Yamaha Cover PSR 195/79 195/PSR 79 Owner's Manual PSR195NL
User Manual: Yamaha PSR-195/PSR-79 Owner's Manual
Open the PDF directly: View PDF
.
Page Count: 43
| Download | |
| Open PDF In Browser | View PDF |
NEDERLANDSTALIGE HANDLEIDING VOORZORGSMAATREGELEN LEES ALLES ZORGVULDIG DOOR VOOR U VERDER GAAT * Bewaar deze voorzorgsmaatregelen op een veilige plaats voor later. WAARSCHUWING Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot: • • • Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit elkaar en modificeer het instrument niet. Het instrument bevat geen door de gebruiker te vervangen onderdelen. Als het instrument stuk schijnt te zijn, stop dan met het gebruiken van het instrument en laat het nakijken door gekwalificeerd Yamaha personeel. Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de buurt van water of natte omstandigheden, plaats geen voorwerpen op het instrument die vloeistoffen bevatten die in de openingen kunnen vallen. Als het snoer van de adaptor beschadigd is of stuk gaat, als er plotseling geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur of rook uit het instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk uitzetten, de stekker uit het stopcontact halen en het instrument na laten kijken door gekwalificeerd Yamaha personeel. • • • Gebruik alleen de gespecificeerde adaptor (PA-7G of aanverwante, door Yamaha aangeraden) adaptor. Het gebruik van een verkeerde adaptor kan schade veroorzaken aan het instrument, te wijten aan oververhitting. Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor u het instrument schoonmaakt. Haal nooit een stekker uit het stopcontact als u natte handen hebt. Controleer zo nu en dan de stroomstekker, en verwijder stof en viezigheid die zich verzamelt op de stekker. PAS OP! Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot: • • • • • • • • • • • • Plaats het stroomsnoer niet in de buurt van warmtebronnen zoals verwarming en kachels, verbuig of beschadig het snoer niet, plaats geen zware voorwerpen op het snoer, leg het snoer uit de weg, zodat niemand er op trapt, er over kan struikelen en zodat er geen zware voorwerpen over heen kunnen rollen. Als u de stekker uit het stopcontact haalt moet u altijd aan de stekker trekken, nooit aan het snoer. Aan het snoer trekken kan het beschadigen. Sluit het instrument niet aan op een stopcontact die een T-Plug bevat. Dit kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en het stopcontact oververhitten. Haal het instrument uit het stopcontact als u het lange tijd niet gebruikt, of tijdens onweer. De batterijen moeten in het instrument zitten volgens de +/- polariteit markeringen. Doet u dit verkeerd kan oververhitting, brand of lekkende batterijen het resultaat zijn. Vervang batterijen altijd tesamen. Meng geen oude en nieuwe batterijen. Meng ook geen verschillende soorten batterijen zoals alkaline en mangaan batterijen, batterijen van verschillende merken, of verschillende typen batterijen van dezelfde fabrikant, aangezien dit kan resulteren in oververhitting, brand of lekkende batterijen. Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische componenten moet u alle betreffende apparatuur uitzetten. Voordat u alle betreffende apparatuur aanzet moet u alle volumes op minimum zetten. Stel het instrument niet bloot aan overdreven schokken of stof, extreme koude of warme omstandigheden (zoals in direct zonlicht, bij de verwarming of in de auto) om verkleuren te voorkomen aan het paneel of schade aan de interne elektronica. Gebruik het instrument niet in de buurt van elektrische produkten zoals televisies, radio's of speakers, aangezien deze interferentie kunnen veroorzaken die de prestaties van de andere apparatuur kunnen beïnvloeden. Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar deze kan vallen. Verwijder alle kabels alvorens het instrument te verplaatsen. Gebruik bij het schoonmaken van het instrument een droge, schone doek. Gebruik geen oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemische schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij geen voorwerpen van vinyl op het instrument aangezien deze het paneel en het toetsenbord kunnen verkleuren. • • • • • • Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar iemand er overheen kan vallen. Verwijder alle kabels, aangesloten adaptor en andere kabels alvorens het instrument te verplaatsen. Gebruik een zachte droge doek bij het schoonmaken van het instrument. Gebruik geen verdunners, oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemische schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij ook geen voorwerpen van vinyl op plastic op het instrument, daar dit het paneel of toetsenbord kan verkleuren. Leun niet op, en plaats geen zware voorwerpen op het instrument, ga voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en aansluitingen. Gebruik alleen de standaard van dit instrument. Bij het bevestigen van de standaard moet u alleen gebruik maken van de meegeleverde schroeven. Doet u dit niet kan er schade ontstaan aan de interne componenten of er voorzorgen dat het instrument valt. Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel geluidsniveau aangezien dit permanent gehoorverlies op kan leveren. Als u gehoorverlies constateert of geruis in uw oren, neem dan contact op met een K.N.O.-arts. ■ USER DATA OPSLAAN Bewaar frequent gegevens op floppy disk, om te voorkomen dat u belangrijke data kwijtraakt door een bedieningsfout of stuk gaan van het apparaat. Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die is te wijten aan onzorgvuldig gebruik of modificaties die zijn aangebracht aan het instrument, of data die kwijt is geraakt of vernietigd. Doe het instrument altijd uit als u het niet gebruikt. Gooi batterijen niet zo maar weg, maar volg de lokale regels omtrent het weggooien van batterijen. 3 Gefeliciteerd met de aanschaf van de YAMAHA PSR-195/PSR-79 PortaTone! U bezit nu een draagbaar toetsenbord in een compact pakket die uitgerust is met geavanceerde functies, een fantastisch geluid heeft en buitengewoon gemakkelijk is in het gebruik. Deze kenmerken maken het een uitzonderlijk expressief en veelzijdig instrument. Lees deze Handleiding zorgvuldig door om optimaal gebruik te kunnen maken van de verschillende kenmerken bij het bespelen van uw nieuwe PortaTone. PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN 6 •Voorpaneel ...................................... 6 •Achterpaneel .................................. 8 OPSTELLEN 9 STROOMVOORZIENING ..................... 9 • Het Gebruik van de Adaptor ....... 9 • Het Gebruik van Batterijen ........... 9 DE STROOM INSCHAKELEN ............... 9 JACKS VOOR ACCESSOIRES .......... 10 MUZIEKSTANDAARD ......................... 10 OM TE BEGINNEN DE DEMOSONGS AFSPELEN 11 PANEEL DISPLAY INDICATIES 12 PORTABLE GRAND 13 HET GEBRUIK VAN DE METRONOOM 10 • De Metronoom Maatsoort Instellen .. 14 • Metronoomvolume Aanpassen ... 14 HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES DE VOICE MODE 15 EEN VOICE SELECTEREN EN BESPELEN . 15 • Percussie Voice Lijst (voices 90 en 100) ........................ 17 TRANSPONEREN EN STEMMEN ........ 18 • Transponeren (Transpose) ........... 18 • Stemmen (Tuning) ........................ 19 HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS DE SONG MODE 20 SONGS SELECTEREN EN AFSPELEN . 20 HET TEMPO WIJZIGEN ...................... 21 • Over de Beat Display .................. 22 HET SONG VOLUME AANPASSEN ... 23 4 ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ ○ Inhoudsopgave SONG KNOPPEN .............................. 24 A/B REPEAT (herhaling) ................... 24 MELODIE GIDS ................................. 26 VOICE CHANGE (lett. wijziging) .... 27 STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN 28 EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN 28 STIJLKNOPPEN .................................. 30 AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES .. 31 HET TEMPO WIJZIGEN ...................... 31 STIJL SECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INS .............................................. 32 HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSEN .................................................... 32 AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN MULTI FINGERING ............................. 33 • Single Finger Akkoorden ............. 33 • Fingered Akkoorden .................... 33 WAT IS EEN AKKOORD? ................... 34 AKKOORDEN NOTEREN ................... 35 • De Intervallen van de Toonladder 35 • Andere Akkoorden ...................... 35 ONE TOUCH SETTING (OTS) ............. 36 AKKOORDEN GIDS .......................... 37 • Smart ............................................. 37 • Dictionary ...................................... 39 MULTI PADS ....................................... 40 MIDI 41 • Over MIDI ...................................... 41 • Hoe kan MIDI gebruikt worden? . 41 TROUBLE SHOOTING (IN DE PROBLEMEN?) ....................... 42 INDEX ................................................ 43 VOICE LIJST ....................................... 44 MULTI PAD LIJST ................................ 46 SPECIFICATIES ................................... 47 MIDI IMPLEMENTATION CHART........ 48 BELANGRIJKSTE KENMERKEN De PSR-195/PSR-79 is een geavanceerd en gemakkelijk-in-het-gebruik toetsenbord met de volgende kenmerken en functies: Yamaha Education Suite ➔pag. 26-27,34-35,37-39 De PortaTone heeft als kenmerk de nieuwe Yamaha Education Suite - een leermethode die gebruik maakt van de laatste technologieën om het studeren en oefenen van muziek nog leuker en bevredigender te maken dan het al was! De Yamaha Education Suite omvat: Krachtige Melodie Gids functies in de Song mode - Waiting en Minus One - leren u met gemak de 100 songs en laten u zelfs zien welke noten u moet spelen! • Waiting zet het afspelen van de song op pauze (als een geduldige leraar!), zodat u in uw eigen tempo kunt oefenen. • Minus One mute alleen de melodiepart, om u deze part zelf te laten spelen. De expert backing parts stimuleren u om op uw best te spelen en maken dat u de song “voelt”! Akkoorden Gids functies in de Style mode - Smart en Dictionary - maken het u buitengewoon gemakkelijk om akkoorden en akkoordrelaties te leren. • Smart laat u met gemak harmonisch “correcte” akkoordprogressies spelen voor elke toets die u specificeert. Geweldig om te leren - en uit te voeren! • Dictionary is een ingebouwde “akkoorden encyclopedie” die u leert hoe u specifieke akkoorden moet spelen. Typ het akkoord in en de PortaTone laat u zien welke noten u moet spelen! Portable Grand ➔ pag. 13 De PortaTone bezit ook een Portable Grand functie voor een realistische piano uitvoering. Met een druk op de PORTABLE GRAND knop roept u onmiddellijk de ongelofelijk authentieke “Stereo Sampling Piano” voice op hetgeen de gehele PortaTone voor optimaal pianospel configureert. Speciale `piano stijlen met slechts pianobegeleiding- zijn tevens beschikbaar. Overige kenmerken: • 100 buitengewoon realistische en dynamische voices, die gebruik maken van digitale opnamen van echte instrumenten. • 100 dynamische begeleidingsstijlen, elk met een ander Intro, Main A en B en Ending secties. Alle Stijlen (met uitzondering van de Pianostijlen) hebben hun eigen Fill-in patronen. • De grote custom LCD biedt in één oogopslag bevestiging van alle belangrijke instellingen, alsmede akkoord- en nootindicaties. • 100 songs, voor uw luisterplezier - of voor gebruik met de geavanceerde leermethode van de Yamaha Education Suite. • Praktische controle over de begeleidingsstijlen - met inbegrip van Tempo en een onafhankelijk Volume van de begeleiding (Auto Accompaniment). • One Touch Setting (OTS) om automatisch een toepasselijke voice op te roepen om te bespelen bij de geselecteerde stijl. • MIDI-aansluitingen voor aansluiting op andere MIDI-apparaten. De PSR-195 bezit ook een Sustainpedaalingang. • Een ingebouwd stereo versterker/speaker systeem van hoge kwaliteit. 5 & PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN Voorpaneel 6 1 Aan/uit schakelaar (STAND BY / ON) 2 MASTER VOLUME dial Deze regelt het hele volume van de PortaTone. 3 OVERALL, DEMO START knoppen ( ▲, ▼, +, -) Hiermee selecteert u verschillende algemene functies en stelt de waarden er van in (zie pag. 23). Ook de Demo songs kunnen hiermee afgespeeld worden (zie pag. 11). 4 SONG knop Deze selecteert de Song mode (zie pag. 20). 5 VOICE knop Deze selecteert de Voice mode (zie pag. 15). 6 STYLE knop Deze selecteert de Style mode (zie pag. 28). A INTRO/ENDING, a - b knop Hiermee bestuurt u de Intro en Ending functies in Style mode (zie pag. 29, 30). In Song mode bestuurt u de A/B Repeat functie (zie pag. 24). B MAIN A/B (AUTO FILL), Fast Forward f)/Rewind (r r) knoppen (f Hiermee kunt u de begeleidingssecties wijzigen en de Auto Fill functie besturen in Style mode (zie pag. 32). In Song mode kunt u respectievelijk snel vooruit of achteruit spoelen tijdens het afspelen van een song. Als de song gestopt is, kunt u hiermee vooruit of achteruit in de song wandelen (zie pag. 24). C OTS, VOICE CHANGE knop Deze zet de One Touch Setting (OTS) functie aan en uit in Style mode (zie pag. 36). In Song mode zet deze de Voice Change functie aan en uit (zie pag. 27). D CHORD GUIDE, MELODY GUIDE knop 7 Numerieke toetsenbord, +/- knoppen Hiermee kunnen songs, stijlen en voices geselecteerd worden (zie pag. 16). Ook kunnen hiermee bepaalde waarden ingevoerd worden, zoals de maatsoort van de metronoom (pag. 14) en de toonladder van de Smart Chord functie (zie pag. 38). 8 ACMP ON/OFF knop Deze zet de automatische begeleiding aan en uit in Style mode (zie pag. 29). In Song mode zet deze het afspelen van de song beurtelings op pauze en start (zie pag. 24). 9 SYNC-START, Pause (❙❙) knop Deze zet de Sync-Start functie aan en uit in de Style mode (zie pag. 29). In Song mode zet deze het afspelen van de song beurtelings op pauze en start (zie pag. 24). Hiermee bestuurt u de Chord Guide functies in Style mode (zie pag. 37). In Song mode bestuurt u hiermee de Melody guide functie (zie pag. 26). E PORTABLE GRAND knop Met deze knop gaat u onmiddellijk naar de Voice mode en wordt de Grand Piano voice opgeroepen (zie pag. 13). F METRONOOM knop Deze zet de metronoom aan en uit (zie pag. 13). G MULTI PAD knoppen Hiermee kunt u automatisch voorgeprogrammeerde muziekfrases afspelen (zie pag. 40). 0 START/STOP (>/■) knop Deze start en stopt de automatische begeleiding in Style mode (zie pag. 29). In Song mode zet deze het afspelen van de song beurtelings op pauze en start (zie pag. 24). 7 Achterpaneel H DC IN 10-12V jack J SUSTAIN jack (alleen voor de PSR-195) Dit is de aansluiting voor een PA-3B AC adaptor. Dit is de aansluiting voor een extra FC4 of FC5 voetpedaal. I PHONES/AUX OUT jack K MIDI IN, OUT aansluitingen Dit zijn de aansluitingen voor de andere MIDI instrumenten en apparaten. Dit is de aansluiting voor een stereo hoofdtelefoon of een extern versterker/ luidsprekersysteem. 8 & OPSTELLEN Dit gedeelte geeft u informatie over hoe u uw PortaTone moet opstellen om te bespelen. Lees dit gedeelte zorgvuldig door alvorens uw instrument te gebruiken. STROOMVOORZIENING Uw PortaTone werkt zowel op batterijen (niet bijgesloten) of op normale stroom met behulp van de niet bijgeleverde Yamaha PA3B Adaptor (of een andere door Yamaha aanbevolen adaptor). Het Gebruik van de Adaptor Om uw PortaTone op een stopcontact aan te sluiten, heeft u de extra verkrijgbare Yamaha PA-3B Adaptor nodig. Het gebruik van een andere adaptor kan leiden tot schade aan het instrument, dus verzeker u ervan dat u de goede adaptor gebruikt. Steek de adaptor in een stopcontact en in de DC IN 10-12V jack aan de achterkant van de PortaTone. WAARSCHUWING : • Gebruik ALLEEN de Yamaha PA-3B Adaptor (of en andere, speciaal door Yamaha aanbevolen adaptor) om uw instrument van stroom te voorzien. Het gebruik van andere adaptors kan resulteren in onherstelbare schade aan zowel de adaptor als de PSR 195/79. • Haal de adaptor uit het stopcontact als u de PSR 195/79 niet gebruikt en tijdens onweer. ■ Als de Batterijen Zwak Worden Als de batterijen zwak worden en het batterijvoltage beneden een bepaald niveau komt, zal de PortaTone niet meer naar behoren klinken of functioneren. Vervang alle zes de batterijen zodra dit gebeurt. LET OP ! : •Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen of verschillende typen batterijen (bv alkaline en mangaan) door elkaar. • Voorkom eventuele schade aan het instrument door batterijlekkage, door de batterijen te verwijderen als u het instrument voor langere tijd niet gebruikt. DE STROOM INSCHAKELEN Druk, als de adaptor is aangesloten of de batterijen zijn geïnstalleerd, op de STAND BY schakelaar zodat deze op de ON positie blijft staan. Als het instrument niet wordt gebruikt zet de stroom dan uit. (Druk de schakelaar opnieuw in zodat deze omhoog komt.) Het Gebruik van Batterijen ■ Het Plaatsen van Batterijen Keer het instrument om en neem het deksel van het batterijen compartiment eraf. Plaats zes 1,5 volt “D” (SUM-1, R-20 of vergelijkbaar) batterijen als getoond in de illustratie. Zorg dat de positieve en negatieve aansluitingen juist zitten en doe het deksel er weer op. WAARSCHUWING 1 : • Zelfs als de schakelaar op “STAND BY” staat, stroomt er nog steeds een klein beetje elektriciteit naar het instrument. Als u de PSR 195/79 voor langere tijd niet gebruikt, haal dan de adaptor uit het stopcontact en/of verwijder de batterijen. 9 OVERIGE (AUX) JACKS ■ Het Gebruik van een Hoofdtelefoon Om privé te oefenen en te spelen zonder anderen te storen, kunt u een hoofdtelefoon aansluiten op het achterpaneel in de PHONES/AUX OUT jack. De ingebouwde luidsprekers worden onmiddellijk losgekoppeld zodra u de plug van de hoofdtelefoon in de jack steekt. ■ Een Toetsenbord Versterker of Stereosysteem Aansluiten Hoewel de PortaTone is uitgerust met ingebouwd luidsprekers, kunt u ook via een extern versterker/geluidssysteem spelen. Kijk eerst of de PortaTone en de externe apparaten uitstaan. Sluit vervolgens het ene eind van de stereo audiokabel aan op de LINE IN of AUX IN jack(s) van het andere apparaat en het andere eind op de PHONES/AUX OUT jack op het achterpaneel van de PortaTone. LET OP ! : • Zet het volume van de externe apparaten op het minimum voor ze aan te sluiten, om schade aan de luidsprekers te voorkomen. Onachtzaamheid kan in dit geval leiden tot een elektrische schok of schade aan de apparatuur. ■ Het Gebruik van een Sustain Voetpedaal (alleen op de PSR-195) Door dit kenmerk van de PSR-195 kunt u een met extra voetpedaal (Yamaha FC4 of FC5) het geluid van de toetsenbord voice laten aanhouden. Het gebruik is hetzelfde als een demperpedaal op een akoestische piano druk het pedaal in en houdt vast terwijl u het toetsenbord bespeeld om het geluid te laten uitklinken. 10 NB: Hoewel de PSR-79 geen SUSTAIN jack bezit, bevatten sommige voices een natuurlijke sustain die is toegevoegd aan het geluid. NB: • Zorg ervoor dat het voetpedaal op de juiste wijze is aangesloten op de SUSTAIN jack voor u het instrument aanzet. • Druk het voetpedaal niet in als u het instrument aanzet. Daarmee wijzigt u de polariteit van het voetpedaal, hetgeen resulteert in een omgekeerde voetpedaalbediening. ■ Het Gebruik van MIDI Aansluitingen De PortaTone bezit ook MIDI aansluitingen, waarmee u de PortaTone op andere MIDI instrumenten en media aan kunt sluiten (voor meer informatie, zie pag. 41). MUZIEKSTANDAARD Steek de onderste uiteinden van de bijgesloten muziekstandaard in het slot op de bovenkant van het PortaTone knoppenpaneel. & OM TE BEGINNENDE DEMOSONGS AFSPELEN De PortaTone is uitgerust met een groot aantal Demosongs, speciaal opgenomen om de dynamische geluiden en ritmes te laten horen en u een idee te geven wat u met het instrument kan doen. 1 e e e Zet allereerst het instrument aan. Druk op de STAND BY/ON knop. Als u het instrument aanzet, staat het automatische in Voice mode en speelt Voice 1 (Grand Pno) af. 2 Stel het volume in. Zet het volume met de MASTER VOLUME knop eerst op ongeveer een derde. U kunt het niveau optimaal instellen als de song eenmaal afspeelt. 3 Druk op de DEMO START knoppen. Alle 100 songs spelen op volgorde af. U kunt op het toetsenbord met de songs meespelen. Als de Voice Change functie aanstaat (pag. 27), wijzigt de toetsenbord voice in overeenstemming met de wijzigingen in de song van de melodie voice. De huidige songtitel en het nummer verschijnen links in de display. De display geeft tevens de akkoorden (met uitzondering van song #1 “StarW ars”) en de melodie noten aan (met muziekstaven en het toetsenbord diagram) bij wijzigingen in de song. (Er zijn partituren van de Demo songs beschikbaar.) Songnummer Songtitel Druk op de START/STOP (>/■) knop om het afspelen te stoppen. Zie pag. 20 voor meer informatie over het selecteren en afspelen van individuele songs. Terwijl de Demo song afspeelt..... U kunt vele kenmerken van de Portatone gebruiken terwijl de Demo songs afspelen. Deze omvatten: Huidige akkoord Toetsenbord diagram (de huidige noot is zwart) Melodie notatie • Tempo (pag. 21) • Song volume (pag. 23) • Afstemming (pag. 19) • Pause (II) Rewind (r)Fast Forward (f )(pag. 24) • Voice Change (pag. 27) 11 & PANEEL DISPLAY INDICATIES De PortaTone is uitgerust met een groot multifunctioneel display dat alle belangrijke instellingen van het instrument toont. Het volgende gedeelte legt in het kort de verschillende iconen en indicaties van de display uit. 2 Algemene functie bar indicator 6 Akkoord 7 Song/Voice/Stijl naam en nummer 4 Toetsenbord 1 Mode indicator Deze zwarte balken geven de huidig geselecteerde mode weer: Song, Voice of Style. Een bar in de vorm van een C (in SONG of STYLE) geeft aan dat de mode op de achtergrond actief is. In het eerste voorbeeld hieronder is Song mode geselecteerd. In het tweede voorbeeld is Voice mode geselecteerd, maar Song mode actief op de achtergrond. (Dit houdt in dat de Song parameters onderin de display actief zijn en daarmee de huidig geselecteerde song afgespeeld kan worden.) VB 1 Song mode VB 2 Song mode Voice naam 1 Mode indicator 3 Notatie 5 Maat/Tempo en beat noten van het huidige akkoord. De indicatie “8va” verschijnt in het onderste of bovenste gedeelte van de notenbalk voor een noot of noten die respectievelijk een octaaf lager of hoger zijn dan genoteerd. NB: Bij enkele specifieke akkoorden (zoals de BM7) worden niet alle noten getoond in het notatie gedeelte van de display. Dit komt door ruimtegebrek in de display. 5 Maat/Tempo en beat Deze toont of de huidige maat (als Song mode is geselecteerd) of de huidige Tempo waarde (als Style mode is geselecteerd). De hand-klap iconen knipperen om de tellen van de maat gedurende het afspelen van de song of stijl weer te geven (zie pag. 22). 2 Algemene functie bar indicator De PortaTone heeft zeven Algemene functies of parameters. De huidig geselecteerde functie wordt aangegeven door een zwarte balk die naast de naam verschijnt (die op het paneel staat). 6 Akkoord Als een song wordt afgespeeld, geeft deze de huidige grondtoon en type akkoord aan. Als de Style mode en auto begeleiding aanstaan, dan geeft het tevens akkoorden aan die gespeeld worden in de ACMP sectie van het toetsenbord. 3 Notatie 4 Toetsenbord Deze twee onderdelen op de display geven de huidig op het toetsenbord gespeelde noten aan. Als een song wordt afgespeeld worden de individuele noten van de melodie in volgorde getoond. Als de Style mode en de auto begeleiding actief zijn, toont de display ook de specifieke 7 Song/Voice/Stijl naam en nummer Dit gedeelte in de display geeft de naam en het nummer van de huidig geselecteerde song, voice of stijl weer. Als er een andere functie van de PortaTone wordt geselecteerd, toont het kortweg de naam van de functie en de huidige waarde of instelling. 12 & PORTABLE GRAND Met deze praktische functie kunt u automatische iedere mode of functie verlaten en onmiddellijk de Grand Piano voice oproepen. e “STEREO SAMPLING PIANO” Druk op de PORTABLE GRAND knop in de vorm van een piano. Hiermee annuleert u automatisch alle andere modes of functies en reset het hele instrument om de speciale “Stereo Sampling Piano” Grand Piano voice (voice 001) af te spelen. Het selecteert automatisch de Song mode met song #72, “Für Elise” - hetgeen onmiddellijk afgespeeld kan worden met een druk op de START/STOP (>/■) knop. Het stelt ook de Multi Pads in op speciale piano frases en roept stijl #81 op (“2beat). e HET GEBRUIK VAN DE METRONOOM 1 Stel het gewenste tempo in met de Tempo functie in het Overall (algemene) menu. Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “Tempo” in de display verschijnt. Huidige Tempo waarde 2 Wijzig de waarde e e Verhoog of verlaag de waarde van het Tempo door één van de OVERALL ▲/▼ knoppen ingedrukt te houden. 3 Zet de Metronoom aan. Druk op de METRONOME knop. Verlaag de Tempo waarde Verhoog de Tempo waarde Druk nogmaals op de METRONOME knop om de metronoom uit te zetten. 13 De Metronoom Maatsoort Instellen De maatsoort van de metronoom kan ingesteld worden op verschillende op kwart-noot gebaseerde stappen. Numerieke Time keypad 1 2 3 4 5 6 7 8 9 0 NB: De maatsoort wijzigt automatisch bij het selecteren van een song of stijl. Druk tegelijkertijd de METRONOME knop in en de knop op het numerieke toetsenbord dat correspondeert met de gewenste maatsoort (zie het overzicht rechts). signature Speelt alleen “1” beat (allemaal high clicks) 2/4 3/4 4/4 5/4 6/4 7/4 8/4 9/4 Speelt geen “1” beat (allemaal low clicks) Metronoomvolume Aanpassen U kunt het volume van het metronoomgeluid onafhankelijk van de andere PortaTone geluiden aanpassen. Het volumebereik is van 000 - 127. 1 2 Wijzig de waarde Met de OVERALL +/- knoppen kunt u de waarde van het metronoom volume verhogen of verlagen. Door één van de knoppen ingedrukt te houden verhoogt of verlaagt de waarde. Selecteer de Metronome Volume functie in het Overall menu. Druk op de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “MtrVol” in de display verschijnt. Verlaagt de waarde van het metronoom volume Huidige metronoomwaarde 14 Verhoogt de waarde van het metronoom volume Het Oproepen van de Standaard Waarde van het Metronoom Volume Druk, om de standaardwaarde van het metronoom volume (100) op te roepen, tegelijk de OVERALL +/- knoppen in (als Metronoom Volume is geselecteerd in het Overall menu). & HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICESDE VOICE MODE De Voice mode bevat 100 authentieke voices die gecreëerd zijn met behulp van Yamaha’s geavanceerde AWM (Advanced Wave Memory) toongenerator. Veel van de voices bezitten tevens speciale vooringestelde karakteristieken of versieringen. De voices zijn ingedeeld in verscheidene categorieën, afhankelijk van de karakteristieken of effecten. VOICES SELECTEREN EN BESPELEN e 1 Selecteer de Voice mode. Druk op de VOICE knop. Voice naam en nummer Geeft aan dat de Voice mode is geselecteerd e 2 Selecteer het gewenste voice nummer Gebruik het numerieke toetsenbord. De basiscategorieën van voices en hun nummers worden op de linkerkant van het paneel getoond. Een complete lijst van de beschikbare voices is te vinden op pag. 44. Voice lijst Voice lijst 15 U kunt op drie manieren voices selecteren: 1) direct het voicenummer invoeren met het numerieke toetsenbord; 2) met de +/- toetsen door de voices wandelen; of 3) op de VOICE knop drukken om door de voice nummers te wandelen. Het gebruik van het numerieke toetsenbord Voer de cijfers van het voicenummer in zoals afgebeeld op het paneel. Om bijvoorbeeld voice #42 te selecter en, drukt u eerst op “4” op het numerieke toetsenbord, vervolgens op “2”. Het gebruik van de +/- toetsen Druk de + toets in om het volgende voicenummer te selecteren en druk de - toets in om het voorgaande voicenummer te selecteren. U kunt door de nummers scrollen door de toets ingedrukt te houden. De +/- toetsen ‘wrappen’ (scrollen door). Wanneer u bijvoorbeeld de + toets indrukt vanuit voice 100, dan gaat hij weer verder met voice 1. Het gebruik van de VOICE knop Druk de VOICE knop in om het volgende voicenummer te selecteren. (Deze functie werkt precies hetzelfde als de + knop.) NB: Iedere voice wordt automatisch opgeroepen met de meest passende octaafbereikinstelling. Daarom kan het bespelen van de centrale C bij de ene voice hoger of lager klinken dan het bespelen van dezelfde toets van een andere voice. NB: Als u Voicenummers 1-10 selecteert, pauzeert de PortaTone even voordat de voice gewijzigd wordt. (U kunt echter de voice sneller selecteren door drie cijfers in te drukken; selecteer bijvoorbeeld voor voice #9 de nummers “0”,”0” en “9”.) Het indrukken van alleen “0”, wijzigt de voice niet. 16 3 e Speel de geselecteerde voice af. Herhaal bovenstaande stap 2 om de voice te wijzigen. Als de Song- of Stylemode op de achtergrond actief is (aangegeven met een C-vormige balk in de display), kunt u ook songs of stijlen afspelen in de Voice mode door eenvoudig de START/STOP (>/■) knop in te drukken. De laatst geselecteerde song of stijl wordt afgespeeld. Harmonievoices (#61 - #70) voegen automatisch een één-, twee- of drienoots harmonie toe aan de originele voice. Splitvoices (#71 - #80) kenmerken zich met twee aparte voices die elk bespeelbaar zijn vanaf tegenovergestelde gedeelten van het toetsenbord. De lage voice is bespelbaar tot B2 en de hoge voice vanaf C3 (de midden C). Echovoices (#81 - #90) geven een echoeffect dat de originele voice voorziet van een vertraagde herhaling. Dualvoices (#91 - #99) mengen twee voices tot een rijk, gelayerd geluid. (Op de PSR-79 zijn de Dualvoices te vinden van #91 - #93 en zijn #94 #99 speciale Sustainvoices.) Er zijn ook speciale Percussievoices beschikbaar - #90 (met echo) en #100 - waar mee u NB: De PortaTone is polyfonisch tot een maximum van 16 noten. (Afhankelijk van de geselecteerde voice - zoals split voices en dual voices - kunnen er minder noten beschikbaar zijn.) Dit geldt niet alleen voor de noten die vanaf het toetsenbord gespeeld worden, maar ook voor de noten van een stijlpatroon, de noten die door een Pad gespeeld worden (pag. 40), enzovoorts. Vandaar dat als u teveel noten tegelijkertijd speelt, sommigen niet hoorbaar zijn en/of worden geannuleerd. verschillende drum- en percussiegeluiden vanaf uw toetsenbord kunt bespelen. (Zie de Percussie Voice Lijst hieronder.) Er staan symbolen bovenop het toetsenbord afgebeeld, die aangeven welke geluiden er van welke toetsen gespeeld worden. NB: Over de Harmonyvoices Aangezien Harmonyvoices gecreëerd zijn om automatische twee of meer noten te spelen met de noten die u op het toetsenbord speelt, kunt u meer één noot tegelijk op het toetsenbord spelen. Als meerdere noten tegelijkertijd worden gespeeld, wordt alleen de laatste of de hoogste noot met harmonie-effect afgespeeld. Het type harmonie dat wordt gespeeld, hangt af van de geselecteerde voice. ■ Percussie Voice Lijst (voices 90 en 100) 17 TRANSPONEREN EN STEMMEN U kunt stemmen en de transpositie (toonhoogte) van de PortaTone wijzigen met respectievelijk de Tuning (stemming) en Transpose (transpositie) functies. Transponeren (Transpose) Het transponeren bepaalt de toonhoogte van zowel de hoofdvoice als de bass/akkoordbegeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de toonhoogte van de songs en de Multi Pads. Hierdoor kunt u gemakkelijk de toonhoogte van de PortaTone afstemmen op andere instrumenten of vocalisten, of in een andere toonsoort spelen zonder uw vingerzetting te wijzigen. De Transpose instellingen kunnen aangepast worden binnen een bereik van ± 12 halve tonen (±1 octaaf). e 1 Selecteer de Transpose functie in het Overall menu. Druk op de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat “Transpos” in de display verschijnt. Huidige Transpose waarde 2 Wijzig de waarde. e Verhoog of verlaag de Transpose waarde met de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verlagen. Het Oproepen van de Standaard Transpose Waarde Als u de Transpose instelling heeft gewijzigd, kunt u onmiddellijk de standaard instelling “00” oproepen door tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien Transpose is geselecteerd in het Overall menu. Verlaagt de Transpose waarde 18 Verhoogt de Transpose waarde NB: Deze instelling heeft geen effect op de DrumKit voice (#90, #100). Ook kan deze instelling niet wor den gewijzigd tijdens het afspelen van een song. Stemmen Het stemmen bepaalt de fijne toonhoogte instelling van zowel de hoofdvoice als de bass/ akkoordbegeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de fijne toonhoogte van de songs en de Multi Pads. Hiermee kunt u nauwkeurig de stemming afstemmen op andere instrumenten. De Tuning instellingen kunnen aangepast worden binnen een bereik van ± 50 (ongeveer 0,5 halve tonen). e 1 Selecteer de Tuning functie in het Overall menu. Druk op de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat “Tuning” in de display verschijnt. Huidige Tuning waarde 2 Wijzig de waarde. e Verhoog of verlaag de Tuning waarde met de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verlagen. Het Oproepen van de Standaard Transpose Waarde Als u de Transpose instelling heeft gewijzigd, kunt u onmiddellijk de standaard instelling “00” oproepen door tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien Transpose is geselecteerd in het Overall menu. Verlaagt de Tuning waarde Ver hoogt de Tuning waarde 19 & HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGSDE SONG MODE De Song mode bevat 100 speciale songs die gecreëerd zijn met de rijke en dynamische geluiden van de PortaTone. De songs zijn over het algemeen bedoeld voor uw luisterplezier, maar u kunt ook meespelen op het toetsenbord. Met de Voice Change functie kunt u instellen of de toetsenbordvoice al of niet wijzigt met de voicewijzigingen van de song zelf. Met behulp van de Minus One functie kunt u ook de originele melodie mute’n en de song zelf op uw toetsenbord spelen. SONGS SELECTEREN EN AFSPELEN e 1 Selecteer de Song mode. Druk de SONG knop in. Songtitel en -nummer 2 Geeft aan dat Song mode is geselecteerd e Selecteer het gewenste songnummer. Gebruik het numerieke toetenbord. De basiscategorieën van de songs en de nummers worden aan de linkerkant van het paneel getoond. Songnummers kunnen op dezelfde wijze geselecteerd worden als de voices (zie pag. 16). U kunt op het numerieke toetsenborden direct het songnummer intikken, met de +/- knoppen op en neer door de songs gaan of op de SONG knop drukken om door de songnummers te wandelen. e 3 Start de geselecteerde song. Druk op de START/STOP (>/■) knop. Als de song afspeelt worden de maatnummers, akkoorden en melodienoten in de display getoond. 20 Huidig maatnummer NB: U kunt met een song meespelen in de huidig geselecteerde voice of zelfs een andere voice kiezen om mee te spelen. Roep simpelweg de Voice mode op terwijl de song afspeelt en de selecteer de gewenste voice. Huidige melodienoot e 4 Herhaal, indien u een andere song wilt selecteren, stap 2 hierboven. 5 Stop de song. e Druk op de START/STOP (>/■) knop. Zoals het afspelen was gestart met deze knop, stopt de geselecteerde song nu automatisch. HET TEMPO WIJZIGEN Het tempo van het afspelen van de song (en stijl) kan aangepast worden binnen een bereik van 40 -240 bpm (beats per minuut). e 1 Selecteer de Tempo functie in het Overall menu. Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “Tempo” in de display verschijnt. Huidige Tempo waarde 21 2 Wijzig de waarde. e Verhoog of verlaag de waarde van het Tempo met de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verlagen. Verhoogt de Tempo waarde Het Oproepen van de Standaard (default) waarde van het Tempo Elke song en stijl heeft een standaardtempo. Als u het tempo heeft gewijzigd, kunt u onmiddellijk de standaardinstelling “00” oproepen door tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien Tempo is geselecteerd in het Overall menu. Verlaagt de Tempo waarde Het tempo van een song of stijl keert ook terug naar de standaardinstelling als er een andere song of stijl geselecteerd wordt. (Het ingestelde tempo echter, blijft hetzelfde als u van stijl wijzigt onder het afspelen, behalve als de OTS aanstaat.) Als u de PortaTone aanzet dan wordt het tempo automatisch ingesteld op 116 bmp. Over de Beat Display Geeft de eerste beat van de maat aan (downbeat) Geeft de upbeat aan Dit gedeelte van de display geeft een handige, makkelijk te begrijpen indicatie van het ritme voor het afspelen van song en stijl. De knipperende “handklap” iconen geven zowel de downbeats als de upbeats van een maat als volgt aan: 22 Geeft een downbeat (geen eerste beat) aan HET SONGVOLUME AANPASSEN Het afspeelvolume van de song kan aangepast worden. Deze volume parameter beïnvloedt alleen het volume van de song. Het volume bereik is van 000 - 127. e 1 Selecteer de Song Volume functie in het Overall menu. Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “SongVol” in de display verschijnt. Huidige Song Volume waarde 2 Wijzig de waarde. e Verlaag of verhoog de Song Volume waarde met de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verlagen of verhogen.¡ Verlaagt Song Volume waarde Het Restoren van de Defaultwaarde Druk om de Default (standaard) Song Volume waarde (110) terug te roepen (restoren), tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen (indien Song Volume is geselecteerd in het Overall menu). Verhoogt Song Volume waarde NB: Het Song Volume kan alleen gewijzigd worden als de Song mode actief is. 23 SONG KNOPPEN Als de Song mode actief is, functioneren de paneelknoppen onder de display als songknoppen. Deze knop heeft geen functie in de Song mode. Als u op deze knop drukt dan start en stopt u beurtelings het afspelen van de song. Als u op deze knop drukt dan pauzeert en hervat u beurtelings het afspelen van de song. Deze knop functioneert als een terugspoelknop, terugspoelend door de maatnummers. Te gebruiken tijdens het afspelen of pauzeren of na het stoppen van het afspelen. Deze knop bestuurt de A/B Repeat functie (zie hieronder). Deze knop functioneert als een vooruitspoelknop, vooruitspoelend door de maatnummers. Te gebruiken tijdens het afspelen (met geluid) of pauzeren of na het stoppen van het afspelen. Deze knop zet de Voice Change functie aan en uit (zie pag 27). Deze knop bestuurt de Melody Guide functie (zie pag. 26). A/B REPEAT (A/B HERHALING) Deze praktische functie is ideaal voor oefening en leerdoeleinden. Hiermee kunt u een willekeurige sectie of frase van een song (tussen punt A en punt B) specificeren en herhalen - terwijl u meespeelt en oefent. e 1 Stel punt A in (het begin van het gedeelte) terwijl u een song afspeelt. Selecteer en speel de song van uw voorkeur af terwijl de Song mode actief is (zie pag 20). Druk daarna éénmaal op de kno/p aan het begin van het gedeelte dat herhaald moet worden. 24 e 2 Stel punt B in (het einde van het gedeelte). Druk nogmaals op de knop, op het einde van het gedeelte dat herhaald moet worden. De geselecteerde frase repeteert onophoudelijk totdat deze gestopt wordt. e 3 Pauzeer of stop het afspelen naar behoeven. Gebruik de Pause (II) en START/STOP (>/■) knoppen. Het stoppen van het afspelen annuleert nog niet de ingestelde A/B punten van de A/B Repeat functie. e 4 Zet de A/B Repeat functie uit. Druk op de a<->b knop. Dit kan zowel tijdens het afspelen of als de song is gestopt. TIP: • U kunt de A/B Repeat functie ook instellen als de song niet afspeelt. Gebruik dan de r/f knoppen om de maten te selecteren van de A en B punten in de song en start vervolgens het afspelen • Probeer het Tempo te verlagen (zie pag 21) als de song afspeelt (en voordat u de A/B punten instelt). Dit maakt het u gemakkelijker om de A en B punten nauwkeurig in te stellen. Een verlaagd Tempo maakt het oefenen van de gedeelten die u wilt leren ook gemakkelijker. • Druk op de knop voordat u het afspelen start om het A punt aan het begin van een song in te stellen. NB: Het selecteren van een ander songnummer (of wijzigen naar Style mode), annuleert automatisch de A/B Repeat functie. 25 MELODY GUIDE (MELODIE GIDS) De PortaTone heeft een speciale Melody Guide functie die het oefenen en leren van de 100 songs leuk en gemakkelijk maakt. Tijdens het afspelen toont de PortaTone de noten van de melodie in de notenbalk en het toetsenbord diagram in de display - waarmee aangegeven wordt welke noten u moet spelen en wanneer. Met de Melody Guide functie kunt u zelfs op uw eigen tempo oefenen, aangezien het afspelen automatisch pauzeert totdat u de juiste noten heeft gespeeld. Om u verder te helpen met het spelen van de juiste noten, zijn notaties voor alle songs beschikbaar. Er zijn twee verschillende bedieningsmogelijkheden van de Melody Guide: Waiting (automatisch pauzeren) en Minus One ( de melodie mute’n). Deze kunnen aangezet worden zowel voor het starten van een song of tijdens het afspelen van een song. 1 Een song selecteren. e e Selecteer de gewenste song als de Song mode actief is. 2 Zet de Melody Guide functie aan. Druk herhaaldelijk op de MELODY GUIDE knop totdat de gewenste instelling in de display verschijnt. Instellingen: Waiting Als de PortaTone op Waiting is ingesteld, wacht hij tot u de juiste melodie noten speelt door het afspelen te pauzeren tot iedere noot is gespeeld. Hiermee kunt u de melodie op uw gemak leren. De volgende noot die gespeeld moet worden wordt aangegeven in de display (op de notenbalk en het toetsenbord diagram). Minus One Minus One mute de melodiepart van de song, waardoor u zelf mee kunt spelen. De song speelt zonder te pauzeren, zodat u de melodiepart op normale snelheid met de muziek mee kunt spelen. Iedere volgende 26 te spelen noot wordt weergegeven in de display (op de notenbalk en het toetsenbord diagram). Off Deze zet de Melody Guide functie uit. De geselecteerde song (en de melodiepart ervan) speelt normaal af. NB: Melody Guide wordt automatisch uitgezet als er een ander songnummer wordt geselecteerd. e 3 Start het afspelen van de song en speel de melodie op het toetsenbord. Start het afspelen van de song op de normale manier (pag. 20) en speel de melodie mee met de song. U kunt ook de Melody Guide instelling wijzigen terwijl de song afspeelt door simpelweg op de Melody Guide knop te drukken. Druk, om de song te stoppen, op de START/STOP (>/■) knop. VOICE CHANGE Met de Voice Change functie kunt u instellen of de toetsenbordvoice al of niet automatisch wijzigt met de melodievoice van de song. Dit is erg praktisch bij het gebruik van de Melody Guide, aangezien het bepaalt welke voice met de melodie klinkt als u het toetsenbord bespeelt. Als het op “Off” staat, kunt u uit 100 voices van de PortaTone selecteren om de melodie op het toetsenbord te spelen. 1 Selecteer een song. e e e Selecteer de gewenste song als de Song mode actief is (zie pag. 20). 2 Wijzig de Voice Change instelling. Druk op de VOICE CHANGE knop om de Voice Change aan of uit te zetten. 3 Wijzig de Voice direct. In de VC On (Voice Change aan) situatie kunt u ook direct uw eigen voice selecties maken met behulp van de +/- toetsen of het numerieke toetsenbord. De geprogrammeerde voice van de song en de toetsenbord voice wijzigen beiden in de nieuwe selectie. Instellingen: VC On Als VoiceChange aanstaat, wijzigt de voice van het toetsenbord automatisch mee met de melodievoice van de song. Iedere song is geprogrammeerd met een in eerste instantie geselecteerde (initial) voice, maar veelal zijn er voice wijzigingen in de song zelf. Door deze aan te zetten is de voice van het toetsenbord dezelfde als de voice (of voices) die in de song geprogrammeerd zijn. voice (of voices) wilt selecterenonafhankelijk van de geprogrammeerde selecties van de song. NB: De songs van de PortaTone bevatten speciale voices die niet geselecteerd kunnen worden met de paneelparameters. Deze voices worden aangegeven met de letters “SG” in de display. VC Off Deze zet de Voice Change functie uit. Maak gebruik van deze instelling als u zelf een 27 & STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN DE STYLE MODE De Style mode voorziet de verschillende populaire muziekstijlen van dynamische ritme/begeleidingspatronen en voice instellingen die passen bij ieder patroon. Er zijn in totaal 100 verschillende stijlen beschikbaar, in verschillende categorieën ondergebracht. Iedere stijl is opgebouwd uit aparte “secties” - Intro, Main A en B (met 4 Fill-ins), en Ending - waarmee u verschillende begeleidingspatronen kunt oproepen als u speelt. De begeleidingsfuncties, die zijn ingebouwd in de ritmes, voegen instrumentale ondersteuning toe aan uw spel, waarbij de begeleiding gestuurd wordt door de akkoorden die u aanslaat. Auto accompaniment deelt het toetsenbord effectief in twee gedeelten: Het bovenste gedeelte (upper) is voor de melodielijn en het onderste gedeelte (lower, aangegeven met “ACMP” onder het toetsenbord) is voor de begeleidingsfunctie. EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN 1 Selecteer de Style mode. Druk op de STYLE knop. e Stijlnaam en -nummer Geeft aan dat de Style mode is geselecteerd e 2 Selecteer het gewenste stijlnummer. Gebruik het numerieke toetsenbord. Beschikbare stijlen worden opgesomd in het midden van het paneel . Stijlnummers kunnen op dezelfde manier als de voices (zie pag. 16) geselecteerd worden. U kunt het stijlnummer direct op het numerieke toetsenbord invoeren, met de +/- toetsen door de stijlen scrollen of op de STYLE knop drukken om door de stijlnummers te gaan. 28 3 Start de geselecteerde stijl e Hetgeen u op de volgende manieren kan doen: Druk op de START/STOP knop Het ritme speelt onmiddellijk zonder bass of akkoord begeleiding. De huidig geselecteerde Main A of B sectie speelt af. (U kunt de beide secties selecteren door het indrukken van de juiste knop - AUTO FILL/MAIN A of B - voordat u de START/STOP knop indrukt.) TIP: De PortaTone bevat ook een akkoord- en basbegeleiding dat met het ritme kan worden afgespeeld. Zie pag. 31 voor informatie over deze dynamische functie. Met gebruik van Sync-Start met een Intro sectie. Druk eerst op de MAIN A of MAIN B knop - om te selecteren welke sectie (A of B) op het Intro moet volgen. Druk vervolgens op de INTRO knop zodat “IntromA” of “IntromB” in de display verschijnt. Geeft aan dat Intro gevolgd wordt door de Main A sectie. Met gebruik van Sync-Start De PortaTone heeft ook een Sync-Start functie waarmee u ritme/begeleiding kunt starten door eenvoudigweg een toets op het toetsenbord aan te slaan. Druk, als u Sync-Start wilt gebruiken, eerst de SYNC-START knop in ( de handklap icoon knippert om aan te geven dat Sync-Start stand-by staat) en sla vervolgens een toets aan in het ACMP gedeelte van het toetsenbord (of welke toets dan ook als de begeleiding uitstaat). Druk tenslotte op de SYNC-START knop om SyncStart aan te zetten en start de intro sectie en stijl door een willekeurige toets in het ACMP gedeelte van het toetsenbord aan te slaan. Handklap icoon knippert Handklap icoon knippert Starten met een Intro sectie Druk eerst op de MAIN A of MAIN B knop - om te selecteren welke sectie (A of B) op het Intro moet volgen. Druk vervolgens op de INTRO knop zodat “IntromA” of “IntromB” in de display verschijnt. Over de Beat Display Het handklap icoon in de display knippert op het huidige tempo gedurende het afspelen van een stijl (of song). Het knipperende icoon geeft een visuele indicatie van zowel het tempo als de time signature van de stijl of de song. (Zie pag. 14, 22 voor meer informatie.) Geeft aan dat Intro aanstaat en gevolgd wordt door een Main A sectie. Druk op de START/ STOP knop om de Intro sectie en begeleiding daadwerkelijk te starten. 29 e 4 Stop de stijl. Hetgeen u op de volgende drie manieren kunt doen: Druk op de START/STOP knop De ritme/begeleiding stopt onmiddellijk met spelen. Met gebruik van een Endingsectie Druk op de INTRO/ENDING knop. De stijl stopt nadat de Endingsectie afgespeeld is. Druk op de SYNC-START knop Deze stopt de stijl en zet automatisch Sync-Start aan, waardoor u de stijl kunt herstarten door eenvoudigweg een akkoord of toets in het ACMP gedeelte van het toetsenbord aan te slaan (of een willekeurige toets als de begeleiding uitstaat). NB: Druk tweemaal snel op de INTRO/ENDING knop om de Endingsectie geleidelijk langzamer te laten afspelen. STIJLKNOPPEN Als de Style mode actief is, functioneren de paneelknoppen onder de display als stijlknoppen. Het drukken op deze knop zet de bass en akkoord begeleiding beurtelings aan en uit (zie pag. 31). Het drukken op deze knop beurtelings start en stopt het afspelen van een stijl. Het drukken op deze knop selecteert de Main A sectie of voegt een Fillin A sectie toe (zie pag. 32). Het drukken op deze knop Deze bestuurt de Intro zet de Sync-Start functie en Ending secties (zie beurtelings aan en uit (zie pag. 29, 30). pag. 29). 30 Het drukken op deze knop selecteert de Main B sectie of voegt een Fillin B sectie toe (zie pag. 32). Deze knop zet de One Touch Setting functie aan en uit (zie pag. 36). Deze bestuurt de Chord Guide functie (zie pag. 37). AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES e 1 Zet de automatische begeleidiing aan. Druk op de ACMP ON/OFF knop om de automatische begeleiding aan te zetten. 2 Selecteer en speel een stijl af. Geeft aan dat de autobegeleiding aanstaat. e e Selecteer één van de stijlen en starthet afspelen zoals beschreven wordt in stap 1-3 op pag. 28. 3 Wijzig de akkoorden met de begeleidingsfunctie. Als u een paar opeenvolgende individuele noten met uw rechterhand speelt, zult u wel merken dat de bas- en akkoordbegeleiding wijzigen bij iedere toets die u aanslaat. U kunt ook volledige akkoorden spelen om de begeleiding te besturen. (Zie pag. 33 voor meer informatie over het gebruik van automatische begeleiding.) TIP: Met de ACMP ON/OFF knop kunt u de bas/akkoord begeleiding ook aan en uit te zetten terwijl u speelt - waardoor u dynamische, ritmische breaks kunt creëren in uw spel. NB: Akkoorden die op het ACMP gedeelte van het toetsenbord worden gespeeld zijn ook waarneembaar en afspeelbaar als de begeleiding is gestopt. In feite ontstaat hier een “gesplitst toetsenbord”, met de bas en akkoorden onder de linkerhand en de normaal geselecteerde voice onder de rechterhand. HET TEMPO WIJZIGEN Het Tempo van het afspelen van de song (en stijl) kan aangepast worden over een bereik van 40-240 bpm (beats per minuut). Zie pag. 21 voor instructies over het wijzigen van het Tempo. NB: Iedere stijl bezit een standaard tempo. Als het afspelen van de stijl is gestopt en er een andere stijl wordt geselecteerd, wijzigt het tempo in de standaard instelling van de nieuwe stijl. Als er gedurende het afspelen van stijl wordt gewijzigd, blijft het laatst ingestelde tempo gehandhaafd. (Hierdoor kunt u hetzelfde tempo aanhouden, zelfs met wijziging van stijlen.) 31 STIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INS Terwijl de stijl afspeelt, kunt u variatie in het ritme/de begeleiding toevoegen door op één van de MAIN A/B (AUTO FILL) knoppen te drukken. Deze knoppen spelen automatisch één van de vier Fill-in secties af die soepeltjes overgaan in de volgende sectie - zelfs wanneer dat dezelfde sectie is. NB: • Als u de MAIN A of B knop indrukt, speelt de Fill-in onmiddellijk af. De nieuw geselecteerde sectie (A of B) begint te spelen vanaf de top van de volgende maat, tenzij de MAIN A of B knop wordt ingedrukt tijdens de laatste beat van de maat - in welk geval de Fill-in begint vanaf de eerste beat van de volgende maat. • Fill-in patronen zijn niet beschikbaar als één van de Piano stijlen (#81-#100) wor dt geselecteerd. HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSEN Het volume van het afspelen van de begeleiding kan aangepast worden. De volume parameter beïnvloedt alleen het volume van de stijl. Het volume bereik is van 000 - 127. e 1 Selecteer de Accompaniment Volume functie in het Overall menu. Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “AcmpVol” in de display verschijnt. 2 Wijzig de waarde. Het huidige Accompaniment Volume e Verlaag of verhoog de Accompaniment Volume waarde met de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knoppen constant ingedrukt om de waarde sneller te verhogen of verlagen. Verlaagt de Accompaniment Verhoogt de Accompaniment Volumewaarde Volume waarde Het Restoren van de Defaultwaarde Druk, om de Default (standaard) waarde van het Accompaniment Volume terug te roepen (restore) (110), tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen (als Accompaniment Volume in het Overall menu is geselecteerd). 32 NB: Het Accompaniment Volume kan slechts gewijzigd worden als de Style mode actief is. AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN MULTI FINGERING De auto accompaniment ofwel begeleidingsfunctie genereert automatisch de bas- en akkoordbegeleiding voor u om mee te spelen, door middel van Multi Fingering . U kunt de akkoorden van de begeleiding wijzigen door de toetsen op het ACMP gedeelte van het toetsenbord te bespelen met ofwel de “Single Finger” ofwel de “Fingered” methode. Met Single Finger kunt u gebruik maken van eenvoudige één-, twee- of drie-vinger akkoorden (zie Single Finger Akkoorden hieronder). De Fingered techniek houdt het conventionele spelen van een akkoord in, met het spelen van alle noten. Welke methode u ook gebruikt, de PortaTone “begrijpt” welk akkoord u bedoeld en genereert automatisch de begeleiding. Single Finger Akkoorden De akkoorden in de Single Finger mode, zijn de majeur, mineur, septime en mineur septime akkoorden. De illustratie hiernaast toont hoe deze akkoorden er uitzien. (De toets C wordt hier als voorbeeld gebruikt; voor andere toetsen gelden dezelfde regels, Bijvoorbeeld Bb7 wordt gespeeld als Bb en A.) Om een majeur akkoord te spelen: Sla de grondtoon van het akkoord aan. Om een mineur akkoord te spelen: Sla de grondtoon tegelijk met een willekeurig zwarte toets links ervan aan. Om een septime akkoord te spelen: Sla de grondtoon tegelijk met een willekeurige witte toets linkers ervan aan. Om een mineur septime akkoord te spelen: Sla de grondtoon tegelijk met in totaal drie willekeurige witte en zwarte toetsen links ervan aan. Fingered Akkoorden Met de C toets als voorbeeld, toont het overzicht hieronder de typen akkoorden die herkend worden in de Fingered mode. ■ Fingered Akkoorden in C NB: Als een akkoord wordt omgedraaid (i.e. C-E-G wordt gespeeld als G-C-E), herkent de PortaTone het nog steeds als een C akkoord. Het akkoordherkenningssysteem kent de volgende regels en uitzonderingen: • Mineur Sext akkoorden worden alleen in grondtoon positie herkent; alle ommedraaiïngen worden als mineur septime/verminderde kwint geïnterpreteerd. • Als de vermeerderde en verminderde septime akkoorden worden omgedraaid, wordt de laagste noot herkend als de grondtoon. •Septime verminderde kwint akkoordenkunnen met de laagste noot als grondtoon gespeeld worden of de verminderd septime. •Vermeerderd septime en verminderd septime akkoorden worden geïnterpreteerd als eenvoudig vermeerderd en verminderd. De noten tussen haakjes zijn facultatief; de akkoorden worden zonder deze herkend. NB: De volgende akkoorden worden niet herkend: B mineur sext, Bb mineur sext en B vermeerderd. 33 WAT IS EEN AKKOORD? Het antwoord is eenvoudig: Drie of meer tonen die tezamen worden gespeeld vormen een akkoord. (Twee tonen die tezamen worden gespeeld vormen een “interval” - een interval is de afstand tussen twee verschillende tonen. Dit wordt ook wel aangeduid met “harmonie”.) Afhankelijk van de intervallen tussen de drie of meer tonen klinkt een akkoord mooi, duf of dissonant klinken. De schikking van de tonen in het voorbeeld links - een triade akkoord - brengt een prettig, harmonieus geluid voort. Triades bestaan uit drie noten en zijn de meest fundamentele en algemene akkoorden in de meeste muziek. In deze triade is de laagste toon de grondtoon. De grondtoon is de belangrijkste noot in het akkoord, aangezien deze het geluid harmonisch verankert door de “(grond)toon” te bepalen en als zodanig de basis te vormen voor de manier waarop we de andere tonen in het akkoord horen. De tweede noot in dit akkoord is vier halve tonen hoger dan de eerste en de derde is drie halve tonen hoger dan de tweede. Als we onze grondtoon constant houden en deze tonen een halve toon omhoog of omlaag (kruis of mol) wijzigen, ontstaan er vier verschillende akkoorden. Majeur akkoord (bijv. C) Mineur terts Majeur terts Mineur akkoord (bijv. Cm) Majeur terts Mineur terts Vermeerderd akkoord (bijv. Caug) Majeur terts Majeur terts Verminderd akkoord (bijv. Cdim) Mineur terts Mineur terts Vergeet niet dat we ook de “vingerzetting” van een akkoord kunnen wijzigen - door bijvoorbeeld de volgorde van de tonen te wijzigen (“omdraaiïngen”) of door dezelfde noten te spelen, maar in verschillende octaven - zonder de basis van het akkoord zelf te wijzigen. Inversie voorbeelden voor de C toets Mooi klinkende harmonieën kunnen op deze manier gemaakt worden. Het gebruik van intervallen en akkoorden is één van de belangrijkste elementen van muziek. Afhankelijk van de gebruikte akkoorden en de volgorde waarin zij gerangschikt worden, creëert u de gewenste “feeling” in de muziek. 34 AKKOORDEN NOTEREN Het kunnen lezen en schrijven van akkoorden is een makkelijke maar waardevolle vaardigheid. Akkoorden worden dikwijls genoteerd als een soort afkorting die hen onmiddellijk herkenbaar maakt (en u de vrijheid geeft om ze met die vingerzetting of ommedraaiîng te spelen die u prefereert). Als u eenmaal het basisprincipe van harmonie en akkoorden begrijpt, is het erg eenvoudig om deze afkortingen te gebruiken bij het noteren van de akkoorden in een song. Schrijf eerst de grondtoon van een akkoord in een hoofdletter op. Als u het moet specificeren als verminderd of vermeerderd, dan schrijft u dat rechts van de grondtoon. Het akkoord type moet ook aan de rechterkant geschreven worden. Voorbeelden voor de C zijn als volgt: Majeur akkoord Mineur akkoord C Cm Vermeerderd akkoord Verminderd akkoord Caug Cdim Voor eenvoudige majeur akkoorden wordt het type weggelaten. Een belangrijk punt: Akkoorden zijn samengesteld uit tonen die op elkaar zijn “gestapeld”. De opgestapelde tonen worden aangegeven als nummers in de naam van het akkoord van het akkoordsoort - het nummer geeft de afstand aan van de toon vanaf de grondtoon. (Zie het toetsenbord diagram hieronder.) Het mineur sext akkoord bijvoorbeeld bevat de 6e toon van de toonladder, de majeur septime akkoord bevat de 7e toon van de toonladder, enz. Dominante septime (verminderde septime) De intervallen van de Toonladder Bestudeer volgend diagram van de C majeur ladder goed om een beter begrip te krijgen van de intervallen en de nummers die gebruikt worden om ze te weer te geven in een akkoordnaam. 4e Grondtoon Octaaf 7e 3e 2e 5e 11e 9e 6e Andere Akkoorden Kwint (5) Septime Kwart (4) Majeur akkoord Dominante septime Dominante septime Majeur akkoord Verminderd akkoord Dominante septime Mineur akkoord Mineur akkoord Sext (6) None (9) 35 ONE TOUCH SETTING (OTS) De One Touch Setting functie selecteert automatisch een toepasselijke voice bij de stijl die u selecteert. Met andere woorden, als de One Touch Setting aanstaat, wijzigt de voice automatisch als u van stijl wijzigt. 1 Selecteer een stijl. e Selecteer één van de stijlen zoals beschreven in stap 12 op pag. 28. e 2 Zet de One Touch Setting functie aan. Druk op de OTS knop waardoor er eventjes “OTS On” in de display verschijnt. Als de One Touch Setting aanstaat, worden de volgende instellingen automatisch gewijzigd/gemaakt: • Main voice (ingesteld om bij de geselecteerde stijl te passen) • Multi Pad bank • Tempo • Accompaniment Volume • Acompaniment On • Sync-Start On (ingesteld op standby als het ritme is gestopt) 3 Speel de stijl. e Het aanslaan van een toets in het ACMP gedeelte van het toetsenbord start de stijl, aangezien Sync-Start automatisch aanstaat als de One Touch Setting aanstaat, Druk nogmaals op de OTS knop (zodat “OTS Off” in de display verschijnt) om de One Touch Setting uit te zetten. 36 CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS) De Chord Guide functies van de PortaTone voorzien u van krachtige, gemakkelijk te gebruiken hulpmiddelen bij het leren van akkoorden en akkoordverhoudingen. Chord Guide mode kent twee verschillende functies: Smart en Dictionary. Smart Met de Smart functie kunt u de grondtoon instellen van de akkoord begeleiding. Als die eenmaal is ingesteld, kunt u eenvoudigweg individuele toetsen in de toonladder aanslaan, waardoor automatisch harmonisch juiste akkoorden voortgebracht worden. Met bijvoorbeeld de grondtoon in C, zal het aanslaan van een D resulteren in een D mineur akkoord (in plaats van een harmonisch niet toepasselijke D majeur). Het Smart type is niet alleen handig voor het gemakkelijk spelen van verschillende akkoord progressies in een gespecificeerde toets, maar het is ook een uitstekende onderwijsmethode om uit te vinden hoe akkoorden harmonisch met elkaar in verband staan in de gegeven toets. e e 1 Selecteer een stijl. Selecteer één van de stijlen als beschreven in stap 1-2 op pag. 28. 2 Selecteer de Smart Chord Guide. Druk op de CHORD GUIDE knop zodat “Smart” kort in de display verschijnt. NB: De begeleiding staat automatisch aan als Smart wordt geselecteerd. e 3 Stel de toets van uw voorkeur in. Ga met de +/- knoppen op het numerieke toetsenbord door de beschikbare noten of voer direct het nummer dat correspondeert met de gewenste noot in (zie onderstaand overzicht). Geeft de geselecteerde key signature aan (toont het aantal verhogingen of verlagingen van de noot). 37 Nummer 01 02 03 04 05 06 07 08 Toets (display indicatie, werkelijke toets) #/b=0 (C, of Am) #=1 (G, of Em) #=2 (D, of Bm) #=3 (A, of F#m) #=4 (E, of C#m) #=5 (B, of G#m) #=6 (F#, of D#m) #=7 (C#, of A#m) Nummer 09 10 11 12 13 14 15 Toets (display indicatie, werkelijke toets) b=7 (Cb, of Abm) b=6 (Gb, of Ebm) b=5 (Db, of Bbm) b=4 (Ab, of Fm) b=3 (E, of Cm) b=2 (Bb, of Gm) b=1 (F, of Dm) Als u bijvoorbeeld de volgende partituur wilt spelen, stel de toon dan in op b=1 (F, of Dm) e 4 Speel de stijl af en sla enkele tonen aan (grondtonen) in het ACMP gedeelte. Start het afspelen van de stijl op de gewenste manier. (Zie pag. 9 voor speciale instructies over het starten van stijlen.) Als de grondtoon F majeur is, resulteert het aanslaan van de volgende enkele tonen in de akkoord progressie er onder. Merk op dat de mineur akkoorden die passen bij F majeur automatisch geconverteerd worden, Gespeelde noten Werkelijke akkoorden 38 Dictionary De Dictionary functie is in wezen een ingebouwd “akkoordenboek” die u de individuele tonen in akkoorden toont. Dit is ideaal als u de naam van een bepaald akkoord wilt weten en snel wilt leren hoe deze gespeeld moet worden. e e 1 Selecteer de Dictionary Chord Guide, met de Style mode actief. Druk op de CHORD GUIDE knop, waardoor eventjes “Dict.” in de display verschijnt. 2 Selecteer de grondtoon van het akkoord. Grondtoon Sla de toets op het toetsenbord aan die correspondeert met de gewenste grondtoon van het akkoord (zoals staat afgebeeld op het paneel). e 3 Selecteer het akkoordsoort (majeur, mineur, septime, etc,). Het aanslaan van deze toets selecteert de grondtoon G. Akkoord type > Sla de toets op het toetsenbord aan die correspondeert met het gewenste akkoordsoort (zoals staat afgebeeld op het paneel). De display toont de naam van het akkoord en de individuele tonen - zowel in notatie als op het toetsenborddiagram. 4 Speel het akkoord. e Speel het akkoord (als aangegeven in de display) in het ACMP gedeelte van het toetsenbord. De akkoordnaam knippert als de juiste tonen worden ingedrukt. (Ommedraaiïngen worden voor veel akkoorden ook herkend.) Het aanslaan van deze toets selecteert het akkoord majeur septime (M7). Notatie vanhet akkoord Akkoordnaam (grondtoon en type) Individuele tonen van het akkoord (toetsenbord) Knippert als de juiste tonen worden aangeslagen. Geeft de tonen aan die gespeeld moeten worden. 39 MULTIPADS Met deze handige pads kunt u onmiddellijk verschillende muzikale en ritmische frases triggeren als u de PortaTone bespeeld. Er zijn in totaal 40 verschillende geluiden of frases (20 banken met twee padgeluiden voor iedere bank). De frases spelen af op dezelfde snelheid als de Tempo instelling en wijzigen tevens harmonisch mee met de begeleidende akkoorden (zowel in Style als in Song mode). 1 e Selecteer de Pad functie in het Overall menu. Druk op één van de OVERALL ▲/▼ knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot MULTI PAD in de display verschijnt. Huidige Pad banknummer e 2 Selecteer de bank van uw voorkeur. Verhoog of verlaag met de OVERALL +/- knoppen het banknummer. Houdt de knoppen constant ingedrukt om de waarde sneller te verhogen of verlagen. Zie pag. 46 voor een complete lijst van beschikbare banken en hun inhoud. Verlaagt het Pad banknummer 3 Bespeel de Multi Pads e Druk op één van de Pads. De frase speelt ononderbroken door tot die is afgelopen. Er herhaaldelijk op drukken (voordat de frase is afgespeeld) creëert een “stotter”effect. In de Song of Style mode volgen melodisch-type geluiden accuraat de akkoordwijzigingen. Alle geluiden spelen keurig op tijd af met de huidige Tempo instelling. Als OTS aanstaat worden de passende Multi Pad banken van de geselecteerde stijl automatisch opgeroepen. 40 Verhoogt het Pad banknummer & MIDI De PortaTone bezit tevens MIDI aansluitingen waarmee u de PortaTone met andere MIDI instrumenten en apparatuur kunt aansluiten. Ontvangt MIDI data van het aangesloten stuurapparaat. Verstuurt MIDI data (spel van het toetsenbord) naar het aangesloten apparaat. Over MIDI MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is een wereldwijde standaard die in vele elektronische muziekinstrumenten en andere digitale muziekgerelateerde apparatuur is ingebouwd. Hierdoor kunnen zij op elkaar aangesloten worden en met elkaar “communiceren”. Om twee MIDI instrumenten met elkaar te kunnen laten communiceren, moeten ze met MIDI kabels op elkaar aangesloten worden. De MIDI IN en MIDI OUT aansluitingen van de PortaTone kunnen bijvoorbeeld aangesloten worden op de MIDI OUT en MIDI IN aansluitingen van een sequencer, waardoor u uw spel van de PortaTone kunt opnemen en afspelen. De instrumenten communiceren met elkaar door “messages” of MIDI data te versturen. Het instrument dat verstuurt, wijst de data gewoonlijk toe aan één van de zestien MIDI kanalen en verstuurt ze dan via de MIDI kabel. De kabel zelf is echter niet in zestien kanalen opgedeeld. Net als met een televisie die programma’s over verschillende kanalen ontvangt, is het aan het ontvangende instrument om de data naar het juiste MIDI kanaal te leiden. Als de stuur- en ontvangkanalen van de respectievelijke instrumenten niet overeenstemmen, begrijpt het ontvangende instrument het niet en reageert niet op de zender. Druk voor het eigenlijk opnemen op de sequencer één of tweemaal op de ACMP knop om er zeker van te zijn dat de huidige instellingen verstuurd worden. Sluit de MIDI OUT van de PortaTone aan op de MIDI IN van de QY70. Sluit de MIDI IN van de PortaTone aan op de MIDI OUT van de QY70. NB: • De volgende kanalen (acht in totaal) kunnen op de PortaTone MIDI ontvangen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10. De MIDI stuurkanalen zijn op de volgende data ingesteld: Kanaal 1: Toetsenbord, harmony Kanaal 2: Bass Kanaal 3: Akkoord Kanaal 4-7: Andere Kanaal 10: Ritme • Gedeelten die zijn opgenomen met de PortaTone moeten ook op de PortaTone worden afgespeeld. De data speelt niet naar wens af als er andere geluidsbronnen worden gebruikt (zoals de interne geluiden van de QY-70). Daarbij kan een aangesloten geluidsbron in een andere octaaf afspelen als oorspronkelijk op de PortaTone werd ingespeeld. Hoe Kan MIDI Worden Gebruikt? In het eenvoudige, maar duidelijke MIDI toepassingsvoorbeeld hieronder, wordt de Yamaha QY-70 Music Sequencer gebruikt om gespeelde data op het PortaTone toetsenbord op te nemen en af te spelen. • MIDI data kan niet verstuurt worden tijdens het afspelen van een song. • Gebruik geen MIDI kabels van meer dan 15 meter, aangezien dit tot storingen (MIDI errors) kan leiden. 41 & TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?) Probleem Mogelijk oorzaak en oplossing Een plopgeluid is kort hoorbaar als de PortaTone wordt aan- of uitgezet. Dit is normaal en geeft aan dat de PortaTone stroom ontvangt. Het geluid van de voices of ritmes klinkt ongewoon of vreemd. De batterij is zwak. Vervang de batterijen (zie pag. 9). Er is geen geluid, zelfs niet als het toetsenbord wordt bespeeld of een Song wordt afgespeeld. Controleer of er niets is aangesloten op de PHONES/AUX jack op het achterpaneel. Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, klinkt er geen geluid. Het ritme is niet hoorbaar als één van de PIANO stijlen wordt geselecteerd en gestart. Dit is normaal; de begeleiding van de stijl is slechts hoorbaar als de begeleiding aanstaat en de toetsen in het ACMP gedeelte van het toetsenbord worden bespeeld. Niet alle noten zijn hoorbaar als er een aantal noten tegelijk gespeeld worden. Er worden teveel toetsen tegelijk aangeslagen. De PortaTone is maximaal 16-stemmig polyfoon. Het Padgeluid wordt gesneden of klinkt ongebruikelijk. De PortaTone is maximaal 16-stemmig polyfoon. Als er een stijl of song afspeelt terwijl er een Pad wordt bespeeld, worden sommige noten/geluiden afgeknepen (of “gestolen” van de begeleiding of song). Het geluid van de voice wijzigt van noot tot noot. De AWM toongenerator gebruikt multi-opnamen (samples) van een instrument over het bereik van het toetsenbord; vandaar dat het werkelijke geluid van de voice van noot tot noot iets kan verschillen. De melodie part van de song speelt niet af. Controleer of de Melody Guide uitstaat. De song speelt af tot een bepaald punt en pauzeert dan. Controleer of de Melody Guide niet op “Waiting” staat. De noten die getoond worden in de notenbalk en het toetsenbord diagram in de display stemmen niet overeen met de werkelijk gespeelde noten. Als auto accompaniment/begeleiding aanstaat, toont de display de specifieke noten van de akkoorden die u speelt in het ACMP gedeelte van het toetsenbord. Als u een enkel vingerakkoord speelt, of een inversie van een akkoord, zal het akkoord op juiste wijze getoond worden in de display, zelfs als het niet overeenkomt met de werkelijk aangeslagen toetsen. 42 INDEX MISC. M +/- toetsen 16 A A/B Repeat Accessoires jacks Accompaniment Volume Adaptor Afstemmen Akkoorden, Fingered Akkoorden, Single Finger Akkoordnamen, over Auto accompaniment 24 10 32 9 19 33 33 34 31 V Main A/B 32 Melody Guide 26 Metronoom 13 MIDI 41 MIDI Implementation /chart48 MIDI, over 41 Minus One 26 Mode indicator 12 Multi Fingering 33 Multi Pad Lijst 46 Multi Pads 40 Muziekstandaard 10 Versterker/stereo systeem, Het gebruik van een extern 10 Voetpedaal 10 Voice Change 27 Voice Lijst 44 Voices, selecteren en afspelen 15 Voicing 34 W Waiting 26 N Numerieke toetsenbord B Batterijen Beat display 16 9 22 O C Chord Guide 37 One Touch Setting OTS (One Touch Setting) Overall knoppen Overall indicator 36 36 13 12 D Demo songs DEMO START knoppen Dictionary display indicaties Dual voices 11 11 39 12 17 p Percussie Voice Lijst Percussie Voices PHONES/AUX OUT jack Portable Grand Problemen, In de? 17 17 10 13 42 E Echo Voices Ending 17 30 F Fill-in Fingered akkoorden 32 33 G Grondtoon 34, 39 S Secties (stijl) 32 Single Finger akkoorden 33 Smart 37 Song parameters 24 Song volume 23 Songs, selecteren en afspelen 20 Specificaties 47 Split voices 17 Stijl parameters 30 Sustain 10 Sync-Start 29 H Harmony voices Hoofdtelefoon 17 10 I Interval Intro Inversie 35 29 34 T Tempo (song) 21 Tempo (stijl) 31 Time Signature 14 Transponeren 18 Troubleshooting (In de problemen?) 42 43 Copyright © Yamaha Corporation. Alle rechten zijn voorbehouden. Er mag geen gedeelte van de Nederlandse Handleiding worden gereproduceerd of uitgegeven in wat voor vorm dan ook, of op wat voor manier dan ook zonder toestemming van de Yamaha Corporation. 44
Source Exif Data:
File Type : PDF File Type Extension : pdf MIME Type : application/pdf PDF Version : 1.5 Linearized : Yes Encryption : Standard V1.2 (40-bit) User Access : Print, Copy, Fill forms, Extract, Assemble, Print high-res Page Count : 43 XMP Toolkit : XMP toolkit 2.9.1-13, framework 1.6 About : uuid:769cf69c-605c-4d4e-beab-56841dff49ad Producer : Acrobat Distiller 3.0 for Power Macintosh Keywords : Create Date : 1998:07:18 22:29:16Z Modify Date : 2003:07:29 20:42:28+09:00 Metadata Date : 2003:07:29 20:42:28+09:00 Creator Tool : Adobe PageMaker 6.52 Document ID : uuid:fba23141-0f26-45fc-b115-a7568fd601e9 Format : application/pdf Description : Cover PSR-195/79 Title : Cover PSR-195/79 Creator : Bert Bruinekool Author : Bert Bruinekool Subject : Cover PSR-195/79EXIF Metadata provided by EXIF.tools