Yamaha 01V96NL 01V96 Owner's Manual

User Manual: Yamaha 01V96 Owner's Manual

Open the PDF directly: View PDF PDF.
Page Count: 334

DownloadYamaha 01V96NL 01V96 Owner's Manual
Open PDF In BrowserView PDF
Handleiding

Bewaar deze handleiding voor toekomstige raadpleging.

NL

FCC INFORMATION (U.S.A.)
1. IMPORTANT NOTICE: DO NOT MODIFY THIS UNIT! This product, when installed as indicated in the instructions contained in this manual, meets FCC
requirements. Modifications not expressly approved by Yamaha may void your authority, granted by the FCC, to use the product.
2. IMPORTANT: When connecting this product to accessories and/or another product use only high quality shielded cables. Cable/s supplied with this product MUST
be used. Follow all installation instructions. Failure to follow instructions could void your FCC authorization to use this product in the USA.
3. NOTE: This product has been tested and found to comply with the requirements listed in FCC Regulations, Part 15 for Class “B” digital devices. Compliance with
these requirements provides a reasonable level of assurance that your use of this product in a residential environment will not result in harmful interference with
other electronic devices. This equipment generates/uses radio frequencies and, if not installed and used according to the instructions found in the users manual, may
cause interference harmful to the operation of other electronic devices. Compliance with FCC regulations does not guarantee that interference will not occur in all
installations. If this product is found to be the source of interference, which can be determined by turning the unit “OFF” and “ON”, please try to eliminate the
problem by using one of the following measures: Relocate either this product or the device that is being affected by the interference. Utilize power outlets that are on
different branch (circuit breaker or fuse) circuits or install AC line filter/s. In the case of radio or TV interference, relocate/reorient the antenna. If the antenna lead-in
is 300 ohm ribbon lead, change the lead-in to coaxial type cable. If these corrective measures do not produce satisfactory results, please contact the local retailer
authorized to distribute this type of product. If you can not locate the appropriate retailer, please contact Yamaha Corporation of America, Electronic Service
Division, 6600 Orangethorpe Ave, Buena Park, CA 90620
The above statements apply ONLY to those products distributed by Yamaha Corporation of America or its subsidiaries.

WARNING: THIS APPARATUS MUST BE EARTHED

IMPORTANT
THE WIRES IN THIS MAINS LEAD ARE COLOURED IN
ACCORDANCE WITH THE FOLLOWING CODE:
GREEN-AND-YELLOW :

EARTH

BLUE :

NEUTRAL

BROWN :

LIVE

As the colours of the wires in the mains lead of this apparatus may
not correspond with the coloured markings identifying the terminals in
your plug, proceed as follows:
The wire which is coloured GREEN and YELLOW must be
connected to the terminal in the plug which is marked by the letter E
or by the safety earth symbol
or coloured GREEN and YELLOW.
The wire which is coloured BLUE must be connected to the terminal
which is marked with the letter N or coloured BLACK.
The wire which is coloured BROWN must be connected to the
terminal which is marked with the letter L or coloured RED.

ADVARSEL!
Lithiumbatteri—Eksplosionsfare ved fejlagtig
håndtering. Udskiftning må kun ske med batteri
af samme fabrikat og type. Levér det brugte
batteri tilbage til leverandoren.
VARNING
Explosionsfara vid felaktigt batteribyte. Använd
samma batterityp eller en ekvivalent typ som
rekommenderas av apparattillverkaren.
Kassera använt batteri enligt fabrikantens
instruktion.
VAROITUS
Paristo voi räjähtää, jos se on virheellisesti
asennettu. Vaihda paristo ainoastaan
laitevalmistajan suosittelemaan tyyppiin. Hävitä
käytetty paristo valmistajan ohjeiden
mukaisesti.

* This applies only to products distributed by YAMAHA KEMBLE
MUSIC (U.K.) LTD.

NEDERLAND

THE NETHERLANDS

● Dit apparaat bevat een lithiumbatterij voor geheugenback-up.

● This apparatus contains a lithium battery for memory
back-up.

● Raadpleeg uw leverancier over de verwijdering van de
batterij op het moment dat u het apparaat aan het einde
van de levensduur afdankt, of de volgende Yamahaserviceafdeling:
Yamaha Music Central Europe Branch Nederland
Clarissenhof 5-b, 4133 AB VIANEN
Tel. 0347-358040

● For the removal of the battery at the moment of the
disposal at the end of the service life please consult your
retailer or Yamaha Service Center as follows:
Yamaha Music Central Europe Branch Nederland
Address: Clarissenhof 5-b, 4133 AB VIANEN
Tel: 0347-358040

● Gooi de batterij niet weg, maar lever hem in als KCA.

● Do not throw away the battery. Instead, hand it in as small
chemical waste.

• Verklaring van de grafische symbolen

CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK
DO NOT OPEN

CAUTION: TO REDUCE THE RISK OF
ELECTRIC SHOCK, DO NOT REMOVE
COVER (OR BACK). NO USER-SERVICEABLE
PARTS INSIDE. REFER SERVICING TO
QUALIFIED SERVICE PERSONNEL.

De bliksemschicht met pijlpunt in de gelijkzijdige driehoek is bedoeld om de gebruiker te
waarschuwen voor de aanwezigheid van ongeisoleerde “gevaarlijke spanningen” in de behuizing van het product, die voldoende groot
kunnen zijn om een gevaar voor een elektrische schok te vormen.
Het uitroepteken in de gelijkzijdige driekhoek
is bedoeld om u te wijzen op de aanwezigheid
van belangrijke bedienings- en onderhouds(service)-instructies in de handleiding van het
product.

De bovenstaande waarschuwing bevindt
zich op de achterkant van het apparaat.

BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES
1
2
3
4
5
6
7

8

9

Lees deze instructies.
Bewaar deze instructies.
Let op de waarschuwingen.
Volg alle instructies op.
Gebruik dit apparaat niet in de buurt van water.
Reinig het apparaat alleen met een droge doek.
Blokkeer geen ventilatie-openingen. Installeer
het apparaat overeenkomstig de instructies van
de fabrikant.
Installeer het apparaat niet in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren, warmtewisselaars,
komforen of andere apparaten (waaronder versterkers) die warmte produceren.
Omzeil de veiligheidswerking van de gepolariseerde of geaarde stekker niet. Een gepolariseerde plug heeft twee pennen van verschillende grootte. Een geaarde stekker heeft twee pennen en een opening voor een aardpen die zich in
het stopcontact bevindt of metalen vlakjes aan
de zijkant die contact maken met twee wijkende
metalen aardgeleiders in het stopcontact. Als de
bijgeleverde stekker niet in het stopcontact
past, neem dan contact op met een elektricien
om het stopcontact aan te passen.

WAARSCHUWING
STEL, OM HET RISICO OP BRAND OF EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE
VOORKOMEN, DIT APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT.

10 Zorg dat er niet over het netsnoer gelopen kan
worden en dat het niet klem kan komen te zitten,
met name bij de stekkers, waar overtollig snoer
bij elkaar wordt gehouden en waar het snoer het
apparaat verlaat.
11 Gebruik uitsluitend bevestigingsmaterialen/
accessoires die door de fabrikant worden aanbevolen.
12 Gebruik uitsluitend een kar,
standaard, driepoot, beugel
of tafel die door de fabrikant
aanbevolen wordt of die bij
het apparaat wordt verkocht.
Als er een kar wordt gebruikt
wees dan voorzichtig met het
verplaatsen van de kar/apparaat-combinatie, om
verwonding door omkiepen te voorkomen.
13 Koppel het apparaat los van het lichtnet tijdens
onweer of als het apparaat gedurende langere
tijd niet gebruikt wordt.
14 Laat alle servicehandelingen over aan gekwalificeerd servicepersoneel. Service is pas nodig als
het apparaat op de één of andere manier is beschadigd, zoals wanneer het netsnoer of de
stekker beschadigd is geraakt, als er vloeistof
over het apparaat is gevallen, er voorwerpen in
het apparaat zijn gevallen, het apparaat aan regen of vocht blootgesteld is, het apparaat niet
normaal functioneert of het apparaat is gevallen.

iv

Belangrijke Informatie

Belangrijke Informatie
Waarschuwingen
•

•
•

•
•
•
•
•
•
•
•

•

•

•

Sluit het netsnoer van dit apparaat alleen aan op een stopcontact van het type dat aangegeven
wordt in deze handleiding of zoals aangegeven op het apparaat. Als u dit niet doet, bestaat de
kans op brand en elektrische schokken.
Zorg ervoor dat er geen water in dit apparaat terecht komt of dat het apparaat nat wordt. Dit
zou kunnen resulteren in brand of een elektrische schok.
Plaats geen zware voorwerpen, ook dit apparaat niet, op het netsnoer. Een beschadigd netsnoer
kan resulteren in brand of een elektrische schok. Let er in het bijzonder op dat u geen zware
voorwerpen plaatst op een netsnoer dat onder een tapijt ligt.
Plaats geen vloeistofbevattende voorwerpen of kleine metalen voorwerpen op dit apparaat. Vloeistof of metalen voorwerpen kunnen in dit apparaat brand en elektrische schokken veroorzaken.
Bekras, verbuig, verdraai, verhit het netsnoer niet en rek het ook niet uit. Een beschadigd netsnoer kan resulteren in brand of een elektrische schok.
Maak het apparaat niet open. U zou een elektrische schok kunnen krijgen. Als u denkt dat het
apparaat nagekeken moet worden vanwege onderhoud of reparatie, raadpleeg dan uw dealer.
Modificeer dit apparaat niet. Als u dat wel zou doen, bestaat de kans op brand en elektrische
schokken.
Als het begint te onweren, zet dan de POWER-schakelaar van het apparaat zo snel mogelijk uit
en haal de stekker uit het stopcontact.
Als de mogelijkheid van blikseminslag bestaat, raak dan de stekker van het netsnoer niet aan als
deze nog is aangesloten. Dit wel doen zou kunnen resulteren in een elektrische schok.
Maak alleen gebruik van het bij dit apparaat meegeleverde netsnoer. Als u dit niet doet bestaat
de kans op brand of een elektrische schok.
Dit apparaat heeft een slot voor het installeren van mini-YGDAI-kaarten. Om technische redenen
worden bepaalde kaartcombinaties niet ondersteund. Controleer voordat u een kaart installeert
de Yamaha-website of uw kaart compatibel is. Kaarten installeren die niet door Yamaha worden
ondersteund kunnen een elektrische schok, brand of beschadiging van het apparaat veroorzaken.
Als het netsnoer beschadigd is (dat wil zeggen gespleten of de binnenaders zijn zichtbaar), vraag
dan uw dealer om een vervangend exemplaar. Een beschadigd netsnoer kan resulteren in brand
en elektrische schokken.
Als u rook constateert, of een nare geur of geluid, of als er een vreemd voorwerp of vloeistof in
het apparaat is gevallen, dient u deze onmiddellijk uit te zetten. Haal de stekker uit het stopcontact. Raadpleeg uw dealer voor reparatie. Als u het apparaat blijft gebruiken zonder acht te slaan
op deze instructie, bestaat de kans op brand of elektrische schokken.
Mocht dit apparaat zijn gevallen of de behuizing beschadigd zijn, zet het apparaat dan uit, haal
de stekker uit het stopcontact en neem contact op met uw dealer. Als u het apparaat blijft gebruiken zonder acht te slaan op deze instructie, bestaat de kans op brand of elektrische schokken.

Let op
•

01V96—Handleiding

Houd dit apparaat van de volgende locaties vandaan:
— Locaties waar het wordt blootgesteld aan oliespatten of stoom, zoals bij fornuizen, komforen, bevochtigers, enz.
— Onstabiele oppervlakken, zoals een wiebelende tafel of hellend oppervlak.
— Locaties waar het wordt blootgesteld aan overmatige warmte, zoals in een auto met alle
ramen dicht of plaatsen die zich in het directe zonlicht bevinden.
— Stoffige locaties of locaties waar het bijzonder vochtig is.

Opmerkingen over de bediening

•
•
•

•
•

•

v

Houd altijd de stekker vast als u het netsnoer wilt loskoppelen van het stopcontact. Trek nooit
aan het snoer. Een beschadigd netsnoer kan resulteren in brand en elektrische schokken.
Raak de stekker nooit met natte handen aan. Als u dat wel zou doen, bestaat de kans op een
elektrische schok.
Dit apparaat heeft ventilatie-openingen aan de bovenkant, voorkant, achterkant en zijkant om
te voorkomen dat de inwendige temperatuur te hoog oploopt. Blokkeer ze niet. Geblokkeerde
ventilatie-openingen kunnen brand veroorzaken. Werk met name niet met het apparaat als het
op zijn zijkant of ondersteboven staat, of als deze is afgedekt met een doek of stofhoes.
Dit apparaat is uitgerust met een speciale massa-aansluiting om een elektrische schok te voorkomen. Let er op dat u het apparaat aardt voordat u de stekker in het stopcontact steekt.
Om dit apparaat te verplaatsen zet u eerst het apparaat uit, haalt u de stekker uit het stopcontact
en haalt u alle aangesloten kabels los. Bij gebruik van een beschadigd netsnoer bestaat de kans
op brand of een elektrische schok.
Als u weet dat u het apparaat voor een langere periode niet zult gebruiken, haal dan de stekker
uit het stopcontact. Het apparaat aangesloten laten zou brand kunnen veroorzaken.

Opmerkingen over de bediening
•
•
•

•
•

•
•

•

XLR-type aansluitingen zijn als volgt bedraad: pin 1–massa, pin 2–heet (+) en pin 3–koud (–).
INSERT-stereosteekplugaansluitingen zijn als volgt bedraad: mantel–massa, top–zend en ring–
retour.
De betrouwbaarheid van de werking van componenten met bewegende contacten, zoals schakelaars, draaiknoppen, faders en aansluitingen kan afnemen. De snelheid van de afname is afhankelijk van de werkomgeving en is onvermijdelijk. Raadpleeg uw dealer over vervanging van
defecte onderdelen.
Gebruiken van een mobiele telefoon in de nabijheid van dit apparaat kan bijgeluiden veroorzaken. Als er bijgeluiden optreden, gebruik de telefoon dan verder weg van het apparaat.
Als de mededeling “WARNING Low Battery!” verschijnt als u dit apparaat aanzet, neem dan zo
spoedig mogelijk contact op met uw dealer over het vervangen van de interne backupbatterij.
Het apparaat zal goed blijven werken, maar alle andere data dan de presetdata gaan verloren.
Maak, voordat u de batterijen vervangt, een backup van uw data naar een geheugenkaart, of
naar een ander apparaat via een MIDI-bulkdump.
De digitale schakelingen van dit apparaat kunnen lichte storingen veroorzaken op nabij geplaatste radio’s en TV’s. Als er storingen optreden moet u deze toestellen verder verwijderen van het
apparaat.
Als u de wordclockinstellingen op één van de apparaten in uw digitale audiosysteem verandert,
kan het zijn dat sommige apparaten bijgeluiden geven, dus zet voor die tijd uw versterkers dicht,
omdat anders uw luidsprekers beschadigd kunnen raken.

Interferentie
Dit apparaat maakt gebruik van hoogfrequente digitale schakelingen die interferentie kunnen veroorzaken op dichtbij geplaatste radio- en televisie-apparatuur. Als interferentie een
probleem vormt, verplaats dan de betreffende apparatuur. Een mobiele telefoon in de nabijheid van het apparaat kan bijgeluiden teweegbrengen. Gebruik in dat geval de telefoon
verder uit de buurt van het apparaat.

Uitsluiting van bepaalde aansprakelijkheden
De fabrikant, importeur of dealer is niet aansprakelijk voor enige incidentele schade, waaronder persoonlijke verwonding of enige andere schade, veroorzaakt door onjuist gebruik of
onjuiste bediening van dit apparaat.

01V96—Handleiding

vi

Belangrijke Informatie

Handelsmerken
ADAT MultiChannel Optical Digital Interface is een handelsmerk, en ADAT en Alesis zijn
geregistreerde handelsmerken van Alesis Corporation. Apogee is een handelsmerk van
Apogee Electronics, Inc. Apple, Mac en Power Macintosh zijn geregistreerde handelsmerken en Mac OS is een handelsmerk van Apple Corporation, Inc. HUI is een handelsmerk
van Mackie Designs, Inc. Intel en Pentium zijn geregistreerde handelsmerken van Intel
Corporation. Nuendo is een geregistreerd handelsmerk van Steinberg Media Technologies
AG. ProTools is een handelsmerk of geregistreerd handelsmerk van Digidesign en/of Avid
Technology, Inc. Tascam Digital Interface is een handelsmerk en Tascam en Teac zijn geregistreerde handelsmerken van Teac Corporation. Microsoft en Windows zijn geregistreerde
handelsmerken van Microsoft Corporation, Inc. Waves is een handelsmerk van Waves, Inc.
Yamaha is een handelsmerk van de Yamaha Corporation. Alle andere handelsmerken zijn
eigendom van hun respectieve eigenaren en worden hierbij erkend.

Auteursrechten
Er mag geen onderdeel van dit apparaat, van zijn software of van deze handleiding op wat
voor een manier dan ook worden gereproduceerd of gedistribueerd zonder schriftelijke toestemming van Yamaha Corporation vooraf.
© 2003 Yamaha Corporation. Alle rechten voorbehouden.

Yamaha-website
Meer informatie over de 01V96, gerelateerde producten, en andere Yamaha professionele
audioapparatuur is beschikbaar op de Yamaha Professional Audio Website:
.

Verpakkingsinhoud
•
•
•
•
•

01V96 Digitaal mengpaneel
CD-ROM
Netsnoer
Deze handleiding
Studio Manager Installation Guide

Optionele extra’s
•
•

01V96—Handleiding

RK1 Rekinbouwkit
mini-YGDAI I/O-kaarten

Over deze handleiding

vii

Over deze handleiding
Deze handleiding legt uit hoe het 01V96 digitale mengpaneel te bedienen.
De inhoudsopgave kan u helpen vertrouwd te raken met de structuur van de handleiding
en bij het vinden van functies en onderwerpen. De index kan u helpen bepaalde informatie
te vinden.
Voordat u aan de gang gaat adviseren we u het hoofdstuk “Bedieningsbeginselen” te lezen,
te beginnen op blz. 27.
Elk hoofdstuk in deze handleiding behandelt een bepaalde sectie of functie van de 01V96.
De in- en uitgangskanalen worden in de volgende hoofdstukken verklaard:
“Ingangskanalen”, “Bus-uitgangen” en “Aux-uitgangen”. Waar mogelijk volgen deze
hoofdstukken de loop van het signaal, van ingang naar uitgang.

In deze handleidingen gebruikte afspraken
De 01V96 beschikt over twee soorten knoppen: fysieke knoppen waar u op kunt drukken
(zoals ENTER en DISPLAY) en knoppen die in de displaypagina’s verschijnen. Verwijzingen
naar fysieke knoppen worden tussen spekhaken gezet, bijvoorbeeld, “druk op de [ENTER]
-knop”.
Verwijzingen naar displaypaginaknoppen worden niet benadrukt, bijvoorbeeld “verplaats
de cursor naar de ON-knop”.
U kunt displaypagina’s selecteren met de [DISPLAY]-knoppen of de linkertabscroll-,
rechtertabscroll- en F1–4-knoppen onder de display. Om de uitleggingen eenvoudig te houden worden in deze handleiding alleen de [DISPLAY]-knoppen vermeld.
Zie “Displaypagina’s selecteren” op blz. 28 voor details over alle manieren waarop u pagina’s
kunt selecteren.

De 01V96 installeren
Dit apparaat zou op een stevig en stabiel oppervlak geplaatst moeten worden, die voldoet
aan de vereisten die staan opgesomd onder "Waarschuwingen" en "Let op" in de voorgaande sectie.

Zet het apparaat altijd uit als u het niet gebruikt.
De afbeeldingen en LCD-schermen zoals deze in deze handleiding te zien zijn, zijn uitsluitend bedoeld voor instructiedoeleinden en kunnen dus enigszins afwijken van de werkelijkheid.
Het kopiëren van commercieel beschikbare muzieksequencedata en/of digitale audiofiles,
met uitzondering van voor persoonlijk gebruik, is ten strengste verboden.

01V96—Handleiding

8

Inhoud

Inhoud
1

Welkom . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

2

Bedieningspaneel & achterpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

Bedieningspaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
Achterpaneel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
Een optionele kaart installeren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 26
3

4

Bedieningsbeginselen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Over de display . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Displaypagina’s selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Display-interface . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Layers selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Kanalen selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Fadermodes selecteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Meters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

27

27
28
29
31
32
33
34

Aansluitingen en opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37

Aansluitingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 37
Wordclock-aansluitingen en instellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 40
Routen van de in- en uitgangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 43
5

6

Praktijkvoorbeelden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Aansluitingen en opstelling . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Eerste trackopnamen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Overdubben naar andere tracks . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Opgenomen tracks naar stereo mixen (afmixen) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

47
49
60
63

Analoge & digitale in-/uitgangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 69

Analoge in- & uitgangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Digitale in- & uitgangen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Samplefrequenties van signalen die via de ingangen van de I/O-kaart worden
ontvangen converteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De digitale ingangskanaalstatus in de gaten houden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Digitale uitgangen ditheren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Het overdrachtsformat (Transfer Format) voor hogere samplefrequenties instellen
7

47

Ingangskanalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Over ingangskanalen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De ingangskanalen via de display instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
De ingangskanalen via het bedieningspaneel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ingangskanalen paren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ingangskanalen benoemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

69
71
72
73
74
75
77

77
79
90
92
94

8

BUS OUTs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
Over STEREO OUT . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 97
BUS OUT 1–8 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 98
De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via de display instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 99
De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via het bedieningspaneel instellen. . . . . . . . . . . 104
BUSsen of AUX SENDs paren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 105
Uitgangssignalen verzwakken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 106
De STEREO OUT en BUS OUTs benoemen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 107

9

AUX OUTs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109

AUX OUT 1–8 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 109
AUX OUT 1–8 via de display instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 110
AUX OUT-instellingen bekijken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 112
De AUX OUT 1–8 via het bedieningspaneel instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113

01V96—Handleiding

Inhoud

9

AUX SEND-niveaus instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 113
AUX SEND-instellingen van meerdere kanalen bekijken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 117
AUX SENDs pannen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 119
Kanaalfaderposities naar AUX SENDs kopiëren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 120
10

In- & uitgangsrouting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Ingangsrouting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 121
Uitgangsrouting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 123
Directe uitgangen routen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 125
Insertierouting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 127

11

Monitor (afluistering) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Monitor . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 131
Instellen van de monitor en solo . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 132
De monitor gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 133
De solofunctie gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 134

12

Surroundpan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Surroundpan gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 135
Instellen en selecteren van de surroundpanmodes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 136
Surroundpanning . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 141

13

Kanalen groeperen & parameters koppelen . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Groeperen & koppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 147
Fadergroepen en mutegroepen gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 148
EQ- en compressorparameters koppelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 150

14

Interne effecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Over de interne effecten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 153
Effectprocessors gebruiken via AUX SENDs . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 154
De interne effecten in kanalen tussenvoegen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 156
Effecten bewerken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 157
Over plug-ins . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 159

15

Scenegeheugens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Over scenegeheugens . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Wat wordt er opgeslagen in een scene? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 161
Over scenenummers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 162
Scenes opslaan en oproepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 163
Auto scenegeheugenupdate . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 165
Scenes faden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 166
Scenes veilig oproepen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 168
Scenes sorteren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 169

16

Libraries (bibliotheken) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Over de libraries . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Algemene bediening bij libraries . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 171
Libraries (bibliotheken) gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 173

17

Afstandsbediening (Remote) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
Over de remotefunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 185
ProTools REMOTE LAYER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 186
Nuendo REMOTE LAYER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
REMOTE LAYER voor andere DAW . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 202
MIDI REMOTE LAYER . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 203
Machinebesturingsfunctie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 208

01V96—Handleiding

10

Inhoud

18

MIDI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
MIDI & de 01V96 . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 211
Instellen van de MIDI-poorten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 212
Scenes toewijzen aan programmawijzigingen voor het op afstand
oproepen ervan . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 215
Parameters toewijzen aan besturingswijzigingen voor realtimebesturing . . . . . . 216
Parameters regelen via parameterwijzigingen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 221
Parameterinstellingen via MIDI (bulkdump) verzenden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 222

19

Overige functies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
In- en uitgangskanaalnamen veranderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 225
Voorkeuren instellen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 226
Een custom-LAYER creëren door kanalen te combineren
(USER ASSIGNABLE LAYER) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 229
De oscillator gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 230
De USER DEFINED KEYS gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 231
Het bedieningsslot gebruiken . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 233
Consoles cascaderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 234
De batterij en de systeemversie controleren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 238
De 01V96 initialiseren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 239
De faders kalibreren . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 240

Appendix A: Parameteroverzichten . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241

USER DEFINED KEYS . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 241
USER DEFINED KEYS fabriekstoewijzingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
INPUT PATCH-parameters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 243
INPUT PATCH-fabrieksinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 245
OUTPUT PATCH-parameters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 247
OUTPUT PATCH fabrieksinstellingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 249
Fabrieksinstellingen voor de "USER DEFINED"-banken voor de REMOTE LAYER 250
Effectparameters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 254
Preset EQ-parameters . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 274
Presetgateparameters (fs = 44,1 kHz) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Presetcompressorparameters (fs = 44,1 kHz) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 278
Appendix B: Specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283

Algemene specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 283
LIBRARIES . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 288
Analoge ingangsspecificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
Analoge uitgangsspecificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 289
Digitale ingangsspecificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Digitale uitgangsspecificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
I/O SLOT-specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 290
Besturings-I/O-specificaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Afmetingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 291
Appendix C: MIDI . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292

Scenegeheugen-naar-programmawijzigingstabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 292
Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 293
MIDI-dataformat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 309
Appendix D: Opties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 323
Index . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 324

01V96—Handleiding

Welkom

11

1 Welkom

1

■ Hardware
•
•
•
•
•
•
•
•

100-mm gemotoriseerde faders x 17
De faders kunnen voor de bediening van de ingangskanalen, AUX-zendniveaus en
busuitgangsniveaus gebruikt worden.
Vier keuzeschakelaars waarmee de functie van de kanaalfaders bepaald kan worden.
320 x 240 pixels LCD-display
Knoppen en regelaars in de SELECTED CHANNEL-sectie maken rechtstreekse bewerking van kanaal-EQ-parameters mogelijk.
8 vrij programmeerbare schakelaars (USER DEFINED KEYS) maken het mogelijk om
er functies aan toe te wijzen om de interne parameters van de 01V96 te regelen.
ADAT optische aansluitingen
Uitbreidingsslot voor optionele digitale I/O-, AD- en DA-kaarten.

■ Audiospecificaties
•
•
•
•
•

Lineaire 24 bits A/D-omzetters met 128-voudige oversampling
Lineaire 24-bits D/A-omzetters met 128-voudige oversampling
Frequentiebereik van 20 Hz tot 40 kHz bij een samplefrequentie van 96 kHz
Dynamisch bereik van 106 dB (typisch)
32-bits interne signaalprocessing (58-bits accumulator)

■ Ingangen en uitgangen
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•
•

12 microfoon-/lijningangen met schakelbare +48 V fantoomvoeding en 4 lijningangen
12 analoge inserts
Elke busuitgang of kanaalsinsert kan naar de vier Omni-uitgangen worden gevoerd.
Afzonderlijke uitgangen voor de STEREO- en MONITOR-bus
Analoge 2TR-in- en uitgang voor het aansluiten van een opname/weergave-apparaat
Bij het installeren van een optionele kaart in het slot komen er tot 16 in-/uitgangen extra
ter beschikking.
Digitale 2TR in- en uitgang voor digitale audiosignalen van het consumentenformat
Dubbelkanaalsondersteuning voor opnemen en afspelen bij 88,2/96 kHz op oudere
digitale multitrackrecorders met het 44,1/48 kHz format.
U kunt twee 01V96s in cascade gebruiken zonder het digitale domein te verlaten.
Ingangspatches maken toewijzing van ingangssignalen naar de gewenste signaalpaden
mogelijk.
Uitgangspatches maken toewijzing van BUS OUT-signalen en INPUT CHANNEL
DIRECT OUTs naar de gewenste uitgangsaansluitingen mogelijk.

01V96—Handleiding

Welkom

Dank u voor uw keuze voor het Yamaha 01V96 digitale mengpaneel.
Het compacte 01V96 digitale mengpaneel beschikt over compromisloze 24-bits/96 kHz
digitale audioprocessing en is uitgerust met 40 tegelijk te gebruiken kanalen. De 01V96
voorziet in een grote verscheidenheid aan benodigdheden en toepassingen, waaronder
multitrackopname, 2-kanaals afmixen en hoogwaardige surroundsoundproductie. Dit
geïntegreerde, uitgebreide audiosysteem beschikt over een remote control-functie voor
DAWs (Digital Audio Workstations) zoals bekend van de DM2000 en 02R96 digitale
mengpanelen.
De 01V96 biedt de volgende eigenschappen:

12

Hoofdstuk 1—Welkom

■ Kanaalconfiguratie
•
•
•
•
•
•

32 ingangskanalen en vier ST IN-kanalen kunnen tegelijkertijd gemixt worden.
Groepeer meerdere kanalen en paar kanalen voor stereo.
Acht BUS OUTs en acht AUX SENDs BUS OUTs 1-8 kunnen naar de stereobussen worden gevoerd voor gebruik als groepsbussen
Kanaalbibliotheek voor het opslaan en terugroepen van de kanaalinstellingen voor elk
ingangs- en uitgangskanaal.
Vier-bands EQ op elk kanaal
Dynamische processors op alle kanalen (behalve op de ST IN kanalen)
Dynamische processorinstellingen en EQ-instellingen kunnen worden opgeslagen in
libraries (bibliotheken) en worden teruggeroepen.

■ Effecten
•
•

Vier hoge kwaliteit multikanaalseffecten (pas effecten toe via AUX-sends of kanaalinserts)
Effectlibrary voor het opslaan en terugroepen van effectinstellingen.

■ Scenegeheugen
•

Scenegeheugens voor het opslaan en terugroepen van mixinstellingen als "Scenes".

■ Surroundsound
•
•

Ondersteunt 3-1-, 5.1- en 6.1-kanaal surroundsoundproductie
Surroundkanaaluitgangen kunnen worden toegewezen voor passende aansluiting op
aangesloten apparatuur.

■ Afstandsbediening
•
•
•

Regel en beheer uw 01V96 vanaf uw Mac of PC door gebruik te maken van de bijgeleverde Studio Manager-software.
Remoteconfiguraties voor het op afstand besturen van ProTools, Nuendo en andere
DAWs die het ProTools-protocol ondersteunen.
Bedien een externe recorder via MMC-commando’s.

■ MIDI
•
•

01V96—Handleiding

Uitgerust met MIDI-poorten en een USB-poort voor het aansluiten van een computer
Scenes oproepen en mixparameters wijzigingen via MIDI

Bedieningspaneel & achterpaneel

13

2 Bedieningspaneel & achterpaneel
2

Bedieningspaneel

DISPLAY ACCESSsectie (blz. 18)

CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

FADER MODEsectie (blz. 17)

+4 GAIN -26

-60

-16

GAIN

13

LEVEL

10

+4 GAIN -26

PEAK
14 15
SIGNAL

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY
STORE

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

RECALL

SOLO

SOLO-sectie
(blz. 22)

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

MONITOR
OUT- & hoofdtelefoonsectie
(blz. 15)

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

Displaysectie
(blz. 19)

FADER MODE

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

DEC

INC

-9
-12
-15

EQUALIZER

-18

Data-invoersectie (blz. 22)

-24
-30
-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HIGH-MID

FREQUENCY

SELECTED
CHANNELsectie (blz. 20)

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER

LAYER-sectie
(blz. 19)

ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

5

5

10
5

15

10
5

15

20 10

10

10
5

15

20 10

5

10
5

15

20 10

5

15

5

15

10
5

15

0

0

0

10

5

20 10

20 10

20 10

20 10

15

5

15

5

15

5

15

20 10

20 10

20 10

5

15

5

15

20 10

20 10

15

0

0

5

5

10

10

10

5

15

5

15

15

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

30
40
50

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

SOLO

SOLO

ON

ON

ST IN 2

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

ST IN-sectie
(blz. 17)

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

Kanaalstripsectie (blz. 16)

SEL

ST IN 1

0

10
5

ON

SEL

5
5

0

0
10

10

10

0 +10

5
5

5
0

0

0

0 +10

5

5
5

5

10

10

10

0 +10

0 +10

5

5
5

5

5

0 +10

0 +10

5

5

5
0

10

0 +10

0 +10

5

5
0

0

0

0

0

0

5

0 +10

5

5

5

5

0 +10

0 +10

0 +10

5

5

5

5

0 +10

0 +10

0 +10

+10

SEL

STEREO

STEREO-sectie (blz. 16)

USER DEFINED KEYSsectie (blz. 21)

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

SCENE MEMORY-sectie (blz. 21)

AD-ingangssectie (blz. 14)

14

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

AD-ingangssectie

CH1-4

1

2

3

4

5

9

10

11

12
13

15

14

16

1
A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

2

INPUT
(BAL)

INSERT

3
4
5
6
7

8

OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

PAD

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

13

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

PEAK
14 15
SIGNAL

PEAK
16
SIGNAL

A INPUT-aansluitingen A/B
INPUT A-aansluitingen zijn gebalanceerde XLR-3-31-aansluitingen die lijnniveau- en
microfoonsignalen accepteren. Elk van de fantoom [+48V]-schakelaars aan het achterpaneel zet de +48V fantoomvoeding aan of uit voor de corresponderende ingang. INPUT
B-aansluitingen zijn gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen die lijnniveau- en microfoonsignalen accepteren. Het nominale signaalniveau van beide soorten aansluitingen mogen in het bereik van –60 dB tot +4 dB liggen. Deze aansluitingen beschikken niet over een
fantoomvoeding.
Als u kabels aansluit op zowel de INPUT A- als de INPUT B-aansluiting met hetzelfde nummer, wordt alleen het signaal van INPUT B gebruikt.
Top (heet)
Mannetje XLR-plug

1 (massa)
3 (koud)

6,3 mm (1/4") TRS-steekplug

Ring (koud)

Mantel (massa)

2 (heet)

B INPUT-aansluitingen 13–16
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen accepteren lijnniveausignalen. Het nominale signaalniveaubereik is van –26 dB tot +4 dB. INPUT 15 & 16-aansluitingen zijn alleen
beschikbaar als de AD 15/16-knop is uitgezet (blz. 15).
C INSERT I/O-aansluitingen
Deze ongebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen worden gebruikt voor kanaalinsert inen uitgangen. Gebruik een splitkabel om een externe effectprocessor bij AD-ingangskanalen tussen te voegen.
6,3 mm-steekplug
Top (zend)
Ring (retour)

6,3 mm-steekplug

Mantel (massa)

Top (zend)

Naar de ingang van de processor

6,3 mm-steekplug

Mantel
(massa)
Top (retour)

Sluit aan op de INSERT-aansluiting
Mantel (massa)
Van de uitgang van de processor

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel

15

D PAD-schakelaars
Deze schakelaars zetten de 20 dB pad (verzwakking) aan of uit voor elke AD-ingang.
E GAIN-regelaars
Deze regelaars passen de ingangsgevoeligheid aan voor elke AD-ingang. De ingangsgevoeligheid is van –16 dB tot –60 dB als de pad uit is, en van +4 dB tot –40 dB als de pad aan staat.

G SIGNAL-indicators
Deze indicators lichten op als het ingangssignaalniveau de –34 dB overschrijdt.
H AD15/16-keuzeschakelaar
Deze knop selecteert de signalen voor de AD-ingangskanalen 15 en 16. Als de knop is aangezet (ingedrukt) zijn de 2TR IN-signalen (blz. 24) geselecteerd. Als de knop is uitgezet
(niet ingedrukt) zijn de INPUT 15- en 16-signalen geselecteerd.

MONITOR OUT- & hoofdtelefoonsectie
CH5-8

CH9-12

PHANTOM +48V

L

1
R
IN

5

OUT

2TR

-10dBV (UNBAL)
PHONES

2
MONITOR
2TR IN

4

3
0

LEVEL

10

MONITOR
OUT

0

LEVEL

10

PHONES

A 2TR IN/OUT-aansluitingen
Deze ongebalanceerde tulpplugaansluitingen voeren lijnniveausignalen in en uit, en worden meestal gebruikt om een masterrecorder op aan te sluiten.
Als de AD15/16-keuzeschakelaar in de AD-ingangssectie (8) is aangezet (ingedrukt), worden de signalen die binnenkomen via de 2TR IN-aansluitingen naar de AD-ingangskanalen
15 en 16 gevoerd. Als de monitorbronkeuzeschakelaar (2) is aangezet (ingedrukt) kunt u
de 2TR IN-signalen afluisteren via de MONITOR OUT-aansluitingen.
De 2TR OUT-signalen zijn altijd gelijk aan de STEREO OUT-signalen.
B Monitorbronkeuzeschakelaar
Deze knop selecteert de signalen die worden uitgevoerd via de MONITOR OUT-aansluitingen op het achterpaneel. Als deze knop is aangezet (ingedrukt) kunt u de signalen die binnenkomen via de 2TR IN-aansluitingen afluisteren. Als de knop is uitgezet (niet ingedrukt)
kunt u de STEREO OUT-signalen of het kanaal dat op solo is geschakeld afluisteren.
C MONITOR LEVEL-regelaar
Deze regelaar past het afluisterniveau van de signalen aan die worden uitgevoerd via de
MONITOR OUT-aansluitingen.
D PHONES LEVEL-regelaar
Deze regelaar stelt het niveau van de PHONES-aansluiting in. (Zie blz. 131 voor meer informatie over afluistering via de hoofdtelefoon.)
E PHONES-aansluiting
U kunt een stereo-hoofdtelefoon op deze stereo-steekplugaansluiting aansluiten. De signalen die worden uitgevoerd via de MONITOR OUT-aansluitingen worden ook via deze aansluiting uitgevoerd.

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

F PEAK-indicators
Deze indicators lichten op als het ingangssignaalniveau 3 dB onder clippen is. Pas de PADschakelaar en GAIN-regelaar zo aan dat de signaalpeakindicator zelden oplicht.

2

16

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

Kanaalstripsectie
A [SEL]-knoppen
Met deze knoppen kunt u de gewenste kanalen selecteren. De [SEL]-knopindicator van het
momenteel geselecteerde kanaal licht op. Welke kanalen door elke van de [SEL]-knoppen
worden geselecteerd hangt af van de in de LAYER-sectie geselecteerde layer (zie blz. 19).
Deze knoppen geven u ook de mogelijkheid om kanaalparen te maken of te ontbinden, en
om kanalen toe te voegen aan (of ze te verwijderen uit) fader-, mute-, EQ- en compressorgroepen.

1
SEL

2
SOLO

3
ON

1

+10

0

5
5
0
10
5

15

10

20

15

30

20

40

30

50

40

60
70

B [SOLO]-knoppen
Deze knoppen schakelen de geselecteerde kanalen in solo. De [SOLO]-knopindicator van
het momenteel in solo geschakelde kanaal licht op.
C [ON]-knoppen
Deze knoppen zetten de geselecteerde kanalen aan of uit. De [ON]-knopindicators van
kanalen die aangeschakeld zijn lichten op.
D Kanaalfaders
Afhankelijk van de in de FADER MODE-sectie geselecteerde knop (zie blz. 17), passen deze
faders de geselecteerde ingangs-, BUS OUT- of AUX OUT-niveaus aan.

50

4
1
17
AUX 1

STEREO-sectie
1
SEL

A [SEL]-knop
Selecteert de STEREO OUT.
B [ON]-knop
Zet de STEREO OUT aan of uit.

2
ON

C [STEREO]-fader
Deze 100mm gemotoriseerde fader past het uiteindelijke uitgangsniveau van de STEREO
OUT aan.

0

5

10

15

20

30

40

50
60
70

3
STEREO

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel

17

ST IN-sectie
1
ST IN

2

2
SEL

SOLO

SOLO

3
4
ON

ST IN 1

ON

ST IN 2

5
A [ST IN]-knop
Deze knop selecteert een ST IN-kanaalpaar (ST IN-kanalen 1 & 2 of 3 & 4) die met de knoppen en de regelaars in de ST IN-sectie geregeld kunnen worden. De indicators rechts van de
knop geven de beschikbare ST IN-kanalen aan.
B [SEL]-knoppen
Deze knoppen selecteren het ST IN-kanaal dat u wilt regelen.
C [SOLO]-knoppen
Deze knoppen schakelen de geselecteerde ST IN-kanalen in solo.
D [ON]-knoppen
Deze knoppen zetten de ST IN-kanalen aan of uit.
E Niveauregelaars
Deze regelaars passen de ST IN-kanaalniveaus aan.

FADER MODE-sectie
FADER MODE

1

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

2
HOME (METER)

A [AUX 1]–[AUX 8]-knoppen
Met deze knoppen kunt u de AUX SEND selecteren die u wilt regelen. Drukken op één van
deze knoppen schakelt de fadermode om (zie blz. 33), en geeft de corresponderende AUXpagina aan. (De indicator van de geselecteerde knop licht op.)
U kunt nu de zendniveaus van signalen die van de ingangskanalen naar de corresponderende AUX-bussen worden gevoerd aanpassen met de faders.
B [HOME]-knop
Deze knop roept de METER-pagina op die de ingangskanaalniveaus of uitgangskanaalniveaus (BUS OUT, AUX OUT, STEREO OUT) aangeeft (zie blz. 34).

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

SEL

18

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

DISPLAY ACCESS-sectie
1 2 3 4
DISPLAY ACCESS

6
5

SCENE

DIO/SETUP

PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

DYNAMICS

EQ

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

7
8

9 J K L
A [SCENE]-knop
Deze knop roept een SCENE-pagina op, waardoor u scenes kunt opslaan en terugroepen
(zie blz. 161).
B [DIO/SETUP]-knop
Deze knop roept een DIO/SETUP-pagina op, waardoor u instellingen voor de 01V96 kunt
maken, waaronder die van de digitale in- en uitgang en de remote control (zie blz. 72, 188).
C [MIDI]-knop
Deze knop roept een MIDI-pagina op, waardoor u de MIDI-instellingen kunt maken (zie
blz. 215).
D [UTILITY]-knop
Deze knop roept een UTILITY-pagina op, waardoor u de interne oscillatoren kunt gebruiken en de informatie over geïnstalleerde optionele kaarten kunt bekijken.
E [ /INSERT/DELAY]-knop
Deze knop roept een /INS/DLY-pagina op, waardoor u de fase van het signaal om kunt
schakelen, het signaal kunt bepalen dat tussengevoegd moet worden, of de delayparameters
in kunt stellen (zie blz. 79, 127).
F [PAN/ROUTING]-knop
Deze knop roept een PAN/ROUTE-pagina op, waardoor u een bus kunt selecteren waarnaar het geselecteerde kanaal moet worden gevoerd, de pan-instelling van het geselecteerde
kanaal aan kunt passen, alsook de niveaus van de signalen die van BUS 1-8 naar de STEREO-bus worden gevoerd en de stereo- of surroundpaninstellingen (zie blz. 85, 135).
G [PAIR/GROUP]-knop
Deze knop roept een PAIR/GROUP-pagina op, waardoor u kanaalparen kunt maken of
ontbinden, en meerdere kanaalfaders of [ON]-knoppen kunt groeperen (zie blz. 93, 147).
H [PATCH]-knop
Deze knop roept een PATCH-pagina op, waardoor u ingangssignalen en BUS OUT-signalen aan INPUT-kanalen kunt toewijzen, of signalen kunt toewijzen aan de gewenste OUTPUT-aansluitingen (zie blz. 121).
I [DYNAMICS]-knop
Deze knop roept een DYNAMICS-pagina op, waardoor u de kanaalgates en -compressors
kunt regelen (zie blz. 81).
J [EQ]-knop
Deze knop roept een EQ-pagina op, waardoor u de equalizing en verzwakking van het geselecteerde kanaal kunt instellen (zie blz. 84).
K [EFFECT]-knop
Deze knop roept een EFFECT-pagina op, waardoor u de interne effectprocessors kunt bewerken en de optionele pluginkaarten kunt gebruiken (zie blz. 157).
L [VIEW]-knop
Deze knop roept een VIEW-pagina op, waardoor u de mixparameters van een bepaald
kanaal kunt bekijken en instellen (zie blz. 87).
01V96—Handleiding

Bedieningspaneel

19

LAYER-sectie
LAYER

1-16

17-32

2

MASTER REMOTE

2 3

A [1–16]/[17–32]-knoppen
Deze knoppen selecteren een ingangskanaallayer als de layer die via de kanaalstrippen geregeld kan worden. Als de [1–16]-knop is aangezet kunt u de kanalen 1–16 regelen. Als de
[17–32]-knop is aangezet kunt u de kanalen 17–32 regelen. (Zie blz. 31 voor meer informatie over de ingangskanaallayers.)
B [MASTER]-knop
Deze knop selecteert de MASTER LAYER als de layer die via de kanaalstrippen geregeld kan
worden. U kunt deze layer gebruiken om de BUS-uitgangen en AUX-sends te regelen. (Zie
blz. 31 voor meer informatie over de MASTER LAYER.)
C [REMOTE]-knop
Deze knop selecteert de REMOTE LAYER als de layer die via de kanaalstrippen geregeld kan
worden. U kunt deze layer gebruiken om externe MIDI-apparaten of op computer gebaseerde DAWs te regelen. (Zie blz. 185 voor meer informatie over de REMOTE LAYER.)
Tip: De ST IN-sectie wordt niet beïnvloed door de layerinstellingen.

Displaysectie

OVER
0
-3
-6
-9
-12
-15

1

2

-18
-24
-30
-36
-48

STEREO

3

5

4

6

A Display
Dit is een 320 x 240 pixels LCD-display met een achtergrondverlichting.
B Stereometers
Deze 12-segments niveaumeters geven het uiteindelijke uitgangsniveau van de STEREO
BUS aan.
C Contrastregelaar
Deze regelaar past het displaycontrast aan.
D [F1]–[F4]-knoppen
Deze knoppen selecteren een pagina via een multipaginascherm. Het selecteren van een tab
aan de onderkant van het scherm met één van deze knoppen roept de corresponderende
pagina op. (Zie blz. 28 voor meer informatie over een pagina weergeven.)

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

1

20

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

E Linkertabscroll[ ]-knop
F Rechtertabscroll[ ]-knop
Als er meer pagina’s beschikbaar zijn dan de vier waarvan momenteel de tab wordt getoond,
gebruik dan deze knoppen om de overige tabs weer te geven. Deze knoppen zijn alleen
beschikbaar als de linker- of rechtertabscrollpijl verschijnt.

Tabscrollpijl

SELECTED CHANNEL-sectie
SELECTED CHANNEL

PAN

1

EQUALIZER

6

2
Q

HIGH

3

7

HIGH-MID

4

FREQUENCY
LOW-MID

5

8
GAIN

LOW

A [PAN]-regelaar
Deze regelaar past de pan aan van het kanaal dat met de [SEL]-knop geselecteerd is.
B [HIGH]-knop
C [HIGH-MID]-knop
D [LOW-MID]-knop
E [LOW]-knop
Deze knoppen selecteren de EQ-band (HIGH, HIGH-MID, LOW-MID, LOW) van het kanaal dat met de [SEL]-knop is geselecteerd. De corresponderende knopindicator van de
momenteel geselecteerde band licht op.
F [Q]-regelaar
Deze regelaar past de Q-factor van de momenteel geselecteerde band aan.
G [FREQUENCY]-regelaar
Deze regelaar past de frequentie van de momenteel geselecteerde band aan.
H [GAIN]-regelaar
Deze regelaar past de versterking van de momenteel geselecteerde band aan.

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel

21

SCENE MEMORY-sectie
SCENE MEMORY

STORE

2

RECALL

3

2

A [STORE]-knop
Deze knop maakt het u mogelijk om de huidige mixinstellingen op te slaan. (Zie blz. 161
voor meer informatie over Scenegeheugens.)
B Scene op [ ] / neer [ ]-knoppen
Deze knoppen selecteren een scene om naar weg te schrijven of om terug te roepen. Drukken op de scene op [ ]-knop verhoogt het nummer; drukken op de scene neer [ ]-knop
verlaagt het nummer. Ingedrukt houden van één van de knoppen verlaagt of verhoogt het
nummer continu.
C [RECALL]-knop
Deze knop roept het scenegeheugen op dat met de scene op [ ] /neer [ ]-knoppen is geselecteerd.

USER DEFINED KEYS-sectie
USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

1

A [1]–[8]-knoppen
U kunt elk van de 167 functies toewijzen aan deze User Defined (door te gebruiker te definiëren)-knoppen.

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

1

22

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

Data-invoersectie
3

DEC

INC

1
4

2
ENTER

A Parameterwiel
Deze regelaar past de parameterwaarden aan die in de display worden getoond. Deze met
de klok meedraaien verhoogt de waarde; tegen de klok indraaien verlaagt de waarde. Dit
wiel maakt het u ook mogelijk om door een weergegeven overzicht te scrollen en een karakter voor invoer te selecteren (zie blz. 30).
B [ENTER]-knop
Deze knop activeert een in de display geselecteerde (gemarkeerde) knop, en bevestigt de
bewerkte parameterwaarden.
C [DEC]- & [INC]-knoppen
Deze knoppen verhogen of verlagen een parameterwaarde met één. Drukken op de [INC]knop verhoogt de waarde; drukken op de [DEC]-knop verlaagt de waarde. Ingedrukt houden van één van de knoppen verhoogt of verlaagt de waarde continu.
D Links, rechts, op neer ([ ]/[ ]/[ ]/[ ])-cursorknoppen
Deze knoppen verplaatsen de cursor door de displaypagina, of selecteren parameters en opties. Ingedrukt houden van een cursorknop verplaatst de cursor continu in de corresponderende richting.

SOLO-sectie
2

1
SOLO

CLEAR

A [SOLO]-indicator
Deze indicator knippert als er een of meerdere kanalen solo zijn geschakeld.
B [CLEAR]-knop
Deze knop schakelt alle kanalen die solo zijn geschakeld weer uit solo.

01V96—Handleiding

Achterpaneel

23

Achterpaneel
PHANTOM +48V (blz. 23)

Digitale I/O-sectie
(blz. 24)

AD-uitgangssectie
(blz. 23)

MIDI-besturingssectie
(blz. 25)

2
Bedieningspaneel & achterpaneel

POWER-sectie (blz. 25)

SLOT-sectie (blz. 25)

PHANTOM +48V

3

2

1

A CH1–4 ON/OFF-schakelaar
B CH5–8 ON/OFF-schakelaar
C CH9–12 ON/OFF-schakelaar
Elke van deze schakelaars zet de +48V fantoomvoeding aan of uit voor de vier corresponderende ingangen. Als de schakelaars aan staan wordt de +48V fantoomvoeding geleverd aan
de INPUT A-aansluitingen.

AD-uitgangssectie

1
A MONITOR OUT-aansluitingen L/R
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen voeren de monitorsignalen of 2TR IN-signalen uit. Het
nominale signaalniveau is +4 dB.
U kunt de signalen selecteren met de
monitorbronkeuzeschakelaar.

2

3
Top (heet)
6,3 mm TRS-steekplug

Ring
(koud)

Mantel (massa)

01V96—Handleiding

24

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

B OMNI OUT-aansluitingen 1–4
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen kunnen bussignalen of
direct uit-signalen uitvoeren. Het
nominale signaalniveau is +4 dB.

Top (heet)
6,3 mm TRS-steekplug

Ring
(koud)

Mantel (massa)

C STEREO OUT-aansluitingen L/R
Deze gebalanceerde XLR-3-32-aansluitingen voeren de stereo uitgangssignalen uit. Het nominale signaalniveau is +4 dB.

2 (heet)
3 (koud)

Vrouwtjes XLR-plug

1 (massa)

Digitale I/O-sectie

1

2

3

4

5

A WORD CLOCK OUT-aansluiting
Deze BNC-aansluiting voert een wordclocksignaal van de 01V96 uit naar een aangesloten
extern apparaat.
B WORD CLOCK IN-aansluiting
Deze BNC-aansluiting kan een wordclocksignaal van een aangesloten extern apparaat ontvangen voor de 01V96.
C ADAT IN/OUT-aansluitingen
Deze optische TOSLINK-aansluitingen voeren ADAT digitale audiosignalen in en uit.
D 2TR OUT DIGITAL COAXIAL
Deze RCA-tulpplugaansluiting voert digitale audio uit volgens het consumentenformat
(IEC-60958). De aansluiting wordt gewoonlijk gebruikt om op de digitale stereo-ingang
(consumentenformat) van een DAT-recorder, MD-recorder of CD-recorder aan te sluiten.
E 2TR IN DIGITAL COAXIAL
Deze RCA-tulpplugaansluiting accepteert digitale audio volgens het consumentenformat
(IEC-60958). De aansluiting wordt gewoonlijk gebruikt om de digitale stereo-uitgang (consumentenformat) van een DAT-recorder, MD-recorder of CD-recorder op aan te sluiten.

01V96—Handleiding

Achterpaneel

25

MIDI-besturingssectie

2
2

A MIDI IN/THRU/OUT-poorten
Deze standaard MIDI IN-, OUT- en THRU-poorten maken het u mogelijk de 01V96 op
andere MIDI-apparatuur aan te sluiten.
B TO HOST USB-poort
Deze USB-poort maakt het u mogelijk een computer die is uitgerust met een USB-poort
aan te sluiten.

SLOT-sectie

1
A SLOT
U kunt optionele mini-YGDAI-kaarten in dit slot plaatsen. (Zie blz. 26 voor informatie over
het installeren van deze kaarten.)

POWER-sectie

1

2

A POWER ON/OFF-schakelaar
Deze schakelaar zet de 01V96 aan of uit.
Opm.: Zet, om te voorkomen dat er harde tikken of gebonk uit uw luidsprekers klinken, uw
audioapparatuur in de volgende volgorde aan (draai de volgorde om bij het uitzetten) —
geluidsbronnen, multitrack- en masterrecorders, 01V96, afluisteringsvermogensversterkers.

B AC IN-aansluiting
Deze aansluiting maakt het u mogelijk de 01V96 via het bijgeleverde netsnoer op een stopcontact aan te sluiten.

01V96—Handleiding

Bedieningspaneel & achterpaneel

1

26

Hoofdstuk 2—Bedieningspaneel & achterpaneel

Een optionele kaart installeren
Bezoek de volgende Yamaha Pro Audio-website om u ervan te vergewissen dat de kaarten
die u installeert worden ondersteund door de 01V96.
.
Volg de onderstaande stappen om een optionele mini-YGDAI-kaart te installeren.
1 Zorg ervoor dat de 01V96 is uitgezet.
2 Draai de twee bevestigingsschroeven los en verwijder het slotafdekplaatje,
zoals hieronder aangegeven.
Bewaar het afdekplaatje en de bevestigingsschroeven op een veilige plaats voor toekomstig
gebruik.

3 Plaats de kaart tussen de geleidingsrails en schuif deze volledig in het slot,
zoals hieronder aangegeven.
Het kan zijn dat u de kaart stevig aan moet drukken om deze goed in de interne connector
te plaatsen.

4 Borg de kaart met de eraan bevestigde duimschroeven.
Draai de schroeven stevig vast om de kaart te borgen. Anders kan het zijn dat de kaart geen
goede massaverbinding maakt.

01V96—Handleiding

Bedieningsbeginselen

27

3 Bedieningsbeginselen
Dit hoofdstuk beschrijft de basisbediening van de 01V96, inclusief het gebruik van de display en de bediening van de regelaars op het bedieningspaneel.

3

Over de display

3Huidige scene
1 Geselecteerde
DISPLAY

4EDIT-indicator
5MIDI-indicator
6Surroundmode-indicator
7Samplefrequentie-indicator
8 ST IN-kanaalniveaus

2 Geselecteerde

JKanaalnaam

kanaal

9Paginatitel

KPaginagebied

LPaginatabs

MTabscrollpijlen

A Geselecteerde DISPLAY
Deze sectie geeft de momenteel geselecteerde displaypaginagroep aan.

B Geselecteerde kanaal
Deze sectie geeft het in- of uitgangskanaal aan dat momenteel is geselecteerd door zijn
corresponderende [SEL]-knop. De eerste vier karakters vormen de kanaalidentificatie
(ID) (bijv., CH1–CH32, BUS1–BUS8, AUX1–AUX8, ST-L, ST-R). De tweede vier karakters vormen de verkorte naam voor het kanaal. U kunt desgewenst de verkorte naam
van het kanaal bewerken (zie blz. 225).

C Huidige scene
Deze sectie geeft het nummer en de titel van het momenteel geselecteerde scenegeheugen aan (zie blz. 162). Als de geselecteerde scene schrijfbeveiligd is verschijnt er een
hangsloticoon ( ).

D EDIT-indicator
Deze indicator verschijnt als de huidige mixinstellingen niet langer overeenkomen met
die van de scene die het laatst is opgeroepen.

E MIDI-indicator
Deze indicator verschijnt als de 01V96 MIDI-data ontvangt via de MIDI IN-poort,
USB-poort of een geïnstalleerde MY8-mLAN-kaart.

F Surroundmode-indicator
Deze indicator geeft de momenteel geselecteerde surroundmode aan (ST=stereo, 3-1,
5.1 of 6.1) (zie blz. 135).
01V96—Handleiding

Bedieningsbeginselen

Voordat u de 01V96 kunt gaan gebruiken moet u eerst verscheidene parameters instellen via
de display. De display geeft de volgende items aan:

28

Hoofdstuk 3—Bedieningsbeginselen

G Samplefrequentie-indicator
Deze indicator geeft de huidige samplefrequentie van de 01V96 aan: 44,1 kHz (44k); 48
kHz (48k); 88,2 kHz (88k) of 96 kHz (96k).

H ST IN-kanaalniveaus
Deze niveauregelaars geven het niveau van de ST IN kanalen 1–4 aan.

I Paginatitel
Deze sectie geeft de titel van de huidige pagina aan.

J Kanaalnaam
Bij bepaalde pagina’s geeft dit gebied de lange naam van het momenteel geselecteerde
kanaal aan.

K Paginagebied
Dit paginagebied geeft de inhoud van de verscheidene pagina’s aan.

L Paginatabs
Deze tabs stellen u in staat een displaypagina te selecteren.

M Tabscrollpijlen
Deze pijlen geven aan dat er meer pagina’s beschikbaar zijn.

Displaypagina’s selecteren
Om een displaypagina te selecteren:
1 Druk op de corresponderende knop op het bedieningspaneel om de gewenste paginagroep te selecteren.
Displaypagina’s zijn op functie gegroepeerd. Druk om een paginagroep te selecteren op de
gewenste knop in de DISPLAY ACCESS-sectie.
2 U kunt pagina’s waarvan momenteel de tabs worden weergegeven selecteren door op de [F1]–[F4]-knoppen te drukken.
Druk, als de geselecteerde displaypaginagroep meerdere pagina’s bevat, op de [F1]–[F4]
-knoppen onder de corresponderende tab om een bepaalde pagina te selecteren.
3 Druk, om een pagina te selecteren waarvan momenteel geen tab wordt
weergegeven, of op de linker of rechter [ ]/[ ] tabscrollknop (afhankelijk
van waar de pagina zich bevindt) om de paginatab weer te geven en druk
vervolgens op de corresponderende [F1]–[F4]-knop.
Als displaypaginagroepen meer dan vier pagina’s bevatten, verschijnt de linker- of rechterpijl. Druk, om de op dat moment verborgen tabs weer te geven, op de rechter of linker
[ ]/[ ] tabscrollknop.
U kunt ook als volgt een pagina van een paginagroep selecteren:
• De volgende pagina in een paginagroep selecteren:
Druk herhaaldelijk op de knop die u in stap 1 heeft geselecteerd. Dit maakt het u mogelijk
een pagina te selecteren waarvan de tab verborgen is.
• Om de voorgaande pagina in een paginagroep te selecteren:
Druk op de knop die u in stap 1 heeft geselecteerd en houd deze ingedrukt. Het scherm stapt
één voor één terug door de pagina´s. Laat de knop los als de gewenste pagina wordt weergegeven. Dit maakt het u mogelijk een pagina te selecteren waarvan de tab verborgen is.
• Om de eerste pagina in de groep te selecteren:
Dubbelklik met de knop die u in stap 1 heeft geselecteerd.

01V96—Handleiding

Display-interface

29

4 Druk op de cursorknoppen om de cursor (een vette omlijning) naar een
knop, parameterveld, draairegelaar of fader te verplaatsen, zodat u de
waarde kunt wijzigen.
Tip: De 01V96 onthoudt de huidige pagina en parameter als u een nieuwe paginagroep selecteert. Als u terugkeert naar de voorgaande paginagroep geeft de 01V96 de juiste pagina aan
terwijl dezelfde parameter is geselecteerd. U kunt ook een pagina selecteren met de regelaars
of knoppen op het bedieningspaneel (zie blz. 226).

3
Bedieningsbeginselen

Display-interface
Deze sectie beschrijft hoe de display-interface te gebruiken.

Draaiknoppen & faders
De draaiknoppen en faders maken het u mogelijk de continu
variabele parameterwaarden aan te passen, waaronder de ingangskanaalniveaus en effectparameters. Druk op de cursorknoppen om de cursor naar een draairegelaar of fader die u aan
wilt passen te verplaatsen en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de waarde te
veranderen.

Knoppen
De knoppen stellen u in staat bepaalde functies aan (actief) of
uit (niet actief) te zetten. Verplaats de cursor naar de betreffende knop en druk vervolgens op de [ENTER]-knop om de
functie aan (gemarkeerd) of uit te zetten. De knoppen stellen
u ook in staat één van twee opties te selecteren of om bepaalde
functies uit te voeren.

Parametervelden
De parametervelden maken het u mogelijk één van meerdere
opties te selecteren. Druk op de cursorknoppen om de cursor
naar een parameterveld te verplaatsen en draai vervolgens aan
het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om
de instelling te selecteren.
Het kan nodig zijn dat u op de [ENTER]-knop moet drukken
om een verandering in bepaalde parametervelden te bevestigen. Als u een waarde in zo’n soort parameterveld verandert,
knippert de waarde. Druk op de [ENTER]-knop om de verandering te bevestigen en het knipperen stopt. Als u de cursor
naar andere parameters verplaatst terwijl de bewerkte waarde
knippert, wordt de bewerking geannuleerd.

01V96—Handleiding

30

Hoofdstuk 3—Bedieningsbeginselen

Confirmation (bevestigings)-mededelingen
Bij bepaalde functies vraagt de 01V96 u om een bevestiging voor het uitvoeren van de functie, zoals hier aangegeven.

Verplaats de cursor naar YES en druk op [ENTER] om de functie uit te voeren, of verplaats
de cursor naar NO en druk op [ENTER] om te annuleren.
Als u een tijdje geen actie onderneemt sluit het bevestigingsvenster automatisch en de functie wordt niet uitgevoerd.

TITLE EDIT-venster
Het TITLE EDIT-venster maakt het u mogelijk om titels voor Scene- en Library-geheugens
in te voeren. U kunt 4, 12 of 16 karakters invoeren, afhankelijk van het item.
Het figuur links laat de hoofdletters en de symbolen zien. Het figuur rechts laat de kleine
letters en de cijfers zien.

Gebruik de cursorknoppen om karakters te selecteren en druk op de [ENTER]-knop om ze
in de titel in te voeren. De cursor verplaatst automatisch één plaats naar rechts, elke keer als
er een karakter wordt ingevoerd. Gebruik het parameterwiel om de cursor in de titel te
verplaatsen.
Gebruik de SHIFT LOCK-knop om de hoofdletters of kleine letters te selecteren en gebruik
de SPC-knop om een spatie in te voeren.
Verplaats de cursor naar de INS-knop en druk op [ENTER] om een spatie tussen te voegen
op de cursorpositie en de er op volgende karakters één plaats naar rechts te verschuiven.
Verplaats de cursor naar de DEL-knop en druk op [ENTER] om het karakter op de cursorpositie te wissen en de er op volgende karakters één plaats naar links te verschuiven.
Als u klaar bent, verplaatst u de cursor naar de OK-knop en drukt u vervolgens op [ENTER]
om de titel te bevestigen. Om de titelinvoer te annuleren verplaatst u de cursor naar de
CANCEL-knop en drukt u vervolgens op [ENTER].

01V96—Handleiding

Layers selecteren

31

Layers selecteren
In- en uitgangskanalen (busuitgangen & auxuitgangen) zijn in layers geconfigureerd, zoals
hieronder is geïllustreerd. Er zijn alles bij elkaar vier layers.

3
Bedieningsbeginselen

Ingangskanaal Layer 1–16
Ingangskanaal Layer 17–32
MASTER LAYER
REMOTE LAYER

De momenteel geselecteerde layer bepaalt de functie
van de kanaalstrip, [SEL]-knoppen, [SOLO]-knoppen,
[ON]-knoppen en faders. Gebruik de LAYER-knoppen
om een layer te selecteren waarmee u bewerkingen uit
wilt voeren met de kanaalstripregelaars.

LAYER

1-16

17-32

MASTER REMOTE

De volgende tabel laat de layers zien waartoe u met de LAYER-knoppen toegang heeft, en
de parameters die u kunt regelen met de kanaalstrippen van elke layer.
LAYER-knoppen

Layers

Kanaalstrippen
1–8

9–16

[1–16]-knop

Ingangskanaal Layer 1–16

Ingangskanalen 1–16

[17–32]-knop

Ingangskanaal Layer 17–32

Ingangskanalen 17–32

[REMOTE]-knop

REMOTE LAYER

Bediening hangt af van het geselecteerde doel (zie blz. 185).

[MASTER]-knop

MASTER LAYER

AUX SEND
-masters 1–8

BUS OUT
-masters 1–8

Tip:
• De functie van elke kanaalstripfader is afhankelijk van de momenteel geselecteerde fadermode (zie blz. 33).
• De STEREO [SEL]-knop, [ON]-knop en [STEREO]-fader regelen altijd het STEREO
OUT-signaal, ongeacht de layerinstellingen.
• De ST IN [SEL]-knoppen, [SOLO]-knoppen, [ON]-knoppen en niveauregelaarknoppen
passen altijd de ST IN-kanalen aan die zijn geselecteerd via de [ST IN]-knop, ongeacht de
layerinstellingen.

01V96—Handleiding

32

Hoofdstuk 3—Bedieningsbeginselen

Kanalen selecteren
Om een kanaal op de 01V96 te selecteren, drukt u op de corresponderende [SEL]-knop. Om de PAN en EQ-instellingen aan te passen,
gebruikt u de draaiknoppen in de SELECTED CHANNEL-sectie.
Om een kanaal op een pagina die meerder kanalen bevat te selecteren, drukt u op corresponderende [SEL]-knop.
1 Druk op de corresponderende LAYER-knop om een layer
te selecteren die het gewenste kanaal bevat (zie blz. 31).
Om ST IN-kanalen te selecteren, drukt u op de ST IN [ST IN]-knop.

2 Gebruik de corresponderende [SEL]-knop om het gewenste kanaal te selecteren.
Het kanaal wordt geselecteerd en de [SEL]-knopindicator licht op.
De identificatie (ID) en de korte naam van het kanaal verschijnen
in de linkerbovenhoek van de display. Als de momenteel getoonde
pagina een relevante kanaalparameter bevat, wordt de cursor automatisch naar die parameter verplaatst. Als de momenteel getoonde
pagina niet zo’n parameter bevat, wordt automatisch een pagina
geselecteerd die wel zo’n parameter bevat.

SELECTED CHANNEL

PAN

EQUALIZER

Q

HIGH

HIGH-MID

FREQUENCY
LOW-MID

GAIN

LOW

Tip: Bij gepaarde INPUT- of OUTPUT-kanalen wordt het kanaal waarvan u op de [SEL]knop heeft gedrukt, geselecteerd en zijn indicator licht op. De [SEL]-knopindicator van de gepaarde partner knippert.
3 Om STEREO OUT te selecteren drukt u op de STEREO [SEL]-knop.
Herhaaldelijk drukken op de STEREO [SEL]-knop schakelt tussen de STEREO OUT LEFTen STEREO OUT RIGHT-kanalen.
Als de momenteel getoonde pagina een relevante STEREO OUT-parameter bevat wordt de
cursor automatisch naar die parameter verplaatst. Als de momenteel getoonde pagina niet
zo’n parameter bevat, wordt automatisch een pagina geselecteerd die wel zo’n parameter
bevat.

01V96—Handleiding

33

Fadermodes selecteren

Fadermodes selecteren
De functie van de kanaalfaders (1–16) hangt af van de geselecteerde layer en fadermode.
1 Selecteer een layer die het gewenste kanaal bevat (zie blz. 31).
2 Druk op de FADER MODE-knoppen om een
fadermode te selecteren.
De knopindicators geven de volgende fadermodes aan:
• Als de [HOME]-knopindicator oplicht:
U kunt kanaalfaders gebruiken om de ingangskanalen
en ST-IN-kanaalniveaus of uitgangskanaalmasterniveaus (AUX OUT 1-8, BUS OUT 1-8) te regelen.
• Als één van de [AUX1]–[AUX8]-knopindicators oplicht:
U kunt kanaalfaders gebruiken om het corresponderende AUX SEND-niveau te regelen.

FADER MODE

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HOME (METER)

De volgende tabel laat de kanaalfaderfuncties voor elke layer en fadermode zien.
LAYER-knoppen

[1–16]-knop

[17–32]-knop

[REMOTE]-knop

[MASTER]-knop

Fadermode

Kanaalstripfader
1–8

9–16

[HOME]-knop

Ingangskanaal 1–16-niveau

[AUX1]–[AUX8]-knoppen

Ingangskanaal 1–16 AUX SEND-niveau

[HOME]-knop

Ingangskanaal 17–32-niveau

[AUX1]–[AUX8]-knoppen

Ingangskanaal 17–32 AUX SEND-niveau

[HOME]-knop

De bediening hangt af van het geselecteerde
doel (zie blz. 185).

[AUX1]–[AUX8]-knoppen

Niet voorhanden

[HOME]-knop

AUX SEND-master
1–8-uitgangsniveau

[AUX1]–[AUX8]-knoppen

Niet voorhanden

BUS OUT-master
1–8-uitgangsniveau

Opm.: U kunt de [AUX1]–[AUX8]-knoppen niet selecteren terwijl de MASTER LAYER of
REMOTE LAYER is geselecteerd. Als u naar de MASTER LAYER schakelt terwijl één van de
[AUX1]–[AUX8]-knopindicators aan is, gaat de indicator automatisch uit en de [HOME]knopindicator licht op.

01V96—Handleiding

3
Bedieningsbeginselen

AUX 1

34

Hoofdstuk 3—Bedieningsbeginselen

Meters
Deze sectie beschrijft hoe u de in- en uitgangskanaalniveaus kunt controleren met de
METER-pagina’s.
1 Druk herhaaldelijk op de FADER MODE [HOME]-knop tot de METER | POSITIONpagina verschijnt.
Deze pagina maakt het u mogelijk om de meetpositie voor de in- en uitgangskanalen in te stellen.

1

2

A INPUT-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk de meetpositie voor de ingangskanaal- en ST INkanaalsignalen in te stellen.

B OUTPUT-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk de meetpositie voor uitgangskanaalsignalen (AUX
OUT 1–8, BUS OUT 1–8, STEREO OUT) te selecteren.
2 Verplaats de cursor naar de gewenste parameterknop in de INPUT of OUTPUT-sectie en druk vervolgens op [ENTER].
U kunt één van de volgende drie posities in elke sectie selecteren.
• PRE EQ.......................... Onmiddellijk voor de EQ
• PRE FADER .................. Onmiddellijk voor de fader.
• POST FADER ............... Onmiddellijk na de fader.
3 Druk herhaaldelijk op de FADER MODE [HOME]-knop tot de hierna afgebeelde pagina verschijnt die de benodigde kanalen bevat.
- CH1-32-pagina
Deze pagina toont de ingangskanaalniveaus van de kanalen 1–32.

01V96—Handleiding

Meters

35

- ST IN-pagina
Deze pagina toont afzonderlijk de linker- en rechterkanaalniveaus van de ST IN-kanalen
1–4.

3
Bedieningsbeginselen

- MASTER-pagina
Deze sectie toont de uitgangskanaalniveaus (AUX OUT 1–8, BUS OUT 1–8, STEREO
OUT) in één overzicht.

- EFFECT-pagina
Deze pagina toont de interne effectprocessor 1–4 in- en uitgangsniveaus in één overzicht.

01V96—Handleiding

36

Hoofdstuk 3—Bedieningsbeginselen

- STEREO-pagina
Deze pagina toont het STEREO OUT-uitgangsniveau.

Als u de CH1-32-pagina of de MASTER-pagina heeft geselecteerd, gebruik dan de
MASTER MODE-parameter om één van de volgende drie meetsignaaltypes te selecteren:
• GATE GR....................... De door de gate teweeggebrachte versterkingsreductie (alleen
voor CH1-32)
• COMP GR..................... De door de compressor teweeggebrachte versterkingsreductie.
• LEVEL ........................... INPUT CHANNEL-ingangsniveau of OUTPUT CHANNELuitgangsniveau
Tip: Deze pagina geeft u ook de mogelijkheid de meetpositie te veranderen met de POSITIONparameter. Deze parameterinstelling werkt gekoppeld aan de METER | POSITION-paginainstelling.
4 Verplaats, om de PEAK HOLD-functie te activeren, de cursor naar de PEAK
HOLD-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De PEAK HOLD-knop gaat aan en het peakniveau wordt vastgehouden in de meters op de
pagina. Zet, om de PEAK HOLD-functie te annuleren, de PEAK HOLD-knop uit.

01V96—Handleiding

Aansluitingen en opstelling

37

4 Aansluitingen en opstelling
Dit hoofdstuk legt uit hoe u uw 01V96 moet aansluiten en opstellen.

Aansluitingen
De volgende sectie legt drie veel voorkomende manieren uit om de 01V96 op externe
apparatuur aan te sluiten, ofschoon er talrijke andere manieren zijn.

4

Synthesizer

Aansluitingen en opstelling

■ Het configureren van een analoog 24-kanaals mixsysteem
Synthesizer
MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER

MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER

Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Surface
Modular Synthesis Plug-in System

Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Surface
Modular Synthesis Plug-in System

SONG SCENE

SONG SCENE

REC

REC

MY8-AD96
enz.
Effectprocessor

Masterrecorder

SLOT
CH1-4

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

CH9-12

PHANTOM +48V

L

INPUT-aansluiting

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES

2TR IN-aansluiting

INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD

OMNI OUT-aansluiting

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

PHONES

2TR OUT-aansluiting

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY
STORE

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)

MONITOR
OUT-aansluitingen

LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

INPUT-aansluiting

Gitaar

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

+10

INPUT-aansluiting

17-32

0 +10

5

0 +10

5

15

15

20 10

10

15

20 10

15

20 10

15

20 10

15

15

20 10

20 10

20 10

15

15

20 10

15

20 10

15

20 10

15

20 10

15

15

20 10

20 10

5

10

15

20 10

20

20

5

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

30

50

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

VOL

ON

VOL

Afluisteringssysteem

ST IN 2

0

5

10

15

15

15

40

SOLO

ON

ST IN 1

0
10

5

20 10

SEL

SOLO

ON

0

5
0

10
5

SEL

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

SEL

15

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

PHONES-aansluiting

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

In dit systeem wordt de 01V96 met een optionele AD-kaart (MY8-AD, MY8-AD96, etc.)
geïnstalleerd in het slot, gebruikt als een keyboardmixer of geluidsversterkingsmixer Er zijn
tot 24 analoge kanalen, waaronder INPUTs 1–16 en slotkanalen, beschikbaar voor mixen.
Tip: U kunt de versterking van de AD-kaartkanalen aanpassen door de DIP-switches
(schakelaars) op de kaart aan te passen. Zie voor meer informatie de documentatie van uw
AD-kaart.

01V96—Handleiding

38

Hoofdstuk 4—Aansluitingen en opstelling

■ Het configureren van een opnamesysteem met een harddiskrecorder.
Computer

HDR (Harddiskrecorder)
MIDI IN

Effectprocessor

ADAT IN

MY8-AT
enz.

IN

SLOT

MIDI OUT

OUT

MIDI IN

IN

ADAT OUT

OUT

WORD CLOCK IN-aansluiting

WORD CLOCK OUT

CH1-4

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

TO HOST USB-poort

MIDI OUT

CH5-8

12
13

15

14

16

Masterrecorder

CH9-12

PHANTOM +48V

L

INPUT-aansluiting

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES

2TR IN-aansluiting

INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT

OMNI OUT-aansluiting

Synthesizer

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

2TR OUT-aansluiting

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

0
-3

PAN

-6

MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER
Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Surface
Modular Synthesis Plug-in System

EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30

SONG SCENE

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

-36

REC

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)

MONITOR
OUT-aansluitingen

LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

INPUT-aansluiting

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

+10

INPUT-aansluiting

17-32

0 +10

5

0 +10

5

0

15

5

15

15

0 +10

5

15

20 10

15

20 10

15

15

20 10

20 10

20 10

15

15

5

15

20 10

20 10

20 10

15

15

20 10

15

15

20 10

20 10

0

5

10

15

20 10

20

20

5

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

30

50

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

VOL

VOL

Afluisteringssysteem

ON

ST IN 2

0

5

10

15

15

40

SOLO

ON

ST IN 1

15

10
5

20 10

SEL

SOLO

ON

0

10
5

SEL

5
5

0

0
10

5

0 +10

5
5

5
0

10
5

0 +10

5

5
5

0
10

5

0 +10

0 +10

5
5

0
10

10
5

0 +10

5
5

0

0
10

5

0 +10

5
5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

20 10

10

0 +10

5
5

0
10

10
5

0 +10

5
5

5
0

SEL

15

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

PHONES-aansluiting

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

In dit systeem is de 01V96 één component in een systeem dat een digitale multitrackrecorder zoals een harddiskrecorder bevat, die is aangesloten op de 01V96 via de ADAT IN- en
OUT-aansluitingen op het achterpaneel en via een in het slot geïnstalleerde optionele I/Okaart (MY8-AT, MY16-AT, MY8-TD, etc.). Dit systeem is geschikt voor trackopname, overdubben, tracks samenvoegen en afmixen. U kunt ook de transportsectie van de harddiskrecorder bedienen door MMC-commando’s van de 01V96 naar de recorder te verzenden.

01V96—Handleiding

Aansluitingen

39

■ Het configureren van een opnamesysteem dat gebruik maakt van
een DAW (Digital Audio Workstation)
Computer

4
Aansluitingen en opstelling

MIDI-interface
MIDI IN
MIDI OUT

Audio-interface

SLOT

CH1-4

88

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

TO HOST USB-poort

Effectprocessor

ADAT IN

MY-16AT
enz.

IN

MIDI OUT

OUT

MIDI IN

IN

ADAT OUT

OUT

WORD CLOCK IN-aansluiting

WORD CLOCK OUT

CH5-8

12
13

15

14

16

Masterrecorder

CH9-12

PHANTOM +48V

L

INPUT-aansluiting

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

2TR IN-aansluiting

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

CH15/16
2TR IN

INSERT I/O

MONITOR
2TR IN

PAD
20dB

OMNI OUT-aansluiting

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

Synthesizer

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-16

-60

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

2TR OUT-aansluiting

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY
STORE

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

0
-3

MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER
Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Surface
Modular Synthesis Plug-in System

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
SONG SCENE

-30
AUX 1

REC

AUX 2

AUX 3

AUX 4

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HIGH-MID

FREQUENCY

MONITOR
OUT-aansluitingen

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

INPUT-aansluiting

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

5

5

10
5

15

15

20 10

10

15

20 10

15

20 10

15

20 10

15

15

20 10

20 10

20 10

15

5

15

15

20 10

20 10

20 10

15

15

20 10

15

5

15

SEL

0

15

5

5

10

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

VOL

Afluisteringssysteem

ON

ST IN 2

0

5

10

15

0
10

5

40 20

50

VOL

SOLO

ON

ST IN 1

20

30

SEL

SOLO

ON

15

40

SEL

5
5

0
10

10
5

0 +10

5
5

0

0
10

5

0 +10

5
5

5
0

10
5

0 +10

5

5
5

0
10

5

0 +10

0 +10

5
5

0
10

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
0

0

0

5

5

5

5

0 +10

0 +10

0 +10

+10

INPUT-aansluiting

17-32

15

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

PHONES-aansluiting

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

In dit systeem is de 01V96 met een optionele I/O-kaart (MY8-AT, MY16-AT, MY8-AE, etc.)
in het slot geïnstalleerd, aangesloten op een op computer gebaseerd DAW (Digital Audio
Workstation). De 01V96 fungeert als ingangsapparaat voor de DAW en regelt ook de audiouitvoer. Als u de 01V96 en de computer via USB op elkaar aansluit, maakt de REMOTEfunctie van de 01V96 het u mogelijk de lokalisatie- en transportfuncties van de DAW te
besturen en de parameters te wijzigen.

01V96—Handleiding

40

Hoofdstuk 4—Aansluitingen en opstelling

Wordclock-aansluitingen en instellingen
Over wordclock
Digitale audio-apparatuur moet worden gesynchroniseerd als er digitale audiosignalen van
het éne naar het andere apparaat worden overgedragen. Zelfs als beide apparaten dezelfde
samplefrequentie gebruiken kan het zijn dat digitale signalen niet goed worden overgedragen of zijn er allerlei storende geluiden te horen, als de inwendige digitale audioprocessingschakelingen van de apparaten niet met elkaar zijn gesynchroniseerd.
Wordclocks zijn signalen die het mogelijk maken dat digitale audioprocessingschakelingen
met elkaar kunnen synchroniseren. In de meeste digitale audiosystemen werkt één apparaat
als de wordclockmaster, en zend dus wordclocksignalen uit, en de andere apparaten werken
als wordclockslaves, en synchroniseren aan de wordclockmaster.
Als u de 01V96 digitaal op andere apparatuur aansluit, moet u beslissen welk apparaat u als
wordclockmaster en welke apparaten u als wordclockslaves wilt gebruiken, en vervolgens alle
apparaten overeenkomstig instellen. De 01V96 kan worden gebruikt als de wordclockmaster op
44,1 kHz, 48 kHz, 88,2 kHz, of 96 kHz, of als wordclockslave aan een externe wordclockbron.

Wordclock-aansluitingen
Om een wordclocksynchronisatie tussen de 01V96 en externe apparaten tot stand te brengen kunt u de wordclocksignalen afzonderlijk via speciale kabels distribueren, of u kunt de
clockinformatie gebruiken die wordt verkregen uit de digitale audio-aansluitingen.
De WORD CLOCK IN- en OUT-aansluitingen verzenden en ontvangen uitsluitend wordclocksignalen van de 01V96. De volgende voorbeelden laten twee manieren zien waarop
wordclocksignalen kunnen worden gedistribueerd en ontvangen via de WORD CLOCK
IN- en OUT-aansluitingen.
• Daisychaindistributie (doorlussen)
In dit voorbeeld wordt het wordclocksignaal gedistribueerd op een “daisy-chain”-manier,
waarbij elk apparaat het wordclocksignaal van de WORDCLOCK OUT-aansluiting doorgeeft aan de WORDCLOCK IN-aansluiting van het volgende apparaat. Deze distributiemethode wordt niet aanbevolen voor grotere systemen.
Wordclock
master
WC OUT (BNC)
WC IN
(BNC)

WC OUT
(BNC)

WC IN
(BNC)

Apparaat A
Wordclockslave

WC OUT
(BNC)

Apparaat B
Wordclockslave

WC IN
(BNC)

Apparaat C
Wordclockslave

• Sterdistributie
In dit voorbeeld wordt een specifiek wordclockdistributiekastje (zoals een Yamaha IFU4)
gebruikt om wordclocksignalen van de wordclockmaster afzonderlijk naar elke wordclockslave te sturen.
Wordclockmaster

01V96—Handleiding

WC OUT
(BNC)

Wordclockdistributiekastje

WC IN (BNC)

WC IN (BNC)

WC IN (BNC)

WC IN (BNC)

Apparaat A
Wordclockslave

Apparaat B
Wordclockslave

Apparaat C
Wordclockslave

Apparaat D
Wordclockslave

Wordclock-aansluitingen en instellingen

41

Als de externe apparaten geen WORDCLOCK IN- en OUT-aansluitingen hebben kunt u de
clockinformatie gebruiken die onderdeel uitmaakt van de digitale audiosignalen. In dit
geval worden digitale audiosignalen en wordclocksignalen overgedragen via de 2TR OUT
DIGITAL- en 2TR IN DIGITAL-aansluitingen of via de in het achterpaneelslot geïnstalleerde digitale I/O-kaart.
Digitale audiosignalen
+
Wordclocksignaal
Extern apparaat

4

CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

Aansluitingen en opstelling

Digitale
I/O-kaart

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-16

-60

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

+10

2

0 +10

5

3

0 +10

5

4

0 +10

5

5

5

0 +10

5

5

6

0 +10

5

5

5

5

8

7

0 +10

0 +10

5

5

9

0 +10

5

5

10

0 +10

5

5

11

0 +10

5

5

12

0 +10

5

5

13

0 +10

5

5

14

0 +10

15

5

5

ON

16

0 +10

0 +10

SEL

5

5

5

5

10

10

15

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

0

0

10

15

30
40
50

1

0

10
5

15

2

0

10
5

15

3

0

10
5

15

4

0

10
5

15

5

0

10
5

15

6

0

10
5

15

0

10
5

7

15

8

15

9

5
0

10
5

15

10

5
0

10
5

15

11

5
0

10
5

15

12

5
0

10
5

15

13

5
0

10
5

0

10
5

15

14

ON

ST IN 2

0

20 10

5

SEL

SOLO

ON

ST IN 1

0

10

0

SEL

SOLO

10
5

15

15

5

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

De wordclockbron aangeven
Om de 01V96 digitaal op externe apparaten aan te kunnen sluiten, moet u de wordclockbron voor het systeem aangeven. Volg de hieronder vermelde stappen.
Opm.: Als u de wordclockinstellingen op een apparaat in uw digitale audiosysteem verandert,
kan het zijn dat sommige apparaten bijgeluiden produceren doordat ze niet meer gesynchroniseerd zijn. Zorg ervoor dat u uw afluisterapparatuur dicht zet voordat u de wordclockinstellingen verandert.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina verschijnt.
Op deze pagina kunt u de huidige synchronisatiestatus van de ingangssignalen van elk slot
en elke aansluiting bekijken.

01V96—Handleiding

42

Hoofdstuk 4—Aansluitingen en opstelling

De bronselectieknopindicators worden hier uitgelegd:
Er is een bruikbaar wordclocksignaal op deze ingang aanwezig en deze is synchroon
met de huidige interne clock van de 01V96.
Op deze ingang is geen wordclocksignaal aanwezig.
Er is een bruikbaar wordclocksignaal op deze ingang aanwezig, maar deze is niet synchroon met de huidige interne clock van de 01V96.
Deze ingang is de momenteel geselecteerde wordclockbron.
Deze ingang was geselecteerd als de wordclockbron, maar er werd geen bruikbaar signaal ontvangen.
Of deze ingang ontvangt geen wordclock, of de wordclock kan niet met de momenteel
geïnstalleerde I/O-kaart worden gebruikt.
Tip:
• Het FS-veld toont de samplefrequentie waarop de 01V96 momenteel werkt.
• De SLOT TYPE-kolom geeft de naam van elk van de geïnstalleerde I/O-kaarten aan.
• De IN- en OUT-kolommen geven het aantal in- en uitgangskanalen aan dat per geïnstalleerde I/O-kaart beschikbaar is.
2 Gebruik de cursorknoppen om de cursor naar een bron te verplaatsen en
druk vervolgens op [ENTER].
De volgende bronnen zijn geschikt als wordclockbronnen:
• SLOT .............................. Deze knoppen selecteren de ingangen van de in het slot geïnstalleerde digitale I/O-kaart als wordclockbron. Ingangen worden als paar geselecteerd (in de volgorde oneven/even). De
SLOT TYPE-kolom geeft de naam van elk van de geïnstalleerde
I/O-kaarten aan. Het aantal paren hangt af van het geïnstalleerde I/O-kaarttype.
• adat ................................ Deze knoppen selecteren de ingangen van de ADAT IN-aansluiting op het achterpaneel. Ingangen worden als paar geselecteerd (in de volgorde oneven/even).
• WC IN............................ Deze knop selecteert het wordclocksignaal op de WORD
CLOCK IN-aansluiting op het achterpaneel.
• 2TRD ............................. Deze knop selecteert de 2TR IN DIGITAL-ingang als wordclockbron.
• INT 44.1k, INT 48k
INT 88.2k, INT 96k ..... Deze knoppen selecteren de interne clockgenerator als de
wordclockbron. De 01V96 zal als wordclockmaster fungeren.
Opm.: Om data op de hogere samplefrequenties (88,2 kHz of 96 kHz) tussen de 01V96 en
aangesloten externe apparaten over te dragen, is het noodzakelijk dat u het dataoverdrachtsformat instelt. Zie voor meer informatie blz. 72.
Tip: Als de wordclockoverdracht wordt onderbroken terwijl de 01V96 (als slave-apparaat)
het clocksignaal ontvangt, zal het apparaat automatisch overschakelen naar het dichtstbij
liggende interne clocksignaal (INT 44.1k, INT 48k INT 88.2k of INT 96k).

01V96—Handleiding

Routen van de in- en uitgangen

43

Routen van de in- en uitgangen
De 01V96 is ontworpen om het u mogelijk te maken om signalen van de ingangen naar de
uitgangen te routen (toe te wijzen/patchen). Deze sectie legt uit hoe u de signalen die naar
de in- en uitgangen zijn geroutet kunt bekijken en desgewenst kunt wijzigen.
Tip: Als een bepaald signaal niet hoorbaar is of als een uitgang niet het verwachte uitgangssignaal geeft, controleer dan eerst de PATCH-instellingen, zoals hieronder aangegeven.

4

Ingangskanalen routen

Aansluitingen en opstelling

Standaard zijn de ingangskanalen als volgt geroutet:
• INPUT-aansluitingen 1–16 ............... Ingangskanalen 1–16
• ADAT IN-kanalen 1–8 ........................ Ingangskanalen 17–24
• SLOT-kanalen 1–8 .............................. Ingangskanalen 25–32
• Uitgangen 1–2 van de interne
effectprocessor 1–4 ............................. ST IN-kanalen 1–4
Volg de onderstaande stappen om de routing te bekijken of te wijzigen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de volgende
pagina verschijnt.

1

INPUT- en SLOT-kanalen die momenteel zijn toegewezen aan ingangskanalen worden in
de parametervelden (1) onder de kanaalnummers getoond. De parameterindicators worden hier uitgelegd:
• - ......................................Geen toewijzing
• AD1–AD16....................INPUT-aansluitingen 1–16
• ADAT1–ADAT8 ............ADAT IN-kanalen 1–8
• SL-01–SL-16 ..................SLOT-kanalen 1–16
• FX1-1–FX1-2 ................Uitgangen 1–2 van de interne effectprocessor 1
• FX2-1–FX2-2 ................Uitgangen 1–2 van de interne effectprocessor 2
• FX3-1–FX3-2 ................Uitgangen 1–2 van de interne effectprocessor 3
• FX4-1–FX4-2 ................Uitgangen 1–2 van de interne effectprocessor 4
• 2TD-L/R ........................2TR IN DIGITAL L/R-aansluitingen
Volg de onderstaande stappen om de routing te bekijken of te wijzigen.
2 Gebruik de cursorknoppen om de cursor naar een PATCH-parameter (1) te
verplaatsen waarvan u de toewijzing wilt wijzigen, en draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de toewijzing te wijzigen.

01V96—Handleiding

44

Hoofdstuk 4—Aansluitingen en opstelling

3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Tip: Roep, om de standaardrouting terug te roepen, INPUT PATCH-geheugennr. 00 op (zie
blz. 174).

OMNI-uitgangen routen
Standaard zijn de uitgangsaansluitingen als volgt geroutet:
• OMNI OUT-aansluitingen 1–4 .........AUX OUT 1–4
• ADAT OUT-kanalen 1–8 ....................BUS OUT 1–8
• SLOT-kanalen 1–8 ...............................BUS OUT 1–8
• SLOT-kanalen 9–16 .............................BUS OUT 1–8
• 2TR DIGITAL-aansluitingen .............STEREO OUT L & R
Tip:
• De STEREO OUT-aansluitingen geven altijd de STEREO BUS-signalen.
• De MONITOR OUT-aansluitingen geven of de MONITOR-signalen of de 2TR IN-signalen, afhankelijk van de monitorbronkeuzeschakelaarinstelling.

Volg de onderstaande stappen om de routing te bekijken of te wijzigen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de volgende
pagina verschijnt.

1

Signalen die momenteel zijn toegewezen aan de uitgangsaansluitingen worden in de parametervelden (1) onder de aansluitnummers aangegeven. De parameterindicators worden
hier uitgelegd:
• - ..............................................................Geen toewijzing
• BUS1–BUS8 ..........................................BUS OUT 1–8-signalen
• AUX1–AUX8 ........................................AUX OUT 1–8-signalen
• ST L/R ....................................................STEREO OUT-signalen
• INS CH1–INS CH32 ...........................Ingangskanalen 1–32 INSERT OUTs
• INS BUS1–INS BUS8 ..........................BUS OUT1–8 INSERT OUTs
• INS AUX1–INS AUX8 .........................AUX OUT 1–8 INSERT OUTs
• INS ST-L/ST-R......................................STEREO OUT INSERT OUTs
• CAS BUS1–BUS8 .................................BUS OUT 1–8 CASCADE OUTs
• CAS AUX1–AUX8 ................................AUX OUT 1–8 CASCADE OUTs
• CAS ST-L/ST-R.....................................STEREO OUT CASCADE OUTs
• CASSOLOL/CASSOLOR ....................SOLO-kanaal CASCADE OUTs

01V96—Handleiding

Routen van de in- en uitgangen

45

2 Gebruik de cursorknoppen om de cursor naar een PATCH-parameter (1) te
verplaatsen die u wilt wijzigen, en draai aan het parameterwiel of druk op
de [INC]/[DEC]-knoppen om de toewijzing te wijzigen.
3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Tip: Roep, om de standaardrouting terug te roepen, OUTPUT PATCH-geheugennr. 00 op
(zie blz. 175).

4
Aansluitingen en opstelling

01V96—Handleiding

46

Hoofdstuk 4—Aansluitingen en opstelling

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

47

5 Praktijkvoorbeelden
Dit hoofdstuk beschrijft hoe u de 01V96 voor multitrackopname en afmixen kunt gebruiken, door een voorbeeld te gebruiken waarin de 01V96 met een digitale multitrackrecorder
is verbonden. Er worden een ritmemachine, gitaar, bas en synthesizer opgenomen.

Aansluitingen en opstelling

Harddiskrecorder

Track
9–16

Track
1–8

OUT

IN

OUT

IN

MY8-AT
Gitaar of
bas

SLOT

ADAT OUTaansluiting

ADAT IN-aansluiting

Hoofdtelefoonversterker

CH1-4

1

INPUT-aansluiting

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

Synthesizer of ritmemachine

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-16

-60

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

0
-3

MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER
Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Surface
Modular Synthesis Plug-in System

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
SONG SCENE

-30
REC

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
HIGH-MID

FREQUENCY

MONITOR OUTaansluitingen

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

INPUT-aansluiting
INPUT-aansluiting

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

5

5

10
5

15

15

15

15

15

15

15

15

15

15

15

15

15

15

0

5

10
5

15

5

5

10

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

VOL

Afluisteringssysteem

ON

ST IN 2

0

10

15

20 10

50

VOL

SOLO

ON

ST IN 1

10

40

SEL

SOLO

ON

0

10
5

SEL

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
0

0

0

5

5

5

5

0 +10

0 +10

0 +10

+10

SEL

15

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

PHONES-aansluiting

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

Microfoon

2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina verschijnt. Geef in deze pagina de
wordclokbron aan.
Wat de beste wordclockbron is hangt af van het systeem en de aansluitingen.
In het volgende voorbeeld wordt een harddiskrecorder, werkend met een samplefrequentie
van 44,1kHz, gebruikt als de wordclockmaster. De wordclockbron is afgeleid van het signaal
dat binnenkomt via de ADAT IN-kanalen 1 en 2

01V96—Handleiding

5
Praktijkvoorbeelden

1 Sluit een digitale multitrackrecorder, muziekinstrumenten en een microfoon
aan op de 01V96.
In dit voorbeeld is een 16-tracks harddiskrecorder met de ADAT IN- en OUT-aansluitingen
op het achterpaneel aangesloten op de ADAT IN- en OUT-aansluitingen van een in de
01V96 geïnstalleerde MY8-AT-kaart. (Zie blz. 38 voor details over de aansluiting.)

48

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

Tip:
• Zie blz. 40 voor meer informatie over wordclock.
• Zie blz. 75 voor meer informatie over 01V96s die met een hogere samplefrequentie (88,2
kHz of 96 kHz) werken.
Opm.:
• U kunt de interne clock van de 01V96 als wordclockbron selecteren. In dit geval moet u de
harddiskrecorder zo instellen dat deze synchroniseert met een externe clock.
• Als de 01V96 en een aangesloten apparaat niet synchroon met elkaar lopen, toont de 01V96
de mededeling “Sync Error!”.Controleer als dit gebeurt de ADAT IN- en OUT-aansluitingen, de digitale I/O-kaartaansluiting en de samplefrequentie-instelling van elk apparaat.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN
PATCH-pagina verschijnt. Zorg ervoor dat op deze pagina de INPUT PATCHinstellingen op de standaardwaarden staan, zoals hieronder aangegeven.

Standaard (zoals in dit voorbeeld is te zien) zijn de signalen die binnenkomen via de
INPUT-aansluitingen 1–16 geroutet naar de ingangskanalen 1–16.
De signalen die binnenkomen via de ADAT IN-aansluiting (in dit voorbeeld de Track
1–8-signalen van de harddiskrecorder) zijn naar de ingangskanalen 17–24 geroutet, en de
signalen die binnenkomen van het SLOT (de Track 9–16-signalen van de harddiskrecorder)
zijn naar de ingangskanalen 25-32 geroutet.
Roep, als de INPUT PATCH-instellingen afwijken van de standaardinstellingen, INPUT
PATCH-geheugennr. 00 van de INPUT PATCH LIBRARY op (blz. 172).

01V96—Handleiding

Eerste trackopnamen

49

4 Druk herhaaldelijk op de [PATCH]-knop tot de PATCH | OUT PATCH-pagina
verschijnt. Zorg ervoor dat op deze pagina de OUTPUT PATCH-instellingen
op de standaardwaarden staan, zoals hieronder aangegeven.

5

Roep, als de OUTPUT PATCH-instellingen afwijken van de standaardinstellingen, OUTPUT PATCH-geheugennr. 00 van de OUTPUT PATCH LIBRARY op (blz. 172).

Eerste trackopnamen
Deze sectie legt uit hoe een eerste opname op de tracks van de harddiskrecorder te maken
van een ritmemachine, synthesizer, bas, gitaar en microfoon, die zijn aangesloten op INPUT-aansluitingen 1–12.

De ingangsniveaus instellen.
1 Vraag de musici om de muziekinstrumenten
die op de INPUT-aansluitingen 1–12 zijn aangesloten te bespelen terwijl u de corresponderende [PAD]-schakelaars en [GAIN]-regelaars zo instelt dat de [PEAK]-indicators
slechts incidenteel oplichten bij de hoogste
volumes.

[PAD]-schakelaar

PAD
20dB

[GAIN]-regelaar
-60

-16
GAIN

PEAK

[PEAK]-indicator

Tip: De [GAIN]-regelaars passen de analoge ingangsgevoeligheid aan. Stel, om een goede
kwaliteitsopname te maken met een groot dynamische bereik en weinig ruis, de [GAIN]-regelaars zo hoog mogelijk zonder dat de signalen gaan clippen.
2 Druk op de LAYER [1–16]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 1–16 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
Tip: Aangezien de fader- en [ON]-knopposities van elke LAYER worden onthouden, worden
deze posities voor de corresponderende LAYER teruggeroepen als u naar die LAYER schakelt.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [HOME]-knop en vervolgens op de [F1]-knop
om de METER | CH1-32-pagina weer te geven.
Mixen en opnemen begint bij de METER-pagina’s. Ze tonen de kanaalingangs- en uitgangsniveaus, en de hoeveelheid compressor- en gateversterkingsreductie.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

Standaard (zoals in dit voorbeeld is te zien) worden de signalen van de BUS OUTs 1–8 naar
de ADAT OUT-aansluiting geroutet (in dit voorbeeld tracks 1–8 van de harddiskrecorder),
en naar de SLOT-uitgangskanalen (in dit voorbeeld tracks 9–16 van de harddiskrecorder).

50

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

De CH1-32-pagina maakt het u mogelijk om de ingangskanaal 1–32-niveaus en de hoeveelheid compressor- en gateversterkingsreductie te bekijken.

2
1

4 Zorg ervoor dat de LEVEL-knop (1) is aangezet in de METER MODE-sectie.
De METER MODE-sectie maakt het u mogelijk het signaalsoort te selecteren dat via de
meters wordt getoond. Als er een andere knop dan de LEVEL-knop aan staat, verplaats de
cursor dan naar de LEVEL-knop en druk vervolgens op [ENTER].
5 Verplaats de cursor naar het POSITION-parameterveld (2) rechts van de
LEVEL-knop, draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om “POST FADER” te selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
De POSITION-parameter geeft de meetpositie aan. Als “POST FADER” is geselecteerd,
geven de meters de post-fadersignaalniveaus aan.
Tip: Als u de POSITION-parameter instelt op “PRE EQ” worden de pre-EQ-ingangsniveaus
gemeten. Als u de parameter instelt op “PRE FADER” worden de post-EQ- en pre-faderingangsniveaus gemeten.
6 Zorg ervoor dat [ON]-knop indicators 1–12 aan zijn en schuif vervolgens de
faders 1–12 naar 0dB.
7 Controleer, terwijl de musici de muziekinstrumenten bespelen, de ingangsniveaus met behulp van de meters in de display.
Tip: Als de meters het “OVER”-niveau bereiken, controleer dan eerst of de faders op 0dB staan
en verlaag vervolgens de corresponderende [GAIN]-regelaars.

Kanalen paren
Op de 01V96 kunt u aangrenzende oneven-even kanalen paren voor stereoregeling. De
faders en meeste mixparameters van gepaarde kanalen (behalve de INPUT PATCH, fase,
routing en PAN-parameters) worden gekoppeld. Ingangskanalen paren is handig als u
stereobronnen, zoals een ritmemachine of synthesizer aansluit.
1 Druk, om aangrenzende oneven-even ingangskanalen te paren, op de [SEL]knop van één van de kanalen die u wenst te paren en houd deze ingedrukt.
Druk vervolgens op de [SEL]-knop van het aangrenzende kanaal.
De corresponderende twee kanalen zijn gepaard, en de instellingen (zoals faders, kanaal
aan/uit, etc.) van het eerste kanaal worden gekopieerd naar het tweede kanaal. Vervolgens
zal het aanpassen van gekoppelde parameters van één van de gepaarde kanalen de parameters van zijn partner op dezelfde manier veranderen.

01V96—Handleiding

Eerste trackopnamen

51

Parameters worden gekopieerd.

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

2 Druk, om een paar te ontbinden op de [SEL]-knop van één van de gepaarde
kanalen en houd deze ingedrukt. Druk vervolgens op de [SEL]-knop van het
andere kanaal.
Opm.: Zorg, als u de faders van gepaarde kanalen wilt bedienen, dat u slechts één fader van
het paar gebruikt. Als u probeert de faders van beide kanalen te bedienen, zal er een excessieve
belasting van de fadermotor plaatsvinden, wat defecten kan veroorzaken.

Signalen routen
Om de 01V96 ingangssignalen op een externe digitale multitrackrecorder op te nemen,
moet u de bestemming van de signalen voor elk ingangskanaal aangeven. Dit proces wordt
“routing” genoemd. Er zijn twee routingmethodes.
• BUS OUTs 1–8 gebruiken
Ingangskanaalsignalen worden eerst naar de BUSsen 1–8 geroutet en vervolgens via BUS
OUTs 1–8 naar de uitgangsaansluitingen of -kanalen. Gebruik deze methode om meerdere
ingangskanaalsignalen te mixen en ze op tracks van de multitrackrecorder op te nemen.
Desgewenst kunt u de signalen bewerken met de compressors en EQs van BUS OUT 1–8.
In het volgende voorbeeld worden de ingangskanaalsignalen via de BUS OUTs 1 en 2 naar
de ADAT OUT-aansluitingen 1 en 2 geroutet.
ADAT OUT-aansluiting
CH 1

INPUT-aansluiting 1

Ingangskanaal 1

BUS OUT 1

INPUT-aansluiting 2

Ingangskanaal 2

BUS OUT 2

INPUT-aansluiting 3

Ingangskanaal 3

BUS OUT 3

INPUT-aansluiting 4

Ingangskanaal 4

BUS OUT 4

INPUT-aansluiting 5

Ingangskanaal 5

BUS OUT 5

CH 2

INPUT
PATCH

01V96—Handleiding

5
Praktijkvoorbeelden

Tip:
• U kunt nog steeds één van de gepaarde kanalen selecteren voor bediening door op de corresponderende [SEL]-knop te drukken. Als u het kanaal selecteert licht de [SEL]-knopindicator op, en de [SEL]-knop van de gepaarde partner knippert.
• U kunt ook bepalen hoe de parameterinstellingen naar de gepaarde partner worden gekopieerd door een speciaal venster te gebruiken (zie blz. 226).
• U kunt paren creëren of ontbinden via de PAIR/GRUP-pagina’s (zie blz. 93).
• U kunt ook de faders, [ON]-knoppen, EQs en compressors van meerdere kanalen groeperen
(zie blz. 147).

52

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

• Directe uitgangen (DIRECT OUT) gebruiken
Elk ingangskanaalsignaal wordt direct naar de aangegeven uitgangsaansluitingen en - kanalen geroutet en uitgevoerd. Gebruik deze methode om alle ingangskanalen rechtstreeks naar
elk van de mutritrackrecordertracks te routen.
Het volgende voorbeeld laat zien hoe de signalen direct worden uitgevoerd via de ADAT
OUT-kanalen 1–5.
ADAT OUT-aansluiting
CH 1

INPUT-aansluiting 1

Ingangskanaal 1

INPUT-aansluiting 2

Ingangskanaal 2

INPUT-aansluiting 3

Ingangskanaal 3

INPUT-aansluiting 4

Ingangskanaal 4

INPUT-aansluiting 5

Ingangskanaal 5

CH 2
CH 3
CH 4
CH 5

INPUT
PATCH

Deze sectie beschrijft hoe u signalen kunt routen door de voorgaande twee routingmethoden te combineren.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop om de
PAN/ROUTE | ROUT1-16-pagina op te roepen.
Deze pagina maakt het u mogelijk een BUS OUT te selecteren als de signaalbestemming
voor elk van de kanalen.

1
2
3

Deze pagina bevat de volgende knoppen:

A 1–8-knoppen
Deze knoppen routen de ingangskanaalsignalen naar BUS 1–8. U kunt meerdere knoppen selecteren.

B S-knop
Deze knop routet de ingangskanaalsignalen naar de STEREO BUS.

C D-knop
Deze knop routet de ingangskanaalsignalen direct naar de aangegeven uitgangsaansluitingen en -kanalen.

01V96—Handleiding

Eerste trackopnamen

53

2 Verplaats de cursor naar de S-knop van het ingangskanaal
waarop het muziekinstrument of de microfoon is aangesloten,
en druk vervolgens op [ENTER] om deze uit te zetten.
Standaard is elk van de ingangskanalen naar de STEREO BUS geroutet,
waardoor u de signalen via de MONITOR OUT- en PHONES-aansluitingen kunt afluisteren.
Tijdens multitrackopname zult u gewoonlijk echter de signalen die terugkomen van de aangesloten digitale multitrackrecorder willen afluisteren,
in plaats van de ingangskanaalsignalen. Om dit te doen moet u de S-knop uitzetten zodat
de betreffende ingangskanaalsignalen niet naar de STEREO BUS worden geroutet.

5

Tip: De S-knoppen voor gepaarde kanalen zijn gekoppeld.

4 Druk herhaaldelijk op de [PAN/ROUTING]-knop om de PAN/ROUTE | PANpagina op te roepen.
Deze pagina maakt het u mogelijk de panpots in te stellen voor signalen die van de ingangskanalen naar de STEREO BUS worden geroutet, en voor signalen die van de ingangskanalen
naar de oneven-even bussen worden geroutet.
5 Verplaats de cursor naar de PAN-parameterregelaars voor de ingangskanalen
die zijn toegewezen aan de oneven-even bussen, en draai vervolgens aan het
parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de pan in te stellen.

Cursor op de
PAN-parameter
regelaar

Tip: U kunt ook de [SEL]-knoppen gebruiken om de ingangskanalen te selecteren en de
SELECTED CHANNEL [PAN]-regelaar om de PAN-instelling aan te passen.
6 Druk, om ingangskanaalsignalen naar de DIRECT OUTs te routen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | DIRECT OUT-pagina
verschijnt.
De DIRECT OUT-pagina maakt het u mogelijk om de uitgangsaansluitingen of -kanalen
aan te geven waarnaar de ingangskanalen direct zijn geroutet.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

3 Gebruik, om ingangskanaalsignalen via BUS 1-8 naar de aangesloten digitale
multitrackrecorder te routen, de 1–8 knoppen om een BUS OUT aan te geven
als bestemming voor elk van de ingangskanalen waarop de muziekinstrumenten en microfoon zijn aangesloten.
In dit voorbeeld zijn de ingangskanalen 1–4 toegewezen aan BUS 1 en 2, en de ingangskanalen 5–8 zijn toegewezen aan BUS 3 en 4.

54

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

7 Verplaats de cursor naar het parameterveld voor de ingangskanalen die u
naar de DIRECT OUTs wilt routen en geef dan de uitgangsaansluitingen of
-kanalen aan.
In dit voorbeeld worden de ingangskanaal 9–12-signalen naar de ADAT OUT-kanalen 5–8
geroutet.

8 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de
PAN/ROUTE | ROUT1-16-pagina verschijnt.
9 Verplaats de cursor naar de D-knop voor de ingangskanalen die u naar de
DIRECT OUTs wilt routen en druk vervolgens op [ENTER].
De ingangskanalen waarvan de D-knoppen zijn aangezet
worden direct doorgelust naar de uitgangsaansluitingen of
-kanalen die in stap 7 zijn aangegeven.

Het afluisteringsniveau aanpassen
U kunt de opnamesignalen afluisteren door de digitale multitrackrecorder in de klaar-vooropnamemode te zetten, waardoor de signalen die naar de tracks 1–8 van de digitale multitrackrecorder worden gestuurd, terug worden gevoerd naar de ingangskanalen 17–24 van
de 01V96, en ze vervolgens naar de MONITOR OUT- en PHONES-aansluiting routen.
1 Zet de tracks van de aangesloten digitale multitrackrecorder klaar voor
opname.
Zet op dit moment de monitormode van de digitale multitrackrecorder zo dat u de ingangssignalen van de tracks die klaar staan voor opname af kunt luisteren. (Zie de handleiding
van de digitale multitrackrecorder voor meer informatie.) Op deze manier worden signalen
die naar de tracks 1–8 van de digitale multitrackrecorder worden gestuurd, teruggestuurd
naar de ingangskanalen 17–24 van de 01V96.
2 Druk op de LAYER [17–32]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 17–32 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de PAN
ROUTE | ROUT17-STI-pagina verschijnt.

01V96—Handleiding

Eerste trackopnamen

55

5

Tip: Het bedienen van de PAN- instellingen, faders en [ON]-knoppen van de ingangskanalen 17-32 heeft invloed op het afluisteringssignaal, maar heeft geen invloed op het signaal dat
wordt opgenomen door de digitale multitrackrecorder.
5 Druk op de DISPLAY ACCESS [HOME]-knop en vervolgens op de [F1]-knop
om de METER | CH1-32-pagina op te roepen.
6 Zorg ervoor dat [ON]-knopindicators 1–8 aan zijn en verhoog vervolgens de
[STEREO]-fader naar 0 dB.

7 Pas, terwijl de musici de muziekinstrumenten bespelen, de faders 1–8,
[MONITOR OUT]-regelaars en [PHONES]-regelaar aan naar het juiste afluisteringsniveau.
Nu kunt u de signalen die van de ingangskanalen 17-24 naar de STEREO BUS worden gestuurd afluisteren via het afluisteringssysteem en via de hoofdtelefoon.
Opm.: Als de L- & R-niveaumeters de “OVER”-positie bereiken, zet dan de [STEREO]-fader
lager.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

4 Zorg ervoor dat de S-knoppen van de ingangskanalen 17–24 zijn aangezet
en de 1–8 knoppen zijn uitgezet, en gebruik vervolgens de PAN-regelaar om
het afluistersignaal te pannen.

56

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

De ingangssignalen EQ-en
De ingangskanalen van de 01V96 beschikken over een 4-bands volledige parametrische EQ.
Deze sectie beschrijft hoe EQ toe te passen op de signalen voordat ze worden opgenomen
op de tracks.
1 Druk op de LAYER [1–16]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 1–16 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
2 Druk op de [SEL]-knop van het ingangskanaal waarop u EQ toe wilt passen.
3 Druk op de [EQ]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om de EQ | EQ EDITpagina op te roepen.
De EQ EDIT-pagina maakt het u mogelijk de EQ-parameters voor het momenteel geselecteerde kanaal aan te passen.

4 Zorg ervoor dat de EQ ON-knop (in de linkerbovenhoek) op ON staat.
De EQ ON/OFF-knop zet de EQ van het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan of uit.
Als de knop uit is, druk dan op de [ENTER]-knop om deze aan te zetten.
5 Pas, terwijl een musicus het muziekinstrument bespeelt, de EQ-parameters
aan.
Verplaats om dit te doen de cursor naar de parameters in de onderste helft van de pagina en
draai vervolgens aan het parameterwiel om de waarden te wijzigen. U kunt de volgende
parameters voor de LOW-, L-MID-, H-MID- en HIGH-banden afzonderlijk aanpassen.

01V96—Handleiding

57

Eerste trackopnamen

• Q
Deze parameterregelaar bepaalt de Q-factor (helling) voor het verzwakken/versterken van
de middenfrequentie die via de F-parameterregelaar is ingesteld. Het instelbereik is van 10
tot 0,10. Des te lager de waarde des te steiler de helling. Deze parameterregelaar selecteert
ook het EQ-type voor de LOW- en HIGH-banden.
• F (Frequentie)
Deze parameterregelaar bepaalt de middenfrequentie voor het verzwakken/versterken, met
een instelbereik van 21,2 Hz tot 20,0 kHz.
• G (Gain = versterking)
Deze parameterregelaar bepaalt de verzwakkings-/versterkingshoeveelheid in het bereik
van –18,0 dB tot +18,0 dB. De LOW- en HIGH GAIN-regelaars functioneren als filter
aan/uit-regelaars als Q respectievelijk is ingesteld op HPF en LPF.

Tip:
• Draai de Q-parameterregelaar voor de LOW-band helemaal met
de klok mee om de EQ van de LOW-band op “L. SHELF” (lowshelving) in te stellen, en helemaal tegen de klok in om de EQ op
“HPF” (high-passfilter) in te stellen.
• Draai de Q-parameterregelaar voor de HIGH-band helemaal
met de klok mee om de EQ van de HIGH-band op “H. SHELF”
(high-shelving) in te stellen, en helemaal tegen de klok in om
“LPF” (low-passfilter) in te stellen.
• Standaard staat de LOW-band ingesteld op “L. SHELF” en de
HIGH-band op “H. SHELF”.

SELECTED CHANNEL

PAN

EQUALIZER

HIGH

Q

HIGH-MID

FREQUENCY
LOW-MID

GAIN

LOW

6 Pas op dezelfde manier de EQ van de andere kanalen aan.
Tip:
• De meters in de rechterbovenhoek van de pagina geven de post-EQ-signaalniveaus van het
momenteel geselecteerde ingangskanaal aan. Als deze meters de “OVER”-positie bereiken,
verlaag dan het pre-EQ-signaalniveau met de ATT-parameterregelaar die zich linksboven
in de pagina bevindt.
• U kunt ook EQ toepassen op de ingangskanaalsignalen die terugkomen van de recorder.
Op deze manier kunt u alleen de afluisteringssignalen bewerken zonder de signalen die worden opgenomen op de recorder te beïnvloeden.
• U kunt de EQ-instellingen (programma’s) gebruiken die in de EQ-library voor verscheidene
toepassingen en instrumenten voorhanden zijn.

De ingangssignalen comprimeren
De ingangskanalen 1–32 van de 01V96 beschikken over afzonderlijke kanaalcompressors.
Deze sectie beschrijft hoe de signalen te comprimeren voordat ze op de tracks worden opgenomen.
1 Druk op de LAYER [1–16]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 1–16 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
2 Druk op de [SEL]-knop van het ingangskanaal waarop u compressie toe wilt
passen.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

U kunt ook op de knoppen ([HIGH], [HIGH-MID], [LOW-MID]
en [LOW]) in de SELECTED CHANNEL-sectie drukken om de gewenste band te selecteren, en de draaiknoppen ([Q], [FREQUENCY],
[GAIN]) gebruiken om de Q-, F- en G-parameters rechtstreeks te
bewerken.

5

58

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

3 Druk op de [DYNAMICS]-knop en vervolgens op de [F4]-knop.
De DYNAMICS | COMP LIB-pagina verschijnt. Deze pagina maakt het u mogelijk de compressorinstellingen (programma’s) op te slaan in de COMPRESSOR LIBRARY, en de compressorprogramma’s van de library terug te roepen. Dit voorbeeld gebruikt één van de compressorprogramma’s 1–36 van de COMPRESSOR LIBRARY.

4 Draai aan het parameterwiel om het LIBRARY TITLE-overzicht te scrollen en
selecteer een programma dat u op wilt roepen.
Het geselecteerde programma
verschijnt in het gestippelde vak.

5 Verplaats de cursor naar de RECALL-knop die zich rechts van het LIBRARY
TITLE-overzicht bevindt en druk vervolgens op [ENTER].
Het geselecteerde programma wordt opgeroepen.
6 Druk op de [F3]-knop.
De 01V96 toont de DYNAMICS | COMP EDIT-pagina, die het u mogelijk maakt de compressorparameters aan te passen.

01V96—Handleiding

Eerste trackopnamen

59

5

7 Druk op de [ENTER]-knop om de ON/OFF-knop, die zich in de linkeronderhoek van de pagina bevindt, aan te zetten.
De ON/OFF-knop zet de compressor van het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan
of uit.
8 Pas, terwijl een musicus het muziekinstrument bespeelt, de compressorparameters aan.
Verplaats om dit te doen de cursor naar de gewenste parameter in de PARAMETER-sectie van
de pagina, en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen.
De ingangskanalen 1–32 beschikken over een gate die onafhankelijk van de compressor
gebruikt kan worden. Druk, om de gate te gebruiken, eerst op de [DYNAMICS]-knop en
vervolgens op de [F2]-knop om toegang te krijgen tot de GATE LIBRARY. Druk, nadat u
een GATE-programma heeft opgeroepen, op de [DYNAMICS]-knop en vervolgens op de
[F1]-knop om de GATE EDIT-pagina op te roepen, die het u mogelijk maakt de GATEparameters aan te passen.

Opnemen
Als u klaar bent met het instellen van elk van de kanalen kunt u het opnemen op de digitale
multitrackrecorder als volgt starten:
1 Start het opnemen op de digitale multitrackrecorder en laat de musici beginnen met het bespelen van de muziekinstrumenten.
Druk tijdens het opnemen op de [HOME]-knop om de METER | CH1-32-pagina of de
MASTER-pagina op te roepen, en controleer of de ingangskanaalniveaus en BUS
1–8-uitgangsniveaus niet clippen.
2 Stop de digitale multitrackrecorder als u klaar bent met spelen.
3 Laat de digitale multitrackrecorder, om de opname te controleren, van het
begin af afspelen.
4 Als u tevreden bent met de opname, stop dan het afspelen en haal de tracks
1–8 van de recorder uit de opnamestand.
01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

Tip:
• De 01V96 beschikt over vier types dynamische processors: COMP (Compressor), EXPAND
(Expander), COMP.(S) (Compander Soft), en COMP. (H) (Compander Hard). Deze processors beschikken over verschillende parameters. (Zie blz. 278 voor de parameters van elk
compressortype.)
• U kunt het compressortype niet via de COMP EDIT-pagina veranderen. Roep, om het compressortype te wijzigen, een programma uit de COMPRESSOR LIBRARY op dat het gewenste compressortype gebruikt, en pas vervolgens desgewenst de parameters aan.

60

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

Tip: Als de digitale multitrackrecorder MMC (MIDI Machine Control)-commando’s ondersteunt kunt u de MACHINE CONTROL-functie van de 01V96 gebruiken om vanaf de
01V96 tracks te selecteren of een positie op de recorder te lokaliseren (zie blz. 208).

Overdubben naar andere tracks
Deze sectie beschrijft hoe de muziekinstrumenten of microfoon, aangesloten op de INPUTaansluitingen 1 en 2, over te dubben naar track 9 en 10 van de digitale multitrackrecorder,
terwijl u luistert naar het spel dat is opgenomen op track 1-8.

De ingangsniveaus instellen.
1 Sluit de muziekinstrumenten aan op de
INPUT-aansluitingen 1 en 2, en pas de corresponderende [PAD]-schakelaars en [GAIN]regelaars aan zodat de [PEAK]-indicators incidenteel oplichten bij de hoogste volumes.

[PAD]-schakelaar

PAD
20dB

[GAIN]-regelaar
-60

-16
GAIN

PEAK

[PEAK]-indicator

2 Druk op de LAYER [1–16]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 1–16 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [HOME]-knop en vervolgens op de [F1]-knop
om de METER | CH1-32-pagina op te roepen.

4 Zorg ervoor dat de [ON]-knopindicators van de kanalen waarop de instrumenten of microfoon zijn aangesloten aan zijn en zet vervolgens de corresponderende faders op 0dB.
Zet de [ON]-knoppen uit van de kanalen die niet gebruikt worden.
5 Controleer, terwijl de musici de muziekinstrumenten bespelen, de ingangskanaalniveaus via de niveaumeters in de display.

01V96—Handleiding

Overdubben naar andere tracks

61

Signalen routen
Volg de onderstaande stappen om de ingangskanaal 1- en 2-signalen rechtstreeks naar de
SLOT-kanalen 1 en 2 te routen zodat de signalen zullen worden opgenomen op track 9 en
10 van de digitale multitrackrecorder.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH |
DIRECT OUT-pagina verschijnt.
2 Verplaats de cursor naar het parameterveld voor de ingangskanalen die u naar de
DIRECT OUTs wilt routen en geef dan de uitgangsaansluitingen of -kanalen aan.
In dit voorbeeld zijn de ingangskanaal 1- en 2-signalen naar de SLOT-uitgangskanalen 1 en
2 geroutet.

5
Praktijkvoorbeelden

3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de
PAN/ROUTE | ROUT1-16-pagina verschijnt.
4 Verplaats de cursor naar de D-knoppen van de ingangskanalen
1 en 2, en druk vervolgens op [ENTER]. Zet de S-knoppen en
1–8 knoppen uit.
De ingangskanaal 1- en 2-signalen zijn nu naar SLOT-uitgangskanalen 1
en 2 geroutet, en worden vervolgens uitgevoerd naar track 9 en 10 van de
digitale multitrackrecorder.

Het afluisteringsniveau aanpassen
Volg de onderstaande stappen om de digitale multitrackrecorder in de klaar-voor-opnamemode te zetten en de signalen af te luisteren (die van track 9 en 10 van de digitale multitrackrecorder naar de ingangskanalen 25 en 26 van de 01V96 terug worden gestuurd) via de
MONITOR OUT-aansluitingen en de PHONES-aansluiting.
1 Zet track 9 en 10 van de aangesloten digitale multitrackrecorder klaar voor opname.
Stel op dit moment de monitormode van de digitale multitrackrecorder zo in dat u de ingangssignalen van de tracks die klaar staan voor opname en de afspeelsignalen van de overige tracks af kunt luisteren. (Zie de handleiding van de digitale multitrackrecorder voor
meer informatie.)

2 Druk op de LAYER [17–32]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 17–32 is nu beschikbaar voor regelen via de kanaalstrip.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de PAN
ROUTE | ROUT17-STI-pagina verschijnt.
4 Zorg ervoor dat de S-knoppen van de ingangskanalen 25 en 26 zijn aangezet
en de 1–8-knoppen zijn uitgezet.

01V96—Handleiding

62

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

5 Druk op de [F1]-knop om de PAN/ROUTE | PAN-pagina op te roepen, en
gebruik vervolgens de PAN/parameterregelaars op de pagina om de kanaalsignalen te pannen.

6 Druk op de DISPLAY ACCESS [HOME]-knop en vervolgens op de [F1]-knop
om de METER | CH1-32-pagina op te roepen.
7 Zorg ervoor dat [ON]-knopindicators 9 en 10 aan zijn.
8 Stel, terwijl de musici de muziekinstrumenten bespelen, de faders 9 en 10
in op het juiste afluisteringsniveau.
Speel indien nodig de opname die op de digitale multitrackrecorder is opgenomen af en pas
de volumebalans tussen de opgenomen en de opnamesignalen aan.

Opnemen
1 Start het opnemen op de digitale multitrackrecorder, en laat de musici beginnen met het bespelen van de instrumenten, terwijl u de opgenomen
tracks afluistert.
Zet tijdens het opnemen de METER | CH1-32-pagina in de display en let er op dat de ingangskanaalniveaus niet clippen.
2 Stop als de musici klaar zijn met spelen, de digitale multitrackrecorder.
3 Laat de digitale multitrackrecorder, om de opname te controleren, van het
begin af afspelen.
4 Als u tevreden bent met de opname, stop dan het afspelen en haal track 9
en 10 van de recorder uit de klaar-voor-opnamemode.

01V96—Handleiding

Opgenomen tracks naar stereo mixen (afmixen)

63

Opgenomen tracks naar stereo mixen (afmixen)
“Afmixen” is het proces waarbij de opgenomen tracks naar stereo worden gemixt en het
stereosignaal wordt opgenomen op een externe masterrecorder. Deze sectie beschrijft hoe
de op track 1-16 opgenomen signalen naar een stereosignaal kunnen worden gemixt. Pas
vervolgens de interne effecten van de 01V96 toe op het signaal en neem het op op een externe masterrecorder.

Aansluiten en opstellen van de masterrecorder
Volg de onderstaande stappen om een DAT-recorder, MD-recorder, CD-recorder of andere
masterrecorder op de 01V96 aan te sluiten. Wijzig de interne routing (patch) van de 01V96
zodat u het afspeelsignaal van de masterrecorder af kunt luisteren via ST IN-kanaal 2.

CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT

DIGITAL
IN2TR OUT DIGITALaansluiting
aansluiting

Masterrecorder

OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

+4 GAIN -26

-60

GAIN

13

LEVEL

PEAK
16
SIGNAL

UTILITY
STORE

PAIR/
GROUP

PATCH

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

EFFECT

DEC

INC

-9

VIEW

10

2TR IN DIGITALaansluiting

SCENE MEMORY

MIDI

PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

+4 GAIN -26

PEAK
14 15
SIGNAL

DIGITAL
OUTaansluiting

-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

+10

0 +10

5

0 +10

5

15

15

10

15

15

15

15

15

20 10

20 10

15

15

15

15

0 +10

5

5
0

5

10

15

20 10

20 10

20

20

15

5

15

5

15

5

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

30
40
50

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

ON

ST IN 2

5

10

15

20 10

5

SEL

SOLO

ON

0

0
10

20 10

15

SEL

SOLO

ST IN 1

0

5
0

10

10

ON

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

SEL

15

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

Tip: Om het afspeelsignaal van de masterrecorder af te luisteren kunt u ook de analoge uitgang van de masterrecorder op de 2TR IN-aansluiting van de 01V96 aansluiten. Op deze
manier kunt u snel naar het afluisteringssignaal schakelen met de monitorbronkeuzeschakelaar in de MONITOR OUT-sectie.
2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN
PATCH-pagina verschijnt.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

1 Sluit een masterrecorder aan op de 01V96.
In het volgende voorbeeld is de 2TR OUT DIGITAL-aansluiting van de 01V96 aangesloten
op de digitale ingang van de masterrecorder, en de 2TR IN DIGITAL-aansluiting van de
01V96 is aangesloten op de digitale uitgang van de masterrecorder.

5

64

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

3 Verplaats de cursor naar het 2L-parameterveld in de STEREO INPUT-sectie,
draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om “2TD
L” te selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
4 Verplaats op dezelfde manier de cursor naar het 2R-parameterveld in de
STEREO INPUT-sectie en selecteer vervolgens “2TD R".
De signalen die binnenkomen via de 2TR IN DIGITAL-aansluiting worden nu naar ST
IN-kanaal L en R geroutet.

5 Gebruik de ST IN [ST IN]-knop om ST IN-kanaal 1 en 2 te selecteren.
De ST IN [ST IN]-knop selecteert een ST IN-kanaalpaar (ST
Licht op
IN-kanaal 1 en 2 of 3 en 4) dat u kunt regelen met de knoppen en regelaars in de ST IN-sectie. De indicators rechts van
de knop geven aan welke ST IN-kanalen momenteel geselecteerd zijn.
ST IN

6 Zet de [ON]-knop van ST IN-kanaal 2 uit.
De knopindicator gaat uit.
Deze [ON]-knop zou alleen moeten worden aangezet als u het afspeelsignaal van de masterrecorder afluistert.

De trackmixbalans aanpassen
Volg de onderstaande stappen om de mixbalans tussen tracks 1-16 aan te passen en de signalen te bewerken met de EQ, compressor en gate.
1 Zorg ervoor dat de tracks 1–16 van de digitale multitrackrecorder allemaal
uit de klaar-voor-opnamemode zijn en dat de recorder in een mode staat
waardoor u de weergavesignalen kunt beluisteren.
2 Druk op de LAYER [1–16]-knop en zet vervolgens de [ON]-knoppen van de
ingangskanalen 1–16 uit.
3 Druk op de LAYER [17–32]-knop en zorg ervoor dat de [ON]-knoppen voor
de ingangskanalen 17–32 zijn aangezet.
4 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de PAN
ROUTE | ROUT17-STI-pagina verschijnt. Zorg er op deze pagina voor dat de
S-knoppen voor de ingangskanalen 17–32 zijn aangezet, en de 1–8 knoppen
zijn uitgezet.

01V96—Handleiding

Opgenomen tracks naar stereo mixen (afmixen)

65

5

5 Gebruik de PAN-parameterregelaars voor de ingangskanalen 17–32 op de
pagina om de panpot van elk van de tracks aan te passen.
Tip: U kunt ook de paninstellingen aanpassen door de ingangskanalen via de corresponderende [SEL]-knop te selecteren en vervolgens aan de SELECTED CHANNEL [PAN]-regelaar
te draaien.
6 Verhoog de [STEREO]-fader naar 0 dB.
7 Bedien, terwijl u de opname van de digitale multitrackrecorder vanaf het
begin afspeelt, de faders 1–16 om de mixbalans tussen de tracks aan te passen.

• De tracksignalen EQ-en
Selecteer het gewenste kanaal door op de corresponderende [SEL]-knop te drukken, druk
op de [EQ]-knop, en druk vervolgens op de [F1]-knop om de EQ EDIT-pagina op te roepen (zie blz. 84). U kunt de EQ-parameters ook aanpassen via de knoppen en regelaars in
de SELECTED CHANNEL-sectie.
• De tracksignalen comprimeren
Selecteer het gewenste kanaal door op de corresponderende [SEL]-knop te drukken, druk
op de [DYNAMICS]-knop en druk vervolgens op de [F4]-knop om de DYNAMICS |
COMP LIB-pagina op te roepen en roep het gewenste compressorprogramma op (zie
blz. 82). Druk op de [DYNAMICS]-knop en druk vervolgens op de [F3]-knop om de
COMP EDIT-pagina op te roepen, en bewerk vervolgens de compressorparameters.
• De tracksignalen gaten
Selecteer het gewenste kanaal door op de corresponderende [SEL]-knop te drukken, druk
op de [DYNAMICS]-knop en druk vervolgens op de [F2]-knop om de DYNAMICS | GATE
LIB-pagina op te roepen. Roep vervolgens het gewenste GATE-programma op. Druk op de
[DYNAMICS]-knop en druk vervolgens op de [F1]-knop om de GATE EDIT-pagina op te
roepen en bewerk vervolgens de GATE-parameters.

01V96—Handleiding

Praktijkvoorbeelden

Ingangskanaal 17–32-signalen die binnenkomen van de tracks 1–16 van de digitale multitrackrecorder zijn nu via de STEREO BUS naar de STEREO OUT- en 2TR OUT
DIGITAL-aansluitingen geroutet.

66

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

De interne effecten gebruiken
De 01V96 beschikt over vier interne multi-effectprocessors die kunnen worden gebruikt via
AUX SENDs en RETURNs of door ze in bepaalde kanalen tussen te voegen (inserteren).
Deze sectie beschrijft hoe de interne effectprocessor 1 via AUX SEND 1 te gebruiken, en
reverb toe te passen op de tracksignalen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH |
EFFECT-pagina verschijnt.

Deze pagina maakt het u mogelijk de ingangen en uitgangen van effectprocessors 1–4 te
routen. Standaard wordt AUX SEND 1 naar de ingang van effectprocessor 1 geroutet, en de
uitgang van effectprocessor 1 is naar ST IN-kanaal L en R geroutet, zoals te zien is in het
bovenstaande diagram.
Tip: Als de routing van de interne effectprocessor 1 anders is dan hierboven, gebruik dan het
parameterwiel of de [INC]/[DEC]-knoppen en de [ENTER]-knop om de routing te wijzigen.
2 Zorg ervoor dat de [ON]-knop van ST IN-kanaal 1 in de ST IN-sectie is aangezet.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [EFFECT]-knop tot de EFFECT | FX1
LIB-pagina verschijnt.

De EFFECT | FX1 LIB-pagina maakt het u mogelijk effectprogramma’s van de EFFECTS
LIBRARY op te roepen die worden gebruikt door effectprocessor 1, en de huidige effectinstellingen van effectprocessor 1 in de EFFECTS LIBRARY op te slaan.
Selecteer in het overzicht in de middelste kolom een programmageheugen waarin u de
effectinstellingen op wilt slaan, of een programmageheugen dat u op wilt roepen. Het geselecteerde programma verschijnt in het gestippelde vak.

01V96—Handleiding

Opgenomen tracks naar stereo mixen (afmixen)

67

4 Draai aan het parameterwiel en selecteer “2. Reverb Room”.
Selecteer omwille van dit praktijkvoorbeeld dit "Reverb Room"-programma.

Tip: Druk, om de effectparameters te bewerken, herhaaldelijk op
de [EFFECT]-knop tot de EFFECT | FX1 EDIT-pagina verschijnt
(zie blz. 157).
6 Druk op de LAYER [17–32]-knop.
INPUT CHANNEL LAYER 17–32 wordt geselecteerd voor regelen via de kanaalstrip.
7 Druk op de FADER MODE [AUX1]-knop.
De knopindicator licht op.
Terwijl de [AUX 1]–[AUX 8]-knopindicators aan zijn, regelen de faders 1–16 de AUX 1–8
SEND-niveaus.
In dit voorbeeld regelen de faders het zendniveau van de signalen die van de ingangskanalen
17–32 naar de AUX 1 (Effectprocessor 1-ingang) zijn geroutet.
Tip: Druk, om de fader 1–16-functie terug te zetten naar de normale mode, op de FADER
MODE [HOME]-knop.
8 Bedien, terwijl de opname van de digitale multitrackrecorder vanaf het begin afspeelt, de faders 1–16 om de zendniveaus aan te passen van de signalen
die van de ingangskanalen naar effectprocessor 1 zijn geroutet.
9 Gebruik, om het effectretourniveau aan te passen, de draairegelaar die zich
aan de linkerkant in de ST IN-sectie op het bedieningspaneel bevindt.
U kunt het huidige niveau in de rechterbovenhoek van de display zien.

01V96—Handleiding

5
Praktijkvoorbeelden

5 Verplaats de cursor naar de RECALL-knop die zich links van het overzicht
bevindt en druk vervolgens op [ENTER].
Effectprogramma “Reverb Room” wordt in effectprocessor 1 geladen.

68

Hoofdstuk 5—Praktijkvoorbeelden

Opnemen op de Masterrecorder
Volg de onderstaande stappen om het gemixte stereosignaal van de 01V96 op te nemen op
de aangesloten masterrecorder.
1 Start het opnemen op de masterrecorder en start vervolgens het afspelen
op de digitale multitrackrecorder.
Houd tijdens het opnemen de stereometer rechts in de display in de gaten en zorg ervoor
dat het stereo-uitgangsniveau niet clipt.
2 Als het afspelen klaar is, stop dan de masterrecorder en vervolgens de digitale multitrackrecorder.
3 Zet de [ON]-knop van ST IN-kanaal 2 in de ST IN-sectie aan. De knopindicator
licht op.
4 Speel de opname op de masterrecorder terug.
Het afspeelsignaal komt binnen via de 2TR IN DIGITAL-aansluiting van de 01V96 en
wordt dan via ST IN-kanaal 2 naar de STEREO BUS geroutet.
Opm.: De meeste consumenten-DAT-recorders en -MD-recorders zijn niet in staat om met
een externe wordclock te synchroniseren tijdens het afspelen (dat wil zeggen ze kunnen geen
wordclockslaves zijn). Als er zo’n masterrecorder op de 2TR IN DIGITAL-aansluiting van de
01V96 is aangesloten, ga dan naar de DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina en selecteer
“2TRD” (2TR IN DIGITAL) als wordclockbron.
Zet als de masterrecorder klaar is met terugspelen, de [ON]-knop van ST IN-kanaal 2 uit.
Tip: U kunt desgewenst de huidige mixinstellingen opslaan naar het geheugen als een Scene
(zie blz. 161).

01V96—Handleiding

Analoge & digitale in-/uitgangen

69

6 Analoge & digitale in-/uitgangen
Dit hoofdstuk beschrijft de analoge en digitale in-/uitgangsaansluitingen van de 01V96,
alsook de basishandelingen met betrekking tot de digitale in-/uitgangen.

Analoge in- & uitgangen
Ingangssectie
Het bedieningspaneel van de 01V96 beschikt over INPUT-aansluitingen, die het u mogelijk
maken microfoon- en lijnniveaubronnen aan te sluiten.

• INPUT-aansluitingen B 1–12
A
A
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen accepteren lijnniB
B
veau- en microfoonsignalen. Het nominale ingangsgevoeligheidsbereik is van –60 dB tot +4 dB.
U kunt niet gelijkgenummerde INPUT A- en INPUT B-aansluitingen tegelijkertijd gebruiken. (U kunt bijvoorbeeld niet INPUT A-2
en INPUT B-2 tegelijkertijd gebruiken.) Als u kabels op de A- en Baansluitingen met hetzelfde nummer aansluit, wordt alleen het signaal van INPUT B gebruikt (bijv. B-2 heeft voorrang op A-2).
INPUT
(BAL)

• INPUT-aansluitingen 13–16
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen accepteren lijn13
15
niveausignalen. Als de AD 15/16-bronkeuzeschakelaar is aangezet
(ingedrukt) worden signalen van INPUT 15 en 16 genegeerd. In
14
16
plaats daarvan zullen de signalen van de 2TR IN-aansluiting naar de
AD-ingangskanalen 15 en 16 worden geroutet.

Tip: U kunt de signalen die binnenkomen via de INPUT-aansluitingen naar elk van de ingangskanalen routen. (Zie blz. 121 voor informatie over ingangssignalen naar ingangskanalen routen.)
• INSERT I/O-aansluitingen
Deze TRS-steekplugaansluitingen worden gebruikt om externe apparaten, zoals effectprocessors, tussen te voegen bij de AD-ingangskanalen.
INSERT

OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

• Fantoomvoeding
INPUTs 1 t/m 12 beschikken over een schakelbare +48V
fantoomvoeding voor gebruik met condensatormicrofoons en directboxes. De fantoom [+48V]-schakelaars
op het achterpaneel zetten de +48V fantoomvoeding
voor de corresponderende ingangen aan of uit.

• PAD-schakelaars
PAD
20dB

INPUTs 1 t/m 12 beschikken over PAD-schakelaars die de ingangssignalen met 20 dB verzwakken. Deze schakelaars werken zowel op
de INPUT A- als B-signalen.

01V96—Handleiding

6
Analoge & digitale in-/uitgangen

• INPUT-aansluitingen A 1–12
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen accepteren lijnniveau1
2
en microfoonsignalen. Het nominale ingangsgevoeligheidsbereik is van
–60 dB tot +4 dB. De fantoomschakelaars [+48V] op het achterpaneel
A
A
zetten de +48V fantoomvoeding voor deze ingangen aan of uit.

70

Hoofdstuk 6—Analoge & digitale in-/uitgangen

• GAIN-regelaars

-60

-16
GAIN

PEAK
SIGNAL

INPUTs 1 t/m 16 beschikken over GAIN-draairegelaars die de ingangsgevoeligheid aanpassen. De ingangsgevoeligheid van de INPUT-aansluitingen 1–12 is van –16 dB tot –60 dB als de pad uit is, en
van +4 dB tot –40 dB als de pad aan staat. De ingangsgevoeligheid
van de INPUT-aansluitingen 13–16 is van +4 dB tot –26 dB.

• PEAK- & SIGNAL-indicators
GAIN
De SIGNAL-indicator licht op als het ingangssignaalniveau van INPEAK
PUTs 1–16 de –34 dB overschrijdt. De PEAK-indicator licht op als
SIGNAL
het ingangssignaalniveau 3 dB onder clippen bereikt.
• 2TR IN-aansluitingen
Deze ongebalanceerde tulpplugaansluitingen accepteren lijnniveausignalen van masterrecorders.
L
Als de AD 15/16-bronkeuzeschakelaar is aangezet (ingedrukt) worR
den signalen die binnenkomen via deze ingang naar de AD-ingangen
IN
OUT
15 en 16 geroutet. Als de monitorbronkeuzeschakelaar is aangezet
2TR
-10dBV
(ingedrukt) kunt u deze signalen via de MONITOR OUT-aansluitingen afluisteren.
(UNBAL)

Uitgangssectie
De bedienings- en achterpanelen van de 01V96 beschikken over uitgangsaansluitingen die
het u mogelijk maken een afluisteringssysteem, een masterrecorder, effectprocessors en andere lijnniveau-apparaten aan te sluiten.
• MONITOR OUT-aansluitingen L/R
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen voeren afluisteringssignalen of hiernaar toe geroute ingangssignalen van de 2TR
IN-aansluitingen uit. Het nominale uitgangsniveau is +4 dB.
Gebruik de monitorbronkeuzeschakelaar in de AD-ingangssectie om
het signaal te selecteren dat via deze aansluitingen wordt uitgevoerd.
• OMNI OUT-aansluitingen 1–4
Deze gebalanceerde TRS-steekplugaansluitingen voeren
BUS OUT of rechtstreekse uitgangen van de ingangskanalen uit. Het nominale uitgangsniveau is +4 dB.

Tip: Elk signaalpad kan naar de OMNI OUT-aansluitingen worden geroutet. (Zie blz. 124
voor meer informatie over signalen naar de OMNI OUT-aansluitingen routen.)
• STEREO OUT-aansluitingen L/R
Deze gebalanceerde XLR-3-32-aansluitingen voeren de STEREO
OUT-signalen uit. Het nominale uitgangsniveau is +4 dB.

• 2TR OUT-aansluitingen
Deze ongebalanceerde tulpplugaansluitingen voeren lijnniveausigL
nalen uit naar een aangesloten masterrecorder of andere externe
apparaten. Deze aansluitingen voeren altijd de STEREO OUT-sigR
nalen uit.
IN

OUT

2TR

-10dBV (UNBAL)

01V96—Handleiding

Digitale in- & uitgangen

71

Digitale in- & uitgangen
Het achterpaneel van de 01V96 beschikt over digitale in- en uitgangsaansluitingen die het
u mogelijk maken externe digitale apparaten aan te sluiten. Elk signaalpad kan naar deze
digitale in- en uitgangen worden geroutet.
U kunt ook analoge en digitale in-/uitgangen toevoegen door een optionele I/O-kaart in het
slot te installeren.

Digitale in-/uitgangsaansluitingen
• 2TR IN DIGITAL-aansluiting
2TR IN DIGITAL is een tulpplugaansluiting en accepteert digitale
audio volgens het consumentenformat (IEC-60958). U kunt digitale
signalen die via deze aansluiting binnenkomen naar elk van de ingangskanalen routen (blz. 121).

• ADAT IN-aansluiting
Deze TOSLINK-aansluiting accepteert 8-kanaals ADAT optisch formatsignalen die naar elk
van de ingangskanalen kunnen worden geroutet (blz. 121).
• ADAT OUT-aansluiting
Deze TOSLINK-aansluiting voert een 8-kanaals ADAT optisch formatsignaal uit. U kunt elke
BUS OUT of directe uitgang van een ingangskanaal naar deze uitgang routen (blz. 123).

SLOT
Dit slot maakt het u mogelijk een optionele mini-YGDAI (Yamaha General Digital Audio
Interface) I/O-kaart te installeren. Deze kaarten bieden AD/DA-conversie en verscheidene
analoge in-/uitgangsopties en digitale in-/uitgangsintersfaces in alle populaire digitale
audioverbindingsformats, waaronder AES/EBU, ADAT en Tascam. U kunt signalen die via
deze kaartaansluiting binnenkomen naar elk van de ingangskanalen of Insertie-ingangen
routen (zie blz. 122).
U kunt de kaartuitgangen naar de BUS OUT of directe uitgangen van de ingangskanalen
routen (zie blz. 125).
De volgende mini-YGDAI I/O-kaarten zijn momenteel beschikbaar.
Kaart

Format

In

Uit

MY8-AD

MY8-AD96

Aansluitingen

20-bits, 44,1/48 kHz
8

MY8-AD241
MY4-AD

Resolutie/samplefrequentie

Analoog in

4
8

Steekplug (gebalanceerd) x8
—

24-bits, 44,1/48 kHz
24-bits, 44,1/48/88,2/96
kHz

XLR-3-31-type
(gebalanceerd) x4
25-pins D-sub

01V96—Handleiding

Analoge & digitale in-/uitgangen

• 2TR OUT DIGITAL-aansluiting
Deze tulpplugaansluiting voert digitale audio uit volgens het consumentenformat (IEC-60958). U kunt elke BUS OUT of directe uitgang van een ingangskanaal naar deze uitgang routen (blz. 125).

6

72

Hoofdstuk 6—Analoge & digitale in-/uitgangen

Kaart

Format

In

MY4-DA
Analoog uit

Uit
4

20-bits, 44,1/48 kHz

8

24-bits, 44,1/48/88,2/96
kHz

—

MY8-DA96
MY8-AE2
MY8-AE96

24-bits, 44,1/48 kHz
AES/EBU I/O
8

MY8-AE96S3
MY8-AT2
MY16-AT

Resolutie/samplefrequentie

8

Optisch x2
16

Tascam

MY8-mLAN2

IEEE1394

25-pins D-sub

24-bits, 44,1/48/88,2/96
kHz

ADAT I/O

MY8-TD2

Aansluitingen
XLR-3-32-type
(gebalanceerd) x4

16

Optisch x4
24-bits, 44,1/48 kHz

8

8

25-pins D-sub
BNC-wordclockuitgang
6-pins 1394-aansluiting x2

1. Deze kaart kan als alternatief voor de 20-bits MY8-AD-kaart gebruikt worden.
2. Deze kaarten ondersteunen 24-bits/96 kHz in de dubbele kanaalmode. Ze vereisen 96kHz-wordclocksignalen.
3. Deze kaart is gelijk aan de MY8-AE96, behalve dat deze over een samplefrequentieconverter beschikt.

Zie de "Yamaha Professional Audio Web site" op de volgende URL voor up-to-date nieuws
over I/O-kaarten:
.

Samplefrequenties van signalen die via de ingangen van
de I/O-kaart worden ontvangen converteren
Een optionele MY8-AE96S Digitale I/O-kaart beschikt over samplefrequentieconverters,
zodat u eenvoudig de samplefrequentie van de digitale ingangen kunt omzetten naar de
huidige samplefrequentie van de 01V96.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | FORMAT-pagina verschijnt.
Gebruik de knoppen in de SRC-secties om de samplefrequentieconverters aan en uit te zetten. U kunt de samplefrequentieconverters van de digitale I/O-kaart in paren (in deze volgorde: oneven & even kanalen) aan-/uitzetten.

Tip: Het FS-vakje in de WORD CLOCK-pagina toont de samplefrequentie waarop de 01V96
momenteel werkt.
Opm.: De samplefrequentieconverter is alleen beschikbaar op de Yamaha MY8-AE96S
digitale I/O-kaart. Als u een ander type I/O-kaart in het slot heeft geïnstalleerd, of als er geen
kaart in de 01V96 is geïnstalleerd, zijn de knoppen in de SRC-sectie niet beschikbaar.

01V96—Handleiding

De digitale ingangskanaalstatus in de gaten houden

73

2 Gebruik de cursorknoppen om de cursor naar elk van de twee-kanaalsknoppen in de SRC-secties te verplaatsen, en druk vervolgens op [ENTER].
De samplefrequentieconverter van de geselecteerde 2-kanaalsingang gaat aan of uit. Als
deze aan is wordt de samplefrequentie van de ontvangen digitale audio omgezet naar de
huidige samplefrequentie van de 01V96.

De digitale ingangskanaalstatus in de gaten houden
U kunt de kanaalstatus (samplefrequentie, emphasis, enz.) van digitale audiosignalen die zijn aangesloten op de 2TR-digitale ingangen en SLOT-ingangen als volgt bekijken en in de gaten houden.

1 Druk op de DISPLAY ACCESS [UTILITY]-knop en vervolgens op de [F2]-knop.
De UTILITY | CH STATUS-pagina verschijnt.

6
Analoge & digitale in-/uitgangen

1
2
3
4
5
6

Gebruik op deze pagina de volgende knoppen om een slot of aansluiting te selecteren waarvan u de kanaalstatus wilt bekijken.

A 2TR IN
Deze knop maakt het u mogelijk de kanaalstatus van de ingangssignalen te bekijken die
zijn aangesloten op de 2TR-digitale ingangen.

B SLOT
Deze knoppen maken het u mogelijk de kanaalstatus van elke twee aangrenzende kanaalsignalen (in deze volgorde: oneven en even) te bekijken die zijn aangesloten op de
in het slot geïnstalleerde digitale I/O-kaart.
2 Verplaats de cursor naar de gewenste ingangs- of slotknop en druk vervolgens op [ENTER].
De kanaalstatusinformatie van de geselecteerde ingang wordt weergegeven.
Kanaalstatusinformatie omvat de volgende items:

C FS
Geeft de samplefrequentie aan. Als geen signaal binnenkomt, of als de binnenkomende
wordclock niet synchroon loopt met de interne clock verschijnt er “Unlock”.

D EMPHASIS
Geeft de EMPHASIS aan/uit-status aan.

E CATEGORY
Geeft de status aan van de “Categoriecodebit” die onderdeel uitmaakt van het IEC958 Part
2 (S/PDIF-Consumenten)-format. Deze parameter kan de volgende waarden aangeven:
Parameterwaarde

Omschrijving

General

Wordt tijdelijk gebruikt

Laser Optical

Optisch laserapparaat

D/D Conv

Digitaal/digitaal-converter en signaalverwerkend apparaat

01V96—Handleiding

74

Hoofdstuk 6—Analoge & digitale in-/uitgangen

Parameterwaarde

Omschrijving

Magnetic

Apparaat met magneetband en magnetisch opslagapparaat

D.Broadcast

Digitale radio-ontvangst

Instruments

Muziekinstrument, microfoon en bronnen die stringsignalen opwekken

A/D Conv

A/D-converter (zonder copyrightinformatie)

A/D Conv with (C)

A/D-converter (met copyrightinformatie)

Solid Memory

Vastopslagapparaat

Experimental

Experimenteel apparaat

Unknown

Onbekend

Opm.: Er verschijnt “AES/EBU” in de Category-regel als u IEC958 Part 3 (AES/EBUProfessional) formatsignalen bekijkt (die geen categoriecodebit bevatten).

F COPY
Geeft de status aan van de kopieerbeveiligingsinformatie die onderdeel uitmaakt van
IEC958 Part2 (S/PDIF-Consumenten) formatsignalen. Er verschijnt “OK” als kopiëren
is toegestaan. Er verschijnt als “Prohibit” als het kopieerbeveiligd is.

Digitale uitgangen ditheren
Als digitale audio naar systemen met een lagere resolutie wordt overgedragen, kunnen door
het weglaten van bits onaangename bijgeluiden worden veroorzaakt. Om het hoorbare
effect hiervan teniet te doen, wordt er met opzet een kleine ruiscomponent aan de digitale
uitgangen toegevoegd. Dit proces wordt "ditheren” genoemd.
Op de 01V96 kunt u de 2TR digitale uitgangen en SLOT-uitgangen ditheren. U kunt bijvoorbeeld dithering toepassen op de stereo mixdata van de 01V96 en opnemen op een
16-bits DAT-recorder.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | FORMAT-pagina verschijnt.
De ditherinstellingen worden onderin de pagina getoond.

2 Verplaats de cursor naar de uitgang of het kanaal waarop u dithering toe wilt passen,
en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de
waarde te selecteren die overeenkomt met de resolutie van het ontvangende apparaat.
Opm.:
• U kunt geen dithering toepassen op uitgangen of kanalen die zijn ingesteld op “OFF”.
• Dithering werkt alleen als de resolutie van het ontvangende apparaat lager is dan die van
de 01V96.
Tip: Dubbelklik om de momenteel geselecteerde instelling naar alle kanalen te kopiëren met
de [ENTER]-knop. Het kopieerbevestigingsvenster wordt weergegeven.
01V96—Handleiding

Het overdrachtsformat (Transfer Format) voor hogere samplefrequenties instellen

75

Het overdrachtsformat (Transfer Format) voor hogere
samplefrequenties instellen
Om de 01V96 met hogere samplefrequenties (88,2 kHz of 96 kHz) te laten werken en digitale audiosignalen over te dragen van en naar aangesloten externe apparaten, moet u het
dataoverdrachtsformat in overeenstemming brengen met de samplefrequenties die door de
externe apparaten ondersteund worden.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina verschijnt.
2 Selecteer INT88.2k of INT96k als wordclockbron.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | FORMAT-pagina verschijnt.

1

6
Analoge & digitale in-/uitgangen

4 Gebruik de cursorknoppen om de cursor naar een IN/OUT-parameterveld te
verplaatsen (1), en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de
[INC]/[DEC]-knoppen om het dataoverdrachtsformat in te stellen.
De IN/OUT-parameters worden gebruikt om één van de volgende dataoverdrachtsformats
voor elk van de SLOT-in- en uitgangen in te stellen.
• DOUBLE CHANNEL
In de dubbelkanaalsmode (double channel mode) worden digitale audiodata ontvangen en
verzonden als monosignalen met een samplefrequentie die exact de helft (44,1/48 kHz) is van
de huidige hogere samplefrequentie. De data worden dan via twee kanalen overgedragen. Dit
is handig als u data tussen de 01V96, die met een hogere samplefrequentie werkt, wilt overdragen naar een oudere 44,1/48 kHz digitale multitrack- of harddiskrecorder.
Opm.:
• De dubbelkanaalsmode reduceert het totale aantal ingangen of uitgangen van het corresponderende slot. De evengenummerde kanalen worden uitgeschakeld.
• U kunt deze mode alleen selecteren als de 01V96 met een hogere samplefrequentie werkt.
• DOUBLE SPEED
In de dubbele snelheidsmode (double speed mode) worden digitale audiodata ontvangen
en verzonden met de huidige hogere samplefrequentie (dat wil zeggen 88,2 kHz of 96 kHz).
Selecteer deze mode als de apparaten die de hogere samplefrequenties ondersteunen, data
verzenden of ontvangen.
Opm.: Deze mode is alleen beschikbaar voor het slot waarin de optionele Yamaha MY8-AE96
of MY8-AE96S digitale I/O-kaart is geïnstalleerd.

01V96—Handleiding

76

Hoofdstuk 6—Analoge & digitale in-/uitgangen

• SINGLE
In de enkele mode (single mode) worden digitale audiodata ontvangen en verzonden met
een samplefrequentie die de helft (44,1/48 kHz) is van de huidige hogere samplefrequentie
van de 01V96. Dit is bijvoorbeeld nuttig als u 44,1 kHz digitale signalen van een externe
harddiskrecorder wilt verzenden naar de 01V96, die op 88,2 kHz werkt.
Opm.:
• Deze mode is niet beschikbaar voor het slot waarin de optionele Yamaha MY8-AE96 of
MY8-AE96S digitale I/O-kaart is geïnstalleerd.
• U kunt deze mode alleen selecteren als de 01V96 met een hogere samplefrequentie werkt.
• Als de 01V96 met een hogere samplefrequentie (88,2 kHz of 96 kHz) werkt zijn slechts twee
interne effectprocessors beschikbaar.
Tip:
• De parametervelden tonen “–” als het slot geen I/O-kaart bevat of als er een AD/DA-kaart
of andere I/O-kaart is geïnstalleerd die u niet toestaat het overdrachtsformat in te stellen.

01V96—Handleiding

77

Ingangskanalen

7 Ingangskanalen
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de ingangskanaalparameters van de 01V96 aan te passen.

Over ingangskanalen
De ingangskanaalsectie maakt het u mogelijk het niveau en de klank van de signalen aan te
passen die binnenkomen op de 01V96 (en de signalen die door de interne effectprocessors
1–4 worden uitgevoerd), en de signalen naar BUS 1–8, de STEREO BUS en AUX SEND 1–8
te routen. Er zijn twee types ingangskanalen met elk enkele enigszins verschillende functies:
mono-ingangskanalen 1–32 en stereo ST IN-kanalen 1–4.

Ingangskanalen 1–32

INPUT PATCH

METER (Uitgangsmeter)
METER
GATE
Keyin
Groep van 12 kanalen
(1-12,13-24....)
AUX 1-8

ATT

AUX 8

AUX 1

SOLO L
SOLO R

BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8

METER

(Versterkingsreductie)

7

SOLO

METER
INSERT
4BAND
EQ

INSERT
ON LEVEL

PAN

INPUT
DELAY

PAN
(Versterkings- (Uitgangsreductie)
meter)

METER

LFE

METER
PRE/POST

ON

AUX

COMP
Keyin
Self of Stereo Link

DIRECT OUT 1(...32)

De ingangskanalen 1–32 beschikken over de volgende parameters:
•

(fase)
Deze sectie schakelt de fase van ingangssignalen.

• GATE
Deze dynamische processor kan worden gebruikt als gate of voor ducking.
• COMP (compressor)
Deze dynamische processor kan worden gebruikt als compressor, expander of limiter. De
compressor kan pre-EQ, pre-fader of post-fader worden gebruikt.
• ATT (verzwakker)
Deze sectie maakt het u mogelijk het niveau van signalen die naar de EQ worden gevoerd te
verzwakken of te versterken. Hierdoor kunt u voorkomen dat post-EQ signalen gaan clippen en kunt u signaalniveaus die te laag zijn corrigeren.
• 4 BAND EQ (4-bands equalizer)
Deze parametrische EQ beschikt over vier banden (HIGH, HIGH-MID, LOW-MID en LOW).
• INPUT DELAY (ingangsvertraging)
Deze sectie maakt het u mogelijk de ingangssignalen te vertragen. U kunt deze delay gebruiken om de timing tussen kanalen nauwkeurig af te stemmen, of als een delayeffect met
feedback.

01V96—Handleiding

Ingangskanalen

INPUT 1(...32)

STEREO L
STEREO R

Elk van deze mono-ingangskanalen beschikt over een fase-effect, gate, compressor,
verzwakker (attenuator) en EQ voor signaalprocessing. Het volgende diagram toont de
signaalbaan van ingangskanaal 1–32.

78

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

• ON (aan/uit)
Deze sectie maakt het u mogelijk om het kanaal aan of uit te zetten. Het kanaal is uitgeschakeld bij de uit-instelling.
• LEVEL (niveau)
Deze sectie maakt het u mogelijk het ingangsniveau van het ingangskanaalsignaal aan te passen.
• PAN
Deze sectie maakt het u mogelijk de paninstelling van de signalen aan te passen die van de
ingangskanalen naar de STEREO BUS zijn geroutet. U kunt de paninstelling ook toepassen
op een BUS-kanaalpaar.
• AUX (AUX-zendniveau)
Deze sectie maakt het u mogelijk om het niveau van signalen aan te passen die naar de AUX
SENDs 1–8 zijn geroutet. De signalen kunnen vanaf de prefader- of postfaderpositie naar
de AUX SENDs worden geroutet.
• INSERT
Deze sectie maakt het u mogelijk de ingangssignalen naar externe apparaten te routen via de
in-/uitgangsaansluitingen van de 01V96 of de geïnstalleerde kaart, of de interne effectprocessors tussen te voegen. U kunt elk van de ingangen, uitgangen of I/O-kaartkanalen routen.
(Merk op dat dit anders is dan bij de INSERT I/O-aansluitingen van de AD-ingangssectie.)
• METER
Deze sectie maakt het u mogelijk om de meetpositie van de signaalniveaus die in de
METER-pagina worden weergegeven om te schakelen. (Zie blz. 34 voor meer informatie
over het selecteren van de meetpositie.)

ST IN-kanalen 1–4

METER

SOLO

INPUT PATCH

METER
ON LEVEL
ATT

4BAND
EQ

Stereoconfiguratie

PAN
PAN
LFE
PRE/POST

ON

AUX

De ST IN-kanalen 1–4 beschikken de over volgende parameters:
•
•
•
•
•
•
•
•

01V96—Handleiding

(fase)
ATT (verzwakker)
4 BAND EQ (4-bands equalizer)
ON (aan/uit)
LEVEL (niveau)
PAN
AUX (AUX-zendniveau)
METER

AUX 8

AUX 1

SOLO L
SOLO R

BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8

ST IN 1-4

STEREO L
STEREO R

Deze stereokanalen maken het u mogelijk de stereosignalen te bewerken met het fase-effect,
de verzwakker en EQ. Het volgende diagram laat de signaalbaan zien van ST IN-kanaal 1–4.

De ingangskanalen via de display instellen

79

Zie de omschrijving van de ingangskanalen voor meer informatie over deze parameters
(blz. 77).
Tip: U kunt deze kanaalparameterinstellingen opslaan in de CHANNEL LIBRARY. U kunt
ook de gate-, compressor- en EQ-parameterinstellingen opslaan in de overeenkomstige bibliotheken (libraries).

De ingangskanalen via de display instellen
U kunt, om de ingangskanaalparameters in te stellen, òf de cursor naar de gewenste parameter in de display verplaatsen en de waarde wijzigen, òf de gewenste knop of regelaar op
het bedieningspaneel bedienen om de instelling rechtstreeks te wijzigen.
Deze sectie legt uit hoe de parameters via de display in te stellen.

De signaalfase omschakelen

1

2

A NOR/REV
Deze knoppen schakelen de corresponderende ingangskanaalfase. NOR-knoppen geven
de normale fase aan en REV-knoppen geven de tegengestelde fase aan.

B GLOBAL
De GLOBAL NOR/REV-knoppen stellen u in staat de fase voor alle ingangskanalen
tegelijkertijd in te stellen.
Tip:
• De naam van het momenteel geselecteerde kanaal wordt in de rechterbovenhoek van het
scherm aangegeven.
• U kunt de fase afzonderlijk voor elk van de ST IN-kanalen of voor elk van de kanalen in
een kanaalpaar instellen. Als u het gewenste ST IN-kanaal heeft geselecteerd met de corresponderende [SEL]-knop, zal herhaaldelijk op dezelfde [SEL]-knop drukken tussen de
kanalen L en R schakelen.

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Om de fase van elke van de ingangskanalen om te schakelen, drukt u herhaaldelijk op de
[ /INSERT/DELAY]-knop tot de volgende /INS/DLY | PHASE-pagina verschijnt.
Verplaats de cursor naar de NOR/REV-knop van het kanaal waarvan u de fase wilt wijzigen
en druk vervolgens op de [ENTER] of [INC]/[DEC]-knoppen om de instelling te wijzigen.

80

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

Ingangskanalen vertragen
Druk, om de vertraging voor elk van de kanalen in te stellen, herhaaldelijk op de [ /
INSERT/DELAY]-knop tot de pagina hieronder, die de gewenste kanalen bevat, verschijnt.

- DLY 1-16 -pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de delayfunctie voor de ingangskanalen 1–16 in
te stellen.
- DLY 17-32 -pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de delayfunctie voor de ingangskanalen 17–32 in
te stellen.
De parameters op deze twee pagina’s (en de procedure voor het instellen ervan) zijn hetzelfde.

1

2

3

A DELAY SCALE

•
•
•
•
•

De volgende knoppen bepalen de eenheden van de delaywaarde die worden weergegeven onder de msec-waarde
meter ............................. Eenheden zijn ingesteld op meters.
feet ................................. Eenheden zijn ingesteld op voeten.
sample ........................... Eenheden zijn ingesteld op samples.
beat ................................ Eenheden zijn ingesteld op tellen.
frame ............................. Eenheden zijn ingesteld op tijdcodeframes.

B GANG-knop
Als deze knop is aangezet (gemarkeerd) kan de delaytijd voor elk van de kanalen in een
kanaalpaar tegelijkertijd worden ingesteld. Als deze optie is uitgezet kan de delaytijd
voor elk van de kanalen in een kanaalpaar afzonderlijk worden ingesteld.

C Kanaalsectie

•
•
•

•
•

01V96—Handleiding

U kunt hier de afzonderlijke delayparameters instellen. De delayparameters bevatten de
volgende items:
ON/OFF .........................Deze knop schakelt de corresponderende kanaaldelay aan of uit.
msec ............................... Deze parameter zet de delaytijd op milliseconden.
meter/feet/sample/
beat/frame........................De delaytijd kan worden ingesteld op de eenheden meters, voeten, samples, tellen of frames, die u selecteert met de DELAY SCALE-knoppen.
MIX ................................ Deze parameter bepaalt de mixbalans tussen de originele
(ingangskanaal) en vertraagde signalen.
FB.GAIN ....................... Deze parameter bepaalt de hoeveelheid delayfeedback (vertragingsterugkoppeling).

De ingangskanalen via de display instellen

81

Tip:
• Deze functie is niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen.
• Het delaytijdbereik hangt af van de samplefrequentie waarop de 01V96 werkt. (Bij bijvoorbeeld 44,1 kHz is het bereik van 0 tot 984,1 msec.)
• Als u de DELAY SCALE-meter- of -feet-knop selecteert kan de afstandswaarde worden omgezet naar de vertragingstijd gebaseerd op de geluidssnelheid (ongeveer 340 m/sec bij 15
graden Celsius). Deze optie is handig als u de juiste timing tussen twee geluidsbronnen wilt
corrigeren, die ver uit elkaar staan.
• Als u de DELAY SCALE-beat-knop selecteert verschijnen er een parameterveld voor het instellen van een noot die voor de tel staat en een parameterveld voor een tempo-instelling
(BPM) onder de DELAY SCALE-parameter. Het instellen van de noot- en BPM-instellingen
in deze parametervelden maakt het u mogelijk een delaytijd in te stellen die overeenkomt
met het songtempo.

Ingangskanalen gaten

2

3

1

4
5

6

7

A KEYIN SOURCE
Selecteer één van de volgende knoppen om de triggerbron te bepalen voor de gate van
het momenteel geselecteerde ingangskanaal.
• SELF ....................Het eigen ingangssignaal van het geselecteerde kanaal is de triggerbron.
• CHANNEL ........ Het ingangssignaal van een ander kanaal is de triggerbron. Selecteer
het gewenste kanaal in het parameterveld onder de CHANNEL-knop.
• AUX .................... Een AUX SEND-signaal is de triggerbron. Selecteer de gewenste BUS
in het parameterveld onder de AUX-knop.

B STEREO LINK
Deze ON/OFF-knop van de parameter maakt het u mogelijk gates te paren voor stereowerking, zelfs als de ingangskanalen niet gepaard zijn.

C CURVE
Dit gebied toont de huidige gatecurve.

D TYPE
Dit gebied toont het huidige gatetype (GATE of DUCKING).
Opm.: U kunt het gatetype niet op deze pagina wijzigen. Roep, om het gatetype te wijzigen
een programma op uit de GATE LIBRARY dat het gewenste gatetype bevat.

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Gebruik, om de ingangskanaalgates in te stellen, de [SEL]-knoppen om het gewenste ingangskanaal te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [DYNAMICS]-knop en
vervolgens op de [F1]-knop. De DYNAMICS | GATE EDIT-pagina verschijnt.

82

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

E Meters
Deze meters geven de niveaus aan van de post-gatesignalen en de hoeveelheid versterkingsreductie.

F ON/OFF
De ON/OFF-knop zet de gate van het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan of uit.

G PARAMETER
Deze regelaars maken het u mogelijk de gateparameters in te stellen. (Zie blz. 278 voor
meer informatie over de parameters.)
Tip:
• Deze functie is niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen.
• U kunt de gate-instellingen opslaan in de GATE LIBRARY, die over voorgeprogrammeerde programma’s beschikt die kunnen worden gebruikt voor verscheidene toepassingen (zie blz. 179).

Ingangskanalen comprimeren
Gebruik, om de ingangskanaalscompressors in te stellen, de [SEL]-knoppen om het gewenste ingangskanaal te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [DYNAMICS]knop en vervolgens op de [F3]-knop om de DYNAMICS | COMP EDIT-pagina op te roepen.

2

3

1

4
5

6

7

A POSITION
Gebruik het parameterwiel, of de [INC]/[DEC]-knoppen om de positie van de compressor in het kanaal te selecteren uit de volgende opties:
• PRE EQ .......................... Onmiddellijk voor de EQ (standaard)
• PRE FADER .................. Onmiddellijk voor de fader
• POST FADER ............... Onmiddellijk na de fader

B STEREO LINK
Deze ON/OFF-knop maakt het u mogelijk compressors te paren voor stereowerking,
zelfs als de kanalen niet gepaard zijn.

C CURVE
Dit gebied toont de huidige compressorcurve.

D TYPE
Dit veld geeft het compressortype aan dat door de compressor van het momenteel
geselecteerde kanaal wordt gebruikt (COMP/EXPAND/COMP (H)/COMP (S)).
Opm.: U kunt het compressortype niet op deze pagina wijzigen. Roep, om het compressortype
te wijzigen, een programma op uit de COMPRESSOR LIBRARY dat het gewenste compressortype gebruikt.

01V96—Handleiding

De ingangskanalen via de display instellen

83

E Meters
Deze meters geven de niveaus aan van de post-compressorsignalen en de hoeveelheid
versterkingsreductie.

F ON/OFF
De ON/OFF-knop zet de compressor van het momenteel geselecteerde ingangskanaal
aan of uit.

G PARAMETER-sectie
Deze regelaars maken het u mogelijk de compressorparameters in te stellen. (Zie
blz. 278 voor meer informatie over de parameters van elk van de compressortypes.)
Tip:
• Deze functie is niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen.
• U kunt de compressorinstellingen opslaan in de COMPRESSOR LIBRARY, die over voorgeprogrammeerde programma’s beschikt die kunnen worden gebruikt voor verscheidene toepassingen (zie blz. 181).

7

Ingangskanalen verzwakken

Verplaats de cursor naar de knop van het gewenste ingangskanaal, en draai vervolgens aan
het parameterwiel om de hoeveelheid verzwakking in te stellen in het bereik van –96 dB tot
+12 dB.
Tip: U kunt ook de verzwakkingshoeveelheid (in dB) instellen voor het momenteel geselecteerde kanaal via de EQ | EQ EDIT-pagina.

01V96—Handleiding

Ingangskanalen

Druk, om de verzwakking voor elk van de ingangskanalen in te stellen, op de DISPLAY
ACCESS [EQ]-knop en druk vervolgens op de [F3]-knop om de EQ | IN ATT-pagina op te
roepen.

84

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

Ingangskanalen EQ-en
De ingangskanalen van de 01V96 beschikken over 4-bands (LOW, LOW-MID, HIGH-MID
HIGH) parametrische EQ. De LOW-MID- en HIGH-MID-bands zijn van het peakingtype
EQ. De LOW- en HIGH-banden kunnen worden ingesteld op shelving, peaking, of respectievelijk op HPF en LPF.
1 Druk op de [SEL]-knop van het kanaal waarvan u de EQ wilt aanpassen.
2 Druk op de DISPLAY ACCESS [EQ]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om
de EQ | EQ EDIT-pagina op te roepen.

2

3

4

1
5

6

De parameters op deze pagina worden hieronder beschreven:

A EQ ON
De ON/OFF-knop zet de EQ van het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan of uit.
U kunt op de [ENTER]-knop drukken om de EQ aan of uit te zetten zolang de cursor
op een andere parameter staat dan TYPE.

B TYPE
Selecteert het type EQ. TYPE I is het EQ-type dat werd gebruikt op de Yamaha 02R-serie
digitale mixingconsoles. TYPE II werkt volgens een nieuw ontwikkeld algoritme.

C ATT
Bepaalt de hoeveelheid pre-EQ-signaalverzwakking in dB. Het is dezelfde ATTENUATOR-parameter als in de EQ | ATT IN-pagina.

D CURVE
Dit gebied toont de huidige EQ-curve.

E Meters
Deze meters geven de post-EQ-signaalniveaus aan van het momenteel geselecteerde ingangskanaal en zijn beschikbare paarpartner.

F LOW-, L-MID-, H-MID-, HIGH-secties
Deze secties bevatten de Q-, F- (frequentie)- en G- (versterkings) parameters voor de
vier banden. De parameterwaardenbereiken hiervoor zijn als volgt:
Parameter
Q

LOW

LOW-MID

HPF, 10.0 tot 0.10
(41 stappen), L.SHELF

HIGH-MID

10.0 tot 0.10 (41 stappen)

HIGH
LPF, 10.0 tot 0.10
(41 stappen), H.SHELF

F (frequentie)

21.2 Hz tot 20.0 kHz (120 stappen van 1/12-octaaf)

G (versterking)

–18.0 dB tot +18.0 dB (stappen van 0.1 dB)1

1. De LOW- en HIGH GAIN-regelaars werken als filter aan/uit-regelaars als Q respectievelijk is ingesteld op HPF of LPF.

01V96—Handleiding

De ingangskanalen via de display instellen

85

Tip:
• De LOW-band EQ werkt als een hoogdoorlaatfilter als de Q-parameter in de LOW-sectie is ingesteld
op HPF. Deze werkt als een shelving-type EQ als de Q-parameter is ingesteld op L.SHELF.
• De HIGH-band EQ werkt als een laagdoorlaatfilter als de Q-parameter in de HIGH-sectie is ingesteld op LPF. Deze werkt als een shelving-type EQ als de Q-parameter is ingesteld op H.SHELF.
3 Verplaats de cursor naar de gewenste parameter en draai vervolgens aan het
parameterwiel om de waarde te wijzigen.
Tip:
• De EQ-instellingen voor de ST IN-kanalen L & R zijn aan elkaar gekoppeld.
• U kunt ook op de knoppen in de SELECTED CHANNEL-sectie drukken om de gewenste band te selecteren
en de draaiknoppen gebruiken om de Q-, F- en G-parameters rechtstreeks te bewerken (zie blz. 91).
• U kunt de EQ-instellingen in de EQ LIBRARY opslaan, die over voorgeprogrammeerde programma’s beschikt die kunnen worden gebruikt voor verscheidene toepassingen (zie blz. 274).

Ingangskanalen pannen

2
1

Verplaats de cursor naar de gewenste PAN-regelaar en draai vervolgens aan het parameterwiel om de waarde in te stellen.

A Panregelaars
Deze knoppen passen de kanaalpaninstellingen aan.
Druk op de [ENTER]-knop om de momenteel geselecteerde PAN-regelaar terug te zetten naar het midden (CENTER).

B MODE
De MODE-parameter bepaalt hoe gepaarde ingangskanalen worden gepand. Er zijn
drie PAN-modes:
• INDIVIDUAL...............In de INDIVIDUAL-mode werken de panregelaars van de gepaarde ingangskanalen afzonderlijk.
• GANG ............................In de GANG-mode werken de panregelaars
van de gepaarde ingangskanalen gekoppeld in
dezelfde verhouding, waarbij hetzelfde panbereik wordt gehandhaafd.
• INV GANG....................In de INVERS GANG-mode werken de panregelaars gekoppeld in dezelfde verhouding,
maar tegengesteld.

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Ingangskanalen kunnen worden gepand in het bereik van L63 via CENTER tot R63. Druk,
om elk van de kanalen te pannen, herhaaldelijk op de [PAN/ROUTING]-knop tot de PAN/
ROUTE | PAN-pagina verschijnt.

86

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

Tip:
• U kunt de paninstelling voor de ST IN-kanalen L & R afzonderlijk instellen.
• U kunt ook de paninstelling van de ingangskanalen aanpassen met de PAN-regelaar in de
SELECTED CHANNEL-sectie.
• Surround Pan is beschikbaar als de 01V96 in de SURROUND-mode staat. Zie Hoofdstuk
12 voor meer informatie over Surround Pan.

Ingangskanalen routen
U kunt elk van de ingangskanalen naar de STEREO BUS, BUS 1–8 of zijn eigen DIRECT OUT
routen. Bij de standaardinstelling worden de signalen alleen naar de STEREO BUS geroutet.
U kunt echter signalen naar enkele of meerdere bestemmingen routen, indien nodig.

1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de
pagina hieronder, die de gewenste kanalen bevat, verschijnt.
- ROUT1-16-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de routing voor de ingangskanalen 1–16 te wijzigen.
- ROUT17-ST1-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de routing voor de ingangskanalen 17–32 en ST
IN-kanalen 1-4 te wijzigen.
De parameters op deze twee pagina’s (en de procedure voor het instellen ervan) zijn hetzelfde.

5
6
7

1
2
3
4

8
A PAN-knoppen
Deze knoppen bepalen of de paninstelling van het kanaal wordt toegepast op de BUS
OUTs.

B BUS-knop 1-8
Deze knoppen routen het momenteel geselecteerde ingangskanaal naar de BUS OUTs.
Als de 01V96 in SURROUND-mode staat, veranderen de knopindicators als volgt,
afhankelijk van de geselecteerde SURROUND-mode:
BUS-knop

1

2

3

4

5

6

7

8

SURROUND-mode: 3-1

L

R

C

S

5

6

7

8

SURROUND-mode: 5.1

L

R

Ls

Rs

C

E

7

8

SURROUND-mode: 6.1

L

R

Ls

Rs

C

Bs

E

8

L=Links, R=Rechts, C=Midden, S=Surround, Ls=Links surround
Rs=Rechts surround, E=Lage frequentie-effect, Bs=Achter surround

De bovenstaande tabel laat de standaardtoewijzing zien. De daadwerkelijke toewijzing
kan variëren, afhankelijk van de instellingen in de DIO/SETUP | SURROUND BUS
SETUP-pagina.

01V96—Handleiding

De ingangskanalen via de display instellen

87

CS
Als deze knop is aangezet, is het momenteel geselecteerde ingangskanaal naar de
STEREO BUS geroutet.

DD
Als deze knop is aangezet, is het momenteel geselecteerde ingangskanaal naar zijn
DIRECT OUT geroutet. Zie blz. 125 voor meer informatie over de DIRECT OUT.

E ALL STEREO
Deze knop zet de S-knop voor alle kanalen in de pagina aan.

F ALL BUS
Deze knop zet de BUS-knoppen 1–8 voor alle kanalen in de pagina aan.

G ALL CLEAR
Deze knop wist alle routingstoewijzingen in de pagina.

H SURROUND MODE
Dit veld toont de huidige SURROUND-mode.

Ingangskanaalinstellingen bekijken
U kunt de parameterinstellingen van het momenteel geselecteerde ingangskanaal bekijken
en aanpassen via de VIEW | PARAMETER- of FADER-pagina’s.

■ Bekijken van de Gate-, Compressor- en EQ-instellingen
Gebruik, om de VIEW | PARAMETER-pagina van een bepaald ingangskanaal weer te
geven, de corresponderende [SEL]-knop om het gewenste kanaal te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [VIEW]-knop.
Verplaats de cursor naar een parameter die u wilt wijzigen, en draai vervolgens aan het
parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen of [ENTER]-knop om de instelling te
veranderen.

43

1
5

2

6
7

8
De volgende parameters zijn beschikbaar (secties die gemarkeerd zijn met een asterisk (*)
zijn niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen).

A GATE-sectie (*)
Deze sectie maakt het u mogelijk de dynamische processor van het gatetype aan of uit te
zetten en de parameters in te stellen. (Zie blz. 81 voor meer informatie.)

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Tip: De routings van de ST IN-kanalen L & R zijn gekoppeld. De D-knop is niet beschikbaar
voor de ST IN-kanalen.

88

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

B COMP-sectie (*)
Deze sectie maakt het u mogelijk de dynamische processor van het compressortype aan
of uit te zetten en de parameters in te stellen. (Zie blz. 82 voor meer informatie.)

C INSERT-sectie (*)
Deze sectie maakt het u mogelijk om de INSERT aan of uit te zetten en de INSERT IN
en OUT te routen. (Zie blz. 127 voor meer informatie.)

D EQ-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk verscheidene EQ-parameters in te stellen. (Zie blz. 84
voor meer informatie.)

E Meters
Deze meters geven de signaalniveaus aan van het momenteel geselecteerde ingangskanaal en zijn beschikbare paarpartner.

F

(fase)-sectie
U kunt de signaalfase van het momenteel geselecteerde ingangskanaal omkeren. (Zie
blz. 79 voor meer informatie.)

G DELAY-sectie (*)
Deze sectie maakt het u mogelijk de delayfunctie van het momenteel geselecteerde kanaal in te stellen. (Zie blz. 80 voor meer informatie.)

H PAIR-sectie (*)
Deze sectie geeft aan of kanalen wel of niet zijn gepaard. De hart-icoon ( ) is één geheel
als de kanalen zijn gepaard. De hart-icoon is gebroken ( ) als de kanalen niet zijn gepaard. (Zie blz. 92 voor meer informatie.)

■ Bekijken van de pan-, fader- en AUX-zendniveau-instellingen
Gebruik, om de VIEW | FADER-pagina van een bepaald ingangskanaal te bekijken, de corresponderende [SEL]-knop om het gewenste kanaal te selecteren en druk vervolgens herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [VIEW]-knop.
Verplaats de cursor naar een parameter die u wilt wijzigen en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de instelling te veranderen.

1

2

3

4

5

6

A PAN/ON/fader-sectie
• PAN-regelaar................ Deze regelaar past de panparameter van het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan.
Druk op de [ENTER]-knop om de PAN-regelaar terug te zetten
naar het midden (CENTER).

01V96—Handleiding

De ingangskanalen via de display instellen

89

• ON/OFF-knop..............Deze knop zet het momenteel geselecteerde ingangskanaal aan
of uit.
• Fader ..............................Deze parameter stelt de FADER-positie van het momenteel geselecteerde ingangskanaal in. De FADER-knop is gemarkeerd
als de fader is ingesteld op 0.0 dB.
Druk op de [ENTER]-knop om de fader terug te zetten naar 0.0 dB.

B SURROUND PAN-sectie
• SURROUND PAN........De Surroundpanparameters van het momenteel geselecteerde
ingangskanaal worden alleen getoond als er een SURROUNDmode is geselecteerd. Zie blz. 135 voor meer informatie over
surroundpan.

C BUS ROUTING/FOLLOW PAN-sectie

D AUX-sectie
• AUX................................Deze regelaars stellen de AUX SEND 1-8-niveaus en posities
van het momenteel geselecteerde ingangskanaal in. (Zie
blz. 109 voor meer informatie over AUX SEND.)

E Metersectie
• Meters............................Deze meters geven de niveaus aan van het momenteel geselecteerde ingangskanaal.
• PRE EQ/PRE FADER/POST FADER ...........De meetpositie wordt weergegeven onder
de meters.

F GROUP-sectie
• FADER/MUTE/EQ/COMP ............... Deze knoppen geven van welke fader-, mute-,
EQ- of compressorgroep, indien van toepassing,
het momenteel geselecteerde ingangskanaal onderdeel uitmaakt. Als het kanaal onderdeel uitmaakt van een groep, verschijnt het groepsnummer. Als het kanaal geen onderdeel van een groep
uitmaakt verschijnt “—”. (De compressor is niet
beschikbaar voor de ST IN-kanalen.)

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

• BUS ROUTING ............Deze sectie maakt het u mogelijk een bestemmingsbus te selecteren voor het geselecteerde kanaal. Als de D-knop is aangezet
wordt het kanaalsignaal naar de DIRECT OUT geroutet die in
het parameterveld onder de knop is geselecteerd. (De D-knop
is niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen.)
• FOLLOW PAN..............Deze knop bepaalt of de paninstelling van het ingangskanaal
wordt toegepast op de gepaarde BUS OUTs (FOLLOW PANfunctie). Als de knop is uitgezet is de FOLLOW PAN-functie
uitgeschakeld en wordt er een gelijk signaal naar de gepaarde
BUS OUTs gestuurd.

90

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

De ingangskanalen via het bedieningspaneel instellen
U kunt de faders, [SEL]-knoppen en verscheidene knoppen en regelaars in de SELECTED
CHANNEL-sectie op het bedieningspaneel gebruiken om de meeste parameters van de ingangskanalen rechtstreeks te regelen.

De ingangskanaalniveaus en de kanalen pannen instellen
■ Ingangskanalen 1–32
1 Druk op de LAYER [1–16]- of [17–32]-knop om een LAYER te selecteren.
2 Druk op de [SEL]-knop van het kanaal waarvan u het ingangsniveau en/of
de paninstellingen aan wilt passen.
3 Gebruik de faders om de ingangskanaalniveaus in te stellen.
4 Draai aan de [PAN]-regelaar van het geselecteerde kanaal om de paninstellingen aan te passen.
Als u aan de [PAN]-regelaar draait, wordt automatisch de PAN/ROUTE | PAN-pagina weergegeven.

■ ST IN-kanalen 1–4
1 Gebruik de ST IN [ST IN]-knop om de gewenste ST IN-kanalen te selecteren.
De indicators naast de [ST IN]-knop geven de ST IN-kanalen aan die momenteel zijn geselecteerd voor het regelen via de ST IN-sectie.
2 Druk op de [SEL]-knop van het kanaal waarvan u het niveau en/of de paninstellingen aan wilt passen.
3 Draai aan de niveauregelaar van het gewenste kanaal om het niveau in te stellen.
U kunt altijd het huidige kanaalniveau bovenin de display bekijken.

4 Draai aan de SELECTED CHANNEL [PAN]-regelaar om de paninstelling aan te passen.
De paninstelling kan worden toegepast op zowel ST IN-kanaal L als R. Om te schakelen tussen
de kanalen L en R voor de paninstelling, drukt u herhaaldelijk op dezelfde [SEL]-knop. (Het
kanaal dat momenteel wordt geregeld wordt in de linkerbovenhoek van de display aangegeven.)

01V96—Handleiding

De ingangskanalen via het bedieningspaneel instellen

91

Ingangskanalen EQ-en
1 Druk op de [SEL]-knop of verplaats de fader van het kanaal dat u wenst te regelen.

2 Druk, om de EQ van het momenteel geselecteerde kanaal te regelen, op één
van de volgende knoppen om de band te selecteren die u wilt aanpassen:
• [HIGH]-knop ...............HIGH-band
• [H-MID]-knop.............HIGH-MID-band
• [L-MID]-knop ..............LOW-MID-band
• [LOW]-knop.................LOW-band
3 Gebruik SELECTED CHANNEL [Q]-, [FREQUENCY]- en [GAIN]-regelaars om de Q-factor, frequentie en versterking van de in stap 2 geselecteerde band aan te passen.
Als het Auto EQUALIZER Display (blz. 227) selectieveld is aangekruist, toont de 01V96 de
EQ/EQ EDIT-pagina.

7
Ingangskanalen

Als het selectieveld niet is aangekruist verschijnt de momenteel aangepaste parameterwaarde.
Zie blz. 84 voor meer informatie over EQ.

Tip:
• Drukken en ingedrukt houden van de knop die in stap 2 is geselecteerd, zet de corresponderende bandversterking terug.
• Gelijktijdig indrukken van de SELECTED CHANNEL [HIGH]- en [LOW]-knoppen reset
de Q-factor, de frequentie en de versterking van elk van de banden.

01V96—Handleiding

92

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

Ingangskanalen paren
Op de 01V96 kunt u aangrenzende oneven/even-ingangskanalen, of kanalen van LAYER 1
en LAYER 2 die dezelfde fader delen, paren. De faders en meeste parameters van gepaarde
kanalen worden gekoppeld voor stereowerking. De gekoppelde en niet gekoppelde parameters (die beschikbaar zijn voor afzonderlijke regeling) van gepaarde kanalen worden
hieronder opgesomd:
Gekoppelde parameters

Niet gekoppelde parameters

[SEL]-knoppen

Ingangsrouting (In Patch)

Faders

Insertierouting

Kanaal aan/uit

Uitgangsrouting (Out Patch)

Insertie aan/uit

Comp-insertiepositie

Solo aan/uit

Fase

Solo Safe

Delay aan/uit

Aux aan/uit

Delaytijd*

AUX-zendniveau

Delayfeedback

AUX SENDs als Pre of Post

Delaymix

Gate

Routing

Comp-instellingen

Pan, Follow Pan

EQ-instellingen

Surroundpan

Fadergroep

AUX SEND-pan

Mutegroep

Balans

Fadetijd

Verzwakkers**

Recall Safe
Routingsinstellingen

* U kunt deze parameter voor elk van de kanalen afzonderlijk instellen als de GANG-knop is uitgezet op de
/INS/
DLDLY | DLY-pagina.
** U kunt deze parameter voor elk van de kanalen afzonderlijk instellen via de EQ | ATT-pagina, maar de instellingen
van het gepaarde kanaal zijn gekoppeld op de EQ | EDITen VIEW-pagina’s.

Opm.: U kunt een ST IN kanaal 1–4 niet paren met een ingangskanaal.
Om kanalen te paren of gepaarde kanalen te ontbinden kunt u de [SEL]-knoppen op het
bedieningspaneel of de PAIR/GRUP-pagina’s gebruiken.

■ Kanalen paren met de [SEL]-knoppen
1 Terwijl u de [SEL]-knop van één van de kanalen die u wilt paren indrukt en
ingedrukt houdt, drukt u op de [SEL]-knop van het aangrenzende kanaal. (De
gepaarde kanaalnummers moeten in volgorde oneven en even zijn.)
Als het "Pair Confirmation"-selectievakje (blz. 227) is aangekruist, verschijnt het
CHANNEL PAIRING-venster.

Opm.: U kunt alleen aangrenzende kanalen paren in de volgorde oneven en even. Drukken
op de [SEL]-knop van een niet-aangrenzend kanaal zal worden genegeerd. U kunt geen
"verticale" paren creëren of ontbinden.

01V96—Handleiding

Ingangskanalen paren

93

2 Verplaats de cursor naar de gewenste knop in het CHANNEL PAIRING-venster en druk vervolgens op [ENTER].
De volgende knoppen zijn beschikbaar in dit venster:
• CANCEL
Annuleert de handeling.
• CH x ➔ y
Kopieert de oneven kanaalparameterwaarden naar het even kanaal.
• CH y ➔ x
Kopieert de even kanaalparameterwaarden naar het oneven kanaal
• RESET BOTH
Reset van beide kanalen de parameters naar de standaardinstellingen (hetzelfde als wanneer
CHANNEL-geheugennr. 01 wordt opgeroepen).
Verplaats de cursor naar de gewenste knop en druk vervolgens op [ENTER] om het paren
te bevestigen.

■ Ingangskanalen paren via de display
1 Druk herhaaldelijk op de [PAIR/GROUP]-knop tot de PAIR/GRUP | INPUTpagina verschijnt.

1
2

De parameters op deze pagina worden hieronder beschreven:

A PAIR MODE
Bepaalt hoe kanalen worden gepaard.

B STEREO/MONO x2-knoppen
Deze knoppen zetten paren aan of uit.
2 Verplaats de cursor naar het PAIR MODE-parameterveld (1) en selecteer
vervolgens de HORIZONTAL- of VERTICAL-knop.
De functie van elke mode wordt hieronder beschreven:
• HORIZONTAL.............Deze knop paart aangrenzende oneven/even-kanalen
(standaard).
• VERTICAL ....................Deze knop paart overeenkomstige kanalen van LAYER 1 en
LAYER 2 die dezelfde fader delen (bijvoorbeeld CH1 & CH17,
CH16 & CH32, enz.). Deze mode is handig als u één fader wilt
gebruiken om beide stereokanalen te regelen.

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Tip: Drukken en ingedrukt houden van de eerste [SEL]-knop van de gepaarde kanalen en
dan drukken op de tweede [SEL]-knop ontbindt het paar.

94

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

Als u de PAIR MODE omschakelt, veranderen de kanaalnummercombinaties die in de
pagina worden weergegeven ook.
Opm.:
• Als de PAIR MODE wordt omgeschakeld, veranderen alleen de kanaalnummers. De mixparameters van de gepaarde partners veranderen niet.
• Als u bijvoorbeeld de PAIR MODE van HORIZONTAL naar VERTICAL wijzigt, verandert
de indicatie van ingangskanaal “2” naar ingangskanaal “17”. Zijn parameters veranderen
echter niet. (Als de kanalen 1 en 2 zijn gepaard, zal omschakelen van de mode de kanalen
1 en 17 paren.)
3 Verplaats de cursor naar de MONOx2-knop (2) van het gewenste kanaal
en druk vervolgens op [ENTER].
De kanalen worden gepaard.
4 Verplaats om een paar te annuleren de cursor naar de STEREO-knop van het
gewenste kanaal en druk vervolgens op [ENTER].
Tip: U kunt op dezelfde manier ook een paar uitgangskanalen creëren of ontbinden via de
PAIR/GRUP | OUTPUT-pagina (zie blz. 105).

Ingangskanalen benoemen
Standaard zijn de ingangskanalen benoemd als CH1, CH2, enz. U kunt deze namen desgewenst wijzigen. Het kan bijvoorbeeld handig zijn bij het afmixen als u bepaalde ingangskanalen de naam geeft van het type muziekinstrument dat op de corresponderende ingangsaansluiting is aangesloten.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN
NAME-pagina verschijnt.

1

2
3

U kunt korte (SHORT) namen aangeven in de middelste kolom (1) en lange (volledige,
LONG) namen in de rechter kolom (2).
Als het "Name Input Auto Copy"-selectievakje (3) is aangekruist, worden de eerste vier
karakters van een nieuw-ingevoerde lange naam automatisch gekopieerd naar de korte
naam. Andersom geldt dat een nieuw-ingevoerde korte naam automatisch wordt toegevoegd aan het begin van de lange naam.
U kunt alle kanaalnamen naar hun standaardnamen resetten door de cursor naar de
INITIALIZE-knop te verplaatsen en vervolgens op [ENTER] te drukken.

01V96—Handleiding

Ingangskanalen benoemen

95

2 Verplaats de cursor naar een naam die u wilt wijzigen en druk vervolgens
op [ENTER].
Het TITLE EDIT-venster verschijnt, waardoor u een naam in kunt voeren.

3 Bewerk de naam, verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens
op [ENTER].
De nieuwe naam is nu van kracht.

01V96—Handleiding

7
Ingangskanalen

Tip: De bewerkte naam wordt opgeslagen in de INPUT PATCH LIBRARY.

96

Hoofdstuk 7—Ingangskanalen

01V96—Handleiding

BUS OUTs

97

8 BUS OUTs
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de STEREO OUT- en de BUS OUT 1-8-parameters van de
01V96 aan te passen.

Over STEREO OUT
De STEREO OUT-sectie ontvangt de ingangskanaal- en BUS OUT 1–8-signalen, mixt ze
naar twee kanalen, bewerkt ze met de ingebouwde EQ, compressor, enz., en route ze dan
naar de STEREO OUT- en 2TR OUT-aansluitingen. Het volgende diagram toont de signaalbaan van de STEREO OUT.
(Versterkingsreductie) (Uitgangsmeter)

METER METER

STEREO L
STEREO R

COMP

INSERT
ATT

METER

OUTPUT
DELAY

4BAND
EQ

L
(-10dBV) [2TR OUT]
R

METER

INSERT
INSERT
ON LEVEL
BAL

DA

L
(+4dBu)
[STEREO OUT]

DA

R

OUTPUT PATCH
• INSERT
Deze sectie maakt het u mogelijk de STEREO OUT-signalen naar externe apparaten te routen via de aansluitingen van de 01V96 of van de geïnstalleerde I/O-kaart, of interne effectprocessors tussen te voegen.
• ATT (verzwakker)
Deze sectie maakt het u mogelijk het niveau van signalen die naar de EQ gaan te verzwakken
of versterken. De verzwakker voorkomt dat post-EQ-signalen gaan clippen of corrigeert
niveaus die te laag zijn.
• 4 BAND EQ (4-bands equalizer)
Deze parametrische EQ beschikt over vier banden (HIGH, HIGH-MID, LOW-MID en
LOW).
• COMP (compressor)
Deze dynamische processor kan worden gebruikt als compressor, expander of limiter. De
processor kan pre-EQ, pre-[STEREO]-fader of post-[STEREO]-fader worden geplaatst.
• ON (aan/uit)
Deze knop zet de STEREO OUT aan of uit.
• LEVEL (niveau)
De [STEREO]-fader past de STEREO OUT-uitgangsniveaus aan.
• Balance (balans)
Deze sectie maakt het u mogelijk de niveaubalans tussen de L- en R-kanalen van de STEREO
OUT aan te passen.
• OUTPUT DELAY (uitgangsvertraging)
Deze sectie vertraagt de uitgangssignalen. Deze wordt hoofdzakelijk gebruikt om de signaaltiming nauwkeurig af te stemmen.

01V96—Handleiding

BUS OUTs

Gelijk aan stereomaster L

8

98

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

• METER
Deze sectie maakt het u mogelijk om de meetpositie van signaalniveaus die in de METER-pagina
of door de STEREO METER rechts van het scherm worden getoond, om te schakelen. (Zie
blz. 34 voor meer informatie over het selecteren van de meetpositie.)
Opm.: U kunt de STEREO OUT-signalen ook naar andere uitgangsaansluitingen of naar
de I/O-kaart routen via de PATCH | OUT PATCH-pagina’s.

BUS OUT 1–8
De BUS OUT 1–8-sectie mixt signalen die van de ingangskanalen naar de aangegeven bussen zijn geroutet, bewerkt ze met de ingebouwde EQ, compressor, enz., en routet ze vervolgens naar de aangegeven uitgangsaansluitingen of naar de I/O-kaart.
Het volgende diagram toont de BUS OUT-signaalbaan.
(Versterkingsreductie) (Uitgangsmeter)

METER METER

INSERT
ATT

METER

INSERT

BUS 1(...8)
OUTPUT
DELAY

4BAND
EQ
ON
PAN

•
•
•
•
•
•
•
•

METER

INSERT
ON LEVEL

LEVEL

BUS naar STEREO

OUTPUT PATCH

STEREO L
STEREO R

BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8

COMP

INSERT
ATT (verzwakker)
4 BAND EQ (4-bands equalizer)
COMP (compressor)
ON (aan/uit)
LEVEL (niveau)
OUTPUT DELAY (uitgangsvertraging)
METER
De parameters en secties die hierboven zijn opgesomd zijn gelijk aan die van de STEREO
OUT. Zie voor meer informatie de uitleg bij STEREO OUT (zie blz. 97).

• BUS naar STEREO
BUS OUT 1–8 signalen worden ook naar de STEREO BUS geroutet. Naast de ON-, LEVELen andere parameters, kunt u ook de SEND LEVEL-, ON/OFF-, PAN- en andere parameters instellen.
Tip:
• U kunt ook aangrenzende oneven/even bussen paren voor stereowerking (zie blz. 105).
• Standaard zijn de SLOT-kanalen 1–8 en 9–16 en ADAT OUT-kanalen 1–8 naar de BUS
OUT 1–8-uitgangen geroutet. U kunt deze routing echter wijzigen via de PATCH | OUT
PATCH-pagina (zie blz. 123).

01V96—Handleiding

De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via de display instellen

99

De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via de display instellen
Om de STEREO OUT- en BUS OUT 1–8-parameters in te stellen kunt u òf de cursor naar
de gewenste parameter in de display verplaatsen en de waarde wijzigen, òf de gewenste knop
of regelaar op het bedieningspaneel bedienen.
Deze sectie legt uit hoe de parameters in de display in te stellen.
Tip: Zie Hoofdstuk 10 “In- & uitgangen routen” op blz. 121 voor meer informatie over hoe
inserts in te stellen.

De STEREO OUT en BUS OUT verzwakken
Druk, om de STEREO OUT- en BUS OUT-signalen te verzwakken op de DISPLAY ACCESS
[EQ]-knop en druk vervolgens op de [F4]-knop om de EQ | OUT ATT-pagina op te roepen. Via
deze pagina kunt u de BUS OUT 1–8-, AUX OUT 1–8- en STEREO OUT-signalen verzwakken.

8
BUS OUTs

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen (zie blz. 83).

De STEREO OUT en BUS OUTs vertragen
Druk, om de STEREO OUT- en BUS OUT 1–8-signalen te vertragen herhaaldelijk op de
[ /INSERT/DELAY]-knop tot de /INS/DLY | OUT DLY-pagina verschijnt.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen, met uitzondering van het feit dat deze pagina niet de MIX/FB.
GAIN-parameters bevat (zie blz. 80).
Tip: U kunt de OUT DLY-pagina ook oproepen door eenmaal op de [ /INSERT/DELAY]
-knop te drukken en vervolgens op de [SEL]-knop te drukken om de STEREO OUT of BUS
OUT 1–8 te selecteren.

01V96—Handleiding

100

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

De STEREO OUT en BUS OUTs comprimeren
Druk, om de STEREO OUT- en BUS OUT 1–8-compressors in te stellen, op de [DYNAMICS]-knop en vervolgens op de [F3]-knop om de DYNAMICS | COMP EDIT-pagina op te
roepen, en gebruik de [SEL]-knoppen om de STEREO OUT of BUS OUT 1–8 te selecteren.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen (zie blz. 82).

De STEREO OUT en BUS OUTs EQ-en
Druk, om de EQ voor de STEREO OUT en BUS OUT 1–8 in te stellen op de DISPLAY
ACCESS [EQ]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om de EQ | EQ EDIT-pagina op te roepen, en gebruik de [SEL]-knoppen om de STEREO OUT of BUS OUT 1–8 te selecteren.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als die
voor de ingangskanalen (zie blz. 84). Merk op dat de STEREO OUT niet over de STEREO
LINK-parameter beschikt.

01V96—Handleiding

De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via de display instellen

101

BUS OUT 1–8-signalen naar de STEREO BUS routen.
U kunt BUS OUT 1–8-signalen naar OUTPUTs en SLOTs 1/2 routen, alsook naar de
STEREO BUS. U kunt de niveau- en paninstellingen van de signalen die naar de STEREO
BUS zijn geroutet per bus aanpassen. Dit is handig als u de BUS OUTs (1–8) als groepsbus
wilt gebruiken.
Druk, om de BUS OUT 1–8-signalen naar de STEREO BUS te routen, herhaaldelijk op de
DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop om de PAN/ROUTE | BUS TO ST-pagina op
te roepen.

1
2
3

8

A TO ST PAN
Deze regelaars pannen de BUS OUT 1–8-signalen tussen de linker en rechter STEREO
OUT-bussen.

B TO ST ON/OFF
Deze knoppen zetten de routing van de BUS OUT 1–8 naar de STEREO BUS aan en uit.

C TO ST-faders
Deze faders stellen de BUS OUT 1–8 naar STEREO BUS-niveaus in.

01V96—Handleiding

BUS OUTs

Verplaats de cursor naar de gewenste parameter die u wilt wijzigen, en draai vervolgens aan
het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de instelling te veranderen.

102

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

De STEREO OUT- en BUS OUT-instellingen bekijken
U kunt de parameterinstellingen van de momenteel geselecteerde STEREO OUT of BUS
OUT bekijken en aanpassen via de VIEW | PARAMETER- en FADER-pagina’s.

■ De compressor- en EQ-instellingen bekijken
Gebruik, om de VIEW | PARAMETER-pagina op te roepen, de corresponderende [SEL]knop om de gewenste BUS te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [VIEW]knop en vervolgens op de [F1]-knop.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
voor ingangskanalen, met uitzondering van de volgende items:
• De STEREO OUT- en BUS OUT 1–8-parameterpagina’s bevatten geen gate- en faseparameters.
• De STEREO OUT parameterpagina bevat geen paarparameter.

■ Faders en diverse parameters bekijken
Gebruik, om de VIEW | FADER-pagina op te roepen, de corresponderende [SEL]-knop om
de gewenste BUS te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [VIEW]-knop en vervolgens op de [F2]-knop.
De layouts van de FADER-pagina’s voor STEREO OUT en BUS OUT 1–8 wijken enigszins af.
• STEREO OUT FADER-pagina

1
2

3

A BAL
Deze regelaar past de niveaubalans tussen de L- en R-kanalen van de STEREO OUT aan.

B ON/OFF
Deze knop zet de STEREO OUT aan of uit, en is gekoppeld aan de [ON]-knop in de
STEREO-sectie.
01V96—Handleiding

De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via de display instellen

103

C Fader
Deze fader past de STEREO OUT-uitgangsniveaus aan en is gekoppeld aan de [STEREO]fader. De FADER-knop is gemarkeerd als de fader is ingesteld op 0.0 dB.

• BUS OUT (1–8) FADER-pagina

345

1
2

8
Deze knop zet de momenteel geselecteerde BUS OUT (1–8) aan of uit, en is gekoppeld
aan de [ON] (9–16)-knop in de MASTER LAYER.

B Fader
Deze fader stelt het momenteel geselecteerde BUS OUT (1–8)-niveau in en is gekoppeld
aan de fader (9–16) in de MASTER LAYER. De FADER-knop is gemarkeerd als de fader
is ingesteld op 0.0 dB.

C TO ST PAN
Deze regelaar stelt de BUS OUT- en STEREO OUT-panpositie in van de momenteel geselecteerde BUS OUT (1-8).

D TO ST ON/OFF
Deze knop zet het BUS OUT-naar-STEREO OUT-signaal aan of uit van de momenteel
geselecteerde BUS OUT (1-8).

E TO ST-fader
Deze fader stelt het BUS OUT-naar-STEREO OUT-signaalniveau in van de momenteel
geselecteerde BUS OUT (1-8).
Tip: De TO ST PAN-, ON/OFF- en TO ST-faderparameters verschijnen ook in de PAN/
ROUTE | BUS TO ST-pagina.

01V96—Handleiding

BUS OUTs

A ON/OFF

104

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

De STEREO OUT en BUS OUT 1–8 via het bedieningspaneel instellen
U kunt de faders, [SEL]-knoppen en verscheidene knoppen en regelaars in de SELECTED
CHANNEL-sectie op het bedieningspaneel gebruiken om bepaalde parameters van de
STEREO OUT en BUS OUT 1–8 rechtstreeks te bedienen.

De niveaus instellen
Beweeg de [STEREO]-fader om de STEREO OUT-niveaus aan te passen. Druk op de [ON]knop in de STEREO-sectie om de STEREO OUT aan of uit te zetten.
Druk, om de BUS OUT 1–8-niveaus in te stellen, op de [MASTER]-knop in de LAYERsectie om de MASTER LAYER te selecteren en beweeg vervolgens de faders 9–16. Op dit
moment kunt u BUS OUT 1–8 aan of uit zetten met de [ON] 9–16-knoppen.

De STEREO OUT en BUS OUTs EQ-en en in balans brengen
1 Druk op de [SEL]-knop van de bus waarop u EQ toe wilt passen of de niveaubalans in wilt stellen.
2 Selecteer, om de EQ van de momenteel geselecteerde bus aan te passen, de
gewenste band door op één van de volgende knoppen in de SELECTED
CHANNEL-sectie te drukken:
• [HIGH]-knop ............... HIGH-band
• [H-MID]-knop ............. HIGH-MID-band
• [L-MID]-knop .............. LOW-MID-band
• [LOW]-knop................. LOW-band
3 Gebruik de [Q]-, [FREQUENCY]- en [GAIN]-regelaars om de Q-factor,
frequentie en versterking van de in stap 2 geselecteerde band aan te passen.
Zie blz. 84 voor meer informatie over EQ.
4 Gebruik, om de STEREO OUT-balansparameter aan te passen, de [PAN]-regelaar in de SELECTED CHANNEL-sectie.
Opm.: Als u AUX OUT 1–8 of BUS OUT 1–8 selecteert is de [PAN]-regelaar uitgeschakeld.

01V96—Handleiding

BUSsen of AUX SENDs paren

105

BUSsen of AUX SENDs paren
U kunt aangrenzende oneven/even (in deze volgorde) BUSsen of AUX SENDs paren voor
stereowerking. Gekoppelde en niet-gekoppelde (die voor afzonderlijke bediening beschikbaar zijn) parameters van gepaarde BUSsen en AUX SENDs worden hieronder opgesomd:
Gekoppelde parameters

Niet gekoppelde parameters

[SEL]-knoppen

Uitgangsrouting

Fader

Insertierouting

Kanaal aan/uit

Delay aan/uit

Insertie aan/uit

Delaytijd**

Solo aan/uit

BUS naar STEREO-pan*

Comp-instellingen

Verzwakkers***

Comp-insertiepositie
EQ-instellingen
Fadergroep
Mutegroep
Fadetijd
Recall Safe
BUS naar STEREO aan/uit*

* Deze parameters zijn alleen beschikbaar voor BUS OUTs.
** U kunt deze parameter voor elk van de kanalen afzonderlijk instellen als de GANG-knop is uitgezet op de
/INS/
DLDLY | DLY-pagina.
*** U kunt deze parameter voor elk van de kanalen afzonderlijk instellen via de EQ | ATT-pagina, maar de instellingen
van het gepaarde kanaal zijn gekoppeld op de EQ | EDITen VIEW-pagina’s.

BUS naar STEREO-fader*

8
BUS OUTs

1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAIR/GROUP]-knop tot de
PAIR/GRUP | OUTPUT-pagina verschijnt.

1

2

De parameters op deze pagina worden hieronder beschreven.

A STEREO/MONOx2
Deze knoppen zet BUS- of AUX SEND-paren aan of uit.

B F.S
Deze knop bepaalt of AUX SENDs de SURROUND-pan volgen als de 01V96 in een
andere SURROUND-mode staat dan “Stereo”. Als deze knop is aangezet, volgen de AUX
SENDs de SURROUND-pan van het ingangskanaal. Dit is handig voor het naar externe
surround effectprocessors leiden van surroundsignalen.
2 Verplaats de cursor naar de MONOx2 knop van de gewenst BUS of AUX
SEND en druk vervolgens op [ENTER].
De BUSsen of AUX SENDs zijn gepaard.
3 Verplaats, om een paar te ontbinden, de cursor naar de STEREO-knop van
de gewenste BUS of AUX SEND en druk vervolgens op [ENTER].

01V96—Handleiding

106

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

Uitgangssignalen verzwakken
Roep, om de uitgangssignalen van de 01V96 te verzwakken, de EQ | OUT ATT-pagina op
en pas afzonderlijk de STEREO OUT- en BUS OUT 1–8-verzwakkers aan.
Indien nodig kunt u ook de uitgangs- en I/O-kaartkanalen selecteren en de hoeveelheid
verzwakking aangeven. Deze techniek is handig als u uitgangssignalen snel wilt verzwakken,
ongeacht de bron van de signaalrouting.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | OUTPUT ATT-pagina verschijnt.

1

2

2 Verplaats de cursor naar de linkerkolom (1) en scroll vervolgens het overzicht omhoog of omlaag met het parameterwiel om het gewenste uitgangsof slotkanaal te selecteren waarvan u de verzwakking aan wilt passen.
De volgende uitgangs- en slotkanalen kunnen worden geselecteerd:
• STEREO OUT L/R ...............................STEREO OUT L & R-kanalen
• MONITOR OUT L/R ..........................MONITOR OUT L & R-kanalen
• OMNI OUT 1–4 ...................................OMNI OUT-aansluitingen 1–4
• SLOT OUT 1–1 t/m 1–16....................SLOT-kanalen 1–16
• ADAT OUT 1–8....................................ADAT OUT-kanalen 1–8
• 2TR OUT DIGITAL L/R .....................2TR OUT DIGITAL L & R-kanalen
3 Verplaats de cursor naar de parameterwaarde in de rechterkolom (2), en
draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen
om de hoeveelheid verzwakking in te stellen.
De hoeveelheid verzwakking kan worden ingesteld van 0 dB tot –9 dB.
Tip: Verplaats, om de hoeveelheid verzwakking van alle uitgangskanalen te resetten naar 0
dB, de cursor naar de INITIALIZE-knop en druk vervolgens op [ENTER].

01V96—Handleiding

De STEREO OUT en BUS OUTs benoemen

107

De STEREO OUT en BUS OUTs benoemen
U kunt de standaard BUS-namen (BUS1, AUX4, STEREO, etc.) veranderen. Het kan handig zijn de bussen bijvoorbeeld “Monitor uit” of “Effectzend” te noemen, zodat u het signaaltype makkelijk kunt identificeren.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | OUT
NAME-pagina verschijnt.

1

2
3

8

2 Verplaats de cursor naar een naam die u wilt wijzigen en druk vervolgens
op [ENTER].
Het TITLE EDIT-venster verschijnt, waardoor u de naam kunt bewerken.

3 Bewerk de naam, verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens
op [ENTER].
De nieuwe naam is nu van kracht.
Tip: De bewerkte naam wordt opgeslagen in de OUTPUT PATCH LIBRARY.

01V96—Handleiding

BUS OUTs

U kunt korte (SHORT) namen aangeven in de middelste kolom (1) en lange (volledige,
LONG) namen in de rechter kolom (2).
Als het "Name Input Auto Copy"-selectievakje (3) is aangekruist, worden de eerste vier
karakters van een nieuw-ingevoerde lange naam automatisch gekopieerd naar de korte
naam. Andersom geldt dat een nieuw-ingevoerde korte naam automatisch wordt toegevoegd aan het begin van de lange naam.
U kunt alle BUS-namen resetten naar hun standaardnamen door de cursor naar de
INITIALIZE-knop te verplaatsen en vervolgens op [ENTER] te drukken.

108

Hoofdstuk 8—BUS OUTs

01V96—Handleiding

AUX OUTs

109

9 AUX OUTs
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de AUX OUT 1–8 te regelen.

AUX OUT 1–8
De AUX OUT 1–8-sectie mixt signalen die van de ingangskanalen naar de corresponderende AUX SENDs zijn geroutet, bewerkt ze met de ingebouwde EQ, compressor, enz., en routet ze vervolgens naar de aangegeven interne effectprocessors, uitgangsaansluitingen of I/Okaartaansluitingen.
De 01V96 beschikt over acht AUX SENDs die kunnen worden gebruikt om signalen naar
de interne en externe effectprocessors en monitors te sturen.
Het volgende diagram toont de AUX OUT 1–8 signaalbaan.
(Versterkingsreductie) (Uitgangsmeter)

METER METER

INSERT
ATT

4BAND
EQ

INSERT

METER

INSERT
ON LEVEL
OUTPUT
DELAY

AUX 1(...8)

INSERT
ATT (verzwakker)
4 BAND EQ (4-bands equalizer)
COMP (compressor)
ON (aan/uit)
LEVEL (niveau)
OUTPUT DELAY (uitgangsvertraging)
METER
Deze parameters zijn gelijk aan die van de STEREO OUT en BUS OUT 1–8 (zie blz. 97).
Tip: U kunt ook aangrenzende oneven/even (in deze volgorde) AUX SENDs paren voor
stereo-AUX-werking.
Opm.: Standaard zijn AUX OUT 1–4 naar de OMNI OUT-aansluitingen 1–4 en interne
effectprocessors 1–4 geroutet. U kunt deze routing echter wijzigen via de PATCH | OUTPUTpagina.

01V96—Handleiding

9
AUX OUTs

•
•
•
•
•
•
•
•

METER

OUTPUT PATCH

AUX 8

AUX 1

COMP

110

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

AUX OUT 1–8 via de display instellen
Om de AUX OUT 1–8-parameters in te stellen kunt u òf de cursor naar de gewenste parameter in het scherm verplaatsen en de waarde wijzigen, òf de gewenste knop of regelaar op
het bedieningspaneel bedienen.
Deze sectie legt uit hoe de parameters in het scherm in te stellen.
Tip: Zie Hoofdstuk 10 “In- & uitgangen routen” op blz. 121 voor meer informatie over hoe
inserts in te stellen.

AUX OUTs verzwakken
Druk, om de AUX OUT 1–8-signalen te verzwakken, op de [EQ]-knop en vervolgens op de
[F4]-knop om de EQ | OUT ATT-pagina op te roepen.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen (zie blz. 83).

AUX OUTs vertragen
Druk, om de AUX OUT 1–8-signalen te vertragen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[ /INSERT/DELAY]-knop tot de /INS/DLY | OUT DLY-pagina verschijnt.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen, met uitzondering van het feit dat deze pagina niet de MIX/FB.
GAIN-parameters bevat (zie blz. 80).
Tip: U kunt ook de OUT DLY-pagina weergeven als u de gewenste AUX OUT (1–8) selecteert
door op de corresponderende [SEL]-knop te drukken terwijl de DLY-gerelateerde parameters
in de pagina zijn aangegeven.

01V96—Handleiding

AUX OUT 1–8 via de display instellen

111

Comp-instellingen
Druk, om de AUX OUT 1–8-compressors in te stellen, op de DISPLAY ACCESS [DYNAMICS]knop. Druk daarna op de [F3]-knop om de DYNAMICS | COMP EDIT-pagina op te roepen en
selecteer vervolgens de gewenste AUX OUT 1–8 met de corresponderende [SEL]-knoppen.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen (zie blz. 82).

Druk, om de EQ van AUX OUT 1–8 in te stellen, op de DISPLAY ACCESS [EQ]-knop en
daarna op de [F1]-knop om de EQ | EQ EDIT-pagina op te roepen, en gebruik vervolgens
de [SEL]-knoppen om de AUX OUT 1-8 te selecteren.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen (zie blz. 84).

01V96—Handleiding

AUX OUTs

EQ-instellingen

9

112

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

AUX OUT-instellingen bekijken
U kunt de parameterinstellingen van de momenteel geselecteerde AUX OUT bekijken en
aanpassen via de VIEW | PARAMETER- en FADER-pagina’s.

■ De compressor- en EQ-instellingen bekijken
Gebruik, om de VIEW | PARAMETER-pagina op te roepen, de corresponderende [SEL]-knop
om de gewenste AUX OUT (1–8) te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [VIEW]knop en vervolgens op de [F1]-knop.

De parameters op deze pagina (en de procedure voor het instellen ervan) zijn dezelfde als
die voor de ingangskanalen, behalve dat deze pagina niet de gate- en faseparameters bevat
(zie blz. 87).

■ Faders en aan/uit-parameters bekijken
Gebruik, om de VIEW | FADER-pagina op te roepen, de corresponderende [SEL]-knop om de
gewenste AUX OUT (1–8) te selecteren. Druk daarna op de DISPLAY ACCESS [VIEW]-knop
en vervolgens op de [F2]-knop.

• ON/OFF ........................ Deze knop zet de momenteel geselecteerde AUX OUT (1–8)
aan of uit. Deze is gekoppeld aan de corresponderende [ON]
(1–8)-knop in de MASTER LAYER.
• Fader .............................. Deze fader stelt het niveau van de momenteel geselecteerde
AUX OUT (1–8) in. Deze is gekoppeld aan de corresponderende fader (1–8) in de MASTER LAYER. De FADER-knop is gemarkeerd als de fader is ingesteld op 0.0 dB.

01V96—Handleiding

De AUX OUT 1–8 via het bedieningspaneel instellen

113

De AUX OUT 1–8 via het bedieningspaneel instellen
U kunt de faders, [SEL]-knoppen en verscheidene knoppen en regelaars in de SELECTED
CHANNEL-sectie op het bedieningspaneel gebruiken om bepaalde parameters van AUX
OUT 1–8 rechtstreeks te regelen.

Niveaus instellen
Druk, om AUX OUT 1–8-niveaus in te stellen, op de [MASTER]-knop in de LAYER-sectie
om de MASTER LAYER te selecteren en beweeg vervolgens de faders 1–8. Op dit moment
kunt u AUX OUT 1–8 aan of uit zetten met de corresponderende [ON] 1–8-knoppen.

EQ-instellingen
Selecteer, om de AUX OUT 1–8 EQ-parameters te regelen, de gewenste AUX OUT (1–8)
met de corresponderende [SEL]-knop of fader, en gebruik vervolgens de knoppen en regelaars in de SELECTED CHANNEL-sectie. De parameters op deze pagina (en de procedure
voor het instellen ervan) zijn dezelfde als die voor de ingangskanalen (zie blz. 83).

AUX SEND-niveaus instellen
U kunt het niveau van signalen aanpassen die van de ingangskanalen naar de corresponderende AUX OUT (1–8) zijn geroutet.

U kunt AUX SEND-niveaus van meerdere kanalen in het scherm bekijken en ze afzonderlijk
aanpassen.
1 Druk op de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 8]-knoppen om de AUX te selecteren.

2 Zorg ervoor dat de 01V96 de AUX | SEND-pagina weergeeft.
Deze pagina maakt het u mogelijk om het niveau aan te passen van de signalen die van elk
van de ingangskanalen naar de in stap 1 geselecteerde AUX zijn geroutet.
Als de SEND-pagina niet wordt getoond, druk dan herhaaldelijk op de knop die u in stap 1
heeft ingedrukt, tot de SEND-pagina verschijnt.

• AUX SEND-draairegelaars.
Deze regelaars passen de AUX SEND-niveaus van de ingangskanalen aan. De huidige numerieke niveaus verschijnen onder de draairegelaars.
• PRE/POST
Deze knoppen maken het u mogelijk om de Auxsignaalbronpunten aan te geven. De PREknoppen sturen prefadersignalen, en de POST-knoppen sturen postfadersignalen

01V96—Handleiding

AUX OUTs

SEND-niveaus via de display instellen

9

114

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

• MODE
AUX SENDs hebben twee werkingsmodes die bepalen hoe de signalen worden gestuurd:
FIXED (AUX SEND-niveaus liggen vast); en VARIABLE (AUX SEND-niveaus zijn variabel).
• GLOBAL
De GLOBAL PRE- en POST-knoppen maken het u mogelijk tegelijkertijd alle ingangskanalen van de geselecteerde AUX op prefader of postfader in te stellen.
Opm.: In de FIXED-mode verschijnen er AUX SEND ON/OFF-knoppen in plaats van de
AUX SEND-draairegelaars, PRE/POST-knoppen en GLOBAL PRE/POST-knoppen Deze
ON/OFF-knoppen zetten elk van de ingangskanalen van de momenteel geselecteerde AUX
SEND aan of uit.
3 Verplaats de cursor naar de FIXED- of VARIABLE-knop in de MODE-sectie van
de momenteel geselecteerde AUX SEND om een mode te selecteren.
• FIXED-mode
In deze mode liggen de AUX SEND-niveaus vast op nominaal (0,0 dB). Er verschijnen ook
kanaal ON/OFF-knoppen in plaats van de SEND-niveaudraairegelaars en PRE/POSTknoppen.

01V96—Handleiding

AUX SEND-niveaus instellen

115

• VARIABLE-mode
In deze mode zijn AUX SEND-niveaus variabel en het signaalbronpunt kan pre-fader of
post-fader zijn. Er verschijnen kanaalzendniveaudraairegelaars en PRE/POST-knoppen in
het scherm.

Tip: U kunt voor elk van de acht AUXen afzonderlijk de VARIABLE- of FIXED-mode
selecteren.

4 Als u in stap 3 naar de FIXED-mode schakelt, zetten de ON/OFF-knoppen elk
van de ingangskanalen van de momenteel geselecteerde AUX SEND aan of uit.

Opm.: In de FIXED-mode zijn de AUX aan/uit-parameters van gepaarde ingangskanalen
niet aan elkaar gekoppeld.

01V96—Handleiding

9
AUX OUTs

Opm.:
• In de FIXED-mode worden alle ON/OFF-knoppen op OFF gezet.
• Als u naar de VARIABLE-mode schakelt, worden de signaalbronpunten ingesteld op postfader (PRE/POST-knoppen zijn ingesteld op POST) en de zendniveaudraairegelaars worden gereset naar –∞.

116

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

5 Als u in stap 3 naar de VARIABLE-mode schakelt, maken de PRE/POST-knoppen en zendniveaudraairegelaars het u mogelijk de signaalbronpunten en
de SEND-niveaus aan te passen.

U kunt elk van de ingangskanalen van de momenteel geselecteerde AUX SEND aan of uit
zetten, zelfs in de VARIABLE-mode. Verplaats, om dit te doen, de cursor naar de gewenste
zendniveauregelaar en druk vervolgens op [ENTER]. (De draaiknoppen van de kanalen die
uit zijn gezet, worden grijs.)
Tip:
• In de VARIABLE-mode zijn AUX SEND-niveau-, AUX ON/OFF- en PRE/POST-parameters van gepaarde uitgangskanalen aan elkaar gekoppeld.
• GLOBAL PRE/POST-knoppen maken het u mogelijk alle ingangskanalen tegelijkertijd
(inclusief degene die niet in de huidige pagina worden getoond) op prefader of postfader in
te stellen.
Opm.:
• Verhoog het niveau van de AUX SENDs (die naar de effectprocessor zijn geroutet) niet van
de effectretourkanalen.
• Standaard is bijvoorbeeld AUX 1 naar de ingang van de interne effectprocessor 1 geroutet,
en zijn de L en R van ST IN-kanaal 1 naar de uitgang van de processor geroutet. Als u onder
deze omstandigheden het niveau van de SEND-signalen van ST IN-kanaal 1 naar AUX 1
verhoogt, worden de signalen teruggevoerd naar ST IN-kanaal 1 waardoor er een signaallus
wordt gecreëerd en mogelijk uw luidsprekers worden beschadigd.

01V96—Handleiding

AUX SEND-instellingen van meerdere kanalen bekijken

117

AUX SEND-instellingen van meerdere kanalen bekijken
U kunt parameters van alle AUX SEND 1–8 bekijken en instellen, waaronder niveaus en
PRE/POST-parameters.
Dit is handig als u visueel alle AUX SEND-instellingen wilt controleren of tegelijkertijd de
niveaus van bepaalde kanalen die naar AUX 1-8 zijn geroutet aan wilt passen.
1 Druk herhaaldelijk op één van de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 8]-knoppen
tot de pagina hieronder, die de gewenste kanalen bevat, verschijnt.
- VIEW1-16-pagina
Deze pagina toont de AUX SEND-niveaus van de ingangskanalen 1–16.
- VIEW17-STI-pagina
Deze pagina toont de AUX SEND-niveaus van de ingangskanalen 17–32 en ST
IN-kanalen 1–4.
Deze pagina toont de broningangskanalen en de corresponderende AUX SEND in een matrix. De parameters op deze twee pagina’s (en de procedure voor het instellen ervan) zijn
hetzelfde.

1

9
AUX OUTs

2

3
A DISPLAY
Gebruik de volgende knoppen om de gewenste parameters weer te geven.
• LEVEL.............................Selecteer de LEVEL-knop om zendniveauindicatiebalken van de
ingangskanalen weer te geven die naar AUX 1–8 zijn geroutet.
• PRE/POST.....................Selecteer de PRE/POST-knop om de signaalbronpunten weer
te geven van de ingangskanalen die naar AUX 1-8 zijn geroutet.

B FIX/VARI
Deze knoppen geven de AUX-mode (FIXED of VARIABLE) aan van AUX OUT 1–8 en
zijn alleen voor weergavedoeleinden.

C LEVEL
Dit veld toont het niveau van de AUX SEND die momenteel door de cursor is geselecteerd in dB.
2 Verplaats de cursor òf naar de display LEVEL-, òf naar de PRE/POST-knop en
druk vervolgens op [ENTER] om de niveau- of PRE/POST-parameters weer
te geven.

01V96—Handleiding

118

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

3 Als u in stap 2 de PRE/POST-knop heeft geselecteerd, verplaats de cursor dan
naar het snijpunt van het gewenste ingangskanaal en de gewenste AUX en
druk vervolgens op de [ENTER]-knop om het signaalbronpunt te veranderen.

Opm.: U kunt alleen tussen Pre en Post schakelen voor AUX SENDs die op de VARIABLEmode zijn ingesteld. De “FIX”-indicatie verschijnt voor AUX SENDs die zijn ingesteld op
FIXED-mode, en u kunt niet PRE/POST schakelen.
4 Als u in stap 2 de LEVEL-knop heeft geselecteerd, verplaats de cursor dan
naar het snijpunt van het gewenste ingangskanaal en de gewenste AUX en
bewerk vervolgens het zendniveau of zet de momenteel geselecteerde AUX
SEND aan of uit.
Draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om het zendniveau in
te stellen en druk vervolgens op de [ENTER]-knop om de momenteel geselecteerde AUX
SEND aan of uit te zetten.
Één van de volgende indicators verschijnt, afhankelijk van de huidige AUX-mode.
• AUX SENDs in de FIXED-mode .......Er verschijnt een "FIX”-indicator voor AUX
SENDs die aan staan, en er verschijnt een punt ".”
voor AUX SENDs die uit staan.

• AUX SENDs in de VARIABLE-mode De huidige zendniveaus worden getoond door
indicatiebalken. Als het niveau is ingesteld op
nominaal (0,0 dB) verschijnt er “N” in de balk.
De balken van AUX SENDs die zijn uitgezet zijn
gemarkeerd.

01V96—Handleiding

AUX SENDs pannen

119

AUX SENDs pannen
U kunt aangrenzende oneven/even (in deze volgorde) AUX SENDs paren voor stereowerking.
Dit maakt het u mogelijk om signalen van ingangskanalen te pannen naar gepaarde AUX SENDs.

1 Paar de gewenste twee AUX SENDs. (Zie blz. 105 voor meer informatie over
kanalen paren.)
2 Gebruik de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 8]-knoppen om één van de gepaarde
AUX SENDs te selecteren.
3 Druk herhaaldelijk op de knop die u in Stap 2 indrukte om de AUX | PANpagina op te roepen.

2

3

1

9
AUX OUTs

A AUX-panregelaars
Deze regelaars passen de paninstelling van signalen aan die van de ingangskanalen naar
gepaarde AUX-bussen zijn geroutet.

B MODE
De MODE-parameter bepaalt hoe gepaarde ingangskanalen worden gepand.

C INPUT PAN LINK
Als deze parameter is aangezet volgen de AUX SENDs de panning van het
ingangskanaal.
4 Verplaats de cursor naar de AUX-panregelaar van het gewenste ingangskanaal en draai aan het parameterwiel om de panwaarde in te stellen.
5 Verplaats indien nodig de cursor naar het MODE-parameterveld, en draai
vervolgens aan het parameterwiel om INDIVIDUAL, GANG of INV GANG te
selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Als de INPUT PAN LINK ON/OFF-knop is uitgezet, is deze MODE-instelling onafhankelijk van
de MODE-parameter op de PAN-pagina. (Zie blz. 85 voor meer informatie over MODE-opties.)
6 Verplaats, om de paninstelling van het ingangskanaal te koppelen aan de
paninstelling van de AUX SEND, de cursor naar de INPUT PAN LINK
ON/OFF-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De panpositie op de PAN-pagina wordt gekopieerd naar de AUX-paninstelling en de
panregelaars van de beide pagina’s worden gekoppeld.
Tip:
• Als gepaarde AUX SENDs in de VARIABLE-mode staan, zijn de AUX SEND-niveaus, AUX
ON/OFF- en PRE/POST-parameters van gepaarde ingangskanalen aan elkaar gekoppeld.
• Als gepaarde AUX SENDs in de FIXED-mode staan, zijn de AUX ON/OFF-parameters van
gepaarde ingangskanalen niet aan elkaar gekoppeld.

01V96—Handleiding

120

Hoofdstuk 9—AUX OUTs

Kanaalfaderposities naar AUX SENDs kopiëren
Als AUX SENDs in de VARIABLE-mode staan, kunt u alle ingangskanaalfaderposities van
één layer naar de corresponderende AUX SENDs kopiëren.
Dit is handig als u monitorsignalen naar de musici wilt sturen die dezelfde balansinstelling
hebben als de STEREO OUT-signalen.
1 Druk de kopieerbron-LAYER (LAYER [1–16] of [17–32])-knop in en houd deze
ingedrukt.
Opm.: Als u de knop in de LAYER-sectie loslaat voordat u verder gaat met stap 2, zult u niet
in staat zijn de kopieerhandeling af te ronden.
2 Druk op één van de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 8]-knoppen om de gewenste AUX SEND-kopieerbestemming te selecteren.
Het bevestigingsvenster voor de kopieerhandeling verschijnt.

3 Verplaats, om de kopieerhandeling uit te voeren, de cursor naar de YES-knop
en druk vervolgens op [ENTER].
Verplaats, om de kopieerhandeling te annuleren, de cursor naar de NO-knop en druk vervolgens op [ENTER].
Tip: Als het kopieerbestemmingsingangskanaal met een verticale partner in een andere
LAYER is gepaard, wordt de faderpositie naar de AUX SEND van de partner gekopieerd.

01V96—Handleiding

In- & uitgangsrouting

121

10 In- & uitgangsrouting
Dit hoofdstuk beschrijft hoe signalen in de 01V96 te routen naar zijn ingangen, uitgangen
en SLOT-kanalen.

Ingangsrouting
Signalen die binnenkomen via de INPUT-aansluitingen 1–16, ADAT IN-aansluiting, 2TR
IN DIGITAL-aansluitingen en SLOT I/O-kaart worden naar de ingangskanalen geroutet
voor gebruik.
Routingvoorbeeld:
Ingangsrouting
Ingangskanaal 1

INPUT-aansluiting 2

Ingangskanaal 2

INPUT-aansluiting 3

Ingangskanaal 3

INPUT-aansluiting 4

Ingangskanaal 4

INPUT-aansluiting 5

Ingangskanaal 5

INPUT-aansluiting 6

Ingangskanaal 6

INPUT-aansluiting 7

Ingangskanaal 7

INPUT-aansluiting 8

Ingangskanaal 8

Standaard zijn de ingangskanalen als volgt geroutet:
Ingangskanalen

INPUT-aansluitingen en SLOT-kanalen

1–16

INPUT-aansluitingen 1–16

17–24

ADAT IN-ingangskanalen 1–8

25–32

SLOT-kanalen 1–8

ST IN-kanalen 1–4

Interne effectprocessor 1–4 uitgangen 1–2

U kunt de routing desgewenst wijzigen.

01V96—Handleiding

10
In- & uitgangsrouting

INPUT-aansluiting 1

122

Hoofdstuk 10—In- & uitgangsrouting

Ingangsrouting
Volg de onderstaande stappen om de INPUT PATCH te veranderen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN
PATCH-pagina verschijnt.

1

INPUTs, ADAT IN-kanalen en SLOT-kanalen die momenteel zijn toegewezen aan ingangskanalen, worden in de parametervelden (1) onder de kanaalnummers getoond. De parameterindicators worden hier uitgelegd:
Parameterwaarde

Omschrijving

–

Geen toewijzing

AD1–AD16

INPUT-aansluitingen 1–16

ADAT1–ADAT8

ADAT IN-ingangskanalen 1–8

SL-01–SL-16

SLOT-kanalen 1–16

FX1-1 & FX1-2

Uitgangen 1 & 2 van interne effectprocessor 1

FX2-1 & FX2-2

Uitgangen 1 & 2 van interne effectprocessor 2

FX3-1 & FX3-2

Uitgangen 1 & 2 van interne effectprocessor 3

FX4-1 & FX4-2

Uitgangen 1 & 2 van interne effectprocessor 4

2TD-L & 2TD-R

2TR DIGITAL IN (L/R)

2 Verplaats de cursor naar een INPUT PATCH-parameter die u wilt wijzigen,
en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de routing te veranderen.
De lange naam van het momenteel geselecteerde kanaal
1
wordt in de rechterbovenhoek van het scherm aangege2
ven (1). Onder de kanaalnaam staat de lange naam
van het geselecteerde ingangskanaal (2). (Zie blz. 94
voor informatie over kanaalnamen veranderen.)
3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Tip:
• U kunt een INPUT-signaal naar meerdere ingangskanalen routen.
• U kunt de INPUT PATCH-instellingen opslaan in de INPUT PATCH LIBRARY.
Zie Hoofdstuk 16 voor meer informatie.

01V96—Handleiding

Uitgangsrouting

123

Uitgangsrouting
De STEREO OUT-, BUS OUT 1–8- en AUX OUT 1–8-signalen van de 01V96 kunnen naar
elk van de uitgangen, ADAT-uitgangskanalen en SLOT-uitgangskanalen worden geroutet.
Routingsvoorbeeld:
Uitgangsrouting
AUX SEND 1

OMNI OUT-aansluiting 1

AUX SEND 2

OMNI OUT-aansluiting 2

AUX SEND 3

OMNI OUT-aansluiting 3

AUX SEND 4

OMNI OUT-aansluiting 4

AUX SEND 5

OMNI OUT-aansluiting 1

AUX SEND 6

OMNI OUT-aansluiting 2

AUX SEND 7

OMNI OUT-aansluiting 3

AUX SEND 8

OMNI OUT-aansluiting 4

Standaard zijn de volgende signalen naar de uitgangen, ADAT OUT-uitgangskanalen en
SLOT-uitgangskanalen geroutet:

In- & uitgangsrouting

Uitgangsaansluitingen en SLOT-kanalen

Signaalbaan

ADAT OUT-uitgangskanalen 1–8

BUS OUTs 1–8

SLOT-kanalen 1–8

BUS OUTs 1–8

SLOT-kanalen 9–16

BUS OUTs 1–8

OMNI OUT-aansluitingen 1–4

AUX OUTs 1-4

2TR OUT DIGITAL (L)

STEREO OUT L

2TR OUT DIGITAL (R)

STEREO OUT R

10

Tip:
• U kunt een signaal naar meerdere uitgangen routen.
• U kunt de OUTPUT PATCH-instellingen opslaan in de OUTPUT PATCH LIBRARY.
Zie Hoofdstuk 16 voor meer informatie.
U kunt de routing desgewenst wijzigen. De procedure voor het routen van signalen naar
uitgangen varieert afhankelijk van de uitgangsaansluitingen en SLOTs.

01V96—Handleiding

124

Hoofdstuk 10—In- & uitgangsrouting

De signaalbaan naar de ADAT OUT-aansluiting, SLOT- of
OMNI OUT-aansluitingen veranderen
Volg de onderstaande stappen om de signaalbaan die naar de ADAT OUT-aansluiting, de in het slot
geïnstalleerde optionele mini-YGDAI-kaart of de OMNI OUT-aansluitingen is geroutet, te veranderen.

1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | OUT
PATCH-pagina verschijnt.
Elk parameterveld toont de momentele signaalbaanrouting.

1

2
3
A SLOT 1-16
Deze parametervelden stellen de routing van de SLOT-kanaal 1-16-signalen in.

B ADAT 1-8
Deze parametervelden stellen de routing van ADAT OUT-aansluitingsuitgangskanaal
1-8-signalen in.

C OMNI 1-4
Deze parametervelden stellen de routing van OMNI OUT-aansluiting 1-4-signalen in.
De parameterindicators worden hier uitgelegd:
Parameterwaarde

Omschrijving

–

Geen toewijzing

BUS1–BUS8

BUS OUT 1–8-signaal

AUX1–AUX8

AUX OUT 1–8-signaal

ST L/R

STEREO OUT-signaal

INS CH1–INS CH32

Ingangskanaal 1–32 INSERT OUT

INS BUS1–INS BUS8

BUS OUT 1–8 INSERT OUT

INS AUX1–INS AUX8

AUX OUT 1–8 INSERT OUT

INS ST-L/ST-R

STEREO OUT INSERT OUT

CAS BUS1–BUS8

BUS 1–8-cascadeuitgangen

CAS AUX1–AUX8

AUX BUS 1–8-cascadeuitgangen

CAS ST-L/ST-R

STEREO BUS-cascadeuitgangen

CASSOLOL/CASSOLOR

SOLO BUS-cascadeuitgangen

2 Verplaats de cursor naar een PATCH-parameter die u wilt wijzigen en draai
vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om
de routing te veranderen.
3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Tip: U kunt de OUTPUT PATCH-instellingen opslaan in de OUTPUT PATCH LIBRARY.
Zie Hoofdstuk 16 voor meer informatie.

01V96—Handleiding

Directe uitgangen routen

125

De 2TR-digitale uitgangen routen
Volg de onderstaande stappen om routing van de signaalbaan naar de 2TR OUT DIGITAL
1 & 2-aansluitingen te wijzigen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | 2TR
OUT-pagina verschijnt.

Signalen die zijn toegewezen via de OUT PATCH-pagina kunnen ook via deze pagina worden toegewezen.
2 Verplaats de cursor naar een PATCH-parameter die u wilt wijzigen en draai
vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om
de routing te veranderen.

Directe uitgangen routen
Ingangskanaal 1–32-signalen kunnen rechtstreeks naar elk van de uitgangen of SLOT-uitgangen
alsook naar de BUS OUT 1–8 en STEREO OUT worden geroutet. Deze routing is handig als u
elk ingangskanaalsignaal op een afzonderlijke track van een aangesloten recorder op wilt nemen.

1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH |
DIRECT OUT-pagina verschijnt.

1

2
De parameters op deze pagina worden hieronder beschreven.

A 1–32
Deze velden geven de DIRECT OUT-bestemming aan (uitgangen, ADAT OUTuitgangskanalen en SLOT-uitgangskanalen) van de ingangskanalen 1–32.

01V96—Handleiding

In- & uitgangsrouting

3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.

10

126

Hoofdstuk 10—In- & uitgangsrouting

B DIRECT OUT
Kies de DIRECT OUT-signaalbronpositie uit de volgende drie opties:
• PRE EQ .......................... Onmiddellijk voor de EQ van het ingangskanaal
• PRE FADER .................. Onmiddellijk voor de ingangskanaalfader
• POST FADER ............... Onmiddellijk na de ingangskanaalfader
2 Verplaats de cursor naar een PATCH-parameter (1–32) die u wilt wijzigen, en
draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen
om de bestemming te selecteren.
Geef indien nodig de signaalbronpositie aan met de DIRECT OUT-parameter.

3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Opm.: Als u een bestemming selecteert die al wordt gebruikt voor een uitgangsrouting, geeft
het PATCH-parameterveld “–" (geen toewijzing) aan. Als u de DIRECT OUT aan een ongebruikte bestemming toewijst, geeft het parameterveld de corresponderende uitgang aan.
4 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot één van
de volgende pagina´s, die de kanalen bevat die u naar de DIRECT OUT wilt
routen, verschijnt.
• ROUT1-16-pagina ....... Deze pagina maakt het u mogelijk om de routing van de
ingangskanalen 1–16 te wijzigen.
• ROUT17-STI-pagina .. Deze pagina maakt het u mogelijk om de routing van de ingangskanalen 17–32 en ST IN-kanalen 1–4 te wijzigen.
Tip: Zie blz. 86 voor meer informatie over deze pagina’s.
5 Verplaats de cursor naar de D-knop van het kanaal dat u naar de DIRECT OUT
wilt routen en druk vervolgens op [ENTER].
De DIRECT OUT-routing is nu een feit, en de signalen worden naar de toegewezen uitgangen, ADAT OUT-kanalen of SLOT-uitgangskanalen geroutet.

01V96—Handleiding

Insertierouting

127

Insertierouting
De in- en uitgangskanalen (STEREO OUT, BUS OUT 1–8, AUX OUT 1–8) beschikken over
onafhankelijke INSERT INs en OUTs. INPUTs, OUTPUTS, ADAT-aansluitingskanalen,
SLOT-kanalen en interne effectprocessor-in- en -uitgangen kunnen naar de INSERT INs en
OUTs van de uitgangskanalen worden geroutet. Op deze manier kunt u de signalen naar
externe effectprocessors sturen voor bewerking, of interne effecten tussenvoegen.

Afzonderlijke insertierouting
U kunt de ingangen, uitgangen, ADAT-aansluitingskanalen, SLOT-kanalen en
effectprocessor-in- en uitgangen van de 01V96 naar de INSERT INs en OUTs routen.
Dezelfde procedure geldt voor zowel de ingangskanalen als de uitgangskanalen.
Effecten
Ingang

Uitgangsaansluiting

Uitgang

Ingangsaansluiting

INSERT OUT

10

INSERT IN

1 Druk op de [SEL]-knop van een ingangskanaal of uitgangskanaal voor insertierouting.
2 Druk herhaaldelijk op de [
INSERT-pagina verschijnt.

/INSERT/DELAY]-knop tot de

/INS/DLY |

1

2

3

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A POSITION
Deze parameter bepaalt de insertiepositie van de insertierouting of compressor. De
insertiepositie wordt aangegeven door gemarkeerde COMP- of INSERT-knoppen.

01V96—Handleiding

In- & uitgangsrouting

Kanaal

128

Hoofdstuk 10—In- & uitgangsrouting

B INSERT-sectie
• ON/OFF ........................ Deze knop zet de insertie aan of uit.
• OUT ............................... Deze parameter maakt het u mogelijk uitgangen, ADAT OUTkanalen, SLOT-uitgangskanalen of interne effectingangen als
bestemmingen voor de INSERT OUT te selecteren.
• IN ................................... Deze parameter maakt het u mogelijk ingangen, ADAT INkanalen, SLOT-ingangskanalen of interne effectuit- gangen als
bron voor de INSERT IN te selecteren.

C COMP-sectie
• ON/OFF ........................ Deze knop zet de compressor aan of uit.
• ORDER.......................... Deze parameter bepaalt de volgorde van de INSERT/routing en
de compressor als ze allebei in dezelfde signaalbaan worden
tussengevoegd. Met de “COMP → INS”-instelling gaan signalen eerst door de compressor en vervolgens via de INSERT. Met
de “INS → COMP”-instelling gaan de signalen eerst via de
INSERT en vervolgens door de compressor.
3 Verplaats de cursor naar het OUT-parameterveld en draai vervolgens aan het
parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de gewenste uitgangen, SLOT-kanalen of interne effectingangen te selecteren om de INSERT
OUT naar te routen.
De parameterindicators worden hier uitgelegd:
Parameterwaarden

Omschrijving

–

Geen toewijzing

ADAT 1–ADAT 8

ADAT OUT-uitgangskanalen 1–8

SL-01–SL-16

SLOT-kanalen 1–16

OMNI1–OMNI4

OMNI OUT-aansluitingen 1–4

2TD-L/2TD-R

2TR OUT DIGITAL (L/R)

FX1-1/FX1-2

INPUTs 1 & 2 van interne effectprocessor 1

FX2-1/FX2-2

INPUTs 1 & 2 van interne effectprocessor 2

FX3-1/FX3-2

INPUTs 1 & 2 van interne effectprocessor 3

FX4-1/FX4-2

INPUTs 1 & 2 van interne effectprocessor 4

4 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Als u de cursor naar een ander parameterveld verplaatst of een andere pagina oproept voordat
u op de [ENTER]-knop drukt, worden alle instellingen van deze pagina geannuleerd.
5 Verplaats de cursor naar het gewenste IN-parameterveld, en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de ingangen, ADAT IN-kanalen of SLOT-ingangskanalen te selecteren om naar de
INSERT IN te routen.
Zie de uitleg betreffende de INPUT PATCH voor meer informatie over de parameterwaarden (zie blz. 122).
6 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.
Tip: Verplaats de cursor naar een leeg OUT- of IN-parameterveld en druk op de [ENTER]knop. Het PATCH SELECT-venster verschijnt. Draai aan het parameterwiel of druk op de
cursorknoppen om het item dat u wilt routen te selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Verplaats de cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER]. Het geselecteerde item
is nu geroutet.
7 Verplaats, om de aangegeven INSERT PATCH te activeren, de cursor naar de ON/
OFF-knop in de INSERT-sectie, en druk op [ENTER] om deze aan of uit te zetten.

01V96—Handleiding

Insertierouting

129

Bekijken en veranderen van de INSERT IN PATCH
U kunt de items die naar de INSERT INs van elk van de ingangskanalen (of elk van de uitgangskanalen) zijn geroutet bekijken en ook veranderen. Dit is handig als u er achter wilt
komen of er meerdere kanalen dezelfde routing hebben.
1 Druk, om de INSERT INs van de ingangskanalen te bekijken, herhaaldelijk op
de [PATCH]-knop tot de PATCH | INPUT INS-pagina verschijnt.
Deze pagina toont de INSERT IN-patches van de ingangskanalen 1-32.

2 Verplaats de cursor naar een kanaalpatchparameterveld dat u wilt wijzigen en
draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen
om de routing te veranderen.

4 Druk, om de INSERT INs van de uitgangskanalen te bekijken, herhaaldelijk
op de [PATCH]-knop tot de PATCH | OUTPUT INS-pagina verschijnt.

5 Verplaats de cursor naar een kanaalpatchparameterveld dat u wilt wijzigen en
draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen
om de routing te veranderen.

6 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.

01V96—Handleiding

In- & uitgangsrouting

3 Druk op [ENTER] om de wijziging te bevestigen.

10

130

Hoofdstuk 10—In- & uitgangsrouting

01V96—Handleiding

Monitor (afluistering)

131

11 Monitor (afluistering)
Dit hoofdstuk legt uit hoe de afluister- en solofuncties van de 01V96 te gebruiken.

Monitor

SOLO L
SOLO R

SOLO TRIM

SOLO L
SOLO R

[2TR IN]

L

RCA-tulp R

SOLOLOGICA
OUTPUT SOLO

BUS1-8
AUX1-8

8
8

MONITOR
/2TR IN

MONITOR TRIM
MONO

STEREO L
STEREO R

De 01V96 beschikt over een stereo signaalbaan voor afluisteringsdoeleinden. Dit signaal is
beschikbaar via de MONITOR OUT-aansluitingen L & R en de PHONES-aansluiting.
Het volgende diagram toont de MONITOR-signaalbaan.

MONITOR OUT
LEVEL

DA

L

[MONITOR OUT]
DA

R
PHONES
LEVEL

[PHONES]

• SOLO-bus
Deze speciale bus routet solo-geschakelde ingangskanalen rechtstreeks naar de MONITORuitgangen, dus niet via BUS 1-8 of de STEREO-bus.

Opm.: In- en uitgangskanalen kunnen niet tegelijkertijd naar solo worden geschakeld. De
solofunctie geeft automatisch alleen de groep van het laatst naar solo geschakelde kanaal.
• MONITOR TRIM
Deze sectie past het monitorsignaalniveau in het digitale domein aan.
• MONITOR OUT LEVEL
Gebruik de MONITOR [MONITOR OUT]-regelaar boven aan het bedieningspaneel om
het monitorsignaalniveau in het analoge domein aan te passen.
• MONITOR/2TR IN
U kunt òf het interne signaal van de 01V96, òf het signaal van de 2TR IN-digitale ingangen
als monitorsignaal kiezen.
• PHONES
Het monitorsignaal gaat ook naar de PHONES-aansluiting. U kunt dit niveau afzonderlijk
instellen.

01V96—Handleiding

Monitor (afluistering)

• OUTPUT SOLO
Deze sectie routet solo-geschakelde uitgangskanalen (AUX OUT 1–8, BUS OUT 1–8) naar
de MONITOR-uitgangen.

11

132

Hoofdstuk 11—Monitor (afluistering)

Instellen van de monitor en solo
Druk voor het instellen van de monitor en solo herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[DIO/SETUP]-knop tot de DIO/SETUP | MONITOR-pagina verschijnt.

2

1

3

4

5
6
7

8

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A SOLO
Deze parameter zet de solofunctie aan of uit. Standaard is deze ingesteld op "ENABLED"
(actief).

B MODE
Deze parameter bepaalt hoe de solofunctie werkt. Er zijn twee opties. De instelling heeft
alleen invloed op ingangskanalen.
• RECORDING ............... In de RECORDING SOLO-mode worden solo-geschakelde
ingangskanaalsignalen naar de SOLO-bus geroutet en uitgevoerd via de MONITOR-uitgangen. Andere bussen (STEREOBUS en BUS 1–8) worden niet beïnvloed door deze mode.
• MIXDOWN .................. In de MIXDOWN SOLO-mode worden solo-geschakelde ingangskanaalsignalen naar de STEREOBUS geroutet en uitgevoerd via de MONITOR-uitgangen. Niet op solo-geschakelde
ingangskanalen gaan niet naar de STEREOBUS als de solofunctie op "ENABLED" staat.
Tip:
• De RECORDING SOLO/mode is handig als u bepaalde ingangskanalen tijdens het opnemen
wilt beluisteren, aangezien de STEREOBUS- en BUS 1–8-signalen niet beïnvloed worden.
• De MIXDOWN (afmix) SOLO-mode is handig als u niet-solo-geschakelde ingangskanalen
wilt uitschakelen en de solo-geschakelde ingangskanaalsignalen naar de STEREOBUS wilt
voeren tijdens het afmixen.

C SEL MODE
Deze parameter bepaalt hoe de ingangskanalen solo zullen worden geschakeld als u op
de [SOLO]-knop van een kanaal drukt. Er zijn twee opties.
• MIX SOLO .................... In MIX SOLO-mode kan elk aantal kanalen tegelijk naar solo
worden geschakeld.
• LAST SOLO .................. In LAST SOLO-mode kan er slechts één kanaal tegelijk op solo
gezet worden, door op de [SOLO]-knop te drukken. De solofunctie die voorheen actief was voor de kanalen, wordt automatisch geannuleerd.

01V96—Handleiding

De monitor gebruiken

133

D LISTEN
Deze parameter bepaalt de bron van het ingangskanaal-solosignaal: PRE FADER of
POST PAN. Deze parameter werkt alleen in de RECORDING SOLO-mode.

E SOLO TRIM
Deze parameter maakt het u mogelijk het niveau van het solosignaal in het bereik van
–96 dB tot +12 dB aan te passen.

F SOLO SAFE CHANNEL
Bij de MIXDOWN SOLO-mode kunnen ingangskanalen afzonderlijk worden geconfigureerd zodat ze worden uitgeschakeld als andere ingangskanalen op solo worden geschakeld (SOLO SAFE-functie). Signalen van ingangskanalen waarvan de SOLO SAFE
CHANNEL-knop aan staat, gaan altijd naar de STEREOBUS, ongeacht de solo-functiestatus van het kanaal. U kunt alle SOLO SAFE-instellingen wissen door de ALL
CLEAR-knop aan te zetten.
Tip: Als u bijvoorbeeld het retoursignaal van de interne effectprocessor op SOLO SAFE zet,
kunt u de solo-geschakelde "bewerkte (of onbewerkte)" signalen beluisteren.

G MONITOR TRIM
Deze parameter maakt het u mogelijk het niveau van het monitorsignaal in het bereik
van –96 dB tot +12 dB aan te passen.

H MONO
Deze knop schakelt het monitorsignaal naar mono.

De monitor gebruiken

2 Druk op de monitorbronkeuzeschakelaar in de MONITOR sectie om de signaalbron voor afluistering te selecteren.
Zet, om de interne signalen van de 01V96 te beluisteren, de keuzeschakelaar uit (de knop
moet omhoog staan). Zet, om de 2TR IN-aansluitingen te beluisteren, de keuzeschakelaar
aan (de knop moet ingedrukt zijn).
PHONES

MONITOR
2TR IN

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT

0

LEVEL

10

PHONES

3 Pas het monitorniveau met de MONITOR [MONITOR LEVEL]-regelaar aan
terwijl de geluidsbronnen spelen.
Draai, om het niveau van de afluistering via een hoofdtelefoon aan te passen, aan de
[PHONES LEVEL]-regelaar.

01V96—Handleiding

11
Monitor (afluistering)

1 Sluit een afluisterings- of monitorsysteem aan op de MONITOR OUT-aansluitingen.
Sluit om het signaal via een hoofdtelefoon te beluisteren, een hoofdtelefoon aan op de
PHONES-aansluiting.

134

Hoofdstuk 11—Monitor (afluistering)

De solofunctie gebruiken
U kunt ingangskanalen, AUX OUT 1–8 en BUS OUT 1–8 naar solo schakelen en beluisteren
door de [SOLO]-knoppen op het bedieningspaneel te gebruiken.
1 Druk herhaaldelijk op de [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/SETUP | MONITORpagina verschijnt.
2 Stel de SOLO-parameter in op aan ("ENABLED").
Stel indien nodig de andere parameters op de pagina in.
3 Druk, om de ingangskanalen naar solo te schakelen en te beluisteren, op de
corresponderende LAYER-knop om een LAYER te selecteren die de gewenste
kanalen bevat, en druk vervolgens op de kanaal-[SOLO]-knoppen.
De kanaal-[SOLO]-knopindicators en de SOLO [SOLO]-indicator lichten op. Alleen de
solo-geschakelde ingangskanaalsignalen gaan naar de MONITOR-uitgangen.
Tip: Als de SEL MODE-parameter is ingesteld op MIX SOLO op de DIO/SETUP | MONITORpagina, kunt u meerdere kanalen tegelijk naar solo schakelen.
4 Druk, om de uitgangskanalen naar solo te schakelen en te beluisteren, op de
LAYER [MASTER]-knop, en druk vervolgens op de kanaal-[SOLO]-knoppen.
In- en uitgangskanalen (AUX OUT 1–8, BUS OUT 1–8) kunnen niet tegelijk naar solo worden geschakeld of afgeluisterd. Als u bijvoorbeeld een ingangskanaal naar solo schakelt en
vervolgens een uitgangskanaal, zal het naar solo schakelen van het ingangskanaal worden
geannuleerd.
Als u eerst een uitgangskanaal naar solo schakelt en vervolgens een ingangskanaal, zal het
uitschakelen van het solo-schakelen van het ingangskanaal, de solo-schakeling van het uitgangskanaal weer activeren.

5 U kunt alle naar solo geschakelde kanalen uit solo halen door op alle verlichte
kanaal-[SOLO]-knoppen te drukken.
De knopindicators gaan uit. U kunt ook alle naar solo geschakelde kanalen uit solo halen
door op de SOLO [CLEAR]-knop te drukken.

01V96—Handleiding

135

Surroundpan

12 Surroundpan
Dit hoofdstuk beschrijft surroundpanning, die bepaalt hoe ingangskanaalsignalen in het
stereobeeld worden geplaatst.

Surroundpan gebruiken
Over surroundpan
De surroundpanfunctie plaatst een geluidsbeeld in een twee-dimensionaal veld door gebruik te maken van een multikanaalsafspeelsysteem, en pant het beeld voor, achter, links en
rechts ten opzichte van de luisteraar. Gebruik om het stereobeeld te pannen, het parameterwiel of de [INC]/[DEC]-knoppen.
U kunt de surroundpaninstellingen ook opslaan in een Scene. Naast een normale stereomode beschikt de 01V96 over de volgende drie surroundmodes:
• 3-1
Deze mode gebruikt vier kanalen die linksvoor,
rechtsvoor, middenvoor en achter bevatten.

Linksvoor

Midden

Rechtsvoor

Surround
Subwoofer

Linksvoor

Midden

Linksachter

Rechtsvoor

Rechtsachter

• 6.1
Deze mode gebruikt zeven kanalen die de zes kanalen van de 5.1-mode bevatten plus middenachter.

Subwoofer

Linksvoor

Midden

Rechtsvoor

Middenachter

Linksachter

Rechtsachter

01V96—Handleiding

12
Surroundpan

• 5.1
Deze mode gebruikt zes kanalen die linksvoor,
rechtsvoor, linksachter, rechtsachter, middenvoor
en subwoofer bevatten.

136

Hoofdstuk 12—Surroundpan

Als u één van deze surroundmodes selecteert, wordt elk van de surroundkanalen uitgevoerd via
het BUS OUT-signaal dat is aangegeven in de DIO/SETUP | SURR BUS-pagina (zie blz. 138).
De volgende tabel laat de fabrieksstandaard surroundkanaal-naar-BUS OUT-toewijzing
zien in elk van de surroundmodes.
Surround
mode
3-1
5.1
6.1

BUS1

BUS2

BUS3

BUS4

BUS5

BUS6

BUS7

—

—

—

L

R

C

S

Linksvoor

Rechtsvoor

Midden

Surround

L

R

Ls

Rs

C

LFE

Linksvoor

Rechtsvoor

Linksachter

Rechtsachter

Midden

Subwoofer

—

L

R

Ls

Rs

C

Bs

LFE

Linksvoor

Rechtsvoor

Linksachter

Rechtsachter

Midden

Middenachter

Subwoofer

Tip: U kunt de surroundpan òf afzonderlijk, òf gemeenschappelijk met de normale panpots
instellen.

Instellen en selecteren van de surroundpanmodes
Selecteer, om de surroundomgeving te configureren, de 3-1-, 5.1- of 6.1-surroundmode op
de 01V96 en sluit een digitale multitrackrecorder of multikanaalsafluisteringssysteem aan
op de 01V96.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de
PAN/ROUTE | SURR MODE-pagina verschijnt.

2
1

3

A SURROUND MODE

•
•
•
•

Deze parameter maakt het u mogelijk een surroundmode te selecteren door de volgende
knoppen te gebruiken. De knop die aan staat (gemarkeerd) geeft de momenteel geselecteerde surroundmode aan.
STEREO ........................ De 01V96 gebruikt de normaal stereomode (standaard).
3-1 .................................. Selecteert 3-1-surroundmode.
5.1 ................................... Selecteert 5.1-surroundmode.
6.1 ................................... Selecteert 6.1-surroundmode.

B PAN/SURR LINK
Als deze knop is aangezet zijn de panpots van het ingangskanaal gekoppeld aan de stereosurroundpanning.

C
Druk op deze knop om de SURR/BUS SETUP-pagina op te roepen, die u in staat stelt
de surroundkanaal-naar BUS OUT-toewijzing te veranderen.

01V96—Handleiding

Instellen en selecteren van de surroundpanmodes

137

2 Verplaats de cursor naar de surroundmodeknop die u wilt gebruiken.
Als u de cursor naar één van deze knoppen verplaatst, verschijnen er luidsprekericonen,
waarbij een typische luisterpositie en de surroundkanaal-naar-BUS OUT-configuratie worden aangegeven.
• 3-1-surround

• 5.1-surround

• 6.1-surround

12
Surroundpan

3 Druk op de [ENTER]-knop.
Het bevestigingsvenster voor het veranderen van de surroundmode verschijnt.

4 Verplaats de cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De 01V96 schakelt over naar de geselecteerde surroundmode.
5 Verplaats, om de panorma-instelling van het ingangskanaal te koppelen aan
de stereosurroundpanning, de cursor naar de PAN/SURR LINK-knop en druk
vervolgens op [ENTER].
Als de PAN/SURR LINK-knop is aangezet, zal aanpassen van de pan-instelling van het ingangskanaal ook de stereosurroundpanning overeenkomstig aanpassen, en andersom.

01V96—Handleiding

138

Hoofdstuk 12—Surroundpan

6 Verplaats, om de surroundkanaal-naar-BUS OUT-toewijzing te veranderen,
de cursor naar de SURR/BUS SET-UP-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De DIO/SETUP | SURR BUS-pagina verschijnt.

1

3

2

A BUS1–BUS8
Deze parameters selecteren de kanalen die aan de BUS OUTs kunnen worden toegewezen in de 3-1-, 5.1- en 6.1-surroundmodes.

B INIT
Deze knoppen resetten de kanaaltoewijzing naar de standaardinstelling.

C Surround LR to Stereo
Als dit selectievakje is aangekruist, zullen de linksvoor- en rechtsvoorsignalen van de surroundkanalen worden uitgevoerd via de STEREO L & R-aansluitingen.
7 Verplaats, om de toewijzing te veranderen, de cursor naar de gewenste BUSparameter, draai aan het parameterwiel om een kanaal te selecteren en druk
vervolgens op [ENTER].
De kanalen worden omgeruild tussen de geselecteerde BUS en de BUS, waaraan het kanaal
dat nu aan de geselecteerde BUS is toegewezen, daarvoor was toegewezen.
Tip:
• Herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [SETUP]-knop drukken, roept ook de SURR BUSpagina op.
• Welke BUS OUTs beschikbaar zijn hangt af van de surroundmode. In de 3-1-surroundmode
bijvoorbeeld zijn de BUS OUTs 1–4 beschikbaar. In 5.1-surroundmode zijn BUS OUTs 1–6
beschikbaar, en in 6.1-surroundmode BUS OUTs 1–7.
8 Route, afhankelijk van de geselecteerde surroundmode of toepassingen, de
BUS OUT-signalen naar de uitgangen, ADAT OUT-kanalen of SLOT-uitgangskanalen. Sluit een weergave-apparaat of multitrackrecorder op de OUTPUTaansluitingen aan.

01V96—Handleiding

Instellen en selecteren van de surroundpanmodes

139

■ Surroundpan opnemen
Route, om surroundpanbewegingen op een digitale multitrackrecorder op te nemen, de
BUS OUTs naar de ADAT OUT-kanalen of SLOT-uitgangskanalen, die zijn aangesloten op
de digitale multitrackrecorder.
Het volgende diagram illustreert een voorbeeld van het opnemen van 5.1-surroundmodesignalen op een digitale multitrackrecorder.

SURROUND
PAN

Ingangskanaal 1

BUS1 (L)
BUS2 (R)
BUS3 (Ls)
BUS4 (Rs)
BUS5 (C)
BUS6 (LFE)

01V96

LFE LEVEL
SURROUND
PAN

Ingangskanaal 2

LFE LEVEL
SURROUND
PAN

Ingangskanaal 3
LFE LEVEL

SLOT
Track 1
Kanaal 1
Kanaal 2
Kanaal 3
Kanaal 4
Kanaal 5
Kanaal 6

Track 2
Track 3
Track 4
Track 5
Track 6

8-TRACK DIGITAL

Digitale
multitrackrecorder

12

MY8-TD, etc.

Surroundpan

01V96—Handleiding

140

Hoofdstuk 12—Surroundpan

■ Surroundpanafluistering
Route, om surroundpanbewegingen te kunnen beluisteren, de BUS OUTs naar de analoge
uitgangen, waarop een afluisteringssysteem is aangesloten.
Het volgende diagram toont een voorbeeld waarbij de BUS OUT 1 & 2-signalen (links- en
rechtsvoorkanaal) worden uitgevoerd via de STEREO OUT L & R-aansluitingen en de BUS
OUT 3-6-signalen worden uitgevoerd via de OMNI OUT 1-4-aansluitingen in de 5.1-surroundmode.

SURROUND
PAN

Ingangskanaal 1

BUS1 (L)
BUS2 (R)
BUS3 (Ls)
BUS4 (Rs)
BUS5 (C)
BUS6 (LFE)

01V96

Subwoofer

LFE LEVEL
SURROUND
PAN

Ingangskanaal 2

Linksvoor

Midden Rechtsvoor

LFE LEVEL
SURROUND
PAN

Ingangskanaal 3

LFE LEVEL

STEREO OUT L
STEREO OUT R
OMNI OUT 1
OMNI OUT 2
OMNI OUT 3
OMNI OUT 4

Linksvoor
Rechtsvoor
Linksachter
Rechtsachter

Multikanaalsversterker

Midden
Subwoofer

Linksachter

Rechtsachter

Tip: Kruis, om de links- en rechtsvoorsignalen van het surroundkanaal uit te voeren via de
STEREO OUT L & R-aansluitingen, het "Surround LR to Stereo"-selectievakje aan op de
SURR BUS-pagina.

01V96—Handleiding

Surroundpanning

141

Surroundpanning
U kunt de surroundpanparameters voor elk ingangskanaal instellen.
1 Zorg ervoor dat de 01V96 in een andere surroundmode staat dan Stereo en
druk vervolgens op de [SEL]-knop van het kanaal waarvoor u de surroundpan
in wilt stellen.
2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAN/ROUTING]-knop tot de
PAN/ROUTE | CH EDIT-pagina verschijnt.
De CH EDIT-pagina toont het geselecteerde ingangskanaal, en zijn surroundpaninstelling
en beschikbare paarpartner.
De volgende displaypagina is een voorbeeld in de 6.1-surroundmode.

1

2
3
4

5

67

12

98

A Surroundpangrafiek
Deze grafiek geeft de panposities in een twee-dimensionaal veld, met de luisterpositie in
het midden. Een kleine ruit ( ) geeft de huidige surroundpanpositie aan. U kunt de
huidige surroundpanpositie (
) rechtstreeks naar één van de luidsprekericonen verplaatsen door zijn icoon te selecteren en vervolgens op [ENTER] te drukken.

B Trajectpatronen
Deze knoppen staan voor zeven trajectpatronen die bepalen hoe de surroundpan zich
beweegt als u het parameterwiel of de [INC]/[DEC]-knoppen bedient.

C FAST
Deze knop aanzetten verhoogt de snelheid van de positieveranderingen die via het parameterwiel ingesteld worden.

D Trajectpatroonparameters
•
•
•
•

Deze parameters regelen nauwkeurig het trajectpatroon van de surroundpan.
WIDTH
...................Deze parameter stelt de links-rechts-breedte van het geselecteerde trajectpatroon in.
DEPTH
....................Deze parameter stelt de voor-achter-breedte van het geselecteerde trajectpatroon in.
OFFSET
...................Deze parameter stelt een offset voor de links-rechts-richting
van het geselecteerde trajectpatroon in.
OFFSET
...................Deze parameter stelt een offset voor de voor-achter-richting
van het geselecteerde trajectpatroon in.
01V96—Handleiding

Surroundpan

De volgende parameters zijn beschikbaar op deze pagina:

142

Hoofdstuk 12—Surroundpan

E LFE
Deze parameterregelaar stelt het niveau in van het LFE (Lage Frequentie Effecten)kanaalsignaal naar de subwoofer, en verschijnt alleen in de 5.1- en 6.1-surroundmodes.

F F/R
In de 6.1-surroundmode verschijnen er F- en R-parameterregelaars. De F-parameterregelaar bepaalt hoe het middenvoorsignaal naar de linker- en rechterkanalen wordt
gevoerd, en de R-parameterregelaar bepaalt hoe het achtersurroundsignaal naar de
linker- en rechtersurroundkanalen wordt gevoerd.

6 DIV
Deze parameterregelaar verschijnt in de 3-1- en 5.1-surroundmode in plaats van de
F/R-parameterregelaar, en bepaalt hoe het middensignaal naar de linker-, rechter- en
middenkanalen wordt gevoerd. Het wordt uitgedrukt in een percentage in het bereik
van 0 tot 100%. Als u de parameter op 100 instelt, wordt het middensignaal alleen naar
het middenkanaal gevoerd. Als u de parameter op 0 instelt, wordt het middensignaal
alleen naar het linker- en rechterkanaal gevoerd. Als u de parameter op 50 instelt, gaat
er evenveel van het middensignaal naar het linker-, rechter- en middenkanaal.

G LINK
Deze knop is alleen in de 6.1-surroundmode beschikbaar. Als u deze knop aanzet worden de F- en R-regelaars op dezelfde waarde ingesteld en gekoppeld.

H ST LINK
Het aanzetten van deze knop koppelt de surroundpanparameters van de twee ingangskanalen die momenteel in de pagina worden weergegeven (stereolinkfunctie). U kunt de
surroundpanparameters van de twee kanalen koppelen ongeacht of ze gepaard zijn.

I PATTERN
Als ingangskanalen gekoppeld zijn door de stereolinkfunctie, kunnen hier zeven patronen geselecteerd worden die bepalen hoe de surroundpan reageert op het parameterwiel
en de [INC]/[DEC]-knoppen.
3 Selecteer één van zeven trajectpatronen door de corresponderende trajectpatroonknop aan te zetten.
De volgende patronen zijn beschikbaar:
•
...................... Het signaal beweegt tussen links en rechts.

36

01V96—Handleiding

40

40

56

Surroundpanning

•

...................... Het signaal beweegt tussen voor en achter.

36

•

36

36

40

40

56

...................... Het signaal beweegt tussen voor en achter. Van dit patroon kunt u ook
het traject fijnregelen door de WIDTH-, DEPTH-, OFFSET( )- en
OFFSET ( )-parameters te gebruiken.

36

•

143

12

8

8

44

16

20

16

...................... Het signaal beweegt tussen rechtsvoor en linksachter. Van dit patroon
kunt u ook het traject fijnregelen door de WIDTH-, DEPTH-,
OFFSET ( )- en OFFSET ( )-parameters te gebruiken.

12
Surroundpan

36

36

36

•

40

48

12

8

8

44

16

20

16

...................... Het signaal beweegt in een boog tussen links en rechts. Van dit patroon
kunt u ook de straal en de vorm van de boog fijnregelen met de
WIDTH-, DEPTH-, OFFSET ( )- en OFFSET ( )-parameters.

44

44

20

32

28

56

32

24

01V96—Handleiding

144

Hoofdstuk 12—Surroundpan

•

40

48

44

•

44

48

...................... Het signaal beweegt in een boog tussen voor en achter. Van dit patroon
kunt u ook de straal en de vorm van de boog fijnregelen met de
WIDTH-, DEPTH-, OFFSET ( )- en OFFSET ( )-parameters.

44

20

32

28

56

32

24

...................... Het signaal beweegt in een boog tussen voor en achter. Van dit patroon
kunt u ook de straal en de vorm van de boog fijnregelen met de
WIDTH-, DEPTH-, OFFSET ( )- en OFFSET ( )-parameters.

32

24

24

24

60

40

52

40

4 Regel indien nodig het traject nauwkeurig door de WIDTH-, DEPTH-, OFFSET
( )- en OFFSET ( )-parameterwaarden te bewerken.
5 Verplaats, om het signaal te bewegen, de cursor naar een plaats buiten de
parametervelden en draai vervolgens aan het parameterwiel.
Het signaal van het geselecteerde kanaal beweegt overeenkomstig het geselecteerde trajectpatroon.
Tip: U kunt ook de voor-achter- of links-rechts-bewegingen, het trajectpatroon en andere
parameters via een extern MIDI-apparaat aanpassen door de surroundparameters aan
MIDI-besturingswijzigingen toe te wijzen (zie blz. 216).
6 Zet, om de surroundpaninstellingen van twee kanalen die in de pagina worden getoond te koppelen, de ST LINK-knop aan.
Gebruik het PATTERN-parameterveld onder de ST LINK-knop om aan te geven hoe u wilt
dat de gekoppelde surroundpan beweegt.

01V96—Handleiding

Surroundpanning

145

De volgende tabel laat zien hoe het signaal over twee gekoppelde kanalen beweegt als er verschillende trajectpatronen en stereolink-patronen worden gecombineerd. Een ononderbroken lijn geeft de beweging van het geselecteerde kanaal, en een stippellijn de beweging van de gekoppelde partner.
Traject
Patroon

12

1

2
3

01V96—Handleiding

Surroundpan

7 Druk, om multikanaalssurroundpaninstellingen te zien, herhaaldelijk op de
[PAN/ROUTING]-knop tot de PAN/ROUTE | SURR1-16-, SURR17-32- of SURR
ST IN-pagina verschijnt.
Deze pagina’s tonen de surroundpaninstellingen van 16 kanalen en geven de mogelijkheid
deze te bewerken.

146

Hoofdstuk 12—Surroundpan

A Surroundpangrafieken
Deze grafieken tonen de trajectpatronen en de huidige panposities van de ingangskanalen.

B

-parameterveld
Dit parameterveld maakt het u mogelijk de surroundpaninstelling van het geselecteerde
kanaal tussen links en rechts te bewegen.

C

-parameterveld
Dit parameterveld maakt het u mogelijk de surroundpaninstelling van het geselecteerde
kanaal tussen voor en achter te bewegen.

8 Verplaats om het signaal van elk van de kanalen op deze pagina te bewegen,
de cursor naar het gewenste kanaal en draai vervolgens aan het parameterwiel.
De paninstelling van het kanaal verandert overeenkomstig het trajectpatroon. Druk op
[ENTER] om de CH EDIT-pagina van het momenteel geselecteerde kanaal op te roepen.

01V96—Handleiding

Kanalen groeperen & parameters koppelen

147

13 Kanalen groeperen & parameters
koppelen
Dit hoofdstuk beschrijft hoe faders of [ON]-knoppen van meerdere kanalen te groeperen
en hoe de EQ- of compressorparameters te koppelen voor gelijktijdige bediening.

Groeperen & koppelen
Op de 01V96 kunt u faders of [ON]-knoppen van meerdere ingangskanalen (ingangskanalen 1-32, ST IN-kanalen 1–4) of meerdere uitgangskanalen (BUS OUTs 1–8, AUX OUTs
1–8, STEREO OUT) groeperen, en de EQ- of compressorparameters koppelen.
Van de in- en uitgangskanalen kunnen de volgende elementen worden gegroepeerd of gekoppeld.
• FADER GROUP
Ingangskanaal- of uitgangskanaalfaders (of niveauregelaars) kunnen worden gegroepeerd.
Er zijn acht ingangskanaalfadergroepen en vier uitgangskanaalfadergroepen Als kanaalfaders of niveauregelaars zijn gegroepeerd zal het bedienen van een willekeurig exemplaar ervan u in staat stellen ook het niveau van de andere gegroepeerde faders of niveauregelaars
te regelen, terwijl de relatieve niveauverschillen gehandhaafd blijven.
• MUTE GROUP
In- of uitgangskanaal-[ON]-knoppen kunnen worden gegroepeerd. Er zijn acht ingangskanaalmutegroepen en vier uitgangskanaalmutegroepen. Als kanaal-[ON]-knoppen zijn gegroepeerd, zal het drukken op een willekeurig exemplaar ervan de [ON]-knoppen van alle
gegroepeerde kanalen aan- of uitzetten. Een mutegroep kan zowel AAN- als UIT-kanalen
tegelijkertijd bevatten, die respectievelijk uit of aan worden gezet als u op één van de gegroepeerde [ON]-knoppen drukt.

• COMPRESSOR LINK
In- of uitgangskanaalcompressorparameters kunnen worden gekoppeld. Er zijn vier compressorkoppelingen voor ingangskanalen en vier voor uitgangskanalen.
Alle kanalen binnen een compressorkoppeling delen dezelfde compressorparameterinstellingen. Als u één compressorparameterwaarde van één van de gekoppelde kanalen wijzigt,
wordt de wijziging op alle andere gekoppelde kanalen toegepast.
Tip: COMPRESSOR LINK is niet beschikbaar voor de ST IN-kanalen, aangezien deze niet
over compressors beschikken.

01V96—Handleiding

13
Kanalen groeperen & parameters koppelen

• EQ LINK
In- of uitgangskanaal-EQ-parameters kunnen worden gekoppeld. Er zijn vier EQ-koppelingen voor ingangskanalen en vier voor uitgangskanalen.
Alle kanalen binnen een EQ-koppeling delen dezelfde EQ-parameterinstellingen. Als u één
EQ-parameterwaarde voor één van de gekoppelde kanalen wijzigt, wordt de wijziging op
alle andere gekoppelde kanalen toegepast.

148

Hoofdstuk 13—Kanalen groeperen & parameters koppelen

Fadergroepen en mutegroepen gebruiken
Volg de onderstaande stappen om faders of [ON]-knoppen van in- of uitgangskanalen te
groeperen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAIR/GROUP]-knop tot één van
de pagina’s die de gewenste groepen en kanalen bevat verschijnt.
- IN FADER-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de fadergroepen (A–H) voor de ingangskanalen
1–32 en ST IN-kanalen 1–4 in te stellen.
- OUT FADER-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de fadergroepen (Q–T) voor BUS OUTs (1–8),
AUX OUTs (1–8) en STEREO OUT in te stellen.
• IN FADER-pagina

- IN MUTE-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de mutegroepen (I–P) voor respectievelijk de
ingangskanalen 1–32 en ST IN-kanalen 1–4 in te stellen.
- OUT MUTE-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de mutegroepen (U–X) voor de BUS OUTs (1–8),
AUX OUTs (1–8) en STEREO OUT in te stellen.
• IN MUTE-pagina

01V96—Handleiding

Fadergroepen en mutegroepen gebruiken

149

2 Druk op de op ( )- of neer ( )-knop om een groep te selecteren.

3 Druk op de [SEL]-knop van een kanaal dat u aan de groep wenst toe te
voegen.
Het geselecteerde kanaal wordt gemarkeerd met “ ” en het kanaal is aan de groep
toegevoegd.
Voorbeeld: Ingangskanalen 1–4, 7, 8 en 15, 16 zijn
toegevoegd aan de fadergroep C.

Tip:
• Als u één kanaal van een paar aan een groep toevoegt, wordt de paarpartner automatisch
ook aan de groep toegevoegd.
• U kunt ook een kanaal van een andere LAYER selecteren door een andere LAYER te selecteren.
4 Druk, op dezelfde manier, op de [SEL]-knop van andere kanalen die u aan
de groep wilt toevoegen.
Het relatieve niveau van de faders van de gegroepeerde kanalen wordt bepaald door de positie van de faders op het moment dat de kanalen aan de groep worden toegevoegd.
De aan/uit-status van de gegroepeerde kanalen wordt bepaald door de status van de [ON]knop op het moment dat de kanalen aan de groep worden toegevoegd.

6 Beweeg, om een fadergroep te gebruiken, één van de faders of niveauregelaar van de gegroepeerde kanalen.
Opm.:
• Als u de relatieve niveaubalans tussen de gegroepeerde kanalen wilt wijzigen, terwijl deze
pagina wordt weergegeven, zet dan eerst de ENABLE-knop uit of verwijder de kanalen
waarvan u het niveau wilt wijzigen uit de groep.
• Als er een andere pagina wordt getoond, druk dan op de [SEL]-knop van het gewenste
kanaal en houd deze ingedrukt om deze tijdelijk uit de groep te verwijderen, en verander
vervolgens de niveaubalans.
7 Druk, om een mutegroep te gebruiken, op één van de [ON]-knoppen van de
gegroepeerde kanalen.
Alle kanalen in de groep veranderen hun aan/uit-status.
Opm.:
• Terwijl een mutegroep aan staat (ENABLED), kunt u geen subset van de gegroepeerde
kanalen aan of uit zetten.
• Zet, als u een subset van de gegroepeerde kanalen aan of uit wilt zetten, eerst de ENABLEDknop uit, of verwijder de kanalen die u aan of uit wilt zetten uit de groep.

01V96—Handleiding

Kanalen groeperen & parameters koppelen

5 Ga, om een groep aan of uit te zetten, naar de corresponderende knop in
de ENABLE-kolom en druk vervolgens op [ENTER].
Als de ENABLE-knop van de groep uit staat, is de corresponderende groep tijdelijk uitgeschakeld.

13

150

Hoofdstuk 13—Kanalen groeperen & parameters koppelen

EQ- en compressorparameters koppelen
Volg de onderstaande stappen om EQ- of compressorparameters van in- of uitgangskanalen te koppelen. Deze functie maakt het u mogelijk de EQ- of compressorparameters voor
meerdere kanalen tegelijk op dezelfde waarde in te stellen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PAIR/GROUP]-knop tot één van
de volgende pagina’s verschijnt.
- IN EQ-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk de EQ-koppelingen (a–d) voor de ingangskanalen
1–32 en ST IN-kanalen 1–4 in te stellen.

- OUT EQ-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk de EQ-koppelingen (e–h) voor de BUS OUTs (1–8),
AUX OUTs (1–8) en STEREO OUT in te stellen.

01V96—Handleiding

EQ- en compressorparameters koppelen

151

- IN COMP-pagina.
Deze pagina maakt het u mogelijk de compressorkoppelingen (i–l) voor de ingangskanalen 1–32 in te stellen.

- OUT COMP-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk de compressorkoppelingen (m–p) voor de BUS
OUTs (1–8), AUX OUTs (1–8) en STEREO OUT in te stellen.

13

01V96—Handleiding

Kanalen groeperen & parameters koppelen

2 Druk op de op ( )- of neer ( )-cursorknop om de koppeling te selecteren
waaraan u kanalen wilt toevoegen.

152

Hoofdstuk 13—Kanalen groeperen & parameters koppelen

3 Druk op de [SEL]-knop van een kanaal dat u aan de EQ- of compressorkoppeling wilt toevoegen.
Het geselecteerde kanaal is gemarkeerd met “ ” en het kanaal is aan de koppeling toegevoegd.
Voorbeeld: Ingangskanalen 1–4, 7, 8, 12 en 14 zijn
toegevoegd aan EQ-koppeling b.

Tip:
• Als u één kanaal van een paar aan een koppeling toevoegt, wordt de paarpartner ook automatisch aan de koppeling toegevoegd.
• U kunt ook een kanaal van een andere LAYER selecteren door een andere LAYER te selecteren.
4 U kunt op dezelfde manier op de [SEL]-knop van andere kanalen drukken
die u aan de koppeling wenst toe te voegen.
De EQ- of compressorinstellingen van het eerste kanaal dat aan de koppeling wordt toegewezen, worden op alle daarna toegevoegde kanalen toegepast.
5 Bewerk, nadat alle gewenste kanalen aan de koppeling zijn toegevoegd, de
EQ- of compressorparameters van één van de gekoppelde kanalen.
De bewerkingen van de EQ- of compressorparameters worden op de andere gekoppelde
kanalen toegepast.

01V96—Handleiding

Interne effecten

153

14 Interne effecten
Dit hoofdstuk beschrijft hoe de interne effectprocessors van de 01V96 te gebruiken.

Over de interne effecten
De 01V96 beschikt over vier interne multi-effectprocessors. Deze effectprocessors bieden
verscheidene effecttypes waaronder reverbs, delays, op modulatie gebaseerde effecten en
combinatie-effecten die speciaal zijn ontworpen voor gebruik met surroundsound.
Opm.: Als de 01V96 op een hoge samplefrequentie (88,2 kHz of 96 kHz) werkt, kunt u alleen
effectprocessors 1 en 2 gebruiken.

OUTPUT

EFFECT 2

OUTPUT

1
2

EFFECT 3

OUTPUT

1
2

EFFECT 4

OUTPUT

1
2

SELECT

INSERT OUT

INPUT PATCH

INPUT

1
2

INPUT

1
2

1
2

INPUT

FX2 SEND
1-2

1
2

EFFECT 1

INPUT

FX1 SEND
1-2

1
2

FX3 SEND
1-2

AUX1-8

FX4 SEND
1-2

Processorin- en uitgangen kunnen naar verscheidene bronnen worden geroutet. De effectprocessoringangen kunnen bijvoorbeeld worden aangestuurd door de AUX SENDs en hun
bewerkte signalen naar de ST IN-kanalen voeren (effect send/return-principe).
Effectprocessors kunnen ook worden tussengevoegd (insert) in ingangskanalen, BUS
OUTs, AUX OUTs of de STEREO OUT.
Effectprocessors 1 t/m 4 creëren 1-in/2-uit- of 2-in/2-uit-effecten.

De 01V96 beschikt ook over de EFFECTS LIBRARY, die 44 voorgeprogrammeerde (preset)
programma’s en 84 gebruikers (user)-programma’s bevat.

14
Interne effecten

01V96—Handleiding

154

Hoofdstuk 14—Interne effecten

Effectprocessors gebruiken via AUX SENDs
U kunt effectprocessors via AUX SENDs gebruiken door de effectprocessoringangen naar
de AUX OUTs te routen, en de effectprocessoruitgangen naar de ST IN-kanalen.
1 Roep een effectprogramma op dat u wilt gebruiken.
Zie blz. 175 voor meer informatie over het oproepen van effectprogramma’s.
2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH |
EFFECT-pagina verschijnt.
Deze pagina maakt het u mogelijk alle in- en uitgangen van effectprocessors 1–4 te routen.

1

3

2

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A IN
Deze parametervelden selecteren de signalen die naar de effectprocessors worden gevoerd.

B OUT
Deze parametervelden selecteren de bestemming van de signalen die door de effectprocessors worden uitgevoerd.

C

-knop
Deze knop roept de FX1 EDIT–FX4 EDIT-pagina’s op, die het u mogelijk maken de
effectparameters aan te passen.

3 Verplaats, om een signaal te selecteren dat naar de ingang van de effectprocessor moet worden gevoerd, de cursor naar het gewenste IN-parameterveld, selecteer een signaal van de volgende opties en druk vervolgens op
[ENTER].
• – ..................................... Geen toewijzing
• AUX1–8 ......................... AUX SENDs 1–8
• INS CH1–32 ................. Ingangskanaal 1–32 INSERT OUT
• INS BUS1–8 .................. BUS 1–8 INSERT OUT
• INS AUX1–8 ................. AUX SEND 1–8 INSERT OUT
• INS ST-L/R.................... STEREO OUT INSERT OUT
Selecteer, om de interne effectprocessors via AUX SENDs te gebruiken, AUX 1-8 (in de
meeste gevallen).
U kunt een ander signaal naar de andere ingang van 2-in/2-out effectprogramma’s routen.

01V96—Handleiding

Effectprocessors gebruiken via AUX SENDs

155

Tip:
• U kunt een signaal naar meerdere effectingangen routen.
• Verplaats de cursor naar een IN-parameterveld en druk op de [ENTER]-knop. Het PATCH
SELECT-venster verschijnt. Dit venster maakt het u mogelijk snel de ingangsbron te selecteren.
4 Verplaats, om een uitgangssignaal van de effectprocessor te routen, de cursor naar het gewenste OUT-parameterveld, selecteer de signaalbestemming
uit de volgende opties en druk vervolgens op [ENTER].
• – ......................................Geen toewijzing
• CH1–32 .........................Ingangskanalen 1–32
• ST IN 1L–ST IN 4R ......ST IN-kanalen 1L–4R
• INS CH1–32 ..................Ingangskanaal INSERT IN
• INS BUS1–8 ..................BUS 1–8 INSERT IN
• INS AUX1–8..................AUX 1–8 INSERT IN
• INS ST-L & INS ST-R...STEREOBUS INSERT IN
Selecteer, om de interne effectprocessors via AUX SENDs te gebruiken, CH 1–32 of ST IN
1–4 (in de meeste gevallen). De kanalen die u hier toewijst, zullen de retourkanalen (returns) van de effecten worden.
U kunt een ander kanaal naar de andere uitgang van een 1-in/2-uit- of 2-in/2-uit-effectprogramma routen om stereo-effecten te creëren.
Tip:
• Als u een ST IN-kanaal als bestemming selecteert, kunt u de L- en R-kanaalsignalen afzonderlijk routen.
• U kunt ook het PATCH SELECT-venster gebruiken om de OUT-parametervelden in te stellen, zoals verklaard in stap 3.
• Het aantal ingangen dat voor elk effect beschikbaar is, is afhankelijk van de effectprogramma’s die zijn opgeroepen.
Opm.: U kunt geen kanaal als bestemming voor multi-effectsignalen selecteren. Als u een
kanaal selecteert dat reeds in een ander OUT-parameterveld is geselecteerd, schakelt dat OUTparameterveld zijn indicatie naar “–” (niet toegewezen).

Opm.: Zet de niveau-instellingen van de AUX SENDs (die naar de ingang van de effectprocessor zijn geroutet) van de effectretourkanalen helemaal dicht. Anders zal het signaal naar hetzelfde kanaal teruggeleid worden, waardoor een signaallus ontstaat en mogelijk uw luidsprekers zullen beschadigen.
Tip: Gebruik de MASTER LAYER-fader om het uiteindelijke AUX SEND-uitgangsniveau
aan te passen. Op dit moment kunt u het niveau bekijken via de METER | MASTER-pagina
(zie blz. 34).
6 Pas het niveau, de pan en de EQ van de ingangskanalen aan die naar de
effectuitgangen zijn geroutet.
Tip: Stel, om het effectsignaal dat via de AUX SENDs retour komt te mixen met het originele
onbewerkte signaal, de MIX BALANS-parameter van het effect op 100% (alleen het effectsignaal zal worden uitgevoerd).

01V96—Handleiding

14
Interne effecten

5 Pas het niveau van de AUX SENDs die naar de effectprocessor zijn geroutet
aan.
Zie “9 AUX OUTs” op blz. 109 voor informatie over instellen van de AUX SENDs.

156

Hoofdstuk 14—Interne effecten

De interne effecten in kanalen tussenvoegen.
U kunt de interne effecten in bepaalde in- of uitgangskanalen (BUS 1–8, AUX BUS 1–8 of
de STEREOBUS) tussenvoegen.
Opm.:
• U kunt INSERT IN en OUT niet voor ST IN-kanalen gebruiken.
• Als effecten in kanalen zijn tussengevoegd, kunt u deze effecten niet via AUX SENDs gebruiken of ze in andere kanalen tussenvoegen.
1 Selecteer een interne effectprocessor (1–4) en roep vervolgens de gewenste
effectprogramma’s op.
2 Druk op de [SEL]-knop van het in- of uitgangskanaal waarin u de geselecteerde effecten wilt tussenvoegen.
Tip: Herhaaldelijk op de STEREO [SEL]-knop drukken, schakelt tussen de linker- en rechterSTEREOBUS-kanalen.
3 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [
/INS/DLY | INSERT-pagina verschijnt.

/INSERT/DELAY]-knop tot de

4 Selecteer de effect-insertiepositie met de INSERT-knop in de POSITIE-sectie.
5 Verplaats de cursor naar het OUT-parameterveld in de INSERT-sectie en
selecteer vervolgens de ingangen van de effectprocessor die in stap 1 geselecteerd is.
• FX1-1 & FX1-2 ............. Ingangen 1 & 2 van interne effectprocessor 1
• FX2-1 & FX2-2 ............. Ingangen 1 & 2 van interne effectprocessor 2
• FX3-1 & FX3-2 ............. Ingangen 1 & 2 van interne effectprocessor 3
• FX4-1 & FX4-2 ............. Ingangen 1 & 2 van interne effectprocessor 4
6 Druk op [ENTER] om de instelling te bevestigen.
7 Verplaats de cursor naar het IN/parameterveld in de INSERT-sectie, selecteer
de uitgangen van de effectprocessor die in stap 1 geselecteerd is, en druk
vervolgens op [ENTER] om de instelling te bevestigen.
8 Verplaats de cursor naar de ON/OFF-knop in de INSERT-sectie en druk vervolgens op [ENTER] om de knop aan te zetten.
Effectinsertie is nu geactiveerd.

01V96—Handleiding

Effecten bewerken

157

Tip:
• Pas, na effecten in kanalen te hebben tussengevoegd, de MIX BALANS-parameter voor de
effecten aan, overeenkomstig het doel en de effecttypen.
• Verplaats de cursor naar een leeg IN- of OUT-parameterveld en druk vervolgens op de
[ENTER]-knop. Het PATCH SELECT-venster verschijnt, die het u mogelijk maakt om snel
beschikbare signaalbanen te selecteren.

Effecten bewerken
Druk, om effectprogramma’s die in de interne effectprocessors 1–4 zijn opgeroepen te bewerken, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [EFFECT]-knop tot de EDIT-pagina van de
effectprocessor die u wilt bewerken verschijnt.
Effectprocessors 1–4 komen overeen met de volgende pagina’s:
• Effectprocessor 1 .........FX1 EDIT-pagina
• Effectprocessor 2 .........FX2 EDIT-pagina
• Effectprocessor 3 .........FX3 EDIT-pagina
• Effectprocessor 4 .........FX4 EDIT-pagina
Deze EDIT-pagina’s bevatten de volgende effectparameters.

1
2
3
4
5

7
6

14
Deze parameter toont de naam van het effectprogramma dat momenteel door de effectprocessor wordt gebruikt.

B TYPE
Deze parameter toont het effectprogrammatype dat momenteel door de effectprocessor
wordt gebruikt. De I/O-configuratie van het effectprogramma wordt weergegeven onder deze parameter.

C

-knop
Verplaats de cursor naar deze parameter en druk vervolgens op [ENTER] om de
LIBRARY-pagina van de geselecteerde effectprocessor op te roepen.

D

-knop
Verplaats de cursor naar deze knop en druk vervolgens op [ENTER] om de PATCH |
EFFECT-pagina op te roepen, die u de mogelijkheid geeft de signalen aan de in- en
uitgangen van effectprocessor 1–4 toe te wijzen.

E MIX BALANCE
Deze parameterknop maakt het u mogelijk de balans tussen bewerkte (wet) en onbewerkte (dry) signalen in te stellen. Als de parameter is ingesteld op 0% is alleen het
onbewerkte signaal te horen. Bij de instelling 100% is alleen het bewerkte signaal te horen.
Zet de BYPASS-knop aan om de momenteel geselecteerde effectprocessor te omzeilen.
01V96—Handleiding

Interne effecten

A EFFECT NAME

158

Hoofdstuk 14—Interne effecten

F TEMPO
Deze sectie maakt het u mogelijk het tempo en interval van de geselecteerde effecten in
te stellen, en toont bepaalde parameters alleen als bepaalde effecttypes zijn geselecteerd.
Gebruik de PARAMETER-regelaar links van deze sectie om de waarde aan te passen tussen 25BPM en 300BPM. Als de MIDI CLK-knop aan staat, updatet de 01V96 de TEMPOdata (BPM) op basis van de MIDI-clockinformatie die via de MIDI IN-poort wordt ontvangen. U kunt het tempo ook aangeven door de cursor naar de TAP TEMPO-knop te
verplaatsen en met de [ENTER]-knop te dubbelklikken. De 01V96 rekent het tempo dan
uit op basis van het tijdsinterval tussen de twee klikken (taps) met de [ENTER]-knop.

Tip: Als het Freeze-effect is geselecteerd, geeft de TEMPO-sectie de RECORD- en PLAYBACKknoppen aan om het effect te kunnen gebruiken, de buffertoestand, en een balkgrafiek die de
huidige status aangeeft.

G Meters
Deze meters geven de in- of uitgangsniveaus van de momenteel geselecteerde effectprocessor aan. Selecteer de IN-knop of OUT-knop om respectievelijk de in- of uitgangsniveaus weer te geven.
Tip: U kunt ook de in- en uitgangsniveaus van de effectprocessors bekijken via de METER |
EFFECT 1–4-pagina (zie blz. 34).
Verplaats de cursor naar een parameter die u wilt wijzigen, en draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de instelling aan te passen. U kunt de
bewerkte instellingen opslaan als een nieuw programma in de EFFECTS LIBRARY (zie
blz. 175).
Opm.: U kunt het effecttype niet via deze pagina wijzigen. Roep, om een effecttype te wijzigen,
een programma op van de EFFECTS LIBRARY dat het gewenste effect gebruikt.

01V96—Handleiding

Over plug-ins

159

Over plug-ins
Als u een mini-YGDAI-kaart in het SLOT heeft geïnstalleerd die de effectfunctie ondersteunt, kunt u plug-in-effecten naast de interne effectprocessors gebruiken.
U kunt BUS-signalen of kanaal-INSERT OUTs naar de ingang van de plug-in routen. De
uitgang van de plug-in kan naar ingangskanalen of kanaal-INSERT INs worden geroutet.
Druk, om de plug-in-effecten te gebruiken, herhaaldelijk op de [EFFECT]-knop tot de
EFFECT | P-IN EDIT-pagina verschijnt.
Zie voor details over plug-ins gebruiken, de handleiding die bij de plug-in-kaart is geleverd.

Met ingang van februari 2003 ondersteunt de 01V96 de volgende plug-in-kaarten. Bezoek
de Yamaha-website (http://www.yamahaproaudio.com/) voor de laatste informatie over
compatibele plug-in-kaarten.
• Waves .............................Y56K

14
Interne effecten

01V96—Handleiding

160

Hoofdstuk 14—Interne effecten

01V96—Handleiding

Scenegeheugens

161

15 Scenegeheugens
Dit hoofdstuk beschrijft Scenegeheugens waarin de 01V96 mix- en effectinstellingen opslaat.

Over scenegeheugens
Scenegeheugens geven u de mogelijkheid om een momentopname van de kanaalmixinstellingen en interne effectprocessorinstellingen van de 01V96 als een “Scene” in een speciaal
geheugengebied op te slaan.
Er zijn 99 scenegeheugens en u kunt elk van de scenes oproepen via de display-pagina’s of
via de regelaars op het bedieningspaneel.
Tip:
• U kunt scenes oproepen door programmawijzigingen vanaf externe MIDI-apparaten te versturen (zie blz. 215).
• U kunt scenegeheugens backuppen naar externe MIDI-apparaten via MIDI-bulkdump
(zie blz. 222).

Wat wordt er opgeslagen in een scene?
De volgende parameterinstellingen worden in een scene opgeslagen:
Scene

Parameters
Alle kanaalfaders (en niveauregelaars)
Kanaal naar AUX OUT 1–8-zendniveaus
AUX OUT 1–8- & BUS OUT 1–8-niveaus
Alle [ON]-knopinstellingen van de kanalen
Alle fase-instellingen van de kanalen
Alle Attenuator-instellingen van de kanalen

Mixparameters

Alle delay-instellingen van de kanalen (behalve van de ST IN-kanalen)
Alle compressorinstellingen van de kanalen (behalve van de ST IN-kanalen)
Ingangskanaal-gate-instellingen (behalve van de ST IN-kanalen)
Alle EQ-instellingen van de kanalen
All paninstellingen van de kanalen
Alle kanaalroutings
Fadergroepen, mutegroepen, EQ-koppelingen en compressorkoppelingen
Alle paarinstellingen van de kanalen
Effectprogramma’s die zijn opgeroepen voor de effectprocessors 1–4 en hun
parameterinstellingen

REMOTE LAYER

Fader- en [ON]-knopstatus (alleen als de "Remote Control Target" is ingesteld
op USER DEFINED)

Scene-instellingen

Scenetitels en fadetijdinstellingen

Ingangsrouting

Het nummer van de momenteel geselecteerde INPUT PATCH LIBRARY

Uitgangsrouting

Het nummer van de momenteel geselecteerde OUTPUT PATCH LIBRARY

Opm.:
• Scenes nemen een momentopname van de nummers van de INPUT en OUTPUT PATCH
LIBRARY die worden gebruikt op het moment dat de scene wordt opgeslagen, maar bevatten
niet de huidige (bewerkte) routing van de in- en uitgangen.
• Als u de bewerkte routing van de in- en uitgangen niet opslaat in de INPUT en OUTPUT
PATCH LIBRARY, kan het oproepen van een scene de momentele routing veranderen.

01V96—Handleiding

Scenegeheugens

Effectparameters

15

162

Hoofdstuk 15—Scenegeheugens

Over scenenummers
Scenegeheugens zijn voorzien van een "U" en genummerd van 00 t/m 99. U kunt scenes
opslaan in scenegeheugennummers 01–99. Als u een scene oproept verschijnt het scenenummer altijd bovenin de displaypagina.
Scenegeheugennummer 00 is een speciaal alleen-lezen-geheugen dat de standaardinstellingen van alle mixparameters bevat. Roep, om alle mixparameters van de 01V96
terug te zetten naar de aanvangs- of standaardwaarden, scenegeheugennummer 0 op.
Het "Initial Data Nominal"-selectievakje op de SETUP | PREFER1-pagina (zie blz. 226)
maakt het u ook nog mogelijk om aan te geven of ingangskanaalfaders worden ingesteld op
òf 0 dB òf –∞ dB als scenegeheugennummer 0 wordt opgeroepen.
Scenegeheugen “Ud” is een speciaal alleen-lezen-geheugen dat de mixinstellingen bevat die onmiddellijk voor de meest recente oproep of opslag van een scene van kracht
waren. Roep, om scenegeheugen oproep- en opslaghandelingen terug te draaien of opnieuw uit te voeren, scenegeheugennummer U op.
Als u de parameters aanpast na het oproepen van een scene, verschijnt de EDIT-indicator
(“EDIT” bovenin de display), om aan te geven dat de mixinstellingen niet langer overeenkomen met die van de scene die het meest recent is opgeroepen. De inhoud van de editbuffer (waar de huidige mixinstellingen zijn opgeslagen) worden vastgehouden als de 01V96
wordt uitgezet. Dit maakt het de 01V96 mogelijk de bewerkte mixinstellingen weer terug te
roepen, als u de 01V96 aanzet.
Display

EDIT-indicator

De inhoud van opgeroepen scenegeheugennummer 2 komt overeen met de huidige instellingen van de 01V96, en de EDIT-indicator blijft uit.

01V96—Handleiding

De parameters van opgeroepen scenegeheugennummer 2 zijn bewerkt. Daarom verschijnt de
EDIT-indicator, om aan te geven dat de momentele instellingen van de 01V96 niet overeenkomen met scenegeheugennummer 2.

Scenes opslaan en oproepen

163

Scenes opslaan en oproepen
U kunt scenes opslaan en oproepen door op de knoppen op het bedieningspaneel te drukken,
of door de speciaal daarvoor bestemde SCENE MEMORY-pagina in de display te gebruiken.

Opm.:
• Als u scenes opslaat, zorg er dan voor dat er zich geen instellingen in de editbuffer bevinden
die u niet op wilt slaan. Let er op dat u niet per ongeluk instellingen, met name faders, heeft
veranderd.
• Als u niet zeker bent van de inhoud van de editbuffer, roep dan de laatste scene op, maak
de gewenste aanpassingen, en sla vervolgens de scene op. Het kan handig zijn de huidige
scene op te slaan in een ongebruikt scenegeheugen, voor het geval dat.

Scenes opslaan en oproepen met de SCENE MEMORY-knoppen
U kunt de SCENE MEMORY-knoppen gebruiken om scenes op te slaan en op te roepen.
1 Pas de mixparameters van de 01V96 aan naar de staat die u als scene op wilt
slaan.
2 Druk op de SCENE MEMORY op [ ]- of neer [ ]-knoppen om een scenegeheugennummer te selecteren.
Als u een ander scenegeheugen selecteert dan de momenteel actieve scene, knippert het
nummer in de display.
Scenegeheugennummers U (“Ud”) en 0 (“00”) zijn speciale alleen-lezen-geheugens, waarin
u geen scenes kunt opslaan. U kunt ook geen scenes opslaan in schrijfbeveiligde scenegeheugens (zie blz. 164).
3 Druk op de SCENE MEMORY [STORE]-knop.
Het TITLE EDIT-venster verschijnt waardoor u een naam kunt geven aan de scene die
wordt opgeslagen.
Tip: U kunt dit venster uitschakelen door de "Store Confirmation"-parameter op de DIO/
SETUP | PREFER1-pagina uit te zetten (zie blz. 226). In dat geval zal de opgeslagen scene
dezelfde naam krijgen als de meest recent opgeroepen scene.
4 Voer de titel in, verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens op
[ENTER].
Het TITLE EDIT-venster sluit en de huidige scene wordt in het geselecteerde scenegeheugen
opgeslagen.

Tip: Als u de "Recall Confirmation"-parameter op de DIO/SETUP | PREFER1-pagina aan
zet, verschijnt er een "Scene-oproepbevestigings"-venster voordat de scene wordt opgeroepen
(zie blz. 226).

01V96—Handleiding

Scenegeheugens

5 Druk, om een scene op te roepen, op de SCENE MEMORY op [ ]- of neer
[ ]-knop om een scenegeheugennummer te selecteren en druk vervolgens
op de SCENE MEMORY [RECALL]-knop.

15

164

Hoofdstuk 15—Scenegeheugens

Scenes opslaan en oproepen via de SCENE MEMORY-pagina
Via de SCENE MEMORY-pagina kunt u scenes opslaan, oproepen, schrijfbeveiligen, wissen
en de titel ervan bewerken.
1 Pas de mixparameters van de 01V96 aan naar de staat die u als scene op wilt
slaan.
2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [SCENE]-knop tot de SCENE |
SCENE-pagina verschijnt.

1
2
3
4
5

6

7 8

3 Draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om een
scenegeheugen te selecteren, verplaats de cursor naar één van de volgende
knoppen en druk vervolgens op [ENTER].

A TITLE EDIT
Selecteer deze knop om het TITLE EDIT-venster op te roepen, waardoor u een geselecteerde scenetitel kunt bewerken.

B RECALL
Deze knop roept de inhoud van het geselecteerde scenegeheugen op.

C STORE
Deze knop slaat de huidige scene op in het geselecteerde scenegeheugen. Standaard verschijnt er een bevestigingsvenster voordat de scene wordt opgeslagen.

D CLEAR
Deze knop wist de inhoud van het geselecteerde scenegeheugen.

E PROTECT ON/OFF
Deze knop schakelt de schrijfbeveiliging van de inhoud van het geselecteerde scenegeheugen aan en uit. Er verschijnt een hangsloticoon ( ) naast de titel van een scenegeheugen dat schrijfbeveiligd is.

F Library-overzicht
Scenegeheugens 01–99 worden in het librarygeheugentiteloverzicht opgesomd. De titels
van opgeslagen scenes worden in de titelkolom aangegeven. De mededeling “No Data!”
verschijnt in de titelkolom bij lege librarygeheugens. Het geselecteerde geheugen verschijnt in het gestippelde vak tussen de - en -tekens.

01V96—Handleiding

Auto scenegeheugenupdate

165

G PATCH LINK INPUT
H PATCH LINK OUTPUT
Deze parameters geven de INPUT en OUTPUT PATCH LIBRARY-nummers aan die
geselecteerd waren op het moment dat de scenes werden opgeslagen. Als u een scene
oproept, worden ook de gekoppelde INPUT en OUTPUT PATCH opgeroepen. U kunt
ook de cursor naar de parametervelden verplaatsen en de librarynummers veranderen.

Auto scenegeheugenupdate
Als het "Scene MEM Auto Update"-selectievakje op de SETUP | PREFER1-pagina aangekruist is (zie blz. 226), worden de bewerkingen van de parameters automatisch opgeslagen
in een schaduwgeheugen dat voor elke scene beschikbaar is. Dit wordt de Auto-updatefunctie genoemd.
Als de Auto-updatefunctie actief is, worden bewerkingen van parameters die gemaakt zijn
nadat de scene is opgeroepen, opgeslagen in het schaduwgeheugen van de scene. Als u de
scene opnieuw oproept, wordt de inhoud van het originele en het schaduwgeheugen om de
beurt opgeroepen.
Daardoor kunt u zelfs nadat u het originele scenegeheugen heeft opgeroepen, de bewerkte versie uit het schaduwgeheugen terugroepen om de meest recente bewerkingen
terug te halen.
Als de “EDIT”-indicator boven in de display verschijnt, is de bewerkte versie uit het schaduwgeheugen teruggeroepen.
Display

EDIT-indicator
Originele scene

Schaduwgeheugen

Als er een schaduwgeheugen is teruggeroepen, wordt de bewerkte versie opgeslagen als u de
scene opslaat. (De inhoud van de originele en schaduwgeheugens worden dan gelijk.) Als u
scenes oproept via MIDI-programmawijzigingsboodschappen, wordt altijd de inhoud van
het originele geheugen opgeroepen, zelfs als de auto-updatefunctie actief is.

15
Scenegeheugens

01V96—Handleiding

166

Hoofdstuk 15—Scenegeheugens

Scenes faden
U kunt de tijd aangeven die nodig is om de in- en uitgangskanaalfaders (of niveauregelaars)
naar hun nieuwe positie te verplaatsen als er een scene wordt opgeroepen. Dit wordt de
fadetijd genoemd en kan voor elk kanaal in het bereik van 00,0 to 30,0 seconden ( in stappen
van 0,1 seconde) worden ingesteld. De fadetijdinstelling wordt per scene opgeslagen.

Ingangskanalen faden
Druk, om de fadetijd voor de ingangskanalen 1–32 en ST IN-kanalen 1–4 in te stellen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [SCENE]-knop tot de SCENE | IN FADE-pagina verschijnt. Verplaats de cursor naar het gewenste kanaalparameterveld, en draai vervolgens aan
het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de fadetijdinstelling te veranderen.

1

2

3

A Global Fade Time
Als dit selectievakje is aangekruist, wordt een scene opgeroepen met de momenteel aangegeven fadetijd. (De fadetijdinstelling, opgeslagen in de opgeroepen scene, wordt tijdelijk genegeerd.) Deze instelling van het selectievakje werkt gekoppeld met de OUT
FADE-pagina.

B ALL INPUT CLEAR
Deze knop reset alle kanaalfadetijden op de pagina naar 00,0 seconde.

C INPUT CH1–32/ST IN 1–4
Deze parameters maken het u mogelijk de fadetijd voor elk van de ingangskanalen in het
bereik van 00,0 tot 30,0 seconden in te stellen. De fadetijdinstelling voor één kanaal dat
onderdeel van een paar is, werkt gekoppeld aan zijn partner.
Tip:
• Als u een fader bedient terwijl de kanalen faden, wordt de fadetijdinstelling van die fader
tijdelijk genegeerd.
• U kunt de fadetijd van het momenteel geselecteerde ingangskanaal naar alle ingangskanalen
kopiëren door te dubbelklikken met de [ENTER]-knop om een venster voor kopiëren op te
roepen. Dit is handig als u de fadetijd voor alle kanalen tegelijk in wilt stellen.

01V96—Handleiding

Scenes faden

167

Uitgangskanalen faden
Druk, om de fadetijd voor de uitgangskanalen (STEREO OUT, BUS OUTs 1–8, AUX OUTs
1–8) in te stellen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [SCENE]-knop tot de SCENE |
OUT FADE-pagina verschijnt.
De bediening is in principe gelijk aan die op de IN FADE-pagina

1
2
3

A BUS1–8
Deze parameters maken het u mogelijk de fadetijd voor elk van de BUS OUTs (1–8) in
het bereik van 00,0 tot 30,0 seconden in te stellen.

B AUX1–8
Deze parameters maken het u mogelijk de fadetijd voor de AUX OUTs 1–8 in te stellen.

C STEREO
Deze parameter maakt het u mogelijk de fadetijd van de STEREO OUT in te stellen.
Tip: U kunt de fadetijd van het momenteel geselecteerde uitgangskanaal naar alle uitgangskanalen kopiëren door te dubbelklikken met de [ENTER]-knop.

15
Scenegeheugens

01V96—Handleiding

168

Hoofdstuk 15—Scenegeheugens

Scenes veilig oproepen
Als een Scene wordt opgeroepen, worden de mixparameters overeenkomstig ingesteld. In
enkele situaties echter kunt u de huidige instellingen van bepaalde parameters handhaven op bepaalde kanalen door de Recall Safefunctie te gebruiken. Recall Safe-instellingen
worden opgeslagen in scenegeheugens.
Druk, om de Recall Safe-functie in te stellen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[SCENE]-knop tot de SCENE | RCL SAFE-pagina verschijnt.

1

2

4
3

A Global Recall Safe
Als dit selectievakje is aangekruist, worden de in scenegeheugens opgeslagen Recall Safeinstellingen genegeerd en worden de huidige instellingen gehandhaafd.

B SAFE
Deze parameter schakelt de Recall Safe-functie aan of uit.

C MODE

•
•
•
•
•
•
•
•
•

De volgende MODE-knoppen bepalen welke Safe-kanaalparameters niet door het oproepen van scenes zullen worden beïnvloed. De MODE-knoppen komen overeen met
de volgende parameters:
ALL ................................ Alle parameters
FADER........................... Kanaalfaders (of niveauregelaars)
ON.................................. Aan/uit-parameters van de kanalen
PAN ................................ Panparameters van de kanalen
EQ .................................. EQ-parameters van de kanalen
COMP............................ Compressorparameters van de kanalen
GATE ............................. Gateparameters van de kanalen
AUX ............................... AUX-zendniveaus van de kanalen
AUX ON ........................ AUX SEND ON/OFF-parameters

Tip: De ALL-knop kan niet gelijktijdig met de andere knoppen gebruikt worden.

D RECALL SAFE CHANNEL-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk de kanalen te selecteren die niet door het oproepen van
scenes beïnvloed zullen worden, inclusief de ingangskanalen 1–32, ST IN-kanalen 1–4,
BUS OUTs 1–8, AUX OUTs 1–8, STEREO OUT en interne effectprocessors. De Recall
Safe-functie heeft alleen effect op kanalen en effecten waarvan de knop is aangezet.

01V96—Handleiding

Scenes sorteren

169

Scenes sorteren
U kunt de scenes in de scenegeheugens sorteren.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [SCENE]-knop tot de SCENE | SORTpagina verschijnt.

1

2

2 Verplaats de cursor naar het SOURCE-overzicht (1) in de linkerkolom, en
draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen
om het scenegeheugen dat u wilt verplaatsen te selecteren.
3 Verplaats de cursor naar het DESTINATION-overzicht (2) in de rechterkolom,
en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de positie te selecteren waarnaar u het bronscenegeheugen wilt verplaatsen.

4 Druk op [ENTER] om het bronscenegeheugen naar de aangegeven bestemming te verplaatsen.
De scenegeheugennummers zullen overeenkomstig worden bijgewerkt.

15
Scenegeheugens

01V96—Handleiding

170

Hoofdstuk 15—Scenegeheugens

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken)

171

16 Libraries (bibliotheken)
Dit hoofdstuk beschrijft de verscheidene libraries van de 01V96.

Over de libraries
De 01V96 beschikt over zeven libraries die het u mogelijk maken kanaal-, INPUT PATCH-,
OUTPUT PATCH-, effect- en andere data op te slaan. U kunt ook snel deze data van de
libraries terugroepen om voorgaande parameterwaarden terug te halen.
De 01V96 biedt de volgende libraries:
• CHANNEL LIBRARY
• INPUT PATCH LIBRARY
• OUTPUT PATCH LIBRARY
• EFFECTS LIBRARY
• GATE LIBRARY
• COMPRESSOR LIBRARY
• EQ LIBRARY
Tip:
• U kunt librarydata opslaan op een computerharddisk middels de bijgeleverde Studio
Manager-software. Zorg ervoor dat u uw belangrijke data backupt.
• U kunt ook librarydata opslaan op een extern MIDI-apparaat, zoals een MIDI-datafiler,
middels de MIDI-bulkdump (zie blz. 222).

Algemene bediening bij libraries
De meeste libraryfuncties zijn gelijk voor elk van de libraries.
1 Gebruik de knoppen op het bedieningspaneel om de gewenste LIBRARYpagina op te roepen.
De procedure voor het oproepen van de LIBRARY-pagina verschilt, afhankelijk van de
library. Zie het laatste gedeelte van dit hoofdstuk voor meer informatie over hoe de gewenste LIBRARY-pagina op te roepen.
Het voorbeeld hieronder gaat ervan uit dat u de INPUT PATCH Librarypagina heeft opgeroepen.

16
Libraries (bibliotheken)

1
2
3
4

Het librarygeheugentiteloverzicht wordt midden op de pagina weergegeven. De mededeling “No Data!” verschijnt in de titelkolom bij lege librarygeheugens.
Een “ ” icoon wordt weergegeven naast de naam van alleen-lezen-presetgeheugens. U
kunt in deze geheugens niet opslaan, ze wissen of de titels ervan bewerken.

01V96—Handleiding

172

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

Geheugennummers 0 en U zijn speciale alleen-lezen-geheugens. Geheugennummer 0 oproepen reset alle parameterinstellingen naar hun aanvangswaarden. Roep geheugennummer U op om geheugenoproep- en opslaghandelingen terug te draaien.
2 Draai aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om het
gewenste geheugen te selecteren.
Het geselecteerde geheugen verschijnt in het gestippelde vak.
3 Verplaats de cursor naar één van de volgende functieknoppen en druk vervolgens op [ENTER].

A TITLE EDIT
Deze knop roept het TITLE EDIT-venster op waardoor u de titel van het geselecteerde
geheugen kunt bewerken. Verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens op
[ENTER] om de bewerkte titel te bevestigen. Zie blz. 30 voor meer informatie over lettertekens invoeren.

B RECALL
Deze knop roept de inhoud van het geselecteerde librarygeheugen op. Als u de "Recall
Confirmation"-parameter op de DIO/SETUP | PREFER1-pagina heeft aangekruist,
toont de 01V96 een geheugenoproepbevestigingsvenster.

C STORE
Deze knop slaat de instellingen op in het geselecteerde geheugen. U kunt, voordat u de
instellingen opslaat, een titel invoeren of bewerken via het TITLE EDIT-venster. Zie
blz. 30 voor meer informatie over lettertekens invoeren.
U kunt het automatisch verschijnen van het TITLE EDIT-venster voorkomen door de
"Store Confirmation"-parameter op de DIO/SETUP | PREFER1-pagina uit te zetten. Als
u op die manier het TITLE EDIT-venster buiten werking stelt, zal de naam "New Data"
worden gebruikt als titel voor het scenegeheugen.

D CLEAR
Deze knop wist de inhoud van het geselecteerde geheugen. Nadat u op [ENTER] heeft
gedrukt, toont de 01V96 een bevestigingsvenster. Verplaats, om de wishandeling uit te
voeren, de cursor naar de YES-knop in het bevestigingsvenster en druk vervolgens op
[ENTER].
Opm.: Als u een geheugen selecteert dat reeds instellingen bevat en de wishandeling uitvoert,
zullen de instellingen verloren gaan. Zorg ervoor dat u niet per ongeluk belangrijke instellingen
wist.

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken) gebruiken

173

Libraries (bibliotheken) gebruiken
CHANNEL LIBRARY
CHANNEL LIBRARY maakt het u mogelijk om in- en uitgangskanaalparameterinstellingen op te slaan en op te roepen. De library bevat twee presetgeheugens en 127 user (uitleesbare & beschrijfbare) geheugens.
U kunt alleen de instellingen voor de momenteel geselecteerde kanalen oproepen uit de
CHANNEL LIBRARY. U kunt bijvoorbeeld niet de ingangskanaal 1–32-instellingen oproepen bij de ST IN-kanalen 1–4, BUS OUTs 1–8, AUX OUTs 1–8 of STEREO OUT, met uitzondering van de geheugennummers 0 en 1, die naar elk kanaal kunnen worden opgeroepen.
Volg de onderstaande stappen om de CHANNEL LIBRARY te gebruiken.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [VIEW]-knop tot de VIEW |
LIBRARY-pagina verschijnt.

1
2

3

4

A SEL CH
Deze parameter geeft het momenteel geselecteerde kanaal aan.

B CURRENT CONFIGURATION-sectie
Als het momenteel geselecteerde kanaal een ingangskanaal (1–32) is of één van de ST
IN-kanalen (1–4), worden de surroundmode en AUX-configuratie hier aangegeven.

C Niveaumeters
Deze meters geven de niveaus van het momenteel geselecteerde kanaal en de beschikbare partner aan.

D STORED FROM

2 Gebruik de LAYER-knoppen om LAYERS te selecteren en druk vervolgens op
de [SEL]-knoppen om kanalen te selecteren.
Zie voor details over de opslag- en oproepfuncties, “Algemene bediening bij libraries” op
blz. 171.
Als het kanaaltype van het geselecteerde geheugen niet overeenkomt met het type van het
bestemmingskanaal, verschijnen er een alarmteken ( ) en het woord “CONFLICT” naast
de STORED FROM-parameter. Deze waarschuwingen geven aan dat u probeerde kanaalinstellingen voor het momenteel geselecteerde kanaal op te roepen die daarvoor niet op te
roepen zijn.

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken)

Deze parameter geeft het kanaal aan waarvan de instellingen oorspronkelijk in het geselecteerde librarygeheugen zijn opgeslagen. Als het momenteel geselecteerde librarygeheugen ingangskanaal 1–32- en ST IN-kanalen 1–4-instellingen bevat, worden zijn surroundmode- en AUX-paarinformatie ook onder deze parameter getoond.

16

174

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

De alarmindicators verschijnen ook als de surroundmode, AUX-paar en andere niet-kanaalparameterinstellingen die oorspronkelijk in het geheugen zijn opgeslagen, niet overeenkomen met die van het bestemmingskanaal. Als het kanaaltype van het geheugen en dat
van het bestemmingskanaal echter overeenkomen, kunt u de instellingen oproepen, zelfs
terwijl de alarmindicators worden getoond. (Voor niet overeenkomende parameterinstellingen zal de 01V96 de instellingen gebruiken die zich in het geheugen bevinden dat moet
worden opgeroepen.)
De volgende presetgeheugens zijn beschikbaar voor de CHANNEL LIBRARY.
Nr.

Presetnaam

Omschrijving

0

Reset (–∞ dB)

Dit presetgeheugen reset alle parameters van het momenteel geselecteerde
kanaal naar hun aanvangswaarden en stelt het kanaalfaderniveau in op –∞ dB.

1

Reset (0 dB)

Dit presetgeheugen reset alle parameters van het momenteel geselecteerde
kanaal naar hun aanvangswaarden en stelt het kanaalfaderniveau in op 0 dB
(dat wil zeggen, op nominaal).

INPUT PATCH LIBRARY
De INPUT PATCH LIBRARY maakt het u mogelijk alle INPUT PATCH-instellingen op te
slaan en op te roepen. De library bevat één presetgeheugen en 32 user (uitleesbare & beschrijfbare) geheugens.
Druk, om toegang te krijgen tot de INPUT PATCH LIBRARY, herhaaldelijk op de DISPLAY
ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN LIB-pagina verschijnt. Zie voor details over geheugens opslaan en terugroepen, “Algemene bediening bij libraries” op blz. 171.

INPUT PATCH-presetgeheugennummer 0 bevat de volgende instellingen:

01V96—Handleiding

Ingangskanalen 1–16

INPUT-aansluitingen 1–16

Ingangskanalen 17–24

ADAT IN-kanalen 1–8

Ingangskanalen 25–32

SLOT-kanalen 1–8

ST IN-kanalen 1–4

Interne effectprocessor 1–4 uitgangen 1 & 2

Libraries (bibliotheken) gebruiken

175

OUTPUT PATCH LIBRARY
De OUTPUT PATCH LIBRARY maakt het u mogelijk alle OUTPUT PATCH-instellingen
op te slaan en op te roepen. De library bevat één presetgeheugen en 32 user (uitleesbare &
beschrijfbare) geheugens.
Druk, om toegang te krijgen tot de OUTPUT PATCH LIBRARY, herhaaldelijk op de DISPLAY
ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | OUT LIB-pagina verschijnt.
Zie voor details over geheugens opslaan en oproepen, “Algemene bediening bij libraries” op
blz. 171.

Het OUTPUT PATCH-presetgeheugennummer 0 bevat de volgende instellingen:
SLOT-uitgangskanalen 1–8

BUS OUTs 1–8

SLOT-uitgangskanalen 9–16

BUS OUTs 1–8

ADAT OUT-kanalen 1–8

BUS OUTs 1–8

OMNI OUT-aansluitingen 1–4

AUX OUTs 1-4

EFFECTS LIBRARY
De EFFECTS LIBRARY maakt het u mogelijk effectprocessor 1–4-programma’s op te slaan
en op te roepen. De library bevat 44 presetprogramma’s en 84 user (uitleesbare & beschrijfbare) programma’s
Opm.: De EFFECTS LIBRARY wordt gedeeld door effectprocessors 1–4. Echter alleen effectprocessors 1 en 2 hebben de mogelijkheid Effect 19 “HQ Pitch” en Effect 42 “Freeze” op te roepen.

01V96—Handleiding

16
Libraries (bibliotheken)

U moet, om de instellingen van en naar de LIBRARY op te slaan en op te roepen, de pagina
van de corresponderende effectprocessor oproepen.
Druk, om toegang te krijgen tot de EFFECTS LIBRARY, herhaaldelijk op de DISPLAY
ACCESS [EFFECT]-knop tot de LIBRARY-pagina van de gewenste effectprocessor verschijnt.
Elke effectprocessor beschikt over onderstaande LIBRARY-pagina’s:
• Interne effectprocessor 1-library ................. FX1 LIB-pagina
• Interne effectprocessor 2-library ................. FX2 LIB-pagina
• Interne effectprocessor 3-library ................. FX3 LIB-pagina
• Interne effectprocessor 4-library ................. FX4 LIB-pagina

176

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

1
2

5

3
4

A EFFECT NAME
Deze parameter toont de naam van het effectprogramma dat momenteel geselecteerd is
voor de effectprocessor.

B TYPE
Deze parameter toont het effecttype dat momenteel gebruikt wordt door de effectprocessor. Het aantal in- en uitgangskanalen van de momenteel gebruikte effecten verschijnt onder de TYPE-parameter.

C
Verplaats de cursor naar deze knop, druk vervolgens op [ENTER] om de EFFECT | FX1
EDIT-, -FX2 EDIT-, -FX3 EDIT- of -FX4 EDIT-pagina op te roepen om de effectparameters aan te passen.

D
Verplaats de cursor naar deze knop, druk vervolgens op [ENTER] om de PATCH |
EFFECT-pagina op te roepen, om de in- en uitgangssignalen van effectprocessors 1–4
toe te wijzen.

E Niveaumeters
Deze meters geven de in- of uitgangsniveaus van de momenteel geselecteerde effectprocessor aan. Selecteer de IN-knop of OUT-knop om respectievelijk de in- of uitgangsniveaus weer te geven.
Zie voor details over het opslaan en terugroepen van programma’s, “Algemene bediening bij
libraries” op blz. 171.

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken) gebruiken

177

De volgende tabellen geven een overzicht van de preseteffectprogramma’s in de EFFECTS LIBRARY:

• Reverbs
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

1

Reverb Hall

REVERB HALL

Concertzaalreverbsimulatie met gate

2

Reverb Room

REVERB ROOM

Kamerreverbsimulatie met gate

3

Reverb Stage

REVERB STAGE

Reverb ontworpen voor zang, met gate

4

Reverb Plate

REVERB PLATE

Plaatreverbsimulatie met gate

5

Early Ref.

EARLY REF.

Eerste weerkaatsingen zonder de daaropvolgende reverb

6

Gate Reverb

GATE REVERB

Eerste weerkaatsingen via een gate

7

Reverse Gate

REVERSE GATE

Omgekeerde eerste weerkaatsingen met gate

• Delays
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

8

Mono Delay

MONO DELAY

Eenvoudige monodelay

9

Stereo Delay

STEREO DELAY

Eenvoudige stereodelay

10

Mod.delay

MOD.DELAY

Eenvoudige herhalingsdelay met modulatie

11

Delay LCR

DELAY LCR

Delay met 3 afzonderlijke herhalingen (links, midden,
rechts)

12

Echo

ECHO

Stereodelay met kruislingse links/rechts-terugkoppeling

• Op modulatie gebaseerde effecten
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

13

Chorus

CHORUS

Chorus

14

Flange

FLANGE

Flanger

15

Symphonic

SYMPHONIC

Een effect dat eigendom is van Yamaha en dat een rijkere
en complexere modulatie geeft dan een normale chorus.

16

Phaser

PHASER

16-traps stereo faseverschuiver

17

Auto Pan

AUTO PAN

Auto-panner

18

TREMOLO

TREMOLO

Tremolo

19

HQ.Pitch

HQ.PITCH

Mono toonhoogteverschuiver, met een stabiel resultaat.

20

Dual Pitch

DUAL PITCH

Stereo toonhoogteverschuiver

21

Rotary

ROTARY

Roterende luidsprekersimulatie

22

Ring Mod.

RING MOD.

Ringmodulator

23

Mod.Filter

MOD.FILTER

Gemoduleerd filter

16

Nr.

Presetnaam

Type

Libraries (bibliotheken)

• Gitaareffecten
Omschrijving

24

Distortion

DISTORTION

Distortion

25

Amp Simulate

AMP SIMULATE

Gitaarversterkersimulatie

• Dynamische effecten
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

26

Dyna.Filter

DYNA.FILTER

Dynamisch geregeld filter

27

Dyna.Flange

DYNA.FLANGE

Dynamisch geregelde flanger

28

Dyna.Phaser

DYNA.PHASER

Dynamisch geregelde faseverschuiver

01V96—Handleiding

178

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

• Combinatie-effecten
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

29

Rev+Chorus

REV+CHORUS

Parallelgeschakelde reverb en chorus

30

Rev->Chorus

REV->CHORUS

Seriegeschakelde reverb en chorus

31

Rev+Flange

REV+FLANGE

Parallelgeschakelde reverb en flanger

32

Rev->Flange

REV->FLANGE

Seriegeschakelde reverb en flanger

33

Rev+Sympho.

REV+SYMPHO.

Parallelgeschakelde reverb en symphonic

34

Rev->Sympho.

REV->SYMPHO.

Seriegeschakelde reverb en symphonic

35

Rev->Pan

REV->PAN

Seriegeschakelde reverb en autopan

36

Delay+ER.

DELAY+ER.

Parallelgeschakelde delay en early reflections

37

Delay->ER.

DELAY->ER.

Seriegeschakelde delay en early reflections

38

Delay+Rev

DELAY+REV

Parallelgeschakelde delay en reverb

39

Delay->Rev

DELAY->REV

Seriegeschakelde delay en reverb

40

Dist->Delay

DIST->DELAY

Seriegeschakelde distortion en delay

• Overigen
Nr.

01V96—Handleiding

Presetnaam

Type

Omschrijving

41

Multi.Filter

MULTI.FILTER

3-bands parallel filter (24 dB/octaaf)

42

Freeze

FREEZE

Eenvoudige sampler

43

Stereo Reverb

ST REVERB

Stereo reverb

44

M.Band Dyna.

M.BAND DYNA.

3-bands dynamische processor

Libraries (bibliotheken) gebruiken

179

GATE LIBRARY
De GATE LIBRARY maakt het u mogelijk ingangskanaalsgate-instellingen op te slaan en op
te roepen. De library bevat vier presetgeheugens en 124 user (uitleesbare & beschrijfbare)
geheugens.
Volg de onderstaande stappen om de GATE LIBRARY te gebruiken.
1 Druk op de DISPLAY ACCESS [DYNAMICS]-knop en vervolgens op de [F2]-knop.
De DYNAMICS | GATE LIB-pagina verschijnt.

1
2

3

4

A CURRENT TYPE
Deze parameter toont het gatetype (Gate of Ducking) van het momenteel geselecteerde
kanaal.

B CURRENT CURVE
Deze grafiek toont de gatecurve van het huidige kanaal.

C GR-meters
Deze meters geven de hoeveelheid versterkingsreductie die door de gate wordt toegepast
aan, en de post-gateniveaus van het momenteel geselecteerde kanaal en zijn beschikbare
paarpartner.

D Type & curve-sectie
Het type (Gate of Ducking) en de curve van het momenteel geselecteerde geheugen worden hier weergegeven.

2 Gebruik de LAYER-knoppen om LAYERS te selecteren en druk vervolgens op
de [SEL]-knoppen om kanalen te selecteren.
U kunt nu de gate-instellingen van het geselecteerde kanaal opslaan of de GATE LIBRARYgeheugens oproepen naar de kanalen. Zie voor details over geheugens opslaan en oproepen,
“Algemene bediening bij libraries” op blz. 171.
De volgende tabel geeft een overzicht van de presetgeheugens in de GATE LIBRARY:
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

1

Gate

GATE

Gatesjabloon

2

Ducking

DUCKING

Duckingsjabloon

3

A. Dr. BD

GATE

Presetgate voor gebruik met een akoestische basdrum

4

A. Dr. SN

GATE

Presetgate voor gebruik met een akoestische snaredrum

01V96—Handleiding

16
Libraries (bibliotheken)

Tip: Als u een ST IN Kanaal (1–4), AUX OUT (1–8), BUS OUT (1–8) of STEREO OUT
heeft geselecteerd die niet over een gate beschikt, geeft de 01V96 “XXX has no Gate” aan (waarbij XXX voor de kanaalnaam staat).

180

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

COMPRESSOR LIBRARY
Deze library maakt het u mogelijk de instellingen voor de compressor van ingangskanalen,
BUS OUTs 1–8, AUX OUTs 1–8 en de STEREO OUT op te slaan en terug te roepen. De
library bevat 36 presetgeheugens en 92 user (uitleesbare & beschrijfbare) geheugens.
Volg de onderstaande stappen om de COMPRESSOR LIBRARY te gebruiken.
1 Druk op de DISPLAY ACCESS [DYNAMICS]-knop en vervolgens op de [F4]knop.
De DYNAMICS | COMP LIB-pagina verschijnt.

1
2

3

4

A CURRENT TYPE
Deze parameter toont het compressortype (Compressor, Expander, Compander Soft,
Compander Hard) van het momenteel geselecteerde kanaal .

B CURRENT CURVE
Deze grafiek toont de huidige compressorcurve.

C GR-meters
Deze meters geven de hoeveelheid versterkingsreductie die door de compressor wordt
toegepast, en de post-compressorniveaus van het momenteel geselecteerde kanaal en
zijn beschikbaar paarpartner.

D Type & curve-sectie
Het type en de curve van het momenteel geselecteerde geheugen worden hier weergegeven.
2 Gebruik de LAYER-knoppen om LAYERS te selecteren en druk vervolgens op
de [SEL]-knoppen om kanalen te selecteren.
U kunt nu de compressorinstellingen van het geselecteerde kanaal opslaan en de COMPRESSOR LIBRARY-geheugens oproepen naar de kanalen. Zie voor details over geheugens
opslaan en oproepen, “Algemene bediening bij libraries” op blz. 171. Aangezien ST INkanalen niet over compressors beschikken, zal, als u een ST IN-kanaal selecteert, de mededeling “Stereo in has no Comp!” in de display verschijnen.

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken) gebruiken

181

De volgende tabel geeft een overzicht van de presetgeheugens in de COMPRESSOR LIBRARY:
Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

1

Comp

COMP

Compressor voor het reduceren van het totaalvolumeniveau.
Gebruik deze op de stereo-uitgang tijdens afmixen, of bij gepaarde in- of uitgangskanalen.

2

Expand

EXPAND

Expandersjabloon.

3

Compander (H)

COMPAND-H

Compressorsjabloon met een "harde knie" (steile overgang).

4

Compander (S)

COMPAND-S

Compressorsjabloon met een "zachte knie" (geleidelijke overgang).

5

A. Dr. BD

COMP

Compressor voor gebruik met een akoestische basdrum.

6

A. Dr. BD

COMPAND-H

Compander met een steile overgang voor gebruik met een
akoestische basdrum.

7

A. Dr. SN

COMP

Compressor voor gebruik met een akoestische snaredrum.

8

A. Dr. SN

EXPAND

Expander voor gebruik met een akoestische snaredrum.

9

A. Dr. SN

COMPAND-S

Compander met een geleidelijke overgang voor gebruik met
een akoestische snaredrum.

10

A. Dr. Tom

EXPAND

Expander voor gebruik met akoestische toms, die automatisch het volume reduceert als de toms niet worden bespeeld,
waardoor de microfoonscheiding wordt verbeterd.

A. Dr. OverTop

COMPAND-S

12

E. B. Finger

COMP

Compressor voor het nivelleren van de attack en het volume
van een geplukte elektrische basgitaar.

13

E. B. Slap

COMP

Compressor voor het nivelleren van de attack en volume van
een geslapte elektrische basgitaar.

14

Syn. Bass

COMP

Compressor voor het regelen of benadrukken van het niveau
van een synthesizerbas.

15

Piano1

COMP

Compressor voor het verhelderen van de klankkleur van een piano.

16

Piano2

COMP

Een variatie op preset 15, die gebruik maakt van een lage
drempelwaarde (threshold) om de totale attack en het totale
niveau te veranderen.

17

E. Guitar

COMP

Compressor voor enkelvoudige noten of arpeggiostijl spelen
op een elektrische gitaar. De klankkleur kan worden gevarieerd door verschillende stijlen te spelen.

18

A. Guitar

COMP

Compressor voor akoestische gitaar waarop akkoord- of
arpeggiostijlbegeleiding wordt gespeeld.

19

Strings1

COMP

Compressor voor gebruik met strijkers.

20

Strings2

COMP

Een variatie op preset 19, die bedoeld is voor altviolen of cello’s.

21

Strings3

COMP

Een variatie op preset 20, die bedoeld is voor snaarinstrumenten met een zeer laag bereik, zoals cello’s of contrabassen.

COMP

Compressor voor koperblazersgeluiden met een snelle en
krachtige attack.

22

BrassSection

23

Syn. Pad

COMP

Compressor voor muziekinstrumenten die beschikken over
warme dragende geluiden die afhankelijk van de klanken,
diffuus kunnen gaan klinken, zoals synthpad. Bedoeld om te
voorkomen dat het geluid diffuus gaat klinken.

24

SamplingPerc

COMPAND-S

Compressor die er voor zorgt dat gesamplede percussie als
echte akoestische percussie klinkt.

25

Sampling BD

COMP

Een variatie op preset 24, die bedoeld is voor gesamplede
basdrumgeluiden.

26

Sampling SN

COMP

Een variatie op preset 25, die bedoeld is voor gesamplede
snaredrumgeluiden.

27

Hip Comp

COMPAND-S

Een variatie op preset 26, die bedoeld is voor gesamplede
loops en frases.

28

Solo Vocal1

COMP

Compressor voor gebruik bij solozang.

29

Solo Vocal2

COMP

Een variatie op preset 28.

30

Chorus

COMP

Een variatie op preset 28, die bedoeld is voor koorstemmen.

01V96—Handleiding

16
Libraries (bibliotheken)

11

Compander met geleidelijke overgang voor het benadrukken
van de attack en ambiance van bekkens die met overheadmicrofoons zijn opgenomen. Deze reduceert automatisch het
volume als de bekkens niet worden bespeeld, waardoor de
microfoonscheiding wordt verbeterd.

182

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

Nr.

Presetnaam

Type

Omschrijving

31

Click Erase

EXPAND

Expander voor het verwijderen van een clicktrack die via de
hoofdtelefoon van een musicus mee is gelekt.

32

Announcer

COMPAND-H

Compressor met een steile overgang voor het reduceren van het
niveau van de muziek op het moment dat de presentator spreekt.

33

Limiter1

COMPAND-S

Een compander met een geleidelijke overgang met een langzame release.

34

Limiter2

COMP

Een “peak-stop”-compressor.

35

Total Comp1

COMP

Compressor voor het reduceren van het totaalvolumeniveau.
Gebruik deze op de stereo-uitgang tijdens afmixen, of bij gepaarde in- of uitgangskanalen.

36

Total Comp2

COMP

Een variatie op preset 35, maar met meer compressie.

EQ LIBRARY
Deze library maakt het u mogelijk EQ-instellingen voor ingangskanalen, BUS OUTs 1–8,
AUX OUTs 1–8 en de STEREO OUT op te slaan en op te roepen. De library bevat 40 presetgeheugens en 160 user (uitleesbare & beschrijfbare) geheugens.
Volg de onderstaande stappen om de EQ LIBRARY te gebruiken.
1 Druk op de DISPLAY ACCESS [EQ]-knop en druk vervolgens op de [F2]-knop.
De EQ | EQ LIBRARY-pagina verschijnt.

1
2

3

4

A CURRENT TYPE
Deze parameter toont het EQ-type (TYPE I of II) van het momenteel geselecteerde
kanaal.

B CURRENT CURVE
Deze grafiek toont de huidige EQ-curve.

C Niveaumeters
Deze meters geven de post-EQ-niveaus van het momenteel geselecteerde kanaal en zijn
beschikbare paarpartner aan.

D Type & curve-sectie
Het type en de curve van het momenteel geselecteerde EQ-programma worden hier getoond.
2 Gebruik de LAYER-knoppen om LAYERS te selecteren en druk vervolgens op
de [SEL]-knoppen om kanalen te selecteren.
U kunt nu de EQ-instellingen van het geselecteerde kanaal opslaan of de EQ LIBRARY-geheugens oproepen naar de kanalen. Zie voor details over geheugens opslaan en oproepen,
“Algemene bediening bij libraries” op blz. 171.

01V96—Handleiding

Libraries (bibliotheken) gebruiken

183

De volgende tabel geeft een overzicht van de presetgeheugens in de EQ LIBRARY.
Nr.

Presetnaam

Omschrijving

Bass Drum 1

2

Bass Drum 2

Creëert een piek rond de 80Hz, waardoor een strak, stug geluid wordt geproduceerd.

3

Snare Drum 1

Benadrukt “snappy-” en rimshotgeluiden.

4

Snare Drum 2

Haalt verscheidene gebieden op voor klassieke rocksnaredrumgeluiden.

5

Tom-tom 1

Benadrukt de attack van toms en creëert een lange “leerachtige” decay.

6

Cymbal

Benadrukt de attack van crashcymbals, waarbij de “sprankelende” decay
wordt verlengd.

7

High Hat

Gebruik deze bij een strakke high-hat, waarbij het midden- tot hoogbereik
benadrukt wordt.

8

Percussion

Benadrukt de attack en maakt het hooggeluid van instrumenten, zoals van
een shaker, cabasa en conga helderder.

9

E. Bass 1

Produceert een strak elektrisch basgeluid door de zeer lage frequenties af te
kappen.

10

E. Bass 2

In tegenstelling tot preset 9 benadrukt deze preset de lage frequenties van
een elektrische bas.

11

Syn. Bass 1

Gebruik deze bij een synthbas met opgehaalde lage frequenties.

12

Syn. Bass 2

Benadrukt de attack die typisch is voor een synthbas.

13

Piano 1

Zorgt ervoor dat piano’s helderder klinken.

14

Piano 2

Indien gebruikt met een compressor benadrukt deze preset de aanslag en
de lage frequenties van piano’s.

15

E. G. Clean

Gebruik deze voor het opnemen op lijnniveau van een elektrische of een
elektro-akoestische gitaar, om een enigszins harder geluid te krijgen.

16

E. G. Crunch 1

Past de klankkwaliteit aan van een licht vervormd gitaargeluid.

17

E. G. Crunch 2

Een variatie op preset 16.

18

E. G. Dist. 1

Maakt een zwaar vervormd gitaargeluid helderder.

19

E. G. Dist. 2

Een variatie op preset 18.

20

A. G. Stroke 1

Benadrukt de heldere klanken van akoestische gitaren.

21

A. G. Stroke 2

Een variatie op preset 20. U kunt deze ook gebruiken bij een elektro-akoestische gitaar met nylonsnaren.

22

A. G. Arpeg. 1

Ideaal voor het spelen van arpeggio op akoestische gitaren.

23

A. G. Arpeg. 2

Een variatie op preset 22.

24

Brass Sec.

Gebruik deze bij trompetten, trombones of saxofoons. Probeer, als u deze
bij één instrument gebruikt, de HIGH- of HIGH-MID-frequenties aan te passen.

25

Male Vocal 1

Een EQ-sjabloon voor mannenstemmen. Probeer de HIGH- of HIGH-MIDparameters aan te passen, overeenkomstig het karakter van de stem.

26

Male Vocal 2

Een variatie op preset 25.

27

Female Vo. 1

Een EQ-sjabloon voor vrouwenstemmen. Probeer de HIGH- of HIGH-MIDparameters aan te passen, overeenkomstig het karakter van de stem.

28

Female Vo. 2

Een variatie op preset 27.

29

Chorus&Harmo

Een EQ-sjabloon om koorstemmen helderder te maken.

30

Total EQ 1

Gebruik deze op een stereomix tijdens afmixen. Klinkt zelfs nog beter bij
gebruik van een compressor.

31

Total EQ 2

Een variatie op preset 30.

32

Total EQ 3

Een variatie op preset 30. Kan ook worden gebruikt bij gepaarde in- of uitgangskanalen.

33

Bass Drum 3

Een variatie op preset 1, met wat minder bas en midden.

34

Snare Drum 3

Een variatie op preset 3, waarbij een voller geluid wordt gecreëerd.

35

Tom-tom 2

Een variatie op preset 5, waarbij het midden en hoog wat is opgehaald.

36

Piano 3

Een variatie op preset 13.

01V96—Handleiding

16
Libraries (bibliotheken)

1

Haalt het laag bereik van een basdrum en de attack die door de klopper
wordt veroorzaakt, op.

184

Hoofdstuk 16—Libraries (bibliotheken)

Nr.

01V96—Handleiding

Presetnaam

Omschrijving

37

Piano Low

Haalt het laag van piano’s die in stereo zijn opgenomen, op.

38

Piano High

Haalt het hoog van piano’s die in stereo zijn opgenomen, op.

39

Fine-EQ Cass

Maakt het geluid helderder als er van of op cassette wordt opgenomen.

40

Narrator

Ideaal voor opnemen van commentaar.

Afstandsbediening (Remote)

185

17 Afstandsbediening (Remote)
Dit hoofdstuk beschrijft de remotefunctie, die het u mogelijk maakt externe apparatuur
rechtstreeks vanaf het bedieningspaneel van de 01V96 te besturen.

Over de remotefunctie
De remotefunctie van de 01V96 maakt het u mogelijk externe DAW (Digital Audio Workstation)-apparatuur, MIDI-apparaten, recorders, enz. te bedienen.
Er zijn twee types remotefuncties (remote- en machinebesturing):

■ REMOTE (REMOTE LAYER)
Om deze types remotefuncties te gebruiken moet u de 01V96 via USB of een in het SLOT
geïnstalleerde optionele MY8-mLAN-kaart aansluiten op een target (doel)-apparaat, en de
faders en [ON]-knoppen op het bedieningspaneel gebruiken om het externe apparaat op
afstand te besturen.
U kunt een target (doel)-apparaat en parameterwaarden aangeven op de DIO/SETUP |
REMOTE-pagina. Deze LAYER wordt actief als u de LAYER [REMOTE]-knop aan zet.
Tijdens remotewerking, maken de regelaars op het bedieningspaneel het u mogelijk het externe apparaat te besturen. (U kunt de parameters van de 01V96 niet aanpassen, tenzij u een
andere LAYER selecteert.)
U kunt functies van een targetapparaat toewijzen aan de regelaars op het bedieningspaneel
van de 01V96 door de REMOTE LAYER te gebruiken. De volgende doelen zijn beschikbaar
voor besturing op afstand:
• ProTools ........................U kunt Digidesign ProTools op afstand besturen.
• Nuendo ..........................U kunt Steinberg Nuendo op afstand besturen.
• General DAW................U kunt DAW-software op afstand besturen die het door ProTools gebruikte protocol ondersteunt.
• User Defined .................U kunt ook MIDI-boodschappen aan de faders of [ON]-knoppen toewijzen om een aangesloten MIDI-apparaat, zoals een
synthesizer, op afstand te besturen.
• User Assignable Layer .......U kunt de kanalen van de 01V96 combineren om een customlayer te creëren. (Zie blz. 229 voor meer informatie over
deze functie.)

■ Machinebesturing
Door MIDI-machinebesturingscommando’s en de DIO/SETUP | MACHINE-pagina te gebruiken, kunt u een extern opnameapparaat besturen die aangesloten is op de MIDI-poort,
USB-poort of op een in het SLOT van de 01V96 geïnstalleerde optionele MY8-mLAN-kaart.

01V96—Handleiding

Afstandsbediening (Remote)

Tip: Om externe apparaten vanaf de 01V96 te besturen kunt u ook de USER DEFINEDknoppen gebruiken. Zie “19 Overige functies” voor meer informatie.

17

186

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

ProTools REMOTE LAYER
De 01V96 beschikt over een REMOTE LAYER-target die speciaal ontworpen is voor het
besturen van ProTools.

Aansluiten en configureren van ProTools
Volg de onderstaande stappen om de 01V96 aan te sluiten op uw computer via de USBpoort zodat u ProTools via de 01V96 kunt besturen.
Opm.: U kunt ProTools niet besturen via de MIDI-aansluitingen. Zorg ervoor dat u uw computer via de USB of een via een in het SLOT van de 01V96 geïnstalleerde optionele MY8mLAN-kaart aansluit.

■ Windows-computers configureren
1 Sluit de TO HOST USB-poort van de 01V96 aan op een USB-poort van uw PC
via een USB-kabel.

TO HOST USB-poort

USB
CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

14

16

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

CH15/16
2TR IN

INSERT I/O

MONITOR
2TR IN

PAD
20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DIO/SETUP

-60
GAIN

DISPLAY ACCESS

SCENE

-16

-60

PEAK
SIGNAL

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

+10

0 +10

5

0 +10

5

0

0

15

0

15

0

15

20 10

15

30 15

30 15

20

40 20

40 20

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

40
50

1

2

0

15

20 10

3

0

15

5

5

15

15

15

15

15

15

0

5

15

20 10

20 10

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

5

6

7

8

9

10

11

0

15

20 10

12

5
0
10

5

10

10

15

15

20

30 15

30 15

30

30

40 20

40 20

40

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

30 15

30 15

40 20

50 30
60 40
70
50

14

0

5

20

5

40 20

13

0

20 10

15

20 10

SEL

SOLO

ON

ON

ST IN 1

0

10
5

20 10

SEL

SOLO

ON

ST IN 2

Computer

5

5

10

20 10

4

20 10

5

20 10

0 +10

5

5

10

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

20 10

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

5

5
0

10
5

0 +10

0 +10

5

5

10
5

10

0 +10

5

5

10
5

20 10

0 +10

5

5

10
5

0 +10

5

5

10
5

0 +10

5

5

SEL

15

15

5

40

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

2 Installeer de nodige USB-drivers die bijgeleverd zijn op de 01V96 CD-ROM.
Zie de Studio Manager Installation Guide voor meer informatie over het installeren van de
drivers.

■ Macintosh-computers configureren
1 Sluit de TO HOST USB-poort van de 01V96 aan op een USB-poort van uw
Mac via een USB-kabel.
2 Installeer de benodigde USB-driver die is bijgeleverd op de 01V96 CD-ROM.
Zie de Studio Manager Installation Guide voor meer informatie over het installeren van de
driver.
3 Installeer OMS.
De 01V96 communiceert met ProTools via OMS (Open Music System)-software.
Als u OMS niet op uw Mac heeft geïnstalleerd, gebruik dan de OMS-installer die bijgeleverd
is op de 01V96 CD-ROM, om OMS te installeren.
4 Start ProTools op.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

187

5 Kies OMS Studio Setup via het Setups-menu, en maak alle benodigde instellingen in OMS.
Zie de documentatie die bij
OMS is geleverd voor meer
informatie over het maken
van de instellingen in het
"Setup"-menu van OMS
Studio. OMS herkent de
01V96 als een USB MIDIinterface die over acht poorten beschikt.

6 Kies "Peripherals" in het "Setups"-menu om het "Peripherals"-venster te openen.
7 Dubbelklik op de "MIDI Controllers"-tab.
8 Zie het scherm hieronder om te kijken hoe de parameters voor "Type",
"Receive From", "Send To" en "#Ch’s" moeten worden ingesteld.
De 01V96 kan tot twee "MIDI Controllers" emuleren.

17
9 Sluit, als u klaar bent met het instellen van de parameters, het venster.

01V96—Handleiding

Afstandsbediening (Remote)

Tip: Om ProTools op afstand te besturen heeft u één poort nodig voor elke acht audiokanalen.

188

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

De 01V96 configureren
Volg de onderstaande stappen om de 01V96 zo te configureren dat u ProTools op afstand
kunt besturen via de 01V96 REMOTE LAYER.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt.

2 Verplaats de cursor naar het eerste DAW-parameterveld in de SPECIAL
FUNCTIONS-sectie, en draai vervolgens aan het parameterwiel om USB als
poort te selecteren.
3 Druk op [ENTER] om de instelling te bevestigen.
4 Verplaats de cursor naar het aangrenzende parameterveld (aan de
rechterkant), en draai vervolgens
aan het parameterwiel om de poortID aan te geven.
Opm.: Als u een verkeerde poort selecteert, zult u de remotefunctie niet kunnen gebruiken.
Zorg ervoor dat de poort-ID overeenkomt met wat is aangegeven in het "Peripherals"-venster
in ProTools.
5 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de
DIO/SETUP | REMOTE-pagina verschijnt.

1

6 Selecteer ProTools (als targetapparaat) voor de Target-parameter (1) die
zich in de rechterbovenhoek van de pagina bevindt.
Standaard is de REMOTE LAYER-target ingesteld op ProTools. Als u een andere target heeft
geselecteerd, draai dan aan het parameterwiel om ProTools te selecteren.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

189

7 Druk op de LAYER [REMOTE]-knop.
De REMOTE LAYER is nu beschikbaar voor besturing, waardoor u ProTools op afstand
kunt besturen.

Opm.: Als de ProTools REMOTE LAYER is geselecteerd zijn de bedieningspaneelfaders en andere
kanaalknoppen van de 01V96 beschikbaar voor besturing op afstand. Om de 01V96 te besturen
is het noodzakelijk dat u een INPUT CHANNEL LAYER of de MASTER LAYER selecteert.

Display
Als de ProTools-LAYER is geselecteerd, kunt u de [F1]–[F4]-knoppen alsook de linker en
rechter [ ]/[ ]-tabscrollknoppen gebruiken om displaymodes te selecteren. U kunt de
volgende displaymodes selecteren met deze knoppen:

■ INSERT-displaymode ([F2]-knop)
Druk op de [F2]-knop om de INSERT-displaymode te selecteren. In deze mode kunt u
plug-ins toewijzen en bewerken.

1
2

3
4
5

17
Deze parameter maakt het u mogelijk het target-apparaat voor de remotefunctie te selecteren.

B COUNTER
Deze teller geeft de huidige positie aan. Deze teller werkt op dezelfde manier als en is
gekoppeld aan de tijdcodeteller van ProTools. Het weergaveformat van de teller wordt
aangegeven in ProTools. De volgende drie selectievakjes in de COUNTER-sectie geven
het momenteel geselecteerde format aan.
• TIME CODE: ................Het ProTools-tijdcodeformat is ingesteld op “Time Code”.
• FEET: .............................Het ProTools-tijdcodeformat is ingesteld op “Feet:Frames”.
• BEATS: ...........................Het ProTools-tijdcodeformat is ingesteld op “Bars:Beats”.

01V96—Handleiding

Afstandsbediening (Remote)

A TARGET

190

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

• Als geen van de selectievakjes is aangekruist: .......Het ProTools-tijdcodeformat is
ingesteld op “Minutes:Seconds” of
“Samples”.

C SELECT ASSIGN
Deze parameter geeft de huidige parameter aan die kan worden aangepast via de parameterregelaars op de pagina. Bijvoorbeeld, Pan, PanR, SndA, SndB, SndC, SndD of
SndE (zie blz. 192).

D P.WHEEL MODE
Deze parameter geeft de functie aan die momenteel is toegewezen aan het parameterwiel (zie blz. 193).

E INSERT ASSIGN/EDIT-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk plug-ins in ProTools-kanalen tussen te voegen en plugin-instellingen aan te passen. Gebruik de linker en rechter [ ]/[ ]-tabscrollknoppen
om de in deze sectie getoonde parameters te veranderen.

• ASSIGN ......................... Zet deze knop aan om plug-ins in ProTools-kanalen tussen te
voegen. (Als u het TDM-systeem gebruikt, kunt u ook externe
effectprocessors toewijzen.)
• COMPARE .....................U kunt uw bewerkingen vergelijken met de originele instellingen
door deze knop aan te zetten. Deze knop werkt op dezelfde manier als en is gekoppeld aan de COMPARE-knop in de "Inserts"en "Sends"-vensters in ProTools.
• BYPASS ......................... Deze knop aanzetten omzeilt de plug-ins (zie blz. 200).
• INSERT/PARAM.......... Deze knop naar INSERT schakelen geeft u de mogelijkheid
plug-ins toe te wijzen via de vier draaiknoppen op de pagina.
Deze knop naar PARAM schakelen geeft u de mogelijkheid de
plug-in-parameters aan te passen via de vier draaiknoppen (zie
blz. 199).
• Informatievak .............. Dit vak toont plug-in-parameternamen, -waarden, alarmmededelingen van ProTools, etc.
• Draaiknoppen 1–4 ...... Deze regelaars geven u de mogelijkheid om plug-ins te selecteren of de geselecteerde plug-in-parameters aan te passen.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

191

■ CHANNEL-displaymode ([F3]-knop)
Druk op de [F3]-knop om deze displaymode te selecteren waarin de parameterregelaars
voor tracks 1–16 worden getoond.

• Parameterregelaars 1–16 ................... Kanaalparameterregelaars zoals kanaal 1–16panpots, -SEND A–E-zendniveaus, enz. worden
getoond.

■ METER-displaymode ([F4]-knop)
Druk op de [F4]-knop om deze displaymode te selecteren waarin de niveaumeters voor
tracks 1–16 worden getoond.

• Kanalen 1–16 ................De kanaal 1–16-niveaus of zendniveaus worden getoond.

17
Afstandsbediening (Remote)

01V96—Handleiding

192

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

Werking van het bedieningspaneel
Als de ProTools REMOTE LAYER is geselecteerd, activeren de regelaars op het bedieningspaneel van de 01V96 de volgende functies:

■ Kanaalstripsectie
• [SEL]-knoppen
Deze knoppen selecteren ProTools-kanalen, -inserts en de automatiseringsmode.
• [SOLO]-knoppen
Deze knoppen schakelen ProTools-kanalen naar solo. De knopindicators voor de naar sologeschakelde kanalen lichten op.
• [ON]-knoppen
Deze knoppen schakelen de ProTools-kanalen uit.
• Faders
De faders stellen ProTools-kanaalniveaus in, waaronder de audiotracks, MIDI-tracks,
masterfader, Aux Ins, enz. Als er 16 of minder kanalen in ProTools worden weergegeven,
worden de faders vanaf de linkerkant toegewezen.

■ FADER MODE-sectie
• [AUX 1]–[AUX 5]-knoppen
Deze knoppen selecteren SENDS A–E zodat u het corresponderende ProTools-kanaalzendniveau aan kunt passen.
• [AUX 6]-knop
Druk en houd deze knop ingedrukt, en druk op de gewenste [SEL]-knop om het corresponderende kanaalfaderniveau te resetten.
Verplaats de cursor naar de PARAMETER-regelaar in de display, druk en houd deze knop
ingedrukt en druk vervolgens op [ENTER] om de corresponderende kanaalpanpot terug te
zetten naar het midden. Terwijl u de [AUX 6]-knop ingedrukt houdt, geeft de SELECT
ASSIGN-parameter “DFLT” aan.
• [AUX 7]-knop
Als deze knop is aangezet, kunt u de panpot van het geselecteerde kanaal aanpassen met de
SELECTED CHANNEL [PAN]-regelaar. Als u deze knop aan zet terwijl er een CHANNELdisplaymode is geselecteerd, kunt u de panpot van elk van de kanalen aanpassen met de
parameterregelaars 1–16.
Druk, als u de panpots van stereokanalen aan wilt passen, herhaaldelijk op deze knop om
tussen L- en R-kanalen te schakelen.
• [AUX 8]-knop
Gebruik deze knop samen met de gewenste [SEL]-knop om een plug-in aan het corresponderende ProTools-kanaal toe te wijzen (zie blz. 198).
• [HOME]-knop
Deze knop zet de FLIP-mode (zie blz. 197) aan of uit. De FLIP-mode maakt het u mogelijk
de AUX SEND-parameters aan te passen met de faders, [ON]-knoppen en de [PAN]-regelaar.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

193

■ DISPLAY ACCESS-sectie
• [PAIR/GROUP]-knop
Druk op deze knop terwijl er een CHANNEL- of METER-displaymode is geselecteerd om
de Groep-ID te tonen, waartoe elk van de kanalen behoort.
• [EFFECT]-knop
Druk op deze knop om het INSERT-venster in ProTools weer te geven of te verbergen.

■ Displaysectie
• [F1]-knop
Druk op deze knop om de CLIP- en PEAK HOLD-indicators op de METER-displaymodepagina’s te resetten.
• Tabscrollknoppen ([ ]/[ ])
Deze knoppen schakelen de INSERT ASSIGN/EDIT-parameterinstellingen op de INSERTdisplaymodepagina’s.

■ Data-invoersectie
• [ENTER]-knop
Deze knop schakelt de aan/uit-status van de knoppen in de display.
• Links, rechts, op neer ([ ]/[ ]/[ ]/[ ])-cursorknoppen
Deze knoppen verplaatsen de cursor in de display.
• [INC]- & [DEC]-knoppen
De [INC]-knop werkt op dezelfde manier als de ENTER-toets van uw computertoetsenbord. De [DEC]-knop werkt op dezelfde manier als de Esc-toets van uw computertoetsenbord.
• Parameterwiel
Het parameterwiel maakt het u mogelijk de momenteel geselecteerde parameter aan te passen
of de shuttle- en scrubfunctiehandeling uit te voeren. Standaard past deze de waarde van de
momenteel geselecteerde parameter aan (de P.WHEEL MODE-parameter geeft “Prm” aan).

■ USER DEFINED KEYS-sectie

Parameter

Functie

DAW REC

Zet ProTools in de "Record Enabled"-mode. De knopindicator knippert zolang
de transportsectie op stop blijft. De indicator licht op als het opnemen begint.

DAW PLAY

Begint het afspelen vanaf de huidige cursorpositie.

DAW STOP

Stopt het afspelen en het opnemen.

DAW FF

Verplaatst de cursorpositie snel vooruit.

DAW REW

Verplaatst de cursorpositie snel achteruit.

DAW SHUTTLE

Schakelt de wielmode naar shuttle.

DAW SCRUB

Schakelt de wielmode naar scrub (jog).

01V96—Handleiding

17
Afstandsbediening (Remote)

• [1]–[8]-knoppen
U kunt één van de 167 parameters aan elk van deze knoppen toewijzen. U kunt bijvoorbeeld enkele van de 54 parameters voor besturen op afstand aan deze knoppen toewijzen,
waardoor u de transportsectie kunt bedienen en verscheidene ProTools-modes via het bedieningspaneel van de 01V96 kunt selecteren. Zie blz. 231 voor meer informatie over het
toewijzen van de parameters aan de knoppen.

194

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

Parameter

Functie

DAW AUDITION

U kunt de "pre-roll", "post-roll", het "in-point"-gebied of het "out-point"-gebied beluisteren door de knop waaraan deze functie is toegewezen ingedrukt
te houden en een knop in te drukken waaraan respectievelijk DAW PRE, DAW
POST, DAW IN of DAW OUT is toegewezen.

DAW PRE

Speelt terug vanaf het "pre-roll"-punt tot aan het begin van het geselecteerde
gebied.

DAW IN

Speelt terug vanaf het begin van het geselecteerde gebied gedurende de tijd
die is aangegeven als "pre-roll".

DAW OUT

Speelt terug naar het eind van het geselecteerde gebied gedurende de tijd die
is aangegeven als "post-roll".

DAW POST

Speelt terug van het eind van het geselecteerde gebied gedurende de tijd die
is aangegeven als "post-roll".

DAW RTZ

Verplaatst de afspeelcursor naar het begin van de sessie.

DAW END

Verplaatst de afspeelcursor naar het eind van de sessie.

DAW ONLINE

Schakelt tussen on-line en off-line.

DAW LOOP

Schakelt tussen afspeelloop aan en uit.

DAW QUICKPUNCH

Schakelt tussen QuickPunch aan en uit.

DAW AUTO FADER
DAW AUTO MUTE
DAW AUTO PAN
DAW AUTO SEND

Komt overeen met de automatiseringsoverschrijffuncties (Auto Enable).

DAW AUTO PLUGIN
DAW AUTO SENDMUTE
DAW AUTO READ
DAW AUTO TOUCH
DAW AUTO LATCH
DAW AUTO WRITE

Selecteren automatiseringsmodes.

DAW AUTO TRIM
DAW AUTO OFF

01V96—Handleiding

DAW AUTO SUSPEND

Annuleert de automatiseringsopname- en weergave voor alle kanalen. Als de
automatisering wordt onderbroken, knippert de LED en de kanaalstripregelaars houden hun huidige instellingen.

DAW AUTO STATUS

Toont de automatiseringsmode (Read, Tch, Ltch, Wrt of Off) van het kanaal.
De mode instelling verschijnt onder elk kanaal op de CHANNEL- of METERdisplaymodepagina als u op de knop drukt waaraan deze functie is toegewezen en deze ingedrukt houdt.

DAW GROUP STATUS

Toont een groep-ID (waartoe elk van de kanalen behoort) onder elk kanaalnummer op een CHANNEL- of METER-displaymodepagina (met alleen hoofdletters als het een maingroep is en met alleen kleine letters als het een subgroep is).

DAW MONI STATUS

Drukken op de knop (waaraan deze functie is toegewezen) maakt het u
mogelijk de huidige afluisteringsmode en het kanaalstriptype te bekijken.

DAW CREATE GROUP

Drukken op de knop (waaraan deze functie is toegewezen) maakt het u mogelijk om de functie uit te voeren die in het menu van het ProTools Groupoverzicht is aangegeven.

DAW SUSPEND GROUP

Stelt alle mixgroepen tijdelijk buiten werking. Druk nogmaals op de knop om
de mixgroepen weer aan te zetten.

DAW WIN TRANSPORT

Toont of verbergt het TRANSPORT-venster.

DAW WIN INSERT

Toont of verbergt het INSERT-venster.

DAW WIN MIX/EDIT

Schakelt tussen het MIX- en EDIT-venster. (De vensters worden niet tegelijkertijd getoond.)

DAW WIN MEM-LOC

Toont of verbergt het MEMORY LOCATIONS-venster.

DAW WIN STATUS

Toont of verbergt het STATUS-venster.

DAW UNDO

Voert het UNDO/REDO-commando in het EDIT-menu uit.

DAW SAVE

Voert het SAVE-commando in het EDIT-menu uit.

ProTools REMOTE LAYER

Parameter

195

Functie

DAW EDIT MODE

Herhaaldelijk drukken op de knop (waaraan deze functie is toegewezen)
selecteert achtereenvolgens de "Shuffle"-, "Slip"-, "Spot"- of "Grid"-editmode.

DAW EDIT TOOL

Herhaaldelijk drukken op de knop (waaraan deze functie is toegewezen)
selecteert één van de zeven bewerkingsgereedschappen (achtereenvolgens:
Zoomer, Trimmer, Selector, Grabber, Smart Tool, Scrubber en Pencil).

DAW SHIFT/ADD
DAW OPTION/ALL
DAW CTRL/CLUCH
DAW ALT/FINE
DAW BANK +
DAW BANK –
DAW Channel +
DAW Channel –

Werkt op dezelfde manier als de toetsenbordtoetsen (Shift, Option, Control
en Alt) van een Macintosh. Drukken op één van de knoppen (waaraan deze
functies zijn toegewezen) samen met een andere knop, maakt het u mogelijk
om verscheidene commando’s uit te voeren.
Voert de bankomwisselhandeling uit. Drukken op de knop (waaraan deze
functie is toegewezen) schakelt de complete bank van 16 kanalen om naar
een andere bank.
Voert de kanaalscrollhandeling uit. Drukken op de knoppen (waaraan deze
functies zijn toegewezen) maakt het u mogelijk de kanalen horizontaal te
scrollen.

DAW REC/RDY 1
DAW REC/RDY 2
DAW REC/RDY 3
DAW REC/RDY 4
DAW REC/RDY 5
DAW REC/RDY 6
DAW REC/RDY 7
DAW REC/RDY 8
DAW REC/RDY 9
DAW REC/RDY 10

Drukken op de knoppen (waaraan deze functies zijn toegewezen) plaatsen de
corresponderende kanaalstrips in de klaar-voor-opnamemode. Op dat moment knippert de indicator van de knop die u indrukte. Deze licht op als het
opnemen begint.

DAW REC/RDY 11
DAW REC/RDY 12
DAW REC/RDY 13
DAW REC/RDY 14
DAW REC/RDY 15
DAW REC/RDY 16

DAW REC/RDY ALL

Als er geen kanaalstrips in de klaar-voor-opnamemode staan, zal drukken op
de knop (waaraan deze functie is toegewezen) alle kanaalstrips in de klaarvoor-opnamemode zetten. De knopindicator knippert als er al één van de kanaalstrips in een bank in de klaar-voor-opnamemode staat. Drukken de knop
terwijl de knopindicator knippert annuleert de klaar-voor-opnamemode voor
alle kanaalstrippen.

Kanalen selecteren

Kanaalniveaus instellen
1 Zorg ervoor dat de FADER MODE [HOME]-knopindicator continu aan is.
Druk, als de indicator knippert, op de [HOME]-knop om de knopindicator aan te zetten.
2 Bedien de faders om de kanaalniveaus in te stellen.
Druk de [AUX 6]-knop in en houd deze ingedrukt, en druk vervolgens op de gewenste
[SEL]-knop om het corresponderende kanaalfaderniveau te resetten.

01V96—Handleiding

17
Afstandsbediening (Remote)

Druk, om een enkel ProTools-kanaal te selecteren, op de [SEL]-knop die overeenkomt met
het gewenste kanaal.
Druk, om meerdere ProTools-kanalen tegelijkertijd te selecteren, terwijl u één [SEL]-knop
ingedrukt houdt, op de [SEL]-knoppen van de andere kanalen die u toe wilt voegen. Druk
nogmaals op de [SEL]-knoppen om de selectie te annuleren.

196

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

Kanalen uitschakelen
Druk, om ProTools-kanalen uit te schakelen op de [ON]-knoppen. De [ON]-knopindicators
van de uitgeschakelde kanalen gaan uit. Gegroepeerde kanalen worden samen uitgeschakeld.
Druk nogmaals op de [ON]-knoppen om de kanalen weer aan te schakelen. De [ON]knopindicators van de aangeschakelde kanalen lichten op.
Er zijn twee "mutemodes" (uitschakelmodes) in ProTools: "Implicit mute" en "Explicit
mute". U kunt de mutemode controleren door de [ON]-knopindicators te bekijken.
• Implicit mute ............... Dit is een geforceerde uitschakeling waarbij de kanalen worden
uitgeschakeld omdat andere kanalen naar solo zijn geschakeld.
In deze mode knipperen de [ON]-knopindicators.
• Explicit mute................ In deze mode worden de kanalen handmatig uitgeschakeld. In
deze mode gaan de [ON]-knopindicators uit.

Kanalen pannen
U kunt de kanaalpaninstellingen van ProTools aanpassen.
1 Druk op de FADER MODE [AUX 7]-knop.
De knopindicator licht op.
2 Druk op de [F3]-knop om de CHANNEL-displaymode te selecteren.
Op een CHANNEL-displaymodepagina geven de parameterregelaars 1–16 de
paninstellingen aan.
3 Druk op de [SEL]-knop van het kanaal waarvan u de paninstelling aan wilt passen.
Druk, om stereokanaalpanpots aan te passen, op de STEREO [SEL]-knop en vervolgens op
de [AUX 7]-knop om het L- of R-kanaal te selecteren. Herhaaldelijk op de [AUX 7]-knop
drukken schakelt tussen het linker- en rechterkanaal. Als het linkerkanaal is geselecteerd
licht de [AUX 7]-knopindicator op en de SELECT ASSIGN-parameter in de display geeft
“Pan” aan. Als het rechterkanaal is geselecteerd knippert de [AUX 7]-knopindicator en de
SELECT ASSIGN-parameter geeft “PanR” aan.

Opm.: Let erop dat voordat u de panpots van een monokanaal aanpast, de [AUX 7]-knopindicator continu aan is. Als de indicator knippert heeft het bedienen van de [PAN]-regelaar
geen enkel effect.
4 Pas de panpot van het geselecteerde kanaal aan met de SELECTED CHANNEL
[PAN]-regelaar.
5 Verplaats, om de panpot van het corresponderende kanaal naar het midden
terug te zetten, de cursor naar de PARAMETER-regelaar in de display, druk vervolgens op de [AUX 6]-knop en houd deze ingedrukt terwijl u op [ENTER] drukt.
U kunt de paninstellingen alleen resetten als de [AUX 7]-knopindicator continu aan is.

Kanalen naar solo schakelen
Druk, om ProTools-kanalen naar solo te schakelen, op de [SOLO]-knoppen van de gewenste kanalen. Gegroepeerde kanalen worden samen naar solo geschakeld en de andere kanalen
worden uitgeschakeld.
Druk nogmaals op de [SOLO]-knoppen om de kanalen uit solo te schakelen.

SENDs A–E op pre of post instellen
U kunt de ProTools-kanalen op pre of post instellen voor de geselecteerde SEND (A–E).
1 Druk op de [F3]-knop om de CHANNEL-displaymode te selecteren.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

197

2 Druk op de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 5]-knoppen om de gewenste SEND
(A–E) te selecteren.
3 Verplaats, om te schakelen tussen pre en post, de cursor naar de PARAMETER-regelaar in de display en druk vervolgens op [ENTER].
Herhaaldelijk drukken op [ENTER] schakelt tussen pre en post.

Zendniveaus instellen.
U kunt de zendniveaus van SEND (A–E) van ProTools als volgt aanpassen.
1 Druk op de [F3]-knop om de CHANNEL-displaymode te selecteren.
2 Druk op de AUX SELECT [AUX 1]–[AUX 5]-knoppen om de gewenste SEND
(A–E) te selecteren.
3 Verplaats de cursor naar de PARAMETER-regelaar van het kanaal waarvan u
het zendniveau aan wilt passen, en draai vervolgens aan het parameterwiel.
U kunt zendniveaus instellen via de faders als de faders, de [ON]-knoppen en de [PAN]regelaar in de FLIP-mode staan. Zie “FLIP-mode” voor meer informatie.

SENDs A–E uitschakelen
U kunt SENDs uitschakelen door op de [ON]-knoppen te drukken als de faders, [ON]-knoppen en [PAN]-regelaar in de FLIP-mode staan. Zie “FLIP-mode” voor meer informatie.

SENDs A–E pannen
U kunt kanaalsignalen die naar de stereo AUX SENDs worden gestuurd pannen door aan
de SELECTED CHANNEL [PAN]-regelaar te draaien als de faders, [ON]-knoppen en de
[PAN]-regelaar in de FLIP-mode staan. Zie de volgende sectie voor meer informatie.

FLIP-mode
In de FLIP-mode kunt u de faders, [ON]-knoppen en [PAN]-regelaar gebruiken om de
zendniveaus, de pre/post-positie en de uitschakelinstellingen te regelen, zoals in de volgende tabel wordt aangegeven.
Regelaar

Normale mode

FLIP-mode

Faders

Kanaalniveau

AUX SEND-niveau

[ON]-knoppen

Kanaaluitschakeling

AUX SEND-uitschakeling

[PAN]-regelaar

Kanaalpan

AUX SEND-pan

2 Druk op de FADER MODE [AUX 1]–[AUX 5]-knoppen om de gewenste AUX
SEND (A–E) te selecteren.
De knopindicator van de geselecteerde SEND licht op.
3 Gebruik de faders, [ON]-knoppen en [PAN]-regelaar om de momenteel
geselecteerde AUX SEND te regelen.
Voor stereo AUX-ingangskanalen kunt u de linker- en rechterpanpots afzonderlijk instellen.
Druk, om dit te doen, herhaaldelijk op de FADER MODE [AUX 7]-knop. Als de knopindicator continu aan is, kunt u de linkerpanpot instellen. Als de knopindicator knippert,
kunt u de rechterpanpot instellen.

01V96—Handleiding

17
Afstandsbediening (Remote)

1 Druk herhaaldelijk op de FADER MODE [HOME]-knop zodat de knopindicator knippert.
De SELECT ASSIGN-parameter in de display geeft “FLIP” aan.

198

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

Plug-ins aan ProTools-kanalen toewijzen
U kunt als volgt plug-ins toewijzen aan vijf inserts die voor de ProTools-kanaalstrips beschikbaar zijn.
1 Druk op de [F2]-knop om de INSERT-displaymode te selecteren.
2 Druk op de FADER MODE [AUX 8]-knop.
De [AUX 8]-knopindicator knippert. U kunt nu een kanaal selecteren waarin u plug-ins
wilt tussenvoegen.
3 Druk op de [SEL]-knop van elk van de gewenste kanalen.
4 Zorg ervoor dat de INSERT/PARAM-knop (1) is geselecteerd in de INSERT
ASSIGN/EDIT-sectie.
Als de PARAM knop in plaats daarvan is geselecteerd, verplaats dan de cursor naar de knop
en druk vervolgens op [ENTER] om INSERT te selecteren.

2

1

5 Verplaats de cursor naar de ASSIGN-knop (2) en druk vervolgens op
[ENTER] om de knop aan te zetten.
U kunt nu plug-ins selecteren. Als u op een [SEL]-knop van een ander kanaal drukt nadat
u de ASSIGN-knop heeft aan gezet, gaat de knop uit. Als u plug-ins aan andere kanalen wilt
toewijzen, zet dan de ASSIGN knop weer aan.
6 Verplaats de cursor naar één van de vier parameterregelaars, en draai vervolgens aan het parameterwiel om een plug-in te selecteren.
Standaard maken de parameterregelaars het u mogelijk plug-ins te selecteren die aan de
kanaalinsertnummers 1–4 worden toegewezen. Druk, om een plug-in aan insertnummer 5
toe te wijzen, op de tabscrollknop [ ] om de indicatie in de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie
te wijzigen.
Als u het TDM-systeem gebruikt, kunt u ook externe effectprocessors toewijzen.

7 Druk op [ENTER] om de toewijzing te bevestigen.
Herhaal de stappen 6 en 7 om meer plug-ins aan andere insertie-posities in de kanaalstrip
toe te wijzen.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

199

8 Wijs, op dezelfde manier, plug-ins toe aan andere kanalen.
9 Als u klaar bent met het toewijzen van plug-ins, druk dan op de [AUX 8]knop.
De knopindicator gaat uit.

Plug-ins bewerken
U kunt plug-ins die in kanaalstrips zijn tussengevoegd als volgt bewerken:
1 Druk op de [F2]-knop om de INSERT-displaymode te selecteren.
2 Druk op de corresponderende [SEL]-knop om het kanaal te selecteren dat is
toegewezen aan de plug-in die u wilt bewerken.
3 Verplaats, in de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie, de cursor naar de PARAMETERregelaar (Insert 1–4) die is toegewezen aan de parameter die u wilt bewerken.
Opm.: Druk, om de plug-in die is toegewezen aan insertnummer 5 in te stellen, op de tabscrollknop [ ] om de parameterindicatie in de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie te wijzigen,
en selecteer vervolgens een PARAMETER-regelaar.

4 Druk op [ENTER] om de parameters weer te geven.
In de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie, wordt automatisch de PARAM knop geselecteerd en
het informatievak geeft de geselecteerde plug-inparameters aan.
U kunt nu de parameterregelaars 1–4 en de [ENTER]-knop gebruiken om de parameters
in te stellen.

17

01V96—Handleiding

Afstandsbediening (Remote)

5 Gebruik de tabscrollknoppen om de parameterwaarde weer te geven die u
wilt wijzigen.
De meeste plug-ins beschikken over vijf of meer parameters. Gebruik, om de vijfde van de
achtereenvolgende parameters te bewerken, de tabscrollknoppen om de gewenste parameters en hun waarden in de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie weer te geven. Het huidige paginanummer en de plug-innaam verschijnen even, onmiddellijk nadat u op de tabscrollknoppen drukt.

200

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

6 Verplaats de cursor naar een PARAMETER-regelaar, en draai vervolgens aan
het parameterwiel of druk op de [ENTER]-knop om de waarde aan te passen.
Er zijn één of twee parameters aan een enkele PARAMETER-regelaar toegewezen. Druk, om
de parameterinstelling aan of uit te zetten, op [ENTER]. Draai, om de parametervariabele
te veranderen, aan het parameterwiel.

7 Verplaats, als u klaar bent met het aanpassen van de parameters, de cursor
naar de INSERT/PARAM-knop en druk vervolgens op [ENTER] om deze naar
INSERT te schakelen.

Plug-ins omzeilen
U kunt plug-ins die aan ProTools-kanalen zijn toegewezen omzeilen.
Voordat u plug-ins omzeilt, moet u op de corresponderende [SEL]-knop drukken van een
kanaal waaraan de plug-ins zijn toegewezen, en daarna op de [F2]-knop drukken om de
INSERT-displaymode te selecteren.
Roep, om de plug-ins te omzeilen, de parameters van de plug-in die u wilt omzeilen op in
de INSERT ASSIGN/EDIT-sectie en zet vervolgens de BYPASS-knop aan.

Scrub & shuttle
Door de DAW SCRUB-parameter aan een van de USER DEFINED knoppen [1]–[8] toe te
wijzen, kunt u ProTools-tracks heen en weer "scrubben" door aan het parameterwiel te
draaien. Door de DAW SHUTTLE parameter aan één van de USER DEFINED-knoppen
[1]–[8] toe te wijzen, kunt u heen en weer "shuttlen" door aan het parameterwiel te draaien.
1 Wijs de DAW SCRUB- of DAW SHUTTLE-parameter toe aan één van de USER
DEFINED-knoppen [1]–[8].
Voordat u parameters toewijst aan deze knoppen, moet u van LAYER wisselen om de
remotefunctie te annuleren. Zie blz. 231 voor meer informatie over parameters toewijzen
aan de USER DEFINED-knoppen.
2 Druk op de LAYER [REMOTE]-knop om het op afstand besturen van ProTools
mogelijk te maken.
3 Zorg ervoor dat ProTools stil staat.
4 Druk op de USER DEFINED-knop waaraan u de DAW SCRUB- of DAW
SHUTTLE-parameter in stap 1 heeft toegewezen.
U kunt nu de Scrub- of Shuttlefunctie gebruiken.

01V96—Handleiding

ProTools REMOTE LAYER

201

5 Draai aan het parameterwiel.
Draai het parameterwiel met de klok mee om vooruit te scrubben of shuttlen. Draai tegen
de klok in om achteruit te scrubben of shuttlen.
De minimum scrubafspeelstap varieert afhankelijk van de zoominstelling in het EDITvenster van ProTools.
6 Druk, om de scrub- of shuttlefunctie te annuleren, op de USER DEFINEDknop of DAW SHUTTLE waaraan u de DAW SCRUB-parameter in stap 1 heeft
toegewezen.
U kunt de scrub- of shuttlefunctie ook annuleren door op de USER DEFINED-knop te
drukken waaraan de DAW STOP-parameter is toegewezen. De scrubfunctie wordt automatisch geannuleerd als u begint af te spelen of snel vooruit te spoelen.
Opm.: De scrub/shuttle-handeling kan onverwachts door ProTools gestopt worden. Zorg er
daarom voor dat, als u de scrub- of shuttlefunctie gebruikt, de P.WHEEL MODE-parameter
“SCRUB” of “SHUTTLE” aangeeft. U kunt de scrub/shuttle-functiestatus controleren door
de corresponderende USER DEFINED-knopindicator te bekijken.

Automatisering
Als u een parameter aan één van de USER DEFINED-knoppen toewijst die de automatiseringsmode van ProTools bestuurt (zoals DAW Auto Read, DAW Auto Touch, enz.), kunt u
de automatiseringsinstellingen van elk kanaal besturen door die USER DEFINED-knop te
gebruiken. Zie blz. 231 voor meer informatie over parameters toewijzen aan USER DEFINED-knoppen.
Druk op de [SEL]-knop van het STEREO OUT-kanaal. De knopindicator licht op, en de
[SEL]-knoppen van kanaal 1–16 komen beschikbaar voor automatiseringsmode-instellingen.
Druk op de [SEL]-knop van het gewenste kanaal terwijl u de voor automatisering geprogrammeerde USER DEFINED-knop ingedrukt houdt, om naar de automatiseringsinstellingen van het corresponderende kanaal te schakelen.
Als de [SEL]-knoppen van de kanalen beschikbaar zijn voor de automatiseringsmode-instellingen, zal drukken op de [SEL]-knoppen ervoor zorgen dat het "Fader Touch"- of
"Untouch"-commando naar ProTools wordt verzonden. Dit is handig voor het punch inen -out-opnemen van de automatisering.
Opm.: Een fader bedienen zorgt er ook voor dat er een "Fader Touch"-commando wordt
verzonden. Ook wordt er, wanneer de transportmode maar ook wordt gewijzigd (zoals afspelen
of stoppen), het "Fader Untouch"-commando verzonden.
Afhankelijk van de momenteel geselecteerde automatiseringsmode werken de [SEL]-knopindicators van de kanalen als volgt:
ProTools
Automatiseringsmode

DAW AUTO WRITE

Auto write

DAW AUTO TOUTCH

Auto touch

DAW AUTO LATCH

Auto latch

DAW AUTO READ

Auto read

DAW AUTO OFF

Auto off

[SEL]-knopindicator

Knippert rood
(klaar voor opname)
Rood (neemt op)
Continu aan
Uit

01V96—Handleiding

17
Afstandsbediening (Remote)

USER DEFINED
KEYS-functie

202

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

Nuendo REMOTE LAYER
U kunt Nuendo op afstand besturen via de REMOTE LAYER.

■ Computers configureren
1 Sluit de 01V96 aan op uw computer met een USB-kabel, en installeer de vereiste USB-driver die op de 01V96 CD-ROM is bijgeleverd.
Zie de Studio Manager Installation Guide voor meer informatie over het installeren van de
driver.
2 Start Nuendo op en selecteer het "Device Setup"-menu, en stel Nuendo zo
in dat de 01V96 met de software kan communiceren.
Zie de handleiding van Nuendo voor meer informatie over het instellen van de software.

■ De 01V96 configureren
1 Zie blz. 188 om te zien welke instellingen u moet maken op de DIO/SETUP
| MIDI/HOST-pagina.
2 Druk op de LAYER [REMOTE]-knop om de TARGET-parameter op Nuendo in
te stellen.
U kunt nu op afstand Nuendo besturen via de REMOTE LAYER.

REMOTE LAYER voor andere DAW
U kunt op afstand DAW-software besturen die het ProTools-protocol ondersteunt.

■ Computers configureren
1 Sluit de 01V96 aan op uw computer met een USB-kabel, en installeer de vereiste USB-driver die op de 01V96 CD-ROM is bijgeleverd.
Zie de Studio Manager Installation Guide voor meer informatie over het installeren van de
driver.
2 Start de DAW-software op en maak de instellingen zo dat de 01V96 met de
software kan communiceren.
Zie de handleiding van de DAW-software voor meer informatie over het instellen van de
software

■ De 01V96 configureren
1 Zie blz. 188 om te zien welke instellingen u moet maken op de DIO/SETUP
| MIDI/HOST-pagina.
2 Druk op de LAYER [REMOTE]-knop om de TARGET-parameter op General
DAW in te stellen.
U kunt nu op afstand de DAW-software besturen via de REMOTE LAYER.

01V96—Handleiding

MIDI REMOTE LAYER

203

MIDI REMOTE LAYER
Als u USER DEFINED als de target voor de REMOTE LAYER selecteert, kunt u op afstand
de parameters van externe MIDI-apparaten (zoals synthesizers en toongenerators) besturen door de [ON]-knoppen en faders van de kanalen te gebruiken om verscheidene MIDIboodschappen uit te sturen. (Dit wordt de MIDI REMOTE-functie genoemd.)
U kunt MIDI-boodschappen die aan de kanaalregelaars zijn toegewezen opslaan in vier
banken. Als de 01V96 de fabriek verlaat, bevatten deze banken MIDI-instellingen die u snel
op kunt roepen om de MIDI REMOTE-functie te gebruiken.
Indien nodig kunt u ook andere MIDI-boodschappen aan de faders of [ON]-knoppen toewijzen om de parameters van een aangesloten MIDI-apparaat op afstand te besturen.

De MIDI REMOTE-functie gebruiken
Deze sectie beschrijft hoe de fabriekspreset-MIDI REMOTE-instellingen die in de banken
zijn opgeslagen, op te roepen en te gebruiken.
Standaard bevatten de vier MIDI REMOTE-banken (banken 1–4) van de 01V96 de volgende MIDI-boodschappen.
Bank

Toepassing

Regelaarsfunctie
[ON]-knoppen

Faders

1

Pannen en instellen van de GM-geluidsniveaus

—

Volume

2

GM-geluidseffectzendniveaus instellen

—

Effectsend

3

Instellen van XG-geluidsniveaus

—

Volume

4

Aanpassen van mutes en niveaus van mixers van de
Cubase-serie.

Mute

Volume

1 Sluit de MIDI OUT-poort van de 01V96 aan op de MIDI IN-poort van het
MIDI-apparaat.

MIDI OUT

MIDI IN
CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

14

16

MUSIC PRODUCTION SYNTHESIZER
Integrated Sampling Sequencer
Real-time External Control Sur face
Modular Synthesis Plug-in System

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT

SONG SCENE

OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

CH15/16
2TR IN

INSERT I/O

REC

MONITOR
2TR IN

PAD
20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DIO/SETUP

SCENE

-16

-60
GAIN

DISPLAY ACCESS

PEAK
SIGNAL

13

PEAK
14 15
SIGNAL

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

LEVEL

10

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

EFFECT

DEC

INC

-9

VIEW

-12

FADER MODE

-15

Synthesizer

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

5

5

10
5

5

0 +10

5

0

5

5

5

5

5

5

5

5

5

10

5

10

5

15

5

15

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

50

1

15

15

2

15

20 10

3

4

15

5

15

6

15

7

15

15

8

15

9

15

10

15

20 10

20 10

20 10

20 10

11

12

15

13

20 10

14

ON

ST IN 2

0

5

20

20 10

15

0

10

0

0
10

15

15

SEL

SOLO

ON

ST IN 1

10

40

SEL

SOLO

ON

5
5

5
0

10
5

0 +10

5

5
5

0
10

10

0 +10

0 +10

5
5

0

0
10

10

0 +10

5
5

5
0

0
10

0 +10

5

5
5

5
0

10

0 +10

0 +10

5

5
5

0
10

10

0 +10

0 +10

5
5

5
0

10

10
5

0 +10

5
5

0

10
5

0 +10

5
0

0

0

5

5

5

5

0 +10

0 +10

0 +10

+10

SEL

15

40

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

17

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

Afstandsbediening (Remote)

01V96—Handleiding

204

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt.

1

3 Verplaats de cursor naar het REMOTE-parameterveld (1) in de SPECIAL
FUNCTIONS-sectie, draai aan het parameterwiel om MIDI te selecteren en
druk vervolgens op [ENTER].
Als de MIDI-poort al in gebruik is, verschijnt er een venster waarin de toewijzingsverandering
wordt bevestigd. Verplaats de cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER].
Tip: Als het REMOTE-parameterveld grijs is, ga dan verder met de stappen 4 en 5 om de
TARGET-parameter in te stellen, en keer vervolgens terug naar de stappen 2 en 3.
4 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | REMOTE-pagina verschijnt.
5 Verplaats de cursor naar het TARGET-parameterveld, draai aan het parameterwiel om USER DEFINED te selecteren en druk vervolgens op [ENTER].
Het bevestigingsvenster voor het veranderen van de instellingen verschijnt. Verplaats de
cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER]. De display verandert als volgt:

1
4

3
2

5

6

A TRANSMIT ENABLE/DISABLE
Deze knop schakelt de MIDI REMOTE-functie tussen ENABLE (mogelijk) en DISABLE
(niet mogelijk).

B INITIALIZE
Deze knop reset de instellingen die in de bank, die is geselecteerd via de BANK-parameter, zijn opgeslagen naar hun standaardinstellingen

C BANK
Deze parameter maakt het u mogelijk één van de vier banken te selecteren.

01V96—Handleiding

MIDI REMOTE LAYER

205

D ID, SHORT, LONG
Deze parameters tonen de kanaalnamen. De ID-parameter toont de kanaal-ID
(RM01–RM16) van het MIDI-apparaat dat momenteel bestuurd wordt.

E ON-sectie
Deze sectie toont het type MIDI-boodschappen (hexadecimaal of afkorting) die aan de
[ON]-knoppen van de momenteel geselecteerde kanalen (RM01–RM16) zijn toegewezen.
• LATCH/UNLATCH......Hiermee kan de omschakelfunctie van de [ON]-knoppen geactiveerd (Latch) of gedeactiveerd (Unlatch) worden.
• LEARN...........................Als u deze knop aan zet, zullen MIDI-boodschappen die via de
MIDI IN-poort worden ontvangen, worden toegewezen aan de
DATA-parametervelden.
• DATA-parametervelden..................... Deze velden tonen het type MIDI-boodschappen
(hexadecimaal of afkorting) die zijn toegewezen
aan de [ON]-knop.

F FADER-sectie
Deze sectie toont het type MIDI-boodschappen (hexadecimaal of afkorting) die aan de
faders van de momenteel geselecteerde kanalen (RM01–RM16) zijn toegewezen.
6 Verplaats de cursor naar de gewenste bankknop (BANK-parameterknoppen
1–4) en druk vervolgens op [ENTER].
7 Druk op de LAYER [REMOTE]-knop om REMOTE LAYER te selecteren.
U kunt nu de MIDI REMOTE-functie gebruiken.
8 Gebruik de faders en [ON]-knoppen om het MIDI-apparaat te besturen.

MIDI-boodschappen aan kanaalregelaars toewijzen
U kunt snel de MIDI REMOTE-functie gebruiken als u de fabriekspresets in de banken
gebruikt. U kunt echter ook de gewenste MIDI-boodschappen aan de faders of [ON]-knoppen toewijzen.
Deze sectie beschrijft hoe de MIDI-boodschappen aan de kanaalregelaars toe te wijzen,
waarbij het voorbeeld gebruikt wordt van het toewijzen van de Hold-boodschap (Besturingswijzigingsnr. 64;Waarden 127 & 0) aan de [ON]-knop van kanaal 1.
1 Sluit de MIDI IN-poort van de 01V96 aan op de MIDI OUT-poort van een
MIDI-keyboard waarop een voetschakelaar is aangesloten die de Hold-functie regelt. Zet de MIDI REMOTE-functie van de 01V96 aan.

MIDI OUT

MIDI IN

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

MIDI OUT

CH5-8

12
13

15

14

16

MIDI IN

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DIO/SETUP

SCENE

-16

+4 GAIN -26

-60
GAIN

DISPLAY ACCESS

PEAK
SIGNAL

13

LEVEL

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

EFFECT

VIEW

10

PHONES

+4 GAIN -26

PEAK
14 15
SIGNAL

PEAK
16
SIGNAL

MIDI-keyboard

SCENE MEMORY

STORE

RECALL

SOLO

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

DEC

INC

-9
-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

+10

0 +10

5

0 +10

5

0

0 +10

5

5
0

0

0 +10

5

5

5
0

10

0

0

5

5

0

10

10

10

10

15

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

15

40
50

5

15

5

15

20 10

5

15

20 10

5

15

5

15

5

15

5

15

5

15

20 10

5

15

20 10

5

15

20 10

5

15

20 10

5

15

5

15

SEL

SOLO

ON

ON

ST IN 1

10

5

SEL

SOLO

ON

ST IN 2

5

5
0

10

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5

SEL

5

15

5

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

17
Afstandsbediening (Remote)

CH1-4

Voetschakelaar

STEREO

01V96—Handleiding

206

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | REMOTE-pagina verschijnt en stel vervolgens de TARGET-parameter
in op USER DEFINED.
U kunt nu de MIDI REMOTE-functie gebruiken. Zie de voorgaande sectie voor meer informatie over het gebruik van de MIDI REMOTE-functie.
3 Verplaats de cursor naar de gewenste bankknop (BANK-parameterknoppen
1–4) en druk vervolgens op [ENTER].
4 Druk op de [SEL]-knoppen voor de gewenste kanalen.
De momenteel toegewezen MIDI-boodschappen verschijnen in de ON- en FADER-secties.
Tip: U kunt ook de gewenste kanalen kiezen via de ID-, SHORT- en LONG-parameters.
5 Verplaats de cursor naar de LEARN-knop in de ON-sectie en druk vervolgens
op [ENTER].
MIDI-boodschappen die ontvangen worden via de MIDI IN-poort van de 01V96 zullen
worden toegewezen aan de DATA-parametervelden in de ON-sectie.
6 Druk de voetschakelaar van het MIDI-keyboard in en houd deze ingedrukt.
De MIDI Hold ON-boodschap wordt toegewezen aan het DATA-parameterveld.

MIDI-boodschappen worden hieronder beschreven:
• 00–7F ............................. MIDI-boodschappen worden hexadecimaal weergegeven.
• END ............................... Deze boodschap geeft het eind van de MIDI-boodschappen
aan. Daaropvolgende boodschappen die aan de DATA-parametervelden zijn toegewezen zullen worden genegeerd.
• –...................................... Deze boodschap geeft aan dat er geen boodschappen zijn toegewezen aan de DATA-parametervelden.
Tip: Als u op de LEARN-knop klikt om MIDI-boodschappen toe te wijzen, herkent de 01V96
automatisch het eind van de boodschappen en wijst een END en “–” toe.
7 Zet, terwijl u de voetschakelaar ingedrukt houdt, de LEARN-knop uit.
8 Verplaats de cursor naar het derde parameterveld (“7F” in dit voorbeeld),
en draai vervolgens aan het parameterwiel om de waarde te wijzigen in SW.

“SW” is een variabele waarbij de wijziging afhankelijk is van de aan/uit-status van de [ON]knop. U kunt de volgende variabele in MIDI-boodschappen gebruiken.
• SW.................................. Deze variabele is alleen te kiezen in de DATA-parametervelden
van de ON-sectie. Als de [ON]-knoppen worden aangezet
wordt “7F” (127 decimaal) uitgestuurd. Als de [ON]-knoppen
worden uitgezet wordt “00” (0 decimaal) uitgestuurd.
• FAD................................ Deze variabele is alleen te kiezen in de DATA-parametervelden
van de FADER-sectie. Als u de faders bedient worden voortdu-

01V96—Handleiding

MIDI REMOTE LAYER

207

rend veranderende waarden in het bereik van 00 tot 7F (0–127
decimaal) uitgestuurd.
Tip: Als “SW” niet aan de DATA-parametervelden van de ON-sectie is toegewezen, worden
de huidige MIDI-boodschappen uitgestuurd.
Opm.: Zorg ervoor dat u één van de DATA parametervelden van de FADER-sectie instelt op
“FAD”. Als “FAD” niet is toegewezen, wordt de faderhandeling genegeerd.
9 Verplaats de cursor naar de LATCH/UNLATCH-knop, druk vervolgens op
[ENTER] om LATCH of UNLATCH te selecteren, afhankelijk van hoe u wilt dat
de [ON]-knoppen werken.
• LATCH...........................Herhaaldelijk op de [ON]-knoppen drukken verzendt beurtelings aan- en uit-boodschappen.
• UNLATCH ....................Drukken en ingedrukt houden van de [ON]-knoppen verstuurt aan-boodschappen en loslaten van de [ON]-knoppen
verstuurt uit-boodschappen.
Tip: Zie de schema’s hieronder voor informatie over hoe de [ON]-knoppen zich gedragen als
Latch of Unlatch is geselecteerd.

■ Als “SW” is toegewezen:
- LATCH

Uit

MIDI-dataverzending
(SW=7F)

MIDI-dataverzending
(SW=00)

Verlicht

Uit

- UNLATCH
MIDI-dataverzending
(SW=7F)
Uit

MIDI-dataverzending
(SW=00)

Verlicht

Uit

17

■ Als “SW” niet is toegewezen:

Afstandsbediening (Remote)

- UNLATCH
MIDI-dataverzending

Uit

Verlicht

Uit

Tip: Selecteer in de meeste gevallen Unlatch als SW niet is toegewezen.

01V96—Handleiding

208

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

10 Verplaats, om de kanaalnaam te wijzigen, de cursor naar het ID LONG-parameterveld en druk vervolgens op [ENTER] om het TITLE EDIT-venster op te roepen.
Zie blz. 30 voor meer informatie over namen bewerken.

Tip:
• Verplaats de cursor naar de INITIALIZE-knop en druk vervolgens op [ENTER]. Er wordt
een venster weergegeven die het u mogelijk maakt de parameterinstellingen in de momenteel
geselecteerde bank te resetten.
• U kunt ook handmatig MIDI-boodschappen aan de parametervelden toewijzen zonder de
LEARN-knop te gebruiken.

Machinebesturingsfunctie
De 01V96 kan de transportfuncties regelen en tracks selecteren op externe opnamemachines
die MMC ondersteunen, door commando’s via de MIDI OUT- of USB-poort te versturen.

Opm.: De bestuurbare parameters variëren afhankelijk van de aangesloten apparaten. Zie
de handleiding van het externe apparaat voor meer informatie over bestuurbare parameters.
1 Zie het diagram hieronder voor informatie over het aansluiten van de 01V96
op een extern apparaat.

MIDI OUT

MIDI IN

MIDI OUT

CH1-4

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

MIDI IN

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

14

16

R
IN

INPUT

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES
INSERT
OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

CH15/16
2TR IN

INSERT I/O

MONITOR
2TR IN

PAD
20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

GAIN

-60

-16

-60

GAIN

PEAK
SIGNAL

-16

-60

-16

-60

-16

-16

-60

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

-16

-60

-16

GAIN

-60

DIO/SETUP

PEAK
SIGNAL

-60
GAIN

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

SCENE

-16

GAIN

PEAK
SIGNAL

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

UTILITY

PAIR/
GROUP

PATCH

STORE

RECALL

SOLO

10

MMCondersteunende
machine

CLEAR

SELECTED CHANNEL

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

PHONES

0
-3

PAN

-6
EQ

DYNAMICS

EFFECT

DEC

INC

-9

VIEW

-12

FADER MODE

-15

EQUALIZER

-18
-24
-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
AUX 5

AUX 6

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

1-16

17-32

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

ST IN

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

5

5

10

10

5

10

10

0 +10

5

5
0

0 +10

5

5
0

5
0

0 +10

5

5

5
0

0 +10

0 +10

5

5
0

0

0

5

5

0

0

10

10

15

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

15

40
50

1

5

15

5

15

20 10

2

5

15

20 10

3

5

15

20 10

4

5

5

15

6

5

15

7

10
5

15

10
5

15

20 10

8

10
5

15

20 10

9

10
5

15

20 10

10

11

10

10
5

15

20 10

5

15

20 10

12

13

10

10
5

15

14

SEL

SOLO

ON

ON

ST IN 1

ST IN 2

5
5

5
0

SEL

SOLO

ON

10

5

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

10

0 +10

5

5
0

0

0 +10

5

5

5
0

0 +10

0 +10

5

5
0

0

0 +10

5

5

5

5

0

0 +10

0 +10

0 +10

+10

SEL

5

15

15

5

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

STEREO

2 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt.

1

01V96—Handleiding

Machinebesturingsfunctie

209

3 Verplaats de cursor naar het PORT-parameterveld in de MACHINE
CONTROL-sectie (1), en draai vervolgens aan het parameterwiel om de
MMC-bestemming te selecteren.
De volgende poorten en het volgende slot zijn beschikbaar als MMC-bestemming.
• MIDI ..............................MIDI-poort
• USB ................................USB-poort
• SLOT ..............................SLOT met een geïnstalleerde MY8-mLAN (mLAN-kaart)
Verplaats, als USB of SLOT is geselecteerd, de cursor naar het aangrenzende parameterveld
(rechts), en selecteer één van acht poorten.
4 Verplaats de cursor naar het DEVICE ID-parameterveld, en draai vervolgens
aan het parameterwiel om de MMC Device ID van de 01V96 op hetzelfde
ID-nummer in te stellen als het externe apparaat.
MMC-commando’s werken op apparaten die dezelfde Device ID gebruiken. daarom moet
de MMC Device ID van de 01V96 overeenkomen met de ID van de apparaten die u wilt
besturen.
5 Druk, om de besturing op afstand te starten, herhaaldelijk op de DISPLAY
ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/SETUP | MACHINE-pagina verschijnt.

2

3

1

4

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A LOCATE/TIME-sectie
•
•
•

B TRACK ARMING-sectie
Deze sectie bestuurt de tracks op externe machines.
• 1–24-knoppen ..............Deze knoppen zetten de externe tracks 1–24 aan of uit, en stellen de klaar-voor-opnamemode in of annuleren deze.
• ALL CLEAR...................Deze knop aanzetten schakelt alle knoppen (1–24) tegelijkertijd.

01V96—Handleiding

17
Afstandsbediening (Remote)

•

Deze sectie maakt het u mogelijk de locatiepunten in te stellen.
LOCATE 1–8 .................Deze knoppen lokaliseren de posities (aangegeven door de
TIME-waarden) op externe machines.
RTZ ................................Deze terug-naar-nul-knop lokaliseert de tijdcode-nulpositie op
externe machines.
TIME..............................Locatiepunten worden aangegeven in het uur/minuut/
seconde/frame-format.
CAPTURE .....................Deze knoppen halen de huidige positie op van externe machines en voeren de informatie in in de TIME-kolom.

210

Hoofdstuk 17—Afstandsbediening (Remote)

C TRANSPORT-sectie
•
•
•
•
•

Deze sectie maakt het u mogelijk de transportfuncties van externe machines te besturen.
REW............................... Deze knop begint het terugspoelen op externe machines.
FF ................................... Deze knop begint het snel vooruitspoelen op externe machines.
STOP.............................. Deze knop stopt externe machines.
PLAY .............................. Deze knop begint het afspelen op externe machines.
REC................................ Deze knop wordt samen met de PLAY/knop gebruikt om het
opnemen op externe machines te starten.

D FRAMES
Deze parameter selecteert de tijdcodeframesnelheid: 24, 25, 30D (drop frame) of 30.
6 Verplaats, om de transportfuncties te besturen, de cursor naar de gewenste
knop in de TRANSPORT-sectie en druk vervolgens op [ENTER].
7 Als u wilt, verplaats dan de cursor naar de knoppen en parameters in de
LOCATE/TIME-sectie en de TRACK ARMING-sectie, en druk vervolgens op de
[ENTER]-knop of draai aan het parameterwiel om de transportfuncties op
externe machines te besturen.
Tip: U kunt ook de geprogrammeerde USER DEFINED-knoppen gebruiken om de machinebesturingsfuncties te gebruiken. (Zie blz. 231 voor informatie over het toewijzen van functies
aan de USER DEFINED-knoppen.)

01V96—Handleiding

MIDI

211

18 MIDI
Dit hoofdstuk beschrijft de MIDI-gerelateerde functies van de 01V96.

MIDI & de 01V96
Het gebruik van besturingswijzigingen, programmawijzigingen en andere MIDI-boodschappen maken het u mogelijk scenes op te roepen en parameters te bewerken op de
01V96, en de interne data van de 01V96 op te slaan op externe MIDI-apparaten.
De 01V96 ondersteunt de volgende MIDI-boodschappen. Elke van deze MIDI-boodschappen kan afzonderlijk worden aan- of uitgezet voor verzending en ontvangst.
• Programmawijzigingen
Als u scenes van de 01V96 toewijst aan programmawijzigingsnummers, zal de 01V96 programmawijzigingen verzenden als er scenes worden opgeroepen. Ook zal de 01V96 van
scene veranderen als er programmawijzigingen worden ontvangen.
• Besturingswijzigingen
Als u de parameters van de 01V96 toewijst aan besturingswijzigingsnummers, zal de 01V96
de toegewezen besturingswijzigingen verzenden als de parameterwaarden wijzigen. Ook zal
de 01V96 bepaalde parameterwaarden veranderen als er corresponderende besturingswijzigingen worden ontvangen.
• Systeemexclusief-boodschappen
De 01V96 verzendt systeemexclusief-parameterwijzigingen in realtime als de parameterwaarden wijzigen. Ook zal de 01V96 bepaalde parameterwaarden veranderen als er toegewezen parameterwijzigingen worden ontvangen.
• MMC (MIDI-machinebesturing)
MMC wordt gebruikt voor externe machinebesturing.
• MIDI-noot aan/uit
Deze boodschappen worden gebruikt om het Freeze-effect aan te passen.
• Bulkdump-boodschappen
Deze boodschappen maken het u mogelijk de interne data van de 01V96 op te slaan op een
sequencer of MIDI-filer. Als de 01V96 deze boodschappen ontvangt, zullen ze de data van
de 01V96 overschrijven.
De 01V96 beschikt over de volgende interface voor het verzenden en ontvangen van MIDI-data.

• MIDI IN-/THRU-/OUT-poorten
Deze poorten verzenden en ontvangen MIDI-data naar en van standaard MIDI-apparaten.
Elke poort is een enkelvoudige poortinterface die enkelvoudige poortdata verzendt en ontvangt (16 kanalen x 1 poort). De MIDI THRU-poort verzendt MIDI-boodschappen die via
de MIDI IN-poort worden ontvangen zonder deze aan te passen (onveranderd).

Opm.: Als de computer is aangezet maar de USB MIDI-toepassing is niet opgestart, kan de
01V96 traag werken. Annuleer in dat geval de toewijzing van de USB-poort als de poort voor
de verzending van MIDI-boodschappen.

01V96—Handleiding

MIDI

• USB-poort
Deze poort wordt gebruikt om een computer op aan te sluiten en MIDI-boodschappen te
verzenden. Dit is een meervoudige poortinterface die data van tot 8 poorten kan verzenden
en ontvangen (16 kanalen x 8 poorten). Als u een computer op de USB-poort aansluit, moet
u de geschikte driversoftware op de computer installeren. Zie de Studio Manager
Installation Guide voor meer informatie over het installeren van drivers.

18

212

Hoofdstuk 18—MIDI

• SLOT
Als er een optionele “MY8-mLAN” I/O-kaart in het slot is geïnstalleerd, is de overdracht
van MIDI-data transfer van en naar een extern MIDI-apparaat beschikbaar via de MY8mLAN-kaart. Er kunnen MIDI-data voor tot acht poorten (16 kanalen x 8 poorten) worden
verzonden en ontvangen.

Instellen van de MIDI-poorten
Selecteer een poort voor de overdracht van MIDI-boodschappen
Druk, om MIDI-poorten voor de overdracht van MIDI-boodschappen te configureren,
herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/SETUP | MIDI/
HOST-pagina verschijnt. Deze pagina maakt het u mogelijk de in- en uitvoer van MIDIboodschappen in te stellen.

1

4

2
3

De volgende parameters zijn beschikbaar op deze pagina:

A GENERAL-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk poorten te selecteren die de MIDI-boodschappen,
zoals programmawijzigingen en besturingswijzigingen, verzenden en ontvangen.
• Rx PORT ....................... Deze parameter geeft een poort aan voor de ontvangst van algemene MIDI-data. Selecteer, in het linkerparameterveld, MIDI,
USB of SLOT (alleen beschikbaar als er een optionele mLANkaart is geïnstalleerd). Als u USB of SLOT selecteert, geef dan
het poortnummer (1–8) in het rechterparameterveld aan.
• Tx PORT ....................... Deze parameter geeft een poort aan voor de verzending van
algemene MIDI-data. De beschikbare poorten zijn dezelfde als
bij de Rx PORT-parameter.

B MIDI THRU-sectie
Deze parameters geven u de mogelijkheid de op één poort of slot binnenkomende MIDIdata naar een andere te routen zonder deze te veranderen. Selecteer een poort voor ontvangst in het eerste parameterveld, en selecteer een poort voor verzending in het volgende parameterveld (dat zich rechts van de pijl bevindt). Als u USB of SLOT selecteert,
geef dan het poortnummer aan in het kleine parameterveld dat aan het poortparameterveld grenst.

C MACHINE CONTROL-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk een methode te selecteren voor het op afstand besturen
van externe apparatuur die MMC ondersteunt, zoals een harddiskrecorder.
• PORT ............................. Selecteer MIDI, USB, of SLOT (alleen beschikbaar als er een
optionele mLAN-kaart is geïnstalleerd) voor de overdracht van

01V96—Handleiding

Instellen van de MIDI-poorten

213

MMC-commando’s. Als u USB of SLOT selecteert, geef dan het
poortnummer aan in het rechterparameterveld.
• DEVICE ID ...................Geef de MMC Device ID voor de 01V96 aan. MMC DeviceIDs identificeren aangesloten apparaten, waardoor ze kunnen
worden herkend tijdens de verzending en ontvangst van MMC.

D SPECIAL FUNCTIONS-sectie

•

•

•

•

Deze sectie maakt het u mogelijk om de poorten voor verscheidene bijzondere functies
aan te geven.
Studio Manager............Selecteer in het linkerparameterveld MIDI of USB als de poort
die door de bijgeleverde Studio Managersoftware gebruikt
moet worden. Geef in de twee kleine parametervelden rechts
een poortnummer (als u USB heeft geselecteerd) en een IDnummer aan.
DAW ...............................Selecteer USB of SLOT als poort voor gebruik met een DAW.
Geef in het rechterparameterveld een poortnummerpaar (1–2,
3–4, 5–6, 7–8) aan.
REMOTE ......................Deze parameter geeft de target (het doel) aan dat momenteel
voor REMOTE LAYER is geselecteerd. Als de target is ingesteld
op “USER DEFINED”, kunt u een poort als bestemming voor
MIDI-boodschappen selecteren.
CASCADE LINK ..........Deze parameter bepaalt of er MIDI-boodschappen worden
verzonden tussen twee gecascadeerde 01V96s. Als u MIDI
selecteert zullen er MIDI-boodschappen worden overgedragen
tussen twee gecascadeerde apparaten. Als u “–” selecteert zullen er geen MIDI-boodschappen worden overgedragen.
Als u MIDI selecteert, zal klikken op de TRANSMIT-knop tijdens een cascadeverbinding, het u mogelijk maken de interne
instellingen van de 01V96 die u bedient, naar een andere 01V96
te kopiëren. Dit stelt u in staat beide 01V96s van identieke
parameterinstellingen te voorzien. Klikken op de REQUESTknop tijdens een cascadeverbinding stelt u in staat de interne
instellingen van de andere 01V96 naar de 01V96 te kopiëren die
u bedient.

18
MIDI

01V96—Handleiding

214

Hoofdstuk 18—MIDI

MIDI-boodschappen voor verzending en ontvangst selecteren
U kunt MIDI-boodschappen selecteren die via een aangegeven poort moeten worden verzonden of ontvangen. Druk, om dit te doen, op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop, en vervolgens op de [F1]- knop om de MIDI | SETUP-pagina op te roepen.

1
2
3
4
5
6
7
Selecteer MIDI-kanalen voor verzending en ontvangst in de CHANNEL-regel, en zet de
verzending en ontvangst van elke van de MIDI-boodschappen aan of uit met de knoppen
in de parameterrij van PROGRAM CHANGE tot OTHER COMMANDS.

A CHANNEL
Deze parameterrij maakt het u mogelijk om MIDI-kanalen voor MIDI-boodschapverzending
en -ontvangst aan te geven. De volgende parameters zijn beschikbaar in deze regel:
• Tx ................................... Dit parameterveld geeft een MIDI-verzendkanaal aan.
• Rx ................................... Dit parameterveld geeft een MIDI-ontvangstkanaal aan.

B PROGRAM CHANGE

•
•
•

•

Deze parameterrij maakt de verzending en ontvangst van programmawijzigingen
mogelijk of onmogelijk.
Tx ON/OFF................... Voor het aan- of uitzetten van de verzending van programmawijzigingsboodschappen
Rx ON/OFF................... Voor het aan- of uitzetten van de ontvangst van programmawijzigingsboodschappen.
OMNI ON/OFF............ Als deze knop is aangezet worden programmawijzigingen op
alle MIDI-kanalen ontvangen, ongeacht de instelling van de
CHANNEL-regel.
ECHO ON/OFF ............Deze knop bepaalt of programmawijzigingsboodschappen die
worden ontvangen via de MIDI IN-poort worden doorgestuurd
naar de MIDI OUT-poort.

C CONTROL CHANGE
Deze parameterrij maakt de verzending en ontvangst van besturingswijzigingen mogelijk of onmogelijk.
• Tx ON/OFF................... Voor het aan- of uitzetten van de verzending van besturingswijzigingsboodschappen.
• Rx ON/OFF................... Voor het aan- of uitzetten van de ontvangst van besturingswijzigingsboodschappen.
• ECHO ON/OFF ........... Deze knop bepaalt of besturingswijzigingsboodschappen die
worden ontvangen via de MIDI IN-poort worden doorgestuurd naar de MIDI OUT-poort.

D PARAMETER CHANGE
Deze parameterrij maakt de verzending en ontvangst van parameterwijzigingen mogelijk of onmogelijk.
01V96—Handleiding

Scenes toewijzen aan programmawijzigingen voor het op afstand oproepen ervan

215

• Tx ON/OFF ...................Voor het aan- of uitzetten van de verzending van parameterwijzigingsboodschappen.
• Rx ON/OFF................... Voor het aan- of uitzetten van de ontvangst van parameterwijzigingsboodschappen.
• ECHO ON/OFF ............Deze knop bepaalt of parameterwijzigingsboodschappen die
worden ontvangen via de MIDI IN-poort worden doorgestuurd naar de MIDI OUT-poort.

E BULK
Deze parameterrij maakt de ontvangst van bulkdumpdata mogelijk of onmogelijk.
• Rx ON/OFF ...................Voor het aan- of uitzetten van de ontvangst van bulkdumpdata.

F OTHER COMMANDS
• ECHO ON/OFF .............Deze knop bepaalt of de overige via de MIDI IN-poort ontvangen
MIDI-boodschappen worden doorgestuurd naar de MIDI OUT-poort.

G Fader Resolution
Deze parameter geeft de resolutie aan van de waarden die worden uitgestuurd als u de faders van
de 01V96 bedient. Selecteer, om de faderwaardedata tussen twee gecascadeerde 01V96s over te
dragen, of om de bediening van de 01V96 op te nemen of terug te spelen via een sequencer, de
HIGH-knop. Als de LOW-knop wordt geselecteerd, schakelt de faderresolutie naar 256 stappen.

Scenes toewijzen aan programmawijzigingen voor het
op afstand oproepen ervan
U kunt scenes van de 01V96 toewijzen aan MIDI-programmawijzigingen voor het op afstand oproepen ervan. Als u een scene oproept op de 01V96, verstuurt het apparaat de toegewezen programmawijziging naar het aangesloten MIDI-apparaat. Als de 01V96 een programmawijziging ontvangt, wordt de toegewezen scene opgeroepen.
Standaard zijn scenes 1 t/m 99 achtereenvolgens toegewezen aan programmawijzigingen 1
t/m 99 en scenenr. 0 is toegewezen aan programmawijzigingsnummer 100, ofschoon u deze
toewijzingen kunt wijzigen.
Tip: U kunt een scene-naar-programmawijzigingstoewijzingstabel opslaan op een extern
apparaat via de MIDI-bulkdump of via de bijgeleverde Studio Manager-software.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt en geef vervolgens de poorten voor
verzending en ontvangst van MIDI-boodschappen aan (zie blz. 212).
2 Maak de aansluitingen waarbij u de in stap 1 geselecteerde poorten gebruikt, zodat
de 01V96 de MIDI-boodschappen van en naar het externe apparaat kan overdragen.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en druk vervolgens op de [F2]-knop.
De MIDI | PGM ASGN-pagina verschijnt.

18
MIDI

01V96—Handleiding

216

Hoofdstuk 18—MIDI

4 Verplaats de cursor naar een parameterveld in de PGM CHG-kolom, en draai
aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de programmawijzigingsnummers te selecteren waaraan u de scenes wilt toewijzen.
5 Druk op de cursorknop [ ] om de cursor naar een parameterveld in de
SCENE NO./TITLE-kolom te verplaatsen, en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om scenes te selecteren.
Tip:
• Als u een scene aan meerdere programmawijzigingen toewijst, wordt de programmawijziging met het laagste nummer gebruikt.
• U kunt de scene-naar-programmawijzigingstoewijzingstabel initialiseren door de cursor
naar de INITIALIZE-knop te verplaatsen en vervolgens op [ENTER] te drukken.
6 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om
de MIDI | SETUP-pagina op te roepen en geef dan de MIDI-verzend- en ontvangstkanalen aan.
7 Zet de PROGRAM CHANGE Tx ON/OFF- en Rx ON/OFF-knoppen aan.
Als de 01V96 nu programmawijzigingen op de aangegeven MIDI-kanalen ontvangt, worden de corresponderende scenes opgeroepen. Ook geldt dat als u van scene wisselt op de
01V96, de 01V96 de programmawijzigingen uitstuurt over de aangegeven MIDI-kanalen.

Parameters toewijzen aan besturingswijzigingen voor
realtimebesturing
U kunt parameters van de 01V96 toewijzen aan MIDI-besturingswijzigingen voor realtime
besturing. Als de 01V96 een besturingswijziging ontvangt zal de toegewezen parameter van
de 01V96 overeenkomstig worden ingesteld. Ook geldt dat als u een parameter op de 01V96
aanpast, de 01V96 de toegewezen besturingswijzigingsboodschap uitstuurt.
Tip: U kunt een parameter-naar besturingswijzigingstoewijzingstabel opslaan op een extern
apparaat via de MIDI-bulkdump of via de bijgeleverde Studio Manager-software.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt en geef vervolgens de poorten voor
verzending en ontvangst van MIDI-boodschappen aan (zie blz. 212).
2 Maak de aansluitingen waarbij u de in stap 1 geselecteerde poorten gebruikt, zodat de 01V96 de MIDI-boodschappen van en naar het externe
apparaat kan overdragen.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en druk vervolgens op de [F3]-knop.
De MIDI | CTL ASGN-pagina verschijnt. Deze pagina maakt het u mogelijk om de
parameters van de 01V96 toe te wijzen aan besturingswijzigingen.

1

01V96—Handleiding

Parameters toewijzen aan besturingswijzigingen voor realtimebesturing

217

Tip: Zie blz. 293 voor informatie over de standaard parameter-naar-besturingswijzigingstoewijzingen.
4 Verplaats de cursor naar de TABEL-knop van de MODE-parameter (1) en
druk vervolgens op [ENTER].
De MODE-parameter bepaalt welke MIDI-boodschappen worden verzonden als er parameters
van de 01V96 worden aangepast. De volgende opties zijn beschikbaar voor de MODE-parameter:
• TABLE ............................MIDI-besturingswijzigingsboodschappen worden verzonden
in overeenstemming met de toewijzingen op deze pagina.
• NRPN............................. De toewijzingen op de CTL ASGN-pagina worden genegeerd en
er worden van te voren vastgelegde NRPNs (Niet Geregistreerde
ParameterNummers) verzonden voor besturing op afstand.
Tip: NRPNs zijn speciale MIDI-boodschappen die drie verschillende besturingswijzigingen
combineren. Ze maken het u mogelijk veel parameters over één enkel MIDI-kanaal te regelen.
5 Als u de TABLE-knop in stap 4 heeft aangezet, verplaats de cursor dan naar
een parameterveld in de No. (CH)-kolom en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om de MIDI-kanalen en besturingswijzigingen te selecteren waaraan u parameters wilt toewijzen.
U kunt parameters toewijzen aan besturingswijzigingen tot op 16-kanalen op de CTL
ASGN-pagina, ongeacht de MIDI-kanalen die momenteel zijn geselecteerd voor
verzending en ontvangst.
Sla de stappen 5 en 6 over als u de NRPN-knop in stap 4 heeft aangezet.
6 Selecteer parameters in de parametervelden in de drie PARAMETER-kolommen.
Selecteer een parametergroep in het parameterveld in de eerste PARAMETER-kolom, en
geef de gewenste waarden aan in de parametervelden in de tweede en derde PARAMETERkolommen.
De volgende parameters en waarden zijn beschikbaar:
HIGH

MID

NO ASSIGN

LOW

—

—

CHANNEL

INPUT1–32/ST IN1–4

MASTER

BUS1–8/AUX1–8/STEREO

AUX1 SEND
AUX2 SEND
AUX3 SEND
FADER H

AUX4 SEND
AUX5 SEND

INPUT1–32/ST IN1–4

AUX6 SEND
AUX7 SEND
AUX8 SEND
BUS TO ST

BUS1–8

CHANNEL

INPUT1–32/ST IN1–4

MASTER

BUS1–8/AUX1–8/STEREO

18

AUX1 SEND

MIDI

AUX2 SEND
AUX3 SEND
FADER L

AUX4 SEND
AUX5 SEND

INPUT1–32/ST IN1–4

AUX6 SEND
AUX7 SEND
AUX8 SEND
BUS TO ST

BUS1–8

01V96—Handleiding

218

Hoofdstuk 18—MIDI

HIGH

MID

LOW

CHANNEL

INPUT1–32/ST IN1–4

MASTER

BUS1–8/AUX1–8/STEREO

AUX1 SEND
AUX2 SEND
AUX3 SEND
ON

AUX4 SEND
AUX5 SEND

INPUT1–32/ST IN1–4

AUX6 SEND
AUX7 SEND
AUX8 SEND
PHASE
INSERT ON

BUS TO ST

BUS1–8

CHANNEL

INPUT1–32/ST IN1L–4R

CHANNEL

INPUT1–32

MASTER

BUS1–8/AUX1–8/STEREO

AUX1 SEND
AUX2 SEND
AUX3 SEND
PRE/POST

AUX4 SEND
AUX5 SEND

INPUT1–32/ST IN1–4

AUX6 SEND
AUX7 SEND
AUX8 SEND
ON
TIME HIGH
TIME MID
IN DELAY

TIME LOW
MIX HIGH

INPUT1–32

MIX LOW
FB GAIN H
FB GAIN L
ON
OUT DELAY

TIME HIGH
TIME MID
TIME LOW

01V96—Handleiding

BUS1–8/AUX1–8/STEREO L,R

Parameters toewijzen aan besturingswijzigingen voor realtimebesturing

HIGH

MID

219

LOW

ON
Q LOW
F LOW
G LOW H
G LOW L
Q LO-MID
F LO-MID
G LO-MID H
G LO-MID L
Q HI-MID
EQ

F HI-MID

INPUT1–32/ST IN 1–4/BUS1–8/AUX1–8/STEREO

G HI-MID H
G HI-MID L
Q HIGH
F HIGH
G HIGH H
G HIGH L
ATT H
ATT L
HPF ON
LPF ON
ON
ATTACK
THRESH H
THRESH L
GATE

RANGE

INPUT1–32

HOLD H
HOLD L
DECAY H
DECAY L
ON
ATTACK
THRESH H
THRESH L
COMP

RELEASE H
RELEASE L

INPUT1–32/BUS1–8/AUX1–8/STEREO

RATIO
GAIN H
GAIN L
KNEE
CHANNEL
AUX1–2
PAN

AUX3–4

18

INPUT1–32/ST IN1L–4R

AUX5–6

BALANCE

BUS TO ST

BUS1–8

MASTER

STEREO

MIDI

AUX7–8

01V96—Handleiding

220

Hoofdstuk 18—MIDI

HIGH

MID

LOW

LFE H
LFE L
DIV (F)
DIV R
SURROUND

LR
FR

INPUT1–32/ST IN1L–4R

WIDTH
DEPTH
OFS LR
OFS FR
BYPASS
MIX
PARAM1 H
EFFECT

PARAM1 L

EFFECT1–4

:
PARAM32 H
PARAM32 L

Parameters die over een instellingsbereik van meer dan 128 stappen beschikken (zoals
fader- en delaytijdparameters) vereisen twee of meer besturingswijzigingsboodschappen
om de waarden aan te geven.
Als u bijvoorbeeld de faderparameters van bepaalde kanalen via besturingswijzigingen wilt
regelen, moet u hetzelfde kanaal aan twee besturingswijzigingsnummers toewijzen en
“FADER H” en “FADER L” selecteren voor de besturingswijzigingen in de parametervelden
in de eerste PARAMETER-kolom.

Als u de delaytijdparameters van een bepaald kanaal via besturingswijzigingen wilt regelen,
moet u dezelfde kanaaldelayparameters aan drie besturingswijzigingsnummers toewijzen,
en “TIME LOW”, “TIME MID” en “TIME HIGH” selecteren voor de besturingswijzigingen
in de parametervelden in de tweede (middelste) PARAMETER-kolom.

Opm.: Parameters met meer dan 128 instellingsmogelijkheden, vereisen een passende combinatie van bereikparameters (range) voor succesvolle MIDI-besturingswijziging.
Tip: U kunt de parameter-naar-besturingswijzigingstoewijzingstabel initialiseren door de
cursor naar de INITIALIZE-knop te verplaatsen en vervolgens op [ENTER] te drukken.
7 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om
de MIDI | SETUP-pagina op te roepen, en geef dan de MIDI-verzend- en
ontvangstkanalen aan.
8 Zet de CONTROL CHANGE Tx ON/OFF- en Rx ON/OFF-knoppen aan.
De parameters van de 01V96 zullen nu overeenkomstig worden ingesteld als de 01V96 de
corresponderende besturingswijzigingen ontvangt. Ook geldt dat als u de parameters van
de 01V96 aanpast, de 01V96 de corresponderende besturingswijzigingen zal verzenden.
Opm.: Let erop dat voordat u de parameters regelt via besturingswijzigingen, zowel de Tx als Rx
ON/OFF-knoppen in de PARAMETER CHANGE-regel op de MIDI | SETUP-pagina zijn uitgezet.

01V96—Handleiding

Parameters regelen via parameterwijzigingen

221

Parameters regelen via parameterwijzigingen
U kunt de parameters van de 01V96 in realtime regelen via parameterwijzigingsboodschappen die systeemexclusiefboodschappen zijn, in plaats van het gebruiken van MIDI-besturingswijzgingen.
Zie “MIDI-dataformat” aan het einde van deze handleiding, voor gedetailleerde informatie
over beschikbare parameterwijzigingen.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt en geef vervolgens de poorten voor
verzending en ontvangst van MIDI-boodschappen aan (zie blz. 212).
2 Maak de aansluitingen waarbij u de in stap 1 geselecteerde poorten gebruikt, zodat de 01V96 de MIDI-boodschappen van en naar het externe
apparaat kan ontvangen en verzenden.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en vervolgens op de [F1]-knop om
de MIDI | SETUP-pagina op te roepen, en zet dan de Tx en Rx ON/OFF-knoppen in de PARAMETER CHANGE-regel uit.
De 01V96 zal nu bepaalde parameterwaarden instellen als er corresponderende parameterwijzigingen worden ontvangen. Ook geldt dat als u bepaalde parameters van de 01V96
aanpast, deze de corresponderende parameterwijzigingen zal uitsturen.
Opm.: U hoeft geen MIDI-kanalen aan te geven om parameters te kunnen regelen via
parameterwijzigingen. Zorg ervoor dat zowel de Tx als Rx ON/OFF-knoppen in de
CONTROL CHANGE-regel uitgezet zijn.

18
MIDI

01V96—Handleiding

222

Hoofdstuk 18—MIDI

Parameterinstellingen via MIDI (bulkdump) verzenden
U kunt data die zijn opgeslagen in de 01V96, zoals libraries en scenes, backuppen naar een
extern MIDI-apparaat via MIDI-bulkdump. Op deze manier kunt u later oude 01V96-instellingen terugzetten door deze MIDI-data naar de 01V96 terug te zenden.
Opm.: Iets van de data die van de 01V96 naar de sequencesoftware wordt verzonden kan soms
wegvallen tijdens een bulkdumpverzending. Wij adviseren u, om dit te vermijden, de bijgeleverde Studio Manager-software te gebruiken om data van de 01V96 naar een extern
apparaat op te slaan.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP | MIDI/HOST-pagina verschijnt en geef vervolgens de poorten voor
verzending en ontvangst van MIDI-boodschappen aan (zie blz. 212).
2 Maak de aansluitingen waarbij u de in stap 1 geselecteerde poorten gebruikt, zodat de 01V96 de MIDI-boodschappen van en naar het externe
apparaat kan ontvangen en verzenden.
3 Druk op de DISPLAY ACCESS [MIDI]-knop en druk vervolgens op de [F4]knop.
De MIDI | BULK-pagina verschijnt.

1
2
3
4

De pagina bevat de volgende parameters:

A CATEGORY-sectie
Deze sectie maakt het u mogelijk de data voor verzending en ontvangst te selecteren.

B REQUEST
Verplaats de cursor naar deze knop en druk vervolgens op [ENTER] om de boodschappen te verzenden van de 01V96 die een tweede 01V96 (aangesloten op de eerste 01V96)
verzoekt om de data, die in de CATEGORY-sectie zijn aangegeven, te verzenden. Deze
knop wordt hoofdzakelijk gebruikt als er twee 01V96s in cascade zijn aangesloten.

C TRANSMIT
Verplaats de cursor naar deze knop en druk vervolgens op [ENTER] om de data die zijn
aangegeven in de CATEGORY-sectie naar een extern MIDI-apparaat te verzenden.

D INTERVAL
Deze parameter bepaalt de interval tussen datapakketten tijdens bulkverzending in stappen van 50 milliseconden. Als het externe apparaat delen van de bulkdata weg laat vallen, verhoog dan deze parameterwaarde.
4 Verplaats, in de CATEGORY-sectie, de cursor naar de knop van het datatype
dat u wilt verzenden en druk vervolgens op [ENTER].

01V96—Handleiding

Parameterinstellingen via MIDI (bulkdump) verzenden

223

De volgende opties zijn beschikbaar:
• ALL.................................Deze knop selecteert alle data die beschikbaar zijn voor bulkdump. Als deze knop is aangezet, worden alle overige knoppen
in deze sectie uitgezet.
• SCENEMEM .................Deze knop selecteert scenegeheugens. U kunt scenes die u wilt
verzenden selecteren in het parameterveld naast de knop.
• LIBRARY.......................Deze knop selecteert libraries. U kunt het type library selecteren in het TYPE-parameterveld (naast de knop) en vervolgens
het librarynummer aangeven in het parameterveld rechts.
• BANK.............................Deze parameter maakt het u mogelijk de USER DEFINED
KEY-banken (KEYS UDEF), USER DEFINED REMOTE
LAYER-banken (RMD UDEF) of USER ASSIGNABLE LAYERbanken (USR LAYER) voor bulkdump te selecteren. U kunt één
van deze drie types selecteren in het parameterveld naast de
knop en vervolgens de banken selecteren in het parameterveld
rechts.
• SETUPMEM .................Deze knop selecteert de setupdata van de 01V96 (dat wil zeggen: de systeeminstellingen).
• PGM TABLE ..................Deze knop selecteert de MIDI | PGM ASGN-pagina-instellingen.
• CTL TABLE....................Deze knop selecteert de MIDI | CTL ASGN-pagina-instellingen.
• PLUG-IN .......................Deze knop selecteert de instellingen van een in het slot geïnstalleerde optionele Y56K-kaart. U kunt Y56K-kaartprogramma’s
in het parameterveld naast de knop selecteren.
Opm.: Data die via de SETUPMEM-knop geselecteerd zijn, bevatten MIDI-verzend- en
ontvangstpoortinstellingen, alsook boodschapinstellingen Als u bulkdumpdata opslaat,
waarbij de ontvangst van bulkdumpdata is uitgeschakeld, naar een extern apparaat, zal de
01V96 later, als deze bepaalde data terugontvangen worden, de ontvangst van bulkdump
onmiddellijk uitschakelen, waardoor de 01V96 niet meer in staat zal zijn de rest van de
bulkdump te ontvangen. Let er daarom op dat u, voordat u de via de SETUPMEM-knop
geselecteerde data via een bulkdump wilt opslaan, de ontvangst en verzending van bulkdata
heeft aangezet!
5 Verplaats indien nodig de cursor naar het parameterveld naast de geselecteerde knop, en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/
[DEC]-knoppen om de gewenste bulkdata te selecteren.
Tip: Als u [ALL] in het parameterveld heeft geselecteerd, worden alle data die zijn geselecteerd
met de corresponderende knop verzonden als bulkdumpdata.

Tip: Verplaats, om de bulkdumpverzoekboodschap te verzenden, de cursor naar de REQUESTknop en druk vervolgens op [ENTER]. Als u de 01V96 zo instelt dat deze MIDI-boodschappen
naar en van een andere 01V96 zal verzenden en ontvangen, zal de andere 01V96 reageren op het
bulkdumpverzoek en de bulkdumpdata verzenden naar de 01V96 die u bedient.
7 Druk, om bulkdata te ontvangen, nogmaals op de DISPLAY ACCESS [MIDI]knop om de MIDI | SETUP-pagina op te roepen en zet vervolgens de Rx ON/
OFF-knop in de BULK-regel aan.
Als de 01V96 nu bulkdata ontvangt, worden de corresponderende interne data bijgewerkt.

01V96—Handleiding

18
MIDI

6 Verplaats, om de verzending van de bulkdata te starten, de cursor naar de
TRANSMIT-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De bulkdump wordt uitgevoerd. Tijdens het uitvoeren ervan, verschijnt het bulkdumpvenster, die de huidige status van de bulkdumpverzending aangeeft. Verplaats, om de bulkdumphandeling af te breken, de cursor naar de CANCEL-knop in het venster en druk vervolgens op [ENTER].

224

Hoofdstuk 18—MIDI

01V96—Handleiding

Overige functies

225

19 Overige functies
Dit hoofdstuk beschrijft de overige veelzijdige functies van de 01V96.

In- en uitgangskanaalnamen veranderen
U kunt de standaardnaam van de ingangskanalen (ingangskanalen 1–32, ST IN-kanalen 1–4)
en uitgangskanalen (AUX OUTs 1–8, BUS OUTs 1–8, STEREO OUT) desgewenst veranderen.

De ingangskanaalnamen veranderen
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]-knop tot de PATCH | IN
NAME-pagina verschijnt.

3

1

2

De kanaal-IDs, korte namen en lange namen worden van links naar rechts op de pagina
aangegeven. U kunt de korte namen in de parametervelden (1) in de middelste kolom
aangeven, en de lange namen in de parametervelden (2) in de rechter kolom.
2 Verplaats de cursor naar het gewenste parameterveld en gebruik vervolgens
het parameterwiel of de [INC]/[DEC]-knoppen om de poort te selecteren
waarvan u de naam wilt veranderen.
3 Druk op [ENTER].
Het TITLE EDIT-venster verschijnt, waardoor u de naam kunt bewerken.

19

Tip: De bewerkte naam wordt opgeslagen in de INPUT PATCH LIBRARY.

01V96—Handleiding

Overige functies

4 Bewerk de naam, verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens
op [ENTER].
De nieuwe naam is nu van kracht.

226

Hoofdstuk 19—Overige functies

Als het "Name Input Auto Copy"-selectievakje (3) is aangekruist, worden de eerste vier
karakters van een nieuw-ingevoerde lange naam automatisch gekopieerd naar de korte
naam. Andersom geldt dat een nieuw-ingevoerde korte naam automatisch wordt toegevoegd aan het begin van de lange naam.
U kunt alle poortnamen terugzetten naar hun standaardnaam door de cursor naar de
INITIALIZE-knop te verplaatsen en vervolgens op [ENTER] te drukken.

De uitgangskanaalnamen veranderen
Druk, om de uitgangskanaalnamen te veranderen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[PATCH]-knop tot de PATCH | OUT NAME-pagina verschijnt.

De procedure voor het bewerken van de namen, en het gebruik van het "Name Input Auto
Copy"-selectievakje en de INITIALIZE-knop, is hetzelfde als op de IN NAME-pagina.

Voorkeuren instellen
U kunt de standaardinstellingen en toepassingsinstellingen van de 01V96 veranderen via de
DIO/SETUP | PREFER1- en PREFER2-pagina’s. Druk, om één van deze voorkeurpagina’s
op te roepen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop .

PREFER1-pagina
Deze pagina maakt het u mogelijk om de 01V96 zo in te stellen dat als u een op een knop
op het bedieningspaneel drukt, de 01V96 automatisch de corresponderende displaypagina
toont, en bevestigings- en waarschuwingsmeldingen laat zien of juist niet.

01V96—Handleiding

Voorkeuren instellen

227

Deze pagina bevat de volgende parameters. (Deze parameters worden uitgelegd in de
volgorde van bovenaan de linkerkolom tot onderaan de rechterkolom.)
• Auto PAN Display
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt de PAN | ROUTE-pagina automatisch zodra u
de [PAN]-regelaar in de SELECTED CHANNEL-sectie bedient. In de stereosurroundmode
maakt bedienen van de [PAN]-regelaar het u mogelijk de linker- en rechterpaninstelling
aan te passen. In het andere geval maakt dit het u mogelijk de surroundpaninstellingen aan
te passen.
• Auto EQUALIZER Display
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt de EQ | EQ EDIT-pagina automatisch zodra u
op een EQ-gerelateerde knop in de SELECTED CHANNEL-sectie drukt.
• Auto SOLO Display
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt de DIO/SETUP | MONITOR-pagina automatisch zodra u een ingangskanaal naar solo schakelt.
• Auto WORD CLOCK Display
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt de DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina automatisch zodra de momenteel geselecteerde externe wordclockbron geen signaal meer geeft.
• Auto Channel Select
Als dit selectievakje is aangekruist kunt u een kanaal selecteren door de corresponderende
fader te bewegen of door de corresponderende kanaal [SOLO]- of [ON]-knop aan te zetten.
• Store Confirmation
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt het TITLE EDIT-venster om een SCENE- of
LIBRARY-geheugennaam in te kunnen voeren, wanneer u een SCENE- of LIBRARYgeheugen opslaat.
• Recall Confirmation
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt er een bevestigingsvenster als u een SCENE- of
LIBRARY-geheugen oproept.
• Patch Confirmation
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt er een bevestigingsmededeling als u de INPUT
PATCH of OUTPUT PATCH bewerkt.
• Pair Confirmation
Als dit selectievakje is aangekruist, verschijnt er een bevestigingsmededeling als u een paar
creëert of ontbindt.
• L/R Nominal Pan
Als dit selectievakje is aangekruist zullen linker/oneven- en rechter/even-signalen het nominale niveau (0 dB) gebruiken als de ingangs- en ST IN-kanalen uiterst links of rechts gepand worden. Als dit selectievakje niet is aangekruist gaat het signaal +3 dB in niveau omhoog.
• Fast Meter Fall Time
Als dit selectievakje is aangekruist dalen de niveaumeters sneller.

• MIDI Warning
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt er een waarschuwingsmededeling als er fouten
in de binnenkomende MIDI-boodschappen worden gedetecteerd.

01V96—Handleiding

19
Overige functies

• DIO Warning
Als dit selectievakje is aangekruist verschijnt er een waarschuwingmededeling als er fouten
worden gedetecteerd in de digitale audiosignalen die via de SLOT- of 2TR-digitale ingangen
worden ontvangen.

228

Hoofdstuk 19—Overige functies

• Initial Data Nominal
Als dit selectievakje is aangekruist worden de ingangskanaalfaders en ST IN-kanaalniveauregelaars op nominaal (0 dB) ingesteld als u scenenummer 0 oproept. (Als dit selectievakje
niet is aangekruist, worden ze ingesteld op –∞.)
• Scene MEM Auto Update
Als dit selectievakje is aangekruist kunt u de automatische scenegeheugenupdatefunctie (zie
blz. 165) gebruiken.
• Cascade COMM Link
Als dit selectievakje is aangekruist worden verscheidene functies en parameters van gecascadeerde 01V96s gekoppeld. (Zie blz. 234 voor meer informatie over cascadeverbindingen.)
Als het selectievakje niet is aangekruist wordt alleen de solofunctie gekoppeld.
• Auto Direct Out On
Als dit selectievakje is aangekruist en u wijzigt de DIRECT OUT-bestemming van het
kanaal van “–” naar een andere uitgang, wordt de DIRECT OUT van het kanaal automatisch aangeschakeld. Als u de DIRECT OUT-bestemming van het kanaal van een uitgang
naar “–” wijzigt, wordt de DIRECT OUT van het kanaal automatisch uitgeschakeld.

PREFER2-pagina
De PREFER2-pagina maakt het u mogelijk het in de display weergegeven kanaal te
benoemen en de helderheid van de display aan te passen.

1
2
3

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A Channel ID/Channel
Deze parameter selecteert een stijl voor het weergeven van het kanaal. Als het "Channel
ID"-selectievakje is aangekruist, verschijnt de kanaal-ID (bijvoorbeeld CH1, CH16,
AUX1). Als het "Channel Short Name"-selectievakje is aangekruist, verschijnt de korte
naam (zie blz. 225).

B Channel Copy Parameter
Deze parameter selecteert de kanaalparameters die moeten worden gekopieerd als u de
kanaalkopieerfunctie aan een van de USER DEFINED-knoppen toewijst (zie blz. 231).
U kunt meerdere opties selecteren.
• ALL ................................ Deze knop selecteert alle parameters die kunnen worden
gekopieerd. Als u deze knop aanzet worden alle andere opties
geannuleerd.
• FADER........................... Kopieert de faderwaarden.
• ON.................................. Kopieert de aan/uit-status van de [ON]-knoppen.

01V96—Handleiding

Een custom-LAYER creëren door kanalen te combineren (USER ASSIGNABLE LAYER)

•
•
•
•
•

229

PAN ................................Kopieert de paninstellingen.
SURR .............................Kopieert de surroundpaninstellingen.
AUX ................................Kopieert de AUX SEND-niveaus.
AUX ON ........................Kopieert de aan/uit-status van de kanaal-naar-AUX-signalen.
EQ...................................Kopieert de EQ-parameterwaarden.

C Display Brightness
Deze parameter stelt de helderheid van de LED-indicators in, in het bereik van 1 tot 4.

Een custom-LAYER creëren door kanalen te combineren
(USER ASSIGNABLE LAYER)
Als u de REMOTE LAYER-target instelt op “USER ASSIGNABLE” kunt u een customLAYER creëren door willekeurige kanalen (behalve de STEREO OUT) van de 01V96 te
combineren. Deze custom-LAYER wordt “USER ASSIGNABLE LAYER” genoemd.
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [DIO/SETUP]-knop tot de DIO/
SETUP| REMOTE-pagina verschijnt.
2 Stel de TARGET-parameter in op USER ASSIGNABLE en druk vervolgens op
[ENTER].
Er verschijnt een bevestigingsvenster.
3 Verplaats de cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER].
De 01V96 toont de onderstaande pagina.

1

4 Selecteer de kanalen die u aan de USER ASSIGNABLE LAYER toe wilt wijzen
via de 1–16-parametervelden (1).
U kunt tot vier 16-kanaalsetups in vier banken opslaan door tussen de banken 1–4 te schakelen via de BANK 1–4-knoppen.
Tip: U kunt de toewijzing naar de standaardinstelling terugzetten door de cursor naar de
CLEAR-knop te verplaatsen en op [ENTER] te drukken.

01V96—Handleiding

Overige functies

5 Gebruik de LAYER [REMOTE]-knop om de USER ASSIGNABLE LAYER toe te
wijzen of op te roepen.
U kunt de faders en [ON]-knoppen gebruiken om de toegewezen kanalen te regelen.

19

230

Hoofdstuk 19—Overige functies

De oscillator gebruiken
De 01V96 beschikt over een oscillator die u kunt gebruiken voor soundchecks. Volg de
onderstaande stappen om de oscillator te gebruiken:
1 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [UTILITY]-knop tot de UTILITY |
OSCILLATOR-pagina verschijnt.

1

3
4

2

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A OSCILLATOR ON
Deze parameterknop zet de oscillator aan of uit.

B WAVEFORM
Deze parameterknoppen selecteren de golfvorm voor de oscillator.

C LEVEL-sectie
De parameterregelaar in deze sectie stelt het uitgangsniveau van de oscillator in.

D ASSIGN-sectie
De knoppen in deze sectie selecteren waar het oscillatorsignaal naar toe moet.
2 Verplaats de cursor naar de knop waar u wilt dat het oscillatorsignaal naar
toe moet in de ASSIGN-sectie en druk vervolgens op [ENTER] (u kunt meerdere kanalen selecteren).
3 Verplaats de cursor naar één van de WAVEFORM-parameterknoppen en druk
vervolgens op [ENTER].
U kunt de volgende golfvormen selecteren:
• SINE 100Hz .................. 100 Hz sinus
• SINE 1kHz .................... 1 kHz sinus
• SINE 10kHz .................. 10 kHz sinus
• PINK RUIS ................... Roze ruis
• BURST RUIS ................ Ruispuls (200 msec roze ruis met intervallen van 4 seconden)
4 Verplaats de cursor naar de parameterregelaar in de LEVEL-sectie en draai vervolgens aan het parameterwiel om het oscillatorniveau op minimaal te zetten.
Opm.: Sinusgolfvormen en roze ruis geven een ongebruikelijk hoge geluidsdruk.
Oscillatorniveaus die te hoog zijn kunnen de luidsprekers beschadigen. Zorg ervoor dat als u de
oscillator gebruikt, het minimumniveau is ingesteld en verhoog vervolgens geleidelijk het niveau.
5 Verplaats de cursor naar de OSCILLATOR ON/OFF-knop en druk vervolgens
op de [ENTER] of [INC]/[DEC]-knoppen om de oscillator aan te zetten.
Het oscillatorsignaal wordt nu naar de kanalen gevoerd die in de ASSIGN-sectie zijn
geselecteerd.

01V96—Handleiding

De USER DEFINED KEYS gebruiken

231

6 Verplaats de cursor naar de parameterregelaar in de LEVEL-sectie en draai
vervolgens aan het parameterwiel om het oscillatorniveau te verhogen.
U kunt het huidige oscillatorniveau op de LEVEL-meter bekijken.

De USER DEFINED KEYS gebruiken
USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

U kunt elk van de meer dan 160 functies aan de USER DEFINED KEYS [1]–[8]-knoppen toewijzen.
Als u een functie, die gewoonlijk op een displaypagina wordt uitgevoerd, aan één van de
knoppen toewijst, kunt u de toegewezen knop als een verkorte manier gebruiken.
De functies die aan de USER DEFINED KEYS worden toegewezen, worden opgeslagen in banken.
Elke bank bevat de toewijzingen van alle acht knoppen. (Zie blz. 243 voor meer informatie over
de voorgeprogrammeerde bankinstellingen.) De 01V96 voorziet in acht banken (Bank A–H).
Omschakelen van bank maakt het u mogelijk om snel van toewijzing te veranderen.
Volg de onderstaande stappen om de functies aan de USER DEFINED KEYS toe te wijzen.
1 Druk op de USER ACCESS [UTILITY]-knop om de UTILITY| USER DEF-pagina
op te roepen.

1
3

2

4

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A INITIALIZE
Deze knop reset de inhoud van alle banken naar hun voorgeprogrammeerde instellingen.

B BANK
Deze knoppen selecteren de gewenste banken.

C TITLE
Deze parameter toont de naam van de bank die met de BANK-parameterknop geselecteerd is. Verplaats de cursor naar het TITLE-parameterveld en druk vervolgens op
[ENTER]. Het TITLE EDIT-venster verschijnt, waardoor u een naam in kunt voeren.

D 1–8
Deze parametervelden geven u de mogelijkheid functies aan de USER DEFINED KEYS
[1]–[8] toe te wijzen.

Tip: Als u een functie selecteert die wordt uitgevoerd op basis van een aangegeven nummer (bijvoorbeeld een functie die een bepaald SCENE- of LIBRARY-geheugen oproept of MIDI-boodschappen
verstuurt) verschijnt rechts een extra parameterveld waarin het nummer moet worden aangegeven.

01V96—Handleiding

Overige functies

2 Verplaats de cursor naar de gewenste BANK-parameterknop en druk vervolgens op [ENTER].
De corresponderende bank wordt geselecteerd, en de functies die zijn toegewezen aan de
USER DEFINED-knoppen in die bank worden in de 1–12-parametervelden getoond.

19

232

Hoofdstuk 19—Overige functies

3 Verplaats de cursor naar één van de 1–8-parametervelden en druk vervolgens op [ENTER].
De 01V96 toont het USER DEFINE SELECT-venster die het u mogelijk maakt functies aan
de geselecteerde knoppen toe te wijzen.

4 Verplaats de cursor naar de linkerkolom en draai vervolgens aan het parameterwiel of druk op de [INC]/[DEC]-knoppen om een functie te selecteren
die u wilt toewijzen.
Een functie is geselecteerd als deze in het gestippelde vak verschijnt. Zie blz. 241 voor een
compleet overzicht van toewijsbare functies.
5 Stel op dezelfde manier de middelste en rechterkolom in.
De items die in de middelste en rechterkolom verschijnen variëren afhankelijk van de functie die in stap 4 is geselecteerd.
6 Verplaats, om het venster te sluiten, de cursor naar de YES-knop en druk vervolgens op [ENTER].
Als het venster sluit, wordt de aangegeven functie toegewezen aan de geselecteerde USER
DEFINED-knop.
Verplaats, om de toewijzing te annuleren, de cursor naar de CANCEL-knop en druk vervolgens op [ENTER].
7 Als u functies toewijst waarvoor getallen nodig zijn (zoals het oproepen van
een SCENE- of LIBRARY-geheugen), verplaats de cursor dan naar het parameterveld die rechts wordt aangegeven en voer het getal in.
Tip:
• U kunt USER DEFINED KEYS-banken opslaan op een computerharddisk via de bijgeleverde Studio Manager-software. Zorg ervoor dat u belangrijk data backupt.
• U kunt ook de toewijzingsdata opslaan op een extern apparaat, zoals een MIDI-datafiler,
via MIDI-bulkdump (zie blz. 222).

01V96—Handleiding

Het bedieningsslot gebruiken

233

Het bedieningsslot gebruiken
De 01V96 beschikt over een bedieningsslotfunctie (Operation Lock) die voorkomt dat er
onbedoeld bewerkingen worden uitgevoerd en die toegang tot het bedieningspaneel alleen
mogelijk maakt via een wachtwoord.
Druk, om de bedieningsslotfunctie te gebruiken, herhaaldelijk op de [UTILITY]-knop om
de UTILITY | LOCK-pagina op te roepen.

1

2

3

Deze pagina bevat de volgende parameters:

A OPERATION LOCK
Deze knop activeert of annuleert het bedieningsslot. Als u deze knop aanzet verschijnt
het PASSWORD-venster.

Voer een vier-cijferig wachtwoord in via de [SEL]-knoppen van de kanalen 1-10 (de
[SEL]-knop van kanaal 10 voert “0” in). (De wachtwoordcijfers worden weergegeven als
asterisken.) Verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens op [ENTER] om
het bedieningsslot te activeren. Het standaardsfabriekswachtwoord is “1234”.
Druk om het bedieningsslot uit te schakelen op [ENTER]. Het "PASSWORD"-venster
verschijnt weer. Voer het wachtwoord in en selecteer de OK-knop. Het bedieningsslot is
uitgeschakeld.
Opm.: Als u het wachtwoord vergeet, kunt u het bedieningsslot niet uitschakelen. Zorg ervoor
dat u het wachtwoord opschrijft.

B OPERATION LOCK SAFE-sectie

01V96—Handleiding

19
Overige functies

Deze sectie maakt het u mogelijk bepaalde regelaars op het paneel te selecteren die niet
door het bedieningsslot worden beïnvloed. Verplaats, om alle knoppen tegelijkertijd te
deactiveren, de cursor naar de CLEAR ALL-knop en druk vervolgens op [ENTER].

234

Hoofdstuk 19—Overige functies

C PASSWORD
Deze knop maakt het u mogelijk om het huidige wachtwoord te veranderen. Verplaats
de cursor naar de PASSWORD-knop en druk vervolgens op [ENTER]. Het "SET
PASSWORD”-venster verschijnt, waardoor u het wachtwoord kunt veranderen.

Voer het huidige wachtwoord in in het PASSWORD-veld en voer een nieuw wachtwoord in in het NEW PASSWORD-veld. Het standaardsfabriekswachtwoord is “1234”.
Voer het nieuwe wachtwoord nogmaals in in het REENTRY-veld dat zich onder het
NEW PASSWORD-veld bevindt. Verplaats de cursor naar de OK-knop en druk vervolgens op [ENTER] om het wachtwoord te veranderen.
Tip: Verplaats, om het geregistreerde wachtwoord te wissen, de cursor naar de CLEAR-knop
en druk vervolgens op [ENTER]. Als u het wachtwoord vergeet, initialiseer dan de wachtwoordinstelling (zie blz. 239).

Consoles cascaderen
De 01V96 beschikt over een Cascade Bus die een cascadeverbinding mogelijk maakt. U
kunt twee 01V96s in cascade verbinden via de digitale in- en uitgangen of via de OMNI INen OUT-aansluitingen. Op deze manier kunnen twee consoles als één grote console werken,
waarbij de BUSsen 1–8, AUX SENDs 1–8, STEREOBUS en SOLOBUS van elk van de apparaten geïntegreerd worden.
De volgende functies worden tussen de twee gecascadeerde 01V96s via de MIDI IN- en
OUT -poorten gekoppeld.
• Displaypaginaselectie
• AUX-selectie
• Solofunctie
• Fadermode
• Meetpositie
• Peak Hold aan/uit
• Meter Fast Fall aan/uit
• Scene opslaan, oproepen en bewerken van de titel
Tip:
• Kruis, om functies en parameters (met uitzondering van de solofunctie) te koppelen, het
"Cascade COMM Link"-selectievakje aan op de SETUP | PREFER1-pagina (zie blz. 226).
• De solofunctie is altijd gekoppeld, ongeacht de status van het "Cascade COMM Link"selectievakje.

01V96—Handleiding

235

Consoles cascaderen

De volgende paragrafen leggen uit hoe een cascadeverbinding te maken met gebruikmaking
van twee 01V96s en de in- en uitgangen van de in de slots van elk van de 01V96s geïnstalleerde digitale I/O-kaart.
1 Installeer een digitale I/O-kaart in het slot van elk van de twee 01V96s.
2 Sluit de twee 01V96s als volgt aan:
• Sluit de uitgang van de digitale I/O-kaart van de zendende 01V96 (slave) aan op de ingang van de digitale I/O-kaart van de ontvangende 01V96 (master).
• Sluit de ADAT IN-aansluiting van het masterapparaat aan op de ADAT OUT-aansluiting van het slaveapparaat.
• Sluit de MIDI IN-poort van het masterapparaat via een MIDI-kabel aan op de MIDI
OUT-poort van het slaveapparaat.
• Sluit de MIDI OUT-poort van het masterapparaat via een MIDI-kabel aan op de MIDI
IN-poort van het slaveapparaat.

OUT

IN

MY8-AT
etc.
ADAT OUT-

SLOT
2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

ADAT INaansluiting

SLOT

aansluiting

aansluiting
CH1-4

1

MY8-AT
etc.

MIDI
IN/OUT-

MIDI
IN/OUT-

aansluiting

CH9-12

CH1-4

1

PHANTOM +48V

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

CH5-8

12
13

15

14

16

CH9-12

PHANTOM +48V

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B
IN

INPUT

L

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

A

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

B

R
OUT

R
IN

INPUT

2TR

(BAL)

OUT

2TR

(BAL)

-10dBV (UNBAL)

-10dBV (UNBAL)
PHONES

INSERT

PHONES
INSERT

OUT IN
(UNBAL)

OUT IN
(UNBAL)

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

INSERT I/O

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

20dB

CH15/16
2TR IN

MONITOR
2TR IN

PAD
+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

+4 GAIN -26

0

LEVEL

10

MONITOR
OUT
-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DISPLAY ACCESS

DIO/SETUP

SCENE

13

PEAK
14 15
SIGNAL

LEVEL

10

UTILITY

PATCH

EFFECT

VIEW

RECALL

SOLO

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

-16

-60

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

GAIN

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

PEAK
SIGNAL

DIO/SETUP

UTILITY

PATCH

EFFECT

VIEW

RECALL

PAN

DEC

-30
AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

-36

HIGH

Q

-48

STEREO
HIGH-MID

HIGH-MID

FREQUENCY

HOME (METER)
LOW-MID

LAYER
ENTER

17-32

ENTER

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

1

2

0 +10

3

0 +10

5

4

0 +10

5

5

5

0 +10

5

5

6

0 +10

5

5

5

5

8

7

0 +10

0 +10

5

5

9

0 +10

5

5

10

0 +10

5

5

11

0 +10

5

5

12

0 +10

5

5

13

0 +10

5

5

14

0 +10

5

5

15

0 +10

5

5

ON

16

0 +10

5

5

SEL

5

10

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

0

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

15

5
0

10
5

15

5
0

10
5

15

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SEL

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

SOLO

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

ON

10
5

15

+10

5

2

0 +10

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

3

0 +10

5

4

0 +10

5

5

5

0 +10

5

5

6

0 +10

5

5

5

5

8

7

0 +10

0 +10

5

5

9

0 +10

5

5

10

0 +10

5

5

11

0 +10

5

5

12

0 +10

5

5

13

0 +10

5

5

14

0 +10

5

5

15

0 +10

5

5

16

0 +10

5

5

ON

5

5

10

10

15

15

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20 10

20

20

30

15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30 15

30

30

40

20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40 20

40

40

30

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50 30
60 40
70
50

50

50

60
70

60
70

STEREO

0

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

0

10
5

15

15

5
0

10
5

15

5
0

10
5

0

10
5

15

10
5

15

5

4

5

6

7

8

40
50

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

AUX 1

AUX 2

AUX 3

AUX 4

AUX 5

AUX 6

AUX 7

AUX 8

BUS 1

BUS 2

BUS 3

BUS 4

BUS 5

BUS 6

BUS 7

BUS 8

01V96 (Slave)

ON

ST IN 2

5

20 10

0
10

15

2

SEL

SOLO

ON

0

20 10

0

5
1

SEL

SOLO

ST IN 1

0

20 10

USER DEFINED
KEYS

3

50

1

ST IN 2

SEL

10

0

10
5

SEL

5
5

10

15

20 10

0
10

15

ST IN

SEL

5

20 10

5

LOW

GAIN

MASTER REMOTE

SEL

0

20 10

0

17-32

SEL

ST IN 1

0

10

10

1-16

ST IN

SEL

40

CLEAR

EQUALIZER

LOW-MID

15

SOLO

INC

-9
-15
-24

HIGH

Q

LAYER

5

10

-18

-36

HOME (METER)

0

LEVEL

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

-12

FADER MODE

FREQUENCY

5

PEAK
14 15
SIGNAL

STORE

EQ

DYNAMICS

-48

+10

13

0

SELECTED CHANNEL

-6

INC

EQUALIZER

STEREO

1-16

10

0

-30

AUX 8

+4 GAIN -26

LEVEL

SCENE MEMORY

MIDI

PAIR/
GROUP

-24
AUX 4

AUX 7

-60

GAIN

PEAK
SIGNAL

-18

AUX 3

+4 GAIN -26

0

-3
DEC

-9

AUX 6

-16

GAIN

PEAK
SIGNAL

OVER

PAN

-6

AUX 2

-60

GAIN

PEAK
SIGNAL

PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

-15

AUX 1

-16

GAIN

PEAK
SIGNAL

SCENE

CLEAR

-12

AUX 5

-60

GAIN

PEAK
SIGNAL

SELECTED CHANNEL

0

FADER MODE

-16

GAIN

-3

EQ

DYNAMICS

+4 GAIN -26

MONITOR
OUT
-16

DISPLAY ACCESS

STORE

+4 GAIN -26

PHONES

PEAK
16
SIGNAL

SCENE MEMORY

MIDI

PAIR/
GROUP

OVER
PAN/
/ INSERT/
ROUTING
DELAY

0

USER DEFINED
KEYS

1

2

3

4

5

6

7

8

STEREO

01V96 (Master)

3 Druk, op het slaveapparaat, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]knop tot de PATCH | OUT PATCH-pagina verschijnt.

Opties

Omschrijving

CAS BUS1–BUS8

BUS 1–8-cascadeuitgangen

CAS AUX1–AUX8

AUX BUS 1–8-cascadeuitgangen

CAS ST-L, CAS ST-R

STEREOBUS L & R-cascadeuitgangen

CASSOLOL, CASSOLOR

SOLO-bus L & R-cascadeuitgangen

01V96—Handleiding

19
Overige functies

4 Wijs de BUS-signalen toe aan de kanalen die voor de cascadeverbinding worden gebruikt.
De volgende signalen zijn beschikbaar:

236

Hoofdstuk 19—Overige functies

In de volgende voorbeelddisplaypagina zijn de BUS 1–8, AUX SEND 1–4, STEREOBUS en
SOLO-bussignalen gekoppeld via de ADAT IN- en OUT-aansluitingen en twee 8-kanaals
digitale I/O-kaarten (zoals MY8-AT).

Tip: Uiteraard kunnen ook andere verbindingen worden gemaakt, afhankelijk van het type
en aantal bussen dat gebruikt wordt voor de cascadeverbinding.
Opm.: Aangezien het aantal kanalen dat beschikbaar is op een digitale I/O-kaart beperkt is,
zijn in dit voorbeeld alleen de AUX SENDs 1–4 gecascadeerd. Het gebruik van een 16-kanaals
digitale I/O-kaart (zoals de MY16-AT) maakt het u mogelijk alle bussen te cascaderen.
5 Druk, op het masterapparaat, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [PATCH]knop tot de PATCH | CASCADE IN-pagina verschijnt.
6 Selecteer de ingangskanalen op het masterapparaat waarop de BUS-signalen van het slaveapparaat binnenkomen.
De volgende displaypagina is een voorbeeld van de ontvangst van de BUS 1–8-, AUX SEND
1–4-, STEREOBUS- en SOLOBUS-signalen van het slaveapparaat via de ADAT IN- en
OUT-aansluitingen en twee 8-kanaals digitale I/O-kaarten (zoals de MY8-AT).

Opm.: Zorg ervoor dat u de slavebussignalen naar dezelfde bussen op het masterapparaat
routet. Foutief routen zal resulteren in een foutieve cascadeverbinding.
7 Druk, op het masterapparaat, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[DIO/SETUP]-knop tot de DIO/SETUP | CASCADE-pagina verschijnt, en pas
vervolgens de verzwakkers aan via de parameterregelaars.
De DIO/SETUP | CASCADE-pagina maakt het u mogelijk om het niveau van signalen die op
de CASCADE BUS binnenkomen aan te passen via de speciale verzwakkers (attenuators). U
kunt ook de CASCADE BUSSEN aan of uit zetten via de knoppen onder de parameterregelaars.

01V96—Handleiding

Consoles cascaderen

237

8 Druk herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS
[DIO/SETUP]-knop om de DIO/SETUP |
MIDI/HOST-pagina op te roepen en stel vervolgens de "Cascade Link"-parameter in op
“MIDI”.

9 Herhaal stap 8 voor het masterapparaat.
Na de stappen 8 en 9 zal het slaveapparaat in staat zijn MIDI-boodschappen te verzenden
en ontvangen.
10 Roep, om de parameters van de beide
01V96s met elkaar overeen te laten komen,
de DIO/SETUP | MIDI/HOST-pagina op op
het kopieerbronapparaat.
Verplaats de cursor naar de TRANSMIT-knop
van de SYNC-parameter en druk vervolgens
op [ENTER].
Data, zoals LIBRARY- en SCENE-geheugens worden
van het kopieerbronapparaat naar de andere 01V96
gekopieerd via de MIDI-poorten. Als u de REQUESTknop in plaats van de TRANSMIT-knop van de SYNC parameter selecteert, kunt u de
kopieerrichting omdraaien.
Als u dit allemaal gedaan heeft, zijn de BUS1–8, AUX 1–4 en de STEREOBUS van beide
01V96s geïntegreerd, en de data worden uitgestuurd via de BUS OUTs 1–8, AUX OUTs 1–4
en de STEREO OUT van het masterapparaat. Als u kanalen naar solo schakelt op één van de
01V96s, kunt u het naar solo-geschakelde signaal beluisteren via de MONITOR-uitgangen.

19
Overige functies

01V96—Handleiding

238

Hoofdstuk 19—Overige functies

De batterij en de systeemversie controleren
De UTILITY | BATTERY-pagina maakt het u mogelijk om de toestand van de interne geheugenbatterij en het systeemversienummer te controleren. Druk, om deze pagina op te
roepen, herhaaldelijk op de DISPLAY ACCESS [UTILITY]-knop.

1

2
A Status
Als de status “Okay” is, beschikt de batterij over voldoende spanning om zijn werk te
doen. Als de status “Voltage Low!” is, vraag uw Yamaha-dealer of geautoriseerd Yamahaservicecenter dan zo snel mogelijk om de batterij te vervangen. Het niet vervangen van
een batterij met lage spanning kan resulteren in het verloren gaan van data.
Opm.: Probeer niet zelf de batterij te vervangen aangezien dit tot ernstige beschadiging kan
leiden.

B Ver X.XX (X.XX staat voor het versienummer.)
Deze indicator geeft het systeemversienummer. Controleer het huidige systeemversienummer voordat u de systeemsoftware bijwerkt.

01V96—Handleiding

De 01V96 initialiseren

239

De 01V96 initialiseren
U kunt alle momenteel-opgenomen instellingen wissen en de voorgeprogrammeerde
fabrieksinstellingen terugroepen en het bedieningsslotwachtwoord terugzetten naar de
fabrieksinstelling. Volg de hieronder vermelde stappen.
Opm.:
• Als u de 01V96 naar de voorgeprogrammeerde fabrieksinstellingen terugzet, zullen alle
SCENE- , LIBRARY- en andere data die u reeds heeft opgeslagen worden gewist. Wees dus
voorzichtig!
• Zorg ervoor dat, als u de huidige interne data wilt bewaren, u eerst een backup van de data
maakt via de bijgeleverde Studio Manager-software.
Tip:
• U kunt de data ook opslaan op een extern MIDI-apparaat, zoals een MIDI-datafiler, via
MIDI-bulkdump (zie blz. 222).
1 Zorg ervoor dat de 01V96 is uitgezet.
2 Zet, terwijl u de SCENE MEMORY [STORE]-knop ingedrukt houdt, de POWER
ON/OFF-knop aan,
Na een ogenblik zal de 01V96 het volgende bevestigingsvenster tonen.

3 Verplaats, om de 01V96 terug te zetten naar de standaard fabrieksinstellingen, de cursor naar de INITIALIZE-knop en druk vervolgens op [ENTER].
Verplaats, om de initialisatiehandeling te annuleren, de cursor naar de CANCEL-knop en
druk vervolgens op [ENTER].
Als de interne data volledig is overschreven, start de 01V96 opnieuw op met de fabrieksinstellingen.
4 Verplaats, om het bedieningswachtwoord terug te zetten naar de fabrieksinstelling, in stap 2 de cursor naar de PASSWORD-knop en druk vervolgens
op [ENTER].
Het wachtwoord wordt teruggezet naar “1234”.
Als u na het verschijnen van het bevestigingsvenster geen actie onderneemt, zal het venster
automatisch sluiten en de 01V96 start opnieuw op zonder te worden geïnitialiseerd.

19
Overige functies

01V96—Handleiding

240

Hoofdstuk 19—Overige functies

De faders kalibreren
De posities van de gemotoriseerde faders van de 01V96 kunnen na verloop van tijd en
afhankelijk van de werkomstandigheden en omgeving enigszins verlopen. Via de kalibratiefunctie kunt u de faders weer corrigeren.
1 Zorg ervoor dat de 01V96 is uitgezet.
2 Zet, terwijl u de [ENTER]-knop ingedrukt houdt, de POWER ON/OFF-knop
aan.
Na een ogenblik geeft de 01V96 een mededeling om aan te geven dat de kalibratie wordt uitgevoerd. De kalibratie neemt ongeveer twee minuten in beslag. Het is belangrijk dat u de
faders niet aanraakt, terwijl deze mededeling wordt getoond.
Als de kalibratie is afgerond, toont de 01V96 een pagina die het u mogelijk maakt de faderpositie nauwkeurig af te stellen.
3 Volg de instructies in de display en zet alle faders terug naar –∞, en druk vervolgens op [ENTER].
4 Stel de faders 1–16 in op –15 en de STEREO-fader op –30, en druk vervolgens
op [ENTER].
5 Stel de faders 1–16 in op 0 en druk vervolgens op [ENTER].
Ga door met de volgende stap zonder op dit moment de STEREO-fader te verplaatsen.
6 Stel tenslotte de faders 1–16 in op +10 en de STEREO-fader op 0, en druk
vervolgens op [ENTER].
Dit is heteinde van het faderkalibratieproces. De 01V96 start opnieuw op in de normale
mode.

01V96—Handleiding

USER DEFINED KEYS

241

Appendix A: Parameteroverzichten
USER DEFINED KEYS
Nr.

Functie

Nr.
Display

Functie

Display

47

Input MUTE Group Enable J

IN Mute Group J
IN Mute Group K

48

Input MUTE Group Enable K

0

No Assign

No Assign

49

Input MUTE Group Enable L

IN Mute Group L

1

Scene MEM. Recall +1

Scene +1 Recall

50

Input MUTE Group Enable M

IN Mute Group M

2

Scene MEM. Recall –1

Scene –1 Recall

51

Input MUTE Group Enable N

IN Mute Group N

3

Scene MEM. Recall No. XX

Scene XX Recall

52

Input MUTE Group Enable O

IN Mute Group O

4

Effect-1 Lib. Recall +1

Fx1 Lib+1 Recall

53

Input MUTE Group Enable P

IN Mute Group P

5

Effect-1 Lib. Recall –1

Fx1 Lib–1 Recall

54

Output Fader Group Enable Q

OutFader Group Q

6

Effect-1 Lib. Recall No.XX

Fx1 LibXXX RCL.

55

Output Fader Group Enable R

OutFader Group R

7

Effect-2 Lib. Recall +1

Fx2 Lib+1 Recall

56

Output Fader Group Enable S

OutFader Group S

8

Effect-2 Lib. Recall –1

Fx2 Lib–1 Recall

57

Output Fader Group Enable T

OutFader Group T

9

Effect-2 Lib. Recall No.XX

Fx2 LibXXX RCL.

58

Output MUTE Group Enable U

Out Mute Group U

10

Effect-3 Lib. Recall +1

Fx3 Lib+1 Recall

59

Output MUTE Group Enable V

Out Mute Group V

11

Effect-3 Lib. Recall –1

Fx3 Lib–1 Recall

60

Output MUTE Group Enable W Out Mute Group W

12

Effect-3 Lib. Recall No.XX

Fx3 LibXXX RCL.

61

Output MUTE Group Enable X

13

Effect-4 Lib. Recall +1

Fx4 Lib+1 Recall

62

PEAK HOLD On/Off

Peak Hold

14

Effect-4 Lib. Recall –1

Fx4 Lib–1 Recall

63

OSCILLATOR On/Off

OSC ON/OFF

15

Effect-4 Lib. Recall No.XX

Fx4 LibXXX RCL.

64

SOLO Enable

SOLO ENABLE

16

Effect-1 Bypass On/Off

Fx1 Bypass

65

Control Room Monitor MONO C-R MONO

17

Effect-2 Bypass On/Off

Fx2 Bypass

66

Pan / Surround Link

PAN/SURR LINK

18

Effect-3 Bypass On/Off

Fx3 Bypass

67

Channel Name ID/Short

CH ID/Short

19

Effect-4 Bypass On/Off

Fx4 Bypass

68

Channel Copy

Channel Copy

20

Channel Lib. Recall +1

CH Lib+1 Recall

69

Channel Paste

Channel Paste

21

Channel Lib. Recall –1

CH Lib–1 Recall

70

Display Back

Display Back

22

Channel Lib. Recall No. XX

CH LibXXX Recall

71

Display Forward

Display Forward

23

GATE Lib. Recall +1

Gate Lib+1 RCL.

72

UDEF KEYS BANK +1

UDEF KEYS BANK+1

24

GATE Lib. Recall –1

Gate Lib–1 RCL.

73

UDEF KEYS BANK –1

UDEF KEYS BANK–1

25

GATE Lib. Recall No. XX

Gate LibXXX RCL.

74

UDEF KEYS BANK X

UDEF KEYS BANK x

26

COMP Lib. Recall +1

Comp Lib+1 RCL.

75

MIDI NOTE No.XX

MIDI NOTE XXX

27

COMP Lib. Recall –1

Comp Lib–1 RCL.

76

MIDI Program change No.XX

MIDI PGM XXX

28

COMP Lib. Recall No. XX

Comp LibXXX RCL.

77

MIDI Control Change No.XX

MIDI CC XXX

29

EQ Lib. Recall +1

EQ Lib+1 Recall

78

Machine REC

Machine REC

30

EQ Lib. Recall –1

EQ Lib–1 Recall

79

Machine PLAY

Machine PLAY

31

EQ Lib. Recall No. XX

EQ LibXXX Recall

80

Machine STOP

Machine STOP

32

Input Patch Lib. Recall +1

IN Patch Lib+1

81

Machine FF

Machine FF

33

Input Patch Lib. Recall –1

IN Patch Lib–1

82

Machine REW

Machine REW

34

Input Patch Lib. Recall No. XX

IN Patch LibXX

83

Machine SHUTTLE

Machine SHUTTLE

35

Output Patch Lib. Recall +1

Out Patch Lib+1

84

Machine SCRUB

Machine SCRUB

36

Output Patch Lib. Recall –1

Out Patch Lib–1

85

Machine LOCATE X

Machine LOCATE X

37

Output Patch Lib. Recall No.
XX

Out Patch LibXX

86

Machine Set LOCATE X

Machine Capture X

38

Input Fader Group Enable A

IN Fader Group A

87

Machine RTZ

Machine RTZ

39

Input Fader Group Enable B

IN Fader Group B

88

Machine Set RTZ

Machine Set RTZ

40

Input Fader Group Enable C

IN Fader Group C

89

Track Arming 1

Track Arming 1

41

Input Fader Group Enable D

IN Fader Group D

90

Track Arming 2

Track Arming 2

42

Input Fader Group Enable E

IN Fader Group E

91

Track Arming 3

Track Arming 3

43

Input Fader Group Enable F

IN Fader Group F

92

Track Arming 4

Track Arming 4

44

Input Fader Group EnableG

IN Fader Group G

93

Track Arming 5

Track Arming 5

45

Input Fader Group Enable H

IN Fader Group H

94

Track Arming 6

Track Arming 6

46

Input MUTE Group Enable I

IN Mute Group I

95

Track Arming 7

Track Arming 7

96

Track Arming 8

Track Arming 8

Out Mute Group X

01V96—Handleiding

242

Appendix A: Parameteroverzichten

Nr.

Functie

Display

Nr.

Functie

Display

97

Track Arming 9

Track Arming 9

98

Track Arming 10

Track Arming 10

99

Track Arming 11

Track Arming 11

100 Track Arming 12

Track Arming 12

150 DAW WINDOW INSERT

DAW WIN INSERT

101 Track Arming 13

Track Arming 13

151 DAW WINDOW MIX/EDIT

DAW WIN MIX/EDIT

102 Track Arming 14

Track Arming 14

152 DAW WINDOW MEM-LOC

103 Track Arming 15

Track Arming 15

DAW WIN
MEM-LOC

104 Track Arming 16

Track Arming 16

153 DAW WINDOW STATUS

DAW WIN STATUS

105 Track Arming 17

Track Arming 17

154 DAW Shortcut UNDO

DAW UNDO

106 Track Arming 18

Track Arming 18

107 Track Arming 19

Track Arming 19

108 Track Arming 20

Track Arming 20

109 Track Arming 21

Track Arming 21

110 Track Arming 22

Track Arming 22

111 Track Arming 23

Track Arming 23

112 Track Arming 24

Track Arming 24

113 Track Arming All Clear

Track Arming CLR

114 DAW REC

DAW REC

115 DAW PLAY

DAW PLAY

116 DAW STOP

DAW STOP

117 DAW FF

DAW FF

118 DAW REW

DAW REW

119 DAW SHUTTLE

DAW SHUTTLE

120 DAW SCRUB

DAW SCRUB

121 DAW AUDITION

DAW AUDITION

122 DAW PRE

DAW PRE

123 DAW IN

DAW IN

124 DAW OUT

DAW OUT

125 DAW POST

DAW POST

126 DAW RTZ

DAW RTZ

127 DAW END

DAW END

128 DAW ONLINE

DAW ONLINE

129 DAW LOOP

DAW LOOP

130 DAW QUICKPUNCH

DAW QUICKPUNCH

131 DAW GROUP STATUS

DAW GROUP
STATUS

132 DAW AUTO FADER

DAW AUTO FADER

133 DAW AUTO MUTE

DAW AUTO MUTE

134 DAW AUTO PAN

DAW AUTO PAN

135 DAW AUTO SEND

DAW AUTO SEND

136 DAW AUTO PLUGIN

DAW AUTO PLUGIN

137 DAW AUTO SEND MUTE

DAW AUTO
SENDMUTE

138 DAW AUTO READ

DAW AUTO READ

139 DAW AUTO TOUCH

DAW AUTO TOUCH

140 DAW AUTO LATCH

DAW AUTO LATCH

141 DAW AUTO WRITE

DAW AUTO WRITE

142 DAW AUTO TRIM

DAW AUTO TRIM

143 DAW AUTO OFF

DAW AUTO OFF

144 DAW AUTO SUSPEND

DAW AUTO
SUSPEND

145 DAW AUTO STATUS

DAW AUTO STATUS

146 DAW MONITOR STATUS

DAW MONI STATUS

147 DAW CREATE GROUP

DAW CREATE
GROUP

01V96—Handleiding

148 DAW SUSPEND GROUP

DAW SUSPEND GRP

149 DAW WINDOW TRANSPORT

DAW WIN
TRANSPORT

155 DAW Shortcut SAVE

DAW SAVE

156 DAW Shortcut EDIT MODE

DAW EDIT MODE

157 DAW Shortcut EDIT TOOL

DAW EDIT TOOL

158 DAW Shortcut SHIFT/ADD

DAW SHIFT/ADD

159 DAW Shortcut OPTION/ALL

DAW OPTION/ALL

160 DAW Shortcut CTRL/CLUCH

DAW CTRL/CLUCH

161 DAW Shortcut ALT/FINE

DAW ALT/FINE

162 DAW BANK +

DAW BANK +

163 DAW BANK –

DAW BANK –

164 DAW Channel +

DAW Channel +

165 DAW Channel –

DAW Channel –

166 DAW REC/RDY X

DAW REC/RDY X

167 DAW REC/RDY ALL

DAW REC/RDY ALL

243

USER DEFINED KEYS fabriekstoewijzingen

USER DEFINED KEYS fabriekstoewijzingen
BANK A

BANK B

BANK C

BANK D

BANK E

BANK F

BANK G

BANK H

TITLE

Scene Recall

Group
Enable

DAW 1

DAW 2

Machine
Control

Program
Change

Special
Function

No Assign

1

Scene 1 Recall

IN Fader
Group A

UDEF BANK D UDEF BANK C

Machine
SHUTTLE

MIDI PGM 1 Display Back No Assign

2

Scene 2 Recall

IN Mute
Group I

DAW WIN
MIX/EDIT

DAW
OPTION/ALL

Machine
SCRUB

MIDI PGM 2

Display
Forward

No Assign

3

Scene 3 Recall

IN Fader
Group B

DAW BANK –

DAW AUTO
READ

Machine RTZ MIDI PGM 3

Channel
Copy

No Assign

4

Scene 4 Recall

IN Mute
Group J

DAW BANK +

DAW AUTO
TOUCH

Machine REC MIDI PGM 4

Channel
Paste

No Assign

5

Scene 5 Recall

IN Fader
Group C

DAW
SHUTTLE

DAW AUTO
LATCH

Machine
STOP

MIDI PGM 5 No Assign

No Assign

6

Scene 6 Recall

IN Mute
Group K

DAW SCRUB

DAW AUTO
WRITE

Machine
PLAY

MIDI PGM 6 No Assign

No Assign

7

Scene 7 Recall

IN Fader
Group D

DAW STOP

DAW AUTO
TRIM

Machine
REW

MIDI PGM 7 No Assign

No Assign

8

Scene 8 Recall

IN Mute
Group L

DAW PLAY

DAW AUTO
OFF

Machine FF

MIDI PGM 8 No Assign

No Assign

INPUT PATCH-parameters
INPUT
Poort-ID

Omschrijving

INSERT IN
Poort-ID

Omschrijving

EFFECT IN
Poort-ID

Omschrijving

CASCADE
Poort-ID

Omschrijving

–

NONE

–

NONE

–

NONE

–

NONE

AD1

AD IN 1

AD1

AD IN 1

AUX1

AUX1

ADAT1

ADAT1 IN

AD2

AD IN 2

AD2

AD IN 2

AUX2

AUX2

ADAT2

ADAT2 IN

AD3

AD IN 3

AD3

AD IN 3

AUX3

AUX3

ADAT3

ADAT3 IN

AD4

AD IN 4

AD4

AD IN 4

AUX4

AUX4

ADAT4

ADAT4 IN

AD5

AD IN 5

AD5

AD IN 5

AUX5

AUX5

ADAT5

ADAT5 IN

AD6

AD IN 6

AD6

AD IN 6

AUX6

AUX6

ADAT6

ADAT6 IN

AD7

AD IN 7

AD7

AD IN 7

AUX7

AUX7

ADAT7

ADAT7 IN

AD8

AD IN 8

AD8

AD IN 8

AUX8

AUX8

ADAT8

ADAT8 IN

AD9

AD IN 9

AD9

AD IN 9

INS CH1

InsertOut-CH1

SL-01

Slot CH1 IN

AD10

AD IN 10

AD10

AD IN 10

INS CH2

InsertOut-CH2

SL-02

Slot CH2 IN

AD11

AD IN 11

AD11

AD IN 11

INS CH3

InsertOut-CH3

SL-03

Slot CH3 IN

AD12

AD IN 12

AD12

AD IN 12

INS CH4

InsertOut-CH4

SL-04

Slot CH4 IN

AD13

AD IN 13

AD13

AD IN 13

INS CH5

InsertOut-CH5

SL-05

Slot CH5 IN

AD14

AD IN 14

AD14

AD IN 14

INS CH6

InsertOut-CH6

SL-06

Slot CH6 IN

AD15

AD IN 15

AD15

AD IN 15

INS CH7

InsertOut-CH7

SL-07

Slot CH7 IN

AD16

AD IN 16

AD16

AD IN 16

INS CH8

InsertOut-CH8

SL-08

Slot CH8 IN

ADAT1

ADAT1 IN

ADAT1

ADAT1 IN

INS CH9

InsertOut-CH9

SL-09

Slot CH9 IN

ADAT2

ADAT2 IN

ADAT2

ADAT2 IN

INS CH10 InsertOut-CH10

SL-10

Slot CH10 IN

ADAT3

ADAT3 IN

ADAT3

ADAT3 IN

INS CH11 InsertOut-CH11

SL-11

Slot CH11 IN

ADAT4

ADAT4 IN

ADAT4

ADAT4 IN

INS CH12 InsertOut-CH12

SL-12

Slot CH12 IN

ADAT5

ADAT5 IN

ADAT5

ADAT5 IN

INS CH13 InsertOut-CH13

SL-13

Slot CH13 IN

ADAT6

ADAT6 IN

ADAT6

ADAT6 IN

INS CH14 InsertOut-CH14

SL-14

Slot CH14 IN

ADAT7

ADAT7 IN

ADAT7

ADAT7 IN

INS CH15 InsertOut-CH15

SL-15

Slot CH15 IN

ADAT8

ADAT8 IN

ADAT8

ADAT8 IN

INS CH16 InsertOut-CH16

SL-16

Slot CH16 IN

SL-01

Slot CH1 IN

SL-01

Slot CH1 IN

INS CH17 InsertOut-CH17

AD1

AD IN 1

SL-02

Slot CH2 IN

SL-02

Slot CH2 IN

INS CH18 InsertOut-CH18

AD2

AD IN 2

SL-03

Slot CH3 IN

SL-03

Slot CH3 IN

INS CH19 InsertOut-CH19

AD3

AD IN 3

SL-04

Slot CH4 IN

SL-04

Slot CH4 IN

INS CH20 InsertOut-CH20

AD4

AD IN 4

SL-05

Slot CH5 IN

SL-05

Slot CH5 IN

INS CH21 InsertOut-CH21

AD5

AD IN 5

SL-06

Slot CH6 IN

SL-06

Slot CH6 IN

INS CH22 InsertOut-CH22

AD6

AD IN 6

01V96—Handleiding

244

Appendix A: Parameteroverzichten

INPUT
Poort-ID

Omschrijving

INSERT IN
Poort-ID

Omschrijving

EFFECT IN
Poort-ID

Omschrijving

CASCADE
Poort-ID

Omschrijving

SL-07

Slot CH7 IN

SL-07

Slot CH7 IN

INS CH23 InsertOut-CH23

AD7

AD IN 7

SL-08

Slot CH8 IN

SL-08

Slot CH8 IN

INS CH24 InsertOut-CH24

AD8

AD IN 8

SL-09

Slot CH9 IN

SL-09

Slot CH9 IN

INS CH25 InsertOut-CH25

AD9

AD IN 9

SL-10

Slot CH10 IN

SL-10

Slot CH10 IN

INS CH26 InsertOut-CH26

AD10

AD IN 10

SL-11

Slot CH11 IN

SL-11

Slot CH11 IN

INS CH27 InsertOut-CH27

AD11

AD IN 11

SL-12

Slot CH12 IN

SL-12

Slot CH12 IN

INS CH28 InsertOut-CH28

AD12

AD IN 12

SL-13

Slot CH13 IN

SL-13

Slot CH13 IN

INS CH29 InsertOut-CH29

AD13

AD IN 13

SL-14

Slot CH14 IN

SL-14

Slot CH14 IN

INS CH30 InsertOut-CH30

AD14

AD IN 14

SL-15

Slot CH15 IN

SL-15

Slot CH15 IN

INS CH31 InsertOut-CH31

AD15

AD IN 15

SL-16

Slot CH16 IN

SL-16

Slot CH16 IN

INS CH32 InsertOut-CH32

AD16

AD IN 16

FX1-1

Effect1 OUT 1

FX1-1

Effect1 OUT 1

INS BUS1

InsertOut-BUS1

2TD-L

2TR IN Dig. L

FX1-2

Effect1 OUT 2

FX1-2

Effect1 OUT 2

INS BUS2

InsertOut-BUS2

2TD-R

2TR IN Dig. R

FX2-1

Effect2 OUT 1

FX2-1

Effect2 OUT 1

INS BUS3

InsertOut-BUS3

FX2-2

Effect2 OUT 2

FX2-2

Effect2 OUT 2

INS BUS4

InsertOut-BUS4

FX3-1

Effect3 OUT 1

FX3-1

Effect3 OUT 1

INS BUS5

InsertOut-BUS5

FX3-2

Effect3 OUT 2

FX3-2

Effect3 OUT 2

INS BUS6

InsertOut-BUS6

FX4-1

Effect4 OUT 1

FX4-1

Effect4 OUT 1

INS BUS7

InsertOut-BUS7

FX4-2

Effect4 OUT 2

FX4-2

Effect4 OUT 2

INS BUS8

InsertOut-BUS8

2TD-L

2TR IN Dig. L

2TD-L

2TR IN Dig. L

INS AUX1 InsertOut-AUX1

2TD-R

2TR IN Dig. R

2TD-R

2TR IN Dig. R

INS AUX2 InsertOut-AUX2
INS AUX3 InsertOut-AUX3
INS AUX4 InsertOut-AUX4
INS AUX5 InsertOut-AUX5
INS AUX6 InsertOut-AUX6
INS AUX7 InsertOut-AUX7
INS AUX8 InsertOut-AUX8

01V96—Handleiding

INS ST-L

InsertOut-ST-L

INS ST-R

InsertOut-ST-R

INPUT PATCH-fabrieksinstellingen

245

INPUT PATCH-fabrieksinstellingen
KANAAL

EFFECT IN PATCH

1

AD1

1-1

AUX1

2

AD2

1-2

NONE

3

AD3

2-1

AUX2

4

AD4

2-2

NONE

5

AD5

3-1

AUX3

6

AD6

3-2

NONE

7

AD7

4-1

AUX4

8

AD8

4-2

NONE

9

AD9

10

AD10

11

AD11

12

AD12

13

AD13

14

AD14

15

AD15

16

AD16

17

ADAT1

18

ADAT2

19

ADAT3

20

ADAT4

21

ADAT5

22

ADAT6

23

ADAT7

24

ADAT8

25

S-1

26

S-2

27

S-3

28

S-4

29

S-5

30

S-6

31

S-7

32

S-8

CASCADE IN PATCH
BUS1

NONE

BUS2

NONE

BUS3

NONE

BUS4

NONE

BUS5

NONE

BUS6

NONE

BUS7

NONE

BUS8

NONE

AUX1

NONE

AUX2

NONE

AUX3

NONE

AUX4

NONE

AUX5

NONE

AUX6

NONE

AUX7

NONE

AUX8

NONE

ST L

NONE

ST R

NONE

SOLO L

NONE

SOLO R

NONE

EFFECT TYPE

STI1L

FX1-1

EFFECT1

REVERB HALL

STI1R

FX1-2

EFFECT2

REVERB ROOM

STI2L

FX2-1

EFFECT3

REVERB STAGE

STI2R

FX2-2

EFFECT4

REVERB PLATE

STI3L

FX3-1

STI3R

FX3-2

STI4L

FX4-1

STI4R

FX4-2

(mono-ingang)

01V96—Handleiding

246

Appendix A: Parameteroverzichten

KANAALNAMEN
KANAAL-ID

KORT

LANG

CH1

CH1

CH1

CH1

CH2

CH2

CH2

CH2

CH3

CH3

CH3

CH3

CH4

CH4

CH4

CH4

CH5

CH5

CH5

CH5

CH6

CH6

CH6

CH6

CH7

CH7

CH7

CH7

CH8

CH8

CH8

CH8

CH9

CH9

CH9

CH9

CH10

CH10

CH10

CH10

CH11

CH11

CH11

CH11

CH12

CH12

CH12

CH12

CH13

CH13

CH13

CH13

CH14

CH14

CH14

CH14

CH15

CH15

CH15

CH15

CH16

CH16

CH16

CH16

CH17

CH17

CH17

CH17

CH18

CH18

CH18

CH18

CH19

CH19

CH19

CH19

CH20

CH20

CH20

CH20

CH21

CH21

CH21

CH21

CH22

CH22

CH22

CH22

CH23

CH23

CH23

CH23

CH24

CH24

CH24

CH24

CH25

CH25

CH25

CH25

CH26

CH26

CH26

CH26

CH27

CH27

CH27

CH27

CH28

CH28

CH28

CH28

CH29

CH29

CH29

CH29

CH30

CH30

CH30

CH30

CH31

CH31

CH31

CH31

CH32

CH32

CH32

CH32

ST IN1

STI1

STI1

STEREO IN1

ST IN2

STI2

STI2

STEREO IN2

ST IN3

STI3

STI3

STEREO IN3

ST IN4

STI4

STI4

STEREO IN4

01V96—Handleiding

OUTPUT PATCH-parameters

247

OUTPUT PATCH-parameters
SLOT, ADAT, OMNI
Bron

INSERT IN

Omschrijving

Bron

DIRECT OUT

Omschrijving

Bron

2TR OUT DIGITAL

Omschrijving

Bron

Omschrijving

–

NONE

–

NONE

–

NONE

–

NONE

BUS1

BUS1

AD1

AD IN 1

ADAT1

ADAT1 OUT

BUS1

BUS1

BUS2

BUS2

AD2

AD IN 2

ADAT2

ADAT2 OUT

BUS2

BUS2

BUS3

BUS3

AD3

AD IN 3

ADAT3

ADAT3 OUT

BUS3

BUS3

BUS4

BUS4

AD4

AD IN 4

ADAT4

ADAT4 OUT

BUS4

BUS4

BUS5

BUS5

AD5

AD IN 5

ADAT5

ADAT5 OUT

BUS5

BUS5

BUS6

BUS6

AD6

AD IN 6

ADAT6

ADAT6 OUT

BUS6

BUS6

BUS7

BUS7

AD7

AD IN 7

ADAT7

ADAT7 OUT

BUS7

BUS7

BUS8

BUS8

AD8

AD IN 8

ADAT8

ADAT8 OUT

BUS8

BUS8

AUX1

AUX1

AD9

AD IN 9

SL-01

Slot CH1 IN

AUX1

AUX1

AUX2

AUX2

AD10

AD IN 10

SL-02

Slot CH2 IN

AUX2

AUX2

AUX3

AUX3

AD11

AD IN 11

SL-03

Slot CH3 IN

AUX3

AUX3

AUX4

AUX4

AD12

AD IN 12

SL-04

Slot CH4 IN

AUX4

AUX4

AUX5

AUX5

AD13

AD IN 13

SL-05

Slot CH5 IN

AUX5

AUX5

AUX6

AUX6

AD14

AD IN 14

SL-06

Slot CH6 IN

AUX6

AUX6

AUX7

AUX7

AD15

AD IN 15

SL-07

Slot CH7 IN

AUX7

AUX7

AUX8

AUX8

AD16

AD IN 16

SL-08

Slot CH8 IN

AUX8

AUX8

ST L

STEREO L

ADAT1

ADAT1 IN

SL-09

Slot CH9 IN

ST L

STEREO L

ST R

STEREO R

ADAT2

ADAT2 IN

SL-10

Slot CH10 IN

ST R

STEREO R

INS CH1

InsertOut-CH1

ADAT3

ADAT3 IN

SL-11

Slot CH11 IN

INS CH1

InsertOut-CH1

INS CH2

InsertOut-CH2

ADAT4

ADAT4 IN

SL-12

Slot CH12 IN

INS CH2

InsertOut-CH2

INS CH3

InsertOut-CH3

ADAT5

ADAT5 IN

SL-13

Slot CH13 IN

INS CH3

InsertOut-CH3

INS CH4

InsertOut-CH4

ADAT6

ADAT6 IN

SL-14

Slot CH14 IN

INS CH4

InsertOut-CH4

INS CH5

InsertOut-CH5

ADAT7

ADAT7 IN

SL-15

Slot CH15 IN

INS CH5

InsertOut-CH5

INS CH6

InsertOut-CH6

ADAT8

ADAT8 IN

SL-16

Slot CH16 IN

INS CH6

InsertOut-CH6

INS CH7

InsertOut-CH7

SL-01

Slot CH1 IN

OMNI1

OMNI OUT 1

INS CH7

InsertOut-CH7

INS CH8

InsertOut-CH8

SL-02

Slot CH2 IN

OMNI2

OMNI OUT 2

INS CH8

InsertOut-CH8

INS CH9

InsertOut-CH9

SL-03

Slot CH3 IN

OMNI3

OMNI OUT 3

INS CH9

InsertOut-CH9

INS CH10

InsertOut-CH10

SL-04

Slot CH4 IN

OMNI4

OMNI OUT 4

INS CH10

InsertOut-CH10

INS CH11

InsertOut-CH11

SL-05

Slot CH5 IN

2TD-L

2TR OUT Dig. L

INS CH11

InsertOut-CH11

INS CH12

InsertOut-CH12

SL-06

Slot CH6 IN

2TD-R

2TR OUT Dig. R

INS CH12

InsertOut-CH12

INS CH13

InsertOut-CH13

SL-07

Slot CH7 IN

—

—

INS CH13

InsertOut-CH13

INS CH14

InsertOut-CH14

SL-08

Slot CH8 IN

—

—

INS CH14

InsertOut-CH14

INS CH15

InsertOut-CH15

SL-09

Slot CH9 IN

—

—

INS CH15

InsertOut-CH15

INS CH16

InsertOut-CH16

SL-10

Slot CH10 IN

—

—

INS CH16

InsertOut-CH16

INS CH17

InsertOut-CH17

SL-11

Slot CH11 IN

—

—

INS CH17

InsertOut-CH17

INS CH18

InsertOut-CH18

SL-12

Slot CH12 IN

—

—

INS CH18

InsertOut-CH18

INS CH19

InsertOut-CH19

SL-13

Slot CH13 IN

—

—

INS CH19

InsertOut-CH19

INS CH20

InsertOut-CH20

SL-14

Slot CH14 IN

—

—

INS CH20

InsertOut-CH20

INS CH21

InsertOut-CH21

SL-15

Slot CH15 IN

—

—

INS CH21

InsertOut-CH21

INS CH22

InsertOut-CH22

SL-16

Slot CH16 IN

—

—

INS CH22

InsertOut-CH22

INS CH23

InsertOut-CH23

FX1-1

Effect1 OUT 1

—

—

INS CH23

InsertOut-CH23

INS CH24

InsertOut-CH24

FX1-2

Effect1 OUT 2

—

—

INS CH24

InsertOut-CH24

INS CH25

InsertOut-CH25

FX2-1

Effect2 OUT 1

—

—

INS CH25

InsertOut-CH25

INS CH26

InsertOut-CH26

FX2-2

Effect2 OUT 2

—

—

INS CH26

InsertOut-CH26

INS CH27

InsertOut-CH27

FX3-1

Effect3 OUT 1

—

—

INS CH27

InsertOut-CH27

INS CH28

InsertOut-CH28

FX3-2

Effect3 OUT 2

—

—

INS CH28

InsertOut-CH28

INS CH29

InsertOut-CH29

FX4-1

Effect4 OUT 1

—

—

INS CH29

InsertOut-CH29

INS CH30

InsertOut-CH30

FX4-2

Effect4 OUT 2

—

—

INS CH30

InsertOut-CH30

INS CH31

InsertOut-CH31

2TD-L

2TR IN Dig. L

—

—

INS CH31

InsertOut-CH31

INS CH32

InsertOut-CH32

2TD-R

2TR IN Dig. R

—

—

INS CH32

InsertOut-CH32

01V96—Handleiding

248

Appendix A: Parameteroverzichten

SLOT, ADAT, OMNI
Bron

Omschrijving

INSERT IN

DIRECT OUT

Bron

Omschrijving

Bron

Omschrijving

2TR OUT DIGITAL
Bron

Omschrijving

INS BUS1

InsertOut-BUS1

—

—

—

—

INS BUS1

InsertOut-BUS1

INS BUS2

InsertOut-BUS2

—

—

—

—

INS BUS2

InsertOut-BUS2

INS BUS3

InsertOut-BUS3

—

—

—

—

INS BUS3

InsertOut-BUS3

INS BUS4

InsertOut-BUS4

—

—

—

—

INS BUS4

InsertOut-BUS4

INS BUS5

InsertOut-BUS5

—

—

—

—

INS BUS5

InsertOut-BUS5

INS BUS6

InsertOut-BUS6

—

—

—

—

INS BUS6

InsertOut-BUS6

INS BUS7

InsertOut-BUS7

—

—

—

—

INS BUS7

InsertOut-BUS7

INS BUS8

InsertOut-BUS8

—

—

—

—

INS BUS8

InsertOut-BUS8

INS AUX1

InsertOut-AUX1

—

—

—

—

INS AUX1

InsertOut-AUX1

INS AUX2

InsertOut-AUX2

—

—

—

—

INS AUX2

InsertOut-AUX2

INS AUX3

InsertOut-AUX3

—

—

—

—

INS AUX3

InsertOut-AUX3

INS AUX4

InsertOut-AUX4

—

—

—

—

INS AUX4

InsertOut-AUX4

INS AUX5

InsertOut-AUX5

—

—

—

—

INS AUX5

InsertOut-AUX5

INS AUX6

InsertOut-AUX6

—

—

—

—

INS AUX6

InsertOut-AUX6

INS AUX7

InsertOut-AUX7

—

—

—

—

INS AUX7

InsertOut-AUX7

INS AUX8

InsertOut-AUX8

—

—

—

—

INS AUX8

InsertOut-AUX8

INS ST-L

InsertOut-STL

—

—

—

—

INS ST-L

InsertOut-ST-L

INS ST-R

InsertOut-STR

—

—

—

—

INS ST-R

InsertOut-ST-R

CAS BUS1

Cascade Out Bus1

—

—

—

—

CAS BUS1

Cascade Out Bus1

CAS BUS2

Cascade Out Bus2

—

—

—

—

CAS BUS2

Cascade Out Bus2

CAS BUS3

Cascade Out Bus3

—

—

—

—

CAS BUS3

Cascade Out Bus3

CAS BUS4

Cascade Out Bus4

—

—

—

—

CAS BUS4

Cascade Out Bus4

CAS BUS5

Cascade Out Bus5

—

—

—

—

CAS BUS5

Cascade Out Bus5

CAS BUS6

Cascade Out Bus6

—

—

—

—

CAS BUS6

Cascade Out Bus6

CAS BUS7

Cascade Out Bus7

—

—

—

—

CAS BUS7

Cascade Out Bus7

CAS BUS8

Cascade Out Bus8

—

—

—

—

CAS BUS8

Cascade Out Bus8

CAS AUX1

Cascade Out Aux1

—

—

—

—

CAS AUX1

Cascade Out Aux1

CAS AUX2

Cascade Out Aux2

—

—

—

—

CAS AUX2

Cascade Out Aux2

CAS AUX3

Cascade Out Aux3

—

—

—

—

CAS AUX3

Cascade Out Aux3

CAS AUX4

Cascade Out Aux4

—

—

—

—

CAS AUX4

Cascade Out Aux4

CAS AUX5

Cascade Out Aux5

—

—

—

—

CAS AUX5

Cascade Out Aux5

CAS AUX6

Cascade Out Aux6

—

—

—

—

CAS AUX6

Cascade Out Aux6

CAS AUX7

Cascade Out Aux7

—

—

—

—

CAS AUX7

Cascade Out Aux7

CAS AUX8

Cascade Out Aux8

—

—

—

—

CAS AUX8

Cascade Out Aux8

CAS ST-L

Cascade STEREO-L

—

—

—

—

CAS ST-L

Cascade STEREO-L

CAS ST-R

Cascade STEREO-R

—

—

—

—

CAS ST-R

Cascade STEREO-R

CASSOLOL Cascade SOLO L

—

—

—

—

CASSOLOL Cascade SOLO L

CASSOLOR Cascade SOLO R

—

—

—

—

CASSOLOR Cascade SOLO R

01V96—Handleiding

249

OUTPUT PATCH fabrieksinstellingen

OUTPUT PATCH fabrieksinstellingen
SLOT

17

NONE

BUS1

18

NONE

BUS2

19

NONE

BUS3

20

NONE

BUS4

21

NONE

SLOT1-5

BUS5

22

NONE

SLOT1-6

BUS6

23

NONE

BUS7

24

NONE

BUS8

25

NONE

BUS1

26

NONE

BUS2

27

NONE

BUS3

28

NONE

BUS4

29

NONE

SLOT1-13

BUS5

30

NONE

SLOT1-14

BUS6

31

NONE

SLOT1-15

BUS7

32

NONE

SLOT1-16

BUS8

SLOT1-1
SLOT1-2
SLOT1-3
SLOT1-4

SLOT1-7
SLOT1-8
SLOT1-9
SLOT1-10
SLOT1-11
SLOT1-12

ADAT OUT

2TR OUT DIGITAL
1L

ST L

1R

ST R

1

BUS1

2

BUS2

3

BUS3

4

BUS4

5

BUS5

AUX1

AUX1

AUX1

AUX1

6

BUS6

AUX2

AUX2

AUX2

AUX2

7

BUS7

AUX3

AUX3

AUX3

AUX3

8

BUS8

AUX4

AUX4

AUX4

AUX4

AUX5

AUX5

AUX5

AUX5

AUX6

AUX6

AUX6

AUX6

AUX7

AUX7

AUX7

OMNI OUT

KANAALNAMEN
KANAAL-ID

KORT

LANG

1

AUX1

AUX7

2

AUX2

AUX8

AUX8

AUX8

AUX8

3

AUX3

BUS1

BUS1

BUS1

BUS1

4

AUX4

BUS2

BUS2

BUS2

BUS2

BUS3

BUS3

BUS3

BUS3

BUS4

BUS4

BUS4

BUS4

BUS5

BUS5

BUS5

BUS5

DIRECT OUT
1

ADAT1

BUS6

BUS6

BUS6

BUS6

2

ADAT2

BUS7

BUS7

BUS7

BUS7

3

ADAT3

BUS8

BUS8

BUS8

BUS8

4

ADAT4

STEREO

ST

ST

STEREO

5

ADAT5

6

ADAT6

7

ADAT7

8

ADAT8

9

SLOT-1

10

SLOT-2

11

SLOT-3

12

SLOT-4

13

SLOT-5

14

SLOT-6

15

SLOT-7

16

SLOT-8

01V96—Handleiding

250

Appendix A: Parameteroverzichten

Fabrieksinstellingen voor de "USER DEFINED"-banken voor
de REMOTE LAYER
Bank 1 (GM Vol & Pan)
ID

Naam
Kort

Lang

RM01 GM01 GM-CH01 VOL&PAN
RM02 GM02 GM-CH02 VOL&PAN
RM03 GM03 GM-CH03 VOL&PAN
RM04 GM04 GM-CH04 VOL&PAN
RM05 GM05 GM-CH05 VOL&PAN
RM06 GM06 GM-CH06 VOL&PAN
RM07 GM07 GM-CH07 VOL&PAN
RM08 GM08 GM-CH08 VOL&PAN
RM09 GM09 GM-CH09 VOL&PAN
RM10 GM10 GM-CH10 VOL&PAN
RM11 GM11 GM-CH11 VOL&PAN
RM12 GM12 GM-CH12 VOL&PAN
RM13 GM13 GM-CH13 VOL&PAN
RM14 GM14 GM-CH14 VOL&PAN
RM15 GM15 GM-CH15 VOL&PAN
RM16 GM16 GM-CH16 VOL&PAN

01V96—Handleiding

Regelaar

Dataformat
1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

B0

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

B1

ON

END

FADER

B2

ON

END

FADER

B3

ON

END

FADER

B4

ON

END

FADER

B5

ON

END

FADER

B6

ON

END

FADER

B7

ON

END

FADER

B8

ON

END

FADER

B9

ON

END

FADER

BA

ON

END

FADER

BB

ON

END

FADER

BC

ON

END

FADER

BD

ON

END

FADER

BE

ON

END

FADER

BF

07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

251

Fabrieksinstellingen voor de "USER DEFINED"-banken voor de REMOTE LAYER

Bank 2 (GM Vol & Effect 1)
ID

Naam
Kort

Lang

RM01 GM01 GM-CH01 VOL&EFF1
RM02 GM02 GM-CH02 VOL&EFF1
RM03 GM03 GM-CH03 VOL&EFF1
RM04 GM04 GM-CH04 VOL&EFF1
RM05 GM05 GM-CH05 VOL&EFF1
RM06 GM06 GM-CH06 VOL&EFF1
RM07 GM07 GM-CH07 VOL&EFF1
RM08 GM08 GM-CH08 VOL&EFF1
RM09 GM09 GM-CH09 VOL&EFF1
RM10 GM10 GM-CH10 VOL&EFF1
RM11 GM11 GM-CH11 VOL&EFF1
RM12 GM12 GM-CH12 VOL&EFF1
RM13 GM13 GM-CH13 VOL&EFF1
RM14 GM14 GM-CH14 VOL&EFF1
RM15 GM15 GM-CH15 VOL&EFF1
RM16 GM16 GM-CH16 VOL&EFF1

Regelaar

Dataformat
1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

B0

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

B1

ON

END

FADER

B2

ON

END

FADER

B3

ON

END

FADER

B4

ON

END

FADER

B5

ON

END

FADER

B6

ON

END

FADER

B7

ON

END

FADER

B8

ON

END

FADER

B9

ON

END

FADER

BA

ON

END

FADER

BB

ON

END

FADER

BC

ON

END

FADER

BD

ON

END

FADER

BE

ON

END

FADER

BF

07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07
–
07

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END
–

–

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

01V96—Handleiding

252

Appendix A: Parameteroverzichten

Bank 3 (XG Vol & Pan)
ID

Naam
Kort

RM01 XG01
RM02 XG02
RM03 XG03
RM04 XG04
RM05 XG05
RM06 XG06
RM07 XG07
RM08 XG08
RM09 XG09
RM10 XG10
RM11 XG11
RM12 XG12
RM13 XG13
RM14 XG14
RM15 XG15
RM16 XG16

Lang
XG-CH01 VOL&PAN
XG-CH02 VOL&PAN
XG-CH03 VOL&PAN
XG-CH04 VOL&PAN
XG-CH05 VOL&PAN
XG-CH06 VOL&PAN
XG-CH07 VOL&PAN
XG-CH08 VOL&PAN
XG-CH09 VOL&PAN
XG-CH10 VOL&PAN
XG-CH11 VOL&PAN
XG-CH12 VOL&PAN
XG-CH13 VOL&PAN
XG-CH14 VOL&PAN
XG-CH15 VOL&PAN
XG-CH16 VOL&PAN

01V96—Handleiding

Regelaar

Dataformat
1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

12

13

14

15

16

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

F0

43

10

4C

08

00

0B

END

–

–

–

–

–

–

ON

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

01

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

02

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

03

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

04

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

05

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

06

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

07

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

08

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

09

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0A

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0B

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0C

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0D

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0E

0B

–

–

–

–

–

–

43

10

4C

08

0F

0B

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

ON

END

FADER

F0

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7
–

–

FAD F7

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

–

–

–

–

–

–

253

Fabrieksinstellingen voor de "USER DEFINED"-banken voor de REMOTE LAYER

Bank 4 (Nuendo VST Mixer)
ID

Naam
Kort

RM01 CH1
RM02 CH2
RM03 CH3
RM04 CH4
RM05 CH5
RM06 CH6
RM07 CH7
RM08 CH8
RM09 CH9
RM10 CH10
RM11 CH11
RM12 CH12
RM13 CH13
RM14 CH14
RM15 CH15
RM16 CH16

Lang
VST MIXER CH1
VST MIXER CH2
VST MIXER CH3
VST MIXER CH4
VST MIXER CH5
VST MIXER CH6
VST MIXER CH7
VST MIXER CH8
VST MIXER CH9
VST MIXER CH10
VST MIXER CH11
VST MIXER CH12
VST MIXER CH13
VST MIXER CH14
VST MIXER CH15
VST MIXER CH16

Regelaar

Dataformat
1

2

3

4

5

6

7

ON

B0

40

SW

8

9

10

11

12

13

14

15

16

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

B0

–

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B1

–

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B1

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B2

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B2

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B3

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B3

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B4

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B4

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B5

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B5

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B6

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B6

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B7

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B7

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B8

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B8

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

B9

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

B9

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BA

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

BA

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BB

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

BB

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BC

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

BC

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BD

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

BD

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BE

40

SW

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

END

FADER

BE

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

ON

BF

40

SW

END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

FADER

BF

07

FAD END

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

–

01V96—Handleiding

254

Appendix A: Parameteroverzichten

Effectparameters
REVERB HALL, REVERB ROOM, REVERB STAGE, REVERB PLATE
Zaal-, kamer-, podium -en plaatreverbsimulaties met gates, met één ingang en twee
uitgangen.
Parameter
REV TIME

Bereik

Omschrijving

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

LO. RATIO

0.1–2.4

Lengte van het laagfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Reverbspreiding (links/rechtsspreiding van de reverb)

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

E/R DLY

0.0–100.0 ms

Delay tussen de eerste weerkaatsingen en reverb

E/R BAL.

0–100%

Balans tussen de eerste weerkaatsingen en reverb
(0% = alleen reverb, 100% = alleen eerste weerkaatsingen)

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

GATE LVL

OFF, –60 tot 0 dB

Niveau waarop de gate in werking treedt

ATTACK

0–120 ms

Openingssnelheid van de gate

HOLD

1

Openingstijd van de gate

DECAY

2

Sluitsnelheid van de gate

1. 0.02 ms–2.13 s (fs=44.1 kHz), 0.02 ms–1.96 s (fs=48 kHz), 0.01 ms–1.06 s (fs=88.2 kHz), 0.01
ms–981 ms (fs=96 kHz)
2. 6 ms–46.0 s (fs=44.1 kHz), 5 ms–42.3 s (fs=48 kHz), 3 ms–23.0 s (fs=88.2 kHz), 3 ms–21.1 s (fs=96
kHz)

EARLY REF.
Eerste weerkaatsingen met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

01V96—Handleiding

Bereik

Omschrijving

TYPE

S-Hall, L-Hall, Random,
Revers, Plate, Spring

Simulatie van een type eerste weerkaatsingen

ROOMSIZE

0.1–20.0

Weerkaatsingsafstand

LIVENESS

0–10

Decaykarakteristieken van eerste weerkaatsingen (0 = dood,
10 = levendig)

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

DIFF.

0–10

Weerkaatsingsspreiding (links/rechtsweerkaatsingsspreiding)

DENSITY

0–100%

Weerkaatsingsdichtheid

ER NUM.

1–19

Aantal eerste weerkaatsingen

FB.GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking
Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HI. RATIO

0.1–1.0

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

Effectparameters

255

GATE REVERB, REVERSE GATE
Eerste weerkaatsingen met gate en eerste weerkaatsingen met omgekeerde gate, met één
ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

TYPE

Type-A, Type-B

Simulatie van een type eerste weerkaatsingen

ROOMSIZE

0.1–20.0

Weerkaatsingsafstand

LIVENESS

0–10

Decaykarakteristieken van eerste weerkaatsingen
(0 = dood, 10 = levendig)

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

DIFF.

0–10

Weerkaatsingsspreiding (links/rechtsweerkaatsingsspreiding)

DENSITY

0–100%

Weerkaatsingsdichtheid

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

ER NUM.

1–19

Aantal eerste weerkaatsingen

FB.GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

MONO DELAY
Basisherhalingsdelay met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DELAY

0.0–2730.0 ms

Delaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van
de tempo-instelling)

STEREO DELAY
Basisstereodelay met twee ingangen en twee uitgangen.
Bereik

Parameter

Omschrijving

DELAY L

0.0–1350.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1350.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB. G L

–99 tot +99%

Feedback linkerkanaal (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

FB. G R

–99 tot +99%

Feedback rechterkanaal (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY van het
linkerkanaal te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY van het
rechterkanaal te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

01V96—Handleiding

256

Appendix A: Parameteroverzichten

MOD. DELAY
Basisherhalingsdelay met modulatie, met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DELAY

0.0–2725.0 ms

Delaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

DLY.NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY te bepalen

MOD.NOTE

2

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van
de tempo-instelling)

2.

DELAY LCR
3-voudige tapdelay (links, midden, rechts) met één ingang en twee uitgangen.
Bereik

Parameter
DELAY L

0.0–2730.0 ms

DELAY C

0.0–2730.0 ms

Delaytijd middelste kanaal

DELAY R

0.0–2730.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

Delaytijd linkerkanaal

FB. DLY

0.0–2730.0 ms

Delaytijdfeedback

LEVEL L

–100 tot +100%

Delayniveau linkerkanaal

LEVEL C

–100 tot +100%

Delayniveau middelste kanaal

LEVEL R

–100 tot +100%

Delayniveau rechterkanaal

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om DELAY L te bepalen

NOTE C

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om DELAY C te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om DELAY R te bepalen

NOTE FB

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB. DLY te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van
de tempo-instelling)

01V96—Handleiding

Omschrijving

Effectparameters

257

ECHO
Stereodelay met gekruiste feedbacklus, met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DELAY L

0.0–1350.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1350.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB.DLY L

0.0–1350.0 ms

Delaytijd terugkoppeling linkerkanaal

FB.DLY R

0.0–1350.0 ms

Delaytijd terugkoppeling rechterkanaal

FB. G L

–99 tot +99%

Feedbackversterking linkerkanaal (positieve waarden voor
feedback in fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

FB. G R

–99 tot +99%

Feedbackversterking rechterkanaal (positieve waarden voor
feedback in fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

L->R FBG

–99 tot +99%

Feedbackversterking van het linker- naar het rechterkanaal
(positieve waarden voor feedback in fase, negatieve waarden
voor feedback in tegenfase)

R->L FBG

–99 tot +99%

Feedbackversterking van het rechter- naar het linkerkanaal
(positieve waarden voor feedback in fase, negatieve waarden
voor feedback in tegenfase)
Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HI. RATIO

0.1–1.0

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om DELAY L te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om DELAY R te bepalen

NOTE FBL

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB.DLY L te bepalen

NOTE FBR

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB.DLY R te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

CHORUS
Choruseffect met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

AM DEPTH

0–100%

Amplitudemodulatiediepte

PM DEPTH

0–100%

Toonhoogtemodulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

01V96—Handleiding

258

Appendix A: Parameteroverzichten

FLANGE
Flange-effect met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

SYMPHONIC
Symphonic-effect met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Omschrijving

0.05–40.00 Hz

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

01V96—Handleiding

Bereik

FREQ.

Modulatiesnelheid

Effectparameters

259

PHASER
16-traps phaser met twee ingangen en twee uitgangen
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

OFFSET

0–100

Laagste fase-verschoven frequentie-offset

PHASE

0.00–354.38 graden

Balans tussen de linker- en rechtermodulatie

STAGE

2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16 Aantal faseverschuivingsniveaus

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNCSYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

AUTO PAN
Autopanner met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

DIR.

1

Panrichting

WAVE

Sine, Tri, Square

Modulatiegolfvorm

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

2

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1. L<->R, L—>R, L<—R, Turn L, Turn R
2.

01V96—Handleiding

260

Appendix A: Parameteroverzichten

TREMOLO
Tremolo-effect met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

WAVE

Sine, Tri, Square

Modulatiegolfvorm

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

HQ. PITCH
Hoge kwaliteits pitchshifter met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

PITCH

–12 tot +12 halve noten

Toonhoogteverschuiving

FINE

–50 tot +50 cents

Fijne toonhoogteverschuiving

DELAY

0.0–1000.0 ms

Delaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

MODE

1–10

Toonhoogteverschuivingsnauwkeurigheid

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

01V96—Handleiding

Omschrijving

Effectparameters

261

DUAL PITCH
Pitchshifter met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

PITCH 1

–24 tot +24 halve noten

Toonhoogteverschuiving van kanaalnummer 1

FINE 1

–50 tot +50 cents

Fijne toonhoogteverschuiving van kanaalnummer 1

LEVEL 1

–100 tot +100%

Niveau voor kanaalnummer 1 (positieve waarden voor in
fase, negatieve waarden voor in tegenfase)

PAN 1

L63 tot R63

Pan van kanaalnummer 1

DELAY 1

0.0–1000.0 ms

Delaytijd van kanaalnummer 1

FB. G 1

–99 tot +99%

Feedbackversterking van kanaalnummer 1 (positieve waarden voor feedback in fase, negatieve waarden voor feedback
in tegenfase)

PITCH 2

–24 tot +24 halve noten

Toonhoogteverschuiving van kanaalnummer 2

FINE 2

–50 tot +50 cents

Fijne toonhoogteverschuiving van kanaalnummer 2

LEVEL 2

–100 tot +100%

Niveau voor kanaalnummer 2 (positieve waarden voor in
fase, negatieve waarden voor in tegenfase)

PAN 2

L63 tot R63

Pan van kanaalnummer 2

DELAY 2

0.0–1000.0 ms

Delaytijd van kanaalnummer 2

FB. G 2

–99 tot +99%

Feedbackversterking van kanaalnummer 2 (positieve waarden voor feedback in fase, negatieve waarden voor feedback
in tegenfase)

MODE

1–10

Toonhoogteverschuivingsnauwkeurigheid

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE 1

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de delay van kanaalnummer 1 te bepalen

NOTE 2

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de delay van kanaalnummer 2 te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

ROTARY
Roterende luidsprekersimulatie met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

ROTATE

STOP, START

SPEED

SLOW, FAST

Rotatie stoppen, starten
Rotatiesnelheid (zie SLOW- en FAST-parameters)

SLOW

0.05–10.00 Hz

SLOW (langzame) rotatiesnelheid

FAST

0.05–10.00 Hz

FAST (snelle) rotatiesnelheid

DRIVE

0–100

Oversturingsniveau

ACCEL

0–10

Versnelling waarmee de snelheid verandert

LOW

0–100

Lage-frequentiefilter

HIGH

0–100

Hoge-frequentiefilter

01V96—Handleiding

262

Appendix A: Parameteroverzichten

RING MOD.
Ringmodulator met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

SOURCE

OSC, SELF

Modulatiebron: oscillator of ingangssignaal

OSC FREQ

0.0–5000.0 Hz

Oscillatorfrequentie

FM FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid oscillatorfrequentie

FM DEPTH

0–100%

Modulatiediepte oscillatorfrequentie

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE FM

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FM FREQ te bepalen

1.

MOD. FILTER
Modulatiefilter met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

PHASE

0.00–354.38 graden

Faseverschil tussen de linkerkanaal- en
rechterkanaalmodulatie

TYPE

LPF, HPF, BPF

Filtertype: laagdoorlaat, hoogdoorlaat, banddoorlaat

OFFSET

0–100

Filterfrequentieoffset

RESO.

0–20

Filterresonantie

LEVEL

0–100

Uitgangsniveau

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

DISTORTION
Distortioneffect met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

01V96—Handleiding

Bereik

Omschrijving

DST TYPE

DST1, DST2, OVD1,
OVD2, CRUNCH

Distortiontype (DST = distortion, OVD = overdrive)

DRIVE

0–100

Distortionaansturing

MASTER

0–100

Mastervolume

TONE

–10 tot +10

Klankkleur

N. GATE

0–20

Ruisonderdrukking

Effectparameters

263

AMP SIMULATE
Gitaarversterkersimulatie met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

AMP TYPE

1

Gitaarversterkersimulatietype

DST TYPE

DST1, DST2, OVD1,
OVD2, CRUNCH

Distortiontype (DST = distortion, OVD = overdrive)

DRIVE

0–100

Distortionaansturing

MASTER

0–100

Mastervolume

BASS

0–100

Basklankkleurregeling

MIDDLE

0–100

Middenklankkleurregeling

TREBLE

0–100

Hoogklankkleurregeling

CAB DEP

0–100%

Luidsprekerkastsimulatiediepte

EQ F

100–8.00 kHz

Frequentie van de parametrische equalizer

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

Versterking van de parametrische equalizer

EQ Q

10.0–0.10

Bandbreedte van de parametrische equalizer

N. GATE

0–20

Ruisonderdrukking

1. STK-M1, STK-M2, THRASH, MIDBST, CMB-PG, CMB-VR, CMB-DX, CMB-TW, MINI, FLAT

DYNA. FILTER
Dynamisch bestuurd filter met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

SOURCE

INPUT, MIDI

Besturingsbron: Ingangssignaal of MIDI-noot-aan-snelheid

SENSE

0–100

Gevoeligheid

DIR.

UP, DOWN

Frequentiewijzigingsrichting omhoog of naar beneden

DECAY

1

Filterfrequentiewijzigingsdecaysnelheid

TYPE

LPF, HPF, BPF

Filtertype

OFFSET

0–100

Filterfrequentieoffset

RESO.

0–20

Filterresonantie

LEVEL

0–100

Uitgangsniveau

1. 6 ms–46.0 s (fs=44.1 kHz), 5 ms–42.3 s (fs=48 kHz), 3 ms–23.0 s (fs=88.2 kHz), 3 ms–21.1 s (fs=96
kHz)

01V96—Handleiding

264

Appendix A: Parameteroverzichten

DYNA. FLANGE
Dynamisch bestuurde flanger met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

SOURCE

INPUT, MIDI

Besturingsbron: Ingangssignaal of MIDI-noot-aan-snelheid

SENSE

0–100

Gevoeligheid

DIR.

UP, DOWN

Frequentiewijzigingsrichting omhoog of naar beneden

DECAY

1

Decaysnelheid

OFFSET

0–100

Delaytijdoffset

FB.GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

EQ F

100 Hz–8.00 kHz

EQ-frequentie (peaktype)

EQ G

–12.0 tot +12.0 dB

EQ-versterking (peaktype)

EQ Q

10.0–0.10

EQ-bandbreedte (peaktype)

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

1. 6 ms–46.0 s (fs=44.1 kHz), 5 ms–42.3 s (fs=48 kHz), 3 ms–23.0 s (fs=88.2 kHz), 3 ms–21.1 s (fs=96
kHz)

DYNA. PHASER
Dynamisch bestuurde phaser met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

SOURCE

INPUT, MIDI

SENSE

0–100

Besturingsbron: Ingangssignaal of MIDI-noot-aan-snelheid
Gevoeligheid

DIR.

UP, DOWN

Frequentiewijzigingsrichting omhoog of naar beneden

DECAY

1

Decaysnelheid

OFFSET

0–100

Laagste fase-verschoven frequentie-offset

FB.GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

STAGE

2, 4, 6, 8, 10, 12, 14, 16 Aantal faseverschuivingsniveaus

LSH F

21.2 Hz–8.00 kHz

Laagaffilterfrequentie

LSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Laagaffilterversterking

HSH F

50.0 Hz–16.0 kHz

Hoogaffilterfrequentie

HSH G

–12.0 tot +12.0 dB

Hoogaffilterversterking

1. 6 ms–46.0 s (fs=44.1 kHz), 5 ms–42.3 s (fs=48 kHz), 3 ms–23.0 s (fs=88.2 kHz), 3 ms–21.1 s (fs=96
kHz)

01V96—Handleiding

Effectparameters

265

REV+CHORUS
Parallelgeschakelde reverb- en choruseffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV/CHO

0–100%

Balans tussen reverb en chorus
(0% = alleen reverb, 100% = alleen chorus)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

AM DEPTH

0–100%

Amplitudemodulatiediepte

PM DEPTH

0–100%

Toonhoogtemodulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

REV->CHORUS
Seriegeschakelde reverb- en choruseffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIJD

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV.BAL

0–100%

Balans tussen de reverb en de chorusreverb
(0% = alleen chorusreverb 100% = alleen reverb)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

AM DEPTH

0–100%

Amplitudemodulatiediepte

PM DEPTH

0–100%

Toonhoogtemodulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

01V96—Handleiding

266

Appendix A: Parameteroverzichten

REV+FLANGE
Parallelgeschakelde reverb- en flangereffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV/FLG

0–100%

Balans tussen de flange en reverb
(0% = alleen reverb, 100% = alleen flange)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

REV->FLANGE
Seriegeschakelde reverb- en flangereffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV.BAL

0–100%

Balans tussen de reverb en flangereverb
(0% = alleen flangereverb, 100% = alleen reverb)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

01V96—Handleiding

Bereik

Effectparameters

267

REV+SYMPHO.
Parallelgeschakelde reverb- en symphoniceffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV/SYM

0–100%

Balans tussen de reverb en symphonic
(0% = alleen reverb, 100% = alleen symphonic)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

REV->SYMPHO.
Seriegeschakelde reverb- en symphoniceffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV.BAL

0–100%

Balans tussen de reverb en symphonic reverb
(0% = alleen symphonic reverb, 100% = alleen reverb)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

MOD. DLY

0.0–500.0 ms

Modulatiedelaytijd

WAVE

Sine, Tri

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

01V96—Handleiding

268

Appendix A: Parameteroverzichten

REV->PAN
Parallelgeschakelde reverb- en autopaneffecten met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

REV.BAL

0–100%

Balans tussen reverb en gepande reverb
(0% = alleen gepande reverb, 100% = alleen reverb)

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

DIR.

1

Panrichting

WAVE

Sine, Tri, Square

Modulatiegolfvorm

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE

2

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1. L<–>R, L–>R, L<–R, Turn L, Turn R
2.

DELAY+ER.
Parallelgeschakelde delay- en eerste weerkaatsingseffecten, met één ingang en twee
uitgangen.
Parameter

Bereik

DELAY L

0.0–1000.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1000.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB. DLY

0.0–1000.0 ms

Delaytijdfeedback

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

DLY/ER

0–100%

Balans tussen delay en eerste weerkaatsingen
(0% = alleen delay, 100% = alleen eerste weerkaatsingen)

TYPE

S-Hall, L-Hall, Random,
Revers, Plate, Spring

Simulatie van een type eerste weerkaatsingen

ROOMSIZE

0.1–20.0

Weerkaatsingsafstand

LIVENESS

0–10

Decaykarakteristieken van eerste weerkaatsingen
(0 = dood, 10 = levendig)

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

ER NUM.

1–19

Aantal eerste weerkaatsingen

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY L van het
linkerkanaal te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY R van het
rechterkanaal te bepalen

NOTE FB

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB. DLY te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

01V96—Handleiding

Omschrijving

Effectparameters

269

DELAY->ER.
Seriegeschakelde delay- en eerste weerkaatsingseffecten, met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DELAY L

0.0–1000.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1000.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB. DLY

0.0–1000.0 ms

Delaytijdfeedback

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

DLY.BAL

0–100%

Balans tussen delay en eerste weerkaatsingendelay
(0% = alleen eerste weerkaatsingendelay, 100% = alleen delay)

TYPE

S-Hall, L-Hall, Random,
Revers, Plate, Spring

Simulatie van een type eerste weerkaatsingen

ROOMSIZE

0.1–20.0

Weerkaatsingsafstand

LIVENESS

0–10

Decaykarakteristieken van eerste weerkaatsingen
(0 = dood, 10 = levendig)

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

ER NUM.

1–19

Aantal eerste weerkaatsingen

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY L van het
linkerkanaal te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY R van het
rechterkanaal te bepalen

NOTE FB

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB. DLY te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

01V96—Handleiding

270

Appendix A: Parameteroverzichten

DELAY+REV
Parallelgeschakelde delay- en reverbeffecten, met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DELAY L

0.0–1000.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1000.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB. DLY

0.0–1000.0 ms

Delaytijdfeedback

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

DELAY HI

0.1–1.0

Delay hoge-frequentieterugkoppelingsverhouding

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

DLY.BAL

0–100%

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

REV HI

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY L van het
linkerkanaal te bepalen

NOTE R

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY R van het
rechterkanaal te bepalen

NOTE FB

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB. DLY te bepalen

Balans tussen delay en reverb
(0% = alleen delay, 100% = alleen reverb)

1.

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

DELAY->REV
Seriegeschakelde delay- en reverbeffecten, met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik
0.0–1000.0 ms

Delaytijd linkerkanaal

DELAY R

0.0–1000.0 ms

Delaytijd rechterkanaal

FB. DLY

0.0–1000.0 ms

Delaytijdfeedback

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

DELAY HI

0.1–1.0

Delay hoge-frequentiefeedbackverhouding

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

DLY.BAL

0–100%

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

INI. DLY

0.0–500.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

REV HI

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Spreiding

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

NOTE L

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY L van het
linkerkanaal te bepalen

NOTE R

*1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY R van het
rechterkanaal te bepalen

NOTE FB

*1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om FB. DLY te bepalen

1.

Balans tussen delay en delayed reverb
(0% = alleen delayed reverb, 100% = alleen delay)

(De maximumwaarde hangt af van de
tempo-instelling)

01V96—Handleiding

Omschrijving

DELAY L

Effectparameters

271

DIST->DELAY
Seriegeschakelde distortion- en delay-effecten, met één ingang en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

DST TYPE

DST1, DST2, OVD1,
OVD2, CRUNCH

Distortiontype (DST = distortion, OVD = overdrive)

DRIVE

0–100

Distortionaansturing

MASTER

0–100

Mastervolume

TONE

–10 tot +10

Klankkleurregeling

N. GATE

0–20

Ruisonderdrukking

DELAY

0.0–2725.0 ms

Delaytijd

FB. GAIN

–99 tot +99%

Feedbackversterking (positieve waarden voor feedback in
fase, negatieve waarden voor feedback in tegenfase)

HI. RATIO

0.1–1.0

Feedbackverhouding van de hoge frequenties

FREQ.

0.05–40.00 Hz

Modulatiesnelheid

DEPTH

0–100%

Modulatiediepte

DLY.BAL

0–100%

Balans tussen distortion en delay
(0% = alleen distortion, 100% = alleen delayed distortion)

SYNC

OFF, ON

Synchronisatie met de tempoparameter aan/uit

DLY.NOTE

1

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de DELAY te bepalen

MOD.NOTE

2

Wordt samen gebruikt met TEMPO om de FREQ te bepalen

1.

(De maximumwaarde hangt af van
de tempo-instelling)

2.

MULTI FILTER
3-bands multi-filter (24 dB/octaaf), met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

TYPE 1

HPF, LPF, BPF

Filter 1-type: hoogdoorlaat, laagdoorlaat, banddoorlaat

TYPE 2

HPF, LPF, BPF

Filter 2-type: hoogdoorlaat, laagdoorlaat, banddoorlaat

TYPE 3

HPF, LPF, BPF

Filter 3-type: hoogdoorlaat, laagdoorlaat, banddoorlaat

FREQ. 1

28.0 Hz–16.0 kHz

Filter 1-frequentie

FREQ. 2

28.0 Hz–16.0 kHz

Filter 2-frequentie

FREQ. 3

28.0 Hz–16.0 kHz

Filter 3-frequentie

LEVEL 1

0–100

Filter 1-niveau

LEVEL 2

0–100

Filter 2-niveau

LEVEL 3

0–100

Filter 3-niveau

RESO. 1

0–20

Filter 1-resonantie

RESO. 2

0–20

Filter 2-resonantie

RESO. 3

0–20

Filter 3-resonantie

01V96—Handleiding

272

Appendix A: Parameteroverzichten

FREEZE
Basissampler met één ingang en één uitgang.
Parameter

Bereik

Omschrijving

REC MODE

MANUAL, INPUT

In de MANUAL-mode wordt het opnemen gestart door de
REC- en PLAY-knoppen in te drukken. In de INPUT-mode
wordt de klaar-voor-opnamemode geactiveerd door op de
REC-knop te drukken, en het daadwerkelijke opnemen wordt
getriggerd door het ingangssignaal.

REC DLY

–1000 tot +1000 ms

Opnamedelay. Bij positieve waarden begint het opnemen
nadat de trigger is ontvangen. Bij negatieve waarden begint
het opnemen voordat de trigger wordt ontvangen.

TRG LVL

–60 tot 0 dB

Ingangstriggerniveau (dat wil zeggen, het signaalniveau dat
nodig is om het opnemen of afspelen te triggeren)

TRG MASK

0–1000 ms

Als het afspelen eenmaal is getriggerd, worden daarop volgende triggers genegeerd voor de tijdsperiode die is ingesteld met de TRG MASK-tijd.

PLY MODE

MOMENT, CONTI.,
INPUT

In de MOMENT-mode speelt de sample alleen gedurende de
tijd dat de PLAY-knop ingedrukt gehouden wordt. In de
CONT-mode gaat het afspelen door als er eenmaal op de
PLAY-knop is gedrukt. Het aantal keer dat de sample afspeelt
wordt ingesteld via de LOOP NUM-parameter. In de INPUTmode wordt het afspelen getriggerd door het ingangssignaal.

START

1

Het afspeelstartpunt aangegeven in milliseconden

END

1

Het afspeeleindpunt aangegeven in milliseconden

LOOP

1

Het loopstartpunt aangegeven in milliseconden

LOOP NUM

0–100

Het aantal keer dat de sample afspeelt

START
[SAMPLE]

2

Het afspeelstartpunt in samples

END
[SAMPLE]

2

Het afspeeleindpunt in samples

LOOP
[SAMPLE]

2

Het loopstartpunt in samples

PITCH

–12 tot +12 halve noten

De afspeeltoonhoogteverschuiving

FINE

–50 tot +50 cents

Fijne afspeeltoonhoogteverschuiving

MIDI TRG

OFF, C1–C6, ALL

De PLAY-knop kan worden getriggerd via
MIDI-noot-aan/uit-boodschappen.

1. 0.0~2970.5 ms (fs=44.1 kHz), 0.0~2729.2 ms (fs=48 kHz), 0.0~2970.5 ms (fs=88.2 kHz), 0.0~2729.2
ms (fs=96 kHz)
2. 0~131000 ms (fs=44.1 kHz, 48 kHz), 0~262000 (fs=88.2 kHz, 96 kHz)

ST REVERB
Stereoreverb met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

01V96—Handleiding

Bereik

Omschrijving

REV TIME

0.3–99.0 s

Reverbtijd

REV TYPE

Hall, Room, Stage, Plate

Reverbtype

INI. DLY

0.0–100.0 ms

Initiële delay voordat de reverb begint

HI. RATIO

0.1–1.0

Lengte van het hoogfrequente gedeelte van de reverb

LO. RATIO

0.1–2.4

Lengte van het laagfrequente gedeelte van de reverb

DIFF.

0–10

Reverbspreiding (links/rechtsspreiding van de reverb)

DENSITY

0–100%

Reverbdichtheid

E/R BAL.

0–100%

Balans tussen de eerste weerkaatsingen en reverb
(0% = alleen reverb, 100% = alleen eerste weerkaatsingen)

HPF

THRU, 21.2 Hz–8.00 kHz Hoogdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

LPF

50.0 Hz–16.0 kHz, THRU Laagdoorlaatfilter-afsnijfrequentie

Effectparameters

273

M.BAND DYNA.
3-bands dynamische processor, met afzonderlijke solo- en versterkingsreductiebemetering
voor elke band, met twee ingangen en twee uitgangen.
Parameter

Bereik

Omschrijving

LOW GAIN

–96.0 tot +12.0 dB

LOW-bandniveau

MID GAIN

–96.0 tot +12.0 dB

MID-bandniveau

HI. GAIN

–96.0 tot +12.0 dB

HIGH-bandniveau

PRESENCE

–10 tot +10

Bij positieve waarden wordt de threshold (drempelwaarde)
van de HIGH-band verlaagd en de threshold van de LOWband verhoogd. Bij negatieve waarden vindt het omgekeerde plaats. Bij de instelling 0 worden alle drie de banden in
dezelfde mate beïnvloed.

CMP. THRE

24.0 tot 0.0 dB

Threshold (drempelwaarde) voor de compressor

CMP. RAT

1:1 tot 20:1

Compressieverhouding

CMP. ATK

0–120 ms

Compressorattack

CMP. REL

1

Compressorrreleasetijd

CMP. KNEE

0–5

Compressorknie (overgang)

LOOKUP

0.0–100.0 ms

Vooruitkijkdelay (Lookup Delay)

CMP. BYP

OFF, ON

Compressorbypass (omzeiling)

L–M XOVR

21.2 Hz–8.00 kHz

LOW/MID-crossoverfrequentie

M–H XOVR

21.2 Hz–8.00 kHz

MID/HIGH-crossoverfrequentie

SLOPE

–6 tot –12 dB

Filterhelling

CEILING

–6.0 tot 0.0 dB, OFF

Bepaalt het maximale uitgangsniveau

EXP. THRE

–54.0 tot –24.0 dB

Expanderthreshold

EXP. RAT

1:1 tot ∞:1

Expanderverhouding

EXP. REL

1

Expanderreleasetijd

EXP. BYP

OFF, ON

Expanderbypass (omzeiling)

LIM. THRE

–12.0 tot 0.0 dB

Limiterthreshold

LIM. ATK

0–120 ms

Limiterattack

LIM. REL

1

Limiterreleasetijd

LIM. BYP

OFF, ON

Limiterbypass (omzeiling)

LIM. KNEE

0–5

Limiterknie (overgang)

SOLO LOW

OFF, ON

Als deze aan staat wordt alleen de LOW-frequentieband uitgestuurd.

SOLO MID

OFF, ON

Als deze aan staat wordt alleen de MID-frequentieband uitgestuurd.

SOLO HIGH

OFF, ON

Als deze aan staat wordt alleen de HIGH-frequentieband uitgestuurd.

1. 6 ms–46.0 s (fs=44.1 kHz), 5 ms–42.3 s (fs=48 kHz), 3 ms–23.0 s (fs=88.2 kHz), 3 ms–21.1 s (fs=96
kHz)

01V96—Handleiding

274

Appendix A: Parameteroverzichten

Preset EQ-parameters
Nr.

01

02

03

04

05

06

07

08

09

10

Parameter

Titel

Bass Drum 1

Bass Drum 2

Snare Drum 1

Snare Drum 2

Tom-tom 1

Cymbal

High Hat

Percussion

E. Bass 1

E. Bass 2

01V96—Handleiding

LOW

L-MID

H-MID

HIGH

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+3.5 dB

–3.5 dB

0.0 dB

+4.0 dB

F

100 Hz

265 Hz

1.06 kHz

5.30 kHz

Q

1.2

10

0.9

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

LPF

G

+8.0 dB

–7.0 dB

+6.0 dB

ON

F

80 Hz

400 Hz

2.50 kHz

12.5 kHz

Q

1.4

4.5

2.2

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–0.5 dB

0.0 dB

+3.0 dB

+4.5 dB

F

132 Hz

1.00 kHz

3.15 kHz

5.00 kHz

Q

1.2

4.5

0.11

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

+1.5 dB

–8.5 dB

+2.5 dB

+4.0 dB

F

180 Hz

335 Hz

2.36 kHz

4.00 kHz

Q

—

10

0.7

0.1

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

+2.0 dB

–7.5 dB

+2.0 dB

+1.0 dB

F

212 Hz

670 Hz

4.50 kHz

6.30 kHz

Q

1.4

10

1.2

0.28

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–2.0 dB

0.0 dB

0.0 dB

+3.0 dB

F

106 Hz

425 Hz

1.06 kHz

13.2 kHz

Q

—

8

0.9

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–4.0 dB

–2.5 dB

+1.0 dB

+0.5 dB

F

95 Hz

425 Hz

2.80 kHz

7.50 kHz

Q

—

0.5

1

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–4.5 dB

0.0 dB

+2.0 dB

0.0 dB

F

100 Hz

400 Hz

2.80 kHz

17.0 kHz

Q

—

4.5

0.56

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–7.5 dB

+4.5 dB

+2.5 dB

0.0 dB

F

35.5 Hz

112 Hz

2.00 kHz

4.00 kHz

Q

—

5

4.5

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+3.0 dB

0.0 dB

+2.5 dB

+0.5 dB

F

112 Hz

112 Hz

2.24 kHz

4.00 kHz

Q

0.1

5

6.3

—

275

Preset EQ-parameters

Nr.

11

12

13

14

15

16

17

18

19

20

21

Parameter

Titel

Syn. Bass 1

Syn. Bass 2

Piano 1

Piano 2

E. G. Clean

E. G. Crunch 1

E. G. Crunch 2

E. G. Dist. 1

E. G. Dist. 2

A. G. Stroke 1

A. G. Stroke 2

LOW

L-MID

H-MID

HIGH

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+3.5 dB

+8.5 dB

0.0 dB

0.0 dB

F

85 Hz

950 Hz

4.00 kHz

12.5 kHz

Q

0.1

8

4.5

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+2.5 dB

0.0 dB

+1.5 dB

0.0 dB

F

125 Hz

180 Hz

1.12 kHz

12.5 kHz

Q

1.6

8

2.2

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–6.0 dB

0.0 dB

+2.0 dB

+4.0 dB

F

95 Hz

950 Hz

3.15 kHz

7.50 kHz

Q

—

8

0.9

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+3.5 dB

–8.5 dB

+1.5 dB

+3.0 dB

F

224 Hz

600 Hz

3.15 kHz

5.30 kHz

Q

5.6

10

0.7

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+2.0 dB

–5.5 dB

+0.5 dB

+2.5 dB

F

265 Hz

400 Hz

1.32 kHz

4.50 kHz

Q

0.18

10

6.3

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

+4.5 dB

0.0 dB

+4.0 dB

+2.0 dB

F

140 Hz

1.00 kHz

1.90 kHz

5.60 kHz

Q

8

4.5

0.63

9

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+2.5 dB

+1.5 dB

+2.5 dB

0.0 dB

F

125 Hz

450 Hz

3.35 kHz

19.0 kHz

Q

8

0.4

0.16

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+5.0 dB

0.0 dB

+3.5 dB

0.0 dB

F

355 Hz

950 Hz

3.35 kHz

12.5 kHz

Q

—

9

10

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+6.0 dB

–8.5 dB

+4.5 dB

+4.0 dB

F

315 Hz

1.06 kHz

4.25 kHz

12.5 kHz

Q

—

10

4

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–2.0 dB

0.0 dB

+1.0 dB

+4.0 dB

F

106 Hz

1.00 kHz

1.90 kHz

5.30 kHz

Q

0.9

4.5

3.5

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–3.5 dB

–2.0 dB

0.0 dB

+2.0 dB

F

300 Hz

750 Hz

2.00 kHz

3.55 kHz

Q

—

9

4.5

—

01V96—Handleiding

276

Nr.

22

23

24

25

26

27

28

29

30

31

32

Appendix A: Parameteroverzichten

Parameter

Titel

A. G. Arpeg. 1

A. G. Arpeg. 2

Brass Sec.

Male Vocal 1

Male Vocal 2

Female Vo. 1

Female Vo. 2

Chorus & Harmo

Total EQ 1

Total EQ 2

Total EQ 3

01V96—Handleiding

LOW

L-MID

H-MID

HIGH

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–0.5 dB

0.0 dB

0.0 dB

+2.0 dB

F

224 Hz

1.00 kHz

4.00 kHz

6.70 kHz

Q

—

4.5

4.5

0.12

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

0.0 dB

–5.5 dB

0.0 dB

+4.0 dB

F

180 Hz

355 Hz

4.00 kHz

4.25 kHz

Q

—

7

4.5

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–2.0 dB

–1.0 dB

+1.5 dB

+3.0 dB

F

90 Hz

850 Hz

2.12 kHz

4.50 kHz

Q

2.8

2

0.7

7

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–0.5 dB

0.0 dB

+2.0 dB

+3.5 dB

F

190 Hz

1.00 kHz

2.00 kHz

6.70 kHz

Q

0.11

4.5

0.56

0.11

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+2.0 dB

–5.0 dB

–2.5 dB

+4.0 dB

F

170 Hz

236 Hz

2.65 kHz

6.70 kHz

Q

0.11

10

5.6

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–1.0 dB

+1.0 dB

+1.5 dB

+2.0 dB

F

118 Hz

400 Hz

2.65 kHz

6.00 kHz

Q

0.18

0.45

0.56

0.14

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–7.0 dB

+1.5 dB

+1.5 dB

+2.5 dB

F

112 Hz

335 Hz

2.00 kHz

6.70 kHz

Q

—

0.16

0.2

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–2.0 dB

–1.0 dB

+1.5 dB

+3.0 dB

F

90 Hz

850 Hz

2.12 kHz

4.50 kHz

Q

2.8

2

0.7

7

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–0.5 dB

0.0 dB

+3.0 dB

+6.5 dB

F

95 Hz

950 Hz

2.12 kHz

16.0 kHz

Q

7

2.2

5.6

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+4.0 dB

+1.5 dB

+2.0 dB

+6.0 dB

F

95 Hz

750 Hz

1.80 kHz

18.0 kHz

Q

7

2.8

5.6

—

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+1.5 dB

+0.5 dB

+2.0 dB

+4.0 dB

F

67 Hz

850 Hz

1.90 kHz

15.0 kHz

Q

—

0.28

0.7

—

277

Preset EQ-parameters

Nr.

33

34

35

36

37

38

39

40

Parameter

Titel

Bass Drum 3

Snare Drum 3

Tom-tom 2

Piano 3

Piano Low

Piano High

Fine-EQ Cass

Narrator

LOW

L-MID

H-MID

HIGH

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

+3.5 dB

–10.0 dB

+3.5 dB

0.0 dB

F

118 Hz

315 Hz

4.25 kHz

20.0 kHz

Q

2

10

0.4

0.4

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

0.0 dB

+2.0 dB

+3.5 dB

0.0 dB

F

224 Hz

560 Hz

4.25 kHz

4.00 kHz

Q

—

4.5

2.8

0.1

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–9.0 dB

+1.5 dB

+2.0 dB

0.0 dB

F

90 Hz

212 Hz

5.30 kHz

17.0 kHz

Q

—

4.5

1.2

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

+4.5 dB

–13.0 dB

+4.5 dB

+2.5 dB

F

100 Hz

475 Hz

2.36 kHz

10.0 kHz

Q

8

10

9

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–5.5 dB

+1.5 dB

+6.0 dB

0.0 dB

F

190 Hz

400 Hz

6.70 kHz

12.5 kHz

Q

10

6.3

2.2

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

PEAKING

G

–5.5 dB

+1.5 dB

+5.0 dB

+3.0 dB

F

190 Hz

400 Hz

6.70 kHz

5.60 kHz

Q

10

6.3

2.2

0.1

L.SHELF

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–1.5 dB

0.0 dB

+1.0 dB

+3.0 dB

F

75 Hz

1.00 kHz

4.00 kHz

12.5 kHz

Q

—

4.5

1.8

—

PEAKING

PEAKING

PEAKING

H.SHELF

G

–4.0 dB

–1.0 dB

+2.0 dB

0.0 dB

F

106 Hz

710 Hz

2.50 kHz

10.0 kHz

Q

4

7

0.63

—

01V96—Handleiding

278

Appendix A: Parameteroverzichten

Presetgateparameters
Nr.

1

2

3

4

Titel

Gate

(fs = 44,1 kHz)

Type

GATE

Ducking

GATE

A. Dr. SN

–26

Range (dB)

–56
2.56

Decay (ms)

331

Threshold (dB)

–19

Range (dB)

–22

Attack (ms)

1

Titel

Comp

1.20 S

Decay (ms)

6.32 S

Threshold (dB)

–11

Range (dB)

–53
1.93

Decay (ms)

400

Threshold (dB)

–8

Range (dB)

–23

Attack (ms)

1

Hold (ms)

0.63

Decay (ms)

238

(fs = 44,1 kHz)

Type

COMP

3

Expand

Compander (H)

EXPAND

COMPAND-H

Parameter

–8

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)

60

Out gain (dB)

0.0
250

Threshold (dB)

–23

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)

1

Out gain (dB)

01V96—Handleiding

3.5

Knee

2

Release (ms)

70

Threshold (dB)

–10

Ratio ( :1)

3.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

Threshold (dB)

COMPAND-S

2

Release (ms)

Release (ms)

Compander (S)

Waarde

Threshold (dB)

Width (dB)

4

0

Hold (ms)

Knee

2

93

Hold (ms)

Presetcompressorparameters
Nr.

0

Hold (ms)

Attack (ms)

GATE

Waarde

Threshold (dB)
Attack (ms)

DUCKING

A. Dr. BD

Parameter

1
0.0
6
250
–8

Ratio ( :1)

4

Attack (ms)

25

Out gain (dB)

0.0

Width (dB)

24

Release (ms)

180

279

Presetcompressorparameters (fs = 44,1 kHz)

Nr.

Titel

Type

Parameter
Threshold (dB)

5

6

A. Dr. BD

A. Dr. BD

COMP

COMPAND-H

A. Dr. SN

COMP

3

Attack (ms)

9

Out gain (dB)

A. Dr. SN

EXPAND

2

Release (ms)

58

Threshold (dB)

–11

Ratio ( :1)

3.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

COMPAND-S

Threshold (dB)

–17

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

A. Dr. Tom

EXPAND

2

Release (ms)

12

Threshold (dB)

–23

Attack (ms)
Out gain (dB)

A. Dr. OverTop

COMPAND-S

E. B. Finger

COMP

0
0.5
2
151
–8

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)

11

Out gain (dB)

0.0

Width (dB)

10

Release (ms)

128

Threshold (dB)

–20

Attack (ms)
Out gain (dB)

2
2
5.0
2

Release (ms)

749

Threshold (dB)

–24

Ratio ( :1)

2

Attack (ms)

38

Out gain (dB)

–3.5

Width (dB)

54

Release (ms)

842

Threshold (dB)

–12

Ratio ( :1)
12

2

Threshold (dB)

Knee

11

8
3.5

Knee

Ratio ( :1)
10

7
192

Release (ms)

A. Dr. SN

1
–1.5

Release (ms)

Knee

9

5.5

Knee

Ratio ( :1)
8

–24

Ratio ( :1)

Width (dB)

7

Waarde

2

Attack (ms)

15

Out gain (dB)

4.5

Knee
Release (ms)

2
470

01V96—Handleiding

280

Appendix A: Parameteroverzichten

Nr.

13

14

15

16

Titel

E. B. Slap

Syn. Bass

Piano1

Piano2

Type

COMP

COMP

COMP

COMP

Parameter
Threshold (dB)

–12

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)

4.0

Knee

hard

Release (ms)

133

Threshold (dB)

–10

Ratio ( :1)

3.5

Attack (ms)

COMP

3.0

Knee

hard

Release (ms)

250

Threshold (dB)

–9

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)

17

Out gain (dB)

1.0

Knee

hard

Release (ms)

238

Threshold (dB)

–18

Ratio ( :1)

3.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

A. Guitar

COMP

Strings1

COMP

–8
3.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

Strings2

COMP

4
261

Threshold (dB)

–10

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

5
1.5
2

Release (ms)

238

Threshold (dB)

–11

Ratio ( :1)

2

Attack (ms)

33

Out gain (dB)

1.5
2

Release (ms)

749

Threshold (dB)

–12

Ratio ( :1)

1.5

Attack (ms)

93

Out gain (dB)

1.5

Knee
Release (ms)

01V96—Handleiding

7
2.5

Release (ms)

Knee

20

2
174

Ratio ( :1)

Knee

19

7
6.0

Threshold (dB)

Knee

18

9

Out gain (dB)

Release (ms)

E. Guitar

6

Out gain (dB)

Knee

17

Waarde

4
1.35 S

281

Presetcompressorparameters (fs = 44,1 kHz)

Nr.

21

Titel

Strings3

Type

COMP

Parameter
Threshold (dB)

–17

Ratio ( :1)

1.5

Attack (ms)

76

Out gain (dB)

2.5

Knee

22

BrassSection

COMP

Syn. Pad

COMP

186

Threshold (dB)

–18

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)

18

Out gain (dB)

4.0

25

SamplingPerc

Sampling BD

COMPAND-S

COMP

226

Threshold (dB)

–13

Ratio ( :1)

2

Attack (ms)

58

Out gain (dB)

2.0

27

28

Sampling SN

Hip Comp

Solo Vocal1

COMP

COMPAND-S

COMP

1

Release (ms)

238

Threshold (dB)

–18

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)
Out gain (dB)

8
–2.5

Width (dB)

18

Release (ms)

238

Threshold (dB)

–14

Ratio ( :1)

2

Attack (ms)

2

Out gain (dB)

3.5

Knee

4

Release (ms)

35

Threshold (dB)

–18

Ratio ( :1)
26

1

Release (ms)

Knee

24

2

Release (ms)

Knee

23

Waarde

Attack (ms)

4
8

Out gain (dB)

8.0

Knee

hard

Release (ms)

354

Threshold (dB)

–23

Ratio ( :1)

20

Attack (ms)

15

Out gain (dB)

0.0

Width (dB)

15

Release (ms)

163

Threshold (dB)

–20

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)

31

Out gain (dB)

2.0

Knee
Release (ms)

1
342

01V96—Handleiding

282

Appendix A: Parameteroverzichten

Nr.

29

Titel

Solo Vocal2

Type

COMP

Parameter
Threshold (dB)

–8

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)

26

Out gain (dB)

1.5

Knee
Release (ms)

30

Chorus

COMP

Click Erase

EXPAND

–9

Ratio ( :1)

1.7

Attack (ms)

39

Out gain (dB)

2.5

Announcer

COMPAND-H

226

Threshold (dB)

–33

Ratio ( :1)

2

Attack (ms)

1

Out gain (dB)

Limiter1

COMPAND-S

Threshold (dB)

–14

Ratio ( :1)

2.5

Attack (ms)
Out gain (dB)

35

Total Comp1

COMP

COMP

18

Release (ms)

180

Total Comp2

COMP

3

Attack (ms)

20

Out gain (dB)

–3.0
90
3.90 s

Threshold (dB)

0

Ratio ( :1)

∞

Attack (ms)

0

Out gain (dB)

0.0

Knee

hard

Release (ms)

319

Threshold (dB)

–18

Ratio ( :1)

3.5

Attack (ms)

94

Out gain (dB)

2.5

Knee

hard

Release (ms)

447

Threshold (dB)

–16
6

Attack (ms)

11

Out gain (dB)

6.0

Knee
Release (ms)

01V96—Handleiding

–9

Ratio ( :1)

Ratio ( :1)
36

1
–2.5

Width (dB)

Release (ms)

Limiter2

2
284

Width (dB)

34

2.0

Release (ms)

Threshold (dB)

33

2

Release (ms)

Knee

32

3
331

Threshold (dB)

Knee

31

Waarde

1
180

Algemene specificaties

283

Appendix B: Specificaties
Algemene specificaties
Aantal scenegeheugens

99
Intern

Samplefrequentie

Signaalvertraging

Extern

44,1 kHz; 48 kHz; 88,2 kHz; 96 kHz
Normale snelheid: 44,1 kHz–10% tot 48 kHz+6%
Dubbele snelheid: 88,2 kHz–10% tot 96 kHz+6%

fs=48 kHz

Minder dan 1,6 ms CH INPUT naar STEREO OUT

fs=96 kHz

Minder dan 0,8 ms CH INPUT naar STEREO OUT
100 mm gemotoriseerd × 17

Fader

+10 tot –138, –∞ dB ingangsfaders

Faderresolutie

0 tot –138, –∞ dB masterfaders, STEREO-fader

Totale harmonische

fs=48 kHz
vervorming1
(CH INPUT naar STEREO OUT)
fs=96 kHz
(Ingangsversterking=Min.)
fs=48 kHz
Frequentierespons
(CH INPUT naar STEREO OUT) fs=96 kHz
Dynamisch bereik
(maximumniveau tot ruisniveau)

Minder dan 0,05% 20 Hz–20kHz bij +14 dB in 600 Ω
Minder dan 0,01% 1 kHz bij +24 dB in 600 Ω
Minder dan 0,05% 20 Hz–40 kHz bij +14 dB in 600 Ω
Minder dan 0,01% 1 kHz bij +24 dB in 600 Ω
20 Hz–20 kHz; 0,5, –1,5 dB bij +4 dB in 600 Ω
20 Hz–40 kHz; 0,5, –1,5 dB bij +4 dB in 600 Ω
110 dB typ. DA-converter (STEREO OUT)
105 dB typ. AD+DA (naar STEREO OUT) bij fs=48 kHz
105 dB typ. AD+DA (naar STEREO OUT) bij fs=96 kHz
–128 dB equivalente ingangsruis
–86 dB residu uitgangsruis. STEREO OUT (STEREO OUT uit)

ruis2

Brom &
(20 Hz–20 kHz)

Rs=150 Ω

Ingangsverst.=Max. –86 dB (90 dB S/R) STEREO OUT
ingangspad =0 dB (STEREO-fader op nominaal niveau en alle CH INPUT-faders op minimaal niveau)
ingangspad =0 dB
Ingangsgevoeligheid =–60 dB

–64 dB (68 dB S/R) STEREO OUT
(STEREO-fader op nominaal niveau en één CH INPUT-fader op nominaal niveau)
74 dB CH INPUT (CH1–12) naar STEREO OUT/OMNI (BUS) OUT

Maximale spanningsversterking

40 dB CH INPUT (CH13–16) naar STEREO OUT
74 dB CH INPUT (CH1–12) naar OMNI (AUX) OUT (via pre-ingangsfader)
74 dB CH INPUT (CH1–12) naar MONITOR OUT (via STEREOBUS)
80 dB aangrenzende ingangskanalen (CH1–12)

Overspraak
(bij 1 kHz)

80 dB aangrenzende ingangskanalen (CH13–16)

Ingangsversterking=Min.

80 dB ingang naar uitgang
PHANTOM-schakelaar +48 V DC (per 4 kanalen)

AD-ingang (1–12)

Padschakelaar

0/20 dB verzwakking

Gainregelaar

44 dB (–60 tot –16), stapsgewijs

PEAK-indicator

LED (rood) gaat aan als het post-HA-niveau 3 dB onder clippen bereikt in
het digitale domein

SIGNAL-indicator LED (groen) gaat aan als het post-HA-niveau 20 dB onder nominaal bereikt
in het digitale domein

AD-ingang (13–16)

AD-converter

24-bit lineair, 128-voudige oversampling (fs=44,1; 48 kHz), 64-voudige
oversampling (fs=88,2; 96 kHz)

Gainregelaar

30 dB (–26 tot +4), stapsgewijs

PEAK-indicator

LED (rood) gaat aan als het post-HA-niveau 3 dB onder clippen bereikt in
het digitale domein

SIGNAL-indicator LED (groen) gaat aan als het post-HA-niveau 20 dB onder nominaal bereikt
in het digitale domein
AD-converter

24-bit lineair, 128-voudige oversampling (fs=44,1; 48 kHz), 64-voudige
oversampling (fs=88,2; 96 kHz)

Ingangskeuzeschakelaar CH15/16/2TR IN voor CH15/16

01V96—Handleiding

284

Appendix B: Specificaties

Digitale ingang
(2TR IN DIGITAL, ADAT-ingang)
Optionele ingang (SLOT)

Beschikbare kaarten Optionele digitale interfacekaarten (MY16-, MY8-, MY4-serie)
Ingangsrouting

—

Fase

Normaal/omgekeerd

Gatetype3

Aan/uit
Toets in: Groepen van 12 kanalen (1–12, 13–24, 25–32)/AUX1–8
Aan/uit

Compressortype4

Key in: Self /Stereo Link
Pre-EQ/prefader/postfader

Verzwakker
EQ

–96,0 tot +12,0 dB (stappen van 0,1 dB)
4-bands PEQ (TYPE1)5
Aan/uit

Ingangskanaal CH1–32

Delay

0–43400 samples

Aan/uit

—

Fader

100 mm gemotoriseerd (INPUT/AUX1–8)

Aux-sends
Solo

Aan/uit
AUX1–8; prefader/postfader
Aan/uit
Prefader/postpan

Pan

127 posities (links= 1–63, midden, rechts= 1–63)

Surroundpan

127 × 127 posities
([links= 1–63, midden, rechts= 1–63] x [voor= 1–63, midden, achter= 1–63])

LFE-niveau

–∞, –96 dB tot +10 dB (256 stappen)

Routing

STEREO, BUS1–8, DIRECT OUT

Direct out
Meter

Pre-EQ/prefader/postfader
Aangegeven in de LCD
Peak Hold aan/uit

Ingangsrouting (L/R) —

Fase (L/R)

Normaal/omgekeerd

Verzwakker (L/R) –96,0 tot +12,0 dB (stappen van 0,1 dB)
Equalizer

4-bands PEQ (TYPE1)5

Aan/uit

—

Fader

Stereo-ingangskanaal
CH1–4

Aux-sends
Solo

01V96—Handleiding

AUX1–8; prefader/postfader
Aan/uit
Prefader/postpan
127 posities (links= 1–63, midden, rechts= 1–63)

Surroundpan
(L/R)

127 × 127 posities
([links= 1–63, midden, rechts= 1–63] x [voor= 1–63, midden, achter= 1–63])

LFE-niveau (L/R)

–∞, –96 dB tot +10 dB (256 stappen)

Routing

STEREO, BUS1–8, DIRECT OUT

Niveau

STEREO OUT

INPUT/AUX1–8-send
Aan/uit

Pan (L/R)

Meter

OSCILLATOR

100 mm gemotoriseerd

Aangegeven in de LCD
Peak Hold aan/uit
0 tot –96 dB (stappen van 1 dB)

Aan/uit

—

Golfvorm

Sinus 100 Hz, sinus 1 kHz, sinus 10 kHz, roze ruis, ruispuls

Routing

BUS1–8, AUX1–8, STEREO L/R

DA-converter

24-bit lineair, 128-voudige oversampling (bij fs=44,1; 48 kHz), 64-voudige
oversampling (bij fs=88,2; 96 kHz)

Algemene specificaties

MONITOR OUT

285

DA-converter

24-bit lineair, 128-voudige oversampling (bij fs=44,1; 48 kHz), 64-voudige
oversampling (bij fs=88,2; 96 kHz)

Uitgangsrouting

STEREO, BUS1–8, AUX1–8, DIRECT OUT 1–32, INSERT OUT (CH1–32,
BUS1–8, AUX1–8, STEREO), CASCADE OUT (BUS1–8, AUX 1–8, STEREO,
SOLO)

DA-converter

24-bit lineair, 128-voudige oversampling (bij fs=44,1; 48 kHz), 64-voudige
oversampling (bij fs=88,2; 96 kHz)

OMNI OUT 1–4

Dither
2TR OUT DIGITAL
Uitgangsrouting

Dither
ADAT-uitgang
Uitgangsrouting

Aan/uit
Woordlengte 16, 20, 24-bits
STEREO, BUS1–8, AUX 1–8, DIRECT OUT 1–32, INSERT OUT (CH 1–32,
BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO), CASCADE OUT (BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO,
SOLO)
Aan/uit
Woordlengte 16, 20, 24-bits
STEREO, BUS1–8, AUX 1–8, DIRECT OUT 1–32, INSERT OUT (CH 1–32,
BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO), CASCADE OUT (BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO,
SOLO)

Beschikbare kaart Optionele digitale interfacekaart (MY16-, MY8-, MY4-serie)
Dither
Optionele uitgang (SLOT)
Uitgangsrouting
Compressortype4
Verzwakker
EQ

Aan/uit
Woordlengte 16/20/24-bits
STEREO, BUS1–8, AUX 1–8, DIRECT OUT 1–32, INSERT OUT (CH 1–32,
BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO), CASCADE OUT (BUS 1–8, AUX 1–8, STEREO,
SOLO)
Aan/uit
Pre-EQ/prefader/postfader
–96,0 tot +12,0 dB (stappen van 0,1 dB)
4-bands PEQ5
Aan/uit

STEREO

Aan/uit

—

Fader

100 mm gemotoriseerd

Balans

127 posities (links=1–63, midden, rechts=1–63)

Delay

0–29100 samples
Aangegeven in de LCD

Meter

Peak Hold aan/uit
12-elementen x2 LED-meters

Compressortype4
Verzwakker
EQ

Aan/uit
Pre-EQ/prefader/postfader
–96,0 tot +12,0 dB (stappen van 0,1 dB)
4-bands PEQ5
Aan/uit

BUS1–8

Aan/uit

—

Fader

100 mm gemotoriseerd

Delay

0–29100 samples
Niveau (–∞, –138 dB–0 dB)

Bus naar stereo

Aan/uit
Pan: 127 posities (links=1–63, midden, rechts=1–63)

Meter

Aangegeven in de LCD
Peak Hold aan/uit

01V96—Handleiding

286

Appendix B: Specificaties

Compressortype4
Verzwakker
EQ

Aan/uit
Pre-EQ/prefader/postfader
–96,0 tot +12,0 dB (stappen van 0,1 dB)
4-bands PEQ5
Aan/uit

AUX1–8

Aan/uit

—

Fader

100 mm gemotoriseerd

Delay

0–29100 samples

Meter
Aantal effecten
Interne effecten
(EFFECT 1-4)

Spanningsvereisten
Afmetingen

Aangegeven in de LCD
Peak Hold aan/uit
4 bi j 44,1kHz; 48kHz
2 bij 88,2kHz; 96kHz

Bypass

Aan/uit

In/Uit

2-in, 2-uit

Effect-in via

AUX1–8/INSERT OUT

Effect-uit naar

Ingangsrouting

U.S./Canada

120 V, 60 Hz, 90 W

Overig

220–240 V, 50/60 Hz, 90 W

(H x D x B)

150 x 548 x 436 mm

Netto gewicht

15 kg

Werktemperatuurbereik
(bij onbelemmerde luchtcirculatie)

10–35˚C

Opslagtemperatuurbereik

–20–60˚C

Bijgeleverde accessoires

Netsnoer
CD-ROM (Studio Manager)
Handleiding
Studio Manager Installation Guide

Opties

Digitale interfacekaart (MY16-, MY8-, MY4-serie)
Rekinbouwkit: RK1
1. Totale harmonische vervorming is gemeten met een 6 dB/octaaf-filter bij 80 kHz.
2. Brom & ruis zijn gemeten met een 6 dB/octaaf-filter bij 12,7 kHz; overeenkomend met een 20kHz-filter met oneindige
dB/octaaf-verzwakking.
3. Zie “Gateparameters” op blz. 287.
4. Zie “Compressorparameters” op blz. 287.
5. Zie “EQ-parameters” op blz. 286.

EQ-parameters
LOW/HPF

Q

0,1–10,0
(41 stappen)
laagaf
HPF

F
G

01V96—Handleiding

L-MID

H-MID
0,1–10,0
(41 stappen)

HIGH /LPF
0,1–10,0
(41 stappen)
hoogaf
LPF

21,2 Hz–20,0 kHz (stappen van 1/12 oct)
±18 dB
(stappen van 0,1 dB)
HPF: aan/uit

±18 dB
(stappen van 0,1 dB)

±18 dB
(stappen van 0,1 dB)
LPF: aan/uit

Algemene specificaties

287

Gateparameters
Threshold

–54 dB–0 dB (stappen van 0,1 dB)

Bereik

–70 dB–0 dB (stappen van 1 dB)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
0,02 ms–1,96 s (216 stappen) bij 48 kHz

Gate

Hold

0,02 ms–2,13 s (216 stappen) bij 44,1 kHz
0,01 ms–981 ms (216 stappen) bij 96 kHz
0,01 ms–1,06 s (216 stappen) bij 88,2 kHz
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Decay

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

Threshold

–54 dB–0 dB (stappen van 0,1 dB)

Bereik

–70 dB–0 dB (stappen van 1 dB)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
0,02 ms–1,96 s (216 stappen) bij 48 kHz

Ducking

Hold

0,02 ms–2,13 s (216 stappen) bij 44,1 kHz
0,01 ms–981 ms (216 stappen) bij 96 kHz
0,01 ms–1,06 s (216 stappen) bij 88,2 kHz
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Decay

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

Compressorparameters

Compressor

Threshold

–54 dB–0 dB (stappen van 0,1 dB)

Ratio (x :1)

x=1; 1,1; 1,3; 1,5; 1,7; 2; 2,5; 3; 3,5; 4; 5; 6; 8; 10; 20; ∞ (16 punten)

Out gain

0 dB tot +18 dB (stappen van 0,1 dB)

Knee

Hard, 1, 2, 3, 4, 5 (6 stappen)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Release

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

Expander

Threshold

–54 dB tot 0 dB (stappen van 0,1 dB)

Ratio (x :1)

x=1; 1,1; 1,3; 1,5; 1,7; 2; 2,5; 3; 3,5; 4; 5; 6; 8; 10; 20; ∞ (16 punten)

Out gain

0 dB tot +18 dB (stappen van 0,1 dB)

Knee

Hard, 1, 2, 3, 4, 5 (6 punten)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Release

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

01V96—Handleiding

288

Appendix B: Specificaties

Compander H

Threshold

–54 dB tot 0 dB (stappen van 0,1 dB)

Ratio (x :1)

x=1; 1,1; 1,3; 1,5; 1,7; 2; 2,5; 3; 3,5; 4; 5; 6; 8; 10; 20 (15 punten)

Out gain

–18 dB tot 0 dB (stappen van 0,1 dB)

Width

1 dB–90 dB (stappen van 1 dB)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Release

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

Compander S

Threshold

–54 dB tot 0 dB (stappen van 0,1 dB)

Ratio (x :1)

x=1; 1,1; 1,3; 1,5; 1,7; 2; 2,5; 3; 3,5; 4; 5; 6; 8; 10; 20 (15 punten)

Out gain

–18 dB tot 0 dB (stappen van 0,1 dB)

Width

1 dB–90 dB (stappen van 1 dB)

Attack

0 ms–120 ms (stappen van 1 ms)
5 ms–42,3 s (160 punten) bij 48 kHz

Release

6 ms–46,0 s (160 punten) bij 44,1 kHz
3 ms–21,1 s (160 punten) bij 96 kHz
3 ms–23,0 s (160 punten) bij 88,2 kHz

LIBRARIES
EFFECT LIBRARY (EFFECT 1–4)
COMPRESSOR LIBRARY
GATE LIBRARY
EQ LIBRARY
CHANNEL LIBRARY
INPUT PATCH LIBRARY
OUTPUT PATCH LIBRARY

01V96—Handleiding

Voorgeprogrammeerd

44

Gebruikersgeheugens

84

Voorgeprogrammeerd

36

Gebruikersgeheugens

92

Voorgeprogrammeerd

4

Gebruikersgeheugens

124

Voorgeprogrammeerd

40

Gebruikersgeheugens

160

Voorgeprogrammeerd

2

Gebruikersgeheugens

127

Voorgeprogrammeerd

1

Gebruikersgeheugens

32

Voorgeprogrammeerd

1

Gebruikersgeheugens

32

Analoge ingangsspecificaties

289

Analoge ingangsspecificaties
Ingang

PAD

VERSTERKING

Feitelijke
belastingsimpedantie

Voor gebruik
met
nominaal

–60 dB
0

INPUT A/B
1–12

3k Ω
–16 dB

50–600 Ω
microfoons &
600 Ω lijnen

20
–26 dB
INPUT 13–16

—

10k Ω

600 Ω lijnen

+4 dB

Ingangsniveau
Gevoelig-

Aansluiting

Nominaal

Max. voor
clippen

–70 dB
(0,245 mV)

–60 dB
(0,775 mV)

–40 dB
(7,75 mV)

A: XLR-3-31-type

–26 dB
(38,8 mV)

–16 dB
(123 mV)

+4 dB
(1,23 V)

(gebalanceerd)2
B: Steekplug (TRS)

–6 dB
(338 mV)

+4 dB
(1,23 V)

+24 dB
(12,28 V)

(gebalanceerd)3

–36 dB
(12,3 mV)

–26 dB
(38,8 mV)

–6 dB (388
mV)

–6 dB
(388 mV)

+4 dB
(1,23 V)

+24 dB
(12,28 V)

(gebalanceerd)3

heid1

Steekplug (TRS)

CH INSERT IN
1–12

—

10k Ω

600 Ω lijnen

–12 dB
(195 mV)

–2 dB
(616 mV)

+18 dB
(6,16 V)

Steekplug (TRS)

2TR IN [L, R]

—

10k Ω

600 Ω lijnen

–10 dBV
(316 mV)

–10 dBV
(316 mV)

+10 dBV
(3,16 V)

RCA-tulpaansluiting
(ongebalanceerd)

(ongebalanceerd)4

1. Gevoeligheid is het laagste niveau dat een uitgangsniveau van +4 dB zal geven (1,23 V) of het nominale uitgangsniveau als het apparaat is ingesteld op maximale versterking. (Alle faders en niveauregelaars staan in de hoogste positie.)
2. XLR-3-31-type aansluitingen zijn gebalanceerd (1=MASSA, 2=HEET, 3=KOUD).
3. Steekplugaansluitingen zijn gebalanceerd (Top=HEET, Ring=KOUD, Mantel=MASSA).
4. CH INSERT IN/OUT-steekplugaansluitingen zijn ongebalanceerd. (Top=UITGANG, Ring=INGANG, Mantel=MASSA).
Als bij deze specificaties dB voor een bepaald voltage staat, geldt als referentie dat 0 dB overeenkomt met 0,775 Vrms.
Voor 2TR IN-niveaus geldt dat 0 dBV overeenkomt met 1,00 Vrms.
Alle ingangs-AD-converters (CH INPUT 1–16) zijn 24-bits lineair, 128-voudige oversampling (bij fs=44,1; 48 kHz).
+48 V DC (fantoomvoeding) wordt geleverd aan CH INPUT (1–12) XLR-type aansluitingen.
Drie PHANTOM +48V-schakelaars CH1–4, 5–8, 9–12 zetten de fantoomvoeding voor respectievelijk de ingangen 1–4,
5–8, 9–12 aan.

Analoge uitgangsspecificaties
Feitelijke
bronimpedantie

Voor gebruik
met
nominaal

STEREO OUT [L, R]

150 Ω

OMNI OUT 1–4

Uitgang

Uitgangsniveau
Aansluiting

Nominaal

Max. voor
clippen

600 Ω lijnen

+4 dB
(1,23 V)

+24 dB
(12,28 V)

150 Ω

10k Ω lijnen

+4 dB
(1,23 V)

+24 dB
(12,28 V)

Steekplug (TRS)

MONITOR OUT [L, R]

150 Ω

10k Ω lijnen

+4 dB
(1,23 V)

+24 dB
(12,28 V)

Steekplug (TRS)

CH INSERT OUT 1–12

600 Ω

10k Ω lijnen

–2 dB
(616 mV)

+18 dB
(6,16 V)

Steekplug (TRS)

2TR OUT [L, R]

600 Ω

10k Ω lijnen

–10 dBV
(316 mV)

+10 dBV
(3,16 V)

RCA-tulpaansluiting
(ongebalanceerd)

8Ω
hoofdtelefoon

4 mW

25 mW

40 Ω
hoofdtelefoon

12 mW

75 mW

PHONES

1.
2.
3.
4.

100 Ω

XLR-3-32-type (gebalanceerd)1
(gebalanceerd)2
(gebalanceerd)2
(ongebalanceerd)3

Stereosteekplug (TRS)
(ongebalanceerd)4

XLR-3-32-type aansluitingen zijn gebalanceerd (1=MASSA, 2=HEET, 3=KOUD).
Steekplugaansluitingen zijn gebalanceerd (Top=HEET, Ring=KOUD, Mantel=MASSA).
CH INSERT IN/OUT-steekplugaansluitingen zijn ongebalanceerd (Top=UITGANG, Ring=INGANG, Mantel=MASSA).
PHONES-stereosteekplug is ongebalanceerd (Top=LINKS, Ring=RECHTS, Mantel=MASSA).

Als bij deze specificaties dB voor een bepaald voltage staat, geldt als referentie dat 0 dB overeenkomt met 0,775 Vrms.
Bij 2TR OUT [L, R]-niveaus komt 0 dBV overeen met 1,00 Vrms.
Alle uitgangs-DA-converters zijn 24-bits, 128-voudige oversampling (bij fs=44,1; 48 kHz).

01V96—Handleiding

290

Appendix B: Specificaties

Digitale ingangsspecificaties
Ingang
2TR IN DIGITAL

Format

Datalengte

IEC-60958

24-bits

ADAT1

24-bits

ADAT IN

Niveau

Aansluiting

0,5 Vpp/75 Ω RCA-tulpaansluiting
—

Optisch

1. Multichannel optical digital interface-format, eigendom van ALESIS

Digitale uitgangsspecificaties
Uitgang
2TR OUT DIGITAL

Format

Datalengte

IEC-609581
Consumentengebruik

24-bits3

ADAT2

24-bits3

ADAT OUT

Niveau

Aansluiting

0,5V pp/75 Ω RCA-tulpaansluiting
—

Optisch

1. Kanaalstatus van 2TR OUT DIGITAL
Type:
Lineaire PCM
Categoriecode:
Digitale signaalmixer
Kopieerbeveiliging:
Geen
Emphasis:
Geen
Clock-nauwkeurigheid: Niveau II (1000 ppm)
Samplefrequentie
Afhankelijk van de interne configuratie
2. Multichannel optical digital interface-format, eigendom van ALESIS
3. Dither: woordlengte 16/20/24-bits

I/O SLOT-specificaties
Elk I/O SLOT accepteert een digitale interfacekaart. SLOT1 heeft een seriële interface.
Maker

Model

Functie

MY8-AT

8

8

16

16

MY8-TD

8

8

8

8

8

8

Digitale I/O

MY8-AE96S

TASCAM
24 bits
AES/EBU

8

8

4

—

—

8

—

—

8

—

—

MY8-AD96

8

—

—

MY4-DA

—

4

—

MY8-DA96

Analoog in

Analoog uit

Resolutie

ADAT

MY4-AD
MY8-AD24

Apogee

Format

MY8-AE96
MY8-AD

Waves

Uitgangen 1

MY16-AT
MY8-AE

Yamaha

Ingangen

—

8

—

MY8-mLAN mLAN-interface

8

8

IEEE1394

Y56K

Effect & I/O

8

8

ADAT

AP8AD

Analoog in

8

—

AP8DA

Analoog uit

—

8

20 bits
24 bits
20 bits

Frequentie

Aantal
beschikbare
kaarten

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48/88,2/96 kHz

1

44,1/48/88,2/96 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48/88,2/96 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48/88,2/96 kHz

1

44,1/48 kHz

1

44,1/48 kHz

1

—

44,1/48/88,2/96 kHz

1

—

44,1/48/88,2/96 kHz

1

24 bits

Opmerking

Kan omgaan met 24
bits/96 kHz via
dubbelkanaalsmode
Samplefrequentieomzetter voor de ingang

Maximaal 5 "nodes"

4kanalen bij fs=88,2;
96 kHz

1. Keuze uit STEREO/BUS/AUX/DIRECT OUT/INSERT OUT/CASCADE OUT (STEREO, BUS1–8, AUX1–8, SOLO).
Details afhankelijk van de interfacekaart.

01V96—Handleiding

Besturings-I/O-specificaties

291

Besturings-I/O-specificaties
I/O-poort
TO HOST USB

MIDI

WORD CLOCK

Format

Niveau

Aansluiting op de console

USB

0 V–3,3 V

IN1

B-type USB-aansluiting

MIDI

—

DIN-aansluiting 5P

OUT

MIDI

—

DIN-aansluiting 5P

THRU

MIDI

—

DIN-aansluiting 5P

IN

—

TTL/75 Ω

BNC-aansluiting

OUT

—

TTL/75 Ω

BNC-aansluiting

1. MIDI IN kan gebruikt worden als TIME CODE IN MTC.

350

150

430 (Exclusief de schroefkoppen)
436 (Inclusief de schroefkoppen)

Afmetingen

101

350
540
548

Eenheid: mm
De specificaties en beschrijvingen in de handleiding zijn uitsluitend voor informatieve
doeleinden. Yamaha Corp. houdt zich het recht voor om producten of hun specificaties op
elk gewenst moment te wijzigen of te modificeren, zonder kennisgeving. Aangezien specificaties, apparatuur en opties per locatie kunnen verschillen, kunt u het best contact opnemen met uw Yamaha leverancier.
Europese modellen
Kopers-/gebruikersinformatie aangegeven in EN55103-1 en EN55103-2.
Inschakelstroom: 20 A
Geschikt voor omgevingen: E1, E2, E3 en E4

01V96—Handleiding

292

Appendix C: MIDI

Appendix C: MIDI
Scenegeheugen-naar-programmawijzigingstabel
Programmawijzigingsnr.

Initieel
scenenr.

Programmawijzigingsnr.

Initieel
scenenr.

Programmawijzigingsnr.

Initieel
scenenr.

1

01

44

44

87

87

2

02

3

03

45

45

88

88

46

46

89

4

89

04

47

47

90

90

5

05

48

48

91

91

6

06

49

49

92

92

7

07

50

50

93

93

8

08

51

51

94

94

9

09

52

52

95

95

10

10

53

53

96

96

11

11

54

54

97

97

12

12

55

55

98

98

13

13

56

56

99

99

14

14

57

57

100

00

15

15

58

58

101

—

16

16

59

59

102

—

17

17

60

60

103

—

18

18

61

61

104

—

19

19

62

62

105

—

20

20

63

63

106

—

21

21

64

64

107

—

22

22

65

65

108

—

23

23

66

66

109

—

24

24

67

67

110

—

25

25

68

68

111

—

26

26

69

69

112

—

27

27

70

70

113

—

28

28

71

71

114

—

29

29

72

72

115

—

30

30

73

73

116

—

31

31

74

74

117

—

32

32

75

75

118

—

33

33

76

76

119

—

34

34

77

77

120

—

35

35

78

78

121

—

36

36

79

79

122

—

37

37

80

80

123

—

38

38

81

81

124

—

39

39

82

82

125

—

40

40

83

83

126

—

41

41

84

84

127

—

42

42

85

85

128

—

43

43

86

86

01V96—Handleiding

Userscenenr.

Userscennr.

Userscennr.

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

293

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel
KANAAL1
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56

High
NO ASSIGN
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
FADER H
NO ASSIGN
NO ASSIGN
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L

Mid

Low

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

MASTER

STEREO

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
FADER L
NO ASSIGN
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
NO ASSIGN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
NO ASSIGN

Mid

Low

MASTER

STEREO

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

294

Appendix C: MIDI

KANAAL2
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
FADER H
NO ASSIGN
ON
NO ASSIGN
NO ASSIGN
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L
FADER L

01V96—Handleiding

Mid

Low

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4
BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8
AUX1
AUX2
AUX3
AUX4
AUX5
AUX6
AUX7
AUX8

MASTER

STEREO

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4
BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8
AUX1
AUX2
AUX3
AUX4
AUX5
AUX6

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
FADER L
FADER L
NO ASSIGN
BALANCE
NO ASSIGN
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
PAN
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
NO ASSIGN

Mid

Low

MASTER
MASTER

AUX7
AUX8

MASTER

STEREO

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4
BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8

CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
CHANNEL
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER
MASTER

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R
AUX1
AUX2
AUX3
AUX4
AUX5
AUX6
AUX7
AUX8

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

295

KANAAL3
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H

G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

296

Appendix C: MIDI

KANAAL4
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H
G LOW H

G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L
G LOW L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW
F LOW

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW
Q LOW

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

297

KANAAL5
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H

G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

298

Appendix C: MIDI

KANAAL6
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H
G LO-MID H

G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L
G LO-MID L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID
F LO-MID

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID
Q LO-MID

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

299

KANAAL7
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H

G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

300

Appendix C: MIDI

KANAAL8
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H
G HI-MID H

G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L
G HI-MID L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID
F HI-MID

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID
Q HI-MID

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

301

KANAAL9
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H

G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

302

Appendix C: MIDI

KANAAL10
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H
G HIGH H

G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L
G HIGH L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH
F HIGH

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH
Q HIGH

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

303

KANAAL11
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H

ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

304

Appendix C: MIDI

KANAAL12
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H
ATT H

ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L
ATT L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON
HPF ON

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON
LPF ON

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

305

KANAAL13
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H

LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN

Mid

Low

DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

306

Appendix C: MIDI

KANAAL14
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H
LFE H

LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L
LFE L

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
EQ
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F
DIV F

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON
ON

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1
ST-IN2
ST-IN3
ST-IN4

Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel

307

KANAAL15
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR

FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR

Low
INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN

Mid

Low

WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH

INPUT1
INPUT2
INPUT3
INPUT4
INPUT5
INPUT6
INPUT7
INPUT8
INPUT9
INPUT10
INPUT11
INPUT12
INPUT13
INPUT14
INPUT15
INPUT16
INPUT17
INPUT18
INPUT19
INPUT20
INPUT21
INPUT22
INPUT23
INPUT24

01V96—Handleiding

308

Appendix C: MIDI

KANAAL16
Nr.
0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58

High
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

01V96—Handleiding

Mid
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR
LR

FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR
FR

Low
INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

Nr.
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119

High
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
SURROUND
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN
NO ASSIGN

Mid

Low

WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH
WIDTH

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH
DEPTH

INPUT25
INPUT26
INPUT27
INPUT28
INPUT29
INPUT30
INPUT31
INPUT32
ST-IN1L
ST-IN1R
ST-IN2L
ST-IN2R
ST-IN3L
ST-IN3R
ST-IN4L
ST-IN4R

309

MIDI-dataformat

MIDI-dataformat
1. DATA FORMAT

The following data types of parameter change are used by the 01V96.
Type (HEX)

1.1 CHANNEL MESSAGE
Command
8n NOTE OFF
9n NOTE ON
Bn CONTROL CHANGE
Cn PROGRAM CHANGE

rx/tx
rx
rx
rx/tx
rx/tx

function
Control the internal effects
Control the internal effects
Control parameters
Switch scene memories

1.2 SYSTEM COMMON MESSAGE
Command
F1 MIDI TIME CODE QUARTER
FRAME

rx/tx
rx

function
MTC

1.3 SYSTEM REALTIME MESSAGE
Command
F8 TIMING CLOCK
FE ACTIVE SENSING
FF RESET

rx/tx
rx
rx
rx

function
MIDI clock
Check MIDI cable connections
Clear running status

1.4 EXCLUSIVE MESSAGE

tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
rx
rx
tx/rx
tx/rx
rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx

84 (54)
126 (7E)
127 (7F)

tx/rx
tx/rx
tx

function
MMC command
MMC response
MTC full message

* ‘tx’ indicates that the data can be transmitted from the 01V96, and
‘rx’ indicates that the data can be received by the 01V96.

2.1 NOTE OFF

1.4.2.1 Bulk Dump
rx/tx

2.2 NOTE ON

BULK DUMP REQUEST

Reception
If [OTHER ECHO] is ON, these messages are echoed from MIDI OUT.
If the [Rx CH] matches, these messages are received and used to control effects.

rx/tx
rx/tx

‘m’

tx/rx
tx/rx

‘S’
‘R’
‘O’
‘H’
‘G’
‘Y’
‘Q’
‘E’
‘P’
‘C’
‘L’
‘V’
‘U’
‘N’

tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx

function
Scene Memory & Request
(compressed data)
Setup Memory & Request
Input patch library & Request
Output patch library & Request
Channel library & Request
Gate library & Request
Compressor library & Request
Equalizer library & Request
Effect library & Request
Program change table & Request
Control change table & Request
User define layer & Request
User define key & Request
User assignable layer & Request
Plug-in Effect Card Data & Request

1.4.2.2 PARAMTER CHANGE
Command
F0 43 1n 3E 0D … F7 RARAMETER
CHANGE
F0 43 3n 3E 0D … F7 PARAMETER
REQUEST
F0 43 1n 3E 7F … F7 PARAMETER
CHANGE
F0 43 3n 3E 7F … F7 PARAMETER
REQUEST

rx/tx
rx/tx

function
01V96-specific parameter change

rx/tx

01V96-specific parameter change

rx/tx

General purpose digital mixer
parameter change
General purpose digital mixer
parameter request

rx/tx

1000nnnn 8n Note off message
0nnnnnnn nn Note number
0vvvvvvv vv Velocity(ignored)

function
BULK DUMP DATA

The following data types of bulk dump are used on the 01V96.
Data name

(8n)

Reception
If [OTHER ECHO] is ON, these message are echoed from MIDI OUT.
If the [Rx CH] matches, these messages are received and used to control effects.
STATUS
DATA

1.4.2 System Exclusive Message

Command
F0 43 0n 7E … F7 BULK DUMP
DATA
F0 43 2n 7E … F7 BULK DUMP
REQUEST

function
Edit buffer
Patch data
Setup data
Backup data
Cascade data
Function (recall, store, title, clear)
Function (pair, copy)
Function (effect)
Sort table
Function (attribute, link)
Key remote
Remote meter
Remote time counter
Function response (recall, store,
title, clear)
Function response (attribute, link)
Version
Active sense

2. Format Details

1.4.1 Real Time System Exclusive
Command
rx/tx
F0 7F dd 06 … F7 MMC
tx
COMMAND
F0 7F dd 07 … F7 MMC RESPONSE rx
F0 7F dd 01 … F7 MIDI TIME CODE rx

1 (01)
2 (02)
3 (03)
4 (04)
15 (0F)
16 (10)
17 (11)
18 (12)
19 (13)
20 (14)
32 (20)
33 (21)
34 (22)
80 (50)

STATUS
DATA

(9n)

1001nnnn 9n Note on message
0nnnnnnn nn Note number
0vvvvvvv vv Velocity(1-127:on, 0:off)

2.3 CONTROL CHANGE

(Bn)

Reception
If [Control Change ECHO] is ON, these messages are echoed from MIDI OUT.
If [TABLE] is selected, these message are received if [Control Change Rx] is ON,
and will control parameters according to the [Control assign table] settings.
The parameters that can be set are defined in the Control Change Assign
Parameter List.
If [NRPN] is selected, these messages are received if [Control Change Rx] is ON
and the [Rx CH] matches, and will control the parameter that is specified by the
four messages NRPN control number (62h, 63h) and Data Entry control
number (06h, 26h). Parameter settings are defined in the Control Change
Assign Parameter List.
Transmission
If [TABLE] is selected, operating a parameter specified in the [Control assign
table] will cause these messages to be transmitted if [Control Change Tx] is ON.
The parameters that can be specified are defined in the Control Change Assign
Parameter List.
If [NRPN] is selected, operating a specified parameter will cause data to be
transmitted on the [Tx CH] if [Control Change Tx] is ON, using the four
messages NRPN control number (62h, 63h) and Data Entry control number
(06h, 26h). Parameter settings are defined in the Control Change Assign
Parameter List.
This data cannot be transmitted via control change to Studio Manager since
there is no guarantee that the contents of the tables will match. (Parameter
Change messages will always be used.)

01V96—Handleiding

310

Appendix C: MIDI

If [TABLE] is selected
STATUS
DATA

2.8.2 BULK DUMP

1011nnnn Bn Control change
0nnnnnnn nn Control number (0-95, 102-119)
0vvvvvvv vv Control Value (0-127)

For DUMP DATA
F0 43 0n 7E cc cc  tt mm mm [Data …] cs F7

If [NRPN] is selected
STATUS
DATA
STATUS
DATA
STATUS
DATA
STATUS
DATA

1011nnnn
01100010
0vvvvvvv
1011nnnn
01100011
0vvvvvvv
1011nnnn
00000110
0vvvvvvv
1011nnnn
00100110
0vvvvvvv

Bn
62
vv
Bn
63
vv
Bn
06
vv
Bn
26
vv

Control change

For DUMP REQUEST
F0 43 2n 7E  tt mm mm F7

NRPN LSB
LSB of parameter number
NRPN MSB
MSB of parameter number
MSB of data entry
MSB of parameter data
Control change *1
LSB of data entry
LSB of parameter data

(Cn)

Reception
If [Program Change ECHO] is ON, these messages are echoed from MIDI
OUT.
If [Program Change RX] is ON and the [Rx CH] matches, these messages will
be received. However if [OMNI] is ON, they will be received regardless of the
channel. When a message is received, a Scene Memory will be recalled according
to the settings of the [Program Change Table].
Transmission
If [Program Change TX] is ON, this message is transmitted according to the
settings of the [Program Change Table] on the [Tx CH] channel when a scene
memory is recalled.
If the recalled scene has been assigned to more than one program number, the
lowest-numbered program number will be transmitted. Transmission to Studio
Manager using Program Change messages will not be performed since there is
no guarantee that the contents of the tables will match. (Parameter Changes will
always be used.)
1100nnnn Cn Program change
0nnnnnnn nn Program number (0-127)

2.5 TIMING CLOCK

(F8)

Reception
It is used to control effects. This message is transmitted 24 times per quarter
note.
STATUS

11111000 F8 Timing clock

2.6 ACTIVE SENSING

(FE)

Reception
Once this message has been received, the failure to receive any message for an
interval of 400 ms or longer will cause MIDI transmission to be initialized, such
as by clearing the Running Status.
STATUS

11111110 FE Active sensing

2.7 SYSTEM RESET

(FF)

Reception
When this message is received, MIDI communications will be cleared, e.g., by
clearing the Running Status.
STATUS

2.8.1 MIDI MACHINE CONTROL

DATA NUMBER
CHECK SUM

Reception
This message is received if [Bulk RX] is ON and the [Rx CH] matches the device
number included in the SUB STATUS.
When a bulk dump is received, it is immediately written into the specified
memory.
When a bulk dump request is received, a bulk dump is immediately
transmitted.
Transmission
This message is transmitted on the [Tx CH] by key operations in the
[MIDI]-[BULK DUMP] screen.
A bulk dump is transmitted on the [Rx CH] in response to a bulk dump request.
The data area is handled by converting seven words of 8-bit data into eight
words of 7-bit data.
Conversion from actual data into bulk data
d[0~6]: actual data
b[0~7]: bulk data
b[0] = 0;
for( I=0; I<7; I++){
if( d[I]&0x80){
b[0] |= 1<<(6-I);
}
b[I+1] = d[I]&0x7F;
}
Restoration from bulk data into actual data
d[0~6]: actual data
b[0~7]: bulk data
for( I=0; I<7; I++){
b[0] <<= 1;
d[I] = b[I+1]+(0x80&b[0]);
}

2.8.2.1 Scene memory bulk dump format (compress)
The 01V96 can transmit and receive scene memories in compressed form.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

(F0)

(MMC)

These messages are transmitted when the Machine Control section of the 01V96
is operated. For details, refer to the MMC specification.

DATA TYPE

A unique header (Model ID) is used to determine whether the device is a 01V96.
CHECK SUM is obtained by adding the bytes that follow BYTE COUNT
(LOW) and end before CHECK SUM, taking the binary compliment of this
sum, and then setting bit 7 to 0.
CHECK SUM = (-sum)&0x7F

11111111 FF System reset

2.8 SYSTEM EXCLUSIVE MESSAGE

DATA COUNT (the number of bytes that
follow this, ending before the checksum)
Model ID

4C 4D 20 20 38 43 39 33
tt
mm mm
cs

Control change *1

2.4 PROGRAM CHANGE

Device Number

n
cc cc

Control change *1

*1) The second and subsequent STATUS need not be added during
transmission. Reception must be implemented so that reception
occurs whether or not STATUS is present.

STATUS
DATA

This message sends or receives the contents of various memories stored within
the 01V96.
The basic format is as follows.

DATA NAME

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01101101
0mmmmmmm

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
6D
mh

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘m’

m=0-99, 256, 8192(Scene0-99, EDIT
BUFFER, UNDO)
0mmmmmmm ml Receive is effective 1-99, 256, 8192

01V96—Handleiding

MIDI-dataformat

BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

tt
bb
ds
:
de
ee
F7

total block number(minimum number is 0)

2.8.2.4 Setup memory bulk dump request format

current block number(0-total block number)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

Scene data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

2.8.2.2 Scene memory bulk dump request format
(compress)
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the scene number that
is being requested. If this is 256, the data of the Edit Buffer will be bulk-dumped.
If this is 8192, the data of the Undo Buffer will be bulk-dumped.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01101101
0mmmmmmm

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
6D
mh

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘m’
m=0-99, 256, 8192(Scene0-99, EDIT
BUFFER, UNDO)

0mmmmmmm ml
11110111 F7 End of exclusive

2.8.2.3 Setup memory bulk dump format
Of the setup memory of the 01V96, this bulk-dumps data other than the User
define layer, User define plug-in, User define keys, Control change table, and
Program change table.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01010011
00000010
00000000
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
53
02
00
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

DATA NAME

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘S’

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010011
00000010
00000000
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
53
02
00
F7

311

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘S’
No.256 = Current
End of exclusive

2.8.2.5 User Defined MIDI Remote bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
Be aware that the state of the transmission destination will (in some cases)
change if the same bank is being used.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01001100
00000000
0bbbbbbb
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4C
00
bb
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘L’
b=0-3(bank no.1-4)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
User define layer data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

2.8.2.6 User Defined MIDI Remote bulk dump request
format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.

No.256 = Current
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
Setup data of block[bb]

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01001100
00000000
0bbbbbbb
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4C
00
bb
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘L’
b=0-3(bank no.1-4)
End of exclusive

01V96—Handleiding

312

Appendix C: MIDI

2.8.2.7 User Defined Keys bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
Be aware that the state of the transmission destination will (in some cases)
change if the same bank is being used.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01010110
00000000
0bbbbbbb
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
56
00
bb
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl

‘M’
‘’
‘’

DATA NAME

EOX

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
56
00
bb
F7

‘9’
‘3’
‘V’
b=0-7(bank no.A-H)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)

DATA NAME

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
55
00
bb

DATA NAME

User define key data of block[bb]

EOX
End of exclusive

User assignable layer data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010101
00000000
0bbbbbbb
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
55
00
bb
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘U’
b=0-3(bank no.1-4)
End of exclusive

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘V’
b=0-7(bank no.A-H)
End of exclusive

2.8.2.11 Control change table bulk dump format
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01000011
00000010
00000000
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
43
02
00
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘C’
No.256 = Current
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
Control change table data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)

2.8.2.12 Control change table bulk dump request format

n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘U’

DATA NAME

b=0-3(bank no.1-4)

EOX

01V96—Handleiding

current block number(0-total block number)

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
Be aware that the state of the transmission destination will (in some cases)
change if the same bank is being used.
11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010101
00000000
0bbbbbbb

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

‘C’

2.8.2.9 User Assignable Layer bulk dump format

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

total block number(minimum number is 0)

2.8.2.10 User Assignable Layer bulk dump request format

‘8’

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010110
00000000
0bbbbbbb
11110111

tt
bb
ds
:
de
ee
F7

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
‘L’

2.8.2.8 User Defined Keys bulk dump request format
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01000011
00000010
00000000
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
43
02
00
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘C’
No.256 = Current
End of exclusive

MIDI-dataformat

2.8.2.13 Program change table bulk dump format
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01010000
00000010
00000000
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
50
02
00
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message

DATA

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’

CHECK SUM
EOX

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010000
00000010
00000000
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
50
02
00
F7

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

‘P’
No.256 = Current
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
Program change table data of block[bb]

DATA NAME
ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘P’
No.256 = Current
End of exclusive

2.8.2.15 Equalizer library bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.1 – 199:Library no.200,
256:CH1 – 287:CH32, 288:STEREO 1L – 295:STEREO 4R, 384:BUS1 –
391:BUS8, 512:AUX1 – 519:AUX8, 768:STEREO, 8192:UNDO
256 and following are data for the corresponding channel of the edit buffer.
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (40-199, 256-)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01010001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
51
mh
ml
tt

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’

current block number(0-total block number)
EQ Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)

EOX

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

bb
ds
:
de
ee
F7

2.8.2.16 Equalizer library bulk dump request format

‘3’

2.8.2.14 Program change table bulk dump request format

0bbbbbbb
0ddddddd
:
0ddddddd
0eeeeeee
11110111

313

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
51
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘Q’
0-127(EQ Library no.1-128),
256-(Channel current data)
End of exclusive

2.8.2.17 Compressor library bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.1 – 127:Library no.128,
256:CH1 – 287:CH32, 384:BUS1 – 391:BUS8, 512:AUX1 – 519:AUX8,
768:STEREO, 8192:UNDO
256 and following are data for the corresponding channel of the edit buffer.
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (36-127, 256-)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01011001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
59
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘Y’
0-127(COMP Library no.1-128),
256-(Channel current data)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
COMP Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘Q’
0-127(EQ Library no.1-128),
256-(Channel current data)
total block number(minimum number is 0)

01V96—Handleiding

314

Appendix C: MIDI

2.8.2.18 Compressor library bulk dump request format

2.8.2.21 Effect library bulk dump format

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.1 – 127:Library no.128, 256:EFFECT1 – 259:EFFECT4,
8192:UNDO
256-263 are the data for the corresponding area of the edit buffer.
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (52-127, 256-259, 8192)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01011001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
59
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

data count = ch * 128 + cl
‘L’

2.8.2.22 Effect library bulk dump request format

‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘Y’
0-127(COMP Library no.1-128),
256-(Channel current data)
End of exclusive

2.8.2.19 Gate library bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.1 – 127:Library no.128, 256:CH1 – 287:CH32, 8192:UNDO
256 and following are data for the corresponding channel of the edit buffer.
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (4-127, 256-)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01000111
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
47
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump

‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
45
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01000101
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

Universal bulk dump

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘E’
0-127(Effect Library no.1-128),
256-259(Effect1-4 current)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
Effect Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

‘3’
‘G’
0-127(GATE Library no.1-128),
256-351(Channel current data)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
GATE Library data of block[bb]

DATA NAME
ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01000101
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
45
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘E’
0-127(Effect Library no.1-128),
256-259(Effect1-4 current)
End of exclusive

2.8.2.20 Gate library bulk dump request format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01000111
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

01V96—Handleiding

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
47
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘G’
0-127(GATE Library no.1-128),
256-351(Channel current data)
End of exclusive

2.8.2.23 Channel library bulk dump format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.0 – 128:Library no.128,
256:CH1 – 287:CH32, 288:STEREO 1L – 295:STEREO 4R, 384:BUS1 –
391:BUS8, 512:AUX1 – 519:AUX8, 768:STEREO, 8192:UNDO
256 and following are data for the corresponding channel of the edit buffer.
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (2-128, 256-)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’

MIDI-dataformat

00111001
00110011
DATA NAME 01001000
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

39
33
48
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

‘9’

2.8.2.26 Input patch library bulk dump request format

‘3’

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)

‘H’
0-128(Channel Library no.0-128),
256-(Current data)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

Channel Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

2.8.2.24 Channel library bulk dump request format
The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01001000
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
48
mh
ml
F7

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
52
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01010010
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
52
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘R’
0-32(Input patch Library no.0-32),
256(Current data)
End of exclusive

Universal bulk dump
‘L’

2.8.2.27 Output patch library bulk dump format

‘M’

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.0 – 32:Library no.32, 256:current output patch data, 8192:UNDO
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (1-32, 256)

‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘H’
0-128(Channel Library no.0-128),
256-(Current data)
End of exclusive

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number.
0:Library no.0 – 32:Library no.32, 256:current input patch data, 8192:UNDO
For reception by the 01V96, only the user area is valid. (1-32, 256, 8192)
11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01010010
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

DATA NAME

System exclusive message

2.8.2.25 Input patch library bulk dump format

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

315

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01001111
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0ttttttt
0bbbbbbb
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4F
mh
ml
tt
bb
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘O’
0-32(Output patch Library no.0-32),
256(Current data)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)
Output patch Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

‘C’
‘9’

2.8.2.28 Output patch library bulk dump request format

‘3’

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the bank number. (See
above)

‘R’
0-32(Input patch Library no.0-32),
256(Current data)
total block number(minimum number is 0)
current block number(0-total block number)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

Input patch Library data of block[bb]

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F
End of exclusive

DATA NAME

EOX

11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01001111
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4F
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’
‘8’
‘C’
‘9’
‘3’
‘O’
0-32(Output patch Library no.0-32),
256(Current data)
End of exclusive

01V96—Handleiding

316

Appendix C: MIDI

2.8.2.29 Plug-in effect card bulk dump format
The second byte of the DATA NAME indicates the slot number.
0:SLOT 1 – 1:SLOT 2
The data is not received if the Developer ID and Product ID are different than
the card that is installed in the slot.
The data is not transmitted if a valid plug-in effect card is not installed.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.
COUNT HIGH
COUNT LOW

11110000
01000011
0000nnnn
01111110
0ccccccc
0ccccccc
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
DATA NAME 01001110
0mmmmmmm
0mmmmmmm
BLOCK INFO. 0bbbbbbb
0bbbbbbb
0ttttttt
0ttttttt
0000iiii
0000iiii
0000jjjj
0000jjjj
DATA
0ddddddd
:
0ddddddd
CHECK SUM 0eeeeeee
EOX
11110111

F0
43
0n
7E
ch
cl
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4E
mh
ml
bh
bl
th
tl
0i
0i
0j
0j
ds
:
de
ee
F7

System exclusive message
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
data count = ch * 128 + cl
‘L’
‘M’

DATA NAME

EOX

F0
43
2n
7E
4C
4D
20
20
38
43
39
33
4E
mh
ml
F7

‘8’
‘C’

DATA *)

‘9’
‘3’

System exclusive message

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
0ttttttt
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
0D
tt
ee

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Data type

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

‘’

EOX

‘N’
m=0(SLOT 1)
current block number(0-total block number)
total block number(minimum number is 0)
Developer id (High)
Developer id (Low)
Product id (High)
Product id (Low)
Plug-in Effect card memory data of block[bb]

*) For parameters with a data size of 2 or more, data for that size will be
transmitted.

2.8.3.1.2 Parameter Change basic format (Universal
format)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

End of exclusive

System exclusive message

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
0ttttttt
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
7F
tt
ee

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Data type

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

ee=(Invert(‘L’+…+de)+1)&0x7F

DATA *)
EOX

*) For parameters with a data size of 2 or more, data for that size will be
transmitted.

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
Universal bulk dump
‘L’
‘M’
‘’
‘’

2.8.3.1.3 Parameter request basic format
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

‘8’
‘9’
‘3’
‘N’
m=0(SLOT 1)
End of exclusive

2.8.3.1 Basic behavior
Reception
If [Parameter change ECHO] is ON, these messages are echoed.
If [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the Device Number
included in the SUB STATUS, these messages are received. A specific parameter
is controlled when a Parameter Change is received. When a Parameter Request
is received, the current value of the specified parameter will be transmitted as a
Parameter Change with the Device Number set to [Rx CH].

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
0ttttttt
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
0D
tt
ee

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Data type

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

‘C’

2.8.3 PARAMETER CHANGE

01V96—Handleiding

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

‘’

The second and third bytes of the DATA NAME indicate the slot number. (See
above)
11110000
01000011
0010nnnn
01111110
01001100
01001101
00100000
00100000
00111000
01000011
00111001
00110011
01001110
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

2.8.3.1.1 Parameter change basic format

Manufacture’s ID number (YAMAHA)

2.8.2.30 Plug-in effect card bulk dump request format

STATUS
ID No.
SUB STATUS
FORMAT No.

Transmission
If [Parameter change TX] is ON and you operate a parameter for which Control
Change transmission is not enabled, a parameter change will be transmitted
with [Tx CH] as the Device Number.
As a response to a Parameter Request, a parameter change will be transmitted
with [Rx CH] as the Device Number.

EOX

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

2.8.3.1.4 Parameter request basic format (Universal
format)
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
0ttttttt
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
7F
tt
ee

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Data type

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

EOX

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

MIDI-dataformat

2.8.3.1.5 Parameter Address
Consult your dealer for parameter address details.

2.8.3.2 Parameter change
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

(Edit buffer)
System exclusive message

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00000001
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
7F
01
ee

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Edit Buffer

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

DATA
EOX

2.8.3.3 Parameter request
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
00000001
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
7F
01
ee

(Edit buffer)
System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

DATA

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

EOX

(Patch data)
System exclusive message

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Patch data

EOX

2.8.3.5 Parameter request
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00000010
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
0D
02
ee

(Patch data)
System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Patch data

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

EOX

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

2.8.3.6 Parameter change
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00000011
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
0D
03
ee

EOX

MODEL ID (digital mixer)
01V96
Setup data

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

(Backup memory)
System exclusive message

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00000100
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
0D
04
ee

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Backup data

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00000100
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
0D
04
ee

(Backup memory)
System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Backup data

0ccccccc cc Channel no.
11110111 F7 End of exclusive

2.8.3.10 Parameter change

(Cascade data)

Reception
This message is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
Data received from a port that is assigned to [Cascade Link] and whose Device
Number included in the SUB STATUS matches the [Rx CH] will be received for
processing.
When this is received, the specified parameter will be controlled.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

System exclusive message

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00001111
0sssssss
0eeeeeee

F0
43
1n
3E
7F
0F
ss
ee

0ccccccc
0ddddddd
:
11110111

cc Channel no.
dd data
:
F7 End of exclusive

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Cascade data
Set:0, Response:1

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)

DATA

MODEL ID (digital mixer)
01V96

n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

(Setup memory)

n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

Manufacture’s ID number (YAMAHA)

2.8.3.9 Parameter request
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

DATA

(Setup memory)
System exclusive message

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

F0
43
1n
3E
0D
02
ee

F0
43
3n
3E
0D
03
ee

2.8.3.8 Parameter change
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

Edit Buffer

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00000010
0eeeeeee

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00000011
0eeeeeee

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

Universal

2.8.3.4 Parameter change

:
:
11110111 F7 End of exclusive

2.8.3.7 Parameter request
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

317

EOX

Setup data

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

DATA

0ccccccc cc Channel no.
0ddddddd dd data

01V96—Handleiding

318

Appendix C: MIDI

2.8.3.11 Parameter request

(Cascade data)

Reception
This message is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
Data received from a port that is assigned to [Cascade Link] and whose Device
Number included in the SUB STATUS matches the [Rx CH] will be received for
processing.
When this is received, the value of the specified parameter will be transmitted
as a Parameter response.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
00001111
0eeeeeee

F0
43
3n
3E
7F
0F
ee

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)

2.8.3.13 Parameter change (Function call response: Library
store/recall)
Transmission
If store/recall is executed by a parameter change received from Studio Manager,
the result of execution is transmitted as the following parameter change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

Universal
Cascade data

Element no.
(If ‘ee’ is 0, ‘ee’ is expanded to two bytes)
0ppppppp pp Parameter no.

DATA

0ccccccc cc Channel no.
EOX

11110111 F7 End of exclusive

2.8.3.12 Parameter change (Function call: Library store /
recall)
Reception
When this is received, the specified memory/library will be stored/recalled. If
this is received from Studio Manager or Cascade Link, the operation will be
executed, and then the result of execution will be transmitted as a Parameter
Response.
Transmission
If [Parameter change Tx] is ON, and you store or recall a memory/library for
which Program Change transmission is not valid, this message will be
transmitted with the Device Number set to the [Tx CH].
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA
EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010000
00ffffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ccccccc
0ccccccc
11110111

F0
43
1n
3E
7F
10
ff
mh
ml
ch
cl
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

EOX

Universal
Function call
function
number High
number Low
channel Low
End of exclusive

SCENE STORE
EQ LIB STORE
GATE LIB STORE
COMP LIB STORE
EFF LIB STORE
CHANNEL LIB STORE
INPATCH LIB STORE
OUTPATCH LIB STORE

0x00
0x01
0x02
0x03
0x04
0x06
0x07
0x08

channel*1)
256
0-513
0-95
0-513
0-3
0-513
256
256

tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx

0x20
0x21
0x22
0x23
0x24
0x26
0x27
0x28

1-99
41-128
5-128
37-128
53-128
1-128
1-32
1-32

256, 16383
0-513, 16383
0-31, 16383
0-513, 16383
0-3, 16383
0-513, 16383
256, 16383
256, 16383

tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx
tx/rx

*1) 0:CH1 – 31:CH32, 32:ST-IN1L - 39:ST-IN4R, 128:BUS1 – 135:BUS8,
256:AUX1 – 263:AUX8, 512:STEREO
Use 256 if the recall destination or store source is a single data item.
Effect is 0:Effect 1–3:Effect 4
If the store destination is 16383 (0x3FFF), this indicates that the
library data has been changed by a external cause (such as bulk
reception)
(only transmitted by the 01V96)

01V96—Handleiding

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call response
function
number High
number Low
channel High
channel Low
result HH
result HL
result LH
result LL
End of exclusive

(Function call: title)

Transmission
In response to a request, this is transmitted with the device number set to the
[Tx CH].
When the title is changed on the 01V96, this message will be transmitted with
the device number set to [Tx CH].

channel High

number
0-99, 8192
1-128, 8192
1-128, 8192
1-128, 8192
1-128, 8192
0-128, 8192
0-32, 8192
0-32, 8192

System exclusive message

Reception
When this is received, the title of the specified memory/library will be changed.
If this is received from Studio Manager or Cascade Link, the operation will be
executed, and then the result of execution will be transmitted as a parameter
response.

DATA
function
SCENE RECALL
EQ LIB RECALL
GATE LIB RECALL
COMP LIB RECALL
EFF LIB RECALL
CHANNEL LIB RECALL
INPATCH LIB RECALL
OUTPATCH LIB RECALL

F0
43
1n
3E
7F
50
ff
mh
ml
ch
cl
ee
ee
ee
ee
F7

2.8.3.14 Parameter change

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

MODEL ID (digital mixer)

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
01010000
00ffffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ccccccc
0ccccccc
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
11110111

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010000
0100ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ddddddd
:
0ddddddd
11110111

function
SCENE LIB TITLE
EQ LIB TITLE
GATE LIB TITLE
COMP LIB TITLE
EFF LIB TITLE
CHANNEL LIB TITLE
INPATCH LIB TITLE
OUTPATCH LIB TITLE

F0
43
1n
3E
7F
10
4f
mh
ml
dd
:
dd
F7

0x40
0x41
0x42
0x43
0x44
0x46
0x47
0x48

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
title
number High
number Low
title 1
:
title x(depend on the library)
End of exclusive

number
0-99,256(0:response only)
1-128(1-40:response only)
1-128(1-4:response only)
1-128(1-36:response only)
1-128(1-52:response only)
0-128(0:response only)
0-32(0:response only)
0-32(0:response only)

size
16
16
16
16
16
16
16
16

MIDI-dataformat

2.8.3.15 Parameter request

(Function call: title)

Reception
When this is received, a parameter change will be transmitted with the device
number set to [Rx CH].
Refer to the above table for the Functions and Numbers.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
00010000
0100ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
3n
3E
7F
10
4f
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
title

2.8.3.18 Parameter change (Function call response:
Scene/Library Clear)
Transmission
When a scene or library is cleared as a result of receiving a parameter change
from Studio Manager, the result of execution will be transmitted as the
following parameter change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

number High
number Low
End of exclusive

DATA

2.8.3.16 Parameter change (Function call response: title)
Transmission
If the title is modified by a parameter change received from Studio Manager, the
result of execution will be transmitted as the following parameter change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA

EOX

11110000 F0 System exclusive message
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
01010000
0100ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
11110111

43
1n
3E
7F
50
4f
mh
ml
ee
ee
ee
ee
F7

Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
title
number High
result HH
result HL
result LH
End of exclusive

Transmission
When a memory or library is cleared on the 01V96, this message will be
transmitted with the device number set to [Tx CH].

EOX

function
SCENE LIB CLEAR
EQ LIB CLEAR
GATE LIB CLEAR
COMP LIB CLEAR
EFF LIB CLEAR
CHANNEL LIB CLEAR
INPATCH LIB CLEAR
OUTPATCH LIB CLEAR

F0
43
1n
3E
7F
10
6f
mh
ml
F7

F0
43
1n
3E
7F
50
6f
mh
ml
ee
ee
ee
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
clear function
number High
number Low
result HH
result HL
result LH
result LL
End of exclusive

2.8.3.19 Parameter change (Function call: attribute)
Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, the attribute of the specified memory/library will be
changed.

result LL

Reception
When this is received, the specified memory/library will be cleared. If this is
received from Studio Manager or Cascade Link, the operation will be executed,
and then the result of execution will be transmitted as a parameter response.

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010000
0110ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
01010000
0110ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
11110111

Transmission
In response to a request, a Parameter Change message will be transmitted on the
[Rx CH].
If [Parameter change ECHO] is ON, this message will be retransmitted without
change.

number Low

2.8.3.17 Parameter change (Function call: Scene/Library
Clear)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

319

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA
EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010100
0000ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ttttttt
0ttttttt
11110111

F0
43
1n
3E
7F
14
0f
mh
ml
tt
tt
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
attribute
number High
number Low
attribute(protect:0x2000, normal:0x0000)
End of exclusive

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
clear function
number High
number Low
End of exclusive

function
SCENE LIB ATTRIBUTE
EQ LIB ATTRIBUTE
GATE LIB ATTRIBUTE
COMP LIB ATTRIBUTE
EFF LIB ATTRIBUTE
CHANNEL LIB ATTRIBUTE
INPATCH LIB ATTRIBUTE
OUTPATCH LIB ATTRIBUTE

0x00
0x01
0x02
0x03
0x04
0x06
0x07
0x08

number
0-99(0:response only)
1-128(1-40:response only)
1-128(1-4:response only)
1-128(1-36:response only)
1-128(1-52:response only)
0-128(0:response only)
0-32(0:response only)
0-32(0:response only)

number
0x60
0x61
0x62
0x63
0x64
0x66
0x67
0x68

1-99
41-128
5-128
37-128
53-128
1-128
1-32
1-32

01V96—Handleiding

320

Appendix C: MIDI

2.8.3.20 Parameter request (Function call: attribute)

2.8.3.23 Parameter request

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, a Parameter Change message will be transmitted on the
[Rx CH].
Refer to the above table for the Functions and Numbers.

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, a Parameter Change message will be transmitted on the
[Rx CH].
Refer to the above table for the Functions and Numbers.

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
00010100
0000ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

F0
43
3n
3E
7F
14
0f
mh
ml
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
attribute
number High
number Low
End of exclusive

2.8.3.21 Parameter change (Function call response:
attribute)
Transmission
When an attribute is modified as a result of receiving a parameter change from
Studio Manager, the result of execution will be transmitted as the following
parameter change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
01010100
0000ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
11110111

F0
43
1n
3E
7F
54
0f
mh
ml
ee
ee
ee
ee
F7

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal

EOX

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
link
number High
number Low
End of exclusive

Transmission
When link data is modified as a result of receiving a parameter change from
Studio Manager, the result of execution will be transmitted as the following
parameter change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

attribute
number High

DATA

result HH
result HL
result LH
result LL

F0
43
3n
3E
7F
14
2f
mh
ml
F7

2.8.3.24 Parameter change (Function call response: link)

Function call

number Low

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
01111111
00010100
0010ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
11110111

(Function call: link)

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
01010100
0010ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
0eeeeeee
11110111

F0
43
1n
3E
7F
54
2f
mh
ml
ee
ee
ee
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call
link
number High
number Low
result HH
result HL
result LH
result LL
End of exclusive

End of exclusive

2.8.3.25 Parameter change (Function call: pair, copy)
2.8.3.22 Parameter change

(Function call: link)

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, the patch link data of the specified scene will be modified.
Transmission
In response to a request, a Parameter Change message will be transmitted on the
[Rx CH].
If [Parameter change ECHO] is ON, this message will be retransmitted without
change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010100
0010ffff
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0iiiiiii
0iiiiiii
0ooooooo
0ooooooo
11110111

function
SCENE LIB LINK

01V96—Handleiding

F0
43
1n
3E
7F
14
2f
mh
ml
ih
il
oh
ol
F7

0x20

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, pairing will be enabled/disabled for the specified channel.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)

DATA

Universal
Function call

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010001
0000ffff
0sssssss
0sssssss
0ddddddd
0ddddddd
11110111

F0
43
1n
3E
7F
11
0f
sh
sl
dh
dl
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call Pair
function
Source channel H
Source channel L
Destination channel H
Destination channel L
End of exclusive

link
number High
number Low
inpatch

function
PAIR ON with COPY
PAIR ON with RESET BOTH
PAIR OFF

channel
0x00
0x01
0x02

*1)
*1)
*1)

outpatch
End of exclusive

number
0-99(0:response only)

*1) 0:CH1 – 31:CH32, 128:BUS1 – 135:BUS8, 256:AUX1 – 263:AUX8,
512:STEREO
Effect is 0:Effect 1–3:Effect 4
• In the case of PAIR, you must specify channels for which pairing is
possible.
• In the case of PAIR ON with COPY, you must specify Source Channel
as the copy source, and Destination Channel as the copy destination.

MIDI-dataformat

321

2.8.3.26 Parameter change (Function call Event: Effect )

2.8.3.29 Parameter change

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS.
This is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
When this is received, the corresponding effect’s function activates (depending
on the effect type).

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS.
This is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
When this is received, the same processing that is executed when the key
specified by Address is pressed (released).

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

DATA
EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
01111111
00010010
0000ffff
00000000
0ppppppp
00000000
0eeeeeee
11110111

function
Freeze Play button
Freeze Record button

F0
43
1n
3E
7F
12
0f
00
pp
00
ee
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
Universal
Function call Effect Event
function
Release:0, Press:1

0x00
0x01

2.8.3.27 Parameter change

(Sort Table)

When scene memory sort is executed on the 01V96, the memory sort table will
be transmitted to Studio Manager.
Studio Manager will sort the memories according to this data.
If Studio Manager performs a scene memory sort, it will transmit this data to
the 01V96.

DATA

EOX

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00010011
0000ffff
0ddddddd
:
0ddddddd
11110111

F0
43
1n
3E
0D
13
0f
ds
:
de
F7

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

End of exclusive

• This does not activate when the effect type is different.

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

Transmission
If [Parameter Change ECHO] is ON, this message is retransmitted without
change.

Effect number (0:Effect1 - 3:Effect4)

channel
0:Effect1-3:Effect4
0:Effect1-3:Effect4

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96

DATA
EOX

Library type
Data
Data
End of exclusive

EOX

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Key remote
Key address H
Key address M
Key address L
Release:0, Press:1
End of exclusive

(Remote Meter)

When transmission is enabled by receiving a Request of Remote meter, the
specified meter information is transmitted every 50 msec for 10 seconds. When
you want to transmit meter information continuously, a Request must be
transmitted continuously within every 10 seconds.
Reception
This is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
Transmission
When transmission has been enabled by a Request, the parameter specified by
Address will be transmitted on the [Rx CH] channel at 50 msec intervals for a
duration of 10 seconds.
Transmission will be disabled if the power is turned off and on again, or if the
PORT setting is changed.
If [Parameter Change ECHO] is ON, this message is retransmitted without
change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

(Sort Table)

When the 01V96 receives this data, it will transmit Sort Table Data.
F0
43
3n
3E
0D
13
0f
F7

F0
43
1n
3E
0D
20
kk
kk
kk
pp
F7

Library sort table

2.8.3.28 Parameter request
11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00010011
0000ffff
11110111

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00100000
0kkkkkkk
0kkkkkkk
0kkkkkkk
0ppppppp
11110111

2.8.3.30 Parameter change

8-7 conversion is performed on the data area in the same way as for bulk.

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

(Key remote)

DATA

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00100001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ddddddd
0ddddddd
:
11110111

F0
43
1n
3E
0D
21
mm
mm
mm
dd
dd
:
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Remote meter
ADDRESS UL
ADDRESS LU
ADDRESS LL
Data1 H
Data1 L
End of exclusive

n=0-15 (Device number=MIDI Channel)

EOX

MODEL ID (digital mixer)

* Meter data uses the unmodified DECAY value of the DSP. The
interpretation of the data will depend on the parameter.

01V96
Library sort table
Library type
End of exclusive

01V96—Handleiding

322

Appendix C: MIDI

2.8.3.31 Parameter request

(Remote Meter)

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, data of the specified address is transmitted on the [Rx
CH] at intervals of 50 msec as a rule (although this may not be the case if the
port is being used by other communication), for a period of 10 seconds.
If Address UL= 0x7F is received, transmission of all meter data will be halted
immediately. (disable)
Transmission
If [Parameter Change ECHO] is ON, this message is retransmitted without
change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

EOX

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00100001
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0mmmmmmm
0ccccccc
0ccccccc
11110111

F0
43
3n
3E
0D
21
mm
mm
mm
ch
cl
F7

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96

ADDRESS LU
ADDRESS LL
Count H
Count L
End of exclusive

Reception
This is echoed if [Parameter change ECHO] is ON.
Transmission
When transmission is enabled by receiving a Request, the Time Counter
information is transmitted on [RxCH] channel every 50 msec for 10 seconds.
Transmission will be disabled if the power is turned off and on again, or if the
PORT setting is changed.
If [Parameter Change ECHO] is ON, this message is retransmitted without
change.

DATA
EOX

01V96—Handleiding

F0
43
1n
3E
0D
22
0t
dd
dd
dd
dd
F7

Transmission
If [Parameter Change ECHO] is ON, this message is retransmitted without
change.
STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

ADDRESS UL

When transmission is enabled by receiving a Request of Remote Time Counter,
the Time Counter data is transmitted every 50 msec for 10 seconds. When you
want to transmit Counter information continuously, a Request must be
transmitted within every 10 seconds.

11110000
01000011
0001nnnn
00111110
00001101
00100010
0000tttt
0ddddddd
0ddddddd
0ddddddd
0ddddddd
11110111

Reception
This is received if [Parameter change RX] is ON and the [Rx CH] matches the
device number included in the SUB STATUS. This is echoed if [Parameter
change ECHO] is ON.
When this is received, the Time Counter information is transmitted on the [Rx
CH] channel every 50 msec for 10 seconds.
When the second byte of Address is received on 0x7F, data transmission will be
halted immediately. (disable)

Remote meter

2.8.3.32 Parameter change (Remote Time Counter)

STATUS
ID No.
SUB STATUS
GROUP ID
MODEL ID
ADDRESS

2.8.3.33 Parameter request (Remote Time Counter)

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Remote Time counter
0:Time code, 1:Measure.Beat.Clock
Hour / Measure H
Minute / Measure L
Second / Beat
Frame / Clock
End of exclusive

EOX

11110000
01000011
0011nnnn
00111110
00001101
00100010
0ddddddd

F0
43
3n
3E
0D
22
dd

System exclusive message
Manufacture’s ID number (YAMAHA)
n=0-15 (Device number=MIDI Channel)
MODEL ID (digital mixer)
01V96
Remote Time counter

0:Transmission request,
0x7F:Transmission stop request
11110111 F7 End of exclusive

323

Appendix D: Opties
Bevestig de 01V96 in een rek met de RK1 Rekinbouwkit
1

U kunt de 01V96 in een rek inbouwen via een optionele RK1 Rekinbouwkit.
Houd één van de beugels tegen één van de zijkanten van de 01V96 zodat
de kant die aan het rek bevestigd moet worden naar de zijkant wijst, en
breng de drie gaten in de beugel op één lijn met de gaten in de zijkant van
de 01V96, zoals in de onderstaande illustratie is te zien.

2

Maak de beugel vast met de drie in de RK1-verpakking bijgeleverde schroeven.

3

Bevestig de andere beugel op dezelfde manier aan de andere kant van de
01V96.

01V96—Handleiding

324

Index

Index
Symbolen
ø/INS/DLY | DLY 1-16-pagina .......... 80
ø/INS/DLY | DLY 17-32-pagina ........ 80
ø/INS/DLY | INSERT-pagina ...127, 156
ø/INS/DLY | OUT DLY-pagina . 99, 110
ø/INS/DLY | PHASE-pagina .............. 79
ø/INSERT/DELAY-knop ................... 18
+48V ON/OFF-schakelaars ................ 23

Getallen
1–16/17–32-knoppen ......................... 19
1–8-knoppen ....................................... 21
2TR IN DIGITAL COAXIAL ............. 24
2TR IN DIGITAL-aansluiting ........... 71
2TRD ............................................. 42
2TR IN-aansluitingen ................... 15, 70
2TR OUT DIGITAL COAXIAL ........ 24
2TR OUT DIGITAL-aansluiting ....... 71
2TR OUT-aansluitingen ............... 15, 70
2TRD .................................................... 42

A
Aansluitingen ...................................... 37
Het configureren van een analoog
24-kanaals mixsysteem .. 37
Het configureren van een opnamesysteem dat gebruik
maakt van een DAW ...... 39
Het configureren van een opnamesysteem met een
harddiskrecorder ............ 38
AC IN-aansluiting ............................... 25
Achterpaneel ........................................ 23
AD-uitgangssectie ........................ 23
Digital I/O-sectie .......................... 24
MIDI/besturingssectie ................. 25
PHANTOM +48V ....................... 23
Powersectie ................................... 25
SLOT-sectie .................................. 25
AD15/16-keuzeschakelaar .................. 15
adat ....................................................... 42
ADAT I/O-kaart .................................. 72
ADAT IN/OUT-aansluiting ......... 24, 71
AD-ingang ........................................... 14
AD-uitgangssectie ............................... 23
AES/EBU I/O-kaart ............................. 72
Afmetingen ........................................ 291
Afmixen ............................................... 47
AMP SIMULATE .............................. 263
Analoge in- & uitgangen .................... 69
Attenuator ........................................... 83
Auto Channel Select-voorkeur ........ 227
Auto Direct Out On-voorkeur ......... 228
Auto EQUALIZER Display
-voorkeur ............................. 227
AUTO PAN ....................................... 259
Auto PAN Display-voorkeur ........... 227
Auto SOLO Display-voorkeur ......... 227

01V96—Handleiding

Auto WORD CLOCK Display
-voorkeur ..............................227
Auto-updatefunctie ...........................165
AUX 1–AUX 8-knoppen .....................17
AUX OUTs .........................................109
AUX SEND-mode .................... 114, 118
AUX SENDs .......................................113
Bekijken van de instellingen .......112
Bekijken van instellingen voor
meerdere kanalen ..........117
Comp-instellingen ......................111
EQ-instellingen .................. 111, 113
FIXED-mode ...............................114
Instellen via de display ....... 110, 113
Instellen via het bedieningspaneel .............................113
Kanaalfaderposities kopiëren......120
Niveaus instellen .........................113
Pannen .........................................119
VARIABLE-mode .......................115
Vertragen .....................................110
Verzwakken .................................110
AUX1 | VIEW1-16-pagina ................117
AUX1 | VIEW17-STI-pagina ............117
AUX1–AUX8-knopindicators ............33

B
Batterij ................................................238
Bedieningsbeginselen ..........................27
AUX1–AUX8-knopindicators .....33
Confirmation (bevestigings)mededelingen ..................30
Displaypagina’s selecteren ............28
Draaiknoppen & faders ................29
Fadermodes selecteren .................33
HOME-knopindicator .................33
Kanaalnaam ...................................28
Kanalen selecteren ........................32
Knoppen ........................................29
Layers selecteren ...........................31
Meters ............................................34
Over de display ..............................27
Paginagebied .................................28
Paginatabs ......................................28
Paginatitel ......................................28
Parametervelden ...........................29
Samplefrequentie-indicator .........28
Tabscrollpijlen ...............................28
TITLE EDIT-venster
Titels invoeren..................30
Bedieningspaneel .................................13
AD-ingangssectie ..........................14
Data-invoersectie ..........................22
DISPLAY ACCESS-sectie .............18
Displaysectie ..................................19
FADER MODE-sectie ...................17
Kanaalstrip ....................................16
LAYER-sectie .................................19
MONITOR OUT & hoofdtelefoonsectie .........................15
SCENE MEMORY-sectie .............21
SELECTED CHANNEL-sectie ....20
SOLO-sectie ..................................22

ST IN-sectie ...................................17
STEREO-sectie ..............................16
USER DEFINED KEYS-sectie .....21
Bedieningsslot ....................................233
Benoemen ....................................94, 107
Besturingswijzigingen ...............211, 216
Bulkdump ..........................................222
Boodschappen ............................211
BUS OUT .............................................97
Bekijken van de instellingen ......102
Benoemen ...................................107
Comprimeren .............................100
EQ-en ..........................................100
EQ-en en in balans brengen ......104
Instellen via de display .................99
Instellen via het bedieningspaneel .............................104
Niveaus instellen .........................104
Paren ............................................105
Signalen routen naar de
STEREO BUS .................101
Vertragen .......................................99
Verzwakken ...................................99
BUS1–BUS8 .......................................138

C
Cascade COMM Link-voorkeur ......228
CATEGORY .........................................73
CH1–4 ON/OFF-schakelaar ...............23
CH5–8 ON/OFF-schakelaar ...............23
CH9–12 ON/OFF-schakelaar .............23
Channel Copy Parameter-voorkeur 228
Channel ID/Channel-voorkeur ........228
CHANNEL LIBRARY .......................173
CHORUS ...........................................257
CLEAR-knop .......................................22
COMPRESSOR LIBRARY ................180
Preset ...........................................181
Compressors ....................... 82, 100, 111
Compressorkoppeling ................147
Koppelen .....................................150
parametertabel ............................287
Confirmation (bevestigings)mededelingen .........................30
Consoles cascaderen ..........................234
CASCADE-pagina ......................236
SYNC-parameter ........................237
Contrastregelaar ..................................19
COPY ....................................................74
Cursorknoppen ...................................22

D
Daisychaindistributie (doorlussen) ...40
Data-invoersectie .................................22
DAW ...................................................202
Andere .........................................202
Nuendo ........................................202
Opnamesysteem ...........................39
ProTools ......................................186
Remote ........................................185
DEC- & INC-knoppen .......................22
Delay ...................................... 80, 99, 110
DELAY SCALE .............................80

Index

FB.GAIN .......................................80
DELAY LCR .......................................256
DELAY SCALE ....................................80
DELAY+ER. .......................................268
DELAY+REV .....................................270
DELAY->ER. .....................................269
DELAY->REV ...................................270
DEL-knop ............................................30
Digital I/O-sectie .................................24
Digitale in- & uitgangen .....................71
DIO Warning-voorkeur ...................227
DIO/SETUP | CASCADE-pagina ....237
DIO/SETUP | FORMAT-pagina ..74, 75
DIO/SETUP | INSERT-pagina .........189
DIO/SETUP | MACHINE-pagina ...209
DIO/SETUP | METER-pagina .........191
DIO/SETUP | MIDI/HOST-pagina
....................... 188, 208, 212, 237
DIO/SETUP | MONITOR-pagina ...132
DIO/SETUP | OUTPUT ATT-pagina
................................................106
DIO/SETUP | PREFER1-pagina ......226
DIO/SETUP | PREFER2-pagina ......226
DIO/SETUP | REMOTE-pagina
............................... 188, 204, 229
DIO/SETUP | SURR BUS-pagina ....138
DIO/SETUP | WORD CLOCK-pagina
............................................41, 72
DIO/SET-UP-knop .............................18
Directe uitgangen ..............................125
Display ..................................................19
DISPLAY ACCESS-sectie ...................18
Display Brightness-voorkeur ............229
Displaypagina’s selecteren ..................28
Displaysectie ........................................19
DIST->DELAY ..................................271
DISTORTION ...................................262
Ditheren ...............................................74
DIV .....................................................142
DOUBLE CHANNEL .........................75
DOUBLE SPEED .................................75
Draaiknoppen & faders .......................29
DUAL PITCH ....................................261
DYNA. FILTER .................................263
DYNA. FLANGE ...............................264
DYNA. PHASER ...............................264
DYNAMICS | COMP EDIT
-pagina ................... 82, 100, 111
DYNAMICS | COMP LIB-pagina ...180
DYNAMICS | GATE EDIT-pagina ....81
DYNAMICS | GATE LIB-pagina .....179
DYNAMICS-knop ..............................18

E
EARLY REF. .......................................254
ECHO .................................................257
EDIT-indicator ....................................27
Eerste trackopnamen ..........................49
EFFECT | FX1 EDIT-pagina .............157
EFFECT | FX1 LIB-pagina ................175
EFFECT | FX2 EDIT-pagina .............157
EFFECT | FX2 LIB-pagina ................175
EFFECT | FX3 EDIT-pagina .............157

EFFECT | FX3 LIB-pagina ................ 175
EFFECT | FX4 EDIT-pagina ............ 157
EFFECT | FX4 LIB-pagina ................ 175
EFFECT | P-IN EDIT-pagina ........... 159
Effecten
Bypass .......................................... 157
Interne effecten ........................... 153
parametertabellen ...................... 254
Plug-ins ....................................... 159
EFFECT-knop ..................................... 18
EFFECTS LIBRARY .......................... 175
Preset ........................................... 177
programma’s .............................. 177
Eigenschappen ..................................... 11
Afstandsbediening ........................ 12
Audiospecificaties ......................... 11
Effecten ......................................... 12
Hardware ...................................... 11
Ingangen en uitgangen ................ 11
Kanaalconfiguratie ....................... 12
MIDI ............................................. 12
Scenegeheugen ............................. 12
Surroundsound ............................ 12
EMPHASIS .......................................... 73
ENTER-knop ....................................... 22
EQ ........................ 84, 100, 104, 111, 113
frequentie ...................................... 84
Q .................................................... 84
versterking .................................... 84
EQ | EQ EDIT-pagina .........84, 100, 111
EQ | EQ LIBRARY-pagina ............... 182
EQ | OUT ATT-pagina ............... 99, 110
EQ LIBRARY ..................................... 182
Preset ........................................... 183
EQ-knop .............................................. 18
EQ-koppeling .................................... 147

F
F/R ...................................................... 142
F1–F4-knoppen ................................... 19
Faden .................................................. 166
ALL CLEAR ................................ 166
AUX1–8 ...................................... 167
BUS1–8 ....................................... 167
Globale fadetijd .......................... 166
INPUT CH1–32 ......................... 166
ST IN 1–4 .................................... 166
STEREO ...................................... 167
FADER MODE-sectie ......................... 17
Fadergroepen .............................147, 148
Fadermodes selecteren ........................ 33
Fantoomvoeding ................................. 69
CH1–4 ON/OFF-schakelaar ........ 23
CH5–8 ON/OFF-schakelaar ........ 23
CH9–12 ON/OFF-schakelaar ..... 23
Fase ....................................................... 79
FAST ................................................... 141
Fast Meter Fall Time-voorkeur ........ 227
FB.GAIN .............................................. 80
FIXED-mode .............................114, 118
FLANGE ............................................ 258
FREQUENCY-regelaar ....................... 20
FS .......................................................... 73

325

G
GAIN-regelaars ....................... 15, 20, 70
GANG ...................................................85
GATE LIBRARY ................................179
GATE REVERB ..................................255
Gates .....................................................81
KEYIN SOURCE ..........................81
parametertabel ............................287
Groep ..................................................147
Fadergroepen ..............................148
Mutegroepen ...............................148

H
Harddisk
Opnamesysteem ............................38
HIGH-knop .........................................20
HIGH-MID-knop ...............................20
Hogere samplefrequenties ..................75
HOME-knop ................................. 17, 34
HOME-knopindicator ........................33
HORIZONTAL ....................................93
HQ. PITCH ........................................260

I
I/O-kaart ...............................................71
Installeren ......................................26
IEEE1394 ..............................................72
In balans brengen ..............................104
Digitale ingangskanaalstatus ........73
INDIVIDUAL ......................................85
Ingangsgevoeligheid
GAIN-regelaars .............................15
Ingangskanalen ....................................77
Benoemen ......................................94
Comprimeren ...............................82
EQ ..................................................91
EQ-en .............................................84
Gaten ..............................................81
Instellen via de display ..................79
Instelling via het bedieningspaneel ...............................90
Instellingen bekijken .....................87
Niveaus ..........................................90
Pannen .................................... 85, 90
Paren ..............................................92
Routen ...........................................86
Signaalfase omschakelen ..............79
Vertragen .......................................80
Verzwakken ...................................83
Ingangssectie ........................................69
INIT ....................................................138
Initial Data Nominal-voorkeur ........228
Initialiseren van de 01V96 .................239
INPUT PATCH .................................121
Fabrieksinstellingen ....................245
Parameters ...................................243
INPUT PATCH LIBRARY ................174
INPUT-aansluitingen ................... 14, 69
INSERT I/O-aansluitingen .......... 14, 69
INSERT IN .........................................129
Insertierouting ...................................127
INS-knop ..............................................30

01V96—Handleiding

326

Index

Installeren van een kaart ..................... 26
INT 44.1k, INT 48k, INT 88.2,
INT 96k ................................... 42
Interne effecten
AUX SENDs ............................... 154
Bewerken ..................................... 157
effectprocessors 1–4 ................... 153
Meters ......................................... 158
MIX BALANCE .......................... 157
TEMPO ....................................... 158
Tussenvoegen in kanalen ........... 156
Internet, Yamaha-website .............. 6, 72
INV GANG .......................................... 85

K
Kanaalfaders ........................................ 16
Kanaalstrip ........................................... 16
Kanalen selecteren .............................. 32
KEYIN SOURCE ................................. 81
Knoppen .............................................. 29
Koppeling .......................................... 147

L
L/R Nominal Pan-voorkeur ............. 227
LAST SOLO ....................................... 132
LATCH .............................................. 207
LAYERS ................................................ 31
Fabrieksbankinstellingen ........... 250
LAYER-sectie ....................................... 19
LEARN-knop .................................... 206
LFE ..................................................... 142
LIBRARIES
Algemene bediening .................. 171
CHANNEL LIBRARY ................ 173
COMPRESSOR LIBRARY ........ 180
EFFECTS LIBRARY ................... 175
EQ LIBRARY .............................. 182
GATE LIBRARY ......................... 179
INPUT PATCH LIBRARY ........ 174
OUTPUT PATCH LIBRARY .... 175
specificaties ................................. 288
Libraries (bibliotheken) .................... 171
Link ..................................................... 147
Compressors ............................... 150
EQ ................................................ 150
LOW-knop .......................................... 20
LOW-MID-knop ................................ 20

M
M.BAND DYNA. .............................. 273
Machinebesturing ............................. 208
MASTER MODE ................................ 36
MASTER-knop ................................... 19
METER | CH1-32-pagina ................... 34
METER | EFFECT-pagina .................. 35
METER | MASTER-pagina ................ 35
METER | POSITION-pagina ............. 34
METER | ST IN-pagina ...................... 35
METER | STEREO-pagina ................. 36
Meters .................................................. 34
Stereometers ................................. 19
MIDI ..........................................187, 211
Besturingswijzigingen ................ 216

01V96—Handleiding

Bulkdump ....................................222
Bulkdump-boodschappen .........211
Dataformat ..................................309
FADER H/L .................................220
Initiële-parameter-naar-besturingswijzigingstabel .......293
Instellen .......................................212
MIDI IN-/THRU-/OUT
-poorten ...................25, 211
MIDI-indicator .............................27
MIDI-noot aan/uit ......................211
Parameters ...................................217
Parameterwijzigingen .................221
Programmawijzigingen ..............215
Scenegeheugen-naar-programmawijzigingstabel ..........292
SLOT ............................................212
Systeemexclusief
-boodschappen ..............211
USB-poort ...................................211
Verzending en ontvangst ............214
MIDI | BULK-pagina ........................222
MIDI | CTL ASGN-pagina ................216
MIDI | PGM ASGN-pagina ..............215
MIDI | SETUP-pagina .......................214
MIDI IN/THRU/OUT-poorten .........25
MIDI REMOTE .................................203
Banken .........................................203
LATCH ........................................207
LEARN-knop ..............................206
MIDI-boodschappen ..................205
TARGET-parameter ...................204
UNLATCH ..................................207
MIDI Warning-voorkeur ..................227
MIDI/besturingssectie .........................25
MIDI-interface ...................................187
MIDI-knop ...........................................18
MIDI-machinebesturing ...................211
mini-YGDAI I/O-kaarten ...................71
MIX SOLO .........................................132
MIXDOWN .......................................132
mLAN I/O-kaart ..................................72
MMC ......................................... 208, 211
MOD. DELAY ....................................256
MOD. FILTER ...................................262
Monitor (afluistering) ........................131
Digitale ingangskanaalstatus.........73
LAST SOLO .................................132
MIX SOLO ..................................132
MIXDOWN ................................132
MONO .........................................133
RECORDING ..............................132
Solo instelling ..............................132
Solofunctie ...................................134
SOLO SAFE-functie ....................133
MONITOR LEVEL-regelaar ...............15
MONITOR OUT- & hoofdtelefoonsectie ........................................15
MONITOR OUT-aansluitingen . 23, 70
Monitorbronkeuzeschakelaar .............15
MONO ...............................................133
MONO DELAY .................................255
MULTI FILTER .................................271

Multitrackopname ..............................47
Mutegroepen .............................147, 148

N
Namen veranderen ............................225
Niveauregelaars ...................................17
Niveaus .......................................104, 113
Niveaus instellen ................................113
Nuendo ......................................185, 202

O
OMNI OUT-aansluitingen .... 24, 44, 70
OMS ...................................................187
ON-knoppen .................................16, 17
OPERATION LOCK .........................233
Opslaan en oproepen ........................163
Opstelling .............................................37
Opties .............................................6, 323
I/O-kaart .......................................71
RK1 ..............................................323
Optionele kaart ....................................26
Installeren ......................................26
Oscillator ............................................230
OUTPUT PATCH .............................123
Fabrieksinstellingen ....................249
Parameters ...................................247
OUTPUT PATCH LIBRARY ...........175
Over de display ....................................27
Overige functies .................................225
Voorkeuren .................................226

P
PAD-schakelaars ............................15, 69
Pair Confirmation-voorkeur ............227
PAIR/GROUP-knop ...........................18
PAIR/GRUP | IN COMP-pagina. ....151
PAIR/GRUP | IN EQ-pagina ............150
PAIR/GRUP | IN FADER-pagina ....148
PAIR/GRUP | IN MUTE-pagina .....148
PAIR/GRUP | INPUT-pagina ............93
PAIR/GRUP | OUT COMP-pagina .151
PAIR/GRUP | OUT EQ-pagina .......150
PAIR/GRUP | OUT FADER-pagina 148
PAIR/GRUP | OUT MUTE-pagina .148
PAIR/GRUP | OUTPUT-pagina ......105
PAN/ROUTE | BUS TO ST-pagina .101
PAN/ROUTE | CH EDIT-pagina ....141
PAN/ROUTE | PAN-pagina ...............90
PAN/ROUTE | ROUT1-16-pagina ....86
PAN/ROUTE | ROUT17-ST1-pagina 86
PAN/ROUTE | SURR MODE
-pagina ..................................136
PAN/ROUTE | SURR ST IN-pagina 145
PAN/ROUTE | SURR1-16-pagina ...145
PAN/ROUTE | SURR17-32-pagina .145
PAN/ROUTING-knop .......................18
PAN/SURR LINK ..............................136
Pannen .........................................85, 119
F.S ................................................105
FOLLOW PAN .............................89
GANG ............................................85
INDIVIDUAL ...............................85
INV GANG ...................................85

Index

PAN-knoppen ..............................86
PAN-regelaar .......................................20
Parameteroverzichten .......................241
Parametervelden ..................................29
Parameterwiel ......................................22
Parameterwijzigingen .......................221
Paren .............................................92, 105
HORIZONTAL ............................93
Met de SEL-knoppen ...................92
VERTICAL ....................................93
Via de display ................................93
PATCH | 2TR OUT-pagina ..............125
PATCH | CASCADE IN-pagina ......236
PATCH | DIRECT OUT-pagina ......125
PATCH | EFFECT-pagina ..........66, 154
PATCH | IN LIB-pagina ...................174
PATCH | IN NAME-pagina .......94, 225
PATCH | IN PATCH-pagina .....43, 122
PATCH | INSERT IN blz. .................129
PATCH | OUT LIB-pagina ...............175
PATCH | OUT NAME-pagina .107, 226
PATCH | OUT PATCH
-pagina ................... 44, 124, 235
Patch Confirmation-voorkeur .........227
PATCH-knop ..............................18, 122
PEAK-indicators ............................15, 70
Peakniveau ...........................................36
PHANTOM +48V ...............................23
PHASER .............................................259
PHONES LEVEL-regelaar ..................15
PHONES-aansluiting ..................15, 131
PLUG-IN ...........................................223
Plug-ins ..............................................198
Y56K ............................................159
POWER ON/OFF-schakelaar ............25
Powersectie ..........................................25
Praktijkvoorbeelden ............................47
Afluisteringsniveau .................54, 61
Afmixen .........................................63
Comprimeren ...............................57
Eerste trackopnamen ...................49
EQ-en ............................................56
Ingangsniveaus instellen. .............49
Interne effecten .............................66
Masterrecorder .............................68
Opnemen ................................59, 62
Overdubben ..................................60
Paren ..............................................50
Routing ..........................................51
PREFER1-pagina ...............................226
PREFER2-pagina ...............................228
Programmawijzigingen .............211, 215
PROTECT-knop ...............................164
ProTools ............................ 185, 186, 196
Automatisering ...........................201
CHANNEL-displaymode ..........191
Explicit mute ...............................196
FLIP-mode ..................................197
Implicit mute ..............................196
INSERT-displaymode ................189
Kanaalniveaus .............................195
METER-displaymode ................191
MIDI ............................................187

OMS ............................................ 187
Pannen ................................196, 197
Plug-ins ....................................... 198
Pre of post ................................... 196
Scrub & shuttle ........................... 200
Selecteren .................................... 195
Solo schakelen ............................ 196
uitschakelen ................................ 197
Werking van het bedieningspaneel ............................ 192
Zendniveaus ............................... 197

Q
Q, EQ ................................................... 84
Q-regelaar ............................................ 20

R
Recall Confirmation-voorkeur ........ 227
Recall Safe-functie ............................. 168
RECALL-knop ..................................... 21
RECORDING .................................... 132
REMOTE ............................................ 185
FRAMES ..................................... 210
LOCATE/TIME-sectie ............... 209
INSERT-displaymode ................ 189
MACHINE CONTROL-sectie... 209
Machinebesturing .............. 185, 208
MIDI REMOTE ......................... 203
MIDI-boodschappen ................. 205
Nuendo ....................................... 185
ProTools ...................................... 185
REMOTE .................................... 185
Target-parameter ....................... 188
TRACK ARMING-sectie ........... 209
TRANSPORT-sectie .................. 210
REMOTE LAYER
Nuendo ....................................... 202
ProTools ...................................... 186
REMOTE-knop ........................... 19, 185
RESET BOTH ...................................... 93
REV+CHORUS ................................ 265
REV+FLANGE .................................. 266
REV+SYMPHO. ............................... 267
REV->CHORUS ............................... 265
REV->FLANGE ................................ 266
REV->PAN ........................................ 268
REV->SYMPHO. .............................. 267
REVERB HALL ................................. 254
REVERB PLATE ............................... 254
REVERB ROOM ............................... 254
REVERB STAGE ............................... 254
REVERSE GATE ............................... 255
RING MOD. ...................................... 262
RK1 rekinbouwkit ............................. 323
ROTARY ............................................ 261
Routen .......................................... 86, 121
2TR-digitale uitgangen .............. 125
ADAT OUT-aansluiting ............ 124
Directe uitgangen ....................... 125
Ingangskanalen ............................. 43
Ingangsrouting ...................121, 122
INSERT IN ................................. 129
Insertierouting ............................ 127

327

In- en uitgang ................................43
OMNI OUT-aansluiting ............124
OMNI-uitgangen ..........................44
PATCH-knop ................................43
Uitgangsrouting ..........................123

S
Samplefrequenties ........................ 72, 73
DOUBLE CHANNEL ...................75
DOUBLE SPEED ..........................75
Hogere samplefrequenties
instellen ............................75
Samplefrequentie-indicator .........28
SINGLE ..........................................76
SRC-secties ....................................72
SCENE | IN FADE-pagina ................166
SCENE | OUT FADE-pagina ............167
SCENE | RCL SAFE-pagina ..............168
SCENE | SCENE-pagina ...................164
SCENE | SORT-pagina ......................169
Scene MEM Auto Update-voorkeur 228
SCENE MEMORY-sectie ....................21
Scene op-/neer-knoppen .....................21
Scenegeheugennummer 00 ...............162
Scenegeheugennummer Ud ..............162
Scenegeheugens .................................161
Auto-updatefunctie ....................165
EDIT-indicators ..........................162
Faden ............................................166
Opslaan & oproepen ...................163
PROTECT-knop .........................164
Recall Safe-functie .......................168
SCENE MEMORY-pagina
gebruiken .......................164
Scenenummers ............................162
Schaduwgeheugen ......................165
sorteren ........................................169
Wat wordt er opgeslagen ............161
SCENE-knop ........................................18
Scenenummers ...................................162
Schaduwgeheugen .............................165
SELECTED CHANNEL-sectie ...........20
SEL-knoppen ................................ 16, 17
SHIFT LOCK-knop .............................30
SIGNAL-indicators ....................... 15, 70
SINGLE .................................................76
SLOT ................................25, 42, 71, 212
SLOT-sectie ..........................................25
Solo .....................................................132
LAST SOLO .................................132
LISTEN ........................................133
MIX SOLO ..................................132
MIXDOWN ................................132
RECORDING .............................132
SOLO ...........................................132
SOLO SAFE CHANNEL ............133
SOLO SAFE-functie ....................133
SOLO TRIM ................................133
Solofunctie ...................................134
SOLO-indicator ...................................22
SOLO-knoppen ............................ 16, 17
SOLO-sectie .........................................22
Specificaties ........................................283

01V96—Handleiding

328

Index

SRC-secties .......................................... 72
ST IN-knop .......................................... 17
ST IN-sectie ......................................... 17
Sterdistributie ...................................... 40
STEREO DELAY ............................... 255
STEREO OUT ..................................... 97
Bekijken van de instellingen ...... 102
Benoemen ................................... 107
Comprimeren ............................. 100
EQ-en .......................................... 100
EQ-en en in balans brengen ...... 104
Instellen via de display ................. 99
Instellen via het bedieningspaneel ............................. 104
Niveaus instellen ........................ 104
Paren ........................................... 105
Vertragen ...................................... 99
Verzwakken .................................. 99
STEREO OUT-aansluitingen ....... 24, 70
STEREO-fader ..................................... 16
Stereometers ........................................ 19
STEREO-sectie .................................... 16
Store Confirmation-voorkeur .......... 227
STORE-knop ....................................... 21
Surround ............................................ 135
BUS1–BUS8 ................................ 138
DIV .............................................. 142
F.S ................................................ 105
F/R ............................................... 142
FAST ............................................ 141
INIT ............................................. 138
Instellen en selecteren ................ 136
LFE .............................................. 142
LINK ............................................ 142
PAN/SURR LINK ...................... 136
Pangrafiek ................................... 141
Panning ....................................... 141
PATTERN ................................... 142
ST LINK ...................................... 142
SURROUND MODE ........... 87, 136
Surroundmode-indicator ............ 27
Surroundpan .............................. 135
Trajectpatronen .......................... 141
SURROUND MODE ........................ 136
Surroundmode-indicator ................... 27
Surroundmodes ........................135, 136
Fabrieksstandaard ...................... 136
Surroundpan ..................................... 135
SYMPHONIC ................................... 258
SYNC-parameter ............................... 237
Systeemexclusief-boodschappen ..... 211
Systeemversie ..................................... 238

T
Tabscrollknoppen ............................... 20
Tabscrollpijlen ..................................... 28
Target-parameter .............................. 188
Tascam I/O-kaart ................................ 72
TITLE EDIT-venster ........................... 30
TO HOST USB-poort ......................... 25
Toewijzen
Besturingswijzigingen ................ 216
MIDI-boodschappen ................. 205

01V96—Handleiding

Programmawijzigingen ..............215
REMOTE LAYER .......................185
USER DEFINED KEYS ..............193
Trajectpatronen .................................142
TREMOLO .........................................260

U
Uitgangssectie ......................................70
Uitschakelen .......................................196
UNLATCH .........................................207
USB .......................................................25
OMS .............................................187
USB-poort ...................................211
USER ASSIGNABLE LAYER ............229
USER DEFINED KEYS .............. 21, 231
Fabriekstoewijzingen ..................243
UTILITY | BATTERY-pagina ...........238
UTILITY | CH STATUS-pagina .........73
UTILITY | LOCK-pagina ..................233
UTILITY | OSCILLATOR-pagina ....230
UTILITY| USER DEF-pagina ...........231
UTILITY-knop ....................................18

V
VARIABLE-mode ..................... 115, 118
Venster
CHANNEL PAIRING ..................92
Kopieerhandeling ........................120
PASSWORD ................................233
SET PASSWORD ........................234
USER DEFINE SELECT .............232
Veranderen van de surroundmode ..............................137
Verpakkingsinhoud ...............................6
Versterking van de AD-kaart ..............37
VERTICAL ...........................................93
Verzwakker .................................. 99, 110
Uitgangssignalen .........................106
VIEW | FADER-pagina ...... 88, 102, 112
VIEW | LIBRARY-pagina .................173
VIEW | PARAMETER
-pagina ................... 87, 102, 112
VIEW-knop ..........................................18
Voorkeuren ........................................226

W
WC IN ..................................................42
Website ............................................ 6, 72
Welkom ................................................11
WORD CLOCK IN-aansluiting .........24
WORD CLOCK OUT-aansluiting .....24
Wordclock ............................................40
Aansluitingen ................................40
Bron ...............................................42
Bron aangeven ...............................41
Daisychaindistributie
(doorlussen) ....................40
Over wordclock .............................40
Sterdistributie ................................40
WC IN ...........................................42

Y
Y56K ...................................................159
Yamaha-website ..............................6, 72

Index

329

01V96—Handleiding

YAMAHA [Digital Mixing Console-Internal Parameters]
Model: 01V96
Function...

Date: 26 Aug. 2002

MIDI Implementation Chart

Version: 1.0

Transmitted

Recognized

Remarks

Basic
Channel

Default
Changed

1–16
1–16

1–16
1–16

Memorized

Mode

Default
Messages
Altered

X
X
**************

OMNI off/OMNI on
X
X

Memorized

Note
Number

True Voice

X
**************

0–127
X

Velocity

Note On
Note Off

X
X

O
O

After

Key’s
Ch’s

X
X

X
X

X

X

O

O

Assignable

0–127
**************

0–127
0–99

Assignable

O

O

*1

Pitch Bend

Control
Change

Prog
Change

0-95,102-119

:True#

System Exclusive
System
Common

:Song Pos
:Song Sel
:Tune

X
X
X

X
X
X

System
Real Time

:Clock
:Commands

X
X

O
X

Aux
Messages

:Local ON/OFF
:All Notes OFF
:Active Sense
:Reset

X
X
X
X

X
X
O
O

Effect Control

Effect Control

Notes

MTC quarter frame message is recognized.
*1: Bulk Dump/Request, Parameter Change/Request, and MMC.
For MIDI Remote, ALL messages can be transmitted.

Mode 1: OMNI ON, POLY
Mode 3: OMNI OFF, POLY

Mode 2: OMNI ON, MONO
Mode 4: OMNI OFF, MONO

O: Yes
X: No

01V96 Blokschema

[INPUT]
(1-12)

INPUT (1...32)
PAD

B
0
20

[INSERT I/O]
(1-12)

METER

(Gain Reduction)

METER (Out Meter)

PEAK

INSERT
ON

AD

AD1-12

GATE

ATT

INSERT

SOLO

ATT

METER

METER

SIGNAL

GAIN
-60~ -16

AUX 8

A

INSERT
LEVEL

INPUT
DELAY

4BAND
EQ

METER METER

(Out Meter)

COMP
AUX 1

ON

INPUT PATCH

SOLO L
SOLO R

+48V
(each 4ch )

BUS1
BUS2
BUS3
BUS4
BUS5
BUS6
BUS7
BUS8

OFF

x 12

STEREO L
STEREO R

(Gain Reduction)

METER

INSERT
INSERT
ON LEVEL
BAL

METER

STEREO L

OUTPUT
DELAY

4BAND
EQ

PAN

STEREO R
Same as stereo master L

PAN
Keyin
12ch Group (1-12,13-24....)
AUX 1-8

PEAK
SIGNAL

x2
AD

AD13-14

COMP

INSERT

Keyin
Self or Stereo Link

METER

ON

RCA

ATT
AD

AD 16

LEVEL

4BAND
EQ

BUS to STEREO

SOLO
AUX1(...8)
The same the above

PAN

LFE

[2TR IN]

SOLO TRIM

PRE/POST ON AUX

SLOT 1-16

L

RCA R

SOLO L

16

LEVEL

PAN

Stereo Configuration
GAIN
-26~+4

SLOT

ON

METER

GAIN PEAK
-26~+4
SIGNAL

[INPUT]
(16)

BUS 1(...8)

OUTPUT
DELAY
PAN

AD 15

METER

INSERT
INSERT
ON LEVEL

4BAND
EQ

ST IN 1-4
AD

[SLOT]

METER

SIGNAL

[INPUT]
(15)
(R)

ATT

DIRECT OUT 1 (...32)

PEAK
CH15/16
/2TR IN

RCA

(Out Meter)

PRE/POST ON AUX

GAIN
-26~+4

[2TR IN] (L)

METER METER
COMP

METER METER

[INPUT]
(13-14)

[2TR
IN]

(Gain Reduction)

LFE

(Gain Reduction) (Out Meter)

SOLO R

MONITOR
/2TR IN

SOLO LOGIC
MONITOR TRIM

OUTPUT SOLO

2

[2TR IN DIGITAL]

BUS1-8
AUX1-8

ADAT1-8

8

DA

MONO

8

[ADAT IN]

8

MONITOR OUT
LEVEL
L

[MONITOR OUT]
DA

R
PHONES
LEVEL

2TRD L/R

COAXIAL

[PHONES]

INSERT
SEND

8
50

FX1 SEND 1-2

FX1 Return L/R

FX1

METER

INSERT
SEND

8
50

FX2 SEND 1-2

FX2 Return L/R

FX2

INSERT
SEND

50

METER

FX3 SEND 1-2

INSERT
SEND

50

ON

BUS8 BUS
STEREO L BUS
STEREO R BUS
SOLO L BUS
SOLO R BUS
AUX1 BUS

BUS1-8

8

AUX1-8

8

DIRECT OUT 1-32

32

INSERT OUT

50

OMNI 1

DA

OMNI 2

FX3 Return L/R

OMNI 3

2

[OMNI OUT]

DA

OMNI 4

3

DA

SLOT

16

ADAT

8

DITHER

4

SLOT

[SLOT OUT]
[ADAT OUT]

DITHER

STEREO BUS
BUS1-8 BUS
AUX1-8 BUS
SOLO BUS

2
8
8
2

2TR DIGITAL 2

DITHER

FX4 Return L/R

FX4

When 96kHz FX3,4 cannot be used.

STEREO L
STEREO R

[2TR OUT DIGITAL]
COAXIAL
L
(-10dBV)
R

METER

FX4 SEND 1-2

1

DA

EFFECT
SELECT

8

CASCADE SELECT

TRIM

2

for cascade

FX3

METER
AUX1-8

to OUT PATCH for
cascade
BUS1 BUS

STEREO

AUX8 BUS

EFFECT
SELECT

AUX1-8

ON

METER

METER
8

LEVEL

EFFECT
SELECT

AUX1-8

SINE100Hz
SINE1kHz
SINE10kHz
PINK NOISE
BURST NOISE

EFFECT
SELECT

AUX1-8

OSCILLATOR

METER

OUTPUT PATCH

METER

STEREO L
STEREO R

SURROUND L
SURROUND R

DA

L
(+4dBu)

DA

R

[2TR OUT]

[STEREO OUT]

01V96 Niveaudiagram
Analoog
Analoog

Digitaal

dBu

dBFS

Bit

+24
+20

0

0
1
2
3
4
5
6

+10
+4
0
–2

–10
–20
–30

–10
–40
–20
–30

–50
–60

–40
–70
–50
–60

–80
–90

–70
–80

–100
–110

–90
–120
–100
–110

–130
–140

–120
–130
–140

–150
–160
–170

–150
–180
–160
–170

–190
–200

–180
–210
–190

PAD

GAIN

INSERT

Digitaal
AD

INPUT
PATCH

PHASE

Digitaal
GATE INSERT

ATT.

EQ

INSERT

COMP

DELAY

ON

LEVEL

INSERT

PAN

BUS
Adder

INSERT

ATT.

EQ

INSERT

COMP

MASTER
ON

MASTER
LEVEL

INSERT

BAL

DELAY OUTPUT
PATCH

Analoog

DA

dBu
Max.
Input [+24dBu]

CASCADE IN

CASCADE OUT

Digital Clipping Level

Max. Output
[+24dBu]

[+18dBu]
Nominal Output
[+4dBu]

[+4dBu]
Nominal
Input

[-2dBu]
STEREO OUT
OMNI OUT
MONITOR OUT

GAIN MIN.,
PAD ON

7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23

Analoog

+24
+20
+10
+4
0
–10
–20
–30

Max.
Input

[-40dBu]

–40
–50

Nominal
[-60dBu]
Input

–60

GAIN MAX.,
PAD OFF

–70
–80
–90
–100
–110

24
25
26

–120

27
28
29

–140

–130

–150

30
31
32
33
34
35
36

[0dBu = 0.775Vrms]
[0dBFS = Full Scale]

–160
DSP Noise Floor

–170
–180
–190

Neem voor details over producten alstublieft contact op met uw
dichtstbijzijnde Yamaha-vertegenwoordiging of de geautoriseerde
distributeur uit het onderstaande overzicht.

NORTH AMERICA
CANADA
Yamaha Canada Music Ltd.
135 Milner Avenue, Scarborough, Ontario,
M1S 3R1, Canada
Tel: 416-298-1311

Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Belgium
Rue de Geneve (Genevastraat) 10, 1140 - Brussels,
Belgium
Tel: 02-726 6032

FRANCE

U.S.A.
Yamaha Corporation of America
6600 Orangethorpe Ave., Buena Park, Calif. 90620,
U.S.A.
Tel: 714-522-9011

CENTRAL & SOUTH AMERICA
MEXICO
Yamaha de Mexico S.A. De C.V.,
Departamento de ventas
Javier Rojo Gomez No.1149, Col. Gpe Del
Moral, Deleg. Iztapalapa, 09300 Mexico, D.F.
Tel: 55-5804-0600

BRAZIL
Yamaha Musical do Brasil LTDA.
Av. Rebouças 2636, São Paulo, Brasil
Tel: 011-3085-1377

ARGENTINA
Yamaha Music Latin America, S.A.
Sucursal de Argentina
Viamonte 1145 Piso2-B 1053,
Buenos Aires, Argentina
Tel: 1-4371-7021

PANAMA AND OTHER LATIN
AMERICAN COUNTRIES/
CARIBBEAN COUNTRIES
Yamaha Music Latin America, S.A.
Torre Banco General, Piso 7, Urbanización Marbella,
Calle 47 y Aquilino de la Guardia,
Ciudad de Panamá, Panamá
Tel: +507-269-5311

EUROPE

Yamaha Musique France
BP 70-77312 Marne-la-Vallée Cedex 2, France
Tel: 01-64-61-4000

ITALY
Yamaha Musica Italia S.P.A.
Combo Division
Viale Italia 88, 20020 Lainate (Milano), Italy
Tel: 02-935-771

SPAIN/PORTUGAL
Yamaha-Hazen Música, S.A.
Ctra. de la Coruna km. 17, 200, 28230
Las Rozas (Madrid), Spain
Tel: 91-639-8888

SWEDEN
Yamaha Scandinavia AB
J. A. Wettergrens Gata 1
Box 30053
S-400 43 Göteborg, Sweden
Tel: 031 89 34 00

GERMANY
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: 04101-3030

SWITZERLAND/LIECHTENSTEIN
Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Switzerland
Seefeldstrasse 94, 8008 Zürich, Switzerland
Tel: 01-383 3990

AUSTRIA

YS Copenhagen Liaison Office
Generatorvej 8B
DK-2730 Herlev, Denmark
Tel: 44 92 49 00

NORWAY
Norsk filial av Yamaha Scandinavia AB
Grini Næringspark 1
N-1345 Østerås, Norway
Tel: 67 16 77 70

OTHER EUROPEAN COUNTRIES
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: +49-4101-3030

Yamaha Music Central Europe GmbH,
Branch Austria
Schleiergasse 20, A-1100 Wien, Austria
Tel: 01-60203900

AFRICA
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Hamamatsu, Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2313

MIDDLE EAST
TURKEY/CYPRUS
Yamaha Music Central Europe GmbH
Siemensstraße 22-34, 25462 Rellingen, Germany
Tel: 04101-3030
Yamaha Music Gulf FZE
LB21-128 Jebel Ali Freezone
P.O.Box 17328, Dubai, U.A.E.
Tel: +971-4-881-5868

Yamaha Music & Electronics (China) Co.,Ltd.
25/F., United Plaza, 1468 Nanjing Road (West),
Jingan, Shanghai, China
Tel: 021-6247-2211

INDONESIA
PT. Yamaha Music Indonesia (Distributor)
PT. Nusantik
Gedung Yamaha Music Center, Jalan Jend. Gatot
Subroto Kav. 4, Jakarta 12930, Indonesia
Tel: 21-520-2577

KOREA
Yamaha Music Korea Ltd.
Tong-Yang Securities Bldg. 16F 23-8 Yoido-dong,
Youngdungpo-ku, Seoul, Korea
Tel: 02-3770-0660

MALAYSIA
Yamaha Music Malaysia, Sdn., Bhd.
Lot 8, Jalan Perbandaran, 47301 Kelana Jaya,
Petaling Jaya, Selangor, Malaysia
Tel: 3-78030900
Yamaha Music Asia Pte., Ltd.
No.11 Ubi Road 1, No.06-02,
Meiban Industrial Building, Singapore
Tel: 747-4374

DENMARK

OTHER COUNTRIES

THE PEOPLE’S REPUBLIC OF CHINA

SINGAPORE

THE UNITED KINGDOM
Yamaha-Kemble Music (U.K.) Ltd.
Sherbourne Drive, Tilbrook, Milton Keynes,
MK7 8BL, England
Tel: 01908-366700

ASIA

BELGIUM/LUXEMBOURG

TAIWAN
Yamaha KHS Music Co., Ltd.
3F, #6, Sec.2, Nan Jing E. Rd. Taipei.
Taiwan 104, R.O.C.
Tel: 02-2511-8688

THAILAND
Siam Music Yamaha Co., Ltd.
121/60-61 RS Tower 17th Floor,
Ratchadaphisek RD., Dindaeng,
Bangkok 10320, Thailand
Tel: 02-641-2951

OTHER ASIAN COUNTRIES
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Hamamatsu, Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2317

OCEANIA
AUSTRALIA
Yamaha Music Australia Pty. Ltd.
Level 1, 99 Queensbridge Street, Southbank,
Victoria 3006, Australia
Tel: 3-9693-5111

COUNTRIES AND TRUST
TERRITORIES IN PACIFIC OCEAN
Yamaha Corporation,
Asia-Pacific Music Marketing Group
Nakazawa-cho 10-1, Hamamatsu, Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2313

THE NETHERLANDS
Yamaha Music Central Europe,
Branch Nederland
Clarissenhof 5-b, 4133 AB Vianen, The Netherlands
Tel: 0347-358 040

HEAD OFFICE Yamaha Corporation, Pro Audio & Digital Musical Instrument Division
Nakazawa-cho 10-1, Hamamatsu, Japan 430-8650
Tel: +81-53-460-2441
PA08

Handleiding

Yamaha-website:
http://www.yamaha.nl/
Yamaha Manual Library (handleidingenbibliotheek):
http://www2.yamaha.co.jp/manual/dutch/

U.R.G Pro Audio & Digital Musical Instrument Division, Yamaha Corporation
© 2003 Yamaha Corporation
Productie Nederlandstalige handleiding: TerrActs (www.terracts.nl)



Source Exif Data:
File Type                       : PDF
File Type Extension             : pdf
MIME Type                       : application/pdf
PDF Version                     : 1.4
Linearized                      : Yes
Encryption                      : Standard V1.2 (40-bit)
User Access                     : Print, Copy, Fill forms, Extract, Assemble, Print high-res
Create Date                     : 2004:01:26 22:45:49+01:00
Modify Date                     : 2004:01:29 14:04:50+09:00
Subject                         : Yamaha 01V96
Page Count                      : 334
Creation Date                   : 2004:01:26 22:45:49+01:00
Mod Date                        : 2004:01:29 14:04:50+09:00
Producer                        : Acrobat Distiller 5.0.5 for Macintosh
Author                          : Andre Rietveld - TerrActs (www.terracts.nl)
Metadata Date                   : 2004:01:29 14:04:50+09:00
Creator                         : Andre Rietveld - TerrActs (www.terracts.nl)
Title                           : Yamaha 01V96NL
Description                     : Yamaha 01V96
EXIF Metadata provided by EXIF.tools

Navigation menu