorecorder.)

5 Stop als u wilt stoppen met dubben, met
opnemen op de videorecorder en stop
vervolgens met afspelen op deze camcorder.

OPMERKINGEN:

● Gebruik bij voorkeur de netadapter als
spanningsbron in plaats van de accu. (墌 blz. 14)
● Als tijdens het dubben op het afspelende apparaat
een blanco gedeelte of een beeld met storing
wordt weergegeven, is het mogelijk dat het
dubben wordt stopgezet om te voorkomen dat
ongewenste beelden worden gedubd.
● Hoewel de DV-kabel correct is aangesloten, is het
mogelijk dat het beeld in stap 4 soms niet verschijnt.
Als dit probleem zich voordoet, zet u het apparaat uit
en brengt u de verbindingen opnieuw tot stand.
● Als u probeert “Inzoomen tijdens weergave”
(墌 blz. 25) of “Speciale weergave-effecten”
(墌 blz. 25) uit te voeren of als u tijdens de weergave
op SNAPSHOT drukt, wordt alleen het oorspronkelijke
weergegeven beeld dat op de band is opgenomen via
de DV OUT-aansluiting verzonden.
● Als u een DV-kabel gebruikt, dient u de los
verkrijgbare JVC VC-VDV204U of VC-VDV206U
DV-kabel te nemen.

MONTEREN

[B] Met DV-kabel

Kernfilter

Kernfilter

USB-kabel
(meegeleverd)

DV-kabel (los
verkrijgbaar)
Kernfilter

Pc

Naar DVaansluiting

Pc met DV-aansluiting

Wanneer u de camcorder met een DV-kabel
aansluit op een pc, moet u de volgende
procedure uitvoeren. Als u de kabel onjuist
aansluit, kunnen hierdoor storingen aan de
camcorder en/of de pc ontstaan.

● Sluit de DV-kabel eerst op de pc en vervolgens
op de camcorder aan.
● Sluit de (stekkers van de) DV-kabel correct aan
op basis van de vorm van de DV-aansluiting.

Het is bovendien mogelijk om stilbeelden/
bewegende beelden via een DV-aansluiting naar
een pc over te brengen met behulp van de
meegeleverde de op de pc aanwezige of in de
handel verkrijgbare software.
Als u een Windows® XP gebruikt, kunt u
Windows® Messenger gebruiken om internetvideoconferenties te houden met behulp van een
camcorder. Meer informatie vindt u in de on line
Help van Windows® Messenger.

OPMERKINGEN:

● Zie “HANDLEIDING VOOR SOFTWARE
INSTALLATIE EN USB-AANSLEITUNG” voor de
bijgeleverde software en stuurprogramma’s.
● Gebruik bij voorkeur de netadapter als
spanningsbron in plaats van de accu.
(墌 blz. 14)
● Sluit nooit de USB- en de DV-kabel tegelijk op de
camcorder aan. Sluit alleen de kabel die u wilt
gebruiken op de camcorder aan.
● Zorg dat u de los verkrijgbare JVC VC-VDV206U
of VC-VDV204U DV-kabel gebruikt wanneer u
met een DV-kabel werkt. Welk type DV-kabel u
moet gebruiken, hangt af van het type DVaansluiting (4- of 6-pins) op de pc.
● Als de pc die via de USB-kabel is aangesloten op de
camcorder niet aan staat, wordt de camcorder niet
in de USB-stand geplaatst.
● De datum-/tijdinformatie kan niet op de pc worden
vastgelegd.
● Raadpleeg de gebruikshandleidingen van de pc en
de software.
● De stilbeelden kunnen ook naar een pc worden
overgebracht via een videocapturekaart die is
voorzien van een DV-aansluiting.
● Het kan zijn dat het systeem niet goed werkt als u
niet de juiste pc of videocapturekaart gebruikt.

“USB” en/of “
” verschijnt op het
LCD-scherm terwijl de pc toegang zoekt tot
gegevens op de camcorder of als de
camcorder een bestand naar de pc
overbrengt.
Koppel de USB-kabel NOOIT los terwijl
“
” op het LCD-scherm wordt
weergegeven, aangezien dit kan leiden tot
schade aan het product.

GEAVANCEERDE FUNCTIES

Naar DV OUT

Naar USBaansluiting

U kunt de:
Het is mogelijk stilbeelden op een
geheugenkaart over te brengen naar een pc.

[B] Met DV-kabel

OF

Naar USB

45

[A] Via de USB-kabel

Aansluiting op een pc
[A] Via de USB-kabel

NE

46 NE

MONTEREN

Audiodubben

Invoegmontage

U kunt het geluidsspoor alleen in de stand 12-BITS
en bij opnamesnelheid SP bewerken. (墌 blz. 32)
● Gebruik de meegeleverde afstandsbediening.
Luidspreker

Het is mogelijk om een nieuwe scène op een reeds
opgenomen band op te nemen. U kunt een
gedeelte van de oorspronkelijke opname met
minimale beeldvervorming aan het begin- en
eindpunt van de nieuwe scène vervangen. Het
oorspronkelijke geluid blijft behouden.
● Gebruik de meegeleverde afstandsbediening.

OPMERKINGEN:

REW
INSERT

START/
STOP
PAUSE
PLAY
STOP
A.DUB

Stereomicrofoon

● Voordat u de volgende procedure uitvoert,
controleert u of “TIJDCODE” is ingesteld op “AAN”
in de menu's voor opnemen en weergeven.
(墌 blz. 31, 34, 35)
● Invoegmontage is niet mogelijk op een band die is
opgenomen met de opnamesnelheid LP of op een
blanco gedeelte van een band.

Speel de band af, zoek het eindpunt voor de
1 Speel de band af om het punt te zoeken waarop 1
montage en druk op PAUSE (9). Ga na wat de
u de montage wilt beginnen en druk op PAUSE (9).

2 Terwijl u A. DUB (D) op de

afstandsbediening ingedrukt houdt, drukt u op
PAUSE (9). De “9D” aanduiding verschijnt.
3 Druk op PLAY (U) en begin te praten. Spreek
in de microfoon.
● Als u het kopiëren wilt onderbreken, drukt u op
PAUSE (9).

4 Als u het audiodubben wilt beëindigen, drukt
u op PAUSE (9) en vervolgens op STOP (8).
Het gekopieerde geluid tijdens de
videoweergave beluisteren
Stel “INGESPR” in op “AAN” of op “GEMENGD”.
(墌 blz. 31, 35)

OPMERKINGEN:

● Tijdens het audiodubben kunt u het geluid niet via
de luidspreker weergeven.
● Als u het audiodubben uitvoert op een band die
als 12-BITS is opgenomen, worden het oude en
het nieuwe geluidsspoor apart opgenomen.
● Als u opneemt op een blanco gedeelte op de band,
is het mogelijk dat het geluid wordt verstoord. Zorg
dat u alleen op gedeelten opneemt waarop al
videobeelden zijn opgenomen.
● Als de microfoon tijdens de weergave op tv gaat
rondzingen, haalt u de microfoon van de tv weg of
zet u het geluid van de tv zachter.
● Als u tijdens de opname overschakelt van
12-BITS naar 16-BITS en vervolgens de band
gebruikt voor audiodubben, is deze niet meer voor
dat doeleinde te gebruiken vanaf het punt waarop
de 16-BITS opname begint.
● Als de band tijdens het audiodubben terecht komt bij
scènes die zijn opgenomen met de snelheid LP, scènes
die zijn opgenomen met 16-BITS audio of bij een blanco
gedeelte van de band, wordt het audiodubben beëindigd.

tijdcode op dit punt is. (墌 blz. 21)

2 Druk op REW (3) tot het beginpunt voor de

montage is bereikt en druk op PAUSE (9).
3 Houd INSERT (I) op de afstandsbediening
ingedrukt en druk op PAUSE (9). De aanduiding
“9I” en de tijdcode (min.:sec.) verschijnen en de
camcorder wordt in de invoegpauzestand geplaatst.
4 Druk op START/STOP om met monteren te
beginnen.
● Zorg dat het invoegen begint bij de tijdcode die u in
stap 1 hebt gecontroleerd.
● Als u het monteren wilt onderbreken, drukt u op
START/STOP. Druk nogmaals op deze knop als u
het monteren wilt hervatten.

5 Als u het invoegmonteren wilt beëindigen, drukt
u op START/STOP en vervolgens op STOP (8).

OPMERKINGEN:

● Program AE, effecten en speciale effecten (墌 blz. 42)
gebruiken om de scènes die bij de invoegmontage
worden bewerkt wat meer pit te geven.
● Tijdens de invoegmontage verandert de datum- en
tijdinformatie.
● Als u invoegmontage toepast op een blanco
gedeelte van de band, is het mogelijk dat er storing
van beeld en geluid optreedt. Zorg dat u alleen op
gedeelten opneemt waarop al videobeelden zijn
opgenomen.
● Tijdens de invoegmontage, wanneer de band
terecht komt bij scènes die zijn opgenomen met de
snelheid LP of bij een blanco gedeelte, wordt de
invoegmontage beëindigd. (墌 blz. 50)

PROBLEMEN OPLOSSEN
Als het probleem zich blijft voordoen nadat u de
stappen in de onderstaande tabel hebt
uitgevoerd, dient u contact op te nemen met uw
JVC-dealer.
De camcorder is een apparaat dat wordt
gestuurd door een microcomputer. Extern
geluid en interferentie (van een tv, radio,
enzovoort) kunnen de normale werking van
deze camcorder verstoren. Als dat probleem
zich voordoet, verbreekt u eerst de verbinding
met de stroombron (accu, netadapter,
enzovoort) en wacht u een paar minuten.
Vervolgens sluit u de stroombron weer aan en
begint u weer bij het begin.

NE

47

De aanduidingen op het LCD-scherm of in
de zoeker knipperen.
● De functies Effect en “STABIEL” die niet tegelijkertijd
kunnen worden gebruikt, worden tegelijkertijd
geselecteerd.
HLees de gedeelten over effecten en “STABIEL”
opnieuw door. (墌 blz. 31, 32, 42)

De digitale zoomfunctie werkt niet.
● 32X optische zoom is geselecteerd.
HStel “ZOOMEN” in op “64X” of op “800X”. (墌 blz. 33)
● De schakelaar VIDEO/MEMORY staat op
“MEMORY”.
HZet de schakelaar VIDEO/MEMORY op “VIDEO”.

Video- en D.S.C.-weergave

Stroomvoorziening
De band draait maar er is geen beeld.
● De voeding is niet correct aangesloten.
HSluit de netadapter goed aan. (墌 blz. 14)
● De accu is niet stevig bevestigd.
HMaak de accu eenmaal los en bevestig hem
vervolgens opnieuw stevig. (墌 blz. 13)
● De accu is leeg.
HVervang de lege accu door een volle accu.
(墌 blz. 13)

Video- en D.S.C.-opname
Het opnemen lukt niet.
● Het wisbeveiligingsknopje van de cassette staat
op “SAVE”.
HZet het wisbeveiligingsknopje van de cassette op
“REC”. (墌 blz. 17)
● “EINDE BAND” verschijnt.
HPlaats een nieuwe cassette. (墌 blz. 17)
● Het deksel van de cassettehouder is open.
HSluit het deksel van de cassettehouder.

Als u een onderwerp filmt dat door helder
licht wordt belicht, verschijnen verticale
lijnen.
● Dit is normaal en duidt niet op een defect.

Als het scherm tijdens het filmen aan direct
zonlicht wordt blootgesteld, kan het
eventjes rood of zwart kleuren.

● Uw tv heeft wel AV-ingangsaansluitingen, maar
de tv is niet ingesteld op de stand VIDEO.
HStel de tv in op de stand die of het kanaal dat bedoeld
is voor de weergave van videobeelden. (墌 blz. 23)
● Het deksel van de cassettehouder is open.
HSluit het deksel van de cassettehouder. (墌 blz. 17)

Tijdens de videoweergave verschijnen
blokken beeldruis, of er is geen beeld en het
scherm is blauw.
HReinig de videokoppen met een los verkrijgbare
reinigingscassette. (墌 blz. 54)

Geavanceerde functies
De scherpstelling vindt niet automatisch plaats.
● De scherpstelling staat op de stand Handmatig.
HStel de scherpstelling in op de stand
Automatisch. (墌 blz. 38)
● De lens is vuil of bedekt met condens.
HReinig de lens en controleer de scherpstelling
nogmaals. (墌 blz. 51)

De momentopnamestand kan niet worden
gebruikt.
● U hebt de stand (16:9 aanduiding) (16:9)
geselecteerd.
HSchakel de stand (16:9 aanduiding) uit. (16:9)
geselecteerd (墌 blz. 37)

● Dit is normaal en duidt niet op een defect.

De datum/tijd wordt tijdens het opnemen
niet weergegeven.
● “DATUM/TIJD” staat op “UIT”.
HStel “DATUM/TIJD” in op “AAN”. (墌 blz. 31, 34)
VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VERWIJZINGEN

Er is geen stroomtoevoer.

48 NE

PROBLEMEN OPLOSSEN

De kleur van momentopnamen ziet er
eigenaardig uit.
● De lichtbron of het onderwerp bevat geen wit. Of
achter het onderwerp bevinden zich verschillende
lichtbronnen.
HZoek een wit onderwerp en stel uw opname zo
samen dat deze binnen het kader past.
(墌 blz. 38, 41)

De gemaakte momentopname is te donker.
● De opname is gemaakt met te veel
achtergrondverlichting.
HDruk op BACKLIGHT. (墌 blz. 40)

De gemaakte momentopname is te licht.
● Het onderwerp is te licht.
HStel “r” in op “SPOTLICHT”. (墌 blz. 42)

De witbalans kan niet worden ingesteld.
● De stand Sepia (SEPIA) of Zwartwit
(ZWARTWIT) is ingeschakeld.
HSchakel de stand Sepia (SEPIA) of de stand
Zwartwit (ZWARTWIT) uit voordat u de witbalans
instelt. (墌 blz. 42)

Het beeld ziet eruit alsof de sluitertijd te
lang is.
● Wanneer u in het donker opnamen maakt, wordt
het apparaat zeer gevoelig voor licht als u
“OPHELDEREN” instelt op “AUTOM”.
HAls u wilt dat de belichting er iets natuurlijker
uitziet, stelt u “OPHELDEREN” in op “KORR
HELD” of “UIT”. (墌 blz. 31, 33)

Andere problemen
Het lampje POWER/CHARGE op de
camcorder gaat niet branden tijdens het
opladen.
● Het opladen is moeilijk op plaatsen met een zeer
hoge of lage temperatuur.
HU kunt de accu beschermen door deze op te
laden bij een temperatuur van 10°C tot 35°C.
(墌 blz. 52)
● De accu is niet stevig bevestigd.
HMaak de accu eenmaal los en bevestig hem
vervolgens opnieuw stevig. (墌 blz. 13)

“STEL DATUM/TIJD IN!” verschijnt.
● De datum/tijd is niet ingesteld.
HStel de datum/tijd in. (墌 blz. 16)
● De batterij van de ingebouwde klok is leeg en de
eerder ingestelde datum/tijd is uit het geheugen
gewist.
HRaadpleeg uw dichtstbijzijnde JVC-dealer om de
batterij te vervangen.

Op de geheugenkaart opgeslagen
bestanden kunnen niet worden verwijderd.
● Op de geheugenkaart opgeslagen bestanden zijn
beveiligd.
HHef de beveiliging van de op de geheugenkaart
opgeslagen bestanden op en verwijder ze.
(墌 blz. 28)

Wanneer het beeld op de printer wordt
afgedrukt, staat onder aan het scherm een
zwarte balk.
● Dit is normaal en duidt niet op een defect.
HAls u opneemt met “STABIEL” uitgeschakeld
(墌 blz. 31, 32), kan dit worden voorkomen.

Wanneer de camcorder is aangesloten via
de DV-aansluiting, werkt de camcorder niet.
● De DV-kabel is aangebracht/losgemaakt terwijl de
camcorder aan stond.
HZet de camcorder uit en weer aan en probeer het
nogmaals.

Het beeld op het LCD-scherm is donker of
bleek.
● Op plaatsen met een lage temperatuur wordt het
beeld donker vanwege de eigenschappen van het
LCD-scherm. Dit is normaal en duidt niet op een
defect.
HPas de helderheid en de hoek van het LCDscherm aan. (墌 blz. 17, 19)
● Als de fluorescentielamp van het LCD-scherm het
einde van de levensduur bereikt, wordt het beeld
op het LCD-scherm donker.
HRaadpleeg uw JVC-dealer.

Overal op het LCD-scherm of in de zoeker
verschijnen fel gekleurde punten.
● Het LCD-scherm en de zoeker zijn met
precisietechnologie vervaardigd. Het is echter
constant mogelijk dat zwarte punten of heldere
lichtpunten (rood, groen of blauw) op het LCDscherm of in de zoeker verschijnen. Deze punten
worden niet op de band opgenomen. De oorzaak
hiervan ligt niet in een apparaatdefect. (Effectieve
punten: meer dan 99,99 %)

PROBLEMEN OPLOSSEN

● De accu is bijna leeg.
HPlaats een volle accu. (墌 blz. 13)

Waarschuwingsaanduidingen
Geeft aan hoeveel accustroom nog beschikbaar is.

U kunt de geheugenkaart niet uit de
camcorder verwijderen.

Resterende accuduur

HDruk de geheugenkaart nog een aantal malen in.
(墌 blz. 18)

Wanneer de batterij bijna leeg is, begint de
indicator voor batterijspanning te knipperen.
Wanneer de accu helemaal leeg is, wordt de
stroomtoevoer automatisch uitgeschakeld.

Het beeld verschijnt niet op het LCDscherm.
● De zoeker wordt uitgetrokken en “VOORRANG” is
ingesteld op “ZOEKER”.
HDruk de zoeker terug of stel “VOORRANG” in op
“LCD”. (墌 blz. 19, 31, 33)
● Het LCD-scherm staat te donker ingesteld.
HPas de helderheid van het LCD-scherm aan.
(墌 blz. 17)
HAls het LCD-scherm 180 graden omhoog is
gedraaid, moet u het LCD-scherm helemaal open
klappen. (墌 blz. 19)

Er verschijnt een foutaanduiding (01 – 04 of
06).
● Er is een storing opgetreden. In dit geval zijn de
functies van de camcorder onbruikbaar
geworden. (墌 blz. 51)

De afstandsbediening werkt niet.
● “AFSTANDSBD” staat op “UIT”.
HStel “AFSTANDSBD” in op “AAN”. (墌 blz. 31, 33)
● De afstandsbediening wijst niet in de richting van
de afstandsbedieningssensor.
HWijs naar de afstandsbedieningssensor.
(墌 blz. 24)
● De batterijen van de afstandsbediening zijn leeg.
HPlaats nieuwe batterijen. (墌 blz. 24)

49

Hoog

Leeg

● Wordt weergegeven als een band is geplaatst.
(墌 blz. 17)
● knippert als er geen band is geplaatst.
(墌 blz. 17)
CONTROLEER WISBEVEILIGING BAND
Verschijnt als het wisbeveiligingsknopje is
ingesteld op “SAVE” terwijl de aan/uit-knop op
“REC” staat en de schakelaar VIDEO/MEMORY
is ingesteld op “VIDEO”. (墌 blz. 15)
GEBR REINIG.- CASSETTE
Verschijnt als tijdens het opnemen vuil op de
koppen is vastgesteld. Gebruik een los
verkrijgbare reinigingscassette. (墌 blz. 54)
CONDENSVORMING WERKING
ONDERBROKEN EEN MOMENT A.U.B.
Verschijnt als zich condensvorming voordoet.
Wanneer deze aanduiding wordt weergegeven,
moet u meer dan een uur wachten om de
condens te laten wegtrekken.
BAND!
Verschijnt als zich geen cassette in de
camcorder bevindt wanneer u op de start-/
stopknop voor opnemen drukt of op de knop
SNAPSHOT drukt, terwijl de aan/uit-knop op
“REC” staat en de schakelaar VIDEO/MEMORY
is ingesteld op “VIDEO”.
EINDE BAND
Verschijnt wanneer tijdens opname of weergave
het einde van de band wordt bereikt.

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VERWIJZINGEN

Het lukt niet om de cassette in de
camcorder te plaatsen.

NE

50 NE

PROBLEMEN OPLOSSEN

STEL DATUM/TIJD IN!
● Verschijnt als de datum/tijd niet is ingesteld.
(墌 blz. 16)
● De batterij van de ingebouwde klok is leeg en de
eerder ingestelde datum/tijd is uit het geheugen
gewist. Raadpleeg uw dichtstbijzijnde JVCdealer om de batterij te vervangen.
LENSDOP
Verschijnt 5 seconden nadat het apparaat is
ingeschakeld wanneer de lensdop op de camera
zit of wanneer het donker is.
FOUT BIJ AUDIODUB!



● Verschijnt als u probeert te audiodubben op een
band die is opgenomen met de snelheid LP.
(墌 blz. 46)
● Verschijnt als u probeert te audiodubben op een
band die is opgenomen met 16-BITS audio.
(墌 blz. 46)
● Verschijnt als u op de afstandsbediening op A.
DUB (D) drukt terwijl het wisbeveiligingsknopje
op “SAVE” staat. (墌 blz. 46)
● Verschijnt als u probeert een invoegmontage
uit te voeren op een leeg gedeelte van een
band. (墌 blz. 46)
FOUT BIJ INVOEGEN!



● Verschijnt als u probeert een invoegmontage uit
te voeren op band die is opgenomen met de
snelheid LP. (墌 blz. 46)
● Verschijnt als u op de afstandsbediening op
INSERT (I) drukt terwijl het
wisbeveiligingsknopje op “SAVE” staat.
(墌 blz. 46)
● Verschijnt als u probeert te audiodubben op een
leeg gedeelte van een band. (墌 blz. 46)

GEHEUGEN IS VOL!
Verschijnt als het geheugen van de
geheugenkaart vol is en u geen
momentopnames kunt maken.
HDV
Verschijnt wanneer in HDV-formaat opgenomen
beelden worden gedetecteerd. Deze camcorder
kan geen HDV-formaat beelden weergeven.
?
Verschijnt wanneer u een bestand weergeeft dat
niet compatibel is met DCF of een bestand met
een grootte die niet compatibel is met deze
camcorder.
KOPIEERBEVEILIGING
Verschijnt als u probeert tegen kopiëren
beveiligde signalen te kopiëren wanneer deze
camcorder wordt gebruikt als videorecorder.
GEHEUGENKAART!
Wordt weergegeven als er geen geheugenkaart
is geplaatst wanneer er op de SNAPSHOT knop
is gedrukt terwijl de aan/uit-knop is ingesteld op
“REC” en de VIDEO/MEMORY schakelaar is
ingesteld op “MEMORY”.
FORMATTEREN A.U.B.
Verschijnt als er een probleem is met een
geheugenkaart, omdat het geheugen beschadigd
is of de kaart zelf niet geïnitialiseerd. Initialiseer de
geheugenkaart. (墌 blz. 30)
GEEN BEELDEN OPGESLAGEN
Verschijnt als er geen beeldbestanden op de
geheugenkaart zijn opgeslagen wanneer u
probeert de inhoud van de geheugenkaart weer
te geven.

ONDERHOUD DOOR DE GEBRUIKER

CONTROLEER
WISBEVEILIGING KAART
Verschijnt als u probeert digitale stilbeelden te
maken terwijl het wisbeveiligingsknopje van de
SD-geheugenkaart in de stand “LOCK” staat.
AUTOM BESCHERMING STAAT AAN
HERPLAATS ACCU OF STEKKER
De foutaanduidingen (01, 02 of 06) geven aan
wat voor type storing zich heeft voorgedaan. Als
er een foutaanduiding verschijnt, wordt de
camcorder automatisch uitgezet. Verwijder de
voeding (accu, enzovoort) en wacht een paar
minuten tot de aanduiding verdwijnt. Als de
aanduiding verdwijnt, kunt u de camcorder weer
gebruiken. Als de aanduiding blijft verschijnen,
raadpleegt u uw JVC-dealer.
AUTOM BESCHERMING STAAT AAN
VERWIJDER EN HERPLAATS BAND
De foutaanduidingen (03 of 04) geven aan wat
voor type storing zich heeft voorgedaan. Als er
een foutaanduiding verschijnt, wordt de
camcorder automatisch uitgezet. Verwijder de
cassette eenmaal en plaats hem terug.
Controleer of de aanduiding verdwijnt. Als de
aanduiding verdwijnt, kunt u de camcorder weer
gebruiken. Als de aanduiding blijft verschijnen,
raadpleegt u uw JVC-dealer.

51

Reinigen
Schakel voordat u de camcorder reinigt deze uit
en verwijder de batterij en het netsnoer.
De buitenkant reinigen
Veeg het voorzichtig met een zachte doek
schoon. Doe de doek in een oplossing met milde
zeep en wring hem goed uit als u zwaar vuil wilt
verwijderen. Veeg het apparaat daarna met een
droge doek af.
De LCD-monitor reinigen
Veeg het voorzichtig met een zachte doek
schoon. Zorg ervoor dat u het LCD-scherm niet
beschadigt. Sluit het LCD-scherm.
De lens reinigen
Blaas de lens schoon met een blaasborsteltje en
veeg deze vervolgens voorzichtig af met een
papieren lensreinigingsdoekje.
De lens van de zoeker reinigen
Verwijder stof van de zoeker met een
blaaskwastje.

OPMERKINGEN:

● Vermijd het gebruik van te sterke
schoonmaakmiddelen, zoals benzine of alcohol.
● U mag de camcorder pas reinigen nadat u de
accu hebt verwijderd en andere eventuele
stroombronnen zijn losgekoppeld.
● Er kan zich schimmel op de lens vormen als deze
vuil is.
● Als u een reinigingsmiddel of een chemisch
behandelde doek wilt gebruiken, dient u eerst de
voorzorgsmaatregelen van dat product door te
nemen.
● Raadpleeg uw dichtstbijzijnde JVC-dealer als u de
zoeker wilt reinigen.

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VERWIJZINGEN

FOUT IN KAART!
Verschijnt als de camcorder de geplaatste
geheugenkaart niet herkent. Verwijder de
geheugenkaart en plaats deze weer terug.
Herhaal deze procedures tot er geen aanduiding
meer verschijnt. Als de aanduiding blijft
verschijnen, is de geheugenkaart beschadigd.

NE

52 NE

VOORZORGSMAATREGELEN

Accu’s
De meegeleverde accu
Contactpunten
is een lithium-ionaccu.
Lees de volgende
voorzorgsmaatregelen
voordat u de
meegeleverde accu of
een los verkrijgbare
accu gaat gebruiken:
● Voorkom gevaar als volgt
... niet in brand steken.
... voorkom kortsluiting van de contactpunten. Zorg
dat de meegeleverde accuafdekkap op de accu
is aangebracht wanneer u de accu vervoert. Als
u de afdekkap kwijt bent, vervoert u de accu in
een plastic tas.
... niet aanpassen of demonteren.
... niet blootstellen aan temperaturen hoger dan
60°C, aangezien de accu hierdoor oververhit kan
raken, kan ontploffen of vlam kan vatten.
... gebruik alleen de aangegeven laadtoestellen.

● Voorkom schade en verleng de levensduur
als volgt
... vermijd onnodige schokken.
... laad de accu op in een omgeving waar de
temperatuur binnen het toegestane bereik ligt,
dat in de onderstaande vermelding staat. Dit is
een accu die werkt door middel van een
chemische reactie — koudere temperaturen
belemmeren de chemische reactie, terwijl
warmere temperaturen ertoe kunnen leiden dat
de accu niet helemaal wordt geladen.
... bewaar de accu op een koele, droge plaats.
Langdurige blootstelling aan hoge temperaturen
vergroot de natuurlijke mate van ontlading en
leidt tot een kortere levensduur.
... laad de accu elke zes maanden helemaal op en
laat de accu vervolgens volledig leeglopen als u
de accu gedurende lange tijd niet gebruikt.
... verwijder de accu uit de lader of de
ingeschakelde camcorder wanneer u die niet
gebruikt, aangezien sommige apparaten zelfs
stroom gebruiken als ze uitstaan.

De voordelen van lithium-ion accu’s
Lithium-ion accu’s zijn klein maar hebben een
groot vermogen. Wanneer dit type accu
echter wordt blootgesteld aan lage
temperaturen (onder 10°C), neemt de
gebruiksduur af en is het zelfs mogelijk dat de
accu helemaal niet meer werkt. Als dat
gebeurt, dient u de accu korte tijd in uw zak,
of op een andere veilige, warme plek, te doen
om deze op te warmen. Vervolgens plaatst u
hem weer op de camcorder.

OPMERKINGEN:

● Het is normaal dat de accu warm is na het laden
of na gebruik.
Specificaties voor het toegestane
temperatuurbereik
Opladen: 10°C tot 35°C
Gebruik: 0°C tot 40°C
Opslag: –20°C tot 50°C
● Hoe lager de temperatuur, hoe lager het opladen
duurt.
● De vermelde oplaadtijden gelden voor een
volledig lege accu.

Cassettes
Lees de onderstaande voorzorgsmaatregelen
om uw cassettes op juiste wijze te gebruiken en
te bewaren:
● Ga bij het gebruik als volgt te werk
... zorg dat de cassette de markering Mini DV heeft.
... houd er rekening mee dat als u opneemt op
cassettes waarop al opnames staan, deze reeds
opgenomen beeld- en geluidssignalen door de
nieuwe worden overschreven.
... zorg dat u de cassette in de juiste stand in de
camcorder inbrengt.
... vermijd herhaaldelijk plaatsen en verwijderen van
de cassette zonder dat u de band laat draaien.
Hierdoor verslapt de bandspanning, wat tot
schade kan leiden.
... open het afdekklepje aan de voorzijde van de
cassette niet. Hierdoor kunnen er vingerafdrukken
en stof op de band terechtkomen.

● Bewaar cassettes als volgt

... uit de buurt van verwarmingstoestellen of andere
warmtebronnen.
... niet in direct zonlicht.
... op een plaats waar ze niet worden blootgesteld
aan onnodige schokken of trillingen.
... op een plaats waar ze niet worden blootgesteld
aan sterke magnetische velden (bijvoorbeeld
velden die worden opgewekt door motoren,
transformators of magneten).
... verticaal, in de originele doosjes.

VOORZORGSMAATREGELEN

NE

53

Geheugenkaarten

Hoofdtoestel

Lees de volgende voorzorgsmaatregelen om uw
geheugenkaarten op juiste wijze te gebruiken en
op te slaan:
● Ga bij het gebruik als volgt te werk

● Om veiligheidsredenen mag u het volgende
NIET DOEN

● Houd rekening met het volgende wanneer de
camcorder toegang zoekt tot de
geheugenkaart (tijdens opnemen,
weergeven, wissen, initialiseren, enzovoort)
... verwijder de geheugenkaart nooit en zet de
camcorder nooit uit.

● Bewaar de geheugenkaarten als volgt

... uit de buurt van verwarmingstoestellen of andere
warmtebronnen.
... niet in direct zonlicht.
... op een plaats waar ze niet worden blootgesteld
aan onnodige schokken of trillingen.
... op een plaats waar ze niet worden blootgesteld
aan sterke magnetische velden (bijvoorbeeld
velden die worden opgewekt door motoren,
transformators of magneten).

LCD-scherm
● Om schade aan het LCD-scherm te
voorkomen mag u het volgende, NIET DOEN
... hard tegen het scherm duwen of er op slaan.
... de camcorder met het LCD-scherm naar onder
op de grond leggen.

● U kunt de levensduur als volgt verlengen

... wrijf het LCD-scherm niet af met een ruwe doek.

● Houd rekening met de volgende
verschijnselen die zich voordoen bij het
gebruik van LCD-schermen. Deze
verschijnselen zijn geen storingen

... Tijdens het gebruik van de camcorder kan het
oppervlak rond het LCD-scherm evenals de
achterzijde van het LCD-scherm warm worden.
... Als u de stroomtoevoer lange tijd ingeschakeld
laat, wordt het oppervlak rond het LCD-scherm
warm.

● Gebruik de camcorder NIET

... op plaatsen die erg vochtig of stoffig zijn.
... op plaatsen met roet of stoom, bijvoorbeeld in de
buurt van een gasfornuis.
... op plaatsen waar veel schokken of trillingen
voorkomen.
... in de buurt van een tv-toestel.
... in de buurt van apparaten die een sterk
magnetisch veld opwekken (luidsprekers, tv-/
radioantennes, enzovoort).
... op plaatsen met een extreem hoge (meer dan
40°C) of extreem lage (minder dan 0°C)
temperatuur.

● Laat de camcorder NIET achter

... op plaatsen waar het meer dan 50°C is.
... op plaatsen waar de vochtigheid bijzonder laag
(minder dan 35%) of bijzonder hoog (meer dan
80%) is.
... in direct zonlicht.
... in een afgesloten auto (in de zomer).
... in de buurt van een verwarmingstoestel.

● Bescherm de camcorder als volgt

... laat het toestel niet nat worden.
... laat het toestel niet vallen en sla er niet mee
tegen harde voorwerpen.
... stel het toestel wanneer u het vervoert niet bloot
aan schokken of overmatige trillingen.
... richt de lens niet gedurende lange tijd op
bijzonder lichte voorwerpen.
... stel de lens en de lens van de zoeker niet aan
direct zonlicht bloot.
... draag het toestel niet door het vast te houden bij
het LCD-scherm of de zoeker.
... zwaai niet te veel met het toestel terwijl u het bij
de handband of handgreep vasthoudt.
... zwaai niet te veel met de zachte cameratas
terwijl de camcorder erin zit.

VERVOLG OP VOLGENDE BLADZIJDE

VERWIJZINGEN

... zorg dat de geheugenkaart de markering SD of
MultiMediaCard heeft.
... zorg dat u de geheugenkaart in de juiste stand
inbrengt.

... de behuizing van de camcorder openen.
... het toestel demonteren of aanpassen.
... de contactpunten van de accu kortsluiten. Houd
het toestel uit de buurt van metalen objecten
wanneer u het niet gebruikt.
... brandbare stoffen, water of metalen objecten in
het toestel laten binnendringen.
... de accu verwijderen of de stroomtoevoer
onderbreken terwijl de camcorder aan staat.
... de accu op de camcorder laten terwijl u de
camcorder niet gebruikt.

54 NE

VOORZORGSMAATREGELEN

● Vuile camcorderkoppen kunnen de
volgende problemen veroorzaken:

... Er geen beeld is tijdens de weergave.
... Er ruisblokken verschijnen tijdens de weergave.
... Tijdens opname of weergave wordt de
waarschuwing voor een vuile kop “ ” getoond.
... Het opnemen kan niet naar behoren worden
uitgevoerd.

Gebruik in deze gevallen een los verkrijgbare
reinigingscassette. Plaats deze cassette en
speel hem af. Als u de cassette meerdere malen
na elkaar gebruikt, kan schade aan de
videokoppen ontstaan. Nadat de camcorder
ongeveer 20 seconden heeft gedraaid, stopt
deze automatisch. Raapleeg ook de
gebruiksaanwijzing van de reinigingscassette.
Als het probleem zich na het gebruik van de
reinigingscassette blijft voordoen, raadpleegt u
uw JVC-dealer.
Mechanische, bewegende onderdelen die
zorgen voor het voortbewegen van de
videokoppen en videoband worden meestal met
verloop van tijd vuil en verslijten. Om te zorgen
dat u een scherp beeld houdt, is het raadzaam
periodiek onderhoud te laten uitvoeren nadat u
de camcorder ongeveer 1000 uur hebt gebruikt.
Raadpleeg uw JVC-dealer voor periodiek
onderhoud.

Juist omgaan met een cd-rom
● Zorg dat u het spiegelende oppervlak (de
achterzijde van de bedrukte kant) niet vuil maakt
of krast. Schrijf niet en plak geen etiketten op de
voor- of achterkant. Als de cd-rom vuil geworden
is, gebruik dan een zachte doek om de disc vanaf
het middengat naar de buitenranden schoon te
vegen.
● Gebruik geen conventionele disc-reinigers of
reinigingsspray.
● Buig de cd-rom niet en raak het spiegelend
oppervlak ervan niet aan.
● Sla de cd-rom niet op in een stoffige, hete of
vochtige omgeving. Houd de cd-rom van direct
zonlicht verwijderd.

Informatie over condensvorming

● Het is u vast al wel opgevallen dat wanneer u
een koude vloeistof in een glas doet, zich
waterdruppels vormen aan de buitenkant van
het glas. Ditzelfde verschijnsel doet zich voor
op de koppen van een camcorder wanneer het
toestel wordt overgebracht van een koude naar
een warme omgeving, wanneer een koude
kamer wordt verwarmd, in extreem vochtige
omstandigheden of op een plek waar koude
lucht uit een airco-installatie binnenstroomt.
● Vocht op de koppen kan tot ernstige schade
aan de videoband leiden en kan inwendige
schade aan de camcorder zelf veroorzaken.

Ernstige storingen
Als zich een ernstige storing voordoen, dient
u onmiddellijk te stoppen met het gebruik van
de camcorder en uw JVC-dealer te
raadplegen.
De camcorder is een apparaat dat wordt
gestuurd door een microcomputer. Extern
geluid en interferentie (van een tv, radio,
enzovoort) kunnen de normale werking van
deze camcorder verstoren. Als zich zulke
storingen voordoen, maakt u eerst de
voedingsbron (accu, netadapter, enzovoort)
los en wacht u een paar minuten voordat u de
aansluitingen weer tot stand brengt.
Vervolgens begint u bij het begin, zoals u dat
altijd doet.

SPECIFICATIES

55

Algmeen

Digitale stilbeeldcamera

Voeding
11 V gelijkstroom (via netadapter)
7,2 V gelijkstroom (via accu)
Stroomverbruik
Ongeveer 2,4 W (2,6 W*) (LCD-scherm
uitgeschakeld/zoeker ingeschakeld)
Ongeveer 2,7 W (2,9 W*) (LCD-scherm
ingeschakeld/zoeker uitgeschakeld)
* Bij gebruik LED lamp
Afmetingen (B x H x D)
59 mm x 94 mm x 114 mm (met LCD-scherm
gesloten en zoeker ingeduwd)
Gewicht
Ongeveer 400 g (zonder batterij, geheugenkaart en
lensdop)
Ongeveer 480 g (inclusief batterij, geheugenkaart
en lensdop)
Bedrijfstemperatuur
0°C tot 40°C
Bedrijfsvochtigheid
35% tot 80%
Opslagtemperatuur
–20°C tot 50°C
Pickup
1/6" CCD
Lens
F 2,0, f = 2,3 mm tot 73,6 mm, 32:1 motorzoomlens
Filterdiameter
ø27 mm
LCD-scherm
2,5" diagonaal gemeten, LCD-scherm/TFT active
matrix-systeem
Zoeker
Elektronische zoeker met 0,33" kleuren-LCDscherm
Luidspreker
Mono
LED lamp
Effectieve afstand: 1,5 m

Opslagmedia
SD-geheugenkaart/MultiMediaCard
Compressiesysteem
JPEG (-compatibel)
Bestandsgrootte
Stilbeelden:
1 standen (640 x 480 pixels)
Beeldkwaliteit
2 standen (FIJN/STANDAARD)
Aantal beelden dat bij benadering kan worden
opgeslagen
墌 blz. 26

Digitale videocamera
Indeling
DV-indeling (SD-stand)
Signaalindeling
PAL-standaard
Indeling voor opname/weergave
Video: digitale componentenopname
Audio: PCM digitale opname, 32 kHz 4-kanalen
(12-BITS), 48 kHz 2-kanalen (16-BITS)
Cassette
Mini-DV-cassette
Bandsnelheid
SP: 18,8 mm/s, LP: 12,5 mm/s

Van aansluitingen
S
S-Video-uitvoer:
Y: 1,0 V (p-p), 75 Ω, analoog
C: 0,3 V (p-p), 75 Ω, analoog
AV
Video-uitvoer: 1,0 V (p-p), 75 Ω, analoog
Audio-uitvoer: 300 mV (rms), 1 kΩ, analoog, stereo
DV
Uitvoer: 4-pins, compatibel met IEEE 1394
USB
Mini USB-B type, compatibel met USB 1.1

Netadapter
Stroomvereisten
110 V tot 240 Vd wisselstroom, 50 Hz/60 Hz
Uitvoer
11 V G gelijkstroom, 1 A
De vermelde specificaties gelden voor de snelheid
SP, tenzij anders staat vermeld. Ontwerp en
specificaties kunnen zonder kennisgeving worden
gewijzigd.

VERWIJZINGEN

Camcorder

NE

Maximale opnametijd (met cassette van 80 min.)
SP: 80 min., LP: 120 min.

TERMEN

DU

A

L

Aan-/uitzetten ................................................. 15
Aansluiting op een pc ..................................... 45
Accu ................................................... 13, 14, 52
Achtergrondlicht compenseren ...................... 40
Afstandsbediening ......................................... 24
Audiodubben .................................................. 46

LCD-scherm en zoeker ............................ 16, 19
LED lamp ....................................................... 36
Luidsprekervolume ......................................... 21

B
Bandsnelheid (OPNAME) ........................ 32, 35
Batterijstatus .................................................. 14
Beeldkwaliteit ................................................. 34
Beeld-voor-beeld-weergave ........................... 25
Bestanden verwijderen .................................. 28
Bevestigen op een statief ............................... 17
Blanco gedeelten zoeken ............................... 22

D
Datum/tijd instellen ......................................... 16
De accu opladen ............................................ 13
De belichting instellen .................................... 39
De bestandsnaam opnieuw instellen ............. 27
De menu-instellingen wijzigen ............... 31 – 35
Demonstratiestand ......................................... 34
Diafragmablokkering ...................................... 39

E
Een cassette plaatsen .................................... 17
Een geheugenkaart initialiseren ..................... 30
Een geheugenkaart plaatsen ......................... 18

M
Macro-instelling .............................................. 32
Melodie .......................................................... 33
Motordrivestand ............................................. 38

N
Netadapter ..................................................... 14
Night-Scope ................................................... 37

O
Opnamecapaciteit
Band ........................................................ 19
Geheugenkaart ....................................... 26

P
Problemen oplossen ...................................... 47
Programma AE, effecten en sluitereffecten ... 42

S
Sluitereffecten ................................................ 42
Snelle controle ............................................... 21
Speciale weergave-effecten ........................... 25
Specificaties ................................................... 55
Spotbelichtingsregeling .................................. 40

T

G

Tijdcode ............................................. 21, 34, 35

Geheugenkaart ........................................ 18, 53
Geluidsstand ............................................ 32, 35

V

H

Verbindingen met een tv of videorecorder ..... 23
Vertraagde opnamen ..................................... 36

Handmatig scherpstellen ............................... 38

W

I

Waarschuwingsaanduidingen ........................ 49
Weergavegeluid ............................................. 35
Wipe- of fade-effecten .................................... 41
Witbalans ....................................................... 40

Instelling AFDRUKINFO (Digital Print Order
Format) .............................................. 29, 30
Interface-opname ........................................... 20
Invoegmontage .............................................. 46

K

Z
Zoomfunctie ....................................... 20, 25, 33

Kopiëren ................................................... 43, 44
16:9 .......................................................... 33, 35

© 2006 Victor Company of Japan, Limited

EX

Gedrukt in Maleisië
0306ASR-PR-VM



Source Exif Data:
File Type                       : PDF
File Type Extension             : pdf
MIME Type                       : application/pdf
PDF Version                     : 1.4
Linearized                      : Yes
Encryption                      : Standard V1.2 (40-bit)
User Access                     : Print, Fill forms, Extract, Assemble, Print high-res
Modify Date                     : 2006:06:27 18:56:28+09:00
Create Date                     : 2006:06:27 14:19:46+09:00
Producer                        : Acrobat Distiller 7.0 (Windows)
Subject                         : LYT1540-003A_DU
Page Count                      : 56
Mod Date                        : 2006:06:27 18:56:28+09:00
Creation Date                   : 2006:06:27 14:19:46+09:00
Author                          : JVC
Metadata Date                   : 2006:06:27 18:56:28+09:00
Title                           : GR-D360E
Description                     : LYT1540-003A_DU
Creator                         : JVC
Page Mode                       : UseThumbs
Page Layout                     : SinglePage
EXIF Metadata provided by EXIF.tools

Navigation menu