Yamaha MX49/MX61 Reference Manual Mx49mx61 Nl Rm A0

User Manual: Yamaha MX49/MX61 Reference Manual

Open the PDF directly: View PDF PDF.
Page Count: 71

DownloadYamaha MX49/MX61 Reference Manual Mx49mx61 Nl Rm A0
Open PDF In BrowserView PDF
Naslaggids
Inhoudsopgave
De handleidingen bij de MX49/MX61
gebruiken

Een aangesloten computer gebruiken

19

2
Aansluiten op een computer .................................... 19

Basisstructuur

3

Structuur van de MX49/MX61 .....................................3
Regelblok...................................................................... 3
Keyboard.................................................................................. 3
Pitchbendwiel ........................................................................... 3

Een song maken met een computer ........................ 22
Uw performance op de MX49/MX61 als MIDI-data
opnemen naar DAW software.................................................22
Uw performance op de MX49/MX61 als audiodata
opnemen naar DAW software.................................................27
De arpeggiofrasen van de MX49/MX61 als MIDI-data
opnemen naar DAW software.................................................28

Modulatiewiel ........................................................................... 4

DAW-software of VSTi (software-instrumenten) op afstand
bedienen vanaf de MX49/MX61 .............................................31

Knoppen................................................................................... 4

Afstandsbedieningstoewijzingen............................................35

Toongeneratorblok ......................................................5
AWM2 (Advanced Wave Memory 2) ........................................ 5

iOS-toepassingen gebruiken

39

Naslagwerk

40

Voices....................................................................................... 5
Geheugenstructuur van de voices........................................... 8
Performances ........................................................................... 9
Geheugenstructuur van performance .................................... 10
Een performance en de voices bewerken ............................. 10

Effectblok ...................................................................11
Effectstructuur ........................................................................ 11
Effectaansluitingen en -instellingen ....................................... 12

Performance............................................................... 40
Performance Play....................................................................40
Performance Select ................................................................41
Performance Part Select .........................................................41
Performance Edit ....................................................................43

Arpeggioblok..............................................................13

Performance Job ....................................................................54

Arpeggiocategorieën ............................................................. 13

Performance Store (performance opslaan) ............................56

Informatie over de lijst met arpeggiotypen............................. 14

Aanvullende informatie ...........................................................56

Arpeggio-afspeeltypen .......................................................... 14

Instellingen voor song/patroon ................................ 58

Relatie tussen afgespeelde noten en arpeggiotypen ............ 15

Song........................................................................................58

Song-/patroonafspeelblok ........................................16

Patroon....................................................................................59

Ritmepatroon .......................................................................... 16

File............................................................................... 60

Song ....................................................................................... 16

Terminologie in de bestandsverwerking.................................60

Intern geheugen.........................................................17

Display File .............................................................................61

Intern geheugen van de MX49/MX61 .................................... 17

Utility........................................................................... 64

MIDI-/audiosignaalbaan.............................................18

Utility Job ................................................................................68

De modus Remote ..................................................... 70
Display Remote.......................................................................70
De functies van de knoppen [A] t/m [D] verwisselen .............71
Naar een andere besturingssjabloon schakelen....................71
Utility-instellingen....................................................................71

Yamaha Corp. behoudt zich het recht voor om deze handleiding op elk gewenst moment zonder voorafgaande kennisgeving
te wijzigen of aan te passen. De meest recente versie kan vrij worden gedownload via de volgende website.
http://www.yamaha.co.jp/manual/ or http://download.yamaha.com/

De handleidingen bij de MX49/MX61 gebruiken
Bij de MX49/MX61 synthesizer worden vier verschillende handleidingen meegeleverd: de Gebruikershandleiding, het Naslagwerk (dit
document), de Parameterhandleiding bij synthesizer en de Datalijst. De Gebruikershandleiding wordt meegeleverd als een gedrukt handboek.
Dit Naslagwerk, de Parameterhandleiding bij synthesizer en de Datalijst worden geleverd als PDF-documenten op de meegeleverde cd-rom.

Gebruikershandleiding (gedrukt boekje)
Beschrijft de installatie en de basisbediening van de MX49/MX61. Deze bevat ook enkele nuttige en informatieve appendices voor
het instrument. In deze handleiding worden de volgende handelingen uitgelegd.
•
•
•
•
•
•
•
•
•

Opstellen
Basisbediening en displays
De voices afspelen
De klankkwaliteit van de voice wijzigen met
regelaars
De arpeggiofunctie gebruiken
Octaverings- en transponeerinstellingen van het
keyboard
De Performances afspelen
De ritmepatronen afspelen
De songs afspelen

• Een originele Performances maken
• Tijdens live performance schakelen tussen voices zonder dat het
geluid wordt afgekapt
• Algemene systeeminstellingen opgeven
• Bestanden uitwisselen met USB-flashgeheugens
• Externe MIDI-instrumenten aansluiten
• Shift-functielijst
• Displayberichten
• Problemen oplossen
• Specificaties

Naslagwerk (dit PDF-document)
Beschrijft het interne ontwerp van de MX49/MX61, hoe u een aangesloten computer gebruikt en alle parameters die kunnen worden
aangepast en ingesteld.

Parameterhandleiding bij synthesizer (PDF-document)
Hierin worden de voiceparameters, effecttypen, effectparameters en MIDI-berichten beschreven die worden gehanteerd voor alle
synthesizers met geïntegreerde Yamaha AWM2-klankopwekking. Lees eerst de Gebruikershandleiding en het Naslagwerk en
raadpleeg vervolgens deze parameterhandleiding als u meer informatie nodig hebt over parameters en termen die betrekking
hebben op Yamaha-synthesizers.

Datalijst (PDF-document)
Bevat overzichten zoals de voicelijst, performancelijst, arpeggiotypelijst, effecttypelijst evenals referentiemateriaal zoals het MIDIimplementatieoverzicht en de lijst met afstandsbedieningsfuncties.

Het Naslagwerk gebruiken
• Via de tabs met hoofdfuncties boven aan elke pagina in het gedeelte
Naslagwerk, kunt u naar de pagina met uitleg over de parameters van de
overeenkomstige functie gaan. De lijst aan de rechterkant van elke pagina in
de geselecteerde functie is gelijk aan de functieboom. Als u op het
gewenste item in de lijst klikt, kunt u direct naar de pagina met uitleg over de
overeenkomende functie gaan.
• Klik op een paginanummer in de Inhoudsopgave of in de beschrijvende
tekst om naar de overeenkomende pagina te gaan.

Selecteer een hoofdfunctie

Performance

Song/Pattern

Selecteer een functie

File

Utility

Remote

Performance

Performance Store (performance opslaan)

Performance Play

Bediening

Druk op [STORE] in een van de Performance-displays (behalve een Voice Edit-display) Æ Selecteer
de opslagbestemming Æ Druk op [ENTER] Æ Druk op [INC/YES]

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit

Met deze handeling slaat u de geselecteerde performance op. De bewerkte voice wordt echter niet met de
performance opgeslagen. Nadat de voice is opgeslagen, keert u naar de bovenste display van de
bestemmingsperformance terug.

LET OP

Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ

Als de handeling Performance Store wordt uitgevoerd terwijl de voice is gewijzigd en nog niet is opgeslagen, wordt de bewerkte
voice gewist en gaan bewerkingen in de voice verloren. Sla belangrijke voicegegevens daarom op als een gebruikersvoice
(pagina 53) voordat u een performance opslaat.

Arp Switch
Algemeen
Name

• U kunt ook in de index met 'Bladwijzers' links in het hoofdvenster op
gewenste items en onderwerpen die u wilt raadplegen klikken om naar de
overeenkomende pagina te gaan. (Als de index niet wordt weergegeven,
klikt u op het tabblad 'Bladwijzers' om deze te openen.)

STORE*Performance
* 001(A01):MXCategory
1

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select

2

RcvSwitch

Voice Edit

1 Performancenummer
Hiermee selecteert u het performancenummer als de opslagbestemming.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

Instellingen: 001 – 128

Voice LFO

2 Performancenaam

• Als u informatie over een specifiek onderwerp, functie of eigenschap
zoekt, selecteert u 'Zoeken' in het menu 'Bewerken' in Adobe Reader en
voert u een trefwoord in om de betreffende informatie in het document te
zoeken.

Geeft de performancenaam aan van het geselecteerde performancenummer. Nadat de opslag is voltooid, verandert de
naam in de naam die u in de display Performancenaam hebt ingevoerd (pagina 46).

OPMERKING De namen en posities van menu-items kunnen variëren naargelang de
versie van Adobe Reader die wordt gebruikt.

Informatie

Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren

Functies van knop [A] t/m [D]

Recall
Kopiëren

• Windows is een geregistreerd handelsmerk van Microsoft® Corporation in
de Verenigde Staten en andere landen.

Bulk

De functies van knop [A] t/m [D] worden toegepast op zowel part 1 als part 2.

Performance Store
(performance opslaan)

Als het 1e lampje is ingeschakeld:

Aanvulling
Informatie

Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

A

CUTOFF ("Cutoff" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

B

RESONANCE ("Resonance" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke
parameters)

-64 – +63

pagina 45

C

CHORUS ("ChoSend" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

0 – 127

pagina 45

D

REVERB ("RevSend" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

0 – 127

pagina 45

Als het 2e lampje is ingeschakeld:
Knop
A

• De afbeeldingen en LCD-schermen zoals die in dit Naslagwerk worden
getoond zijn uitsluitend voor instructiedoeleinden en kunnen enigszins
afwijken van die op uw instrument.

Voicenaam /
drumkitnaam
Voice Job

Aanvullende informatie

Als de knop [PART 1-2 LINK] is ingeschakeld (lampje brandt):

OPMERKING De meest recente versie van Adobe Reader kan worden gedownload
via de volgende webpagina.
http://www.adobe.com/products/reader/

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

B

Parameter

Instellingen

ATTACK ("Attack" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

DECAY ("Decay" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

Pagina in
naslagwerk
pagina 45

-64 – +63

pagina 45

C

SUSTAIN ("Sustain" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

D

RELEASE ("Release" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 46

MX49/MX61 Naslaggids

56

• Apple, Mac, iPhone, iPad en iPod Touch zijn handelsmerken van Apple
Inc., geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
• Alle andere handelsmerken zijn eigendom van hun respectieve eigenaren.

MX49/MX61 Naslaggids

2

Basisstructuur

Basisstructuur

Basisstructuur
Regelblok

Structuur van de MX49/MX61

Toongeneratorblok

Het MX49/MX61-systeem bestaat uit vijf algemene functieblokken: Regelblok, toongeneratorblok, effectblok,
arpeggioblok en song-/patroonafspeelblok.

Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

Arpeggioblok

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan
Toongenerator

Effecten

Een aangesloten
computer gebruiken

Regelblok
Afspelen

Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer
Song-/patroonafspeelblok

iOS gebruiken
Toepassingen

Regelblok

Naslagwerk

Als u noten speelt, genereert/verzendt dit blok noot aan/uit-, aanslag- (sterkte) en andere speelinformatie naar het
toongeneratorblok van de synthesizer. Als de arpeggiofunctie beschikbaar is, verzendt dit blok ook de speelinformatie
naar het arpeggioblok.

Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

Keyboard
Het keyboard verzendt noot aan/uit-berichten naar het toongeneratorblok (om de voices te laten klinken). Het keyboard
wordt ook gebruikt om het afspelen van arpeggio's te activeren. De standaardnootnummers die zijn toegewezen aan
het keyboardbereik C2 t/m C6 (MX49)/C1 t/m C6 (MX61). U kunt het notenbereik van het keyboard in octaven wijzigen
met de knoppen OCTAVE [-]/[+] of de noten transponeren met de knoppen TRANSPOSE [-]/[+].

Pitchbendwiel
Gebruik het pitchbendwiel om de toonhoogte van de noten te verhogen (draai het
wiel van u af) of te verlagen (draai het wiel naar u toe) terwijl u het keyboard
bespeelt. Dit wiel is zelfcentrerend en springt automatisch terug naar de normale
toonhoogte als u het loslaat. Elke vooraf ingestelde voice heeft zijn eigen
standaardinstelling voor het pitchbendbereik. De instelling Pitch Bend Range
(pitchbendbereik) kan worden gewijzigd in de display Play Mode (pagina 47) van
Part Edit. In de display Ctrl Set (pagina 52) van Voice Edit kunt u andere functies
dan Pitch Bend toewijzen aan het pitchbendwiel.

MX49/MX61 Naslaggids

Toonhoogte
verhogen

Toonhoogte
verlagen

3

Basisstructuur

Modulatiewiel
Hoewel het modulatiewiel doorgaans wordt gebruikt om vibrato toe te voegen aan
het geluid, zijn voor veel vooraf ingestelde voices (pagina 5) ook andere functies en
effecten toegewezen aan het wiel. Naarmate u het wiel verder omhoog draait, wordt
het toegepaste effect op het geluid sterker. Controleer voordat u begint met spelen
of het modulatiewiel is ingesteld op de minimumwaarde, zodat het onbedoeld
gebruiken van effecten voor de huidige voice wordt voorkomen. In de display
Ctrl Set (pagina 52) van Voice Edit.

Basisstructuur
Maximum

Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok

Minimum

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen

Knoppen
Met de vier knoppen kunt u diverse aspecten van het voicegeluid in realtime aanpassen, dus terwijl u speelt.
U kunt aan elke knop drie functies toewijzen, die u een voor een kunt kiezen met de bij elke knop behorende
knop [KNOB FUNCTION]. Bovendien wordt het geluid dat op de knopeffecten wordt toegepast, bepaald met de knop
[PART 1-2 LINK]. Zie pagina 56 voor meer informatie.
OPMERKING Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor instructies voor het gebruik van knoppen.

MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File

DAW Remote
Druk op [DAW REMOTE] om de modus Remote te activeren. In de modus Remote kunt u de DAW-software of VSTi
(software-instrument) bedienen met de paneelregelaars. Als u de modus Remote activeert, veranderen de
functies van sommige paneelknoppen, zoals de knoppen [A] t/m [D], de transportknop en de categorieknoppen,
in functies die uitsluitend voor deze modus zijn bedoeld. Raadpleeg 'Afstandsbedieningstoewijzingen' in de
sectie 'Een aangesloten computer gebruiken' op pagina 35 voor meer informatie.

MX49/MX61 Naslaggids

Utility
Remote

4

Basisstructuur

Toongeneratorblok
Het toongeneratorblok is het blok dat daadwerkelijk geluid produceert op basis van de speelinformatie die wordt
gegenereerd door het keyboard te bespelen en de regelaars te gebruiken. Deze sectie bevat uitleg over het AWM2synthesesysteem, voices (die de basisgeluiden van de MX49/MX61 zijn en performances (die voicecombinaties zijn).

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

AWM2 (Advanced Wave Memory 2)

Intern geheugen

Dit instrument beschikt over een AWM2-toongeneratorblok (Advanced
Wave Memory 2). AWM2 (Advanced Wave Memory 2) is een
synthesesysteem dat is gebaseerd op gesamplede golfvormen
(geluidsmateriaal). Het wordt gebruikt in veel Yamaha-synthesizers. Voor
een ongeëvenaard realistisch geluid gebruikt elke AWM2-voice meerdere
samples van de golfvorm van een echt instrument. Bovendien kan een groot
aantal parameters (envelopgenerator-, filter-, modulatie- en andere
parameters) worden toegepast.

Interne AWM2toongenerator

MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

Voices
Een programma dat de sonische elementen bevat voor het genereren van het geluid van een specifiek
muziekinstrument, wordt een 'voice' genoemd. Intern bestaan er twee typen voices: normale voices en drumvoices.

iOS gebruiken
Toepassingen

Normale voices
De normale voices bestaan hoofdzakelijk uit melodische geluiden van muziekinstrumenten, die over het hele
keyboardbereik kunnen worden afgespeeld. Een normale voice bestaat uit gecombineerde waves of geluidssamples.

Naslagwerk
Performance

Aanslag (kracht waarmee
u de toets indrukt)

Een enkele normale voice

Song/patroon
File
Utility
Remote

Drumvoices (drumkits)
De drumvoices bestaan hoofdzakelijk uit percussie- en drumgeluiden die worden toegewezen aan afzonderlijke noten
op het keyboard. Een verzameling van toegewezen percussie-/drumgolven wordt een drumkit genoemd.
Een enkele drumvoice (drumkit)

C0

C1

C6

Afzonderlijke drumgeluiden
(voor elke toets anders)
OPMERKING De standaardnootnummers die zijn toegewezen aan het Keyboard C2 t/m C6 (MX49)/C1 t/m C6 (MX61). Wijzig de
toonhoogte van het keyboard met de knoppen OCTAVE [-]/[+] en [TRANSPOSE] [-]/[+] als u noten wilt spelen die buiten
het bereik van het keyboard liggen (C0 t/m C2/C0 t/m C1).

MX49/MX61 Naslaggids

5

Basisstructuur

Voiceonderdelen
Elke voice bestaat uit OSC- (Oscillator), FILTER-, AMP- (Amplitude) en LFO-onderdelen. Door de parameters van deze
onderdelen te bewerken, kunt u originele geluiden maken.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok

LFO

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

Oscillator voor lage
frequenties

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

OSC

FILTER

AMP
Naar
effectblok

Wave (golfvorm)

Verandert de
klankkleurkwaliteit
van het geluid.

Regelt het uitgangsniveau (amplitude)
van het geluid.

Filter EG (Filter
Envelope Generator)

Amplitude EG
(Amplitude Envelope
Generator)

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen
OSC
Dit onderdeel bepaalt de golfvorm (het basisgeluidsmateriaal), het nootbereik voor het geluid, het aanslagbereik (de
kracht waarmee u de toetsen aanslaat). Dit zijn vaste, geschikte instellingen voor elke voice.

FILTER
Dit onderdeel wijzigt de toon van de geluidsuitgang vanuit OSC door een specifiek frequentiebereik van het geluid af te
trekken. Filtergerelateerde parameters kunnen worden ingesteld in de display Filter/EG (pagina 48) van Performance
Part Edit.

AMP
Dit onderdeel regelt het uitgangsniveau (amplitude) van de geluidsuitgang vanaf FILTER. Versterker-gerelateerde
parameters kunnen worden ingesteld in de display Play Mode en de display Filter/EG (pagina 48).

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

LFO
Dit onderdeel produceert cyclische modulatie voor de oscillator, het filter en de amplitude. Door deze aspecten van het
geluid te moduleren, kunt u effecten maken als vibrato, wah en tremolo. LFO-gerelateerde parameters kunnen worden
ingesteld in de display Voice LFO (pagina 51) van Voice Edit.

MX49/MX61 Naslaggids

6

Basisstructuur

Voicecategorieën
De voices zijn handig verdeeld in specifieke categorieën. De categorieën zijn onderverdeeld op basis van het
algemene instrumenttype of de geluidseigenschappen. Hieronder vindt u een lijst van de verschillende categorieën.
Elke categorie heeft meerdere voices.
Categorienaam

Afkorting

Naam van categorieknop

Voicetype

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok

Acoustic Piano

AP

PIANO

Normale voice

Arpeggioblok

Keyboard

KB

KEYBOARD

Normale voice

Song-/patroon
afspeelblok

Organ

ORG

ORGAN

Normale voice

Intern geheugen

Guitar

GTR

GUITAR

Normale voice

MIDI-/audiosignaalbaan

Bass

BAS

BASS

Normale voice

Strings

STR

STRINGS

Normale voice

Brass

BRS

BRASS

Normale voice

Sax/Woodwind

WND

SAX/WOODWIND

Normale voice

Synth Lead

LD

SYN LEAD

Normale voice

Synth Pad/ Choir

PAD

PAD/CHOIR

Normale voice

Synth Comping

CMP

SYN COMP

Normale voice

Chromatic Percussion

CP

CHROMATIC PERCUSSION

Normale voice

Drum/ Percussion

DR

DRUM/ PERCUSSION

Drumvoice (drumkit)

Sound Effect

SFX

SOUND EFX

Normale voice

Musical Effect

MFX

MUSICAL EFX

Normale voice

Ethnic

ETH

ETHNIC

Normale voice

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

7

Basisstructuur

Geheugenstructuur van de voices
De MX49/MX61 heeft meerdere voices in vooraf ingesteld geheugen, dat niet kan worden overschreven (pagina 17).
Deze voices worden vooraf ingestelde voices genoemd. Voices die daarentegen zijn gemaakt door de vooraf
ingestelde voices te bewerken, worden gebruikersvoices genoemd. Gebruikersvoices worden opgeslagen in het
gebruikersgeheugen, dat wel kan worden overschreven (pagina 17). Er kunnen maximaal 128 normale voices en 8
drumvoices in het gebruikersgeheugen worden opgeslagen.

Gebruikersvoices
Vooraf ingestelde voices

Normale voices

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

128

Piano
Een aangesloten
computer gebruiken

1
Bewerk- en opslagbewerkingen

Aansluiten op
een computer

Keyboard

Een song maken
met een computer

Bewerk- en opslagbewerkingen

Bass
Drumvoices

iOS gebruiken
Toepassingen

8

Drum/Percussion

1
Bewerk- en opslagbewerkingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

8

Basisstructuur

Performances
De MX49/MX61 heeft 16 onafhankelijke parts waarmee u meerdere voices tegelijkertijd kunt laten klinken. Een
programma waarin meerdere voices (parts) worden gecombineerd, wordt een performance genoemd. Aan elke part
wordt één voice toegewezen en één performance is de combinatie van 16 voices.
U kunt part 1 en part 2 normaal afspelen. Met de MX49/MX61 kunt u ook verschillende voices van part 1 en part 2
samen in een laag afspelen (functie Layer) of één voice van part 2 met uw linkerhand spelen terwijl u een andere voice
van part 1 met uw rechterhand speelt (functie Split).
Part 10 wordt doorgaans gebruikt voor het afspelen van ritmepatronen. Daarom is de standaardvoice die aan part 10 is
toegewezen een drumvoice.
OPMERKING U kunt tussen part 3 t/m 16 schakelen en deze voices normaal een voor een afspelen.

Performance
Normaal gebruikte parts

Part 3
Voice

Part 1
Voice

Part 10

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

Voice

Part 2
Part 16

Voice

iOS gebruiken
Toepassingen

Voice

Naslagwerk
Aan part 1 t/m 16 zijn verschillende MIDI-kanalen toegewezen. Er kunnen maximaal 16 parts tegelijkertijd
worden afgespeeld met een externe MIDI-sequencer, de DAW-software op de computer of MIDI-gegevens
in USB-flashgeheugen dat op de MX49/MX61 is aangesloten.

Performance
Song/patroon
File
Utility

Toongeneratorblok

Remote

Performance

USB-flashgeheugen

Part 1

CH1

Part 2

CH2

Part 3

CH3

Part 4

CH4

Part 10

CH10

Part 16

CH16

MIDI-gegevens

DAW (computer) enzovoort.
MIDI-gegevens

MX49/MX61 Naslaggids

9

Basisstructuur

Geheugenstructuur van performance
De MX49/MX61 heeft 128 performances in het gebruikersgeheugen, dat kan worden overschreven (pagina 17).
Als u een bewerkte performance wilt opslaan, moet u een van de geheugenlocaties 1 t/m 128 overschrijven.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok

Performances

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

128

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken

1

Aansluiten op
een computer

Opslag

Een song maken
met een computer

Een performance en de voices bewerken

iOS gebruiken
Toepassingen

U kunt uw eigen originele geluiden maken door de performance- en voiceparameters te bewerken. In Performance Edit
kunt u zowel de parameters bewerken die uniek zijn voor elke part (partparameters) als de parameters die
gemeenschappelijk zijn voor alle parts (gemeenschappelijke parameters). In Voice Edit kunt u de parameters bewerken
die betrekking hebben op de gehele voice. Voice Edit is alleen beschikbaar voor voices die zijn toegewezen aan de
performanceparts.
Als u de voice bewerkt, moet u ervoor zorgen dat u deze apart van de performance als een gebruikersvoice opslaat.
Onthoud dat de voiceparameters niet worden opgeslagen, ook niet als u een performance opslaat.

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility

Performance 128

Remote

Performance 1
Part 1
Voice

Partparameters

Part 2
Voice 1

Voice

Voiceparameters

Partparameters

Part 3
Voice

Gemeenschappelijke
parameters

Partparameters

Part 16
Voice

Partparameters

Maximale polyfonie
Maximale polyfonie verwijst naar het hoogste aantal noten dat tegelijk kan worden geproduceerd door de interne
toongenerator van het instrument. De maximale polyfonie van de synthesizer is 128. Als het interne
toongeneratorblok meer noten ontvangt, worden eerder gespeelde noten afgekapt. Dit is met name merkbaar bij
voices zonder decay. En als normale voices worden gebruikt die meerdere golfvormen bevatten, is het maximum
aantal gelijktijdige noten kleiner dan 128.

MX49/MX61 Naslaggids

10

Effectblok
Dit blok past effecten toe op de uitgang van het toongeneratorblok, waarbij het geluid wordt verwerkt en verbeterd. De
effecten worden toegepast in de laatste bewerkingsfasen, zodat u het geluid naar wens kunt aanpassen.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok

Effectstructuur

Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

Invoegeffecten

Intern geheugen

Invoegeffecten kunnen afzonderlijk worden toegepast op voices die zijn toegewezen aan specifieke parts voordat de
signalen van alle parts worden samengevoegd. Ze moeten worden gebruikt voor geluiden waarvan u de kenmerken
ingrijpend wilt wijzigen. Elke voice beschikt over één invoegeffect. U kunt verschillende effecttypen op het invoegeffect
instellen. U kunt deze instelling instellen in de display Voice Insert Eff/DrumKit Insert Eff (pagina 50) van Voice Edit.
Dit instrument beschikt over vier invoegeffecten, die u kunt toepassen op vier parts (maximaal) van de performance.

MIDI-/audiosignaalbaan

Systeemeffecten
Dit instrument beschikt over de systeemeffecten Reverb en Chorus. Systeemeffecten worden toegepast op het
totaalgeluid. Bij het gebruik van systeemeffecten wordt het geluid van elke part verzonden in overeenstemming met het
Effect Send-niveau voor elke part. Het verwerkte geluid (dit wordt 'nat' genoemd) wordt naar de mixer teruggestuurd en
uitgevoerd nadat het is gemixt met het onverwerkte 'droge' geluid.

Master EQ

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

De Master EQ wordt toegepast op het uiteindelijke totaalgeluid (na de toepassing van effecten) van het instrument. In
deze EQ worden alle vijf banden ingesteld op parametrisch, maar de hoge en lage band kunnen ook worden ingesteld
op shelving.

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

11

Basisstructuur

Effectaansluitingen en -instellingen

Basisstructuur
Regelblok
Zendniveau

Toongeneratorblok
Effectblok

Performance

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

1 Parts 1 t/m 16

Intern geheugen

2 Invoegeffecten (maximaal 4 effecten)

MIDI-/audiosignaalbaan

Part 1

Part 2

Part 3

Part 8

Part 9

Part 16

Voice
Invoeg-effect
aan Aan

Voice
Invoegeffect uit

Voice
Invoegeffect aan

Voice
Invoegeffect aan

Voice
Invoegeffect uit

Voice
Invoegeffect aan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

Systeemeffecten
3 Chorus

3 Reverb

4 Master EQ

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon

1 Selectie van de part (1 t/m 16) die het invoegeffect gebruikt.
Instellingen: 'InsSw' instellen in de display Performance Part Select (pagina 42).

File
Utility
Remote

2 Instellingen voor invoegeffect
Instellingen: Instellen in de display Voice Insert Eff/DrumKit Insert Eff (pagina 50) van Voice Edit.

3 Instellingen voor Chorus en Reverb
Instellingen: Instellen in de display Chorus Eff/ Reverb Eff (pagina 43) van Common Edit, de display General
(pagina 45) van Common Edit en de display Play Mode (pagina 47) van Part Edit.

4 Instellingen voor Master EQ
Instellingen: Instellen in de display Master EQ (pagina 44) van Common Edit.

Over effectcategorieën, -typen en -parameters
Zie de 'Effecttypelijst' in het PDF-document 'Datalijst' voor informatie over de effectcategorieën van dit instrument
en de effecttypen in elke categorie. Zie de 'Effectparameterlijst' in het PDF-document 'Datalijst' voor informatie
over de effectparameters die voor elk effecttype kunnen worden ingesteld. Zie het PDF-document
'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor informatie over de omschrijvingen van elke effectcategorie,
elk effecttype en elke effectparameter.

Over vooraf ingestelde instellingen
Het instrument wordt geleverd met vooraf ingestelde parameterinstellingen voor elk effecttype, die zijn
opgenomen in sjablonen en kunnen worden geselecteerd via de selectiedisplay Effect Type. Om het gewenste
effectgeluid te verkrijgen, selecteert u eerst een standaardinstelling (vooraf ingesteld) dicht bij het geluid dat u wilt
bereiken. Vervolgens brengt u de nodige wijzigingen aan in de parameters. Vooraf ingestelde instellingen kunnen
in elke display voor effectparameters worden bepaald door 'Preset' in te stellen. Zie het PDF-document 'Datalijst'
voor informatie over elk effecttype.

MX49/MX61 Naslaggids

12

Basisstructuur

Arpeggioblok
Met dit blok kunt u automatisch muziek- en ritmefrasen activeren met de huidige voice. Hiervoor slaat u gewoon een of
meer noten op het keyboard aan. De arpeggiosequence verandert ook in overeenstemming met de noten of akkoorden
die u speelt, zodat u zowel bij het componeren als bij het bespelen een grote verscheidenheid aan inspirerende
muzikale frasen en ideeën ter beschikking hebt. Er kunnen twee arpeggiotypen tegelijkertijd worden afgespeeld.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok

Arpeggio
Arpeggio 1

Performance
Part 1
Voice

Arpeggio 2

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Part 2
Voice

Part 3
Voice

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

Part 16
Voice

Arpeggiocategorieën
De arpeggiotypen zijn verdeeld in meerdere categorieën die hieronder worden genoemd. De categorieën zijn
onderverdeeld op basis van het soort instrument.

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon

Categorielijst
ApKb

Acoustic Piano & Keyboard

Org

Organ

Guit

Guitar / Plucked

Bass

Bass

Str

Strings

Brs

Brass

RdPp

Reed / Pipe

Lead

Synth Lead

PdMe

Synth Pad / Musical Effect

CrPc

Chromatic Percussion

DrPc

Drum / Percussion

Seq

Synth Sequence

Chd

Chord Sequence

Hybr

Hybrid Sequence

Ctrl

Control

MX49/MX61 Naslaggids

File
Utility
Remote

13

Basisstructuur

Informatie over de lijst met arpeggiotypen

Basisstructuur

8

Regelblok
Toongeneratorblok

ARP
Category No.

ARP Name

Time
Original
Signature Length Tempo Accent

Note/Chord

Effectblok

ApKb

1

70sRockB

4/4

2

130

N

Arpeggioblok

ApKb

2

70sRockC

4/4

1

130

N

ApKb

3

70sRockD

4/4

2

130

Song-/patroon
afspeelblok

ApKb

4

70sRockE

4/4

4

130

N

ApKb

5

70sRockF

4/4

2

130

N

ApKb

6

70sRockG

4/4

1

130

C

ApKb

7

70sRockH

4/4

1

130

C

OPMERKING Houd er rekening mee dat deze lijst alleen voor afbeeldingsdoeleinden is. Raadpleeg het PDF-document 'Datalijst' voor
een compleet overzicht van de arpeggiotypen.

1 Category
Hiermee wordt de arpeggiocategorie aangeduid.

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer

2 ARP No. (Arpeggio Number)

Een song maken
met een computer

Geeft het nummer van het arpeggiotype aan.

3 ARP Name (Arpeggio Name)
Geeft de arpeggionaam aan.

4 Time Signature

iOS gebruiken
Toepassingen

Duidt de maatsoort van het arpeggiotype aan.

5 Length
Geeft de gegevenslengte (aantal maten) van het arpeggiotype aan.

6 Original Tempo
Geeft de juiste tempowaarde van het arpeggiotype aan. Houd er rekening mee dat dit tempo niet automatisch wordt
ingesteld bij het selecteren van het arpeggiotype.

Naslagwerk
Performance

7 Accent
De cirkel geeft aan dat voor het arpeggio gebruik wordt gemaakt van het kenmerk Accent Phrase (zie hieronder).

8 Note/Chord

Song/patroon
File

Geeft het afspeeltype van het arpeggio aan. 'N (Noot)' betekent dat de afspeelmethode afhankelijk is van het aantal
noten of de intervallen tussen de noten. 'C (akkoord)' betekent dat akkoorden worden gedetecteerd op basis van
nootgegevens die op het keyboard worden gespeeld; het afspelen van het arpeggio verandert vervolgens met de
akkoorden. Lege cellen wijzen op arpeggio's voor drumvoices (pagina 15) of arpeggio's met voornamelijk
besturingsinformatie (pagina 15).

Utility
Remote

Arpeggio-afspeeltypen
Afspelen van arpeggio in- of uitschakelen
De volgende twee instellingen zijn beschikbaar voor het in-/uitschakelen van het afspelen van arpeggio's.
Het afspelen van een arpeggio voortzetten door een noot ingedrukt te
houden:

Stel de parameter 'Hold' in op 'off'.

Het afspelen van een arpeggio voortzetten, zelfs als de noot
wordt losgelaten:

Stel de parameter 'Hold' in op 'on'.

OPMERKING Raadpleeg de display Arp Select (pagina 49) voor informatie over displays die 'Hold'-parameters bevatten.
OPMERKING Als 'Switch (Arpeggio Switch)' is ingesteld op 'on', kunt u een demperpedaalschakelaar gebruiken (waarmee MIDIsustainberichten worden verzonden; besturingswijziging #64) om dezelfde functie uit te voeren als wanneer u 'Hold'
instelt op 'on'.

Accentfrase
Accentfrasen bestaan uit sequencegegevens die deel uitmaken van bepaalde arpeggiotypen en die alleen klinken als
u noten speelt met een hoge (sterke) aanslag. Raadpleeg de 'Lijst met arpeggiotypen' in het PDF-document 'Datalijst'
voor informatie over de arpeggiotypen die gebruikmaken van deze functie.

MX49/MX61 Naslaggids

14

Relatie tussen afgespeelde noten en arpeggiotypen
Er zijn drie algemene typen voor het afspelen van arpeggio's, zoals hieronder wordt beschreven.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok

Arpeggio's voor normale voices
Arpeggiotypen (die behoren tot alle categorieën, behalve DrPC en Cntr) die zijn gemaakt voor het gebruik van normale
voices hebben de volgende drie afspeeltypen:

Alleen afspelen van gespeelde noten
Arpeggio's worden afgespeeld met alleen de gespeelde noot (noten) en de overeenkomstige octaafnoten.

Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Afspelen van een geprogrammeerde sequence op basis van de gespeelde noten (Note)
Deze arpeggiotypen hebben verschillende sequences, elk voor een bepaald akkoordtype. Zelfs als u slechts één toets
indrukt, wordt het arpeggio afgespeeld volgens de geprogrammeerde sequence. Dit betekent dat u mogelijk andere
noten hoort dan de noten die u speelt. Als u op een andere noot drukt, wordt de getransponeerde sequence
geactiveerd, waarbij de gespeelde noot als de nieuwe grondtoon wordt beschouwd. Als u noten toevoegt aan de noten
die u al indrukt, wordt de sequence gewijzigd. Raadpleeg de 'Lijst met arpeggiotypen' in het PDF-document 'Datalijst'
voor meer informatie over dit arpeggiotype.

Afspelen van een geprogrammeerde sequence op basis van het gespeelde akkoord (Chord)
Deze arpeggiotypen voor gebruik met normale voices worden afgespeeld volgens het akkoordtype dat u op het
keyboard speelt. Raadpleeg de 'Lijst met arpeggiotypen' in het PDF-document 'Datalijst' voor meer informatie over dit
arpeggiotype.
OPMERKING Aangezien deze typen zijn geprogrammeerd voor normale voices, is het resultaat bij het gebruik met drumvoices
mogelijk niet muzikaal verantwoord.

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Arpeggio's voor drumvoices (categorie: DrPc)
Deze arpeggiotypen zijn specifiek geprogrammeerd voor gebruik met drumvoices, waardoor u directe toegang hebt tot
verschillende ritmepatronen. Er zijn drie afspeeltypen beschikbaar.

Naslagwerk
Performance

Afspelen van een drumpatroon

Song/patroon

Als u een willekeurige noot speelt, activeert u hetzelfde ritmepatroon.

File
Utility

Afspelen van een drumpatroon, plus extra afgespeelde noten (toegewezen druminstrumenten)
Als u een willekeurige noot speelt, activeert u hetzelfde ritmepatroon. Door extra noten af te spelen naast de noot die u
al speelt, kunt u andere geluiden toevoegen (toegewezen druminstrumenten) aan het drumpatroon dat wordt
afgespeeld.

Remote

Afspelen van alleen de gespeelde noten (toegewezen druminstrumenten)
Als u een willekeurige noot speelt, activeert u een ritmepatroon waarbij alleen de gespeelde noten worden afgespeeld
(toegewezen druminstrumenten). Houd er rekening mee dat zelfs als u dezelfde noten speelt, het geactiveerde
ritmepatroon afhankelijk is van de volgorde waarin de noten worden gespeeld. Hierdoor hebt u toegang tot
verschillende ritmepatronen met dezelfde instrumenten door gewoon de volgorde te wijzigen waarin u de noten speelt
als de parameter 'KeyMode' is ingesteld op 'thru' of 'thrudirect'.
OPMERKING De drie hierboven vermelde afspeeltypen worden niet onderscheiden door categorie- of typenaam. U moet de typen
daadwerkelijk afspelen en naar het verschil luisteren.
OPMERKING Aangezien deze typen zijn geprogrammeerd voor drumvoices, is het resultaat bij het gebruik met normale voices
mogelijk niet muzikaal verantwoord.

Arpeggio's die hoofdzakelijk besturingsinformatie bevatten (categorie: Cntr)
Deze arpeggiotypen zijn geprogrammeerd met hoofdzakelijk besturingswijzigings- en pitchbendgegevens. Ze worden
gebruikt om de toon of toonhoogte van het geluid te wijzigen, maar niet om specifieke noten af te spelen. In feite
bevatten sommige typen zelfs helemaal geen nootgegevens.
OPMERKING Als de arpeggiotypen die tot de categorie 'Cntr' behoren en geen nootdata bevatten, worden geselecteerd, wordt geen
geluid geproduceerd, zelfs niet wanneer de MX49/MX61 Note On-berichten ontvangt.

Tips voor het afspelen van arpeggio's
Arpeggio’s vormen niet alleen een bron van inspiratie en complete ritmische passages voor uw eigen spel,
ze bieden u tevens kwalitatief hoogwaardige MIDI-gegevens die u kunt gebruiken voor het maken van songs
of kant-en-klare achtergrondpartijen die u kunt gebruiken bij live optredens. Raadpleeg de 'Beknopte handleiding'
in de Gebruikershandleiding voor instructies voor het gebruik van arpeggio's.

MX49/MX61 Naslaggids

15

Basisstructuur

Song-/patroonafspeelblok
Met dit blok kunt u de interne ritmepatronen of MIDI-/audiogegevens afspelen die zijn opgeslagen in het USBflashgeheugen dat op dit instrument is aangesloten. De MIDI-gegevens van het ritmepatroon en het USBflashgeheugen worden naar het interne toongeneratorblok verzonden, dat de geluiden afspeelt.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok

Song-/patroonafspeelblok
Intern geheugen

Performance
Part 1

MIDI
Audio

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen

Ritmepatroon (MIDI)

MIDI-/audiosignaalbaan
Part 2
USB-flashgeheugen
Song (MIDI)
Song (audio)

Part 3

Audio-uitgang

Part 4

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer
Een song maken
met een computer

Part 10

iOS gebruiken
Toepassingen

Part 16

Audio-uitgang

Naslagwerk

Ritmepatroon

Performance

De MX49/MX61 beschikt over meerdere ritmepatronen. Voor elke performance wordt het meest geschikte ritmepatroon
bepaald. Dit patroon wordt afgespeeld met de drumvoice die is toegewezen aan part 10 van de performance.

File

Song/patroon
Utility
Remote

Song
MIDI- en audiogegevens die zijn opgeslagen in de basismap (pagina 60) van het USB-flashgeheugen, kunnen op dit
instrument als een song worden afgespeeld. MIDI-gegevens gebruiken de geluiden van parts 1 t/m 16 van de performance om
geluiden af te spelen. Audiogegevens worden direct uitgevoerd naar de OUTPUT-uitgangen [L/MONO]/[R].
OPMERKING Alleen SMF (Standard MIDI File) MIDI-gegevens met format 0 kunnen voor afspelen op dit instrument worden gebruikt.
OPMERKING Alleen 44,1kHz/16-bits stereo WAV-bestand audiogegevens kunnen worden gebruikt voor afspelen op dit instrument.

MX49/MX61 Naslaggids

16

Basisstructuur

Intern geheugen
De MX49/MX61 maakt vele verschillende soorten gegevens, waaronder performance- en voicegegevens. In deze
sectie wordt beschreven hoe u de verschillende soorten gegevens van elkaar kunt onderscheiden en hoe
u geheugenapparaten en -media gebruikt om ze op te slaan.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok

Intern geheugen van de MX49/MX61

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
Interne gegevenscommunicatie

Intern geheugen
Vooraf ingesteld
geheugen

Terugroepbuffer
Vergelijkingsbuffer

MIDI-instrument of computer

• Vooraf ingestelde voice
• Arpeggio
• Demosong

(exclusief Utility-instellingen)

MIDI-/audiosignaalbaan

Gegevenscommunicatie tussen
deze synthesizer en een extern
apparaat

DAW-software
Remote Editor

Bulkdump

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer

• Performance

• Voice Edit

• Gebruikersvoice

• Utility

Opslag

• Performance Edit

• Besturingssjablonen
(modus Remote)

• Utility-instellingen
• Besturingssjablonen
(modus Remote)

Load/Save (Laden/opslaan, uitgevoerd in
de modus File)

Gebruikersgeheugen

Bu

Bewerkingsbuffer

lk
du

m
p

Een song maken
met een computer
USB-flashgeheugen

iOS gebruiken
Toepassingen
Bestandsextensies '.X5A'
(inclusief alle gegevens in
gebruikersgeheugen)

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility

Vooraf ingesteld geheugen

Remote

Vooraf ingestelde voices, arpeggio's en demosong worden opgeslagen in dit geheugen. Het is ontworpen voor het
uitlezen van gegevens, en als zodanig kunnen deze data niet naar dit geheugen worden geschreven.

Gebruikersgeheugen
In dit geheugen zijn 128 performances, gebruikersvoices, Utility-instellingen (algemene systeeminstellingen)
en 50 besturingssjablonen opgeslagen. Het is ontworpen voor zowel het lezen als schrijven van data. De inhoud
van dit geheugen blijft behouden, zelfs als het instrument wordt uitgeschakeld.

Bewerkingsbuffer
De bewerkingsbuffer is de geheugenlocatie voor bewerkte data van de performance en voices die aan de parts zijn
toegewezen. Dit geheugen kan maar één performance tegelijk bevatten. Dit geheugen is ontworpen voor zowel het
lezen als schrijven van data. De inhoud van dit geheugen gaat verloren als het instrument wordt uitgeschakeld. U moet
bewerkte data altijd in het gebruikersgeheugen opslaan voordat u naar een andere performance schakelt of
het instrument uitschakelt.

Terugroepbuffer/vergelijkingsbuffer
De terugroepbuffer is het back-upgeheugen voor de bewerkingsbuffer. Als u een andere performance selecteert
zonder de performance op te slaan die u aan het bewerken was, kunt u de functie Recall gebruiken om oorspronkelijke
bewerkingen te herstellen, omdat de inhoud van de bewerkingsbuffer in het back-upgeheugen wordt opgeslagen.
De vergelijkingsbuffer is specifiek ontworpen om data op te slaan zoals ze waren voordat ze werden bewerkt. De data
zoals ze waren voordat ze werden bewerkt, worden tijdelijk teruggezet. Vervolgens kunt u schakelen tussen de zojuist
bewerkte data en de originele, onbewerkte versie, zodat u het effect van uw bewerkingen op het geluid kunt beluisteren
(functie Compare). Deze geheugens zijn ontworpen voor zowel het lezen als schrijven van data. De inhoud van dit
geheugen gaat verloren als het instrument wordt uitgeschakeld.

MX49/MX61 Naslaggids

17

Basisstructuur

MIDI-/audiosignaalbaan
In de volgende afbeelding ziet u de MIDI-/audiosignaalbaan in dit instrument en de baan tussen dit instrument en een
extern apparaat.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok

MX49/MX61

Song-/patroon
afspeelblok
MIDI
Audio

Regelblok

Arpeggioblok

KeyboardRegelaars

Arpeggio afspelen (2)

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op
een computer

Song/patroonafspeelblok

Toongenerator
Performance

Intern geheugen

Systeemeffect
Invoegeffect × 4
Master EQ

• Part 1: Voice
• Part 2: Voice

Ritmepatroon (MIDI)

Een song maken
met een computer

Effecten

iOS gebruiken
Toepassingen

• Part 16: Voice

Intern geheugen
Song (MIDI)

Naslagwerk
*2

Song (audio)

Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

*1
MIDI-uitvoer

MIDI-ingang

Audio-ingang

USB [TO HOST]
MIDI [OUT]

USB [TO HOST]
MIDI [IN]

USB [TO HOST]
[AUX IN]

Computer

Externe MIDI-apparatuur

Computer

Audiospeler
(ex.: iPod)

Audio-uitgang
USB [TO HOST]
OUTPUT [L/MONO]/[R]
[PHONE]

Computer

Luidsprekers
met eigen
voeding enz.

*1 De audiosignalen die worden ingevoerd via de aansluiting USB [TO HOST] worden alleen uitgevoerd via de aansluitingen OUTPUT
[L/MONO]/[R] en de aansluiting [PHONE]. Deze signalen worden niet uitgevoerd naar de aansluiting USB [TO HOST].
*2 De audiodata van het USB-flashgeheugen worden alleen uitgevoerd naar de aansluitingen OUTPUT [L/MONO]/[R] en de aansluiting
[PHONE]. De data worden niet uitgevoerd naar de aansluiting USB [TO HOST].

MX49/MX61 Naslaggids

18

Een aangesloten computer gebruiken
Sluit de MX49/MX61 aan op uw computer (via USB) en maak uw eigen originele songs met DAW-software op
de computer.
OPMERKING De afkorting DAW (Digital Audio Workstation) verwijst naar muzieksoftware voor het opnemen, bewerken en mixen van
audio- en MIDI-data. De algemene DAW-toepassingen zijn Cubase, Logic, SONAR en Digital Performer. Hoewel al deze
programma's goed kunnen worden gebruikt met de MX49/MX61, raden we Cubase aan voor het maken van songs met
het instrument.

Door dit instrument op een computer aan te sluiten, kunt u de volgende functies en toepassingen gebruiken.
• Gebruik als een externe toongenerator voor de DAW-software en een MIDI-keyboard

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

• Gebruik als een afstandsbediening van de DAW-software en VSTi (software-instrument)

Een aangesloten
computer gebruiken

Aansluiten op een computer
U hebt een USB-kabel en het Yamaha Steinberg USB-stuurprogramma nodig om de MX49/MX61 aan te sluiten op de
computer. Zowel audiodata als MIDI-data kunnen worden verzonden via USB. Bovendien zijn de MX49/MX61 Remote
Tools en de MX-voicelijst handig als u DAW-software met dit instrument gebruikt. Volg de onderstaande instructies.

1

Download het meest recente Yamaha Steinberg USB-stuurprogramma, MX49/MX61 Remote
Tools en de MX-voicelijst van onze website.
Pak het gecomprimeerde bestand uit nadat u op de knop Download hebt geklikt.
http://download.yamaha.com/

2

OPMERKING

Op de bovenstaande website vindt u ook informatie over systeemvereisten.

OPMERKING

Het Yamaha Steinberg USB-stuurprogramma en Remote Tools kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden
aangepast en bijgewerkt. Download zo nodig de meest recente versie van de bovenstaande website.

Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk

Installeer het Yamaha Steinberg USB-stuurprogramma op de computer.

Performance

Volg de online installatiehandleiding in het gedownloade bestandspakket voor installatie-instructies. Als u dit
instrument op een computer aansluit, sluit dan de USB-kabel aan op de aansluiting USB [TO HOST] van dit
instrument en de USB-aansluiting van de computer, zoals hieronder wordt geïllustreerd.

Song/patroon

Aansluiting USB [TO HOST]

File
Utility
Remote

USB-aansluiting

Achterpaneel

USB-kabel

3

Controleer of de aansluiting USB [TO HOST] van dit instrument is geactiveerd.
Druk op de knop [UTILITY] om de display Utility te openen  Selecteer met de cursorknoppen [u] / [d] '02:MIDI'
in de lijst en druk op [ENTER] om de display MIDI weer te geven  Stel de parameter 'MIDI IN/OUT' in op 'USB'.

UTILITY*MIDI*******2
a***MIDI*IN/OUT=*USB
4

Druk op de knop [STORE] om de instellingen in het interne geheugen op te slaan.

MX49/MX61 Naslaggids

19

5

Installeer de MX49/MX61 Remote Tools (gedownload in stap 1) op de computer.
Remote Tools bestaat uit twee onderdelen: de MX49/MX61 Remote Editor en MX49/MX61 Extension,
dat de mogelijkheid biedt om de MX49/MX61 met Cubase-software te gebruiken. Raadpleeg de online
installatiehandleiding in het gedownloade bestandspakket voor installatie-instructies.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok

6

Installeer de MX-voicelijst (gedownload in stap 1) op de computer.

Effectblok

Raadpleeg de online installatiehandleiding in het gedownloade bestandspakket voor installatie-instructies.

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

Voorzorgsmaatregelen bij het gebruik van de aansluiting USB [TO HOST]
Als u de computer verbindt met de aansluiting USB [TO HOST], moet u de volgende punten in acht nemen.
Als u dit niet doet, loopt u het risico dat de computer vastloopt en dat data worden beschadigd of verloren gaan.
Als de computer of het instrument vastloopt, start u de toepassingssoftware of het besturingssysteem van de
computer opnieuw op of schakelt u het instrument uit en weer in.

LET OP
• Gebruik een USB-kabel van het type AB die niet langer is dan 3 meter. U kunt geen USB 3.0-kabels gebruiken.
• Voordat u de computer aansluit op de aansluiting USB [TO HOST], haalt u de computer uit een eventuele
energiebesparende modus (zoals de sluimerstand, de slaapstand of stand-by).
• Voordat u het instrument inschakelt, verbindt u de computer met de aansluiting USB [TO HOST].

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

• Ga als volgt te werk voordat u het instrument aan-/uitzet of de USB-kabel verbindt met of loskoppelt van
de aansluiting USB [TO HOST].
• Sluit eventuele geopende softwaretoepassingen op de computer af.
• Controleer of er geen data door het instrument worden verzonden. (Er worden alleen data verzonden
als er noten op het keyboard worden gespeeld, als er een song wordt afgespeeld enzovoort.)
• Als er een computer op het instrument is aangesloten, wacht u minimaal zes seconden tussen deze
handelingen: (1) het uitzetten en vervolgens weer aanzetten van het instrument of (2) het aansluiten
en vervolgens weer loskoppelen van de USB-kabel.

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance

MIDI-kanalen en MIDI-poorten

Song/patroon

De MIDI-data worden toegewezen aan een van de zestien kanalen. Deze synthesizer kan tot zestien aparte
parts tegelijk afspelen via de maximaal zestien MIDI-kanalen. Deze grens van zestien kanalen kan echter
worden opgeheven door afzonderlijke MIDI-poorten te gebruiken – die elk zestien kanalen ondersteunen –
en nog een synthesizer of toongenerator toe te voegen voor nóg meer instrumentgeluiden. Een MIDI-kabel is
ontworpen om data via maximaal zestien kanalen tegelijk te verwerken, maar een USB-aansluiting kan veel meer
kanalen verwerken dankzij het gebruik van MIDI-poorten. Elke MIDI-poort kan zestien kanalen verwerken en de
USB-aansluiting maakt het gebruik van maximaal acht poorten mogelijk. Dit betekent dat u maximaal 128
kanalen (8 poorten x 16 kanalen) op uw computer kunt gebruiken. Als u het instrument via een USB-kabel op
een computer aansluit, worden de MIDI-poorten als volgt gedefinieerd:

File

Poort 1

Het toongeneratorblok in dit instrument kan alleen deze poort herkennen en gebruiken. Bij
het bespelen van de MX49/MX61 als toongenerator vanaf het externe MIDI-instrument of de
computer, moet u de MIDI-poort instellen op 1 op het aangesloten MIDI-apparaat of de computer.

Poort 2

Deze poort wordt gebruikt voor het besturen van de DAW-software op de computer vanaf
de MX49/MX61 met de functie voor afstandsbediening.

Poort 3

Deze poort wordt gebruikt als de poort MIDI Thru. De MIDI-data die worden ontvangen door
poort 3 via de aansluiting USB [TO HOST] worden via de aansluiting MIDI OUT opnieuw naar een
extern MIDI-apparaat verzonden. Bovendien worden de MIDI-data die worden ontvangen door
poort 3 via de aansluiting MIDI IN, opnieuw verzonden naar een extern apparaat (computer
enzovoort) via de aansluiting USB [TO HOST].

Poort 4

Deze poort wordt niet gebruikt voor de MX49/MX61.

Poort 5

Deze poort wordt alleen gebruikt voor datacommunicatie van de MX49/MX61 Remote Editor.
Geen andere software of apparaat kan deze poort gebruiken.

Utility
Remote

Als u een USB-aansluiting gebruikt, moet u zorgen dat de MIDI-zendpoort en -ontvangstpoort, evenals het MIDIzendkanaal en -ontvangstkanaal overeenkomen. Zorg ervoor dat u de MIDI-poort van het externe apparaat dat
is aangesloten op dit instrument, instelt op basis van bovenstaande gegevens.

MX49/MX61 Naslaggids

20

Basisstructuur
Audiokanalen
De audiosignalen van de MX49/MX61 kunnen worden uitgevoerd naar de aansluiting USB [TO HOST] en
de aansluitingen OUTPUT [L/MONO]/[R]. Gebruik de aansluiting USB [TO HOST] als u het instrument aansluit op
een computer. In dit geval zijn er maximaal twee audiokanalen (USB 1 en USB 2) beschikbaar. De audiosignalen
van de MX49/MX61 kunnen worden ingevoerd vanuit de aansluiting USB [TO HOST] en de aansluiting [AUX IN].
Er kunnen maximaal twee kanalen met audio worden ingevoerd naar de aansluiting USB [TO HOST]. Stel het
uitgangsniveau in door de parameter 'DAW Level' (pagina 64) op de MX49/MX61 in te stellen. De signalen worden
uitgevoerd naar de aansluiting OUTPUT [L/MONO]/[R]. Er kunnen ook maximaal twee audiokanalen worden
ingevoerd naar de aansluitingen [AUX IN]. De signalen worden rechtstreeks verzonden naar de aansluiting
OUTPUT [L/MONO]/[R]. Raadpleeg de sectie 'MIDI-/audiosignaalbaan' (pagina 18) voor meer informatie.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

21

Basisstructuur

Een song maken met een computer
Als u de MX49/MX61 gebruikt met de DAW-software op de aangesloten computer kunt u de volgende functies
en toepassingen benutten.

Basisstructuur

• MIDI-opnames maken van uw MX49/MX61 performance naar DAW-software op de computer.
• Audio-opnames maken van uw MX49/MX61 performance naar DAW-software op de computer.
• De DAW-software of VSTi (software-instrument) vanaf afstand bedienen

Toongeneratorblok

Regelblok
Effectblok
Arpeggioblok

Deze sectie bevat een overzicht van hoe u DAW-software op de computer met de MX49/MX61 kunt gebruiken
nadat u deze hebt aangesloten.
OPMERKING Raadpleeg de volgende website voor informatie over de Cubase-softwareserie die de MX49/MX61 ondersteunt.
http://download.yamaha.com/

Belangrijk
In de onderstaande uitleg is Cubase 6 gebruikt op een computer waarop Windows 7 wordt uitgevoerd. De Cubasevensters en -namen die in deze sectie worden weergegeven, kunnen afwijken van uw Cubase-versie en/of
-computeromgeving.

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer

Uw performance op de MX49/MX61 als MIDI-data opnemen naar
DAW software
In deze sectie leert u hoe u diverse instrumentvoices opneemt naar meerdere tracks van de Cubase om een MIDI-song
te maken. Door op te nemen als MIDI-data kunt u eenvoudig een muzieknotatie van uw performance maken en kunt
u de opname eenvoudig gedeeltelijk corrigeren. Zo kunt u bijvoorbeeld het tempo of de sleutel van de hele song
wijzigen. In deze sectie brengt u aansluitingen tot stand en stelt u de signaalbaan in zoals in de volgende afbeelding
wordt weergegeven. De functie Quick Setup vereenvoudigt het tot stand brengen van verbindingsinstellingen op
de MX49/MX61 aanzienlijk.

Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance

DAW

Luidsprekers met eigen
voeding

Computer

MIDI

Song/patroon

Audio

File

MIDI Tr

1

Utility

2

Remote
16

MIDI Thru = aan
Poort 1

OUTPUT [L MONO] / [R]

Poort 1

USB [TO HOST]

Direct Monitor = aan

Toongenerator

Arpeggio

MIDI Out = uit

LocalCtrl = uit

Ritmepatroon
(MIDI)

Regelaars
(keyboard, knoppen
enzovoort)

MX49/MX61

MX49/MX61 Naslaggids

22

Basisstructuur

De MX49/MX61 instellen

1

Basisstructuur

Gebruik de functie Quick Setup om de aansluiting 'DAW Rec' op te geven.
Druk op [UTILITY]  [JOB]  Selecteer '01:QuickSetup'  [ENTER]  Stel 'Type' in op 'DAW Rec'  [ENTER].
De volgende parameters worden ingesteld zoals is weergegeven. Local Control (lokale besturing) (pagina 65)
is uitgeschakeld. Gebruik deze instelling als u uw performance op dit instrument (behalve arpeggiodata) wilt
opnemen naar de DAW-software.

Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

JOB*QuickSetup
c******Type=*DAW*Rec

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken

DAW Rec

2

Direct Monitor switch

on

Aansluiten op een computer

LocalCtrl

off

Een song maken
met een computer

MIDI Sync

auto

Clock Out

off

Arpeggio MIDI output switch

off

iOS gebruiken
Toepassingen

Sla de instellingen op en keer terug naar de bovenste Performance-display.
Druk op [STORE] en druk vervolgens herhaaldelijk op [EXIT] (afsluiten) om naar de bovenste display terug
te keren nadat de instellingen zijn opgeslagen.

3

Naslagwerk
Performance

Controleer of de functies Layer en Split zijn uitgeschakeld.
Als de lampjes van de knop [LAYER] en/of [SPLIT] branden, drukt u op de knoppen om de functies uit
te schakelen.

Song/patroon
File
Utility
Remote

Cubase instellen

1

Start Cubase op uw computer.
Belangrijk
Cubase herkent de MX49/MX61 niet als u de stroom van de MX49/MX61 tijdens het na het starten van Cubase
uitzet. Zorg ervoor dat u Cubase pas start nadat u de MX49/MX61 hebt gestart.

2

Open in Cubase een nieuw project.
Selecteer het project 'Empty' in het gebied 'More' van het venster Project Assistant en klik op [Create].

3

Controleer of MIDI Thru op Cubase is ingesteld op 'on'.
Klik op het menu 'File'  'Preference'  'MIDI'. Controleer of 'MIDI Thru Active' is ingeschakeld. Klik vervolgens
op [OK] om het venster Preference te sluiten. Als MIDI Thru is ingesteld op 'on', worden de MIDI-data die worden
gegenereerd door het keyboardspel en door de computer worden ontvangen, teruggevoerd naar de MX49/MX61.
Zoals u in de onderstaande afbeelding ziet, kunt u zo geselecteerde tracks op Cubase afspelen (elk met een
ander MIDI-kanaal) en de respectieve parts op de MX49/MX61 laten horen. Als bijvoorbeeld tracks 1, 2 en 3 zijn
ingesteld op respectievelijk MIDI-kanalen 1, 2 en 3 en de MX49/MX61 is ingesteld om Piano, Bass en
strijkinstrumenten af te spelen op respectievelijk MIDI-kanalen 1, 2 en 3, kunt u afzonderlijke tracks selecteren
voor afspelen/opnemen en het respectieve instrumentgeluid laten klinken op de MX49/MX61. Selecteer track 1
en speel de pianopart af of neem deze op. Selecteer track 2 om de Bass af te spelen of op te nemen enzovoort.
IN
CH1

Aansluiting USB [TO HOST]

Toongeneratorblok
(herkennen van MIDIdata op kanaal 3)

OUT
CH3

Keyboard
(uitvoer via MIDIkanaal 1)
Local Control = off
MX49/MX61

MX49/MX61 Naslaggids

Computer
(Cubase enzovoort)

MIDI Thru = aan

23

4
5

Controleer of ASIO Driver is ingesteld op 'Yamaha Steinberg USB ASIO' of 'Yamaha MX49/MX61'

Basisstructuur

Klik op het menu 'Devices'  'Device Setup...'  'VST Audio System'. Controleer de instelling van 'ASIO Driver'.
Klik vervolgens op [OK] om het venster Device Setup te sluiten.

Basisstructuur

Stel de MX-voicelijst die op uw computer is geïnstalleerd in voor gebruik op Cubase.

Toongeneratorblok

Door de MX-voicelijst in te stellen, kunt u soepeler, eenvoudiger en handiger songdata maken met meerdere
voices van het instrument. Als u de MX-voicelijst niet instelt, moet u de voice die aan elke part op de MX49/MX61
is toegewezen, handmatig instellen.

Effectblok

5-1 Klik op menu 'Devices'  'MIDI Device Manager'  [Install Device].

Regelblok

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

5-2 Selecteer 'Yamaha MX' in het venster Add MIDI Device en klik op [OK].
5-3 Nadat u in het gebied 'Installed Devices' van het venster MIDI Device Manager de optie 'Yamaha

iOS gebruiken
Toepassingen

MX' hebt geselecteerd, stelt u in het onderste gedeelte van het venster de optie Output in
op 'Yamaha MX49/MX61-1' en sluit u het venster.

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

6

Maak een MIDI-track.
Klik op het menu 'Project'  'Add Track'  'MIDI'  [Add Track].

MX49/MX61 Naslaggids

24

7

Stel in de MIDI track de optie Input/Output Routing in zodat MX49/MX61-data in Cubase worden
ingevoerd en MIDI-trackdata worden uitgevoerd naar poort 1 van de MX49/MX61.
Stel Input Routing in op 'All MIDI Inputs' en stel Output Routing in op 'Yamaha MX49/MX61 (Yamaha MX49/MX61–1)'.
Alle inkomende MIDI-data worden ingevoerd in Cubase en MIDI-trackdata worden uitgevoerd naar het kanaal dat is
bepaald op de track op MIDI-poort 1 van de MX49/MX61. Bovendien kan de MX-voicelijst op de track van Cubase
worden weergegeven.
OPMERKING

Als u stap 5 hierboven niet hebt uitgevoerd, stelt u Output Routing in op 'Yamaha MX49/MX61–1'.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Input Routing
Output Routing

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

8

Bepaal welke voice wordt gebruikt voor de MIDI-trackdata.
Klik op de programmakeuzeschakelaar om de MX49/MX61-voicelijst op te roepen en selecteer de gewenste
voice. De voice die is toegewezen aan de MX49/MX61-part die overeenkomt met het uitgangskanaal voor de
MIDI-track, wordt vervangen door de voice die u op Cubase hebt geselecteerd. Controleer het geluid terwijl
u het MX49/MX61-keyboard bespeelt.
OPMERKING

Als u geen voice op Cubase hebt geselecteerd, wordt de voice afgespeeld die op dat moment op de MX49/MX61
aan de part is toegewezen.

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

Programmakeuzeschakelaar

Voicelijst

MX49/MX61 Naslaggids

25

9

Schakel indien nodig de metronoom in.
Klik in het transportpaneel op 'CLICK' (of druk op C) om de metronoom in te schakelen.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

10
11

Neem de MX49/MX61-performance op in de geselecteerde MIDI-track.

Intern geheugen

Klik op
(Record) nadat u de tijdpositie hebt ingesteld op nul. Als u de MX49/MX61 gaat bespelen, start de
opname van uw performance. Klik als u klaar bent op
(Stop) om de opname te stoppen.

MIDI-/audiosignaalbaan

Maak indien nodig andere MIDI-tracks en neem meer parts van uw performance op met andere
voices van de MX49/MX61.

Een aangesloten
computer gebruiken

Herhaal stap 6 t/m 10 hierboven. Ga nadat de opname naar wens is voltooid naar stap 12.
Aansluiten op een computer

12

Controleer de opgenomen data in alle tracks.
Klik op
(Start) nadat u de tijdpositie hebt ingesteld op nul. Corrigeer of bewerk de MIDI-data in Cubase om de
songdata te voltooien. Raadpleeg de documentatie bij de software voor instructies voor het gebruik van Cubase.

Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

26

Uw performance op de MX49/MX61 als audiodata opnemen naar
DAW software

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok

In deze sectie leert u hoe u de MIDI-data die u in de vorige sectie hebt gemaakt, naar audiodata kunt converteren met
de MX49/MX61-voices. Door audiodata op te nemen, kunt u audio-cd's maken of de MX49/MX61-songgegevens als
een audiobestand gebruiken in andere toepassingen, zoals geluideditors of videoproductiesoftware. In deze sectie stelt
u de aansluitingen en signaalbaan in zoals in de volgende afbeelding wordt weergegeven.

Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

Luidsprekers met
eigen voeding

DAW

Computer

MIDI

Intern geheugen

Audio

MIDI-/audiosignaalbaan

MIDI-tracks

1
2

16

Een aangesloten
computer gebruiken

Poort 1

Audiotrack

Aansluiten op een computer

1

OUTPUT [L MONO] / [R]

Een song maken
met een computer

USB [TO HOST]

iOS gebruiken
Toepassingen

Direct Monitor = aan

MIDI Out = uit

Toongenerator

Arpeggio

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
Ritmepatroon (MIDI)

Regelaars
(keyboard, knoppen
enzovoort)

File
Utility
Remote

MX49/MX61

1

Stel de MX49/MX61 in volgens de instructies in 'De MX49/MX61 instellen' op pagina 23.

2

Maak een nieuwe audiotrack in het project dat u hebt gemaakt in de vorige sectie
('Uw performance op de MX49/MX61 als MIDI-data opnemen naar de DAW-software').
Klik op het menu 'Project'  'Add Track'  'Audio'  [Add Track].

3

Stel in deze nieuwe audiotrack de ingangs-/uitvoerbestemmingen voor de MX49/MX61 in.
Stel de Input Routing in op 'Stereo In' en de Output Routing op 'Stereo Out'.
OPMERKING

4

'Stereo In' en 'Stereo Out' zijn de busnamen die zijn ingesteld in het venster VST Connection dat kan worden
geopend vanuit het menu 'Device'. Als u in het venster VST Connection andere busnamen hebt toegevoegd,
moet u erop letten dat u de routings instelt op de juiste busnamen.

Neem het MX49/MX61-geluid als audiodata naar Cubase op met alle MIDI-data die in het project
zijn opgenomen.
Klik op
(Record) nadat u de tijdpositie hebt ingesteld op nul. De MIDI-data van alle tracks worden
afgespeeld om de data op te nemen in de audiotrack. Klik als de MIDI-data zijn afgelopen op
(Stop)
om de opname te stoppen.

5

Als alle tracks in het venster Project van Cubase zijn gedempt (uitgezonderd de nieuwe
audiotrack), controleert u de opgenomen audiodata door de audiotrack af te spelen.

MX49/MX61 Naslaggids

27

De arpeggiofrasen van de MX49/MX61 als MIDI-data opnemen
naar DAW software

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok

In deze sectie leert u hoe u arpeggiofrasen als MIDI-data opneemt naar Cubase. Als u dit doet, kunt u eenvoudig kanten-klare, uitgewerkte songs maken, zonder daarvoor moeilijke frasen op het keyboard te moeten spelen. In deze sectie
stelt u de signaalbaan in zoals in de volgende afbeelding is weergegeven en gebruikt u de handige functie Quick Setup
om de aansluitingsinstellingen op de MX49/MX61 te vereenvoudigen.

Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

DAW

Computer

MIDI

Intern geheugen

Audio

MIDI-/audiosignaalbaan

MIDI-tracks

Luidsprekers met
eigen voeding

1
2

16

Een aangesloten
computer gebruiken

MIDI Thru = uit

Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

MIDIclock

OUTPUT [L MONO] / [R]

USB [TO HOST]

iOS gebruiken
Toepassingen

Direct Monitor = aan

Toongenerator

Arpeggio

MIDI Out = aan

Naslagwerk
Performance
Song/patroon

Local Control = on

File
Utility
Ritmepatroon (MIDI)

Remote

Regelaars
(keyboard, knoppen
enzovoort)

MX49/MX61

De MX49/MX61 instellen

1

Voor Part 1 bepaalt u het gewenste arpeggiotype dat u wilt opnemen en schakelt u de
schakelaar Arpeggio in.
Druk op [EDIT] in de display Performance  Selecteer '02:Part' met de cursorknop [d] en druk op [ENTER] 
Druk op [PIANO] (1)  Selecteer '03:ArpSelect' met de cursorknoppen [u]/[d] en druk op [ENTER]  Stel
'Switch' in op 'On' en selecteer de gewenste categorie of het gewenste type.

2

Stel de schakelaar Arpeggio in op 'on'.
Druk op [ARP] zodat het lampje van de knop oplicht. Dit werkt voor de hele performance.

MX49/MX61 Naslaggids

28

3

Gebruik de functie Quick Setup om de aansluiting 'Arp Rec' op te geven.
Druk op [UTILITY]  [JOB]  Selecteer '01:QuickSetup'  [ENTER]  Stel 'Type' in op 'Arp Rec'  [ENTER].
De volgende parameters worden automatisch ingesteld. Deze instelling wordt gebruikt om uw performance op
het instrument, waaronder arpeggiodata, op te nemen naar DAW-software.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok

JOB*QuickSetup
c******Type=*Arp*Rec

Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Arp Rec

4

DirectMonitor (schakelaar Direct Monitor)

on

LocalCtrl

on

MIDI Sync

auto

Clock Out

off

MIDI OUT (MIDI-uitvoerschakelaar Arpeggio)

on

Stel het instrument zo in dat de signalen van de sequencerregelaar (Start, Stop enzovoort)
niet worden ontvangen van Cubase.
Druk tweemaal op [EXIT] (afsluiten)  Selecteer '02:MIDI'  Druk op [ENTER]  'SeqCtrl' = 'out' of 'off'.

5

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Sla de instellingen op en keer terug naar de bovenste Performance-display.
Druk op [STORE] en druk vervolgens herhaaldelijk op [EXIT] (afsluiten) om naar de bovenste display terug
te keren nadat de instellingen zijn opgeslagen.

Naslagwerk
Performance

6

Controleer of de functies Layer en Split zijn uitgeschakeld.

Song/patroon

Als de lampjes van de knop [LAYER] en [SPLIT] branden, drukt u op de knoppen om de functies uit te schakelen.

File
Utility

Cubase instellen

1

Remote

Start Cubase op uw computer.
Belangrijk
Cubase herkent de MX49/MX61 niet als u de stroom van de MX49/MX61 tijdens het na het starten van Cubase
uitzet. Zorg ervoor dat u Cubase pas start nadat u de MX49/MX61 hebt gestart.

2

Open in Cubase een nieuw project.
Selecteer het project 'Empty' in het gebied 'More' van het venster Project Assistant en klik op [Create].

3

Maak een MIDI-track.
Klik op het menu 'Project'  'Add Track'  'MIDI'  [Add Track].

4

Stel in de MIDI-track Input/Output Routing in om de functie MIDI thru uit te schakelen.
Stel Input Routing in op 'All MIDI Input' en stel Output Routing in op 'Not Connected'. Alle MIDI-data worden
ingevoerd in Cubase en MIDI-trackdata worden niet uitgevoerd naar de MX49/MX61. Schakel de functie MIDI thru
van de MIDI-track uit om te voorkomen dat de op te nemen arpeggiofrase wordt uitgevoerd naar de MX49/MX61.
Anders leidt dit tot een feedbackloop tussen het instrument en de computer.

Input Routing
Output Routing

MX49/MX61 Naslaggids

29

5

Stel de MIDI-clock zo in dat deze van Cubase wordt verzonden naar de MX49/MX61.
Klik op het menu 'Transport'  'Project Synchronization Setup'  Selecteer in het gebied 'MIDI Clock Destinations' de
optie 'Yamaha MX49/MX61 – 1', 'MIDI Clock Follows Project Position' en 'Always Send Start Message'  Klik op [OK].
OPMERKING

De instelling 'Send MIDI Clock in Stop Mode' bepaalt of het arpeggio wordt afgespeeld terwijl het wordt opgenomen of dat het afspelen in Cubase wordt gestopt (modus Stop). Als u het arpeggio in de modus Stop wilt afspelen,
selecteert u ook de optie 'Send MIDI Clock in Stop Mode'.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken

6

Neem arpeggiofrasen van de MX49/MX61 op naar de geselecteerde MIDI-track.

Aansluiten op een computer

Klik nadat u de tijdpositie op nul hebt ingesteld op
(Record) en bespeel het keyboard van de MX49/MX61 om
het arpeggio af te spelen. De arpeggiofrasen worden als MIDI-data uitgevoerd zodat u ze naar een MIDI-track in
Cubase kunt opnemen.
Als u de performance hebt voltooid, klikt u op
(Stop) om de opname te stoppen.

Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

De opgenomen arpeggiofrasen afspelen

1

Druk op [ARP] op de MX49/MX61 zodat het lampje uit gaat.
De schakelaar Arpeggio die voor de hele performance werkt, is uitgeschakeld.

2

3

Naslagwerk
Performance

Stel de functie MIDI thru in op 'active' in de MIDI-track waarnaar de arpeggiofrasen zijn
opgenomen.

Song/patroon

Stel Output Routing in op 'Yamaha MX49/MX61-1'. De opgenomen MIDI-data worden uitgevoerd naar
de MX49/MX61.

Utility

File
Remote

Controleer de opgenomen arpeggiofrasen.
Klik op

(Start) nadat u de tijdpositie hebt ingesteld op nul.

MX49/MX61 Naslaggids

30

DAW-software of VSTi (software-instrumenten) op afstand
bedienen vanaf de MX49/MX61

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok

De MX49/MX61 beschikt over een zeer handige modus Remote waarmee u de DAW-software en VSTi (softwareinstrument) op uw computer kunt besturen via de paneelbewerkingen van de MX49/MX61. Met deze functie kunt u de
DAW-software of VSTi doeltreffend vanaf het instrument regelen en wordt het opnemen en maken van een song nog
gemakkelijker.
Als [DAW REMOTE] is ingeschakeld, wordt de modus Remote van de MX49/MX61 geactiveerd en worden de
afstandsbedieningsfuncties aan bepaalde knoppen op het paneel toegewezen. De namen worden in het zwart op
een witte achtergrond op het paneel weergegeven. Zo kunt u de knop [PLAY] (R/K), [STOP] (J) en AI KNOB
([DATA]-draaiknop) gebruiken als transportregelaars voor Cubase.
DAW-programma's die vanaf de MX49/MX61 kunnen worden geregeld, zijn Cubase, Logic Pro, SONAR en Digital
Performer. Poort 2 wordt voornamelijk gebruikt om MIDI-data voor afstandsbediening over te brengen tussen
de MX49/MX61 en de DAW-software.

Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer

Computer

MX49/MX61 instrument

DAW-software (Cubase enzovoort)

Een song maken
met een computer

Noot aan/uit, besturingswijziging
Poort 1
VSTi

Afstandsbediening
MX49/MX61
Extensie

Poort 2

iOS gebruiken
Toepassingen

VSTi-parameters (namen, waarden)

MX49/MX61
Remote Editor

Poort 5
MX49/MX61 parameters

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility

Voordat u de functie Remote Control kunt gebruiken, moet u de onderstaande configuratie-instructies volgen.

Remote

OPMERKING Voordat u de configuratie uitvoert van DAW Remote, dient u het Yamaha Steinberg USB-stuurprogramma en MX49/MX61
Remote Tools correct te installeren.

De MX49/MX61 instellen

1

Sluit het instrument met een USB-kabel (pagina 19) aan op de computer.

2

Druk op de knop [DAW REMOTE] om de modus Remote te activeren.

3

Druk op [UTILITY] om de remote-display UTILITY te openen en stel 'DAW Select' in
op de gewenste DAW-software.

UTILITY*Remote*****2
aDAW*Select=**Cubase
4

Druk op [STORE] om de instellingen in het interne geheugen op te slaan.

5

Druk op [EXIT] (afsluiten) om de display Utility te sluiten.

MX49/MX61 Naslaggids

31

De DAW-software op de computer instellen

Basisstructuur

Start de DAW-software op de aangesloten computer. Volg daarna de onderstaande instellingsinstructies.

Basisstructuur

OPMERKING Als de kabel die de MX49/MX61 met de computer verbindt, is losgekoppeld of als de MX49/MX61 per ongeluk is
uitgeschakeld, herkent de DAW de MX49/MX61 niet nogmaals. Als dit gebeurt, moet u de DAW-software afsluiten en
vervolgens opnieuw starten na het instellen van de MX49/MX61 en moet u ervoor zorgen dat de kabel goed is
aangesloten.

Regelblok

OPMERKING Raadpleeg de 'Specificaties' in het PDF-document met de 'Gebruikershandleiding' voor meer informatie over DAWsoftwareversies die compatibel zijn met de MX49/MX61.

Arpeggioblok

OPMERKING Afhankelijk van uw specifieke softwareversie of uw computeromgeving zijn misschien niet alle onderstaande functies
beschikbaar.

 Cubase

Toongeneratorblok
Effectblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Installeer MX49/MX61 Remote Tools om de set-up te voltooien.

 SONAR

1
2
3
4

Open het menu [Edit]  [Preferences] en selecteer [Devices] in 'MIDI'.
Voeg 'Yamaha MX49/MX61-2' toe aan het Input Device (invoerapparaat) en voeg 'Yamaha MX49/MX61-2' toe aan
het Output Device (uitvoerapparaat).
Open het menu [Edit]  [Preferences] en selecteer [Control Surfaces].
Klik op de knop [+], selecteer 'Mackie Control- en stel de ingangspoort in op 'Yamaha MX49/MX61-2' en de uitgangspoort op 'Yamaha MX49/MX61-2'.

 Digital Performer

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

1

Sluit in de Audio-/MIDI-set-up van een Mac-computer poort 2 van de interface van de MX49/MX61 aan op poort
2 van de toongenerator. Als er slechts één poort beschikbaar is voor de toongenerator, voegt u de nieuwe poort toe
en sluit u deze vervolgens aan op de interface.

2
3
4
5

Open het menu [Setup] en selecteer [Control Surface Setup] om het venster Control Surface te openen.

Performance

Klik op de knop [+].

Song/patroon

Selecteer 'Mackie Control' in de sectie Driver.

Naslagwerk

File
Utility

Selecteer in het vak voor het instellen van 'Unit' en 'MIDI' de optie 'Mackie Control' in de sectie 'Unit' en selecteer
'MX49/MX61 New Port 2' in de sectie 'MIDI'.

Remote

 Logic Pro

1
2
3
4

Selecteer het menu [Preferences]  [Control Surfaces Setup] om het venster Setup te openen.
Selecteer het menu [New]  [Install].
Selecteer 'Mackie Control' in de lijst met modellen en voeg deze als bedieningsoppervlak toe.
Stel de MIDI-uitvoerpoort in op 'Yamaha MX49/MX61 Port2'.
OPMERKING Mackie Control is een handelsmerk van Mackie Designs, Inc.

MX49/MX61 Naslaggids

32

Remote control voor de VSTi

Basisstructuur

In deze sectie wordt uitgelegd hoe u de VSTi op Cubase instelt om het gebruik van de functie Remote Control te
activeren.

Basisstructuur

1

Toongeneratorblok

2
3

Gebruik de functie Quick Setup van de MX49/MX61 om de aansluiting 'DAW Rec' op te geven.
Druk op [UTILITY]  [JOB]  Selecteer '01:QuickSetup'  [ENTER]  Stel 'Type' in op 'DAW Rec'  [ENTER].
Local Control (lokale besturing) (pagina 65) is uitgeschakeld. Gebruik deze instelling als u uw performance op
dit instrument (behalve arpeggiodata) wilt opnemen naar de DAW-software.

Effectblok

Stel de MX49/MX61 in voor het op afstand bedienen van Cubase door de instructies te volgen
in 'De MX49/MX61 instellen' (pagina 31).

Intern geheugen

Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
MIDI-/audiosignaalbaan

Maak een MIDI-track.
Klik op het menu 'Project'  'Add Track'  'MIDI'  [Add Track].

4

Regelblok

Druk op [ADD INST TRACK] ([SYN COMP]) op de MX49/MX61 om het dialoogvenster 'Add
Instrument Track' in het projectvenster van Cubase te openen.

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

5

Selecteer een VSTi met de cursorknoppen van de MX49/MX61.
Druk op de cursorknop [V] om de VSTi-lijst in het dialoogvenster weer te geven en selecteer een VSTi met de
cursorknoppen [V]/[>]. Voor dit voorbeeld selecteren we 'Synth'  'HALion Sonic SE'. Druk na de selectie op
[ENTER].

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

6

Druk op [ENTER] op de MX49/MX61 om het dialoogvenster 'Add Instrument Track' te sluiten.
De instrumenttrack wordt in het projectvenster van Cubase gemaakt en de besturingssjabloon voor 'HALion Sonic
SE' wordt automatisch op de MX49/MX61 geselecteerd.

Tip
De MX49/MX61 beschikt over besturingssjablonen waarmee u populaire VSTi-instrumenten op afstand kunt
bedienen. Met deze besturingssjablonen kunt u de gewenste functies voor uw favoriete VSTi toewijzen aan de
knoppen [A] t/m [D] op de MX49/MX61. Als u Cubase gebruikt en de VSTi omschakelt naar de Cubase, wordt
de juiste besturingssjabloon op de MX49/MX61 geactiveerd. Als u andere DAW-software dan Cubase gebruikt
en de VSTi omschakelt naar de DAW-software, heeft dit geen invloed op de besturingssjabloon op de MX49/
MX61. U moet de juiste besturingssjabloon handmatig instellen op een waarde die overeenstemt met de VSTi
in de DAW-software. Raadpleeg pagina 70 voor instellingen van de modus Remote op de MX49/MX61.

MX49/MX61 Naslaggids

33

7

Druk op [VSTi WINDOW] ([CHROMATIC PERCUSSION]) om het VSTi-venster van de
geselecteerde instrumenttrack te openen.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Een aangesloten
computer gebruiken

8
9

Selecteer een programma van de VSTi door op [INC/YES]/[DEC/NO] van de MX49/MX61
te drukken.

Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

Bespeel de VSTi met het behulp van het MX49/MX61-keyboard of stel de parameters van de
VSTi in met de knoppen [A] t/m [D].
Gebruik de MX49/MX61 Remote Editor als u de besturingssjablonen wilt bewerken of een nieuwe sjabloon wilt
maken. Raadpleeg de meegeleverde PDF-handleiding voor meer informatie over het gebruik van de Remote
Editor.

Er zijn nog meer afstandsbedieningsfuncties beschikbaar. Raadpleeg de volgende sectie
'Afstandsbedieningstoewijzingen' voor meer informatie.

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

34

Basisstructuur

Afstandsbedieningstoewijzingen
In de modus Remote kunt u diverse functies van de DAW-software besturen met regelaars van de MX49/MX61.
OPMERKING Afhankelijk van uw specifieke softwareversie of uw computeromgeving zijn misschien niet alle onderstaande functies
beschikbaar.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok

Transportregeling

Arpeggioblok

De knoppen [PLAY] ([R/K]) en [STOP] ([J]) functioneren als DAW-transportregelaars.

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Programmawijzigingsfunctie
De knoppen [INC/YES]/[DEC/NO] functioneren als programmawijzigingsregelaars in de geselecteerde track. Als de
geselecteerde track een instrumenttrack is waarin de VSTi is ingesteld of een MIDI-set of audiotrack is, wijzigen deze
knoppen het vooraf ingestelde programma voor de track. Als Cubase wordt gebruikt, is de functie afhankelijk van de
instelling van 'PrgChgMode' (pagina 68).
Instelling van '
PrgChgMode'

Functies

Aansluiten op een computer

remote

Als u op de knop [INC/YES] drukt, wordt het volgende programma geselecteerd en als u op de knop
[DEC] drukt, wordt het vorige programma geselecteerd.

PC

Programmawijzigingsberichten worden met de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO] naar de DAW-software
verzonden. Programma's van VST3-instrumenten kunnen echter niet met de knoppen [INC/YES]/
[DEC/NO] worden gewijzigd.

auto

Een aangesloten
computer gebruiken

Als de geselecteerde track een MIDI-track is en de uitvoerbestemming van de MIDI-track niet VSTi is,
is de functie van [INC/YES]/[DEC/NO] dezelfde als wanneer 'PrgChgMode' is ingesteld op 'PC'. In
andere gevallen is de functie [INC/YES]/[DEC/NO] dezelfde als wanneer 'PrgChgMode' is ingesteld
op 'remote'.

Als u andere DAW-software dan Cubase gebruikt, is 'PrgChgMode' altijd ingesteld op 'PC'.
OPMERKING Als meerdere tracks in de DAW-software zijn geselecteerd, werkt de programmawijzigingsfunctie alleen voor de bovenste
track.

Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File

Bediening met de categorieknoppen

Utility

De functies van de DAW-software kunnen worden bediend met de categorieknoppen.

Remote



[ORGAN] – [SAX/WOODWIND]-knoppen
Deze knoppen kunnen naar eigen inzicht aan elke gewenste functie worden toegewezen. Aan deze knoppen is
standaard geen functie toegewezen. Als u de functies aan deze knoppen in Cubase wilt toewijzen, klikt u op het
menu 'Device'  'Device Setup'  'Yamaha MX49/MX61' in het gebied 'Remote Devices'  Wijzig in het gebied
'User Commands' functies aan de knoppen toe.

User Commands

MX49/MX61 Naslaggids

35



Knop [ADD INST TRACK]([SYN COMP]) – knop [DELETE]([ETHNIC])
Als u Cubase gebruikt zijn de volgende vaste functies toegewezen aan de knoppen [ADD INST TRACK]([SYN
COMP]) – [DELETE]([ETHNIC]). Aan elke knop is de juiste functie van Cubase toegewezen.
OPMERKING Zelfs als u andere DAW-software dan Cubase gebruikt, worden de functies automatisch toegewezen aan de knoppen [ADD INST TRACK]([SYN COMP]) – [DELETE]([ETHNIC]). De werkelijke functies in uw DAW-software zijn mogelijk niet dezelfde. Voordat u deze categorieknoppen gebruikt, moet u de gewenste functies aan deze knoppen in de
betreffende software toewijzen. Deze knoppen werken niet in Digital Performer.

Basisstructuur
Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok

Knoppen

Functies

[ADD INST TRACK]

Opent/sluit het dialoogvenster [Add Instrument Track].

[VSTi WINDOW]

Opent/sluit de VSTi-display voor de geselecteerde track.

[EDIT CH SET]

Opent/sluit het venster met de kanaalinstellingen voor de geselecteerde track.

[AUTOMATION READ]

Schakelt Automation Read in/uit voor de geselecteerde track.

[AUTOMATION WRITE]

Schakelt Automation Write in/uit voor de geselecteerde track.

[DELETE]

Verwijdert geselecteerde data in track.

Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

Houd rekening met de volgende punten als u meerdere tracks selecteert:

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

• De functie van [VSTi WINDOW] geldt alleen voor de bovenste track.
• De functie [EDIT CH SET] geldt alleen voor de bovenste track.
• De functies [AUTOMATION READ]/[AUTOMATION WRITE]/[DELETE] gelden voor alle geselecteerde tracks.

iOS gebruiken
Toepassingen

De knoppen [A] t/m [D]
bedienen
Met de knoppen [A] t/m [D] kunt u de parameters
van de geselecteerde track of VSTi instellen. De
juiste functies voor de huidige VSTi worden
automatisch door de besturingssjabloon aan de
knoppen toegewezen. Elke besturingssjabloon
bevat drie sets met functies voor de knoppen [A]
t/m [D]. Druk op de knop [KNOB FUNCTION] om
tussen sets te schakelen.

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

De cursor verplaatsen en andere functies
Met de cursorknoppen [<]/[u]/[d]/[>] kunt u de cursor omhoog/omlaag/naar links/
naar rechts in de DAW-software verplaatsen. De knop [EXIT] (afsluiten) werkt op
dezelfde manier als de toets [Esc] van de computer. De knop [ENTER] werkt op
dezelfde manier als de toets [Enter] van de computer.

MX49/MX61 Naslaggids

36

Basisstructuur

Functies van de AI KNOB
Met de AI KNOB kunt u een gewenste parameter instellen die via de muisaanwijzer is opgegeven of kunt u de huidige
tijdpositie in het project verplaatsen.

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok

1

Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

2

Een aangesloten
computer gebruiken

3

1 AI KNOB
Hier werkt de draaiknop [DATA] van de MX49/MX61 zoals de AI KNOB. De AI KNOB is een multifunctionele knop.
Hiermee kunt u bijvoorbeeld een gewenste parameter in het hoofdvenster en in de plug-in software in Cubase instellen.
U kunt de knop ook voor de Jog/ Shuttle-werking gebruiken (zoals bij het verplaatsen van de tijdpositie). De parameters
die aan de AI KNOB kunnen worden toegewezen, veranderen afhankelijk van de aan/uit-status van de knop [JOG]
([SYN LEAD]) en de knop [LOCK] ([PAD/CHOIRS]). Als u een parameter wilt instellen die met de muisaanwijzer in
Cubase is opgegeven, moet u erop letten dat de knoppen [JOG] ([SYN LEAD]) en [LOCK] ([PAD/CHOIRS]) zijn
uitgeschakeld.

?

Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File

De parameter instellen waarop de muisaanwijzer zich bevindt

Utility
Remote

2 Knop [JOG]
Als deze knop is ingeschakeld, kunt u met de AI KNOB de tijdpositie van het huidige project verplaatsen. Als u de AI
KNOB met de klok mee draait, verplaatst u de tijdpositie vooruit en als u de AI KNOB tegen de klok in draait, verplaatst
u de tijdpositie achteruit. Als u zowel de knop [LOCK] als de knop [JOG] inschakelt, stopt de bewegende tijdpositie
niet, zelfs niet als u de AI KNOB loslaat. U kunt de tijdpositie altijd stoppen door de AI KNOB terug te draaien of op de
knop [STOP] te drukken.

Tijdpositie

MX49/MX61 Naslaggids

37

Basisstructuur

3 Knop [LOCK]
Met de AI KNOB kunt u de parameter die u wilt bewerken vergrendelen door deze knop in te schakelen. Als u de
muiscursor naar de gewenste parameter verplaatst en vervolgens de knop [LOCK] inschakelt, wordt met de AI KNOB
de parameter 'locked' bediend, ongeacht de positie van de muiscursor. Door de knop [LOCK] uit te schakelen, kunt
u de parameter die u wilt bewerken uitschakelen. Vervolgens kunt u de AI KNOB gebruiken om een andere parameter
te bewerken waarop de muisaanwijzer zich bevindt. Door [LOCK] in te schakelen, kunt u ook het Jog-wiel vergrendelen,
zodat de tijdpositie voortdurend blijft bewegen tot u de richting omkeert of deze stopt (door op [STOP] te drukken).

Basisstructuur
Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

De parameter vergrendelen die u wilt
bewerken

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een computer
Een song maken
met een computer

iOS gebruiken
Toepassingen
De 'vergrendelde' parameter bewerken, ongeacht de locatie van de muisaanwijzer

Naslagwerk
Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

38

Basisstructuur

iOS-toepassingen gebruiken

Basisstructuur

U kunt diverse iOS-toepassingen met dit instrument gebruiken door het instrument met de optionele i-MX1 MIDIinterface aan te sluiten op een iPad-, iPhone- of iPod Touch-apparaat, waardoor u nog meer plezier en muzikale
veelzijdigheid hebt. Raadpleeg de Gebruikershandleiding van de i-MX1 voor meer informatie over hoe u dit instrument
aansluit op de iPad/iPhone/iPod Touch. En voor informatie over compatibele toepassingen en details over minimale
vereisten voor de toepassingen, kunt u de volgende website raadplegen.
http://www.yamaha.com/kbdapps/

Regelblok
Toongeneratorblok
Effectblok
Arpeggioblok
Song-/patroon
afspeelblok
Intern geheugen
MIDI-/audiosignaalbaan

iPhone

i-MX1
MIDI OUT

MIDI IN

MIDI IN

MIDI OUT

Een aangesloten
computer gebruiken
Aansluiten op een
computer
Een song maken met een
computer

iOS gebruiken
Toepassingen

Naslagwerk
OPMERKING Als u het instrument samen met de toepassing op uw iPhone/iPad gebruikt, adviseren we u om de modus Airplane op uw
iPhone/iPad in te stellen op ON, om bijgeluiden als gevolg van communicatie te vermijden.
OPMERKING iOS-toepassingen worden mogelijk niet in uw gebied ondersteund. Neem hiervoor contact op met uw Yamaha-dealer.

Performance
Song/patroon
File
Utility
Remote

MX49/MX61 Naslaggids

39

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Naslagwerk

Performance Play
Performance Select
Performance Part Select

Performance

Performance Edit

Een performance bestaat gewoonlijk uit meerdere voices die u op diverse manieren samen kunt laten klinken. U kunt
bijvoorbeeld een complex opgebouwd geluid op het keyboard afspelen door twee voices (van part 1 en 2) te
combineren, of meerdere parts tegelijkertijd afspelen door een externe sequencer of MIDI-data te gebruiken. In deze
sectie worden alle performanceparameters toegelicht, verdeeld in zes categorieën (Performance Play, Performance
Select, Performance Part Select, Performance Edit, Performance Job en Performance Store).

Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch
Algemeen

Performance Play

Name

Dit komt overeen met de bovenste of hoofddisplay (display MAIN) van het instrument. In deze display kunt u part 1 of
part 2 selecteren of afspelen, verschillende voices van part 1 en part 2 samen in een laag afspelen (functie Layer) of
één voice van part 2 met uw linkerhand spelen terwijl u een andere voice van part 1 met uw rechterhand speelt
(functie Split).

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select

Bediening

Open de display Performance Play door herhaaldelijk op [EXIT] (afsluiten) te drukken  Selecteer
part 1/2 met de cursorknoppen [u]/[d]  Selecteer voice met draaiknop [DATA].

Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

1

2

45

AP c001:CncrtGrand 2 n
STR:081:AmbmPizza 2 n

3

Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall

1 Performancenummer

Copy

Het geselecteerde performancenummer wordt altijd in deze display van drie cijfers weergegeven. Tijdens het bewerken
van performanceparameters wordt een punt (.) rechtsonder in het scherm weergegeven. Dit is een korte herinnering
dat de huidige performance is gewijzigd, maar nog niet is opgeslagen. Als u de huidige status wilt opslaan, voert u de
functie Performance Store uit (pagina 56).

Bulk

2 Voice van part 1
3 Voice van part 2

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

Geeft/bepaalt de voice die aan part 1 en 2 van de geselecteerde performance is toegewezen. Van links naar rechts
worden de voicecategorie, het voicenummer en de voicenaam weergegeven. Gebruikersvoices worden aangegeven
met een 'u' aan het begin van de voicenaam. Als een categorie gebruikersvoices bevat, worden de gebruikersvoices na
de vooraf ingestelde voices van de categorie vermeld. Tussen de voicecategorie en het nummer van de geselecteerde
part wordt een cursor (>) weergegeven.

4 2 (Edit)-aanduiding
Als de voice die aan part 1 of 2 is toegewezen, wordt gewijzigd, wordt deze aanduiding rechts van de voicenaam
weergegeven. Dit is een korte herinnering dat de voice is gewijzigd maar nog niet is opgeslagen. Als u de huidige
status wilt opslaan, voert u de functie Voice Store (voice opslaan) uit (pagina 53).

5 Keyboardpictogram
Tijdens het bespelen van het keyboard ziet u dit pictogram rechts van de part die op dat moment hoorbaar is. Als de
functie Layer actief is, ziet u dit pictogram rechts van beide parts aangezien beide parts hoorbaar zijn. Als de
splitfunctie actief is, ziet u het pictogram naast part 1 als u de rechterzijde van het keyboard bespeelt (rechts van het
splitpunt pagina 45) en naast part 2 als u de linkerzijde bespeelt.

MX49/MX61 Naslaggids

40

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Performance Select
Hiermee selecteert u een performance uit de verschillende performances die op het instrument beschikbaar zijn.

Performance Play
Performance Select

Bediening

Druk op de knop PERFORMANCE [SELECT]  Selecteer performance met draaiknop [DATA]

Performance Part Select
Performance Edit

PerformanceaSelect
c001(A01):MXCategory

Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ

1

2

3

Arp Switch
Algemeen

1 Performancenummer
Hiermee wordt het nummer van de geselecteerde performance aangegeven. Met de draaiknop [DATA] of de knoppen
[INC/YES]/[DEC/NO] kunt u tussen performancenummers schakelen.

Name

Part Edit
Modus Play

2 Performancegroep

Filter/EG

Hiermee wordt de groep (A t/m H) van de geselecteerde performance aangegeven. U kunt tussen
performancegroepen schakelen door de knop [SHIFT] ingedrukt te houden terwijl u de draaiknop [DATA]
of de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO] gebruikt.

Arp Select
Receive Switch

Voice Edit

3 Performancenaam
Hiermee wordt de naam van de geselecteerde performance aangegeven.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

Performance Part Select
In deze display kunt u één part uit parts 1 t/m 16 selecteren en deze afspelen. U kunt bovendien de voice wijzigen die
aan elke part is toegewezen en bepaalde partparameters, zoals Volume en Pan. Deze display bestaat uit verschillende
pagina's, die u met de cursorknoppen [u]/[d] kunt oproepen.

Voice Name /
DrumKit Name

OPMERKING In de display Part Select kunt u dezelfde parameters bewerken als in de display Part Edit (part bewerken).

Voice Store (voice
opslaan)

Bediening

Druk op [PART SELECT]  Selecteer part met cursorknoppen [<]/[>]  Bewerk de parameters

Voice Job

Performance Job
Initialiseren
Recall

Eerste pagina

Copy

1

Bulk

APA:A001:CncrtGrand
a000123456789
tyuiop@
3
2

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

3

1 Voice
Hiermee worden de categorie, het nummer en de naam weergegeven van de voice die aan de geselecteerde part
is toegewezen. Met de draaiknop [DATA] of de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO] kunt u tussen de voicecategorie op
de eerste pagina schakelen. U kunt ook van voicenummer veranderen nadat u de cursor uit de display hebt verplaatst
door één keer op de cursorknop [d] te drukken.

2 Pagina-aanduiding
Hiermee wordt aangegeven dat de display uit meerdere pagina's bestaat. U kunt de volgende pagina oproepen
door op de cursorknop [d] te drukken.

3 Parts 1 t/m 16
Selecteer een part door op de cursorknoppen [<]/[>] of de categorieknoppen ([1] t/m [16]) te drukken.
Het onderstreepteken geeft het geselecteerde partnummer aan.

MX49/MX61 Naslaggids

41

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Performance

Tweede en volgende pagina's
1

2

Performance Play

Part01*******Pan=C
dqqqfghjkl;jjjjjjjjj
3
3

Remote

4

(tweede pagina)

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff

1 Partnummer

Master EQ

Geeft het geselecteerde partnummer weer.

Arp Switch
Algemeen

2 Partparameter
Hiermee worden de te bewerken parameternaam en de parameterwaarde voor de geselecteerde part aangegeven. Op
elke pagina wordt één parameter aangegeven. U kunt de waarde van de geselecteerde part wijzigen met de draaiknop
[DATA] of de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO].

Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG

Parameter
Pan

Omschrijving
Bepaalt de stereopanpositie van elke part.
Instellingen:

Volume

L63 (uiterst links) – C (midden) – R63 (uiterst rechts)

Hiermee bepaalt u het volume van elk part zodat u de optimale niveaubalans van alle parts kunt instellen.
Instellingen:

0 – 127

ChoSend
(Chorus Send, naar
Chorus zenden)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van het signaal dat naar het choruseffect is verzonden zodat u de
gewenste hoeveelheid chorus voor elke part kunt instellen.

RevSend
(Reverb Send,
Reverb-zend)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van het signaal dat naar het reverbeffect is verzonden zodat u de
gewenste hoeveelheid reverb voor elke part kunt instellen.

DryLevel

Bepaalt het niveau van het droge geluid, het geluid dat niet is bewerkt met het systeemeffect (Chorus,
Reverb), zodat u de algehele effectbalans tussen de parts kunt regelen.

Instellingen:

Instellingen:

Instellingen:
InsSw
(invoegeffectschakelaar)

0 – 127

0 – 127

Bepaalt welke parts beschikbaar zijn voor het invoegeffect. Als deze schakelaar is ingeschakeld, wordt
het invoegeffect geactiveerd van de voice die aan de part is toegewezen. Het invoegeffect kan worden
toegepast op maximaal vier parts van de performance.
Instellingen:

ArpSw
(Arpeggio-schakelaar)

0 – 127

off, on

Bepaalt welke parts beschikbaar zijn voor de functie Arpeggio. Arpeggio kan worden toegepast op
maximaal twee parts van de performance.
Instellingen:

off, on

Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

3 Pagina-aanduiding
Hiermee wordt aangegeven dat de display uit meerdere pagina's bestaat. U kunt de vorige/volgende pagina oproepen
met de cursorknoppen [u]/[d].

4 Parameterwaarden voor parts 1 t/m 16
Voor de meeste parameters wordt de geselecteerde parameterwaarde ook aangeduid als een grafische knop die de
waarde (2) voor elke part aangeeft. U kunt de waarde voor de geselecteerde part wijzigen met de draaiknop [DATA]
of de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO]. Gebruik de cursorknoppen [<]/[>] als u de part wilt wijzigen.

MX49/MX61 Naslaggids

42

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Performance Edit
Er zijn twee typen Performance Edit-displays: Common Edit (bewerking gemeenschappelijke parameters), waar
u de instellingen voor alle parts bewerkt, en Part Edit, waar u de afzonderlijke parts kunt bewerken. U kunt ook de
parameters van de voice die is toegewezen aan de part (Voice Edit) bewerken in Part Edit.

Performance Play

Common Edit

Performance Edit

Bediening

Performance Select
Performance Part Select
Common Edit

Druk op [Edit]  Selecteer '01:Common' met cursorknop [u]  Druk op [ENTER]  Selecteer
gewenste display met cursorknoppen [u]/[d]  Druk op [ENTER]  Bewerk parameters
in geselecteerde display

Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch

1

Algemeen

2

Name

Common0General
aKeyboardMode=single
3

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select

4

Receive Switch

1 Common

Voice Edit

Geeft aan dat de huidige display Common Edit (bewerking gemeenschappelijke parameters) is.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

2 Display die wordt bewerkt

Voice LFO

Geeft de naam aan van de display die is geselecteerd om in Common Edit (bewerking gemeenschappelijke
parameters) te worden bewerkt.

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

3 Pagina-aanduiding

Voice Name /
DrumKit Name

Hiermee wordt aangegeven dat de display uit meerdere pagina's bestaat. U kunt de vorige/volgende pagina oproepen
met de cursorknoppen [u]/[d].

Voice Job

4 Parameter
Hiermee wordt de parameter aangegeven en bewerking daarvan mogelijk gemaakt. Op elke pagina wordt één
parameter aangegeven. U kunt de waarde van de parameter wijzigen met de draaiknop [DATA] of de knoppen
[INC/YES]/[DEC/NO].

Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Chorus Eff (Choruseffect)
Parameter
Choruscategorie

Omschrijving

Chorustype

Bepaalt de categorie en het type van het choruseffect.
Instellingen: Zie het PDF-document 'Datalijst' voor details over de bewerkbare effectcategorieën en -typen. Zie
ook het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor een gedetailleerde beschrijving van elk
effecttype.

Preset
(vooraf ingesteld
effect)

Hiermee kunt u vooraf geprogrammeerde instellingen oproepen voor elk effecttype. Deze zijn ontworpen voor
gebruik in specifieke toepassingen en situaties. U kunt de manier wijzigen waarop het geluid wordt beïnvloed
door de vooraf geprogrammeerde instellingen.

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

OPMERKING
Raadpleeg het PDF-document 'Datalijst' voor een lijst met alle vooraf ingestelde effecten.
Effectparameter

De effectparameter is afhankelijk van het geselecteerde effecttype. Zie het PDF-document 'Datalijst' voor
informatie over de bewerkbare effectparameters van elk effecttype. Zie ook het PDF-document
'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor gedetailleerde beschrijvingen van elke effectparameter.

Reverb Eff (reverbeffect)
Parameter
Reverbcategorie
Reverbtype

Omschrijving
Bepaalt de categorie en het type van het reverbeffect.
Instellingen: Zie het PDF-document 'Datalijst' voor details over de bewerkbare effectcategorieën en -typen.
Zie ook het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor gedetailleerde beschrijvingen van elk
effecttype.

MX49/MX61 Naslaggids

43

Performance

Song/Pattern

File

Parameter
Preset
(vooraf ingesteld
effect)

Utility

Performance

Omschrijving
Hiermee kunt u vooraf geprogrammeerde instellingen oproepen voor elk effecttype. Deze zijn ontworpen voor
gebruik in specifieke toepassingen en situaties. U kunt de manier wijzigen waarop het geluid wordt beïnvloed
door de vooraf geprogrammeerde instellingen.
OPMERKING
Raadpleeg het PDF-document 'Datalijst' voor een lijst met alle vooraf ingestelde effecten.

Effectparameter

Remote

De effectparameter is afhankelijk van het geselecteerde effecttype. Zie het PDF-document 'Datalijst' voor
informatie over de bewerkbare effectparameters van elk effecttype. Zie ook het PDF-document
'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor gedetailleerde beschrijvingen van elke effectparameter.

Performance Play
Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch

Master EQ

Algemeen

In deze display kunt u vijfbands toonregeling (LOW, LOW MID, MID, HIGH MID, HIGH) toepassen op alle parts van
de geselecteerde performance of op alle voices.
Versterking

Name

Part Edit
Modus Play

Q (frequentiebandbreedte)

Filter/EG

+

Arp Select
Receive Switch
0

Voice Edit

Frequentie

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

–

Voice LFO
Low

5-bands

Lo-Mid

Mid

Parameter
Shape

Hi-Mid

High

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

Omschrijving
Bepaalt of het equalizertype Shelving of Peaking (parametrisch) wordt gebruikt. Het parametrisch type zorgt
ervoor dat het signaal op de opgegeven frequentie-instelling wordt verzwakt of versterkt. Het type Shelving
zorgt ervoor dat het signaal op hogere of lagere frequenties dan de opgegeven frequentie-instelling wordt
verzwakt of versterkt. Deze parameter is uitsluitend beschikbaar voor de frequentiebanden LOW en HIGH.
Instellingen: shelv (type Shelving), peak (parametrisch type)

+

Frequentie

+

Voice Store (voice
opslaan)

Initialiseren

EQ High
Versterking

Voice Job

Performance Job

shelv

EQ Low

Voice Name /
DrumKit Name

Recall

Versterking
Frequentie

Copy
Bulk

0

0

–

Performance Store
(performance opslaan)

–
Frequentie

Frequentie

Aanvulling
Informatie

peak

+

Versterking
Frequentie

0
Frequentie

–
Freq
(frequentie)

Hiermee bepaalt u de middenfrequentie. De frequenties in de nabijheid van dit punt worden verzwakt
of versterkt door de Gain-instelling.
Instellingen: LOW: Shelving 32Hz - 2,0kHz, Peaking 63Hz - 2,0kHz
LOW MID, MID, HIGH MID: 100 Hz – 10,0 kHz
HIGH: 500 Hz – 16,0 kHz

Gain

Bepaalt de niveauversterking van de frequentie (zie hierboven) of de mate waarin de geselecteerde
frequentieband wordt verzwakt of versterkt.
Instellingen:

Q
(frequentiekenmerken)

-12dB – +0dB – +12dB

Bepaalt de bandbreedte voor de frequentie (zie hierboven) om verschillende kenmerken van
de frequentiecurve te maken. Hogere waarden resulteren in een smallere bandbreedte.
Instellingen:

0,1 – 12,0

OPMERKING
Zie het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor meer informatie over de EQ-structuur.

MX49/MX61 Naslaggids

44

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Arp Switch (Arpeggio-schakelaar)

Performance Play
Parameter

Omschrijving

Switch
(algemene Arpeggioschakelaar)

Bepaalt of arpeggio voor alle parts is in- of uitgeschakeld. Deze instelling werkt hetzelfde als de knop [ARP]
op het paneel.

Tempo

Bepaalt het tempo van het arpeggio.

Instellingen:

Instellingen:

off, on

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff

5 – 300

Reverb Eff
OPMERKING
Als u het instrument gebruikt met een externe sequencer, DAW-software of een MIDI-apparaat en u het wilt
synchroniseren met dat apparaat, moet u de parameter 'MIDI Sync' in de display MIDI van Utility (pagina 66)
instellen op 'external' of 'auto'. Als 'MIDI Sync' wordt ingesteld op 'auto' (alleen als de MIDI-clock voortdurend
wordt verzonden) of 'extern', geeft de parameter Tempo hier 'EXT' aan en kan deze niet worden gewijzigd.
OPMERKING
U kunt het tempo ook in de display Tempo instellen door op de knop [TEMPO] te drukken. Het tempo kan ook
worden ingesteld door herhaaldelijk in het gewenste tempo op de knop [TEMPO] te tikken. Deze functie wordt
'Tap Tempo' genoemd.
SyncQtzValue
(quantizeringswaard
e van Arpeggio
Sync)

Hiermee wordt de daadwerkelijke timing bepaald voor de volgende keer dat het arpeggio wordt afgespeeld
als u dit activeert terwijl het arpeggio van een bepaalde part wordt afgespeeld. Hiermee is een muzikalere
overgang tussen na elkaar gespeelde arpeggio's mogelijk. Als de parameter wordt ingesteld op 'off', start het
volgende arpeggio zodra u dit activeert. Het getal rechts van elke waarde geeft de resolutie van kwartnoten in
clocks aan.
Instellingen: off (uit), 60 (1/32-noot) 80 (1/16-noottriool), 120 (16e noot), 160 (1/8-noottriool), 240 (8e noot),
320 (1/4-noottriool), 480 (1/4-noot)

Master EQ
Arp Switch
Algemeen
Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

General
De parameters van deze display worden op zowel part 1 als part 2 toegepast.

Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job

Parameter
KeyboardMode

Omschrijving
Stelt keyboardsplits en –layers in voor part 1 en 2.
Instellingen:

single, layer, split

Initialiseren

layer ......Part 1 en 2 zijn tegelijkertijd hoorbaar. Ze strekken zich over de volledige breedte van het
keyboard uit.

Recall

Bepaalt het punt (of de toets) waarop het keyboard wordt gesplitst in de linker en rechter part.
Instellingen: C -2 t/m G8
OPMERKING
Als 'KeyboardMode' is ingesteld op 'Split', kan de waarde ook worden bepaald door de knop [SPLIT]
ingedrukt te houden terwijl u op de gewenste toets drukt.

Cutoff

Performance Job

single ....Alleen de geselecteerde part is hoorbaar.

split .......Part 1 wordt gebruikt voor alle toetsen hoger dan het ingestelde splitpunt. Part 2 wordt gebruikt voor
alle toetsen onder het ingestelde splitpunt.
SplitPoint

Voice Store (voice
opslaan)

Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

Bepaalt de afsnijfrequentie voor het filter. Dit wordt toegepast de filters die zijn toegewezen aan part 1 en 2.
Instellingen: -64 - +0 – +63

Resonance

Hiermee wordt de harmonische emphasis bepaald die aan de afsnijfrequentie wordt gegeven. Dit wordt
toegepast de filters die zijn toegewezen aan part 1 en 2.

ChoSend
(Chorus Send, naar
Chorus zenden)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van signaal dat wordt verzonden naar het choruseffect. Deze parameter
is van toepassing op zowel part 1 als part 2.

RevSend
(Reverb Send,
Reverb-zend)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van signaal dat wordt verzonden naar het reverbeffect. Deze parameter
is van toepassing op zowel part 1 als part 2.

Attack
(attacktijd)

Bepaalt hoe snel het geluid het maximumniveau bereikt nadat op een toets is gedrukt. Deze parameter is van
toepassing op zowel part 1 als part 2.

Instellingen: -64 - +0 – +63

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: -64 - +0 – +63
Decay
(decaytijd)

Hiermee wordt bepaald hoe snel het volume van het maximale attackniveau naar het sustainniveau daalt.
Deze parameter is van toepassing op zowel part 1 als part 2.

Sustain
(sustainniveau)

Bepaalt het sustainniveau waarop het volume wordt vastgehouden terwijl een noot wordt aangehouden,
na de initiële attack en decay. Deze parameter is van toepassing op zowel part 1 als part 2.

Instellingen: -64 - +0 – +63

Instellingen: -64 - +0 – +63

MX49/MX61 Naslaggids

45

Performance

Song/Pattern

Parameter

File

Utility

Omschrijving

Remote

Performance

Release
(releasetijd)

Bepaalt hoe snel het geluid wegsterft (decay) tot stilte nadat de toets is losgelaten.

Performance Play

Instellingen: -64 - +0 – +63

Performance Select

Volume

Bepaalt het uitgangsniveau van part 1 en 2.

Performance Part Select

Instellingen: 0 – 127

Performance Edit

Pan

Assign1
Assign2

Hiermee bepaalt u de stereopanpositie van zowel part 1 als part 2.

Common Edit

Instellingen: L63 (uiterst links) – C (midden) – R63 (uiterst rechts)

Chorus Eff

Bepaalt de offsetwaarde waarmee de functies die zijn toegewezen aan de knoppen ASSIGN 1/2 wordt
gewijzigd ten opzichte van de oorspronkelijke instellingen.

Reverb Eff

Instellingen: -64 - +0 – +63
OPMERKING
U kunt de functies die zijn toegewezen aan de knoppen ASSIGN 1/2 instellen in de display Ctrl Set (pagina 52)
van Voice Edit.

Master EQ
Arp Switch
Algemeen
Name

Part Edit
Modus Play

Name (Performancenaam)
Hiermee bepaalt u de naam van de geselecteerde performance. Verplaats de cursor met de cursorknoppen [<]/[>]
naar de gewenste locatie en selecteer het letterteken met de draaiknop [DATA]. Een naam kan maximaal
10 alfabetische en numerieke tekens bevatten.

Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

MX49/MX61 Naslaggids

46

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Part Edit
OPMERKING In de display Part Select kunt u dezelfde parameters bewerken als in de display Part Edit (part bewerken).

Performance Play
Performance Select

Bediening

Druk op [EDIT]  Selecteer '02:Part' met cursorknop [d]  Druk op [ENTER]  Selecteer part
met categorieknoppen ([1] t/m [16])  Selecteer display die u wilt bewerken met cursorknoppen
[u]/[d]  Druk op [ENTER]  Bewerk parameters in geselecteerde display

Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff

1

2

Reverb Eff

Part01*Play*Mode
a*********Volume=127
4

3

Master EQ
Arp Switch
Algemeen
Name

Part Edit
Modus Play

1 Part**

Filter/EG

Geeft aan dat de huidige display Part Edit (part bewerken) is. In de kolom ** wordt het nummer van de geselecteerd
part aangegeven. U kunt de part in deze display wijzigen met de categorieknoppen ([1] t/m [16]).

Arp Select
Receive Switch

2 Display die wordt bewerkt

Voice Edit

Geeft de naam aan van de display die is geselecteerd om in Part Edit te worden bewerkt.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

3 Pagina-aanduiding

Voice LFO

Hiermee wordt aangegeven dat de display uit meerdere pagina's bestaat. U kunt de vorige/volgende pagina oproepen
met de cursorknoppen [u]/[d].

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

4 Parameter

Voice Name /
DrumKit Name

Hiermee wordt de parameter aangegeven en bewerking daarvan mogelijk gemaakt. Op elke pagina wordt één
parameter aangegeven. U kunt de waarde van de parameter wijzigen met de draaiknop [DATA] of de knoppen
[INC/YES]/[DEC/NO].

Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren

Play Mode

Recall
Parameter
Volume

Pan

Omschrijving
Hiermee bepaalt u het uitgangsniveau van elke part.

Bulk

Instellingen: 0 – 127

Performance Store
(performance opslaan)

Bepaalt de stereopanpositie van elke part.

Aanvulling
Informatie

Instellingen: L63 (uiterst links) – C (midden) – R63 (uiterst rechts)
NoteShift

Copy

Bepaalt voor elke part de instelling van de toonhoogte (toetstransponering) in halve noten.
Instellingen: -24 – +0 – +24

Detune

Bepaalt de fijnregeling voor elke part.
Instellingen: -12,8 Hz – +0,0 Hz – +12,7 Hz

ChoSend
(Chorus Send,
naar Chorus zenden)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van elk partsignaal dat wordt verzonden naar het choruseffect.
Hoe hoger de waarde, hoe duidelijker het choruseffect.

RevSend
(Reverb Send,
Reverb-zend)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van elk partsignaal dat wordt verzonden naar het reverbeffect.
Hoe hoger de waarde, hoe duidelijker het reverbeffect.

DryLevel

Hiermee bepaalt u het niveau van de geselecteerde part dat niet is bewerkt met het systeemeffecten
(Chorus, Reverb).

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: 0 – 127
InsSw
(invoegeffectschakelaar)

Bepaalt welke parts beschikbaar zijn voor het invoegeffect. Als deze schakelaar is ingeschakeld, wordt
het invoegeffect geactiveerd van de voice die aan de part is toegewezen. Het invoegeffect kan worden
toegepast op maximaal vier parts van de performance.
Instellingen: off, on

MX49/MX61 Naslaggids

47

Performance

Song/Pattern

Parameter
Mono/Poly

File

Utility

Omschrijving
Selecteert monofoon of polyfoon afspelen voor elke part. Monofoon wordt alleen gebruikt voor het
afspelen van losse noten, terwijl polyfoon wordt gebruikt om meerdere noten tegelijkertijd af te spelen.

Remote

Performance
Performance Play
Performance Select

Instellingen: mono, poly

Performance Part Select

OPMERKING
Deze parameter is niet beschikbaar voor de parts waaraan drumvoices zijn toegewezen.

Performance Edit
Common Edit

PortaSw
(portamentoschakelaar)

Bepaalt of portamento al dan niet wordt toegepast op elke part.

Chorus Eff

Instellingen: off, on

Reverb Eff

PortaTime
(portamentotijd)

Hiermee bepaalt u de overgangsduur tussen toonhoogten. Hogere waarden resulteren in een langere
toonhoogtewijzigingstijd of een lagere snelheid.

Master EQ

Instellingen: 0 – 127
PB Upper
(hoogste
pitchbendbereik),

Algemeen

Bepaalt het maximale pitchbendbereik voor elke part in stappen van halve noten.
Instellingen: -48 – +0 – +12 (halve noot)

Assign2
(Assign 2-waarde)

Name

Part Edit

PB Lower
(laagste pitchbendbereik)
Assign1
(Assign 1-waarde)

Arp Switch

Modus Play
Filter/EG
Bepaalt de waarde van de functies die aan de knoppen ASSIGN 1/2 zijn toegewezen.
Instellingen: -64 – +0 – +63

Arp Select
Receive Switch

OPMERKING
U kunt de functies die zijn toegewezen aan de knoppen ASSIGN 1/2 instellen in de display Ctrl Set
(pagina 52) van Voice Edit.

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

Filter/ EG
Parameter
Cutoff

Omschrijving
Bepaalt de afsnijfrequentie van het filter voor elke part.
Instellingen: -64 – +0 – +63

Resonance

Hiermee bepaalt u de hoeveelheid filterresonantie.
Instellingen: -64 – +0 – +63

FEG Attack
(FEG-attacktijd)
FEG Decay
(FEG-decaytijd)
FEG Sustain
(FEG-sustainniveau)
FEG Release
(FEG-releasetijd)
FEG Depth

Hiermee kunt u alle tijd- en niveauwaarden voor het Filter EG instellen. Deze waarden bepalen hoe de
klankkleurkwaliteit van het geluid na verloop van tijd verandert. U kunt deze parameters gebruiken om
de wijziging in afsnijfrequentie te regelen vanaf het moment dat er op een noot op het keyboard wordt
gedrukt, tot het moment dat het geluid stopt. Onthoud dat wijzigingen in de klankkleurkwaliteit ook
afhankelijk zijn van de hierboven beschreven resonantie-instelling.
OPMERKING
Zie het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor meer informatie over FEG.
OPMERKING
Deze parameter is niet beschikbaar voor de parts waaraan drumvoices zijn toegewezen.

Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

Instellingen: -64 – +0 – +63
AEG Attack
(AEG-attacktijd)
AEG Decay
(AEG-decaytijd)
AEG Sustain
(AEG-sustainniveau)
AEG Release
(AEG-releasetijd)

Hiermee kunt u alle tijd- en niveauwaarden voor de Amplitude EG instellen. Deze waarden bepalen
hoe het geluidsvolume na verloop van tijd verandert. Met de AEG kunt u de volumeovergang bepalen
van het begin tot het einde van het geluid.
OPMERKING
Zie het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor meer informatie over FEG.
OPMERKING
De parameters Sustain en Release zijn niet beschikbaar voor parts waaraan drumvoices zijn
toegewezen.
Instellingen: -64 – +0 – +63

MX49/MX61 Naslaggids

48

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Arp Select (Arpeggio Select)

Performance Play
Parameter
Switch
(Arpeggio-schakelaar)

Omschrijving
Hiermee bepaalt u of arpeggio voor de geselecteerde parts is in- of uitgeschakeld. Arpeggio kan
worden toegepast op maximaal twee parts van de performance.
Instellingen: off, on

Hold
(Arpeggio Hold)

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit

Bepaalt of het arpeggio blijft doorklinken nadat de toetsen zijn losgelaten. Zie het PDF-document
'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor meer informatie.
Instellingen: sync-off, off, on

Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ

Category
(arpeggiocategorie)

Bepaalt de gewenste arpeggiocategorie.

Type
(arpeggiotype)

Hiermee wordt het gewenste arpeggiotype bepaald door het nummer op te geven.

MIDI Out
(MIDI-uitvoerschakelaar
Arpeggio)

Hiermee wordt bepaald of Arpeggio-afspeelgegevens via MIDI worden uitgevoerd.

Modus Play

Instellingen: off, on

Filter/EG

Arp Switch

Raadpleeg 'Arpeggiocategorieën'(pagina 13) in 'Basisstructuur'.

Instellingen: Zie het PDF-document 'Datalijst'.

Algemeen
Name

Part Edit

Arp Select
Receive Switch

Voice Edit

Receive Switch
In deze display kunt u de reactie van elke afzonderlijke part op verschillende MIDI-gegevens instellen, zoals berichten
over besturings- en programmawijzigingen. Als de relevante parameter is ingesteld op 'on', reageert de bijbehorende
part op de desbetreffende MIDI-gegevens. De instellingswaarde voor alle parameters is 'off' of 'on'.
Parameter

Omschrijving

BankSel
(Bank Select,
bankselectie)

Bepaalt of Bank Select MSB/LSB-berichten voor de voice die aan elke part is toegewezen, al dan niet
worden ontvangen.

PrgChange
(programmawijziging)

Bepaalt of programmawijzigingsberichten voor de voice die aan elke part is toegewezen, al dan niet
worden ontvangen.

CtrlChange
(besturingswijziging)

Bepaalt of besturingswijzigingsberichten al dan niet worden ontvangen.
OPMERKING
Als deze parameter is uitgeschakeld, kunnen de parameters voor besturingswijzigingen niet worden
bewerkt.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Vol/Exp
(volume/expressie)

Bepaalt of besturingsnummer 7-/besturingsnummer 11-berichten (Volume/Expressie) al dan niet worden
ontvangen.

Performance Store
(performance opslaan)

Pan

Bepaalt of besturingsnummer 10-berichten (Pan) al dan niet worden ontvangen.

Aanvulling
Informatie

Sustain

Bepaalt of besturingsnummer 64-berichten (Sustain) al dan niet worden ontvangen. Deze parameter
is niet beschikbaar voor de parts waaraan drumvoices zijn toegewezen.

PB
(pitchbend)

Bepaalt of MIDI-berichten die zijn gegenereerd met het pitchbendwiel al dan niet worden ontvangen.

MW
(modulatiewiel)

Bepaalt of MIDI-berichten die zijn gegenereerd met het modulatiewiel al dan niet worden ontvangen.

AS1
(Assign 1)

Bepaalt of MIDI-berichten die zijn gegenereerd met ASSIGN 1/ASSIGN 2 (knop 3/knop 4) al dan niet
worden ontvangen.

AS2
(Assign 2)
FS
(voetschakelaar)

Bepaalt of MIDI-berichten die zijn gegenereerd met de optionele voetschakelaar die is aangesloten op
de aansluiting [SUSTAIN] op het achterpaneel al dan niet worden ontvangen.

FC1
(voetregelaar 1)

Bepaalt of MIDI-berichten die zijn gegenereerd met de optionele voetregelaar die is aangesloten op
de aansluiting [FOOT CONTROLLER] op het achterpaneel al dan niet worden ontvangen.

FC2
(voetregelaar 2)

Bepaalt of MIDI-berichten voor voetregelaar 2 al dan niet worden ontvangen.

BC
(breathcontroller)

Bepaalt of MIDI-breathcontrollerberichten al dan niet worden ontvangen.

RB
(lintcontroller)

Bepaalt of MIDI-lintcontrollerberichten al dan niet worden ontvangen.

MX49/MX61 Naslaggids

49

Performance

Song/Pattern

Parameter

File

Utility

Omschrijving

A.Func1
(toewijsbare functie 1)

Bepaalt of MIDI-berichten voor de knoppen ASSIGNABLE FUNCTION 1 en 2 al dan niet worden
ontvangen.

A.Func2
(toewijsbare functie 2)

Remote

Performance
Performance Play
Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit

ChAT
(kanaalaftertouch)

Bepaalt of MIDI-kanaalaftertouchberichten al dan niet worden ontvangen.

Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch

Voice Edit

Algemeen

Deze parameters zijn bedoeld voor het bewerken van de voice die aan de geselecteerde part is toegewezen.

Bediening

Druk op [EDIT]  Selecteer '02:Part' met cursorknop [d]  Druk op [ENTER]  Selecteer part
met categorieknoppen ([1] t/m [16])  Selecteer gewenste display voor bewerken uit 05 t/m 08
met cursorknoppen [u]/[d]  Druk op [ENTER]  Bewerk parameters in geselecteerde display.

Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit

Voice Insert Eff (Voice-invoegeffect)/
DrumKit Insert Eff (drumvoice-invoegeffect)
Parameter

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Omschrijving

Voice LFO

Effectcategorie

Bepaalt de categorie en het type van het invoegeffect.

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

Effecttype

Instellingen: Zie het PDF-document 'Datalijst' voor details over de bewerkbare effectcategorieën en -typen.
Zie ook het PDF-document 'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor gedetailleerde beschrijvingen van
elk effecttype.

Voice Name /
DrumKit Name

Preset
(vooraf ingesteld effect)

Hiermee kunt u vooraf geprogrammeerde instellingen oproepen voor elk effecttype. Deze zijn ontworpen
voor gebruik in specifieke toepassingen en situaties. U kunt de manier wijzigen waarop het geluid wordt
beïnvloed door de vooraf geprogrammeerde instellingen.

Voice Store (voice
opslaan)

OPMERKING
Raadpleeg het PDF-document 'Datalijst' voor een lijst met alle vooraf geprogrammeerde instellingen.

Voice Job

Performance Job
Initialiseren
Recall

Effectparameter

De effectparameter is afhankelijk van het geselecteerde effecttype. Zie het PDF-document 'Datalijst'
voor informatie over de bewerkbare effectparameters van elk effecttype. Zie ook het PDF-document
'Parameterhandleiding bij synthesizer' voor gedetailleerde beschrijvingen van elke effectparameter.

Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

MX49/MX61 Naslaggids

50

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Voice LFO

Performance Play
Deze display wordt alleen weergegeven als een normale voice aan de geselecteerde part is toegewezen.
Parameter
Wave
(LFO-golfvorm)

Omschrijving
Selecteert de LFO-golfvorm.
Instellingen: tri (driehoek), tri+ (driehoek+), sawup, sawdwn, squ1/4 (vierkant1/4), squ1/3 (vierkant1/3),
squ (vierkant), squ2/3 (vierkant2/3), squ3/4 (vierkant3/4), trpzd (trapeze), S/H 1 (sample & hold 1), S/H 2
(sample & hold 2), gebruiker
OPMERKING
De golf 'user' is een speciale golfvorm die aan sommige vooraf ingestelde voices is toegewezen.
U kunt een originele LFO-golfvorm maken door MIDI-berichten van een extern apparaat te ontvangen.
Zie 'MIDI-gegevenstabel in het PDF-document 'Datalijst' voor meer informatie.

Speed

Past de snelheid (frequentie) van de LFO-variatie aan.
Instellingen:

TempoSync

Bepaalt of de LFO al dan niet wordt gesynchroniseerd met het tempo van het arpeggio of de sequencer
(modus Song of Pattern).
Instellingen:

TempoSpeed

0 – 63

off (niet gesynchroniseerd), on (gesynchroniseerd)

Deze parameter is alleen beschikbaar als 'TempoSync' is ingesteld op 'on'. Hiermee kunt u gedetailleerde
nootwaarden instellen die bepalen hoe de LFO synchroon pulseert met het arpeggio of sequencer.
Instellingen: 16th, 8th/3 (1/8-noottriolen), 16th. (gepunctueerde 1/16-noten), 8th, 4th/3 (1/4-noottriolen), 8th.
(gepunctueerde 1/8-noten), 4th (1/4-noten), 2nd/3 (1/2-noottriolen), 4th. (gepunctueerde 1/4noten), 2nd (1/2-noten), whole/3 (hele-noottriolen), 2nd. (gepunctueerde 1/2- noten), 4th x 4
(groepen van vier 1/4-noten; vier 1/4-noten per tel), 4th x 5 (groepen van vijf 1/4-noten; vijf 1/4noten per tel), 4th x 6 (groepen van zes 1/4-noten; zes 1/4-noten per tel), 4th x 7 (groepen van
zeven 1/4-noten; zeven 1/4-noten per tel), 4th x 8 (groepen van acht 1/4-noten; acht 1/4-noten
per tel), 4th x 16 (zestien 1/4-noten per tel), 4th x 32
(32 1/4-noten per tel), 4th x 64 (64 1/4-noten per tel)
OPMERKING
De werkelijke lengte van de noot is afhankelijk van de interne of externe MIDI-tempo-instelling.

PlayMode

Bepaalt of de LFO herhaaldelijk wordt afgespeeld (loop) of eenmalig (one shot).
Instellingen:

loop, one shot

KeyOnRest
(Key On Reset)

Bepaalt of de LFO al dan niet wordt gereset telkens als een noot wordt aangeslagen.

RandomSpeed

Deze parameter is alleen beschikbaar als 'TempoSync' is ingesteld op 'off'. Deze parameter bepaalt
de mate waarin de LFO-snelheid willekeurig wordt gewijzigd.

Instellingen:

Instellingen:
Delay

off, each-on, 1st-on

0 – 127

Bepaalt de vertragingstijd tussen het moment waarop u een toets op het keyboard aanslaat en het moment
waarop de LFO actief wordt.
Instellingen:

0 – 127

Fade in
(Fade-intijd)

Bepaalt na hoeveel tijd het LFO-effect gaat aanzwellen (nadat de 'Delay'-tijd is verstreken).

Hold
(aanhoudduur)

Hiermee wordt bepaald hoe lang de LFO op het maximale niveau wordt vastgehouden.

FadeOut
(Fade-outtijd)

Bepaalt hoe lang het LFO-effect wegsterft (nadat de 'Hold'-tijd is verstreken).

Dest1/2/3
(bestemming LFO Set 1/
2/3-besturing)

Bepaalt de functies die door de LFO-golf worden bestuurd.

Instellingen:

Instellingen:

Instellingen:

Instellingen:

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch
Algemeen
Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

0 – 127

0 – 126, hold

0 – 127

Zie de lijst met regelaars in het PDF-document 'Datalijst'.

OPMERKING
Voor wat betreft 'Insertion Effect-parameter 1 t/m 16', die worden beschreven in de lijst, worden de
daadwerkelijke parameternamen van het geselecteerde effecttype in de display weergegeven. Als 'P*' in
de display wordt weergegeven, is er geen functie toegewezen aan die parameter. De markering '*' geeft het
parameternummer aan.
Depth1/2/3
(diepte van LFO Set 1/2/
3-besturing)

Bepaalt de LFO-golfdiepte.
Instellingen:

MX49/MX61 Naslaggids

0 – 127

51

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Voice Ctrl Set (Voicebesturingsset)/
DrumKit Ctrl Set (drumvoicebesturingsset)

Performance Play
Performance Select

Er kunnen maximaal zes besturingssets aan elke voice worden toegewezen. Selecteer een set uit Sets 1 t/m 6 met de
cursorknoppen [u]/[d] en druk op [ENTER]. De display Controller Set (Besturingsset) wordt geopend.
Parameter
Source

Omschrijving
Hiermee wordt bepaald welke regelaar moet worden toegewezen aan en moet worden gebruikt voor
de geselecteerde besturingsset.

Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff

Instellingen: PB (pitchbendwiel), MW (modulatiewiel), AS1 (ASSIGN 1), AS2 (ASSIGN 2), FS
(voetschakelaar), FC1 (voetregelaar 1), FC2 (voetregelaar 2), BC (breathcontroller), RB (lintcontroller),
AF1 (ASSIGNABLE FUNCTION [1]), AF2 (ASSIGNABLE FUNCTION [2]), AT (Aftertouch)

Master EQ

OPMERKING
Als de voetschakelaar is ingesteld op een besturingswijzigingsnummer van 96 of hoger in de Controllerdisplay van de Utility, is de voetschakelaar niet beschikbaar als een 'Source' van de besturingsset voor
de geselecteerde voice.

Algemeen

Dest
(bestemming)

Hiermee wordt bepaald welke functie wordt bestuurd door de besturingsset in 'Source'.

Depth

Bepaalt in welke mate de bestemming wordt beïnvloed door de bronregelaar.

Zie de lijst met regelaars in het PDF-document 'Datalijst'.

Instellingen:

Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

-64 – +0 – +63

Instellingen:

Arp Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

Instellingsvoorbeelden voor de bestemming

Voice LFO

Hier volgen enkele specifieke en handige voorbeelden van hoe u de 'Dest'-toewijzingen (bestemming) instelt.

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set

Het volume regelen:

Volume

Voice Name /
DrumKit Name

De snelheid van de roterende luidspreker wijzigen:

Invoegeffectparameter 1 (INSA:EfSpCtl) *1

Voice Job

Een wah-pedaaleffect toepassen op de voice:

Invoegeffectparameter 1 (INSA:EfPdCtl ) *2

Voice Store (voice
opslaan)

Met betrekking tot respectievelijk *1 en *2 zijn naast bovenstaande instellingen ook de volgende instellingen vereist.
*1 Stel ook Effecttype = 'Rotary Sp' in in de display Voice Insert Eff/DrumKit Insert Eff van Voice Edit
*2 Stel ook Effecttype = 'VCM Pedal Wah' in in de display Voice Insert Eff/DrumKit Insert Eff van Voice Edit

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Voice Name/DrumKit Name

Performance Store
(performance opslaan)

Hiermee bepaalt u de voicenaam voor de gebruikersvoice.
Parameter

Aanvulling
Informatie
Omschrijving

Voicenaam

Hiermee bepaalt u naam van de voice die aan de geselecteerde part is toegewezen. Verplaats de cursor
met de cursorknoppen [<]/[>] naar de gewenste locatie en selecteer het letterteken met de draaiknop
[DATA]. De namen kunnen maximaal 10 alfabetische en numerieke tekens bevatten.

Category
(Voicecategorie)

Hiermee bepaalt u de categorie waarin de voice moet worden opgeslagen. Categorieën zijn trefwoorden
die de algemene kenmerken van de voices aanduiden. Als u de juiste categorie selecteert, wordt het
gemakkelijker om de gewenste voice te vinden tussen het grote aantal voices.
Instellingen: Voor normale voices: AP, KB, ORG, GTR, BAS, STR, BRS, WND, LD, PAD, CMP, CP, SFX, MFX, ETH
Voor drumvoices: DR
OPMERKING
Zie 'Voicecategorie' in 'Basisstructuur' (pagina 7) voor meer informatie over elke categorie.

MX49/MX61 Naslaggids

52

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Voice Job
Deze display wordt weergegeven als u in de Voice Edit-displays op [JOB] drukt. De Voice Edit-displays zijn: 'Voice
(DrumKit) Insert Eff', 'Voice LFO', 'Voice (DrumKit) Ctrl Set' en 'Voice (DrumKit) Name'.

Performance Play
Performance Select
Performance Part Select

Parameter
Recall

Bulk

Omschrijving
Als u een andere voice of performance selecteert zonder de bewerkte voice als een gebruikersvoice op
te slaan, worden alle bewerkingen die u hebt uitgevoerd gewist. Als dat gebeurt, kunt u de functie Recall
gebruiken om de voice te herstellen met behoud van uw laatste wijzigingen. Selecteer '01:Recall' en druk
op [ENTER]. Druk in de volgende bevestigingsdisplay op [INC/YES] om de terugroephandeling uit te
voeren.
Met deze functie kunt u al uw gewijzigde parameterinstellingen voor de op dat moment geselecteerde
voice naar een computer of een ander MIDI-instrument verzenden om de gegevens te archiveren.
Selecteer '02:Bulk' en druk op [ENTER]. Druk in de volgende bevestigingsdisplay op [INC/YES] om de
bulkdumphandeling uit te voeren.
OPMERKING
Voor het uitvoeren van Bulk Dump moet u het juiste MIDI-apparaatnummer instellen, met de volgende
bewerking: [UTILITY]  Selecteer '02:MIDI' met cursorknoppen [u]/[d]  [ENTER]  Selecteer
'DeviceNo' met cursorknoppen [u]/[d]  Selecteer 'DeviceNo'-waarde of stel deze in met draaiknop
[DATA].

Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch
Algemeen
Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit

Voice Store (voice opslaan)

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

Als u in een Voice Edit-display op [STORE] drukt, kunt u de bewerkte voice als een gebruikersvoice opslaan. Nadat
u de volgende parameters hebt ingesteld, drukt u op [ENTER] en vervolgens op [INC/YES] om de job uit te voeren.
Nadat de voice is opgeslagen, keert u naar de laatst geselecteerde Part Edit-display terug.

LET OP
Druk op [DEC/NO] als een 'Clear edit Voice'-bericht wordt weergegeven nadat u op [STORE] hebt gedrukt. Dit bericht wordt
weergegeven als Performance Store wordt uitgevoerd terwijl de voice is gewijzigd en nog niet is opgeslagen. Onthoud dat
de bewerkte voice wordt gewist als u een Performance Store uitvoert.

STORE*Voice
2
****U001:Initialize
1

2

1 Gebruikersvoicenummer
Hiermee selecteert u het gebruikersvoicenummer als de opslagbestemming.
Instellingen: Voor normale voices: 001 – 128
Voor drumvoices: 001 – 008

Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

2 Voicenaam
Geeft de voicenaam aan van het geselecteerde gebruikersvoicenummer. Nadat een voice is opgeslagen,
verandert de naam in de naam die u in de display Voicenaam hebt ingevoerd.

MX49/MX61 Naslaggids

53

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Performance Job

Performance Play

Bediening

Druk op [JOB] in een van de Performance-displays (behalve een Voice Edit-display)  Selecteer job

Performance Select

met cursorknoppen [u][/[d]  [ENTER]  Werking hangt af van geselecteerde Job-display

Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit

Initialize

Chorus Eff
Reverb Eff
Master EQ

JOB*Initialize
Current*Perf*****All

Arp Switch
Algemeen
Gegevenstype dat wordt geïnitialiseerd

Name

Part Edit
Met deze functie kunt u alle performanceparameters terugzetten (initialiseren) op de standaardinstellingen. U kunt met
deze functie ook bepaalde parameters selecteren voor initialisatie, zoals algemene instellingen, instellingen voor elke
part enz. Dit is vooral handig tijdens het maken van een volledig nieuwe performance. Druk in deze display op [ENTER]
en vervolgens op [INC/YES] om Initialize (initialiseren) uit te voeren.
Gegevenstype dat wordt geïnitialiseerd
All: Alle gegevens in de performance
Common: Gegevens in Common Edit (bewerking gemeenschappelijke parameters)
Part 1 – 16: Gegevens van de Part Edit-parameters van de bijbehorende interne part.
PartAll: Gegevens van de Part Edit-parameters van alle parts
GM: Alle gegevens in de performance. De voices van de GM-bank worden toegewezen aan parts 1 t/m 16.
OPMERKING Dit instrument heeft een GM-bank met voices die zijn toegewezen volgens de GM-standaard zodat GM-songgegevens
correct kunnen worden afgespeeld.

Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job

Recall
Als u een andere performance selecteert zonder de bewerkte performance op te slaan, worden alle bewerkingen die
u hebt aangebracht gewist. Als dat gebeurt, kunt u de functie Recall gebruiken om de voice te herstellen met behoud
van uw laatste wijzigingen.
Selecteer '02:Recall' en druk op [ENTER]. Druk in de volgende bevestigingsdisplay op [INC/YES] om de
terugroephandeling uit te voeren.

Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
Initialiseren
Recall
Copy
Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

MX49/MX61 Naslaggids

54

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Copy

Performance Play
Met deze handeling kunt u instellingen voor Common Edit (bewerking gemeenschappelijke parameters) en Part Edit
van een bepaalde performance naar de momenteel bewerkte performance kopiëren. Dit is handig als u tijdens het
maken van een performance een aantal parameterinstellingen van een andere performance wilt gebruiken.

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit

A

JOB*Copy*from
*001(A01):MXCategory

Chorus Eff

1

Reverb Eff
Master EQ
Arp Switch

[ENTER]

Algemeen
Name

B

JOB*Copy*from
****part01 /x*part01
2

3

Display (A), waarin u de te kopiëren bronperformance kunt selecteren, wordt het eerst weergegeven. Selecteer hier
de gewenste performance en druk op [ENTER]. Daarna wordt display (B) weergegeven, waarin u het gegevenstype
kunt selecteren. Selecteer het gegevenstype voor zowel bron als bestemming en druk op [ENTER]. Druk tot slot op
[INC/YES] om Copy (Kopiëren) uit te voeren.

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select
Receive Switch

Voice Edit
Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO

1 Gegevenstype van performance (bron)
Bepaalt het nummer van de performance die u wilt kopiëren. Als '---(---): Current' is geselecteerd, wordt de huidige
performance opgegeven als de bronperformance. Daarom kunt u ook de parameterinstellingen van een part naar een
andere part binnen dezelfde performance kopiëren.

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name

Instellingen: Current, 001 t/m 128

Voice Job

2 Gegevenstype van de bron

Voice Store (voice
opslaan)

Bepaalt het gegevenstype van de bron, inclusief het partnummer. Selecteer het veld met de broninstelling met
de cursorknop [<] en selecteer het gegevenstype met de draaiknop [DATA].
Instellingen: common, part 1 t/m 16

Performance Job
Initialiseren
Recall

3 Gegevenstype van de bestemming

Copy

Bepaalt het gegevenstype van de bestemming, inclusief het partnummer. Selecteer het veld met de
bestemmingsinstelling met de cursorknop [<] en selecteer het gegevenstype met de draaiknop [DATA].

Bulk

Instellingen: common, part 1 t/m 16
OPMERKING Als het gegevenstype van de bron of bestemming is ingesteld op 'common', wordt de andere waarde automatisch ook
ingesteld op 'common' omdat Common-gegevens niet kunnen worden gekopieerd naar partgegevens en andersom.
En als het type is ingesteld op Part-gegevens, wordt het type van het andere veld automatisch ingesteld op Part 1.

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

Bulk
Met deze functie kunt u alle bewerkte parameterinstellingen voor de momenteel geselecteerde performance,
waaronder de bewerkte voicegegevens van Parts 1 t/m 16, naar een computer of een ander MIDI-apparaat verzenden
om de gegevens te archiveren.
Selecteer '04:Bulk' en druk op [ENTER]. Druk in de volgende bevestigingsdisplay op [INC/YES] om de
bulkdumphandeling uit te voeren.
OPMERKING Voor het uitvoeren van Bulk Dump moet u het juiste MIDI-apparaatnummer instellen, met de volgende bewerking:
[UTILITY]  Selecteer '02:MIDI' met de cursorknoppen [u]/[d]  [ENTER]  Selecteer 'DeviceNo' met de
cursorknoppen [u]/[d]  Selecteer 'DeviceNo'-waarde met de draaiknop [DATA].

MX49/MX61 Naslaggids

55

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Performance Store (performance opslaan)

Performance Play

Bediening

Druk op [STORE] in een van de Performance-displays (behalve een Voice Edit-display)  Selecteer
de opslagbestemming  Druk op [ENTER]  Druk op [INC/YES]

Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit

Met deze handeling slaat u de geselecteerde performance op. De bewerkte voice wordt echter niet met de
performance opgeslagen. Nadat de voice is opgeslagen, keert u naar de bovenste display van de
bestemmingsperformance terug.

Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff

LET OP

Master EQ

Als de handeling Performance Store wordt uitgevoerd terwijl de voice is gewijzigd en nog niet is opgeslagen, wordt de bewerkte
voice gewist en gaan bewerkingen in de voice verloren. Sla belangrijke voicegegevens daarom op als een gebruikersvoice
(pagina 53) voordat u een performance opslaat.

Arp Switch
Algemeen
Name

STORE*Performance
* 001(A01):MXCategory
1

Part Edit
Modus Play
Filter/EG
Arp Select

2

Receive Switch

1 Performancenummer

Voice Edit

Hiermee selecteert u het performancenummer als de opslagbestemming.

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff

Instellingen: 001 – 128

Voice LFO

2 Performancenaam
Geeft de performancenaam aan van het geselecteerde performancenummer. Nadat de opslag is voltooid, verandert de
naam in de naam die u in de display Performancenaam hebt ingevoerd (pagina 46).

Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name
Voice Job
Voice Store (voice
opslaan)

Aanvullende informatie

Performance Job
Initialiseren

Functies van knop [A] t/m [D]

Recall
Copy

Als de knop [PART 1-2 LINK] is ingeschakeld (lampje brandt):

Bulk

De functies van knop [A] t/m [D] worden toegepast op zowel part 1 als part 2.

Performance Store
(performance opslaan)

Als het 1e lampje is ingeschakeld:

Aanvulling
Informatie

Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

A

CUTOFF ("Cutoff" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

B

RESONANCE ("Resonance" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke
parameters)

-64 – +63

pagina 45

C

CHORUS ("ChoSend" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

0 – 127

pagina 45

D

REVERB ("RevSend" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

0 – 127

pagina 45

Als het 2e lampje is ingeschakeld:
Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

A

ATTACK ("Attack" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

B

DECAY ("Decay" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

C

SUSTAIN ("Sustain" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 45

D

RELEASE ("Release" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

-64 – +63

pagina 46

MX49/MX61 Naslaggids

56

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Performance

Als het 3e lampje is ingeschakeld:
Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

A

VOLUME ("Volume" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke
parameters)

0 – 127

pagina 46

B

PAN ("Pan" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

L63 – C – R63

pagina 46

C

ASSIGN1 ("Assign 1" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke
parameters)

-64 – +63

pagina 46

ASSIGN2 ("Assign 2" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke
parameters)

-64 – +63

D

Performance Play
Performance Select
Performance Part Select
Performance Edit
Common Edit
Chorus Eff
Reverb Eff

pagina 46

Master EQ
Arp Switch
Algemeen

Als de knop [PART 1-2 LINK] is uitgeschakeld (lampje brandt niet):
De functies van de knoppen [A] – [D] worden alleen toegepast op de geselecteerde part

Name

Part Edit
Modus Play
Filter/EG

Als het 1e lampje is ingeschakeld:

Arp Select
Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

Receive Switch

Voice Edit
A

CUTOFF ("Cutoff" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

B

RESONANCE ("Resonance" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

C

CHORUS ("ChoSend" in Part Edit)

0 – 127

pagina 47

D

REVERB ("RevSend" in Common Edit, bewerking gemeenschappelijke parameters)

0 – 127

pagina 47

Voice Insert Eff /
DrumKit Insert Eff
Voice LFO
Voice Ctrl Set /
DrumKit Ctrl Set
Voice Name /
DrumKit Name

Als het 2e lampje is ingeschakeld:
Knop

Voice Job
Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

Voice Store (voice
opslaan)

Performance Job
A

ATTACK ("AEG Attack" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

B

DECAY ("AEG Decay" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

Recall

C

SUSTAIN ("AEG Sustain" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

Copy

D

RELEASE ("AEG Release" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

Initialiseren

Bulk

Performance Store
(performance opslaan)
Aanvulling
Informatie

Als het 3e lampje is ingeschakeld:
Knop

Parameter

Instellingen

Pagina in
naslagwerk

A

VOLUME ("Volume" in Part Edit)

0 – 127

pagina 47

B

PAN ("Pan" in Part Edit)

L63 – C – R63

pagina 47

C

ASSIGN1 ("Assign 1" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

D

ASSIGN2 ("Assign 2" in Part Edit)

-64 – +63

pagina 48

MX49/MX61 Naslaggids

57

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Instelling voor song/patroon

Instellingen voor song/patroon

Song
In deze sectie worden de parameters voor song- en ritmepatronen beschreven. U kunt de song of het patroon dat in
deze display is opgeroepen afspelen door op de knop [R/K] (Play/Pause) te drukken en het afspelen stoppen door op
de knop [J] (Stop) te drukken.

Patroon

Song
MIDI-gegevens (SMF) en audiogegevens (WAV-bestanden) in het USB-flashgeheugen dat op dit instrument is
aangesloten, kunnen als een song op dit instrument worden afgespeeld.

Bediening

Druk op [EXT. SONG]  Bewerk parameters in display Song

SONG**********001:01
a**File=MYSONG01.MID
SONG**********001:01
s*****WAV*Volume=100

1
2

3

1 Locatie van song afspelen
Geeft de afspeellocatie van de geselecteerde song weer. Als de geselecteerde song uit MIDI-gegevens bestaat,
worden maat en tel aangegeven. Als de geselecteerde song uit audiogegevens bestaat, worden minuten en seconden
aangegeven.

2 File
Hiermee selecteert u een gewenste song uit de MIDI-gegevens en audiogegevens in het USB-flashgeheugen dat op dit
instrument is aangesloten.
OPMERKING Alleen SMF MIDI-gegevens met format 0 kunnen op dit instrument worden afgespeeld.
OPMERKING Alleen 44,1kHz/16-bits stereo WAV-bestand audiogegevens kunnen worden gebruikt voor afspelen op dit instrument.

3 WAV Volume
Hiermee past u het volume van de audiogegevens aan. Deze parameter is gekoppeld aan dezelfde parameter van
de display Utility General (pagina 64).
Instellingen: 0 – 127

MX49/MX61 Naslaggids

58

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Instelling voor song/patroon

Patroon
Vanuit deze display kunnen de diverse interne ritmepatronen van het instrument worden afgespeeld.

Song
Patroon

Bediening

Druk op [PATTERN]  Bewerk parameters in display Pattern

PATTERN*****01:01/04
aElct:132:Ambient

1
2

1 Locatie en lengte voor patroon afspelen
2 Gemeenschappelijke parameters
Op elke pagina wordt één parameter aangegeven die kan worden bewerkt.

Parameter
Patrooncategorie
Patroonnummer
Patroonnaam

Omschrijving
Hiermee selecteert u de categorie en het nummer van het geselecteerde patroon. Nadat u de cursor
met de cursorknoppen [<]/[>] naar de categorie- of nummeraanduiding hebt verplaatst, selecteert
u een patroon door de categorie of het nummer te wijzigen.
Instellingen: Categorie.... Rock, R&B, Elct, Jazz, Wrld, Orch
Nummer ..... is afhankelijk van de categorie

Voicecategorie
Voicenummer
Voicenaam

Bepaalt welke voice voor het ritmepatroon wordt gebruikt. Als het ritmepatroon wordt gewijzigd, wordt deze
parameter automatisch ingesteld op de juiste drumvoice voor het ritmepatroon. Deze voice is standaard
ingesteld als de voice van part 10 van de geselecteerde performance.
Instellingen: Raadpleeg de 'Voicelijst' in het PDF-document 'Datalijst'.

Volume

Om het patroonvolume aan te passen. Deze parameter is gekoppeld aan de parameter 'Volume' van part 10.
Instellingen: 0 – 127

Pan

Hiermee bepaalt u de stereopanpositie van het patroon. Deze parameter is gekoppeld aan de parameter
'Pan' van part 10.
Instellingen: L63 (uiterst links) – C (midden) – R63 (uiterst rechts)

ChoSend
(Chorus Send,
naar Chorus zenden)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van signaal dat wordt verzonden naar het Chorus-effect. Deze
parameter is gekoppeld aan de parameter 'ChoSend' van part 10.

RevSend
(Reverb Send,
Reverb-zend)

Hiermee bepaalt u het zendniveau van signaal dat wordt verzonden naar het reverbeffect. Deze parameter
is gekoppeld aan de parameter 'RevSend' van part 10.

AutoKeyOnStart

Hiermee bepaalt u of het ritmepatroon onmiddellijk wordt afgespeeld als u op een noot op het keyboard
drukt. Als u overschakelt naar een performance waarvoor 'AutoKeyStart' is ingesteld op 'on', begint het
lampje van de knop [R/K] (Play/Pause) langzaam te knipperen en wordt het ritmepatroon afgespeeld
zodra u het keyboard begint te bespelen.

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: 0 – 127

Instellingen: off, on

MX49/MX61 Naslaggids

59

Performance

Song/Pattern

File

Utility

File
De display File biedt tools voor het overbrengen van gegevens (zoals voice- en speelgegevens) tussen de MX49/MX61
en een USB-flashgeheugen dat is aangesloten op de aansluiting USB [TO DEVICE]. Druk op [EXIT] (afsluiten) als u
vanuit een File-display naar de display Performance wilt terugkeren.

Remote

File
Display File
Save
Load
Rename

Terminologie in de bestandsverwerking

Delete

Bestand

Memory Info

Format

De term 'bestand' wordt gebruikt om een reeks gegevens te definiëren die op een USB-flashgeheugen of een harddisk
van een computer zijn opgeslagen. Net als bij een computer kunnen alle gegevens van het gebruikersgeheugen,
waaronder gebruikersvoices en performances die op de MX49/MX61 zijn gemaakt, als een bestand worden behandeld
en op een USB-flashgeheugen worden opgeslagen. Elk bestand heeft een bestandsnaam en -extensie.

Bestandsnaam
Net als bij een computer kunt u een naam aan het bestand toewijzen. Hiervoor gaat u naar de display File.
De bestandsnaam kan maximaal acht alfabetische en numerieke tekens op de display van de MX49/MX61 bevatten.
U kunt geen bestanden met dezelfde naam in dezelfde directory opslaan.

Extensie
De drie letters die volgen op de bestandsnaam (na de punt), zoals '.mid' en '.wav', worden de 'extensie' genoemd.
De extensie duidt het bestandstype aan en deze kunt u niet wijzigen via het paneel van de MX49/MX61.

Bestandsgrootte
Deze term verwijst naar de hoeveelheid geheugen die het bestand in beslag neemt. De bestandsgrootte wordt bepaald
door de hoeveelheid gegevens die in het bestand is opgeslagen. De bestandsgrootte wordt aangegeven met de
conventionele computertermen: B (byte), kB (kilobyte), MB (megabyte) en GB (gigabyte). 1 kB komt overeen met
1024 bytes, 1 MB komt overeen met 1024 kB en 1 GB komt overeen met 1024 MB.

Directory (Dir)
Dit is een organisatiekenmerk op een gegevensopslagapparaat (zoals een USB-geheugen) waarmee
u gegevensbestanden kunt groeperen op basis van hun type of toepassing. Directory’s kunnen in hiërarchische
volgorde worden genest voor het ordenen van gegevens. In dat opzicht is een 'directory' hetzelfde als een map op
een computer. Directorynamen hebben echter geen extensie.

Rootdirectory
De bovenste locatie van alle mappen (die wordt opgeroepen als u de geheugenlocatie voor het eerst opent) wordt
'rootdirectory' genoemd.

Formatteren
Het initialiseren van een USB-flashgeheugen wordt 'formatteren' genoemd. Bij het formatteren worden alle gegevens
van het doelgeheugenapparaat onherroepelijk gewist.

Opslaan/laden
'Opslaan' (Save) betekent dat de gegevens die op de MX49/MX61 zijn gemaakt als een bestand op een
USB-flashgeheugen worden opgeslagen. 'In het geheugen opslaan' betekent dat de gegevens die op de MX49/MX61
zijn gemaakt in het interne geheugen worden opgeslagen. 'Laden' betekent dat het bestand op het externe
USB-flashgeheugen in het interne geheugen wordt geladen.

MX49/MX61 Naslaggids

60

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

File

Display File

Display File

Bediening

Druk op [FILE]  Selecteer gewenste display om met cursorknoppen [u]/[d] te bewerken  Druk
op [ENTER]  Bewerk parameters in geselecteerde display

Save
Load
Rename
Delete

Save

Format

Alle gegevens in dit interne gebruikersgeheugen (flash-ROM) van de synthesizer worden als één bestand behandeld
(bestand 'All': extensie '.X5A') en kunnen in deze display in het USB-flashgeheugen worden opgeslagen.
Parameter

Memory Info

Omschrijving

Name
(bestandsnaam)

Is de bestandsnaam waaronder het bestand in het USB-flashgeheugen wordt opgeslagen. U kunt de cursor
met de cursorknoppen [<]/[>] naar de gewenste locatie verplaatsen en het letterteken bepalen met de
draaiknop [DATA]. De namen kunnen maximaal acht alfabetische en numerieke tekens bevatten.

Load
Bestanden in het USB-flashgeheugen kunnen in het interne geheugen worden geladen.
OPMERKING Als het bestand 'All' van de MX49/MX61 niet in de rootdirectory van het USB-flashgeheugen staat, wordt de foutmelding 'File not found' (Bestand niet gevonden) op de display weergegeven en wordt onderstaande display Load niet
weergegeven.

FILE*Load
*******File=STAGE_01
[EXIT] (afsluiten)

1

[ENTER]

FILE*Load
Type=************All

2

1 File
Hiermee selecteert u het bestand dat u wilt laden. Alleen een 'All'-bestand van de MX49/MX61 dat in de rootdirectory
van het USB-flashgeheugen is opgeslagen, kan worden geladen. Druk na het selecteren van een bestand op [ENTER]
om de display te openen waarin u het te laden bestandstype kunt selecteren.

2 Type
Bepaalt welk specifiek gegevenstype vanuit één bestand wordt geladen. Druk na het selecteren van het type
op [ENTER]. Welke display nu wordt geopend, is afhankelijk van het geselecteerde type.
Instellingen: De volgende bestandstypen kunnen worden geladen.

Parameter

Omschrijving

All

Een 'All'-bestand (extensie '.X5A'), opgeslagen in USB-flashgeheugen, kan worden geladen en worden
teruggezet op het instrument.

All without Sys
(All zonder
systeeminstellingen)

Alle gegevens, met uitzondering van de systeeminstellingen in de display Utility, in een 'All'-bestand
(extensie '.X5A') dat in USB-flashgeheugen is opgeslagen, kan worden geladen.

MX49/MX61 Naslaggids

61

Performance

Song/Pattern

Parameter
Performance

File

Utility

Remote

File

Omschrijving
Een opgegeven performance in een 'All'-bestand dat in het USB-flashgeheugen is opgeslagen kan apart
worden geselecteerd en in het instrument worden geladen. Als u dit bestand selecteert en op de knop
[ENTER] drukt, worden de display 'Src Performance' (om de te laden performance te selecteren) en de
display 'Dst Performance' (om de bestemming van de performance te selecteren) geopend. Druk op
[ENTER] nadat u in elke display de gewenste instellingen hebt opgegeven.

Display File
Save
Load
Rename
Delete

OPMERKING
De geladen gegevens zijn speelgegevens en bevatten geen gebruikersvoices.

Format
Memory Info

Src*Performance
001(A01):MXCategory
[EXIT] (afsluiten)

[ENTER]

Dst*Performance
003(A03):Sirius
[EXIT] (afsluiten)

[ENTER]

q**Are*you*sure?***w
e****[NO]/[YES]**** r

Rename
Hiermee verandert u de naam van het hier geselecteerde bestand.

FILE*Rename
******File=STAGE_01
[EXIT] (afsluiten)

[ENTER]

FILE*Rename
*****Name=[STAGE_01]
[EXIT] (afsluiten)

1

2

[ENTER]

q**Are*you*sure?***w
e****[NO]/[YES]**** r
1 File
Hiermee selecteert u het bestand waarvan u de naam wilt wijzigen. U kunt alleen bestanden selecteren die in de
rootdirectory van het USB-flashgeheugen zijn opgeslagen. Druk na de selectie op [ENTER] om de display te openen
waarin u de naam van het bestand invoert.

2 Name
Bepaalt de naam van het geselecteerde bestand. U kunt namen van bestanden wijzigen met maximaal acht
alfabetische en numerieke tekens. Als de bestandsnaam spaties bevat of andere tekens die niet compatibel zijn met
dit instrument, is het mogelijk dat de hele bestandsnaam onleesbaar wordt weergegeven. In dat geval moet u de naam
van het bestand wijzigen met geldige tekens.

MX49/MX61 Naslaggids

62

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

File

Delete
Hiermee verwijdert u een bepaald bestand dat in de rootdirectory van het USB-flashgeheugen is opgeslagen. Nadat u
het gewenste bestand hebt geselecteerd, drukt u op [ENTER] om de verwijderhandeling uit te voeren.

Display File
Save
Load
Rename

Format

Delete

Hiermee formatteert u het USB-flashgeheugen dat op het instrument is aangesloten. Voordat u een nieuw USBflashgeheugen met de MX49/MX61 kunt gebruiken, moet u het eerst formatteren. Selecteer '05:Format' in de bovenste
display File en druk op [ENTER] om de bevestigingsdisplay weer te geven. Druk vervolgens op [INC/YES] om de
formatteringshandeling uit te voeren.

Format
Memory Info

LET OP
Als u het apparaat formatteert, worden alle eerder opgeslagen gegevens verwijderd. Controleer daarom vooraf of het apparaat
belangrijke gegevens bevat.

Memory Info (geheugeninformatie)

FILE*Memory*Info
Free=867.9MB/955.0MB

1

1 Free
Hiermee wordt de totale hoeveelheid en de hoeveelheid vrij geheugen weergegeven voor het momenteel herkende
USB-flashgeheugen.

MX49/MX61 Naslaggids

63

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Utility

Utility

Algemeen

In de display Utility kunt u parameters instellen die van toepassing zijn op het gehele systeem van de MX49/MX61. Druk
op [EXIT] (afsluiten) als u na het opgeven van instellingen naar de display Performance wilt terugkeren.

Bediening

Druk op [UTILITY]  Selecteer display die u wilt bewerken met de cursorknoppen [u]/[d]  Druk op
[ENTER]  Bewerk parameters in geselecteerde display

MIDI
Regelaars
Remote

Utility Job
QuickSetup
Factory Set
(fabrieksinstellingen)

General

Versie
Parameter
MasterVolume

Omschrijving
Hiermee wordt het totaalvolume van het instrument bepaald.
Instellingen: 0 – 127

Note Shift

Hiermee wordt de hoeveelheid (in halve noten) bepaald waarin de toonhoogte van alle noten wordt
verschoven.
Instellingen: -24 – +0 – +24

Tune
(Master Tune,
totaalstemming)

Hiermee wordt de fijnregeling van het totaalgeluid van de MX49/MX61 (in stappen van 0,1 cent) bepaald.
Instellingen: -102,4 (414,7 Hz) – +0,0 (440,0 Hz) – +102,3 (466,8 Hz)
OPMERKING
De frequentie van de basistoonhoogte (noot A3) is 440 Hz. Een verhoging van 3 of 4 cent komt overeen met
een frequentieverhoging van ongeveer 1 Hz.

DirectMonitor
(Schakelaar Direct
Monitor)

Als u dit instrument met een computer gebruikt, bepaalt deze of het audiosignaal van dit instrument al dan
niet wordt uitgevoerd naar de aansluitingen OUTPUT [L/MONO]/[R] en de aansluiting [PHONES] (Direct
Monitoring). Stel deze parameter in op 'off' als u alleen het geluid wilt horen dat via de aansluiting USB [TO
HOST] terugkeert van de computer. U kunt deze instelling gebruiken als u een VST-plug-ineffect (op de
computer) wilt toepassen op het geluid van het instrument.
Instellingen: off, on

DAW Level

Hiermee kunt u het volumeniveau aanpassen van de audiogegevens van de aansluiting USB [TO HOST].
Instellingen: 0 – 127

WAV Volume

Hiermee kunt u het volumeniveau aanpassen van de audiogegevens van het USB-flashgeheugen.
Deze parameter is gekoppeld aan dezelfde parameter van de display Song (pagina 58).
Instellingen: 0 – 127

Octaaf
(Octave shift,
octaafverschuiving)

Bepaalt met hoeveel octaven het bereik van het keyboard wordt verhoogd of verlaagd. Deze parameter is
gekoppeld aan de knoppen OCTAVE [-]/[+] op het bedieningspaneel.

Transpose

Hiermee wordt bepaald met hoeveel halve tonen het bereik van het keyboard wordt verhoogd of verlaagd.

Instellingen: -3 – +0 – +3

Instellingen: -11 – +0 – +11
OPMERKING
Als u buiten de nootbereiklimieten (C-2 en G8) transponeert, worden noten in de aangrenzende octaven
gebruikt.
VelCurve
(Velocity Curve,
aanslagcurve)

Bepaalt hoe de werkelijke aanslag wordt gegenereerd en verzonden in overeenstemming met de aanslag
(sterkte) waarmee u noten op het keyboard speelt.
Instellingen: norm, soft, hard, wide, fixed
norm (normaal) .... Deze lineaire 'curve' zorgt ervoor dat de sterkte waarmee u op het keyboard speelt
(aanslag) rechtstreeks van invloed is op de werkelijke geluidswijziging.
soft ...................... Deze curve zorgt voor een toegenomen respons, met name voor lagere
aanslagsnelheden.
hard..................... Deze curve vermindert feitelijk de totale respons in vergelijking met de 'norm'-curve.
wide .................... Deze curve accentueert uw speelsterkte door lagere aanslagsnelheden te produceren
als u zachter speelt en hogere (luidere) aanslagsnelheden als u harder speelt. Op die
manier breidt deze instelling het dynamisch bereik uit daadwerkelijk uit.
fixed .................... Deze instelling zorgt voor dezelfde hoeveelheid geluidswijziging (ingesteld in
'FixedVelocity' hieronder), ongeacht de speelsterkte. De aanslag van de noten die
u speelt wordt gefixeerd op de waarde die hier wordt ingesteld.

FixedVelocity

Bepaalt de aanslagwaarde voor bovengenoemde 'vaste' instelling van de aanslagcurve. Deze kan worden
gebruikt om een gefixeerde aanslag naar de toongenerator te versturen, ongeacht hoe hard of hoe zacht
u het keyboard bespeelt. Deze parameter is alleen beschikbaar als u bovengenoemde aanslagcurve instelt
op 'fixed'.
Instellingen: 1 – 127

LCD Contrast

Hiermee past u het contrast van de LCD-display aan.
Instellingen: 1 – 8
OPMERKING
U kunt het LCD-contrast ook aanpassen door [UTILITY] ingedrukt te houden en op [INC/YES]/[DEC/NO]
te drukken.

MX49/MX61 Naslaggids

64

Performance

Song/Pattern

Parameter
KnobFuncDispSw
(schakelaar voor
functiedisplay Knob)

File

Utility

Omschrijving
Bepaalt of de functiedisplay Knob (waarin de functies van de knoppen [A] t/m [D] en hun instellingen
worden weergegeven) wordt opgeroepen door op de knop [KNOB FUNCTION] te drukken.
Instellingen: Instellingen: off, on

Remote

Utility
Algemeen
MIDI
Regelaars
Remote

*Cut**Rez**Cho**Rev
+
(+34)*:00***40***12
De functiedisplay Knob wordt weergegeven als op [KNOB FUNCTION] wordt gedrukt.

Utility Job
QuickSetup
Factory Set
(fabrieksinstellingen)
Versie

KnobDispTime
(schakelaar voor
functiedisplay Knob)

Hiermee wordt bepaald of de functiedisplay Knob wordt weergegeven als u de knoppen bedient, en hoe
lang de display wordt weergegeven.
Instellingen: off, 1 sec, 1.5 sec, 2 sec, 3 sec, 4 sec, 5 sec, keep
off ..................... Als deze instelling wordt geselecteerd, wordt de display niet opgeroepen, zelfs niet als u
de knoppen bedient.
1 sec – 5 sec.... Als u aan een van de knoppen draait, wordt de display gedurende 1 tot 5 seconden
weergegeven, waarna het automatisch wordt gesloten.
keep ................. Als de knop wordt bediend, wordt de display weergegeven totdat u op een knop drukt.

q**Common*Cutoff***w
e*******(+15)******r
De functiedisplay Knob wordt weergegeven als u de knoppen bedient.
StartUp

Bepaalt de standaardinschakelperformance, zodat u kunt selecteren welke performance automatisch wordt
opgeroepen als u het instrument aanzet.
Instellingen: 1 -128

AutoOff
(automatische
uitschakeltijd)

Bepaalt hoe veel tijd er verstrijkt voordat het instrument automatisch wordt uitgeschakeld als het gedurende
een opgegeven duur niet is gebruikt. De standaardinstelling is '30min'.
Instellingen: off (hiermee wordt Auto Power Off uitgeschakeld), 5min, 10min, 15min, 30min, 60min, 120min
(minuten)
OPMERKING
U kunt deze parameter ook op 'off' zetten door de laagste toets op het keyboard ingedrukt te houden terwijl
u het instrument aanzet. Met deze handeling blijft de instelling 'off' ook behouden als het instrument
wordt uitgezet.

MIDI
Parameter
MIDI IN/OUT

Omschrijving
Bepaalt welke fysieke invoer-/uitvoeraansluitingen worden gebruikt voor het ontvangen/verzenden
van MIDI-gegevens.
Instellingen: MIDI, USB
OPMERKING
De bovenstaande twee typen aansluitingen kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt. Er kan maar één
aansluiting tegelijkertijd worden gebruikt om MIDI-gegevens te verzenden/ontvangen.

LocalCtrl
(lokalebesturingsschakelaar)

Bepaalt of de toongenerator van het instrument al dan niet reageert als u op het keyboard speelt. Normaal
gesproken moet deze parameter zijn ingesteld op ‘on’ omdat u het geluid van de MX49/MX61 wilt horen als
u het instrument bespeelt. Zelfs als deze parameter op 'off' is ingesteld, worden de gegevens verzonden via
MIDI. Het interne toongeneratorblok reageert bovendien op berichten die via MIDI worden ontvangen.
Instellingen: off (niet aangesloten), on (aangesloten)

BankSel
(Bank Select,
bankselectie)

Bepaalt of op dit instrument bankselectieberichten kunnen worden verzonden en ontvangen. Als deze
schakelaar op 'on' wordt ingesteld, reageert deze synthesizer op binnenkomende bankselectieberichten
en verzendt deze ook de juiste bankselectieberichten (als het bedieningspaneel wordt gebruikt).
Instellingen: off, on

PgmChange
(programmawijziging)

Bepaalt of op dit instrument programmawijzigingsberichten kunnen worden verzonden en ontvangen.
Als deze schakelaar op 'on' wordt ingesteld, reageert deze synthesizer op binnenkomende
programmawijzigingsberichten en verzendt deze ook de juiste programmawijzigingsberichten (als het
bedieningspaneel wordt gebruikt).
Instellingen: off, on

MX49/MX61 Naslaggids

65

Performance

Song/Pattern

Parameter
CtrlReset
(Controller Reset, reset
van besturingen)

File

Utility

Utility

Omschrijving
Bepaalt de status van de regelaars (modulatiewiel, voetregelaar, knoppen enzovoort) als u schakelt tussen
voices. Als deze parameter op 'hold' is ingesteld, behouden de regelaars de huidige instelling. Als deze
parameter op 'reset' is ingesteld, wordt de standaardtoestand van de regelaars hersteld (zie onder).
Instellingen: hold, reset
Als u 'reset' selecteert, worden de regelaars op de volgende toestand/positie teruggezet. De functies voor
regelaars die niet beschikbaar zijn op het instrument zelf (zoals aftertouch, lintcontroller en breathcontroller),
kunnen worden ingeschakeld door het bijbehorende MIDI-besturingsnummer vanuit een externe MIDIbesturing te verzenden.

MIDI Sync

Remote

Algemeen
MIDI
Regelaars
Remote

Utility Job
QuickSetup

Pitchbend

Midden

Lintcontroller

Midden

Factory Set
(fabrieksinstellingen)

Modulatiewiel

Minimum

Breathcontroller

Maximum

Versie

Aftertouch

Minimum

Toewijsbare functie

uit

Voetregelaar

Maximum

Expressie

Maximum

Voetschakelaar

uit

Bepaalt of het afspelen in de modi Song/Pattern/Arpeggio wordt gesynchroniseerd met de interne clock van
het instrument of met een externe MIDI-clock.
Instellingen: internal, external, auto
internal..... Synchronisatie met de interne clock. U kunt deze instelling gebruiken als de toongenerator alleen
moet worden gebruikt of als de master-clockbron voor andere apparatuur.
external.... Synchronisatie met een MIDI-clock die via MIDI wordt ontvangen van een extern MIDI-instrument.
U kunt deze instelling gebruiken als u een externe sequencer als master wilt gebruiken.
auto.......... Als de MIDI-clock ononderbroken wordt verzonden vanaf een extern MIDI-apparaat of een
computer, wordt de interne clock van de MX49/MX61 automatisch uitgeschakeld en wordt de
MX49/MX61 gesynchroniseerd met de externe clock. Als de MIDI-clock niet wordt verzonden
vanaf het extern MIDI-apparaat of de computer, wordt de interne clock van de MX49/MX61
voortdurend gesynchroniseerd met het laatst ontvangen tempo van het extern MIDI-apparaat of
de computer (DAW-software). Deze instelling is handig als u wilt omschakelen tussen het gebruik
van de externe en interne clock.
OPMERKING
Als u de MX49/MX61 zo instelt dat het afspelen van songs/patronen/arpeggio's wordt gesynchroniseerd met
een externe MIDI-clock, moet u de apparaten zo instellen dat de MIDI-clock van de DAW-software of het
extern MIDI-apparaat goed aan de MX49/MX61 wordt verzonden.

ClockOut
(MIDI Clock Out)

Bepaalt of MIDI-clockberichten (F8) via MIDI worden verzonden via de aansluiting MIDI OUT/USB.

SeqCtrl
(Sequencer Control)

Bepaalt of sequencerbesturingssignalen, zoals start, continue en stop, worden ontvangen en/of verzonden
via MIDI.

Instellingen: off, on

Instellingen: off, in, out, in/out
off............. Niet verzonden/herkend.
in.............. Herkend maar niet verzonden.
out............ Verzonden maar niet herkend.
in/out........ Verzonden/herkend.
BasicCh
(Basic Channel,
basiskanaal)

Bepaalt het MIDI-zend-/ontvangstkanaal voor een hele performance.
Instellingen: 1 - 16, off
OPMERKING
Het MIDI-zend-/ontvangstkanaal voor part 1 t/m 16 is vastgesteld op 1 t/m 16, ongeacht de instelling van
'BasicCh'.

DeviceNo.
(apparaatnummer)

Bepaalt het MIDI-apparaatnummer. Dit nummer moet overeenkomen met het apparaatnummer van het
extern MIDI-apparaat als bulkgegevens, parameterwijzigingen of andere systeemeigen berichten worden
verzonden/ontvangen.
Instellingen: 1 – 16, all, off

RcvBulk
(schakelaar Receive
Bulk)

Bepaalt of bulkdumpgegevens al dan niet kunnen worden ontvangen.

BulkInterval
(Bulk Dump Interval,
bulkdumpinterval)

Bepaalt de intervaltijd van de bulkdumpverzending als de functie Bulkdump wordt gebruikt of een
bulkdumpverzoek is ontvangen.

Instellingen: protect (niet ontvangen), on (ontvangen)

Instellingen: 0 – 900 ms

MX49/MX61 Naslaggids

66

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Utility

Controllers
Bepaalt regelaartoewijzingsinstellingen die van toepassing zijn op het hele systeem van de MX49/MX61. U kunt MIDIbesturingswijzigingsnummers toewijzen aan de knoppen op het voorpaneel en aan de externe regelaars. U kunt
bijvoorbeeld de knoppen ASSIGN 1 en 2 gebruiken voor het regelen van de effectdiepte van twee verschillende
effecten, terwijl u met de voetregelaar modulatie kunt regelen. De toewijzingen van de besturingswijzigingsnummers
worden ook wel 'regelaartoewijzingen' genoemd.
OPMERKING De functies voor regelaars die niet beschikbaar zijn op het instrument zelf kunnen worden geregeld door het
bijbehorende MIDI-besturingsnummer vanuit een externe MIDI-besturing te verzenden.

Algemeen
MIDI
Regelaars
Remote

Utility Job
QuickSetup
Factory Set
(fabrieksinstellingen)

Parameter
FS Pedal
(Foot Switch Sustain
Pedal Select)

Omschrijving

Versie

Hiermee wordt bepaald welk model optionele voetschakelaar die is aangesloten op de aansluiting
[SUSTAIN] wordt herkend.
Als de FC3 wordt gebruikt:
Als u een optionele FC3 aansluit (die compatibel is met het halfdemperkenmerk) voor het produceren van
het speciale halfdempereffect (net als op een echte akoestische piano), moet u deze parameter instellen
op 'FC3 (Half on)'. Als u de halfdemperfunctie niet nodig hebt of wilt uitschakelen voor het gebruik van
een FC3, moet u deze parameter instellen op 'FC3 (Half off)'.
Als de FC4 of FC5 wordt gebruikt:
Selecteer 'FC4/5'. De FC4 en FC5 zijn niet compatibel met het halfdemperkenmerk.
Instellingen: FC3 (Half on), FC3 (Half off), FC4/5
OPMERKING
Deze instelling is echter niet noodzakelijk voor het besturen van het halfdemperkenmerk via
besturingswijzigingsberichten vanaf een extern op dit instrument aangesloten MIDI-apparaat.

FS
(besturingsnummer
van voetschakelaar)

Bepaalt het besturingswijzigingsnummer dat wordt gegenereerd door een voetschakelaar die is
aangesloten op de aansluiting [SUSTAIN]. Onthoud dat als van een extern apparaat dezelfde MIDIbesturingswijzigingsberichten worden ontvangen als de berichten die hier zijn ingesteld, de interne
toongenerator op deze berichten reageert alsof de voetschakelaar van het instrument zelf is gebruikt.
Instellingen: off, 1 - 95, arp sw, play/stop, PC inc, PC dec, octave reset
OPMERKING
Als u deze parameter instelt op 'Play/Stop[, kan een FC4 of FC5 die op de aansluiting [SUSTAIN]
is aangesloten, worden gebruikt om de song of het patroon te starten en te stoppen. En door deze
parameter in te stellen op 'PC inc'/'PC dec' kan een FC4 of FC5 ook worden gebruikt om tussen
performances te schakelen. Onthoud dat de sustainfunctie in deze gevallen niet kan worden gebruikt.

AS1
(besturingsnummer
van Assign 1)
AS2
(besturingsnummer
van Assign 2)
FC1
(besturingsnummer
van voetregelaar 1)

Bepaalt het besturingswijzigingsnummer dat wordt gegenereerd als u de knoppen ASSIGN 1/2 gebruikt.
Onthoud dat als van een extern apparaat dezelfde MIDI-besturingswijzigingsberichten worden
ontvangen als de berichten die hier zijn ingesteld, de interne toongenerator op deze berichten reageert
alsof de knoppen ASSIGN 1/2 van het instrument zelf zijn gebruikt.
Instellingen: off, 1 – 95

Bepaalt welk besturingswijzigingsnummer wordt gegenereerd als u de voetregelaar gebruikt die
is verbonden met de aansluiting [FOOT CONTROLLER]. Houd er rekening mee dat als van een extern
apparaat dezelfde MIDI-besturingswijzigingsberichten worden ontvangen als de berichten die hier zijn
ingesteld, de interne toongenerator op deze berichten reageert alsof de voetregelaar van het instrument
zelf is gebruikt.
Instellingen: off, 1 – 95

FC2
(besturingsnummer
van voetregelaar 2)

Bepaalt het besturingswijzigingsnummer dat overeenkomt met voetregelaar 2 op een extern apparaat
dat is aangesloten op de MX49/MX61.

RB
(besturingsnummer
van lintcontroller)

Bepaalt het besturingswijzigingsnummer dat overeenkomt met een lintcontroller op een extern apparaat
dat is aangesloten op de MX49/MX61.

BC
(besturingsnummer
van breathcontroller)

Hiermee bepaalt u welk besturingswijzigingsnummer wordt gegenereerd als u een breathcontroller
gebruikt op een extern apparaat dat is aangesloten op de MX49/MX61.

AF1
(besturingsnummer
van toewijsbare functie 1)

Hiermee bepaalt u welk besturingswijzigingsnummer wordt gegenereerd als u toewijsbare
functieknoppen 1/2 gebruikt op een extern apparaat dat is aangesloten op de MX49/MX61.

Instellingen: off, 1 – 95

Instellingen: off, 1 – 95

Instellingen: off, 1 – 95

Instellingen: off, 1 – 95

AF2
(besturingsnummer
van toewijsbare functie 2)

MX49/MX61 Naslaggids

67

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Utility

Remote
In deze display worden de Remote-instellingen opgegeven. Als u in de modus Remote op [UTILITY] drukt, wordt
alleen deze display opgeroepen.

Algemeen
MIDI
Regelaars

Parameter

Omschrijving

DAW Select

Remote

Hier wordt de DAW-software ingesteld die door de MX49/MX61 moet worden bestuurd. U kunt de Remoteinstellingen automatisch oproepen door een DAW-type te selecteren.
Instellingen: Cubase, LogicPro, DigiPerf, SONAR

PrgChgMode
(programmawijzigings
modus)

Bepaalt welke berichten naar de computer worden verzonden als u de knoppen [INC/YES]/[DEC/NO] of de
draaiknop [DATA] bedient. Als 'PC' is geselecteerd worden programmawijzigingsberichten via
MIDI-poort 1 verzonden. Als 'remote' is geselecteerd, worden afstandsbedieningsberichten via MIDI-poort 2
verzonden. Als 'auto' is geselecteerd, schakelt deze parameter automatisch tussen het verzenden van
programmawijzigingsberichten via MIDI-poort 1 of het verzenden van afstandsbedieningsberichten via
MIDI-poort 2, afhankelijk van de DAW-software die in de modus Remote wordt bestuurd. De
afstandsbedieningsberichten kunnen alleen worden verzonden als de VSTi in Cubase wordt bestuurd in
de modus Remote.

Utility Job
QuickSetup
Factory Set
(fabrieksinstellingen)
Versie

Instellingen: remote, PC, auto
OPMERKING
Deze parameter wordt vast ingesteld op 'PC' als 'DAW Select' is ingesteld op een andere waarde dan
'Cubase'.

Utility Job
Druk op [UTILITY]  Druk op [JOB]  Selecteer de display die u wilt bewerken met de

Bediening

cursorknoppen [u]/[d]  Druk op [ENTER]  Bewerk parameters in geselecteerde display 
Druk op [ENTER]

QuickSetup
Met Quick Setup (snelle configuratie) kunt u meteen toepasselijke paneelinstellingen voor de sequencer oproepen
door handige vooraf ingestelde set-ups te selecteren waarmee u tegelijkertijd en onmiddellijk verschillende belangrijke
parameters met betrekking tot de sequencer kunt instellen. Druk na het opgeven van een instelling op [ENTER]
om de set-up uit te voeren. Hieronder vindt u een overzicht van de instellingen van elke vooraf ingestelde set-up.
Instellingen: St Alone (Stand Alone), DAW Rec (DAW Record), Arp Rec (Arpeggio Record)
St Alone

DAW Rec

Arp Rec

DirectMonitor (Direct Monitor Switch)

on

on

on

LocalCtrl (Local Control)

on

off

on

MIDI Sync

internal

auto

auto

Clock Out

on

off

off

MIDI Out (Arpeggio MIDI Output Switch)

on

off

on

MX49/MX61 Naslaggids

68

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

Utility

Factory Set
Als u in deze display op [ENTER] drukt, kunt u het gebruikersgeheugen van deze synthesizer (pagina 17) terugzetten
op de standaardfabrieksinstellingen (Factory Set). Bij het uitvoeren van FactorySet wordt de instelling 'PowerOn Auto'
automatisch in deze display opgeslagen.

Algemeen
MIDI
Regelaars
Remote

LET OP
Als de fabrieksinstellingen worden teruggezet, worden alle gebruikersvoice-, performance- en systeeminstellingen in Utility
gewist. Daarom moet u er op letten dat u niet per ongeluk onherstelbare gegevens overschrijft. Bovendien is het verstandig om
regelmatig een back-up van belangrijke gegevens te maken naar een USB-flashgeheugen, computer of ander apparaat.
OPMERKING Raadpleeg de Gebruikershandleiding voor instructies voor het uitvoeren van Factory Set.

Utility Job
QuickSetup
Factory Set
(fabrieksinstellingen)
Versie

JOB*Factory*Set
****PowerOn*Auto=off

1

1 PowerOn Auto (Power On Auto Factory Set)
Als deze parameter is ingesteld op 'on', worden de standaardfabrieksinstellingen in het gebruikersgeheugen
teruggezet als u het instrument inschakelt. Normaal is deze parameter ingesteld op 'off'.
Instellingen: off, on

LET OP
Als u 'PowerOn Auto' instelt op 'on' en een Factory Set (fabrieksinstellingen) uitvoert, wordt de functie Factory Set (fabrieksinstellingen) automatisch uitgevoerd als u het instrument inschakelt. Als u de parameter Auto Factory Set (automatische fabrieksinstellingen) instelt op 'off' en op de knop [ENTER] drukt, wordt de bewerking Factory Set (fabrieksinstellingen) niet uitgevoerd
als u het instrument de volgende keer inschakelt.

Version
Geeft de huidige versie van dit instrument en auteursrechten aan. De aanduiding 'Firm: *.**' in de rechterbenedenhoek
van de 1e display geeft de versie van het instrument weer.

JOB*Version
a
BBoot:1.00*Firm:1.00

MX49/MX61 Naslaggids

69

Performance

Song/Pattern

File

Utility

De modus Remote

De modus Remote
In de modus Remote kunt u DAW-software of VSTi (software-instrumenten) op afstand bedienen. Cubase, Logic Pro,
SONAR en Digital Performer zijn DAW-software die compatibel is met MX49/MX61. Bovendien beschikt de MX49/MX61
over 50 besturingssjablonen waarmee u veel populaire VSTi's op afstand kunt bedienen. Met deze besturingssjablonen
kunt u de gewenste functies voor uw favoriete VSTi toewijzen aan de knoppen [A] t/m [D] op de MX49/MX61. In de
display Remote kunt u aangeven welke functies zijn toegewezen aan de knoppen [A] t/m [D] voor de geselecteerde
besturingssjabloon, de waarde van de functies wijzigen, naar een andere besturingssjabloon schakelen enzovoort.
Deze sectie bevat uitleg over parameters die in de display Remote worden weergegeven en functies die kunnen
worden bewerkt.

Bediening

Remote

Display Remote
De functies van de knoppen
[A] t/m [D] verwisselen
De Een andere besturings
sjabloon gebruiken
Utility-instellingen

Druk op [DAW REMOTE]

OPMERKING Druk nogmaals op [DAW REMOTE] als u de modus Remote wilt beëindigen.
OPMERKING In de display Utility Remote (pagina 68) kunt u instellen welke DAW-software u wilt bedienen.
OPMERKING Zie de sectie 'Specificaties' in de Gebruikershandleiding voor informatie over de versie van de DAW-software die compatibel is met de MX49/MX61.

Display Remote
Geeft de basisfuncties aan die zijn toegewezen aan knoppen [A] t/m [D].
Knop [A]

1

Knop [B]

2

j QC1 Cuto***
jQC2 Reso 2
j QC3 Bit***jQC4 Sub
Knop [C]

Knop [D]

1 Knopaanduiding
Geeft de huidige waarden van de parameters die aan knoppen [A] t/m [D] zijn toegewezen aan als grafische iconen.
Als een huidige waarde afwijkt van een knopaanduiding, is de knopaanduiding gemarkeerd. Als een aanduiding is
gemarkeerd, heeft een verplaatsing van de knop geen invloed op de waarde. Als u de knop voorbij de huidige waarde
verplaatst, heeft het verplaatsen van de knop invloed op de waarde en komt de knopaanduiding overeen met de
huidige waarde.

2 Parameternaam
Geeft de functies aan die zijn toegewezen aan knoppen [A] t/m [D]. Als u een knop verplaatst, wordt de waarde van de
toegewezen functie in de display weergegeven. Nadat een opgegeven tijd is verstreken, wordt de vorige display
opnieuw weergegeven. Stel [PART 1-2 LINK] in op On als u wilt dat de parameterwaarde altijd in de display wordt
weergegeven. Als u [PART 1- 2 LINK] instelt op Off, is automatisch terugkeren naar de vorige display mogelijk. Welke
functies aan de knoppen zijn toegewezen, is afhankelijk van de instelling 'Remote' of 'CC'. U kunt deze instelling
bepalen in de MX49/MX61 Remote Editor.
Als de MX49/MX61 wordt ingesteld op 'Remote'(alleen Cubase)
De VSTi-parameters van Cubase worden toegewezen aan knoppen [A] t/m [D] en de eerste acht tekens van de
parameters worden in de display weergegeven. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [DAW REMOTE] als u door
parameternamen wilt scrollen die uit meer dan acht tekens bestaan.
Door een knop te verplaatsen, verzendt u het MIDI-bericht naar poort 2. De parameter die aan de knop is toegewezen,
wordt vervolgens op de VSTi van Cubase gewijzigd. In dit geval wordt de parameterwaarde in de MX49/MX61-display
voor een opgegeven tijdsduur weergegeven.
Als de MX49/MX61 wordt ingesteld op 'CC'
Geeft het besturingswijzigingsnummer aan dat met knoppen [A] t/m [D] moet worden geregeld. Door een knop te
verplaatsen, verzendt u het besturingswijzigingsbericht naar poort 2 en wordt de functie van de VSTi in de DAWsoftware geregeld.
OPMERKING Als 'DAW Select' (pagina 68) is ingesteld op een andere waarde dan 'Cubase' of als 'MIDI IN/OUT' (pagina 65) is
ingesteld op 'MIDI', wordt de MX49/MX61 ingesteld op de instelling 'CC'.

MX49/MX61 Naslaggids

70

Performance

Song/Pattern

File

Utility

Remote

De modus Remote

De functies van de knoppen [A] t/m [D] verwisselen
Elke besturingssjabloon heeft drie sets met functies die zijn toegewezen aan knoppen [A] t/m [D]. Druk op
[KNOB FUNCTION] om naar een andere functieset te schakelen.

Display Remote
De functies van de knoppen
[A] t/m [D] verwisselen
De Een andere besturings
sjabloon gebruiken

Naar een andere besturingssjabloon schakelen
Gebruik de knop [KEYBOARD] of [PIANO] (vleugel) als u naar een andere besturingssjabloon van de MX49/MX61 wilt
schakelen. Door op [KEYBOARD]/[PIANO] te drukken, verhoogt of verlaagt u het sjabloonnummer. Als een opgegeven
tijd is verstreken nadat de display waarin u tussen sjablonen kunt schakelen, is weergegeven, wordt de vorige display
opnieuw weergegeven. Als de besturingssjabloon op de MX49/MX61 is gewisseld, wordt de sjabloon ook op de
Remote Editor gewisseld.

Utility-instellingen

Remote*Template
03:HALionSonicSE

OPMERKING Als Remote Tools op uw computer is geïnstalleerd en naar een andere VSTi op Cubase wordt geschakeld, wordt een
koppeling gemaakt met de besturingssjabloon op de MX49/MX61.
OPMERKING Als u de besturingssjabloon wilt bewerken of een nieuwe sjabloon wilt maken, moet u de MX49/MX61 Remote Editor
gebruiken. Bij het bewerken van de besturingssjabloon kunnen 50 besturingssjablonen, waaronder de bewerkte sjablonen, in het intern geheugen worden opgeslagen door in de modus Remote op de MX49/MX61 op [STORE] te drukken.

Utility-instellingen
Door in de modus Remote op [UTILITY] te drukken, roept u heel handig alleen de Utility-instellingen op die relevant zijn
voor de modus Remote. De parameters van deze display zijn gekoppeld aan de display Remote (pagina 68) van Utility.

U.R.G., Digital Musical Instruments Division
©2012 Yamaha Corporation
208LB-A0

MX49/MX61 Naslaggids

71



Source Exif Data:
File Type                       : PDF
File Type Extension             : pdf
MIME Type                       : application/pdf
PDF Version                     : 1.5
Linearized                      : Yes
Encryption                      : Standard V1.2 (40-bit)
User Access                     : Print, Copy, Fill forms, Extract, Assemble, Print high-res
Author                          : U.R.G., Digital Musical Instruments Division, Yamaha Corporation
Create Date                     : 2012:07:09 09:44:02Z
Modify Date                     : 2012:08:02 11:25:26+09:00
Subject                         : mx49mx61_nl_rm_a0
XMP Toolkit                     : Adobe XMP Core 4.2.1-c043 52.372728, 2009/01/18-15:08:04
Producer                        : Acrobat Distiller 9.0.0 (Windows)
Creator Tool                    : FrameMaker 10.0.1
Metadata Date                   : 2012:08:02 11:25:26+09:00
Format                          : application/pdf
Title                           : MX49/MX61 Reference Manual
Creator                         : U.R.G., Digital Musical Instruments Division, Yamaha Corporation
Description                     : mx49mx61_nl_rm_a0
Document ID                     : uuid:7db8464e-84fc-4304-bc47-19fd543c7f88
Instance ID                     : uuid:13e81fb9-752e-4a1b-a040-d5c618827dca
Page Layout                     : SinglePage
Page Mode                       : UseOutlines
Page Count                      : 71
EXIF Metadata provided by EXIF.tools

Navigation menu