Yamaha Cover PSR 195/79 195/PSR 79 Owner's Manual PSR195NL

User Manual: Yamaha PSR-195/PSR-79 Owner's Manual

Open the PDF directly: View PDF PDF.
Page Count: 43

NEDERLANDSTALIGE HANDLEIDING
LEES ALLES ZORGVULDIG DOOR VOOR U VERDER GAAT
* Bewaar deze voorzorgsmaatregelen op een veilige plaats voor later.
WAARSCHUWING
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg
van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Open het instrument niet, haal de interne onderdelen niet uit elkaar en
modificeer het instrument niet. Het instrument bevat geen door de
gebruiker te vervangen onderdelen. Als het instrument stuk schijnt te
zijn, stop dan met het gebruiken van het instrument en laat het nakijken
door gekwalificeerd Yamaha personeel.
Stel het instrument niet bloot aan regen, gebruik het niet in de buurt van
water of natte omstandigheden, plaats geen voorwerpen op het instru-
ment die vloeistoffen bevatten die in de openingen kunnen vallen.
Als het snoer van de adaptor beschadigd is of stuk gaat, als er plotse-
ling geluidsverlies is in het instrument, of als er plotseling een geur of
rook uit het instrument komt, moet u het instrument onmiddellijk uitzet-
ten, de stekker uit het stopcontact halen en het instrument na laten
kijken door gekwalificeerd Yamaha personeel.
Gebruik alleen de gespecificeerde adaptor (PA-7G of aanverwante,
door Yamaha aangeraden) adaptor. Het gebruik van een verkeerde
adaptor kan schade veroorzaken aan het instrument, te wijten aan
oververhitting.
Haal altijd de stekker uit het stopcontact voor u het instrument schoon-
maakt. Haal nooit een stekker uit het stopcontact als u natte handen
hebt.
Controleer zo nu en dan de stroomstekker, en verwijder stof en viezig-
heid die zich verzamelt op de stekker.
PAS OP!
Volg altijd de algemene voorzorgsmaatregelen op die hieronder worden opgesomd om te voorkomen dat u gewond raakt of zelfs sterft als gevolg
van elektrische schokken, kortsluiting, schade, brand of andere gevaren. De voorzorgsmaatregelen houden in, maar zijn niet beperkt tot:
Plaats het stroomsnoer niet in de buurt van warmtebronnen zoals ver-
warming en kachels, verbuig of beschadig het snoer niet, plaats geen
zware voorwerpen op het snoer, leg het snoer uit de weg, zodat nie-
mand er op trapt, er over kan struikelen en zodat er geen zware voor-
werpen over heen kunnen rollen.
Als u de stekker uit het stopcontact haalt moet u altijd aan de stekker
trekken, nooit aan het snoer. Aan het snoer trekken kan het beschadi-
gen.
Sluit het instrument niet aan op een stopcontact die een T-Plug bevat.
Dit kan resulteren in een verminderde geluidskwaliteit en het stopcon-
tact oververhitten.
Haal het instrument uit het stopcontact als u het lange tijd niet gebruikt,
of tijdens onweer.
De batterijen moeten in het instrument zitten volgens de +/- polariteit
markeringen. Doet u dit verkeerd kan oververhitting, brand of lekkende
batterijen het resultaat zijn.
Vervang batterijen altijd tesamen. Meng geen oude en nieuwe batte-
rijen. Meng ook geen verschillende soorten batterijen zoals alkaline en
mangaan batterijen, batterijen van verschillende merken, of verschil-
lende typen batterijen van dezelfde fabrikant, aangezien dit kan resulte-
ren in oververhitting, brand of lekkende batterijen.
Voordat u het instrument aansluit op andere elektronische componen-
ten moet u alle betreffende apparatuur uitzetten. Voordat u alle betref-
fende apparatuur aanzet moet u alle volumes op minimum zetten.
Stel het instrument niet bloot aan overdreven schokken of stof, extreme
koude of warme omstandigheden (zoals in direct zonlicht, bij de verwar-
ming of in de auto) om verkleuren te voorkomen aan het paneel of
schade aan de interne elektronica.
Gebruik het instrument niet in de buurt van elektrische produkten zoals
televisies, radio's of speakers, aangezien deze interferentie kunnen
veroorzaken die de prestaties van de andere apparatuur kunnen beïn-
vloeden.
Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar deze kan vallen.
Verwijder alle kabels alvorens het instrument te verplaatsen.
Gebruik bij het schoonmaken van het instrument een droge, schone
doek. Gebruik geen oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen of chemi-
sche schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij geen voorwerpen van vinyl op
Plaats het instrument niet op een onstabiele plek waar iemand er
overheen kan vallen.
Verwijder alle kabels, aangesloten adaptor en andere kabels alvorens
het instrument te verplaatsen.
Gebruik een zachte droge doek bij het schoonmaken van het instru-
ment. Gebruik geen verdunners, oplosmiddelen, schoonmaakmiddelen
of chemische schoonmaakdoekjes. Plaats daarbij ook geen voorwerpen
van vinyl op plastic op het instrument, daar dit het paneel of toetsenbord
kan verkleuren.
Leun niet op, en plaats geen zware voorwerpen op het instrument, ga
voorzichtig om met de knoppen, schakelaars en aansluitingen.
Gebruik alleen de standaard van dit instrument. Bij het bevestigen van
de standaard moet u alleen gebruik maken van de meegeleverde schroe-
ven. Doet u dit niet kan er schade ontstaan aan de interne componenten
of er voorzorgen dat het instrument valt.
Gebruik het instrument niet te lang op een niet comfortabel geluids-
niveau aangezien dit permanent gehoorverlies op kan leveren. Als u
gehoorverlies constateert of geruis in uw oren, neem dan contact op
met een K.N.O.-arts.
USER DATA OPSLAAN
Bewaar frequent gegevens op floppy disk, om te voorkomen dat u belang-
rijke data kwijtraakt door een bedieningsfout of stuk gaan van het
apparaat.
Yamaha kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die is te wijten
aan onzorgvuldig gebruik of modificaties die zijn aangebracht aan het instrument,
of data die kwijt is geraakt of vernietigd.
Doe het instrument altijd uit als u het niet gebruikt.
Gooi batterijen niet zo maar weg, maar volg de lokale regels omtrent het
weggooien van batterijen.
VOORZORGSMAATREGELEN
3
het instrument aangezien deze het paneel en het toetsenbord kunnen
verkleuren.
4
Gefeliciteerd met de aanschaf van
de YAMAHA PSR-195/PSR-79 PortaTone!
U bezit nu een draagbaar toetsenbord in een compact pakket die uitgerust is met
geavanceerde functies, een fantastisch geluid heeft en buitengewoon gemakke-
lijk is in het gebruik. Deze kenmerken maken het een uitzonderlijk expressief en
veelzijdig instrument.
Lees deze Handleiding zorgvuldig door om optimaal gebruik te kunnen maken
van de verschillende kenmerken bij het bespelen van uw nieuwe PortaTone.
Inhoudsopgave
PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN 6
•Voorpaneel ...................................... 6
•Achterpaneel .................................. 8
OPSTELLEN 9
STROOMVOORZIENING..................... 9
• Het Gebruik van de Adaptor ....... 9
• Het Gebruik van Batterijen ........... 9
DE STROOM INSCHAKELEN ............... 9
JACKS VOOR ACCESSOIRES .......... 10
MUZIEKSTANDAARD ......................... 10
OM TE BEGINNEN
DE DEMOSONGS AFSPELEN 11
PANEEL DISPLAY INDICATIES 12
PORTABLE GRAND 13
HET GEBRUIK VAN DE METRONOOM 10
• De Metronoom Maatsoort Instellen .. 14
• Metronoomvolume Aanpassen ... 14
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES
DE VOICE MODE 15
EEN VOICE SELECTEREN EN BESPELEN . 15
• Percussie Voice Lijst
(voices 90 en 100) ........................ 17
TRANSPONEREN EN STEMMEN ........ 18
• Transponeren (Transpose) ........... 18
• Stemmen (Tuning) ........................ 19
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS
DE SONG MODE 20
SONGS SELECTEREN EN AFSPELEN . 20
HET TEMPO WIJZIGEN ...................... 21
• Over de Beat Display .................. 22
HET SONG VOLUME AANPASSEN ... 23
SONG KNOPPEN .............................. 24
A/B REPEAT (herhaling) ................... 24
MELODIE GIDS ................................. 26
VOICE CHANGE (lett. wijziging) .... 27
STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN 28
EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN28
STIJLKNOPPEN .................................. 30
AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES .. 31
HET TEMPO WIJZIGEN ...................... 31
STIJL SECTIES (MAIN A, MAIN B) EN
FILL-INS .............................................. 32
HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPAS-
SEN .................................................... 32
AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN
MULTI FINGERING ............................. 33
• Single Finger Akkoorden ............. 33
• Fingered Akkoorden .................... 33
WAT IS EEN AKKOORD? ................... 34
AKKOORDEN NOTEREN ................... 35
• De Intervallen van de Toonladder 35
• Andere Akkoorden ...................... 35
ONE TOUCH SETTING (OTS)............. 36
AKKOORDEN GIDS .......................... 37
• Smart ............................................. 37
• Dictionary...................................... 39
MULTI PADS....................................... 40
MIDI 41
• Over MIDI ...................................... 41
• Hoe kan MIDI gebruikt worden? . 41
TROUBLE SHOOTING
(IN DE PROBLEMEN?)....................... 42
INDEX ................................................ 43
VOICE LIJST....................................... 44
MULTI PAD LIJST ................................ 46
SPECIFICATIES ................................... 47
MIDI IMPLEMENTATION CHART........ 48
5
De PSR-195/PSR-79 is een geavanceerd en gemakkelijk-in-het-gebruik toetsen-
bord met de volgende kenmerken en functies:
pag. 26-27,34-35,37-39
De PortaTone heeft als kenmerk de nieuwe Yamaha Education Suite - een leermethode die gebruik
maakt van de laatste technologieën om het studeren en oefenen van muziek nog leuker en bevredi-
gender te maken dan het al was!
De Yamaha Education Suite omvat:
Krachtige Melodie Gids functies in de Song mode - Waiting en Minus One - leren u met gemak de 100
songs en laten u zelfs zien welke noten u moet spelen!
• Waiting zet het afspelen van de song op pauze (als een geduldige leraar!), zodat u in uw
eigen tempo kunt oefenen.
• Minus One mute alleen de melodiepart, om u deze part zelf te laten spelen. De expert
backing parts stimuleren u om op uw best te spelen en maken dat u de song “voelt”!
Akkoorden Gids functies in de Style mode - Smart en Dictionary - maken het u buitengewoon gemakke-
lijk om akkoorden en akkoordrelaties te leren.
• Smart laat u met gemak harmonisch “correcte” akkoordprogressies spelen voor elke toets
die u specificeert. Geweldig om te leren - en uit te voeren!
• Dictionary is een ingebouwde “akkoorden encyclopedie” die u leert hoe u specifieke
akkoorden moet spelen. Typ het akkoord in en de PortaTone laat u zien welke noten u
moet spelen!
pag. 13
De PortaTone bezit ook een Portable Grand functie voor een realistische piano uitvoering. Met een druk
op de PORTABLE GRAND knop roept u onmiddellijk de ongelofelijk authentieke “Stereo Sampling Piano”
voice op hetgeen de gehele PortaTone voor optimaal pianospel configureert. Speciale `piano stijlen -
met slechts pianobegeleiding- zijn tevens beschikbaar.
Overige kenmerken:
• 100 buitengewoon realistische en dyna-
mische voices, die gebruik maken van digi-
tale opnamen van echte instrumenten.
• 100 dynamische begeleidingsstijlen, elk
met een ander Intro, Main A en B en Ending
secties. Alle Stijlen (met uitzondering van de
Pianostijlen) hebben hun eigen Fill-in patro-
nen.
• De grote custom LCD biedt in één oog-
opslag bevestiging van alle belangrijke in-
stellingen, alsmede akkoord- en noot-
indicaties.
• 100 songs, voor uw luisterplezier - of voor
gebruik met de geavanceerde leer-
methode van de Yamaha Education Suite.
• Praktische controle over de begeleidings-
stijlen - met inbegrip van Tempo en een on-
afhankelijk Volume van de begeleiding
(Auto Accompaniment).
• One Touch Setting (OTS) om automatisch
een toepasselijke voice op te roepen om
te bespelen bij de geselecteerde stijl.
• MIDI-aansluitingen voor aansluiting op an-
dere MIDI-apparaten. De PSR-195 bezit ook
een Sustainpedaalingang.
• Een ingebouwd stereo versterker/speaker
systeem van hoge kwaliteit.
BELANGRIJKSTE KENMERKENBELANGRIJKSTE KENMERKEN
BELANGRIJKSTE KENMERKENBELANGRIJKSTE KENMERKEN
BELANGRIJKSTE KENMERKEN
Yamaha Education Suite
Portable Grand
6
&PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGENPANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN
PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGENPANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN
PANEELKNOPPEN EN AANSLUITINGEN
Voorpaneel
7
1 Aan/uit schakelaar (STAND BY / ON)
2 MASTER VOLUME dial
Deze regelt het hele volume van de
PortaTone.
3 OVERALL, DEMO START knoppen
( , , +, -)
Hiermee selecteert u verschillende alge-
mene functies en stelt de waarden er van
in (zie pag. 23). Ook de Demo songs kun-
nen hiermee afgespeeld worden (zie pag.
11).
4 SONG knop
Deze selecteert de Song mode (zie pag. 20).
5 VOICE knop
Deze selecteert de Voice mode (zie pag.
15).
6 STYLE knop
Deze selecteert de Style mode (zie pag. 28).
7 Numerieke toetsenbord, +/- knoppen
Hiermee kunnen songs, stijlen en voices ge-
selecteerd worden (zie pag. 16). Ook kun-
nen hiermee bepaalde waarden ingevoerd
worden, zoals de maatsoort van de metro-
noom (pag. 14) en de toonladder van de
Smart Chord functie (zie pag. 38).
8 ACMP ON/OFF knop
Deze zet de automatische begeleiding aan
en uit in Style mode (zie pag. 29). In Song
mode zet deze het afspelen van de song
beurtelings op pauze en start (zie pag. 24).
9 SYNC-START, Pause (❙❙) knop
Deze zet de Sync-Start functie aan en uit in
de Style mode (zie pag. 29). In Song mode
zet deze het afspelen van de song beurte-
lings op pauze en start (zie pag. 24).
0 START/STOP (>/) knop
Deze start en stopt de automatische bege-
leiding in Style mode (zie pag. 29). In Song
mode zet deze het afspelen van de song
beurtelings op pauze en start (zie pag. 24).
A INTRO/ENDING, a - b knop
Hiermee bestuurt u de Intro en Ending func-
ties in Style mode (zie pag. 29, 30). In Song
mode bestuurt u de A/B Repeat functie (zie
pag. 24).
B MAIN A/B (AUTO FILL), Fast Forward
(ff
ff
f)/Rewind (rr
rr
r) knoppen
Hiermee kunt u de begeleidingssecties wij-
zigen en de Auto Fill functie besturen in Style
mode (zie pag. 32). In Song mode kunt u
respectievelijk snel vooruit of achteruit spoe-
len tijdens het afspelen van een song. Als
de song gestopt is, kunt u hiermee vooruit
of achteruit in de song wandelen (zie pag.
24).
C OTS, VOICE CHANGE knop
Deze zet de One Touch Setting (OTS) func-
tie aan en uit in Style mode (zie pag. 36). In
Song mode zet deze de Voice Change
functie aan en uit (zie pag. 27).
D CHORD GUIDE, MELODY GUIDE knop
Hiermee bestuurt u de Chord Guide func-
ties in Style mode (zie pag. 37). In Song mode
bestuurt u hiermee de Melody guide func-
tie (zie pag. 26).
E PORTABLE GRAND knop
Met deze knop gaat u onmiddellijk naar de
Voice mode en wordt de Grand Piano voice
opgeroepen (zie pag. 13).
F METRONOOM knop
Deze zet de metronoom aan en uit (zie pag.
13).
G MULTI PAD knoppen
Hiermee kunt u automatisch voor-
geprogrammeerde muziekfrases afspelen
(zie pag. 40).
8
Achterpaneel
H DC IN 10-12V jack
Dit is de aansluiting voor een PA-3B AC
adaptor.
I PHONES/AUX OUT jack
Dit is de aansluiting voor een stereo hoofd-
telefoon of een extern versterker/
luidsprekersysteem.
J SUSTAIN jack (alleen voor de PSR-195)
Dit is de aansluiting voor een extra FC4 of
FC5 voetpedaal.
K MIDI IN, OUT aansluitingen
Dit zijn de aansluitingen voor de andere MIDI
instrumenten en apparaten.
9
Dit gedeelte geeft u informatie over hoe u uw PortaTone moet opstellen om te
bespelen. Lees dit gedeelte zorgvuldig door alvorens uw instrument te gebruiken.
STROOMVOORZIENINGSTROOMVOORZIENING
STROOMVOORZIENINGSTROOMVOORZIENING
STROOMVOORZIENING
Uw PortaTone werkt zowel op batterijen (niet
bijgesloten) of op normale stroom met be-
hulp van de niet bijgeleverde Yamaha PA-
3B Adaptor (of een andere door Yamaha
aanbevolen adaptor).
Het Gebruik van de Adaptor
Om uw PortaTone op een stopcontact aan
te sluiten, heeft u de extra verkrijgbare
Yamaha PA-3B Adaptor nodig. Het gebruik
van een andere adaptor kan leiden tot
schade aan het instrument, dus verzeker u
ervan dat u de goede adaptor gebruikt.
Steek de adaptor in een stopcontact en in
de DC IN 10-12V jack aan de achterkant
van de PortaTone.
WAARSCHUWING :
• Gebruik ALLEEN de Yamaha PA-3B Adaptor (of en andere,
speciaal door Yamaha aanbevolen adaptor) om uw instru-
ment van stroom te voorzien. Het gebruik van andere
adaptors kan resulteren in onherstelbare schade aan zowel
de adaptor als de PSR 195/79.
• Haal de adaptor uit het stopcontact als u de PSR 195/79
niet gebruikt en tijdens onweer.
Het Gebruik van Batterijen
Het Plaatsen van Batterijen
Keer het instrument om en neem het deksel
van het batterijen compartiment eraf. Plaats
zes 1,5 volt “D” (SUM-1, R-20 of vergelijkbaar)
batterijen als getoond in de illustratie. Zorg
dat de positieve en negatieve aansluitingen
juist zitten en doe het deksel er weer op.
Als de Batterijen Zwak Worden
Als de batterijen zwak worden en het
batterijvoltage beneden een bepaald ni-
veau komt, zal de PortaTone niet meer naar
behoren klinken of functioneren. Vervang
alle zes de batterijen zodra dit gebeurt.
LET OP ! :
•Gebruik nooit oude en nieuwe batterijen of verschillende
typen batterijen (bv alkaline en mangaan) door elkaar.
• Voorkom eventuele schade aan het instrument door
batterijlekkage, door de batterijen te verwijderen als u het
instrument voor langere tijd niet gebruikt.
DE STROOM INSCHAKELENDE STROOM INSCHAKELEN
DE STROOM INSCHAKELENDE STROOM INSCHAKELEN
DE STROOM INSCHAKELEN
Druk, als de adaptor is aangesloten of de
batterijen zijn geïnstalleerd, op de STAND BY
schakelaar zodat deze op de ON positie blijft
staan. Als het instrument niet wordt gebruikt
zet de stroom dan uit. (Druk de schakelaar
opnieuw in zodat deze omhoog komt.)
WAARSCHUWING 1 :
• Zelfs als de schakelaar op “STAND BY” staat, stroomt er
nog steeds een klein beetje elektriciteit naar het instrument.
Als u de PSR 195/79 voor langere tijd niet gebruikt, haal dan
de adaptor uit het stopcontact en/of verwijder de batte-
rijen.
&OPSTELLENOPSTELLEN
OPSTELLENOPSTELLEN
OPSTELLEN
10
OVERIGE (AUX) JACKSOVERIGE (AUX) JACKS
OVERIGE (AUX) JACKSOVERIGE (AUX) JACKS
OVERIGE (AUX) JACKS
Het Gebruik van een Hoofdtelefoon
Om privé te oefenen en te spelen zonder
anderen te storen, kunt u een hoofdtelefoon
aansluiten op het achterpaneel in de
PHONES/AUX OUT jack. De ingebouwde
luidsprekers worden onmiddellijk losgekop-
peld zodra u de plug van de hoofdtelefoon
in de jack steekt.
Een Toetsenbord Versterker of Stereo-
systeem Aansluiten
Hoewel de PortaTone is uitgerust met inge-
bouwd luidsprekers, kunt u ook via een ex-
tern versterker/geluidssysteem spelen. Kijk
eerst of de PortaTone en de externe appa-
raten uitstaan. Sluit vervolgens het ene eind
van de stereo audiokabel aan op de LINE
IN of AUX IN jack(s) van het andere appa-
raat en het andere eind op de PHONES/AUX
OUT jack op het achterpaneel van de
PortaTone.
LET OP ! :
• Zet het volume van de externe apparaten op het mini-
mum voor ze aan te sluiten, om schade aan de luidsprekers
te voorkomen. Onachtzaamheid kan in dit geval leiden tot
een elektrische schok of schade aan de apparatuur.
Het Gebruik van een Sustain Voetpedaal
(alleen op de PSR-195)
Door dit kenmerk van de PSR-195 kunt u een
met extra voetpedaal (Yamaha FC4 of FC5)
het geluid van de toetsenbord voice laten
aanhouden. Het gebruik is hetzelfde als een
demperpedaal op een akoestische piano -
druk het pedaal in en houdt vast terwijl u
het toetsenbord bespeeld om het geluid te
laten uitklinken.
NB:
Hoewel de PSR-79 geen SUSTAIN jack bezit, bevatten som-
mige voices een natuurlijke sustain die is toegevoegd aan
het geluid.
NB:
• Zorg ervoor dat het voetpedaal op de juiste wijze is aan-
gesloten op de SUSTAIN jack voor u het instrument aanzet.
• Druk het voetpedaal niet in als u het instrument aanzet.
Daarmee wijzigt u de polariteit van het voetpedaal, het-
geen resulteert in een omgekeerde voetpedaalbediening.
Het Gebruik van MIDI Aansluitingen
De PortaTone bezit ook MIDI aansluitingen,
waarmee u de PortaTone op andere MIDI
instrumenten en media aan kunt sluiten
(voor meer informatie, zie pag. 41).
MUZIEKSTANDAARDMUZIEKSTANDAARD
MUZIEKSTANDAARDMUZIEKSTANDAARD
MUZIEKSTANDAARD
Steek de onderste uiteinden van de bij-
gesloten muziekstandaard in het slot op de
bovenkant van het PortaTone knoppen-
paneel.
11
e
e
e
De PortaTone is uitgerust met een groot aantal Demosongs, speciaal opgenomen
om de dynamische geluiden en ritmes te laten horen en u een idee te geven wat
u met het instrument kan doen.
1 Zet allereerst het instrument aan.
Druk op de STAND BY/ON knop. Als u het in-
strument aanzet, staat het automatische in
Voice mode en speelt Voice 1 (Grand Pno)
af.
2 Stel het volume in.
Zet het volume met de MASTER VOLUME
knop eerst op ongeveer een derde. U kunt
het niveau optimaal instellen als de song
eenmaal afspeelt.
3 Druk op de DEMO START knoppen.
Alle 100 songs spelen op volgorde af. U kunt op het toetsen-
bord met de songs meespelen. Als de Voice Change functie
aanstaat (pag. 27), wijzigt de toetsenbord voice in overeen-
stemming met de wijzigingen in de song van de melodie
voice.
De huidige songtitel en het nummer verschijnen links in de
display. De display geeft tevens de akkoorden (met uitzon-
dering van song #1 “StarWars”) en de melodie noten aan (met
muziekstaven en het toetsenbord diagram) bij wijzigingen in
de song. (Er zijn partituren van de Demo songs beschikbaar.)
Druk op de START/STOP (>/) knop om het
afspelen te stoppen. Zie pag. 20 voor meer
informatie over het selecteren en afspelen
van individuele songs.
Terwijl de Demo song afspeelt.....
U kunt vele kenmerken van de Portatone gebruiken
terwijl de Demo songs afspelen. Deze omvatten:
• Tempo (pag. 21)
• Song volume (pag. 23)
• Afstemming (pag. 19)
• Pause (II) Rewind (
r
)Fast Forward (
f
)(pag. 24)
• Voice Change (pag. 27)
Songnummer Songtitel
Huidige akkoord
Melodie notatie
Toetsenbord diagram
(de huidige noot is zwart)
&OM TE BEGINNEN-OM TE BEGINNEN-
OM TE BEGINNEN-OM TE BEGINNEN-
OM TE BEGINNEN-
DE DEMOSONGS AFSPELENDE DEMOSONGS AFSPELEN
DE DEMOSONGS AFSPELENDE DEMOSONGS AFSPELEN
DE DEMOSONGS AFSPELEN
12
&PANEEL DISPLAY INDICATIESPANEEL DISPLAY INDICATIES
PANEEL DISPLAY INDICATIESPANEEL DISPLAY INDICATIES
PANEEL DISPLAY INDICATIES
De PortaTone is uitgerust met een groot multifunctioneel display dat alle belang-
rijke instellingen van het instrument toont. Het volgende gedeelte legt in het kort
de verschillende iconen en indicaties van de display uit.
2 Algemene functie
bar indicator 7 Song/Voice/Stijl naam
en nummer
1 Mode indicator
3 Notatie
6 Akkoord 4 Toetsenbord 5 Maat/Tempo en beat
1 Mode indicator
Deze zwarte balken geven de huidig gese-
lecteerde mode weer: Song, Voice of Style.
Een bar in de vorm van een C (in SONG of
STYLE) geeft aan dat de mode op de ach-
tergrond actief is.
In het eerste voorbeeld hieronder is Song
mode geselecteerd. In het tweede voor-
beeld is Voice mode geselecteerd, maar
Song mode actief op de achtergrond. (Dit
houdt in dat de Song parameters onderin
de display actief zijn en daarmee de huidig
geselecteerde song afgespeeld kan wor-
den.)
2 Algemene functie bar indicator
De PortaTone heeft zeven Algemene func-
ties of parameters. De huidig geselecteerde
functie wordt aangegeven door een zwarte
balk die naast de naam verschijnt (die op
het paneel staat).
3 Notatie
4 Toetsenbord
Deze twee onderdelen op de display geven
de huidig op het toetsenbord gespeelde
noten aan. Als een song wordt afgespeeld
worden de individuele noten van de melo-
die in volgorde getoond.
Als de Style mode en de auto begeleiding
actief zijn, toont de display ook de specifieke
noten van het huidige akkoord.
De indicatie “8va” verschijnt in
het onderste of bovenste ge-
deelte van de notenbalk voor
een noot of noten die respectie-
velijk een octaaf lager of hoger
zijn dan genoteerd.
NB:
Bij enkele specifieke akkoorden (zoals de BM7) worden niet
alle noten getoond in het notatie gedeelte van de display.
Dit komt door ruimtegebrek in de display.
5 Maat/Tempo en beat
Deze toont of de huidige maat (als Song
mode is geselecteerd) of de huidige Tempo
waarde (als Style mode is geselecteerd). De
hand-klap iconen knipperen om de tellen
van de maat gedurende het afspelen van
de song of stijl weer te geven (zie pag. 22).
6 Akkoord
Als een song wordt afgespeeld, geeft deze
de huidige grondtoon en type akkoord aan.
Als de Style mode en auto begeleiding aan-
staan, dan geeft het tevens akkoorden aan
die gespeeld worden in de ACMP sectie van
het toetsenbord.
7 Song/Voice/Stijl naam en nummer
Dit gedeelte in de display geeft de naam
en het nummer van de huidig geselec-
teerde song, voice of stijl weer. Als er een
andere functie van de PortaTone wordt
geselecteerd, toont het kortweg de naam
van de functie en de huidige waarde of in-
stelling.
VB 1 VB 2
Song
mode
Song
mode
Voice
naam
13
&
e
e
e
e
PORTABLE GRANDPORTABLE GRAND
PORTABLE GRANDPORTABLE GRAND
PORTABLE GRAND
Met deze praktische functie kunt u automatische iedere mode of
functie verlaten en onmiddellijk de Grand Piano voice oproepen.
Druk op de PORTABLE GRAND knop in de vorm van een piano.
Hiermee annuleert u automatisch alle andere modes of
functies en reset het hele instrument om de speciale “Ste-
reo Sampling Piano” Grand Piano voice (voice 001) af te
spelen. Het selecteert automatisch de Song mode met
song #72, “Für Elise” - hetgeen onmiddellijk afgespeeld
kan worden met een druk op de START/STOP (>/) knop.
Het stelt ook de Multi Pads in op speciale piano frases en
roept stijl #81 op (“2beat).
HET GEBRUIK VAN DE METRONOOMHET GEBRUIK VAN DE METRONOOM
HET GEBRUIK VAN DE METRONOOMHET GEBRUIK VAN DE METRONOOM
HET GEBRUIK VAN DE METRONOOM
1 Stel het gewenste tempo in met de Tempo functie in het Overall
(algemene) menu.
Druk op één van de OVERALL/ knoppen, indien nodig herhaaldelijk,
tot “Tempo” in de display verschijnt.
2 Wijzig de waarde
Verhoog of verlaag de waarde van het
Tempo door één van de OVERALL/
knoppen ingedrukt te houden.
3 Zet de Metronoom aan.
Druk op de METRONOME knop.
Druk nogmaals op de METRONOME knop
om de metronoom uit te zetten.
Huidige Tempo waarde
Verlaag de
Tempo waarde
Verhoog de
Tempo waarde
“STEREO SAMPLING PIANO”
14
De Metronoom Maatsoort Instellen
De maatsoort van de metronoom kan ingesteld
worden op verschillende op kwart-noot geba-
seerde stappen.
NB:
De maatsoort wijzigt automatisch bij het selecteren van
een song of stijl.
Druk tegelijkertijd de METRONOME knop in en de
knop op het numerieke toetsenbord dat corres-
pondeert met de gewenste maatsoort (zie het
overzicht rechts).
Numerieke Time
keypad signature
1 Speelt alleen “1” beat (alle-
maal high clicks)
2 2/4
3 3/4
4 4/4
5 5/4
6 6/4
7 7/4
8 8/4
9 9/4
0 Speelt geen “1” beat (alle-
maal low clicks)
Metronoomvolume Aanpassen
U kunt het volume van het metronoomgeluid on-
afhankelijk van de andere PortaTone geluiden
aanpassen. Het volumebereik is van 000 - 127.
1 Selecteer de Metronome Volume functie in
het Overall menu.
Druk op de OVERALL / knoppen, indien no-
dig herhaaldelijk, tot “MtrVol” in de display ver-
schijnt.
Huidige metronoomwaarde
2 Wijzig de waarde
Met de OVERALL +/- knoppen kunt u de waarde
van het metronoom volume verhogen of verla-
gen. Door één van de knoppen ingedrukt te hou-
den verhoogt of verlaagt de waarde.
Verlaagt de waarde
van het metronoom
volume
Verhoogt de waarde
van het metronoom
volume
Het Oproepen van de Standaard Waarde van
het Metronoom Volume
Druk, om de standaardwaarde van het metro-
noom volume (100) op te roepen, tegelijk de
OVERALL +/- knoppen in (als Metronoom Volume
is geselecteerd in het Overall menu).
15
&
e
e
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES-HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES-
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES-HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES-
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN VOICES-
DE VOICE MODEDE VOICE MODE
DE VOICE MODEDE VOICE MODE
DE VOICE MODE
VOICES SELECTEREN EN BESPELENVOICES SELECTEREN EN BESPELEN
VOICES SELECTEREN EN BESPELENVOICES SELECTEREN EN BESPELEN
VOICES SELECTEREN EN BESPELEN
1 Selecteer de Voice mode.
Druk op de VOICE knop.
Voice naam en nummer Geeft aan dat de Voice mode is
geselecteerd
2 Selecteer het gewenste voice nummer
Gebruik het numerieke toetsenbord. De basiscategorieën van voices en hun nummers
worden op de linkerkant van het paneel getoond. Een complete lijst van de beschikbare
voices is te vinden op pag. 44.
Voice lijst Voice lijst
De Voice mode bevat 100 authentieke voices die gecreëerd zijn
met behulp van Yamaha’s geavanceerde AWM (Advanced Wave
Memory) toongenerator. Veel van de voices bezitten tevens spe-
ciale vooringestelde karakteristieken of versieringen. De voices zijn
ingedeeld in verscheidene categorieën, afhankelijk van de karak-
teristieken of effecten.
16
U kunt op drie manieren voices selecteren:
1) direct het voicenummer invoeren met het
numerieke toetsenbord; 2) met de +/- toet-
sen door de voices wandelen; of 3) op de
VOICE knop drukken om door de voice
nummers te wandelen.
Het gebruik van het numerieke toetsenbord
Voer de cijfers van het voicenummer in zo-
als afgebeeld op het paneel. Om bijvoor-
beeld voice #42 te selecter en, drukt u eerst
op “4” op het numerieke toetsenbord, ver-
volgens op “2”.
NB:
Als u Voicenummers 1-10 selecteert, pauzeert de PortaTone
even voordat de voice gewijzigd wordt. (U kunt echter de
voice sneller selecteren door drie cijfers in te drukken; selec-
teer bijvoorbeeld voor voice #9 de nummers “0”,”0” en “9”.)
Het indrukken van alleen “0”, wijzigt de voice niet.
Het gebruik van de +/- toetsen
Druk de + toets in om het volgende voice-
nummer te selecteren en druk de - toets in
om het voorgaande voicenummer te selec-
teren. U kunt door de nummers scrollen door
de toets ingedrukt te houden. De +/- toet-
sen ‘wrappen’ (scrollen door). Wanneer u
bijvoorbeeld de + toets indrukt vanuit voice
100, dan gaat hij weer verder met voice 1.
Het gebruik van de VOICE knop
Druk de VOICE knop in om het volgende
voicenummer te selecteren. (Deze functie
werkt precies hetzelfde als de + knop.)
NB:
Iedere voice wordt automatisch opgeroepen met de meest
passende octaafbereikinstelling. Daarom kan het bespelen
van de centrale C bij de ene voice hoger of lager klinken
dan het bespelen van dezelfde toets van een andere voice.
17
e
3 Speel de geselecteerde voice af.
Herhaal bovenstaande stap 2 om de voice te wijzi-
gen.
Als de Song- of Stylemode op de achtergrond ac-
tief is (aangegeven met een C-vormige balk in de
display), kunt u ook songs of stijlen afspelen in de
Voice mode door eenvoudig de START/STOP (>/)
knop in te drukken. De laatst geselecteerde song
of stijl wordt afgespeeld.
NB:
De PortaTone is polyfonisch tot een
maximum van 16 noten. (Afhankelijk
van de geselecteerde voice - zoals
split voices en dual voices - kunnen er
minder noten beschikbaar zijn.) Dit
geldt niet alleen voor de noten die
vanaf het toetsenbord gespeeld
worden, maar ook voor de noten van
een stijlpatroon, de noten die door
een Pad gespeeld worden (pag. 40),
enzovoorts. Vandaar dat als u teveel
noten tegelijkertijd speelt, sommigen
niet hoorbaar zijn en/of worden ge-
annuleerd.
Harmonievoices (#61 - #70) voegen auto-
matisch een één-, twee- of drienoots har-
monie toe aan de originele voice. Split-
voices (#71 - #80) kenmerken zich met twee
aparte voices die elk bespeelbaar zijn vanaf
tegenovergestelde gedeelten van het toet-
senbord. De lage voice is bespelbaar tot B2
en de hoge voice vanaf C3 (de midden C).
Echovoices (#81 - #90) geven een echo-
effect dat de originele voice voorziet van
een vertraagde herhaling. Dualvoices (#91
- #99) mengen twee voices tot een rijk,
gelayerd geluid. (Op de PSR-79 zijn de Dual-
voices te vinden van #91 - #93 en zijn #94 -
#99 speciale Sustainvoices.)
Er zijn ook speciale Percussievoices beschik-
baar - #90 (met echo) en #100 - waar mee u
verschillende drum- en percussiegeluiden
vanaf uw toetsenbord kunt bespelen. (Zie
de Percussie Voice Lijst hieronder.) Er staan
symbolen bovenop het toetsenbord afge-
beeld, die aangeven welke geluiden er van
welke toetsen gespeeld worden.
NB: Over de Harmonyvoices
Aangezien Harmonyvoices gecreëerd zijn om automatische
twee of meer noten te spelen met de noten die u op het
toetsenbord speelt, kunt u meer één noot tegelijk op het
toetsenbord spelen. Als meerdere noten tegelijkertijd wor-
den gespeeld, wordt alleen de laatste of de hoogste noot
met harmonie-effect afgespeeld.
Percussie Voice Lijst (voices 90 en 100)
Het type harmonie dat wordt gespeeld,
hangt af van de geselecteerde voice.
18
e
e
TRANSPONEREN EN STEMMENTRANSPONEREN EN STEMMEN
TRANSPONEREN EN STEMMENTRANSPONEREN EN STEMMEN
TRANSPONEREN EN STEMMEN
U kunt stemmen en de transpositie (toonhoogte) van de PortaTone wijzigen met respec-
tievelijk de Tuning (stemming) en Transpose (transpositie) functies.
Transponeren (Transpose)
Het transponeren bepaalt de toonhoogte van zowel de hoofdvoice als de bass/akkoord-
begeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de toonhoogte van de songs en
de Multi Pads. Hierdoor kunt u gemakkelijk de toonhoogte van de PortaTone afstemmen
op andere instrumenten of vocalisten, of in een andere toonsoort spelen zonder uw
vingerzetting te wijzigen. De Transpose instellingen kunnen aangepast worden binnen
een bereik van ± 12 halve tonen (±1 octaaf).
1 Selecteer de Transpose functie in het Overall menu.
Druk op de OVERALL / knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat
“Transpos” in de display verschijnt.
2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de Transpose waarde met de OVERALL +/- knop-
pen. Houdt de knop constant ingedrukt om de waarde snel te verhogen
of verlagen.
Het Oproepen van de Standaard Transpose Waarde
Als u de Transpose instelling heeft gewijzigd, kunt u
onmiddellijk de standaard instelling “00” oproepen
door tegelijk op beide OVERALL +/- knoppen te
drukken (indien Transpose is geselecteerd in het
Overall menu.
NB:
Deze instelling heeft geen effect op de DrumKit voice (#90,
#100). Ook kan deze instelling niet wor den gewijzigd tijdens
het afspelen van een song.
Huidige Transpose waarde
Verlaagt de
Transpose waarde
Verhoogt de
Transpose waarde
19
e
e
Stemmen
Het stemmen bepaalt de fijne toonhoogte instelling van zowel de hoofdvoice als de bass/
akkoordbegeleiding van de geselecteerde stijl. Het bepaalt ook de fijne toonhoogte van
de songs en de Multi Pads. Hiermee kunt u nauwkeurig de stemming afstemmen op an-
dere instrumenten. De Tuning instellingen kunnen aangepast worden binnen een bereik
van ± 50 (ongeveer 0,5 halve tonen).
1 Selecteer de Tuning functie in het Overall menu.
Druk op de OVERALL / knoppen, indien nodig herhaaldelijk, totdat “Tuning”
in de display verschijnt.
2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de Tuning waarde met de OVER-
ALL +/- knoppen. Houdt de knop constant ingedrukt
om de waarde snel te verhogen of verlagen.
Het Oproepen van de Standaard Transpose Waarde
Als u de Transpose instelling heeft gewijzigd, kunt u onmiddel-
lijk de standaard instelling “00” oproepen door tegelijk op
beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien Transpose is
geselecteerd in het Overall menu.
Huidige Tuning waarde
Verhoogt de
Tuning waarde
Verlaagt de
Tuning waarde
20
e
e
e
&HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS-HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS-
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS-HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS-
HET SELECTEREN EN AFSPELEN VAN SONGS-
DE SONG MODEDE SONG MODE
DE SONG MODEDE SONG MODE
DE SONG MODE
2 Selecteer het gewenste songnummer.
Gebruik het numerieke toetenbord. De basis-
categorieën van de songs en de nummers worden
aan de linkerkant van het paneel getoond.
Songnummers kunnen op dezelfde wijze geselec-
teerd worden als de voices (zie pag. 16). U kunt op
het numerieke toetsenborden direct het songnummer
intikken, met de +/- knoppen op en neer door de
songs gaan of op de SONG knop drukken om door
de songnummers te wandelen.
3 Start de geselecteerde song.
Druk op de START/STOP (>/) knop. Als de song af-
speelt worden de maatnummers, akkoorden en
melodienoten in de display getoond.
Songtitel en -nummer Geeft aan dat Song mode
is geselecteerd
De Song mode bevat 100 speciale songs die gecreëerd zijn met de rijke en dyna-
mische geluiden van de PortaTone.
De songs zijn over het algemeen bedoeld voor uw luisterplezier, maar u kunt ook meespe-
len op het toetsenbord. Met de Voice Change functie kunt u instellen of de toetsenbord-
voice al of niet wijzigt met de voicewijzigingen van de song zelf. Met behulp van de Minus
One functie kunt u ook de originele melodie mute’n en de song zelf op uw toetsenbord
spelen.
SONGS SELECTEREN EN AFSPELENSONGS SELECTEREN EN AFSPELEN
SONGS SELECTEREN EN AFSPELENSONGS SELECTEREN EN AFSPELEN
SONGS SELECTEREN EN AFSPELEN
1 Selecteer de Song mode.
Druk de SONG knop in.
21
e
e
e
NB:
U kunt met een song meespelen in de hui-
dig geselecteerde voice of zelfs een andere
voice kiezen om mee te spelen. Roep sim-
pelweg de Voice mode op terwijl de song
afspeelt en de selecteer de gewenste
voice.
5 Stop de song.
Druk op de START/STOP (>/) knop. Zoals het afspelen was
gestart met deze knop, stopt de geselecteerde song nu au-
tomatisch.
4 Herhaal, indien u een andere song wilt selecteren,
stap 2 hierboven.
HET TEMPO WIJZIGENHET TEMPO WIJZIGEN
HET TEMPO WIJZIGENHET TEMPO WIJZIGEN
HET TEMPO WIJZIGEN
Het tempo van het afspelen van de song (en stijl) kan aangepast worden binnen een
bereik van 40 -240 bpm (beats per minuut).
1 Selecteer de Tempo functie in het Overall menu.
Druk op één van de OVERALL / knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “Tempo” in
de display verschijnt.
Huidig maatnummer
Huidige melodienoot
Huidige Tempo waarde
22
e
2 Wijzig de waarde.
Verhoog of verlaag de waarde van het Tempo met
de OVERALL +/- knoppen. Houdt de knop constant
ingedrukt om de waarde snel te verhogen of verla-
gen.
Het Oproepen van de Standaard (default) waarde
van het Tempo
Elke song en stijl heeft een standaardtempo. Als u
het tempo heeft gewijzigd, kunt u onmiddellijk de
standaardinstelling “00” oproepen door tegelijk op
beide OVERALL +/- knoppen te drukken (indien
Tempo is geselecteerd in het Overall menu.
Het tempo van een song of stijl keert ook
terug naar de standaardinstelling als er een
andere song of stijl geselecteerd wordt. (Het
ingestelde tempo echter, blijft hetzelfde als
u van stijl wijzigt onder het afspelen, behalve
als de OTS aanstaat.) Als u de PortaTone
aanzet dan wordt het tempo automatisch
ingesteld op 116 bmp.
Over de Beat Display
Dit gedeelte van de display geeft een handige,
makkelijk te begrijpen indicatie van het ritme -
voor het afspelen van song en stijl. De knippe-
rende “handklap” iconen geven zowel de
downbeats als de upbeats van een maat als volgt
aan:
Geeft de eerste beat van
de maat aan (downbeat)
Geeft de upbeat aan
Geeft een downbeat (geen
eerste beat) aan
Verhoogt de
Tempo waarde
Verlaagt de
Tempo waarde
23
e
e
HET SONGVOLUME AANPASSENHET SONGVOLUME AANPASSEN
HET SONGVOLUME AANPASSENHET SONGVOLUME AANPASSEN
HET SONGVOLUME AANPASSEN
Het afspeelvolume van de song kan aangepast worden. Deze volume parameter beïn-
vloedt alleen het volume van de song. Het volume bereik is van 000 - 127.
1 Selecteer de Song Volume functie in het Overall menu.
Druk op één van de OVERALL / knoppen, indien nodig herhaaldelijk, tot “SongVol” in
de display verschijnt.
2 Wijzig de waarde.
Verlaag of verhoog de Song Volume
waarde met de OVERALL +/- knoppen.
Houdt de knop constant ingedrukt om de
waarde snel te verlagen of verhogen.¡
Het Restoren van de Defaultwaarde
Druk om de Default (standaard) Song Volume
waarde (110) terug te roepen (restoren), tege-
lijk op beide OVERALL +/- knoppen (indien Song
Volume is geselecteerd in het Overall menu).
NB:
Het Song Volume kan alleen gewijzigd worden als de Song
mode actief is.
Huidige Song Volume waarde
Verlaagt Song
Volume waarde
Verhoogt Song
Volume waarde
24
e
SONG KNOPPENSONG KNOPPEN
SONG KNOPPENSONG KNOPPEN
SONG KNOPPEN
Als de Song mode actief is, functioneren de paneelknoppen onder de display als song-
knoppen.
Als u op deze knop drukt
dan start en stopt u beurte-
lings het afspelen van de
song.
Deze knop functioneert als een
terugspoelknop, terugspoelend
door de maatnummers. Te gebrui-
ken tijdens het afspelen of pau-
zeren of na het stoppen van het
afspelen.
Deze knop zet de Voice
Change functie aan en uit
(zie pag 27).
Als u op deze knop drukt dan
pauzeert en hervat u beurte-
lings het afspelen van de
song.
Deze knop be-
stuurt de A/B
Repeat functie (zie
hieronder).
Deze knop functioneert als
een vooruitspoelknop, vooruit-
spoelend door de maat-
nummers. Te gebruiken tijdens
het afspelen (met geluid) of
pauzeren of na het stoppen
van het afspelen.
Deze knop bestuurt
de Melody Guide
functie (zie pag.
26).
A/B REPEAT (A/B HERHALING)A/B REPEAT (A/B HERHALING)
A/B REPEAT (A/B HERHALING)A/B REPEAT (A/B HERHALING)
A/B REPEAT (A/B HERHALING)
Deze praktische functie is ideaal voor oefening en leerdoeleinden. Hiermee kunt u een
willekeurige sectie of frase van een song (tussen punt A en punt B) specificeren en herha-
len - terwijl u meespeelt en oefent.
1 Stel punt A in (het begin van het gedeelte) terwijl u een song afspeelt.
Selecteer en speel de song van uw voorkeur af terwijl de Song mode actief is
(zie pag 20). Druk daarna éénmaal op de kno/p aan het begin van
het gedeelte dat herhaald moet worden.
Deze knop heeft
geen functie in
de Song mode.
25
ee
e
2 Stel punt B in (het einde van het gedeelte).
Druk nogmaals op de knop, op het einde
van het gedeelte dat herhaald moet worden. De
geselecteerde frase repeteert onophoudelijk tot-
dat deze gestopt wordt.
3 Pauzeer of stop het afspelen naar behoeven.
Gebruik de Pause (II) en START/STOP (>/) knoppen. Het stop-
pen van het afspelen annuleert nog niet de ingestelde A/B
punten van de A/B Repeat functie.
4 Zet de A/B Repeat functie uit.
Druk op de a<->b knop. Dit kan zowel tijdens het
afspelen of als de song is gestopt.
TIP:
• U kunt de A/B Repeat functie ook instellen als de song niet afspeelt. Gebruik dan de
r
/
f
knoppen om de maten te
selecteren van de A en B punten in de song en start vervolgens het afspelen
• Probeer het Tempo te verlagen (zie pag 21) als de song afspeelt (en voordat u de A/B punten instelt). Dit maakt het u
gemakkelijker om de A en B punten nauwkeurig in te stellen. Een verlaagd Tempo maakt het oefenen van de gedeelten
die u wilt leren ook gemakkelijker.
• Druk op de knop voordat u het afspelen start om het A punt aan het begin van een song in te stellen.
NB:
Het selecteren van een ander songnummer (of wijzigen naar Style mode), annuleert automatisch de A/B Repeat functie.
26
e
e
MELODY GUIDE (MELODIE GIDS)MELODY GUIDE (MELODIE GIDS)
MELODY GUIDE (MELODIE GIDS)MELODY GUIDE (MELODIE GIDS)
MELODY GUIDE (MELODIE GIDS)
De PortaTone heeft een speciale Melody Guide functie die het oefenen en leren van de
100 songs leuk en gemakkelijk maakt.
Tijdens het afspelen toont de PortaTone de noten van de melodie in de notenbalk en het
toetsenbord diagram in de display - waarmee aangegeven wordt welke noten u moet
spelen en wanneer. Met de Melody Guide functie kunt u zelfs op uw eigen tempo oefe-
nen, aangezien het afspelen automatisch pauzeert totdat u de juiste noten heeft ge-
speeld. Om u verder te helpen met het spelen van de juiste noten, zijn notaties voor alle
songs beschikbaar.
Er zijn twee verschillende bedieningsmogelijkheden van de Melody Guide: Waiting (auto-
matisch pauzeren) en Minus One ( de melodie mute’n). Deze kunnen aangezet worden
zowel voor het starten van een song of tijdens het afspelen van een song.
1 Een song selecteren.
Selecteer de gewenste song als de Song mode actief is.
2 Zet de Melody Guide functie aan.
Druk herhaaldelijk op de MELODY GUIDE knop totdat de gewenste instelling in de display
verschijnt.
Instellingen:
Waiting
Als de PortaTone op Waiting is ingesteld,
wacht hij tot u de juiste melodie noten speelt
door het afspelen te pauzeren tot iedere
noot is gespeeld. Hiermee kunt u de melo-
die op uw gemak leren. De volgende noot
die gespeeld moet worden wordt aange-
geven in de display (op de notenbalk en
het toetsenbord diagram).
Minus One
Minus One mute de melodiepart van de
song, waardoor u zelf mee kunt spelen. De
song speelt zonder te pauzeren, zodat u de
melodiepart op normale snelheid met de
muziek mee kunt spelen. Iedere volgende
te spelen noot wordt weergegeven in de
display (op de notenbalk en het toetsen-
bord diagram).
Off
Deze zet de Melody Guide functie uit. De
geselecteerde song (en de melodiepart
ervan) speelt normaal af.
NB:
Melody Guide wordt automatisch uitgezet als er een ander
songnummer wordt geselecteerd.
27
e
e
e
e
3 Start het afspelen van de song en speel de melodie op het toetsenbord.
Start het afspelen van de song op de normale manier (pag. 20) en speel de melodie mee
met de song. U kunt ook de Melody Guide instelling wijzigen terwijl de song afspeelt door
simpelweg op de Melody Guide knop te drukken.
Druk, om de song te stoppen, op de START/STOP (>/) knop.
VOICE CHANGEVOICE CHANGE
VOICE CHANGEVOICE CHANGE
VOICE CHANGE
Met de Voice Change functie kunt u instellen of de toetsenbordvoice al of niet automa-
tisch wijzigt met de melodievoice van de song. Dit is erg praktisch bij het gebruik van de
Melody Guide, aangezien het bepaalt welke voice met de melodie klinkt als u het toet-
senbord bespeelt. Als het op “Off” staat, kunt u uit 100 voices van de PortaTone selecte-
ren om de melodie op het toetsenbord te spelen.
1 Selecteer een song.
Selecteer de gewenste song als de Song
mode actief is (zie pag. 20).
2 Wijzig de Voice Change instelling.
Druk op de VOICE CHANGE knop om de
Voice Change aan of uit te zetten.
3 Wijzig de Voice direct.
In de VC On (Voice Change aan) situatie kunt u ook direct uw eigen voice selecties
maken met behulp van de +/- toetsen of het numerieke toetsenbord. De gepro-
grammeerde voice van de song en de toetsenbord voice wijzigen beiden in de
nieuwe selectie.
Instellingen:
VC On
Als VoiceChange aanstaat, wijzigt de voice
van het toetsenbord automatisch mee met
de melodievoice van de song. Iedere song
is geprogrammeerd met een in eerste in-
stantie geselecteerde (initial) voice, maar
veelal zijn er voice wijzigingen in de song zelf.
Door deze aan te zetten is de voice van het
toetsenbord dezelfde als de voice (of
voices) die in de song geprogrammeerd zijn.
VC Off
Deze zet de Voice Change functie uit. Maak
gebruik van deze instelling als u zelf een
voice (of voices) wilt selecteren-
onafhankelijk van de geprogrammeerde
selecties van de song.
NB:
De songs van de PortaTone bevatten speciale voices die
niet geselecteerd kunnen worden met de paneel-
parameters. Deze voices worden aangegeven met de let-
ters “SG” in de display.
28
e
e
&STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELENSTIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN
STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELENSTIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN
STIJLEN SELECTEREN EN AFSPELEN
DE STYLE MODEDE STYLE MODE
DE STYLE MODEDE STYLE MODE
DE STYLE MODE
De Style mode voorziet de verschillende populaire muziekstijlen van dynamische
ritme/begeleidingspatronen en voice instellingen die passen bij ieder patroon.
Er zijn in totaal 100 verschillende stijlen beschikbaar, in verschillende categorieën onder-
gebracht. Iedere stijl is opgebouwd uit aparte “secties” - Intro, Main A en B (met 4 Fill-ins),
en Ending - waarmee u verschillende begeleidingspatronen kunt oproepen als u speelt.
De begeleidingsfuncties, die zijn ingebouwd in de ritmes, voegen instrumentale onder-
steuning toe aan uw spel, waarbij de begeleiding gestuurd wordt door de akkoorden die
u aanslaat. Auto accompaniment deelt het toetsenbord effectief in twee gedeelten:
Het bovenste gedeelte (upper) is voor de melodielijn en het onderste gedeelte (lower,
aangegeven met “ACMP” onder het toetsenbord) is voor de begeleidingsfunctie.
EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELENEEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN
EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELENEEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN
EEN STIJL SELECTEREN EN AFSPELEN
1 Selecteer de Style mode.
Druk op de STYLE knop.
2 Selecteer het gewenste stijlnummer.
Gebruik het numerieke toetsenbord. Beschikbare stijlen worden
opgesomd in het midden van het paneel .
Stijlnummers kunnen op dezelfde manier als de voices (zie pag.
16) geselecteerd worden. U kunt het stijlnummer direct op het
numerieke toetsenbord invoeren, met de +/- toetsen door de
stijlen scrollen of op de STYLE knop drukken om door de stijl-
nummers te gaan.
Stijlnaam en -nummer Geeft aan dat de Style
mode is geselecteerd
29
e
3 Start de geselecteerde stijl
Hetgeen u op de volgende manieren kan
doen:
Druk op de START/STOP knop
Het ritme speelt onmiddellijk
zonder bass of akkoord bege-
leiding. De huidig geselec-
teerde Main A of B sectie
speelt af. (U kunt de beide sec-
ties selecteren door het indruk-
ken van de juiste knop - AUTO
FILL/MAIN A of B - voordat u de
START/STOP knop indrukt.)
Met gebruik van Sync-Start
De PortaTone heeft ook een Sync-Start functie
waarmee u ritme/begeleiding kunt starten door
eenvoudigweg een toets op het toetsenbord aan
te slaan. Druk, als u Sync-Start wilt gebruiken, eerst
de SYNC-START knop in ( de handklap icoon knip-
pert om aan te geven dat Sync-Start stand-by
staat) en sla vervolgens een toets aan in het
ACMP gedeelte van het toetsenbord (of welke
toets dan ook als de begeleiding uitstaat).
Starten met een Intro sectie
Druk eerst op de MAIN A of MAIN B knop - om te
selecteren welke sectie (A of B) op het Intro moet
volgen. Druk vervolgens op de INTRO knop zodat
“IntromA” of “IntromB” in de display verschijnt.
Geeft aan dat Intro aanstaat en gevolgd
wordt door een Main A sectie.
Druk op de START/
STOP knop om de Intro
sectie en begeleiding
daadwerkelijk te star-
ten.
TIP:
De PortaTone bevat ook een akkoord- en basbegeleiding
dat met het ritme kan worden afgespeeld. Zie pag. 31 voor
informatie over deze dynamische functie.
Met gebruik van Sync-Start met een Intro sectie.
Druk eerst op de MAIN A of MAIN B knop - om te
selecteren welke sectie (A of B) op het Intro moet
volgen. Druk vervolgens op de INTRO knop zodat
“IntromA” of “IntromB” in de display verschijnt.
Geeft aan dat Intro gevolgd
wordt door de Main A sectie.
Druk tenslotte op de SYNC-START knop om Sync-
Start aan te zetten en start de intro sectie en stijl
door een willekeurige toets in het ACMP gedeelte
van het toetsenbord aan te slaan.
Over de Beat Display
Het handklap icoon in de display knippert op het
huidige tempo gedurende het afspelen van een
stijl (of song). Het knipperende icoon geeft een
visuele indicatie van zowel het tempo als de time
signature van de stijl of de song. (Zie pag. 14, 22
voor meer informatie.)
Handklap icoon
knippert
Handklap icoon
knippert
30
e
4 Stop de stijl.
Hetgeen u op de volgende drie manieren
kunt doen:
Druk op de START/STOP knop
De ritme/begeleiding stopt onmiddellijk met spe-
len.
Met gebruik van een Endingsectie
Druk op de INTRO/ENDING knop. De stijl stopt
nadat de Endingsectie afgespeeld is.
NB:
Druk tweemaal snel op de INTRO/ENDING knop om de
Endingsectie geleidelijk langzamer te laten afspelen.
Druk op de SYNC-START knop
Deze stopt de stijl en zet automatisch Sync-Start
aan, waardoor u de stijl kunt herstarten door een-
voudigweg een akkoord of toets in het ACMP
gedeelte van het toetsenbord aan te slaan (of
een willekeurige toets als de begeleiding uitstaat).
STIJLKNOPPENSTIJLKNOPPEN
STIJLKNOPPENSTIJLKNOPPEN
STIJLKNOPPEN
Als de Style mode actief is, functioneren de paneelknoppen onder de display als stijl-
knoppen.
Het drukken op deze
knop zet de bass en
akkoord begeleiding
beurtelings aan en uit
(zie pag. 31).
Het drukken op
deze knop beurte-
lings start en stopt
het afspelen van
een stijl.
Het drukken op deze
knop selecteert de Main
A sectie of voegt een Fill-
in A sectie toe (zie pag.
32).
Deze knop zet de One
Touch Setting functie
aan en uit (zie pag. 36).
Het drukken op deze knop
zet de Sync-Start functie
beurtelings aan en uit (zie
pag. 29).
Deze bestuurt de Intro
en Ending secties (zie
pag. 29, 30).
Het drukken op deze
knop selecteert de Main
B sectie of voegt een Fill-
in B sectie toe (zie pag.
32).
Deze bestuurt de Chord
Guide functie (zie pag.
37).
31
e
e
e
AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIESAUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES
AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIESAUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES
AUTO ACCOMPANIMENT FUNCTIES
1 Zet de automatische begeleidiing aan.
Druk op de ACMP ON/OFF knop om de au-
tomatische begeleiding aan te zetten.
2 Selecteer en speel een stijl af.
Selecteer één van de stijlen en starthet af-
spelen zoals beschreven wordt in stap 1-3
op pag. 28.
Geeft aan dat de auto-
begeleiding aanstaat.
3 Wijzig de akkoorden met de begeleidingsfunctie.
Als u een paar opeenvolgende individuele noten met uw rechterhand speelt, zult u wel
merken dat de bas- en akkoordbegeleiding wijzigen bij iedere toets die u aanslaat. U
kunt ook volledige akkoorden spelen om de begeleiding te besturen. (Zie pag. 33 voor
meer informatie over het gebruik van automatische begeleiding.)
TIP:
Met de ACMP ON/OFF knop kunt u de bas/akkoord bege-
leiding ook aan en uit te zetten terwijl u speelt - waardoor u
dynamische, ritmische breaks kunt creëren in uw spel.
NB:
Akkoorden die op het ACMP gedeelte van het toetsenbord
worden gespeeld zijn ook waarneembaar en afspeelbaar
als de begeleiding is gestopt. In feite ontstaat hier een “ge-
splitst toetsenbord”, met de bas en akkoorden onder de lin-
kerhand en de normaal geselecteerde voice onder de rech-
terhand.
HET TEMPO WIJZIGENHET TEMPO WIJZIGEN
HET TEMPO WIJZIGENHET TEMPO WIJZIGEN
HET TEMPO WIJZIGEN
Het Tempo van het afspelen van de song (en stijl) kan aangepast worden over een bereik
van 40-240 bpm (beats per minuut). Zie pag. 21 voor instructies over het wijzigen van het
Tempo.
NB:
Iedere stijl bezit een standaard tempo. Als het afspelen van de stijl is gestopt en er een andere stijl wordt geselecteerd,
wijzigt het tempo in de standaard instelling van de nieuwe stijl. Als er gedurende het afspelen van stijl wordt gewijzigd, blijft
het laatst ingestelde tempo gehandhaafd. (Hierdoor kunt u hetzelfde tempo aanhouden, zelfs met wijziging van stijlen.)
32
e
e
STIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INSSTIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INS
STIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INSSTIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INS
STIJLSECTIES (MAIN A, MAIN B) EN FILL-INS
Terwijl de stijl afspeelt, kunt u variatie in het
ritme/de begeleiding toevoegen door op
één van de MAIN A/B (AUTO FILL) knoppen
te drukken. Deze knoppen spelen automa-
tisch één van de vier Fill-in secties af die
soepeltjes overgaan in de volgende sectie
- zelfs wanneer dat dezelfde sectie is.
NB:
• Als u de MAIN A of B knop indrukt, speelt de Fill-in onmid-
dellijk af. De nieuw geselecteerde sectie (A of B) begint te
spelen vanaf de top van de volgende maat, tenzij de MAIN
A of B knop wordt ingedrukt tijdens de laatste beat van de
maat - in welk geval de Fill-in begint vanaf de eerste beat
van de volgende maat.
• Fill-in patronen zijn niet beschikbaar als één van de Piano
stijlen (#81-#100) wor dt geselecteerd.
HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSENHET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSEN
HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSENHET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSEN
HET BEGELEIDINGSVOLUME AANPASSEN
Het volume van het afspelen van de begeleiding kan aangepast worden. De volume
parameter beïnvloedt alleen het volume van de stijl. Het volume bereik is van 000 - 127.
1 Selecteer de Accompaniment
Volume functie in het Overall menu.
Druk op één van de OVERALL /
knoppen, indien nodig herhaaldelijk,
tot “AcmpVol” in de display verschijnt.
2 Wijzig de waarde.
Verlaag of verhoog de Accompaniment Vo-
lume waarde met de OVERALL +/- knoppen.
Houdt de knoppen constant ingedrukt om
de waarde sneller te verhogen of verlagen.
Het Restoren van de Defaultwaarde
Druk, om de Default (standaard) waarde van het
Accompaniment Volume terug te roepen (re-
store) (110), tegelijk op beide OVERALL +/- knop-
pen (als Accompaniment Volume in het Overall
menu is geselecteerd).
NB:
Het Accompaniment Volume kan slechts gewijzigd worden
als de Style mode actief is.
Het huidige Accompaniment
Volume
Verlaagt de Accompaniment
Volumewaarde Verhoogt de Accompaniment
Volume waarde
33
AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKENAUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN
AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKENAUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN
AUTOMATISCHE BEGELEIDING GEBRUIKEN
MULTI FINGERING MULTI FINGERING
MULTI FINGERING MULTI FINGERING
MULTI FINGERING
De auto accompaniment ofwel begeleidingsfunctie genereert automatisch de bas- en
akkoordbegeleiding voor u om mee te spelen, door middel van Multi Fingering . U kunt de
akkoorden van de begeleiding wijzigen door de toetsen op het ACMP gedeelte van het
toetsenbord te bespelen met ofwel de “Single Finger” ofwel de “Fingered” methode. Met
Single Finger kunt u gebruik maken van eenvoudige één-, twee- of drie-vinger akkoorden
(zie Single Finger Akkoorden hieronder). De Fingered techniek houdt het conventionele
spelen van een akkoord in, met het spelen van alle noten. Welke methode u ook ge-
bruikt, de PortaTone “begrijpt” welk akkoord u bedoeld en genereert automatisch de
begeleiding.
Single Finger Akkoorden
De akkoorden in de Single Finger mode, zijn
de majeur, mineur, septime en mineur
septime akkoorden. De illustratie hiernaast
toont hoe deze akkoorden er uitzien. (De
toets C wordt hier als voorbeeld gebruikt;
voor andere toetsen gelden dezelfde regels,
Bijvoorbeeld Bb7 wordt gespeeld als Bb en A.)
Om een majeur akkoord te spelen: Sla
de grondtoon van het akkoord aan.
Om een mineur akkoord te spelen: Sla
de grondtoon tegelijk met een willekeu-
rig zwarte toets links ervan aan.
Om een septime akkoord te spelen: Sla
de grondtoon tegelijk met een willekeu-
rige witte toets linkers ervan aan.
Om een mineur septime akkoord te
spelen: Sla de grondtoon tegelijk met
in totaal drie willekeurige witte en
zwarte toetsen links ervan aan.
Fingered Akkoorden
Met de C toets als voorbeeld, toont het overzicht hieronder de typen akkoorden die
herkend worden in de Fingered mode.
Fingered Akkoorden in C
NB:
Als een akkoord wordt omgedraaid (i.e. C-E-G wordt ge-
speeld als G-C-E), herkent de PortaTone het nog steeds als
een C akkoord. Het akkoordherkenningssysteem kent de vol-
gende regels en uitzonderingen:
• Mineur Sext akkoorden worden alleen in grondtoon posi-
tie herkent; alle ommedraaiïngen worden als mineur
septime/verminderde kwint geïnterpreteerd.
• Als de vermeerderde en verminderde septime akkoorden
worden omgedraaid, wordt de laagste noot herkend als de
grondtoon.
•Septime verminderde kwint akkoordenkunnen met de laag-
ste noot als grondtoon gespeeld worden of de verminderd
septime.
•Vermeerderd septime en verminderd septime akkoorden
worden geïnterpreteerd als eenvoudig vermeerderd en ver-
minderd.
NB:
De volgende akkoorden worden niet herkend: B mineur sext,
B
b
mineur sext en B vermeerderd.
De noten tussen haakjes zijn facultatief; de akkoorden wor-
den zonder deze herkend.
34
WAT IS EEN AKKOORD?WAT IS EEN AKKOORD?
WAT IS EEN AKKOORD?WAT IS EEN AKKOORD?
WAT IS EEN AKKOORD?
Het antwoord is eenvoudig: Drie of meer tonen die tezamen worden gespeeld vormen
een akkoord. (Twee tonen die tezamen worden gespeeld vormen een “interval” - een
interval is de afstand tussen twee verschillende tonen. Dit wordt ook wel aangeduid met
“harmonie”.) Afhankelijk van de intervallen tussen de drie of meer tonen klinkt een ak-
koord mooi, duf of dissonant klinken.
De schikking van de tonen in het voorbeeld links - een triade
akkoord - brengt een prettig, harmonieus geluid voort. Triades
bestaan uit drie noten en zijn de meest fundamentele en alge-
mene akkoorden in de meeste muziek.
In deze triade is de laagste toon de grondtoon. De grondtoon is de belangrijkste noot in
het akkoord, aangezien deze het geluid harmonisch verankert door de “(grond)toon” te
bepalen en als zodanig de basis te vormen voor de manier waarop we de andere tonen
in het akkoord horen.
De tweede noot in dit akkoord is vier halve tonen hoger dan de eerste en de derde is drie
halve tonen hoger dan de tweede. Als we onze grondtoon constant houden en deze
tonen een halve toon omhoog of omlaag (kruis of mol) wijzigen, ontstaan er vier verschil-
lende akkoorden.
Vergeet niet dat we ook de “vingerzetting” van een akkoord kunnen wijzigen - door bij-
voorbeeld de volgorde van de tonen te wijzigen (“omdraaiïngen”) of door dezelfde no-
ten te spelen, maar in verschillende octaven - zonder de basis van het akkoord zelf te
wijzigen.
Mooi klinkende harmonieën kunnen op deze manier gemaakt worden. Het gebruik van
intervallen en akkoorden is één van de belangrijkste elementen van muziek. Afhankelijk
van de gebruikte akkoorden en de volgorde waarin zij gerangschikt worden, creëert u
de gewenste “feeling” in de muziek.
Inversie voorbeelden voor de C toets
Majeur akkoord
(bijv. C) Mineur akkoord
(bijv. Cm) Vermeerderd akkoord
(bijv. Caug) Verminderd akkoord
(bijv. Cdim)
Mineur
terts Majeur
terts
Mineur
terts
Mineur
terts
Mineur
terts
Majeur
terts
Majeur
terts
Majeur
terts
35
AKKOORDEN NOTERENAKKOORDEN NOTEREN
AKKOORDEN NOTERENAKKOORDEN NOTEREN
AKKOORDEN NOTEREN
Het kunnen lezen en schrijven van akkoorden is een makkelijke maar waardevolle vaar-
digheid. Akkoorden worden dikwijls genoteerd als een soort afkorting die hen onmiddel-
lijk herkenbaar maakt (en u de vrijheid geeft om ze met die vingerzetting of ommedraaiîng
te spelen die u prefereert). Als u eenmaal het basisprincipe van harmonie en akkoorden
begrijpt, is het erg eenvoudig om deze afkortingen te gebruiken bij het noteren van de
akkoorden in een song.
Schrijf eerst de grondtoon van een akkoord in een hoofdletter op. Als u het moet specifi-
ceren als verminderd of vermeerderd, dan schrijft u dat rechts van de grondtoon. Het
akkoord type moet ook aan de rechterkant geschreven worden. Voorbeelden voor de C
zijn als volgt:
Majeur akkoord Mineur akkoord Vermeerderd akkoord Verminderd akkoord
C Cm Caug Cdim
Voor eenvoudige majeur akkoorden wordt het type weggelaten.
Een belangrijk punt: Akkoorden zijn samengesteld uit tonen die op elkaar zijn “gesta-
peld”. De opgestapelde tonen worden aangegeven als nummers in de naam van het
akkoord van het akkoordsoort - het nummer geeft de afstand aan van de toon vanaf de
grondtoon. (Zie het toetsenbord diagram hieronder.) Het mineur sext akkoord bijvoor-
beeld bevat de 6e toon van de toonladder, de majeur septime akkoord bevat de 7e
toon van de toonladder, enz.
De intervallen van de Toonladder
Bestudeer volgend diagram van de C
majeur ladder goed om een beter be-
grip te krijgen van de intervallen en de
nummers die gebruikt worden om ze te
weer te geven in een akkoordnaam.
Andere Akkoorden
Dominante septime
(verminderde septime)
Grondtoon
2e 3e
5e 6e
7e 9e
Octaaf 11e
4e
Kwint
(5) Kwart
(4)
Septime None (9)
Sext (6)
Dominante
septime Majeur
akkoord Dominante
septime
Dominante
septime
Majeur
akkoord Verminderd
akkoord
Mineur
akkoord
Mineur
akkoord
36
e
e
e
ONE TOUCH SETTING (OTS)ONE TOUCH SETTING (OTS)
ONE TOUCH SETTING (OTS)ONE TOUCH SETTING (OTS)
ONE TOUCH SETTING (OTS)
De One Touch Setting functie selecteert automatisch een toepasselijke voice bij de stijl
die u selecteert. Met andere woorden, als de One Touch Setting aanstaat, wijzigt de
voice automatisch als u van stijl wijzigt.
1 Selecteer een stijl.
Selecteer één van de stijlen zoals beschreven in stap 1-
2 op pag. 28.
2 Zet de One Touch Setting functie aan.
Druk op de OTS knop waardoor er eventjes “OTS
On” in de display verschijnt.
Als de One Touch Setting aanstaat, worden de volgende instellingen automatisch gewij-
zigd/gemaakt:
Main voice (ingesteld om bij de geselecteerde stijl te passen)
Multi Pad bank
• Tempo
• Accompaniment Volume
• Acompaniment On
• Sync-Start On (ingesteld op standby als het ritme is gestopt)
3 Speel de stijl.
Het aanslaan van een toets in het ACMP gedeelte van het toetsenbord start de stijl, aan-
gezien Sync-Start automatisch aanstaat als de One Touch Setting aanstaat,
Druk nogmaals op de OTS knop (zodat “OTS Off” in de display verschijnt) om de One
Touch Setting uit te zetten.
37
e
e
e
CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS)CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS)
CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS)CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS)
CHORD GUIDE (AKKOORDEN GIDS)
De Chord Guide functies van de PortaTone voorzien u van krachtige, gemakkelijk te ge-
bruiken hulpmiddelen bij het leren van akkoorden en akkoordverhoudingen. Chord Guide
mode kent twee verschillende functies: Smart en Dictionary.
Smart
Met de Smart functie kunt u de grondtoon instellen van de akkoord begeleiding. Als die
eenmaal is ingesteld, kunt u eenvoudigweg individuele toetsen in de toonladder aan-
slaan, waardoor automatisch harmonisch juiste akkoorden voortgebracht worden. Met
bijvoorbeeld de grondtoon in C, zal het aanslaan van een D resulteren in een D mineur
akkoord (in plaats van een harmonisch niet toepasselijke D majeur).
Het Smart type is niet alleen handig voor het gemakkelijk spelen van verschillende ak-
koord progressies in een gespecificeerde toets, maar het is ook een uitstekende onderwijs-
methode om uit te vinden hoe akkoorden harmonisch met elkaar in verband staan in de
gegeven toets.
1 Selecteer een stijl.
Selecteer één van de stijlen als beschreven in stap 1-2 op pag. 28.
2 Selecteer de Smart Chord Guide.
Druk op de CHORD GUIDE knop zodat “Smart”
kort in de display verschijnt.
NB:
De begeleiding staat automatisch aan als Smart wordt geselec-
teerd.
3 Stel de toets van uw voorkeur in.
Ga met de +/- knoppen op het numerieke toet-
senbord door de beschikbare noten of voer di-
rect het nummer dat correspondeert met de
gewenste noot in (zie onderstaand overzicht).
Geeft de geselecteerde key signature aan
(toont het aantal verhogingen of verlagin-
gen van de noot).
38
e
Nummer Toets (display indicatie, werkelijke toets)
01 #/b=0 (C, of Am)
02 #=1 (G, of Em)
03 #=2 (D, of Bm)
04 #=3 (A, of F#m)
05 #=4 (E, of C#m)
06 #=5 (B, of G#m)
07 #=6 (F#, of D#m)
08 #=7 (C#, of A#m)
Nummer Toets (display indicatie, werkelijke toets)
09 b=7 (Cb, of Abm)
10 b=6 (Gb, of Ebm)
11 b=5 (Db, of Bbm)
12 b=4 (Ab, of Fm)
13 b=3 (E, of Cm)
14 b=2 (Bb, of Gm)
15 b=1 (F, of Dm)
Als u bijvoorbeeld de volgende partituur wilt spelen, stel de toon dan in op b=1 (F, of Dm)
4 Speel de stijl af en sla enkele tonen aan (grondtonen) in het ACMP gedeelte.
Start het afspelen van de stijl op de gewenste manier. (Zie pag. 9 voor speciale instructies
over het starten van stijlen.)
Als de grondtoon F majeur is, resulteert het aanslaan van de volgende enkele tonen in de
akkoord progressie er onder.
Merk op dat de mineur akkoorden die passen bij F majeur automatisch geconverteerd
worden,
Gespeelde noten
Werkelijke akkoorden
39
e
e
e
e
Dictionary
De Dictionary functie is in wezen een ingebouwd “akkoordenboek” die u de individuele
tonen in akkoorden toont. Dit is ideaal als u de naam van een bepaald akkoord wilt
weten en snel wilt leren hoe deze gespeeld moet worden.
1 Selecteer de Dictionary Chord Guide,
met de Style mode actief.
Druk op de CHORD GUIDE knop, waardoor
eventjes “Dict.” in de display verschijnt.
2 Selecteer de grondtoon van het
akkoord.
Sla de toets op het toetsenbord aan die
correspondeert met de gewenste
grondtoon van het akkoord (zoals staat
afgebeeld op het paneel).
3 Selecteer het akkoordsoort (majeur,
mineur, septime, etc,).
Sla de toets op het toetsenbord aan die
correspondeert met het gewenste akkoord-
soort (zoals staat afgebeeld op het paneel).
De display toont de naam van het akkoord
en de individuele tonen - zowel in notatie
als op het toetsenborddiagram.
4 Speel het akkoord.
Speel het akkoord (als aangegeven in de
display) in het ACMP gedeelte van het toet-
senbord. De akkoordnaam knippert als de
juiste tonen worden ingedrukt.
(Ommedraaiïngen worden voor veel ak-
koorden ook herkend.)
Het aanslaan van deze toets
selecteert het akkoord majeur
septime (M7).
Het aanslaan van deze toets
selecteert de grondtoon G.
Notatie vanhet akkoord
Akkoordnaam (grond-
toon en type) Individuele tonen van het
akkoord (toetsenbord)
Knippert als de juiste to-
nen worden aangesla-
gen.
Geeft de tonen aan
die gespeeld moeten
worden.
Grondtoon
Akkoord type >
40
e
e
e
MULTIPADSMULTIPADS
MULTIPADSMULTIPADS
MULTIPADS
Met deze handige pads kunt u onmiddellijk verschillende muzikale en ritmische frases
triggeren als u de PortaTone bespeeld. Er zijn in totaal 40 verschillende geluiden of frases
(20 banken met twee padgeluiden voor iedere bank). De frases spelen af op dezelfde
snelheid als de Tempo instelling en wijzigen tevens harmonisch mee met de begeleidende
akkoorden (zowel in Style als in Song mode).
1 Selecteer de Pad functie in het Overall
menu.
Druk op één van de OVERALL / knoppen,
indien nodig herhaaldelijk, tot MULTI PAD in de
display verschijnt.
2 Selecteer de bank van uw voorkeur.
Verhoog of verlaag met de OVERALL +/- knoppen
het banknummer. Houdt de knoppen constant in-
gedrukt om de waarde sneller te verhogen of ver-
lagen. Zie pag. 46 voor een complete lijst van be-
schikbare banken en hun inhoud.
Huidige Pad banknummer
Verlaagt het Pad
banknummer Verhoogt het Pad
banknummer
3 Bespeel de Multi Pads
Druk op één van de Pads. De frase speelt ononderbroken door
tot die is afgelopen. Er herhaaldelijk op drukken (voordat de frase
is afgespeeld) creëert een “stotter”effect.
In de Song of Style mode volgen melodisch-type geluiden accu-
raat de akkoordwijzigingen. Alle geluiden spelen keurig op tijd af
met de huidige Tempo instelling. Als OTS aanstaat worden de pas-
sende Multi Pad banken van de geselecteerde stijl automatisch
opgeroepen.
41
&MIDIMIDI
MIDIMIDI
MIDI
Ontvangt MIDI data van
het aangesloten stuur-
apparaat.
Verstuurt MIDI data (spel van het
toetsenbord) naar het aangeslo-
ten apparaat.
Over MIDI
MIDI (Musical Instrument Digital Interface) is
een wereldwijde standaard die in vele elek-
tronische muziekinstrumenten en andere
digitale muziekgerelateerde apparatuur is
ingebouwd. Hierdoor kunnen zij op elkaar
aangesloten worden en met elkaar “com-
municeren”.
Om twee MIDI instrumenten met elkaar te
kunnen laten communiceren, moeten ze
met MIDI kabels op elkaar aangesloten
worden. De MIDI IN en MIDI OUT aansluitin-
gen van de PortaTone kunnen bijvoorbeeld
aangesloten worden op de MIDI OUT en
MIDI IN aansluitingen van een sequencer,
waardoor u uw spel van de PortaTone kunt
opnemen en afspelen.
De instrumenten communiceren met elkaar
door “messages” of MIDI data te versturen.
Het instrument dat verstuurt, wijst de data
gewoonlijk toe aan één van de zestien MIDI
kanalen en verstuurt ze dan via de MIDI ka-
bel. De kabel zelf is echter niet in zestien ka-
nalen opgedeeld. Net als met een televisie
die programma’s over verschillende kana-
len ontvangt, is het aan het ontvangende
instrument om de data naar het juiste MIDI
kanaal te leiden. Als de stuur- en ontvang-
kanalen van de respectievelijke instrumen-
ten niet overeenstemmen, begrijpt het ont-
vangende instrument het niet en reageert
niet op de zender.
Hoe Kan MIDI Worden Gebruikt?
In het eenvoudige, maar duidelijke MIDI
toepassingsvoorbeeld hieronder, wordt de
Yamaha QY-70 Music Sequencer gebruikt
om gespeelde data op het PortaTone toet-
senbord op te nemen en af te spelen.
Druk voor het eigenlijk opnemen op de se-
quencer één of tweemaal op de ACMP
knop om er zeker van te zijn dat de huidige
instellingen verstuurd worden.
Sluit de MIDI OUT van
de PortaTone aan op
de MIDI IN van de QY-
70.
Sluit de MIDI IN van de
PortaTone aan op de
MIDI OUT van de QY-
70.
NB:
• De volgende kanalen (acht in totaal) kunnen op de
PortaTone MIDI ontvangen: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 10. De MIDI stuur-
kanalen zijn op de volgende data ingesteld:
Kanaal 1: Toetsenbord, harmony
Kanaal 2: Bass
Kanaal 3: Akkoord
Kanaal 4-7: Andere
Kanaal 10: Ritme
• Gedeelten die zijn opgenomen met de PortaTone moe-
ten ook op de PortaTone worden afgespeeld. De data speelt
niet naar wens af als er andere geluidsbronnen worden ge-
bruikt (zoals de interne geluiden van de QY-70). Daarbij kan
een aangesloten geluidsbron in een andere octaaf afspe-
len als oorspronkelijk op de PortaTone werd ingespeeld.
• MIDI data kan niet verstuurt worden tijdens het afspelen
van een song.
• Gebruik geen MIDI kabels van meer dan 15 meter, aange-
zien dit tot storingen (MIDI errors) kan leiden.
De PortaTone bezit tevens MIDI aansluitingen waarmee u de PortaTone met an-
dere MIDI instrumenten en apparatuur kunt aansluiten.
42
&
Probleem
Een plopgeluid is kort hoorbaar als
de PortaTone wordt aan- of uitge-
zet.
Het geluid van de voices of ritmes
klinkt ongewoon of vreemd.
Er is geen geluid, zelfs niet als het
toetsenbord wordt bespeeld of
een Song wordt afgespeeld.
Het ritme is niet hoorbaar als één
van de PIANO stijlen wordt gese-
lecteerd en gestart.
Niet alle noten zijn hoorbaar als er
een aantal noten tegelijk ge-
speeld worden.
Het Padgeluid wordt gesneden of
klinkt ongebruikelijk.
Het geluid van de voice wijzigt van
noot tot noot.
De melodie part van de song
speelt niet af.
De song speelt af tot een bepaald
punt en pauzeert dan.
De noten die getoond worden in
de notenbalk en het toetsenbord
diagram in de display stemmen
niet overeen met de werkelijk ge-
speelde noten.
TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?)TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?)
TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?)TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?)
TROUBLESHOOTING (IN DE PROBLEMEN?)
Mogelijk oorzaak en oplossing
Dit is normaal en geeft aan dat de PortaTone
stroom ontvangt.
De batterij is zwak. Vervang de batterijen (zie pag.
9).
Controleer of er niets is aangesloten op de
PHONES/AUX jack op het achterpaneel. Als er een
hoofdtelefoon is aangesloten, klinkt er geen ge-
luid.
Dit is normaal; de begeleiding van de stijl is slechts
hoorbaar als de begeleiding aanstaat en de toet-
sen in het ACMP gedeelte van het toetsenbord
worden bespeeld.
Er worden teveel toetsen tegelijk aangeslagen. De
PortaTone is maximaal 16-stemmig polyfoon.
De PortaTone is maximaal 16-stemmig polyfoon.
Als er een stijl of song afspeelt terwijl er een Pad
wordt bespeeld, worden sommige noten/geluiden
afgeknepen (of “gestolen” van de begeleiding of
song).
De AWM toongenerator gebruikt multi-opnamen
(samples) van een instrument over het bereik van
het toetsenbord; vandaar dat het werkelijke ge-
luid van de voice van noot tot noot iets kan ver-
schillen.
Controleer of de Melody Guide uitstaat.
Controleer of de Melody Guide niet op “Waiting”
staat.
Als auto accompaniment/begeleiding aanstaat,
toont de display de specifieke noten van de ak-
koorden die u speelt in het ACMP gedeelte van
het toetsenbord. Als u een enkel vingerakkoord
speelt, of een inversie van een akkoord, zal het
akkoord op juiste wijze getoond worden in de
display, zelfs als het niet overeenkomt met de
werkelijk aangeslagen toetsen.
43
INDEXINDEX
INDEXINDEX
INDEX
MISC.
+/- toetsen 16
A
A/B Repeat 24
Accessoires jacks 10
Accompaniment Volume 32
Adaptor 9
Afstemmen 19
Akkoorden, Fingered 33
Akkoorden, Single Finger 33
Akkoordnamen, over 34
Auto accompaniment 31
B
Batterijen 9
Beat display 22
C
Chord Guide 37
D
Demo songs 11
DEMO START knoppen 11
Dictionary 39
display indicaties 12
Dual voices 17
E
Echo Voices 17
Ending 30
F
Fill-in 32
Fingered akkoorden 33
G
Grondtoon 34, 39
H
Harmony voices 17
Hoofdtelefoon 10
I
Interval 35
Intro 29
Inversie 34
M
Main A/B 32
Melody Guide 26
Metronoom 13
MIDI 41
MIDI Implementation /chart48
MIDI, over 41
Minus One 26
Mode indicator 12
Multi Fingering 33
Multi Pad Lijst 46
Multi Pads 40
Muziekstandaard 10
N
Numerieke toetsenbord 16
O
One Touch Setting 36
OTS (One Touch Setting) 36
Overall knoppen 13
Overall indicator 12
p
Percussie Voice Lijst 17
Percussie Voices 17
PHONES/AUX OUT jack 10
Portable Grand 13
Problemen, In de? 42
S
Secties (stijl) 32
Single Finger akkoorden 33
Smart 37
Song parameters 24
Song volume 23
Songs, selecteren en afspelen
20
Specificaties 47
Split voices 17
Stijl parameters 30
Sustain 10
Sync-Start 29
T
Tempo (song) 21
Tempo (stijl) 31
Time Signature 14
Transponeren 18
Troubleshooting (In de proble-
men?) 42
V
Versterker/stereo systeem, Het
gebruik van een extern 10
Voetpedaal 10
Voice Change 27
Voice Lijst 44
Voices, selecteren en afspelen
15
Voicing 34
W
Waiting 26
44
Copyright
© Yamaha Corporation. Alle rechten zijn voorbehouden.
Er mag geen gedeelte van de Nederlandse Handleiding worden gereproduceerd of
uitgegeven in wat voor vorm dan ook, of op wat voor manier dan ook zonder toestemming
van de Yamaha Corporation.

Navigation menu